vonder kop
vonder kop


Voormalige kerk, G589

De geschiedenis van de oude parochiekerk is onderverdeeld in de volgende hoofstukken:

Oude parochiekerk tot 1648

Uit het boek Geschiedenis van het Bisdom 's Hertogenbosch van 1872[1] aangevuld met recente gegevens[2] citeren we het volgende over de kerk van Asten:

Asten is, naar luid van alle kerkelijke registers, de moederkerk van Lierop, welke parochie in 1360 daarvan gescheiden is en toen eerst zijn eigen herder verkreeg, die nogtans, om het personaat van Asten en Lierop, van de moederkerk eenigzins afhankelijk bleef. Het personaat der kerken van Asten en Lierop, door een der prelaten van Floreffe uit de tienden van Asten opgerigt, is bezeten geweest door Franciscus Bane deken van Sint Donna te Brugge 8 december 1534, die ten behoeve van Claes Damant afstand doet 28 januarij 1541, doch de vruchten des personaats behoudt tot 25 januarij 1543. Op dezen persoon volgen den 8 juni 1553 Peter Damant de jonge, derde bisschop van Gent, verder Jan de Rismont, die den 27 april 1627 het personaat overdraagt aan Jan Doignies en eindelijk worden vernoemd Johan Del Rio, deken en officiaal van Onze Lieve Vrouwe kerk te Antwerpen, Joannes Martini en meester Jacobus de Boot priester. De persona betaalde voor de afwezigheid elf Rijnsgulden en 18½ stuiver en voor het seminarie van 's Hertogenbosch zes gulden.
Sonnius scheidde, op voorstel van Reinier van Brederode heer van Asten en op verzoek der ingezetenen van beide plaatsen, den 26 mei 1569 de kerken van Asten en Lierop geheel van elkander. Van ouds heeft de abdij Floreffe het patronaat der kerk van Asten bezeten. Wiricus zesde prelaat kocht in het begin der 13e eeuw , ten behoeve van zijn onderhoorig huis Postel een deel der tienden van Asten, welken aankoop met andere bezittingen paus Innocentius III in 1212 bekrachtigde. Albert heer van Cuijk, die met de abdij Floreffe het begevingsregt beurtelings uitoefende, stond dit in 1221 ten behoeve der broeders en zusters van Postel aan genoemde abdij af; deze schenking is door Jeannes IV bisschop van Luik ten jare 1290 bevestigd, terwijl zijn derde opvolger Theobald in 1308 die nog nader bekrachtigde, toen ridder Willem van Stakenborg, heer van Asten, twee jaren vroeger plegtig had afgezien van zijn gemeend regt op het patronaat der kerk van Asten. Ofschoon Postel van de moederabdij Floreffe onafhankelijk was geworden, is het patronaat eerst den 5 mei 1652 van Floreffe tot Postel overgegaan, zonder dat de nieuwe abdij eenig nut daarvan getrokken heeft.

Hieronder een pentekening uit 1802 van de uit 1478 daterende oude kerk van Asten met 13e eeuwse toren:

01

De oude parochiekerk, die van 1648 tot 1798 door de protestanten was ingenomen, is eene fraaije kruiskerk met zwaren toren voorzien van eene hooge spits, terwijl een klein torentje het midden der kerk siert. Deze is aan de Moeder Gods toegewijd, festum praesentationis 21 november, doch de kerkwijding wordt in september gevierd. Vele altaren of beneficiën bestonden er weleer in deze kerk, doch hebben naar de tijdsomstandigheden vele veranderingen ondergaan; de kerkvisitatie van 22 april 1616 vermeldt de volgende negen beneficiën:
Altare Beatae Mariae Virginis buiten het koor, dat door den rector Hubertus Henrici bediend, werd.
Altare Georgii, door Philippus pastoor van Meijel bediend.
Altare Antonii et Sebastiani, welk beneficie Theodericus pater in Ommel bezat.
Altare Barbara et Catharina, dat aan het kosterschap was toegevoegd.
Altare Santas Trinitatis.
Altare Andreae; waarvan Gerardus van Bree, kapelaan van Ommel, de aanwezige rector was
Altare Sancto Spiritus,
Altare Adriani et Nicolas.
Altare Agatha, door den rector Theodericus Scheepers bediend.
In december 1553 droeg Antonius de Campo, rector altaris Praesentationis Beatae Mariae Virginis en Georgii in de kerk van Asten aan de noordzijde, aan den priester Joan Arnoldus Theodericus Heijnen dit beneficie over. Het oudste aanwezig doopregister begint in 1636, is geregeld bijgehouden en in kleine zakboekjes geschreven. De inkomsten dezer beneficiën zijn door de protestanten geroofd en de kerk werd in 1648 aan de katholieken ontnomen, niettegenstaande de steenen van dit kruisgebouw eene voortdurende veroordeeling uitspraken tegen deze ontregtvaardige handeling. De katholieken van Asten vereenigden zich na den Munsterschen vrede met die van Someren en sloegen op Weert's grondgebied bij het Kievitsven een bedehuis op om den troost der voorvaderlijke godsdienst te kunnen genieten.

De geestelijken hielden er strenge regels op na zeker met betrekking tot het schenken van drank op zondag en dat werd bij de kerk bekend gemaakt:

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 22-04-1626:
De schout van Asten, aanlegger contra Henrick Verhoeven, gedaagde.
Waerachtich te wesen, dat men alhier enighe jaeren herwaerts gewoon is aende kercke tzondaeghs den volcke meest vergadert wesende afftelesen ende te publiceren een verboth, te weten, dat gheen herbergiers oft tappers hun souden vervoirderen tzavonts naer neghen ueren enich geselschap, gedrinck oft gelagh op te houden, oft bier te tappen op verbeurtenisse van een amende van twelff Rijksgulden.
De gedaagde heeft zich niet ontzien dit verbod te overtreden, door op de laatste dag van maart een jongman niet alleen na 9, 10 ,11 ,12 en 1 uur in de nacht bier te tappen. En pas opgehouden toen deze jongeman dronken was. Het is de oorzaak geweest van groot kwaad, zoals gebleken is in de nacht toen van de jongeman gescheiden moest worden. Concluderende den overtreder een boete van ƒ 12,- op te leggen

Oude parochiekerk in handen van gereformeerden

Na de 80-jarige oorlog komt de kerk in 1648 in handen van de gereformeerden en worden predikanten aangesteld. Dominee Samplonius heeft de altaren uit de kerk verwijderd en dominee de Ruyter heeft ze verkocht, aldus beschreven in Taxandria, tijdschrift voor Noordbrabantsche geschiedenis en volkskunde, 1931:

01a

De bestuurders van Asten laten de kerkmeesters van Geldrop weten dat de bomen op het kerkhof eigendom van de kerk zijn en dat de muren door de kerkmeesters worden onderhouden:

Asten Rechterlijk Archief 110 folio 7; 31-05-1697:
Het Corpus van Asten verklaart ter instantie van de kerkmeesters van Geldrop dat de bomen staande op de kerkhof, alhier, eigendom zijn van de parochiekerk van Asten. En ter dispositie staan van de kerkmeesters om tot dienst en profijt van de kerk gebruikt te worden. Indien ze, met toestemming van drost en schepenen, verkocht worden moeten ze in de kerkrekeningen voor ontvangsten ingebracht worden. De jonge bomen zijn ingekocht door de kerkmeesters, zoals blijkt uit hun rekeningen.

Asten Rechterlijk Archief 110 folio 108; 14-06-1697:
Wij, Marcellus Martens en Jan Dircx, kerkmeesters, verklaren ter instantie van de regeerders van Geldorp dat de chingel ofte muyr die welcke om den kerckhof van Asten leyt, van oude tijden herwaerts is onderhouden ende gerepareert ende noch daegelijcx onderhouden ende gerepareert wort bij de kerckmeesters der parochiekercke van Asten. En niet ten laste van de gemeente Asten komt.

Zoodra de Franschen in 1672 in de Meijerij vielen, maakten de Astenaars, toen zeker, van deze gelegenheid gebruik om eene schuurkerk in Asten daar te stellen ter plaatse, waar thans de predikant woont. Den 12 november 1759 is dit bedehuis met verlof der Staten mogen vernieuwd worden, doch werd in 1806 gesloopt. In 1798 hebben de katholieken hunne oude parochiekerk weder betrokken, die in 1840 met een landelijk subsidie van ƒ 4000,- aanmerkelijk is vergroot en verfraaid, doch weder te klein is en in 1871 eene verbouwing behoeft. De oude parochiekerk dagteekent van het jaar 1478 vermits alsdan den 15 februarij een gedeelte gemeijnt verkocht wordt tot behoeff der timmeringen onser kercken tot Asten nu nieuwe getimmert. De torenspits was in februarij 1707, volgens anderen den 8 december 1703, weggeslagen en het muurwerk deels verwoest, doch deze schade werd weldra hersteld.

Op basis van onderstaand archiefstukken heeft de storm die de kerk van Asten heeft verwoest op 8 december 1703 plaatsgevonden:

Asten Rechterlijk Archief 110 folio 148 verso; 08-12-1703:
Op huyden den 8 dagh der maent Decembris 1703 soo is den toorn gevallen door de buyck der kercke oock soodanigh dat den geheelen kappe ter aerde nederlagh tot droefheyt van alle ingesetenen. Wayende den wint uyt den zuytwesten. Gevallen des smorghens tyen uyren maer het oirloge ende clock sijn gebleven in haer geheel.

Asten Rechterlijk Archief 111 folio 131 verso; 12-03-1709:
Het Corpus van Asten certificeert mits deze dat op 8 december 1703 de parochiale kerk van Asten is getroffen door een algemeene orcaen of ruckwindt, gelijck op meer andere plaetsen, is innegestort geworden, soodanigh dat bijnaer niets goets van het dack is overigh gebleven. De kerk is, mede door haar inkomsten en revenuën alsmede een geleend kapitaal van ƒ 1550,-, gedeeltelijk opgemaakt en gerestaureerd. Wij, schepenen, verklaren dat althans tot volcomen opbouw wel noodigh sal wesen naer onse gissinge ende staete daervan gemaeckt een somme van 3900 gulden ende dat het geconsumeerde capitael ende ontrent 300 gulden intresse oft revenuese die selver kercke te cort sijn om de begonsten opbouw te voltrecken.

Drossaard en schepenen van Asten hadden hun raadsvergaderingen in het koor van de kerk en daar hadden ze ook een secretariskamer waarin de documenten werden bewaard:

Asten Rechterlijk Archief 114 folio 251; 27-12-1717:
Schepenen en secretaris van Asten verklaren dat de secretaris, op zondag, 26 december laatstleden 's middags tussen drie en vier uur is gegaan in het koor van de Kerk, met de intentie om in de secretariekamer te gaan. Hij zag dat de deur ontstucken gebroken ende geforseert was. Hij verklaart dan Hendrik Tho poel, de president en een der schepenen geroepen te hebben, die bij de hand waren. En verklaren wij, schepenen en secretaris, bevonden te hebben dat sekere kast, staande in de schepenen- of raadkamer, tegen een deur, waardoor men vroeger placht in de secretariekamer te gaan en nu met planken dichtgemaakt met forse daarvan af is afgebroken, hoewel deze met verscheidene hauvasten in de muur was vastgezet en dat de voorschreven kast was verzet. De toegemaakte deur is open gebroken, zodanig dat het deurgebont uit de muur is gewerkt. Er is daar echter niet ingebroken. De deur van de secretariekamer, komende uit in het koor, welke deur seer sufficant en dick van eykenhout is beslagen met ijser en waaraan een sterck schuyfslot was met uyterste forse en gewelt opgebroken. Zoals ook de comme, waar de dorps- en andere archieven met drie sloten in gesloten zijn, met geweld opengebroken is. Tot nu toe zijn vermist de criminele dingrollen alsmede sekeren intendit met annex verificatie stucken, toegecachetteert door den Heere Drossard, in regten tegens Marcus Sauve, fugatief wesende over den dootslag van Hendrik Mattijssen overgegeven alsmede het acteboek waarin alle attestaties, procuraties en alle andere acten staan en nog een interrogatorium en de daarop beëdigde verklaringen, namens het officie, over de geweldenarijen tegen de militairen, alhier, op 8 december 1717.

Op foto's van de oude kerk is te zien dat de kerktoren een Romaanse toren is met spaarvelden voorop en het lijkt alsof een deel van de toren met de torenspits gebouwd is op het onderste deel van de toren. De kantelen die de scheiding vormen, laten ook nog eens zien dat de toren misschien wel een verdedigbare toren, of misschien zelfs een donjon, is geweest. Die kantelen duiden erop dat de kerktoren misschien wel ouder is dan 1478 en mogelijk uit de dertiende eeuw komt. Dat betekent dat die toren ongeveer even oud is als de eerste vermelding van Asten.

Dit is goed te zien op een pentekening uit 1739 van Jan de Beijer van de oude kerk:

02

De kerk kende verschillende architectuurstijlen, waarschijnlijk was de kerk in waterstaatstijl gebouwd met barokke elementen aan de binnenkant. Overigens is een deel van het interieur nog steeds te vinden in de huidige kerk, maar een deel is verkocht aan een kerk in een dorp in Engeland, waarvan men de naam niet meer weet. Daar kan bijvoorbeeld nog de oude biechtstoel staan.

Op het kerkhof bij de parochiekerk wordt een onthoofd lichaam gevonden:

Asten Rechterlijk Archief 117 folio 148; 07-05-1736:
Schepenen van Asten verklaren dat zij op 1 mei laatstleden, op de geruchten, dat op het kerkhof, alhier, bij het maken van een graf een dood lichaam was ontdekt, ter plaatse zijn geweest en daar een oculaire inspectie hebben gedaan en bevonden een dood lichaam, met een hoofd gescheiden van het lichaam en dat de benen tot aan de knieën daaraf waren. De rechterhand lag op de borst en de linkerhand achter de hals. Het hoofd, met een wollendoek omwonden lag op het lichaam. Wij hebben opdracht gegeven, nadat het lichaam 24 uur was bewaakt, om het op het kerkhof wederom te begraven. Ter instantie van de drossard, die inmiddels uit 's Gravenhage was teruggekeerd, hebben wij het lichaam weer op laten graven en gebracht in het koor van de kerk en daar laten visiteren door Johan Grootenacker, medisch doctor en Hendrick van Keulen, chirurgijn, beiden te Helmont. Zij hebben bevonden dat het dode lichaam al verscheidene jaren begraven moet zijn geweest.
Marge: 02-06-1737, hiervan een copie gemaakt voor advocaat Antonie van Welsele en een voor Juyn, te 's Hertogenbosch.

De gemeente Asten heeft een schuld bij de kerk van Asten:

Asten Rechterlijk Archief 95 folio 26 verso; 25-07-1740:
De regeerders van Asten zijn schuldig aan de Kerk van Asten ƒ 250,- a 3%. Op 05-07-1723 uitgezet door Pieter van Riet, kerkmeester, hetgeene hij bij slot van rekening was schuldig gebleven, tot ƒ 248-2-13, zijnde dezelve rekening, 15-11-1728, en welke penningen zijn geemployeerd tot betaling van een bienvenue aan de Heer van Asten in 1723.

Voor het onderhoud van de kerk wordt de uit Nuenen afkomstige Jan van Wijk, ingeschakeld:

Asten Rechterlijk Archief 119 folio 189; 12-01-1748:
Jan van Wijk, leydeckker, te Nunen, neemt aan het in goede reparatie houden van de glazen en het leidak van de kerk, koor en toren. Contractduur 10 jaar met 5 jaar te mogen scheiden. Betaling: ƒ 15,- per jaar van de gemeente en ƒ 15,- per jaar van de kerkmeesters. Verder de goten onderhouden, alle glazen onderhouden inclusief levering van glas en lood, jaarlijks te vernieuwen of verloden twee glasramen van de kerk, vier glasramen van het koor en elke twee jaar de kerk van spinraggen te zuiveren en waar nodig de muren bezetten.

Na tien jaar neemt Francis Knaapen het onderhoudswerk over:

Asten Rechterlijk Archief 121 folio 36 verso; 05-12-1757:
Het College van Asten bestelt aan Francis Knaapen, leydecker en glasemaker, alhier, het onderhouden, in goede reparatie, van de glazen en leiendak van de kerk en toren, alsmede van de pastorie en school. Looptijd contract vanaf 01-12-1757, geduren tien achtereenvolgende jaren met vijf te mogen scheiden. De aannemer zal het gehele leiendak van de gemeentetoren van boven tot beneden met den omgang en het gehele dak van kerk en koor, met de stijpers en boven de muren en vorsten in goede dichte staat moeten houden. Ook de muren, waar nodig is, onder de eeuse als anders moeten bezetten. De loden goten en waar verder lood ligt zal hij moeten vast maken, souderen en onderhouden, evenals het klein torentje op de kerk. Op het kruiskoor van de kerk zal alle twee jaar een hoek van een roey, in het vierkant, moeten worden vernieuwd. Op het koor van de kerk zal ook alle jaren, een roey, vernieuwd worden. Te beginnen waar het meest nodig is. Iedere twee jaar zal de aannemer de kerk omhoog moeten zuiveren van spi rag en waar nodig de muren moeten bezetten en witten. Het koor en de raadkamer met de secretarie moet in het voorjaar aanstaande tweemaal gewit worden en voorts, om de twee jaar, de raadkamer eenmaal moeten witten. De besteders leveren alle voornoemde materialen, leien, nagels, kalk, lood, planken etcetera. De aannemer zorgt voor de arbeid en gereedschap alsmede het glas in lood. De aannemer zal, op de aanzegging van iemand van de gemeente, opgetreden defecten naar genoegen moeten repareren. De aannemer zal twee maal per jaar, of indien nodig meer, in het voor- en najaar, de kerk, koor, pastorie en school, moeten beklimmen en visiteren op defecten. De toren om de twee jaar. Van de gemeente zal hij voor de toren, koor, pastorie en school ontvangen ƒ 15,- per jaar en van de kerkmeesters voor de kerk en glazen ook ƒ 15,- per jaar.
De kerkmeesters werden ook gezocht onder de katholieken van Asten:

Asten Rechterlijk Archief 32 folio 9; 12-09-1758:
Leendert van Riet en Dirk Haasen worden aangesteld als kerkmeesters over de Gereformeerde Kerk ingegaan juni laatstleden tot juni 1761.

Asten Rechterlijk Archief 32 folio 19 04-07-1761:
Adriaan Lintermans wordt aangesteld als kerkmeester van de Gereformeerde Kerk dit voor de tijd van drie jaar. Leendert van Riet wordt herbenoemd.

Het onderhoud van de kerk wordt weer uitbesteed aan iemand van de familie Knaapen, dit keer is het Hendrik Knaapen

Asten Rechterlijk Archief 123 folio 52 verso; 21-05-1770:
Schepenen van Asten verklaren opgedragen te hebben aan Hendrik Knaapen, leydecker en glasemaker, alhier, het in goede reparatie onderhouden van de glazen en leidak van de kerk en toren. Alsmede de glazen van de pastorie, kosterij en de school. Overeenkomend met de condities de dato 05-12-1757 tot 1-12-1769. Termijn 10 jaar. Aanneemsom ƒ 15,- per jaar te betalen door de gemeente en ƒ 12,- per jaar te betalen door de kerkmeesters.

In 1781 wordt in een artikel nog gerefereerd aan de gereformeerde kerk van Asten[3]:

02a

Oude parochiekerk terug bij de katholieken

Nadat de Fransen in 1794 en 1795 de Republiek der Nederlanden waren binnengevallen, bestond er weer vrijheid van godsdienst. De kerk werd toegewezen aan de grootste geloofsgemeenschap en kwam in 1798 weer in handen van de katholieken. In het archief worden de kerk, pastorie en de kapel van Ommel getaxeerd:

Asten Rechterlijk Archief 165; 09-06-1798:
Taxatie van het kerkgebouw en pastory, zijnde van de gemeente en in huur bij predikant Jansen. De kerk ƒ 8150,-, de pastory ƒ 3000,- en de kapel, te Ommel ƒ 2000,-.

Al die jaren daartussen hadden de katholieken van 1651-1672 hun toevlucht moeten nemen tot een schuilkerk onder Weert (zie Schuilkerk in Weert) en van 1672 tot 1798 in een schuurkerk in de huidige Lindestraat (zie Voormalige schuurkerk, G463).

Op de kadasterkaart van Asten over de periode 1811-1832 staat de kerk met de toren als het middelpunt in eigendom van de Rooms Katholieken:

Kadaster 1811-1832; G589:
Kerk, groot 06 roede 60 el, het Derp.
Eigenaar: De Roomsche gemeente van Asten.

03

04

In de Noord-Brabander van 30-07-1839 een subsidie van 4000 gulden voor het vergroten van de kerk van Asten:

05

In de krant de Noord Brabanter van 09-06-1859 wordt de preekstoel beschreven een cadeau aan pastoor Bartholomeus Kemps en die zich nu nog de nieuwe kerk van Asten bevindt:

06

Hieronder een foto van de preekstoel, die tegenwoordig in de nieuwe kerk van Asten staat:

06a

In de Noord-Brabanter van 26-05-1860 het gouden priester jubileum van pastoor Bartholomeus Kemps:

07

Afbraak oude parochiekerk en bouw nieuwe kerk

Rond 1896 wordt tegenover de oude kerk gestart met de bouw van een nieuwe kerk te Asten, die in 1898 wordt ingewijd (zie Wilhelminastraat 1). Hieronder een foto met links de in de steigers staande nieuwe kerk met rechts daarvan de oude kerk:

08

In 1899 wordt de oude kerk afgebroken en in het Eindhovensch dagblad van 18-11-1932 wordt een korte samenvatting van de boven beschreven geschiedenis geschreven:

08a

In de krant de Zuid-Willemsvaart van 11-02-1899 wordt de aanbesteding van de nieuwe kerk vermeld en in de Nieuwe Tilburgsche courant 02-03-1899 staan de ingeschrevenen voor de afbraak van de oude kerk, die aan Hendrikus Bakens wordt gegund:

09
10

Linksonder worden in de krant de Zuid-Willemsvaart van 04-03-1899 vloertegels en kerkramen van de oude kerk te koop aangeboden en rechtsonder een foto van de afbraak van de kerk:

11
12

Linksonder een foto van de sloop van de oude kerk met op de achtergrond de winkel van Antonius Dominicus Sengers en het huis van Christiaan Verheijen en rechtsonder de sloop van de oude kerk met op de achtergrond het Liefdehuis en geheel rechts de toren van de nieuwe kerk:

13
14

Eigenlijk wilde ze de stenen van de oude kerktoren hergebruiken als klinkers, maar deze toren stortte in tijdens de sloop en de stenen waren niet meer te gebruiken.

Pastoors oude parochiekerk

Op basis van het boek Geschiedenis van het Bisdom 's Hertogenbosch van 1872[1] en het boek 'Aasten mi z'n groten toren' van Henk Berkers en Harry Verdijsseldonck ter ere van het 100-jarige bestaan van de Heilige Maria Presentatiekerk te Asten, is een reconstructie van de pastoors van Asten gemaakt en aangevuld met rechterlijke archiefstukken en krantenartikelen. Tot 1648 gebruikten de pastoors de oude kerk, van 1648 tot 1798 maakten ze gebruik van een schuurkerk, van 1798 tot 1898 weer de oude kerk en vanaf 1898 de nieuwe kerk. Hieronder een overzicht van de pastoors van Asten over de periode 1274 tot 1980:

Periode Pastoor Geboorteplaats en datum Overlijdensplaats en datum Locatie
1274-1301 Gerardus van Binderen 18-11-1301 Oude kerk; G589
1301-1306 Henricus van Yssenhout 19-10-1326
1306-1360 Joannes
1360-1389 Arnoldus
1389-1400 Yewannus
1400-1411 Gerardus Darys
1411-1427 Willem van Hersel
1427-1464 Johannes Godefridus van Asten
1436-1450 Godefridus Dicbier 31-12-1450
1451-1459 Joannes van Hoijbergen 21-12-1481
1459-1487 Thomas van Atrecht
1487-1496 Godefridus Jans van Asten
1497-1499 Simon Sampeyn
1499-1510 Petrus Sachet
1510-1536 Martinus Boem
1536-1541 Franciscus Bane
1541-1553 Nicolaas Damant
1553-1562 Petrus Damant
1547-1567 Henricus van Bree ±1567
1567-1570 Petrus van den Eijnde
1570-1581 Theodericus Joannes de Ruth ±1581
1581-1591 Franciscus de Ruth ±1591
1591-1592 Gerardus Borkers
1592-1595 Theodericus de Zeilbergh
1595-1597 Jacobus Barleus de Roy
1597-1631 Thomas Stricken Asten 14-12-1631
1631-1632 Joannes Loonen
1632-1635 Henricus Vervoordeldonck
1635-1636 Franciscus Verdonschot
1636-1637 Hubertus Neefs Antwerpen ±1600 ±1668
1637-1648 Joannes Timmermans ±1657
1648-1657 Schuilkerk in Weert
1657-1672 Henricus van de Cruys Oisterwijk ±1620 Asten 13-02-1675
1672-1675 Schuurkerk; G463
1675-1704 Joannes van de Cruys Asten ±1624 Asten 16-01-1704
1704-1743 Franciscus van de Cruys Asten 24-03-1674 Asten 28-01-1743
1745-1748 Johannes Beckers Megen 14-03-1675 Budel 26-10-1748
1748-1789 Petrus Aerts Bladel 02-06-1716 Asten 31-12-1789
1790-1798 Wilhelmus van Asten Lierop 11-05-1744 Asten 20-05-1819
1798-1819 Oude kerk; G589
1819-1863 Bartholomeus Kemps Leende 02-04-1787 Asten 12-05-1863
1863-1893 Lambertus Johannes van de Mortel Eindhoven 05-05-1817 Asten 25-06-1893
1893-1898 Johannes Wilhelmus Smits Gemert 17-09-1843 Asten 20-02-1905
1898-1905 Nieuwe kerk; G1856
1905-1927 Bartholomeus Theodorus Moussault Alkmaar 10-04-1861 Asten 07-07-1927
1927-1944 Henricus Wilhelmus Meijer Nijmegen 30-08-1878 Asten 06-10-1944
1944-1960 Theodorus Johannes Andreas van Hout Eindhoven 27-12-1901 Asten 14-12-1980
1960-1980 Henricus Johannes Maria van Pelt Tilburg 21-11-1917 Deurne 03-08-1980

Gerardus van Binderen, 1274-1301

Coppens noemt Gerardus van Binderen en zijn opvolger kanunniken van Floreffe. In 1293 verklaart Gerardus van Binderen dat hij als pastoor van Asten en Lierop nooit enig recht op de tienden van Lierop heeft bezeten; deze verklaring strekt ten nadeele der abdij Floreffe, die voor een derde gedeelte op die tienden aanspraak maakte. Uit het archief van het bisdom van 's-Hertogenbosch blijkt niet, dat Gerardus van Binderen tot de abdij Floreffe behoorde. Gerardus van Binderen is op 18-11-1301 overleden.

Henricus van Yssenhout, 1301-1306

Wellicht was pastoor Henricus van Yssenhout de personaat (de waardigheid of het ambt van persoon, van degene die het beneficie van een pastoorschap bezit, dat hij niet zelf behoeft waar te nemen, maar aan een ander kan opdragen) van de kerken van Asten en Lierop en niet de residerende herder, terwijl men in 1306 een zekere Joannes als pastoor aantreft. Henricus van Yssenhout is op 19-10-1326 overleden.

Joannes, 1306-1360

Joannes komt in het jaar 1306 als getuige voor in de overdracht van het patronaat van de kerken van Asten en Lierop aan de abdij Floreffe door ridder Willem van Stakenborg, heer van Asten en Escharen, die volgens archief van het bisdom van 's-Hertogenbosch gemeend recht afstaat.

Arnoldus, 1360-1389

Op verzoek van Arnoldus, die genoemd wordt 'rector perpetuus de Asten et de Liedorp ecclesiarium parochialium ad invicem dependentium', permanente kerkleider van de onderling afhankelijke parochies Asten en Lierop, maakt Engelbert bisschop van Luik in 1360 de scheiding van Lierop van de moederkerk Asten, volgens het archief van het bisdom van 's-Hertogenbosch.

Yewannus, 1389-1400

In een giftbrief van 1389 van de graaf van Megen, ten voordele van het adellijk slot van Binderen bij Helmond, wordt Yewannus alleen pastoor van Asten genoemd.

Gerardus Darys, 1400-1411

Gerardus Darys wordt vermeld in 1400 als persona personatus te Asten en Lierop. Hij heeft een boete van 3 gulden moeten betalen vanwege langdurige afwezigheid.

Willem van Hersel, 1411-1427

Wilhelmus Wilhelmi de Hersel is geboren te Lierop rond 1370 en was rond 1400 rector ecclesie te Someren. Hij studeerde vanaf 1411 theologie te Keulen en werd benoemd als rector ecclesie te Asten en Lierop. Wilhelmus Wilhelmi de Hersel overtrad het celibaat en had 6 kinderen. De samenwonende pastoors en hun gezinnen waren ook volwaardig deelnemer aan het parochieleven en er blijkt vooralsnog niets van een eventueel problematische verhouding tot de lokale gemeenschap. Net als andere familievaders lieten pastoors bij testament hun goederen na aan hun levensgezellin en hun kinderen. Zo zorgde Wilhelmus
Wilhelmi van Hersel in een reeks van schepenakten ervoor dat zijn nalatenschap goed over zijn zes kinderen werd verdeeld. Op 11-06-1425 heeft Willem van Hersel, investiet van Asten opgedragen Daniel, Arnoldus, Johannes, Theodorus en Henricus zijn natuurlijke kinderen verwekt bij Aleidis dochter Aert van de Wijntmoelen en Sander Deijnout Sanders het goed te Bussel. Zo draagt hij in 1426 de tocht in zijn huijsinghe die Steghen in Asten op ten behoeve van Heijlwich zijn natuurlijke dochter verwekt bij Margriet Joyters.

Johannes Godefridus van Asten, 1427-1464

Johannes Godefridus van Asten, alias van Heze, was plaatsvervangend pastoor voor de volgende pastoors. Hij was al in 1427 vicarius perpetuus van deze parochie. In hetzelfde jaar werd hij veroordeeld omdat hij een kind had verwekt bij zijn concubine.

Godefridus Dicbier, 1436-1450

Godefridus Dicbier zal wellicht behoord hebben tot het adellijk geslacht Dicbier, dat de heerlijkheid van Mierlo heeft bezeten; hij was tevens deken van het oude dekenaat Woensel. In de Bossche encyclopedie[4] lezen we het volgende:

Bossche Protocollen 1204, folio 222, 07-10-1434:
Op 10 juli 1434 transporteerde magister Goiart Dicbier, kanunnik van de Sint-Jan, het goed Achter het Wild Varken', dat omschreven werd als huis, erf en tuin, aan zijn broer Aart Dicbier. Waarschijnlijk waren zij zonen van Hendrik Dicbier, al staat dat niet in de akte. Op 7 februari 1460 droegen de kinderen van de inmiddels overleden Aart Dicbier, Goiart, Sofie gehuwd met Aart van Vladeracken en Heilwig gehuwd met Gerit Boest, het goed over aan hun broer Hendrik. Er gingen pachten uit van twee mud rogge aan genoemde Goiart, van één mud aan broeder Rutger Dicbier, kloosterling van Porta Celi bij 's-Hertogenbosch, en van één mud aan Gerit natuurlijke zoon van Goiart Dicbier.

Dat Godefridus Dicbier, volgens Coppens, in het jaar 1444 pastoor van Asten en Lierop genoemd wordt, kon met het personaat (de waardigheid of het ambt van persoon, van degene die het beneficie van een pastoorschap bezit, dat hij niet zelf behoeft waar te nemen, maar aan een ander kan opdragen) in verband staan. Hij heeft wegens afwezigheid 4 halve stuivers moeten betalen. Godefridus Dicbier is overleden op 31-12-1450.

Joannes van Hoijbergen, 1451-1459

Joannes van Hoijbergen was kanunnik van Floreffe. Joannes van Hoijbergen is op 21-12-1481 overleden.

Thomas van Atrecht, 1459-1487

Thomas de Atrio is geboren in het bisdom Atrecht en studeerde vanaf 1453 artes, vanaf 1459 civiel recht te Leuven en vanaf 1472 canoniek recht te Leuven. Vanaf 1459 tot 1487 was hij rector ecclesie te Asten en Lierop.

Godefridus Jans van Asten, 1487-1496

Godefridus Jans van Asten was een zoon van pastoor Johannes Godefridus van Asten en vicarius perpetuus van Asten en Lierop. Van 1464 tot 1487 was hij plaatsvervangend pastoor, vanwege de absentie van Thomas van Atrecht en daarna tot 1497 rector van de kerk. Hij werd in de jaren 1470-1477 vijfmaal beboet wegens omgang met minstens vijf verschillende vrouwen, van wie hij er ten minste één zwanger maakte.

Simon Sampeyn, 1497-1499

Simon Sampeyn studeerde in Leuven en was kanunnik van Sint Pieter te Leuven. Hij was pastoor van Reusel in 1487, daarna van Asten en Lierop en van Someren van 1500 tot 1502. Deze beneficies dankte hij aan zijn broer Johannes Sampeyn, die eerst prior en later abt van Floreffe was.

Petrus Sachet, 1499-1510

Petrus Sachet was kanunnik van Floreffe.

Martinus Boem, 1510-1536

Martinus Boem, alias Martinus de Lanckvelt, studeerde theologie in Leuven en was een pastoor zonder zielzorgfunctie, maar die wel de inkomsten genoot.

Franciscus Bane, 1536-1541

Pastoor Franciscus Bane had een Antwerps privilege om niet altijd aanwezig te zijn.

Nicolaas Damant, 1541-1553

Nicolaas Damant is geboren te Mechelen rond 1532 als zoon van Pieter Damant en Anne de Baveen en was reeds op negenjarige leeftijd persoon van Asten en Lierop. Hij studeerde burgerlijk recht in Leuven en heeft daar gedoceerd. In 1551 ging hij in Poitiers studeren in kerkelijk en burgerlijk recht en heeft ook daar gedoceerd. Hij koos echter voor een wereldlijke carrière en deed zijn pastoorsplaats in 1553 over aan zijn broer Petrus Damant, de latere bisschop van Gent.

Petrus Damant, 1553-1562

Petrus Damant is geboren te Mechelen rond 1532 als zoon van Pieter Damant en Anne de Baveen. Hij studeerde in Padua in kerkelijk en burgerlijk recht en in 1558 studeerde hij verder hij in Dole in kerkelijk en burgerlijk recht. Daarna heeft hij daar gedoceerd en in 1562 studeerde hij in Leuven theologie. In 1566 moest hij voor zijn afwezigheid 4 schellingen betalen. In 1589 werd hij door Filips II van Spanje als bisschop voorgedragen, op 18 juni 1590 door paus Sixtus V benoemd en op 14 oktober 1590 gewijd.

14a
14b

Henricus van Bree, 1547-1567

In welk jaar van Henricus van Bree of van Breij de pastorie van Asten aanvaard heeft, is niet met zekerheid bekend, noch kan men beslissen dat hij kanunnik van Sint Jan geweest is en tegen het einde van de 15e eeuw voor die waardigheid bedankte. Op 12 november 1549 staat Henricus van Bree in het kerkarchief van Someren als pastoor van Asten vermeld. Henricus van Bree is in 1567 overleden.

Petrus van den Eijnde, 1567-1570

Petrus van den Eijnde affine treedt volgens Cuijpers op 15 januarij 1570 als vicarius perpetuus, permanente plaatsvervanger, af.

Theodericus Joannis de Ruth, 1570-1581

Volgens Coeverinx vraagt Theodericus Joannis de Ruth in 1570 van heer en meester Petrus Damant, persona personatus, eene verhooging van competentie, daar hij ruim 1300 communicanten telt, en dus een geschikte medehelper nodig heeft. Er is in het archief een document uit 1577 gevonden, waarbij pastoor Dyrck van Rut bemiddelde:

Asten Rechterlijk Archief 78 folio 216; 30-4-1664 copia van 03-12-1577:
Alsoo seeckere twiest ende differentie was geschaepen te rijsen tusschen den Walgebooren Heere Reynhardt, Heer tot Brederode, Clotirigen, des landts Vosholen, Rewijck, Asten ter eender ender ter andere seyden der gemeynder ingeseten der Heerlickheyt Asten en dat aengaende de gruyten, wellicke twiest ende differentie is doet ende te nyet tot op huyden den vierden decembris toe anno 1577 en dat doer wtspreken van goede eerlicke manne van beyde seyden daertoe gecoeren en genoemen te weetende Heer Dyrck van Rut, pastoer tot Asten ende Janne Snoex, schoutent aldaer ende dat onder conditien ende maniere hiernae bescreven. Dat nu voerdaen nyemants heet sij gestelick ofte werlick sal moegen brauwen noch te doen brauwen, noch ennich buytenbieren sal moegen indoen, noch indoen doene kelderen, noch op stellinge leggen om te verkoepen heet en sij dat sij ierst en voeral de Waelgeboeren Heeren offte Zijne gecommitterde te hennen sullen hebben gegeven, ende dat op pene als voer te verbueren nae inhalt zijnder genaden previlegie heet sij in cramen, brueloeften ofte ierste missen darme gelt gheeft en van ellicke gebraut heetsij groet ofte kleyn tot ellicke reysen te geve voer die gruyt vijff stuvers en van buytenbieren van ellicke toenne twee blancken, heetsij min ofte meer naer advenant.
Noch is gecondicioneert dat die ondersaten der Heerlijcheyt Asten sullen moegen vercoepen zekeren erven soe van Peel als van anderen der gemeynten aengaenden ende bij den nagebueren irst en voerall afgetekent en alsdan zijne Genade te kenne te geven opdat zijn Genade Die selve sal moegen besien ende visiteren offte dieselffs te nut ende proffitelick vercocht sullen zijn offte nyet en dat alleer sij heet selve sullen moegen vercoepen. Alnoch sullen die voorschrevene ingeseten der Heerlickheyt Asten torff moegen vercoepen maer aen ghen borgers van Helmont op pene van thien Carolus gulden ellicke rijse te verbueren heeten sij bij orliff offte consent van Zijne Genaden. Dies sullen de naegebueren gehouden wesen te leveren opt sloet van de Waelgeboere Heere tot Asten alle jaer tweehondert behuerlicke voeder toerffs en dat sonder cost offte last van Zijne Genade. Dese conventie en accorde sal gedueren bij en in den leven des waelgeboeren Heere van Brederode en Helena geboeren Gravinne tot Manderscheit, Blanckenheym en Gerartsteyn Vrouwe van Brederode Zijne Genade henne huysvrouwe. Dit is gheschiet bij consent van den Heeren borgemeesteren, Heeren schepenen, kerckmeesters, hijlichgeestmeesters met de gemeyne naegebueren van Asten.
Actum den 3e decembris 1577 en was ondertekend R van Hoeck met signature. Dat dese met sijn principael is accorderende attestere ick ondergeschrevene secretaris der vrije grondtheerlijckheyt Asten. M. van der Lith.

Theodericus Joannis de Ruth is in 1581 overleden.

Franciscus de Ruth, 1581-1591

In november 1581 waren er te Asten 1400 communicanten. Franciscus de Ruth is in 1591 overleden.

Gerardus Borkers, 1591-1592

Gerardus Borkers is geboren te Lierop en heeft volgens Coppens slechts korte tijd de parochie waargenomen, wellicht om het karig bestaan.

Theodericus de Zeilbergh, 1592-1595

Op 28 juni 1593 schrijft Gerardus Jacobs, deken-pastoor van Someren aan de bisschop: "De pastorie van Asten heeft enige tijd gevaceerd en is thans weer zonder bediening. Verleden jaar heeft Theodericus van Zeijlberch deservitor, pater in Ommel, de pastorale zorg op zich genomen tot Sint Jan van dit jaar. De priesters in Asten verblijvende verklaren op 28 juni in de tegenwoordigheid van pater Joannes Vorstius, die thans ob necenitatem de pastorij van Meijel, bisdom Roermond, waarneemt, en van Thomas Petri de Rest van Lierop, den last niet te willen aanvaarden, tenzij in die gevaarvolle tijden de competentie vermeerderd worden". Hierop laat de deken deze scherpe veroordeling van het personaatsmisbruik volgen: "Numquam habet haec ampla parochia suum pastorem (personam) praesentem , abundantes sunt fructus et ministri egentes". Nog nooit heeft zo'n grote parachie met veel communicanten zonder pastoor gezeten. Er rezen in 1593 dan ook klachten uit Asten en Lierop over het personaat, aldus het archief van het bisdom van 's-Hertogenbosch.

Jacobus Barleus de Roy, 1595-1597

Na het overlijden van Meester Jacobus Barleus de Roy presenteerde Henricus van Eersel, abt van Floreffe, Ambrosius Leenselins, doch toen de bisschop Masius de pastorij per concursum, samen, wilde vergeven, trok de abt op 9 mei 1597 zijn voordracht in, en stelde nu voor Meester Thomas Stricken, de candidaat van de bisschop, die volgens het kerkarchief van Asten veel meer bekwaamheden bezat.

Thomas Stricken, 1597-1631

Meester Thomas Stricken was een deftige en geleerde pastoor en toen in 1617 het dekenaat Helmond werd opgedragen, heeft hij grote diensten aan het bisdom bewezen en stond bij bisschop Ophovius in de hoogste achting. De kerkvisitatie van Masius in 1608 pleitte voor de ijver van de pastoor. De bisschop kwam op 6 october uit Helmond om negen uur te Asten aan en vormde, nog nuchter zijnde, op het kerkhof 1300 personen. Hij tekent verder aan dat de kerk goed is hersteld, de kerkornamenten zijn schoon, doch al de altaren zijn geprofaneerd. Volgens het kerkarchief van Asten werd onder pastoor Meester Thomas Stricken in 1619 de broederschap van de Heilige Rozenkrans opgericht. Op 2 juni 1620 bepaalde Thomas Stricken, als landdeken van het district Helmond, nog dat er ten gerieve van de pelgrims die voortdurend aankomen, zal worden gezorgd voor twee biechtstoelen bij het sacrament van Stiphout. Op 23 October 1629, kort na de verovering van 's Hertogenboch schreef Stricken aan bisschop Ophovius, wegens het innemen, door Hollandsch krijgsvolk, van de pastorijen, in zijn district van Helmond. In het rechterlijk archief van Asten wordt Meester Thomas Stricken herhaaldelijk genoemd:

Asten Rechterlijk Archief 4 folio 514; 1600:
Heer en Meester Thomas Stricken, pastoor te Asten eist betaling van de kerkmeesters van twee mud rogge per jaar. Welcke twee mudde rogge Claes van Berckel heeft gemaeckt tot des Heyligen Sacramentsmisse in der kercke gedaen, te weten des donderdaghs, als volgens seeker registerboeck.

Asten Rechterlijk Archief 4 folio 562; 1600:
Meester Thomas Stricken, pastoor, eist betaling van Goris Frans Peters van 4 gulden 3 stuiver 1 ort wegens pacht van een tiende.

Asten Rechterlijk Archief 67 folio 233 verso; 05-12-1613:
Mathijs Willem Thijssen verkoopt aan de Rector van het Sint Andries-altair in de kerk, alhier een rente van ƒ 6,- per jaar. Onderpand twee stukken land de Vennekens te Omel samen 4 lopense. Met deze rente heeft Heer Gerart van Brey, als rector van het Sint Andries-altaar, in aanwezigheid van Meester Thomas Stricken, priester, alhier, twee renten van elk ƒ 3,- gelost voor schepenen Helmont de ene de dato 27-03-1576 en de andere de dato 11-02-1576.

Asten Rechterlijk Archief 67a folio 3 verso; 07-02-1614:
Henrick IJsbout Jacobs en Geldolph Gielis Wouters als provisoren der Taeffelen des Heyligen Geest van Asten met consent van Thomas Stricken, pastoor en het verdere Corpus verkopen aan Jacob Henrick Aerts groes aent Laerbroeck. Belast met 7½ stuiver per jaar in het cijnsboek van Kessel. De koper neemt hiervoor een cijns van 7 gulden 10 stuiver per jaar.

Asten Rechterlijk Archief 70 folio 20; 29-11-1628:
Marie, weduwe Joost Gerardt Waegemaekers, en Jan Joost Gerits, haar onmondige zoon, verkopen aan Dierck Phlipssen een stuck erffve met huys daerop in het Dorp, ene zijde Peeter Lammers, andere zijde Willem Willen. Belast met  150,- aan Heer en Meester Henrick Waeghemaeckers. Marge: op 05-02-1632 heeft de koper ƒ 100,- gelost aan pastoor Thomas Stricken en ƒ 50,- aan de Heer Jacop van den Boomen, namens het Convent van Ommel.

Asten Rechterlijk Archief 70 folio 45; 24-01-1629:
Jan Pauels verkoopt in vorm van belening, aan Thomas Stricken, pastoor te Asten, voor ƒ 60,- land in de Snijerscamp int Root. Belast met eenen daalder per jaar aan Gijsbert Box te 's Hertogenbosch.

Asten Rechterlijk Archief 70 folio 111; 30-06-1629:
Gommarus Bure is van plan om in buytene landen te reysen. Hij maakt zijn testament, waarin ondermeer staat:
Hij wil begraven worden in gewijde aarde.
ƒ 22,- ter ere Gods en tot sieraad van Onze Lieve Vrouw in de Kerk van Asten.
ƒ 26,- aan de arme lieden te Asten, uit te delen direct na zijn dood.
ƒ 12,- aan Gielen Franssen.
ƒ 50,- aan Heer en Meester Thomas Stricken, pastoor te Asten zijn oom.
ƒ 25,- aan Marie Aerts van Bussel.
ƒ 6,- aan Henricxken, dochter Joost Verheyen.
Al zijn verdere goederen, roerend en onroerend, zullen door de Heer pastoor worden uitgedeeld en gedistribueerd.

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 13-01-1630:
Mathijs Driessen heeft op 12 oktober 1629 voor Heer en Meester Thomas Stricken en in tegenwoordigheid van zijn vrouw Engelken, zijn testament gemaakt. Hij heeft aan haar gemaeckt boven de legaten, in zijn testament begrepen, al zijn goederen, zo roerend als onroerend. Omdat de vrienden en erfgenamen de legaten, aan hen vermaakt, terstond na het overlijden van de testateur hebben aanvaard is het testament geratificeerd.

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 17-05-1630:
Worden opgeroepen om onder eede te getuigen, inzake het voorschreven testament en het appointement van 30 april laatstleden Jan Gielis Meulders en Lambert Janssen, als momboiren van Engelken, weduwe Mathijs Driessen, Heer en Meester, Thomas Stricken, landdeken en pastoor te Asten, Meester Peeter Balthasaris, 25 jaar, custer, Jan Maes, 55 jaar, Pauwels Henricx, 39 jaar, Henrick Mertten Diericx, 48 jaar.
De pastoor verklaarde dat de testateur nog veel en meer redenen tot corroboratie van het testament heeft bijgevoegd, die echter in het testament niet beschreven staan.

Asten Rechterlijk Archief 72 folio 2; 04-01-1631:
Jan Jan Stouwen verkoopt aan Heer en Meester Stricken, landdeken van Peelland en pastoor te Asten een cijns van ƒ 100,- à 6%. Te lossen op Sint Barberendach 1631. Onderpand land / hei aan Voordeldonck 10 lopense en hooiveld 4 lopense.

Meester Thomas Stricken is overleden op 14-12-1631 's namiddags om twee uur, zoals Jacobus van den Boomen, pater in Ommel, aan bisschop Ophovius schrijft in het archief van het bisdom van
's-Hertogenbosch. Uit zijn nalatenschap blijkt hij een zoon te zijn van Henrick Stricken en zijn erfenis naar een broer en zus van hem gaat:

Asten Rechterlijk Archief 73 folio 17; 18-02-1632:
Jan Henrick Mennen getrouwd met Jenneken, dochter Henrick Stricken en Jan Henrick Stricken. Zij verdelen de achtergelaten goederen van wijlen Heer en Meester Thomas Stricken, hun broeder en pastoor te Asten.
Dat die voorschreven Jan van Meyel, als principael gejustitueert erfgenaem sijns broeder voorschreven blijckende bij sijnen testamente van deselve goederen gemaeckt sal geven de somme van ƒ 300,- min ƒ 25,- ter oirsaecke van de selve aen den voorschreven Jan Henrick Mennen. Behoudelijck dat die voorschreven Jan van Meyel De voorschreven somme sal mogen betaelen d'een hellichte met erffbrieven en d'ander met geuelden gelde, terstont sondder vuytstel. Item alnoch eenen renthe van 10 gulden per jaar op d'erffgenaemen van Henrick Pot, alhier, waervan Jan van Meyel den brieff daervan sal stellen in handen van de voorschreven Jan Henrick Mennen. Alles met de voorschreven somme los ende vrij van alle lasten en commeren, met alsnoch conditie dat den selven Jan Henricx sal hebben en genyeten vuytten voorschreven sterffhuysse off van Jan van Meyl voorschreven een bed met sijn toebehoerte met alnoch eenen talbaert daer de inden testamenten des voorschreven Heer Thomas Stricken, pastoir in sijnen leven alhier, verhaelt.

Nauwelijks was pastoor Stricken overleden, of er ontstond weer moeilijkheid wegens zijn opvolger. De abt van Floreffe had, bij gebrek aan kanunniken, die de Hollandse taal machtig waren, gedurende een lange reeks van jaren aan wereldse priesters de pastorij van Asten opgedragen, doch presenteerde nu Joannes Loonen, kanunnik van Postel. Ophovius stemde daarmede niet in, verklarende dat de vergeving niet aan een kloosterling geschieden moest. Het geschil werd door de geleerden te Leuven in het voordeel van de abt beslist; Loonen was dus door het recht benoemd pastoor, doch resideerde feitelijk niet te Asten maar te Lierop, terwijl volgens een schrijven van Ophovius van 16 januari 1632, Bernard van Merode heer van Asten en de inwoners tegen de aanstelling van Loonen hevig protesteerden. Hierop werd Meester Henricus Voordeldonck op de 27 februari door den prelaat van Floreffe voorgedragen en op 26 maart als pastoor door de bisschop erkend.

Ook met zijn erfenis zijn nog de nodige problemen:

Asten Rechterlijk Archief 77 folio 101 verso; 24-11-1651:
Dielis Hendrick Aerts getrouwd met Cathalijn, dochter Jan Hendrick Stricken, Jan Michielssen, president, getrouwd met Aelken, dochter Jan Hendrick Stricken, Cornelis Peters getrouwd met Marie, dochter Jan Hendrick Stricken. Allen erven van wijlen Heer Thomas Stricken, pastoor, alhier, en hun oom. Zij verkopen aan Huybert Jan Thielen, hun neef huis, hof, schuur en hofstad ontrent de Kercke, ene zijde en einde Laurens Volders, andere zijde erven Jan Anthonissen van den Eynde off Hansoom, andere einde tegenover de Pastorye of straat; land naast weduwe Jacob Corstiaens 44 roede. Marge 05-10-1653, de koop wordt ongedaan gemaakt en de koopgelden teruggestort.

Joannes Loonen, 1631-1632

Joannes Loonen haalde zijn formeel Baccalaureaat (S. T. B. F.) te Postel en woonde te Lierop. Hij heeft nochtans de pastorie van Asten enige tijd bediend; hetgeen ook elders, meermaals moet plaats hebben, in die tijden van onrust, van vlugten en schaarsheid der Herders.

Henricus Vervoordeldonck, 1632-1635

Henricus Vervoordeldonk is geboren te Asten rond 1580 en rond 1605 getrouwd met Maria Jan Thijssen. Bij notariële akte van 9 maart 1632 te Leuven gemaakt, stelde de pastoor den pater van Ommel, van den Boomen, en zijn kapelaan Bernardus tot procuratoren in het aanvaarden der pastorij. Op 29 januarij 1635 vraagt Henricus Vervoordeldonck pastor Aastensium eene huwelijksdispensatie aan. In het rechterlijk archief van Asten wordt Henricus Vervoordeldonck, ondanks zijn korte periode als pastoor geregeld genoemd:

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 08-03-1635
Op heden 11 mei 1634 compareerde voor mij, Henricus Vervoordeldonck, pastoor in Asten; samen met zijn vrouw Maria, Jan Thijssen, lijdende aan een 'vekernente en periculose siekte', nochtans zijn verstand en memorie zeer wel hebbende. Hij maakt zijn testament.
Aan de kerk van Asten 20 gulden.
Aan de armen van Asten een malder rogge.
Aan zijn broeders en zusters of hun kinderen 50 gulden ieder.
Aan Hendrick Hendricx of zijn kinderen 62 gulden.
Al zijn andere goederen, roerend en onroerend gaan naar Mari, zijn vrouw, om daarmee te handelen naar vrije wil. Na haar dood gaan de goederen naar Margriet haar kind, 'wesende sijne behoude dochter'. De testateur kan 'doer sijne groete kranckheyt en geswollen ooghen' niet met zijn kruisje tekenen. Getuigen: Heer en Meester Peter Balthis, Meeus Thonis Houben en Jan Goorts.

Asten Rechterlijk Archief 73 folio 43 verso; 17-11-1634:
Geldolph Gielissen en Aert Joosten, Heilige Geestmeesters, verkopen aan Henrick van Voordeldonck, pastoor te Asten een seecker huiske en hof achter de Pastorye, ene zijde de Pastorye, andere zijde Dirck Jan Corstjaens, ene einde Jacop Corstjaens, andere einde de straat.

Asten Rechterlijk Archief 74 folio 16; 21-02-1635:
Petrus Bonaventura Brants, jongeman te Meell, in de lande van Hoochstraten, omtrent Breda, ziet af van de twee diverse beursen die hem op 13-10-1631 zijn toegezegd door wijlen Thomas Stricken, pastoor te Asten en den vader des comparants. Pastoor Stricken is collecteur van de beursen, gefundeerd: de eene door Meester Henrick Verweyen renteopbrengst ƒ 73,- per jaar en de andere door wijlen Frans Verweyen, in leven pastoor te Hilvarenbeeck opbrengst ƒ 40,- per jaar. De beursen worden in handen gesteld van Henrick van Voordeldonck, pastoor te Asten en Mathijs Tijssen van Hove.

Asten Rechterlijk Archief 74 folio 31; 13-04-1635:
Heer en Meester Henrick Vervoordeldonck, pastoor te Asten en Mathijs Tijssen van den Hove. Collecteurs van een beurs van ƒ 75,- volgens erfbrieven achtergelaten door Heer en Meester Henrick van der Weyden, priester testament de dato 29-07-1604. Een aanvraag om gebruik te maken van deze beurs is gedaan door Peter, zoon Bonaventura Brants te Meel de dato 21-02-1635. Omdat het testament bepaald dat de naaste van bloede voor gaan, zo komt het dat Henrick, zoon Symon Joost van Bussell daar moeder aff was Margriet, dochter Mathijs Tijssen van der Hove getrouwd met Peterken, dochter Willemken Tuerens van der Weyden en welke ook een aanvraag heeft gedaan, het eerste recht heeft. Met ingang van 1632 kan hij van de helft van het profijt der beurs gebruik maken.

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 08-03-1635:
Kopie testament de dato 11 mei 1634.
Compareerde voor mij, Henricus Vervoordeldonck, pastoor in Asten, samen met zijn vrouw Maria. Jan Thijssen, lijdende aan een vekernente en periculose siekte, nochtans zijn verstand en memorie zeer wel hebbende. Hij maakt zijn testament:
Aan de Kerk van Asten ƒ 20,-.
Aan den Armen van Asten een malder rogge.
Aan zijn broeders en zusters, of hun kinderen ƒ 50,- ieder.
Aan Hendrick Hendricx, of zijn kinderen ƒ 62,-.
Al zijn andere goederen, roerend en onroerend gaan naar Mari, zijn vrouw, om daarmee te handelen naar vrije wil. Na haar dood gaan de goederen naar Margriet, haar kind wesende sijne behoude dochter. De testateur kan doer sijne groete kranckheyt en geswollen ooghen niet met zijn + tekenen. Getuigen zijn: Heer en Meester Peeter Balthis, Meeus Thonis Houben en Jan Gorts.

Asten Rechterlijk Archief 74 folio 42 verso; 08-06-1635:
Heer en Meester Henrick Vervoordeldonck, pastoor te Asten, Jan Jan Maes en Henrick Isbouts, kerkmeesters. Zij hebben ontvangen van Juffrouw Maria en Helena van Beeck ƒ 250,- ter aflossing van een rente van 2 mud rogge per jaar staande op derselver erffpanden derselver Juffrouwen totten dienst off misse van het Hoochweerdich Heylich Sacrament gefundeert volgens den schriftelijcke accoorden daerop gemaeckt de dato 08-03-1634. Consent van bisschop de dato 22-05-1635.

Asten Rechterlijk Archief 74 folio 55 verso; 02-08-1635:
Aert Joost Verdijsseldonck en Jan Aert Teeuwens, Heilige Geestmeesters, verkopen aan de secretaris en Meester Henrick Vervoordeldonck, pastoor, ten behoeve van de Heilige Sacramentsmisse, die gewoonlijk elke donderdag gedaan wordt een cijns van ƒ 250,- à 6%.
Onderpand huis, hof, land en dries aan de Langhstraet, ene zijde Thomas Geldens, andere zijde Willem Dircx en kinderen, ene einde de Loverboschwech, andere einde de Langhstraet; land het Nijenvelt tegenover het huis; beemd het Campken. De gelden van voornoemde cijns worden gebruikt om de goederen van de weduwe en kinderen Peter s'Froyen te betalen.

Henricus Vervoordeldonk is in 1635 te Asten overleden.

Franciscus Verdonschot, 1635-1636

In de voordracht van Hubertus Neefs tot pastoor van Asten door Alexander Bockholtz, pastoor van Lagemierde, namens de abt van Floreffe, op 23 augustus 1636 gedaan, wordt Franciscus Verdonschot als overleden pastoor van Asten vermeld. In een origineel stuk over de novale tiende van junij 1636 ondertekent hij volgens het archief van het bisdom 's-Hertogenbosch met Franciscus Donschot vicarius in Asten. Franciscus Verdonschot is in 1636 overleden.

Hubertus Neefs, 1636-1637

Hubertus Neefs is geboren te Antwerpen rond 1600, bachelier in de godgeleerdheid en priester van de Onze Lieve Vrouwekerk van Antwerpen. Hij was een goed dichter zoals de 'Corte Uitlegginghen van alle de Triumphwerken ghemaeekt ende ghestelt ter eeren des Doorlugtige Prince Cardinael Ferdinandus, Infante van Hispanien', dat hij in 1635 in tweemaal vier en twintig uur als honderden Latijnsche verzen in Nederduitsche dichtmaat overbracht:

Dan er was daer gelyk overal zulke magt van grieksch en latyn , dat een waerdig priester , Hubertus Neefs, met reden oordeelende, dat ijghelijck seer begeerigh moest zyn om het inhout van dese heerlijcke wercken te verstaen, ondernam al de opschriften in het nederduitsch over te zetten, eene taek welke hy in acht-en-veertig uren tyds volbragt. Een paer zeldzame bundeltjes zyn de vruchten van 's mans loffelyk voornemen. Hooren wy vooreerst , hoe by de beschryving van den Triumph-Wegh aenvangt:
Wanneer men duysent schreef ses hondert vyf-en-dertich,
Thien daghen in April en seuen, heel blijhertich
Fris sittende te peerdt, Don Ferdinandus tradt,
Als Gouverneur van 't Lant, 't Antwerpen inde stadt
Als hy den dach te voor, met menichte van schepen,
In een vergulde jacht, van weerde onbegrepen,
Op 't Kiel ghelandt te voet heeft in 't Casteel vernacht,
Waer dat vergadert was schier al d'Antwerpsche pracht.
't Casteel gaf lustich vier, de stadt de van ghelijcken
Op 't Scheldt, op Cattenbergh ende duysent wt de wijcken;
De locht was niet dan vlam niet dan geschoten vier:
Het water van het Scheldt was heet geworden schier.

Hubertus Neefs, door Coppens de Neef genaamd, aanvaardde tevens de pastorale zorg over Bakel, doch het retorsie plakkaat noodzaakte hem zich in het vrije Gemert schuil te houden. Hoelang hij deze gevaarvolle zending heeft volbracht, is moeilijk te bepalen; zeker was hij op 9 februari 1639 pastoor van Son en staat hij in 1643 als pastoor van Neerloon vermeld. Na de Munsterse vrede in 1648 is Asten weldra van een herder voorzien. Volgens het Brabants Historisch Informatiecentrum was hij in 1653 krankzinnig geworden.

Joannes Timmermans, 1637-1648

Joannes Timmermans was als kanunnik van Boxtel van 1630-1632 pastoor van Gemonde, waarbij hij ook het Sint Antoniusaltaar van Maren bediende. Hij verzocht bisschop Ophovius al in 1630 om pastoor te mogen worden in Son, maar werd dat pas in 1632. Joannes Timmermans wordt niet genoemd in het archief van het bisdom van 's Hertogenbosch, maar op basis van onderstaande archiefstukken is hij enige tijd pastoor in Asten geweest:

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 17-02-1638:
Aandracht van Pauwels Colen contra Jan Jacobs. Getuigenverhoor onder eede van Jan Jan de Snijer, 40 jaar en Jenneke Cocx, 67 jaar.
Te vragen of het niet waar is dat, na het afbranden van aanleggers huis, besmet met de pest, Margriet toen, in nood van sterven haar kerkelijke rechten ontvangen heeft en voor de pastoor gedisponeerd heeft de reparatie en vergoeding van de geleden schade door de brand. En dat jullie, met twee andere, die nu overleden zijn, daarvan op 26-08-1636 getuige zijn geweest. Dat de pastoor, Margriets wil en begeerte in presentie van haar, voor U met luide stem opriep en voorlas. Welke wil of acte jullie, ook besmet zijnde met de pest, toen niet hebt kunnen of mogen tekenen?
Jan Jan de Snijer verklaart het eens te zijn met de aandracht en daarbij te persisteren. Hij voegt er aan toe, dat Margriet hem ook nog gevraagd heeft wat hij wilde hebben voor de aan hem toegebrachte schade. Waarop hij heeft geantwoord dat zij elkaar nog wel eens zouden spreken als zij weer gezond was. En dat Margriet groot leetwesen en misbaer thoonde, well drye off vier continuelijck daegen lanck.
Jenneke Cocx weet zeer goed dat de pastoor, in de ziekte van Marie van Bussel, bij haar huis is geweest om een testament te schrijven. Zij weet ook dat de pastoor haar yet wilde zeggen, maar dat zij quaelijck horende niet heeft kunnen verstaan. Ook heeft zij niets begrepen van wat in de aendracht staat.

Asten Rechterlijk Archief 75 folio 138 verso; 30-06-1641:
Tussen Meester Mathijs van den Hove, schout, en Anthonis Canters, president, is verschil gerezen terzake van woorden door de schout tegen Anthonis betreffende beschrijfbrieven en executies door soldaten van de rentmeester der Geestelijke goederen, Peter Schuyl, gedaan aan Bonaventura van den Hove, broeder van de schout. Jan Timmermans, pastoor te Asten, bemiddeld. Het verschil is ontstaan ten huize van Goyaert Michielssen te Helmont.

Asten Rechterlijk Archief 75 folio 208; 11-02-1643:
Willem Joost Goris verkoopt aan Heer Joannes Timmermans, pastoor te Asten en Goyaert Peter Bruystens, secretaris te Vlierden, als collecteurs van een beurs, gesticht door wijlen Heer Hendrick van der Weyden, in leven pastoor op de Grote Begijnhoff, te 's Hertogenbosch en ten behoeve van deze beurs een cijns van ƒ 425,- à 5%. Onderpand een hooibeemd te Astappen 3 lopense, gekomen van de schout en jaarlijks rijdende tegen de andere geerfden in dezelfde beemd; hooibeemd in de Spleet te Astappen tussen de Aa's; land 2 lopense naast Anthonis Canters, uitschietende op de 1e bempt; huis, hof, schuur, schop te Astappen.

Asten Rechterlijk Archief 146; 16-11-1651:
Rekening, bewijs en reliqua gedaan door Michiel Jacops van de Cruys, Willem Joosten en Wilbort Daendels als momboiren van Goortien, onmondige zoon van wijlen Peter Peters van Haubraken alias Peter Peter Poelmans. Jan Tymmermans, pastoor, te Asten, heeft namens Goyaert Peter Poelmans betaling gehad van 2½ cop + ¼e cop en alnog van ½vat rogge per jaar over 1642 tot en met 1645.

In het Katholyk Meyerysch Memorieboek van 1819[5] lezen we dat de katholieken van Asten na de vrede van Munster in 1648 hun kerk aan de gereformeerden kwijtraakten. De katholieken van Asten hadden samen met die van Someren hun Kerkschuur op de grond van Oostenrijks Gelderland onder Weert. Bij deze kerkschuur werd een hut of kleine herberg opgericht, die in 1819 nog aanwezig was.

Joannes Timmermans is rond 1657 overleden.


Vanaf 1672 na de inval van de Fransen mochten de katholieken een eigen schuurkerk in Asten bouwen, naast de voormalige protestantse kerk. Met de Franse revolutie werd de oude kerk in 1798 weer eigendom van de katholieken. De pastoors die in de periode 1648-1798 dienst hebben gedaan, zijn bij de schuurkerk beschreven (zie Voormalige schuurkerk, G463).


Wilhelmus van Asten, 1798-1819

Wilhelmus van Asten is geboren te Lierop op 11-05-1744 als zoon van Laurentius van Asten en Johanna Willems van Moorsel. Wilhelmus van Asten kreeg in 1790 zijn overplaatsing van Valkenswaard naar Asten. Van Peeter Oomen, die met de vorige pastoor Petrus Aerts de erfenis had geregeld, koopt Willem van Asten de visvijver:

Asten Rechterlijk Archief 165 folio 65 verso; 03-05-1790:
Taxatie van de onroerende goederen van Peeter Oomen, te Venroy, hetwelk heden bij donatie zal worden overgedragen aan Heer Willem van Asten, Rooms Pastoor, alhier. Waarde Nieuwe Erve nu een visvijver aan den Astense Dijk 38 roeden ƒ 25-00-00.
Peeter Oomen, te Venrooy, in Pruysisch Gelderland, verkoopt aan Heer Willem van Asten, Roomsch pastor, te Asten land Nieuwe Erve thans een visvijver aan den Astensen Dijk 38 roeden. Verponding ƒ 0-2-0 per jaar. Bij gerechtelijke taxatie ƒ 25-00-00. Bij artikel 5 der ordonnance 24-12-1695 de 40e penning moet worden betaald.

Willem van Asten ontvangt een donatie bij een erfenis:

Asten Rechterlijk Archief 129 folio 119; 20-05-1799:
Cicilia Peter Franse van de Meulendijk, ziek, testeert. Alle voorgaande testamenten vervallen. Haar erfgenamen worden en Armen van Asten voor de helft, Thomas Verhuysen en Francis Verkuylen met zijn verdere broers en zusters, welke comparante niet weet te noemen. En dit onder de volgende bepaling dat de ƒ 50,- diewelke van Jan Philips van Hout moet ontvangen zullen worden uitgereikt aan Willem van Asten, pastoor, alhier.

Bij onwettig geboren kinderen wordt het doopboek van de kerk betrokken om de notitie van de mogelijke vader uit de mond van de vroedvrouw te horen:

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 10-06-1805:
Extractum ex registra baptizatorum Romano Catholica Communitatis de Asten in quo habitur ut signitur. Anno millisimo octingentesima quintodie nona mensis Magi. Baptizata est Joanna filia illegitima Joanna Maria Henrici Roymans et ut mater in partu obstitrici declaravit Joannis Joannis Verberne. Succeptores Arnoldus Petri Aerts et Maria Petri Peters. Concordat cum suo originali quod attestor Gaspar van Maasackers sacell. Ex speciale commissione eed. Domi W. van Asten pastoris.

Uittreksel uit het doopregister van de rooms-katholieke kerk van de Astense gemeenschap. In het jaar 1805 op de 20e dag van de maand mei is gedoopt Johanna onwettige dochter van Johanna Maria Henrici Roymans die tijdens de geboorte aan de vroedvrouw beweerde dat Joannes Joannes Verberne de vader is. Getuigen Arnold Peter Aerts en Maria Peter Peters. Ik bevestig dat zij instemmen met het origineel Gaspar van Maasackers kapelaan. Wilhelmus van Asten pastoor.

Willem van Asten verkoopt de oude pastorie aan de gereformeerden:

Asten Rechterlijk Archief 106 folio 133 verso; 11-03-1807:
Willem van Asten, pastoir, Willem Berkers, Martinus van Bussel, Johannes Knaapen en Marcelis van Bussel, als kerkmeesters van Asten, verkopen aan C. Jansen, predikant, geassisteerd met Leendert van Riet, Hendrik van den Bosch en Abraham van Nouhuys, als gecommitteerden van de Gereformeerde Gemeente van Asten een huis, schop, washuis, sacristie, hof en aangelag genaamd de oude Pastoirswoning 1½ lopense. Gelegen in zijn heggen en kerkmuur met de plaats waar te voren de oude kerk gestaan heeft. Zullende de buitenmuur aan de straat en aan de gevel naar het zuidoosten tot aan de heggen van den hof op die hoogte blijven, zoals bij de koop bepaald is. En de verkopers zullen verplicht zijn de muur daar, alwaar de glasramen gestaan hebben, zo hoog, met goede stenen en kalk behoorlijk op te metselen zodat de gehele muur op gelijke hoogte is. Ook zal de poort of ingang van de afgebroken kerk behoorlijk en vast toegemetseld worden tot op de hoogte van de voorschreven muur. De gevel van de afgebroken kerk is onder de koop begrepen en daarom mag daarvan niets afgebroken worden. Het Peelveld aan de Scheepersdijk zal tussen kopers en verkopers half / half worden verdeeld. Koopsom ƒ 1200,-.

In 1805 werd Joannes Henricus Smits, geboren te Eindhoven zijn assistent. Wilhelmus van Asten is op 20-05-1819 te Asten overleden en hieronder zijn overlijdensakte:

15

Bartholomeus Kemps, 1819-1863

Bartholomeus Kemps is geboren te Leende op 02-04-1787 als zoon van Tilemannus Kemps en Joanna Catharina Hertrooijs. Hij is in 1809 tot priester gewijd en zijn oudere broer Petrus Kemps, pastoor van Sint Jacob te 's-Hertogenbosch, verleende vanaf 1810 assistentie aan de pastoor van de Sint Lambertusparochie te Vught. In de Noord Brabanter van 20-09-1862 viert zijn broer zijn 25-jarige feest en is Bartholomeus Kemps daarbij aanwezig:

16

Onder pastoor Bartholomeus Kemps is door de Zusters van Liefde op 14-07-1841 het Liefdegesticht gebouwd (zie Voormalig liefdehuis, G1036) en in 1843 de tweede kapellanie opgericht. Hieronder een foto van het Liefdegesticht te Asten:

17

Hieronder een korte beschrijving van het doel van het Liefdegesticht:

In de onmiddellijke nabijheid der parochiekerk tegenover de pastorij werd den 19 julij 1841 het Liefdegesticht geopend, dat bestemd werd om daarin onderwijs aan de jeugd te geven, eene bewaarschool te openen (1868), oude mannen en vrouwen te verzorgen, zieken te verplegen en kostjufvrouwen op te nemen. Ten jare 1851 zijn de gebouwen vermeerderd en wachten op uitbreiding en verbetering, terwijl er nog slechts eene noodkapel bestaat. Over het aanzienlijk getal van 19 religieuzen is als moeder aangesteld Norberta van Dijck van Tilburg, die sedert 1841, toen het gesticht slechts vier zusters telde, onafgebroken het gesticht bestuurd heeft.

In dagblad De Tijd van 07-07-1859 beschrijft Bartholomeus Kemps de aankoop van de preekstoel, waarschijnlijk een cadeau bij zijn 50-jarige Priesterjubileum, die nog altijd de kerk van Asten siert:

18
19

Bartholomeus Kemps heeft het geluk gehad zijn gouden jubelfeest van priesterwijding drie jaren te overleven en is op 12-05-1863 te Asten overleden, zoals blijkt uit de advertentie in dagblad De Tijd van 20-05-1863:

20

Hieronder de overlijdensakte en het bidprentje bij zijn overlijden:

21

22
23

Lambertus Joannes van de Mortel, 1863-1893

Lambertus Joannes van de Mortel is geboren te Eindhoven op 05-05-1817 als zoon van hovenier Wilhelmus van de Mortel en Maria Elisabeth Kuppens. Lambertus Joannes van de Mortel is te Sint Michielsgestel op 12-05-1844 tot Priester gewijd en werd kapelaan te Nuenen, in 1852 kapelaan te Gemert en aanvaardde op 21-05-1863 de pastorie van Asten. Hij kreeg hetzelfde jaar een derde kapelaan. In de Noord-Brabanter van 08-08-1868 wordt bekend gemaakt dat Lambertus Joannes van de Mortel aanspreekpunt is voor de studiebeurzen van Henricus van der Weijde:

24

Links wordt in dagblad De Tijd van 29-10-1863 het aantal protestantse ambtsfuncties bekritiseerd. Het oude Liefdegesticht wordt afgebroken en er wordt een nieuw gebouwd; rechts in de krant de Zuid-Willemsvaart van 19-08-1882 worden de restanten te koop aangeboden:

25
26

Volgens dagblad De Tijd van 13-12-1882 krijgt Asten een eigen dekenaat en wordt Lambertus Joannes van de Mortel de eerste deken van Asten:

27

Het Algemeen Dagblad van 29-03-1884 meldt de herdenking van het 40-jarige priesterschap van Lambertus Joannes van de Mortel:

28

Het Nieuws van de Dag van 23-05-1888 en de Grondwet van 24-05-1888 melden het feit dat Lambertus Joannes van de Mortel al 25 jaar pastoor van Asten is:

29

30

Lambertus Joannes van de Mortel is op 25-06-1893 te Asten overleden en in de krant de Zuid-Willemsvaart van 01-07-1893 wordt zijn inboedel verkocht en in diezelfde krant van 12-08-1893 wordt opgeroepen of er nog mensen zijn die iets van deken van de Mortel te vorderen hebben:

31
32

Hieronder het bidprentje bij het overlijden van Lambertus Joannes van de Mortel:

33
34

Johannes Wilhelmus Smits, 1893-1898

Johannes Wilhelmus Smits is geboren te Gemert op 17-09-1843 als zoon van Johannes Smits en Elisabeth Egelmeers. Hij werd op 10-02-1867 tot priester gewijd en was kapelaan in verschillende plaatsen tot zijn benoeming in 1886 als pastoor van Zijtaart. Op 08-07-1893 werd Johannes Wilhelmus Smits tot pastoor van Asten benoemd, zoals genoemd in dagblad De Tijd van 11-07-1893:

35
36

Rechtsboven staat in de Provinciale Noordbrabantsche en 's Hertogenbossche krant van 03-05-1897 het optreden van pastoor Smits als voorzitter van de kiesvereniging.

In de Provinciale Noordbrabantsche en 's Hertogenbossche krant van 24-09-1894 wordt al gesproken over het feit dat pastoor Smits een nieuwe kerk wil laten bouwen:

37

Rechts in de Nieuwe Tilburgsche courant van 20-10-1898 staat de benoeming van Johannes Wilhelmus Smits tot deken van Asten.
38

In 1898 is de bouw van de nieuwe Heilige Maria Presentatiekerk (zie Wilhelminastraat 1) voltooid (foto links) en wordt de kerk door Monseigneur van de Ven, bisschop van 's Hertogenbosch, ingezegend (foto rechts):

39
40

Links in dagblad De Tijd van 04-04-1898 maakt onderwijzer ten Haaf reclame voor de Handelschool in Asten waar pastoor Smits lessen in Godsdienst geeft. Rechts in de krant de Zuid-Willemsvaart van 05-10-1901 de bestraffing van een man die een beeld uit de tuin van pastoor Smits heeft gestolen:

41
42

In de Tilburgsche courant van 23-02-1905 wordt het overlijden van pastoor Smits bericht:

43

Links een foto[6] van Johannes Wilhelmus Smits en rechts een foto met de oude en de nieuwe kerk:

44
45

Johannes Wilhelmus Smits is op 20-02-1905 te Asten overleden en hieronder het bidprentje bij zijn overlijden:

46
47

Het vervolg van de lijst van de pastoors staat beschreven bij de nieuwe Heilige Maria Presentatiekerk (zie Wilhelminastraat 1).

Kapelaans oude parochiekerk

Op basis van het boek Geschiedenis van het Bisdom 's Hertogenbosch van 1872[1] en het boek 'Aasten mi z'n groten toren' van Henk Berkers en Harry Verdijsseldonck ter ere van het 100-jarige bestaan van de Heilige Maria Presentatiekerk te Asten, is een reconstructie van de kapelaans van Asten gemaakt en aangevuld met rechterlijke archiefstukken en krantenartikelen. Tot 1648 gebruikten de kapelaans de oude kerk, van 1648 tot 1798 maakten ze gebruik van een schuurkerk, van 1798 tot 1898 weer de oude kerk en vanaf 1898 de nieuwe kerk. Een tweede kapellanie is in 1843 gestart en een derde in 1863. Hieronder een overzicht van de pastoors van Asten over de periode 1616 tot 1960:

Periode Kapelaan Geboorteplaats / datum Volgende ambt Overlijdensplaats / datum Locatie
1616 Theodorus Petri Peters Oude kerk; G589
1673-1706 Florentius Daendels Asten 08-06-1647 Asten 04-01-1706 Schuurkerk; G463
1689-1694 Hendricus Horckmans Asten 14-02-1662 Pastoor te Leende Leende 21-06-1723
1698-1704 Franciscus van de Cruys Asten 24-03-1674 Pastoor van Asten Asten 28-01-1743
1717-1718 Judocus Loomans Asten 14-10-1690 Asten 27-01-1718
1721-1723 Joannes Sporenbergh Asten 21-04-1697 Asten 03-06-1723
1738-1743 Thomas Kokken Made 19-12-1713 Asten 1743
1754-1763 Simon Braakhuysen Bergeijk 03-08-1719 Pastoor te Gestel Gestel 25-10-1798
1763-1774 Ludovicus van de Mortel Deurne 23-05-1728 Rector te Liessel Liessel 04-12-1776
1785-1795 Joannes Berkers Aarle Rixtel 02-04-1754 Pastoor te Nuenen Nuenen 18-05-1816
1795-1798 Henricus van den Oetelaar 's-Hertogenbosch ±1772 Pastoor te Neerloon Neerloon 21-01-1834
1798-1800 Oude kerk; G589
1800-1801 Daniël van den Berg Gemert 10-04-1774 Kapelaan te Nuenen Valkenswaard 02-11-1858
1801-1812 Gaspar van Maasacker Gerwen 17-07-1775 Pastoor te Woensel Woensel 19-01-1828
1812-1813 Paulus Antonius van Baer Eindhoven 22-10-1788 Kapelaan te Schijndel Maastricht 28-01-1855
1813-1814 Gijsbert Cuppens Eindhoven 14-09-1779 Deed afstand
1814-1819 Josephus van den Berg Heesch 14-07-1780 Pastoor te Nieuwkuijk Nieuwkuijk 08-08-1830
1819-1821 Jacobus de Vocht Helmond 25-12-1793 Kapelaan te Best
1821-1826 Franciscus Josephus Sauvé Asten 09-02-1789 Pastoor te Maarheeze Asten 24-01-1873
1826-1831 Gerardus van de Rijt St Oedenrode 25-05-1798 Asten 30-05-1831
1831-1845 Theodorus Scheutjens Geldrop 31-10-1804 Pastoor te Milheeze Milheeze 06-06-1868
1843-1844 Joannes Baptist Raijmakers Helmond 22-04-1815 Asten 01-05-1844
1844-1863 Willebrordus Brox Esch 25-12-1818 Pastoor te Lagemierde Deurne 01-09-1888
1845-1851 Cornelis van Amelsvoort Tilburg 04-06-1820 Kapelaan te den Bosch Tilburg 18-03-1874
1851-1864 Petrus Maas Leende 15-01-1824 Rector te den Bosch Asten 29-09-1909
1861-1867 Adrianus Sevens Geldrop 12-10-1835 Kapelaan te Berchem Niftrik 06-07-1910
1863-1882 Petrus Verkuijlen Schijndel 21-02-1838 Pastoor te Beugen Boekel 01-10-1915
1865-1869 Gerardus H van Aerssen Helmond 16-09-1827 Pastoor te Steensel Alphen 25-06-1900
1867-1882 Dionijsius Koolen Tilburg 04-05-1839 Pastoor te Ommel Oisterwijk 28-09-1912
1869-1877 Joannes Dionijsius Joren Zevenbergen 18-03-1830 Pastoor te Malden Zevenbergen 07-01-1914
1877-1892 Wilhelmus J van der Putten Stiphout 19-03-1852 Velp
1880-1892 Antonius H Pessers Tilburg 23-10-1852 Rector te Rosmalen Linden 11-03-1912
1882-1888 Philibertus W Goossens Diessen 25-10-1852 Kapelaan te Oss Eersel 22-04-1926
1888-1892 Johannes M van Bokhoven Haarsteeg 16-05-1848 Pastoor te Haren Haren 14-02-1904
1892-1898 Franciscus J van Bommel Tilburg 04-11-1863 Rector te Grave Herpen 09-07-1919
1892-1894 Wilhelmus A van Iersel Waalwijk 16-09-1860 Rector te Oisterwijk Heel 01-09-1926
1894-1898 Hendricus van der Velden Liempde 22-01-1856 Pastoor te Bergharen Puiflijk 01-04-1915
1898-1900 Nieuwe kerk; G1856
1898-1911 Joannes C Martens Udenhout 11-12-1866 Pastoor te Balgoij Balgoij 04-09-1918
1900-1906 Frans F Willaert Boxtel 11-10-1874 Kapelaan Zevenbergen Dussen 28-07-1937
1906-1912 Franciscus M Bots Helmond 24-09-1872 Kapelaan te Gestel Hurwenen 07-03-1921
1911-1917 Antoon van den Broek Wanroij 14-10-1879 Kapelaan te Tilburg Wamel 10-01-1936
1912-1918 Martinus F Sengers Mierlo 19-12-1872 Pastoor te Zwaluwe Zwaluwe 20-07-1935
1917-1920 Joannes M Arnold Tilburg 10-10-1882 Pastoor te Heusden Asten 27-01-1951
1918-1923 Arnoldus J Verhoeven Heusden 21-08-1893 Rector te Goirle Goirle 02-02-1956
1921-1924 Johannes C van der Veeken Made 02-12-1892 Kapelaan te Tilburg Stiphout 01-11-1948
1923-1926 Franciscus A Muselaers Erp 29-05-1890 Kapelaan te Someren Hooge Mierde 28-07-1960
1924-1932 Jacobus N van Loosbroek Oss 05-08-1899 Haarlem 19-06-1932
1926-1940 Petrus W Vossen Tongelre 27-10-1895 Pastoor te Vortum Veldhoven 24-09-1986
1932-1938 Laurentius J Boelaars Tilburg 05-06-1905 Kapelaan te Eindhoven Gemert 12-05-1998
1938-1946 Hendricus C Sanders Nuenen 22-03-1907 Kapelaan te Best Oijen 27-01-1960
1940-1944 Henricus J van Gestel Tongelre 01-03-1906 Kapelaan te Oirschot Spoordonk 06-01-1978
1944-1949 Johannes A van den Wildenberg Oerle 11-09-1903 Pastoor te Heumen Liempde 14-01-1973
1946-1952 Josephus M Vogels Woensel 01-06-1904 Pastoor te Nederasselt Asten 18-01-1976
1947-1960 Joachim J Kamp Waspik 24-07-1920 Pastoor te Nieuwkuijk Vlijmen 12-10-1991
1952-1954 Jacobus A Burghouts Kapelaan te Goirle
1954-1956 Petrus J Pulles Kapelaan te Gemert
1956-1958 Franciscus P van Hoeck Helmond 21-11-1921 Kapelaan te Schijndel Tilburg 18-09-1981

Theodorus Petri Peters

In onderstaand document wordt Theodorus Petri Peters als kapelaan van Asten genoemd:

Theodorus Petri Peters capellanus in Asten, administrator alfaris S. Ludovici, waarvan de heilige geestmeesters collatoren waren, schrijft den 21 mei 1618 aan den bisschop over de geringe inkomsten van dit beneficie.


In de periode 1648-1798 maakten de kapelaans gebruik van een schuurkerk en de kapelaans die in die periode hebben gedaan staan aldaar beschreven (zie Voormalige schuurkerk, G463);


Henricus van den Oetelaar, 1798-1800

Henricus van den Oetelaar is geboren te 's-Hertogenbosch rond 1772 als zoon van Machiel van den Oetelaar en Lucia Versleijen. Henricus van den Oetelaar studeert theologie in Leuven en wordt in 1795 benoemd tot kapelaan van Asten. In 1800 wordt Henricus van den Oetelaar benoemd tot pastoor van Neerloon. Henricus van den Oetelaar is op 21-01-1834 te Neerloon overleden en hieronder zijn overlijdensakte:

48

Daniël van den Berg, 1800-1801

Daniël van den Berg is geboren te Gemert op 10-04-1774 als zoon van Jacobus Janse van den Bergh en Aldegondis Daniels Kievits. Daniël van den Berg studeert theologie in Leuven en in 1800 wordt hij assistent van de pastoor te Asten, doch vertrekt kort daarna als kapelaan naar Nuenen. Bij de volkstelling van 1810 in Nuenen staat Daniël van den Berg als kapelaan:

49

Daniël van den Berg wordt in 1812 pastoor te Valkenswaard en is op 02-11-1858 te Valkenswaard overleden en hieronder zijn overlijdensakte:

50

Gaspar van Maasacker, 1810-1812

Gaspar van Maasacker is geboren te Gerwen op 17-07-1775 als zoon van Petrus van Maesackers en Anna Maria van Lieshout. Hij heeft theologie gestudeerd te Leuven en wordt in 1810 kapelaan te Asten. In 1812 wordt Gaspar van Maasacker pastoor van de Sint Petrusparochie te Woensel en is aldaar op 19-01-1828 overleden en hieronder zijn overlijdensakte:

51

Paulus Antonius van Baer, 1812-1814

Paulus Antonius van Baer is geboren te Eindhoven op 22-10-1788 als zoon van Johannes Petrus van Baer en Maria Helena van Vlochoven. Hij heeft gestudeerd aan het seminarie te Herlaar, is tot priester gewijd in Munster in 1811 en wordt in 1812 tot kapelaan in Asten benoemd. In 1814 wordt Paulus Antonius van Baer kapelaan te Schijndel, later pastoor in den Dungen en in 1826 staat hij in het bevolkingsregister van Waalwijk genoemd als pastoor:

52

In 1836 wordt hij pastoor van de Sint Servatiuskerk in Maastricht en in het bevolkingsregister van 1850 woont hij samen met zijn zuster Diliana in de pastorie op het Vrijthof:

53

Paulus Antonius van Baer is op 28-01-1855 te Maastricht overleden en hieronder het bidprentje bij zijn overlijden en rechts zijn biografie[7]:

54
55

Gijsbert Cuppens, 1813-1814

Gijsbert Cuppens is geboren te Eindhoven op 14-09-1779 als zoon van Wilhelmus Kuppens en Maria Anna Strijbos. Hij heeft aan het seminarie te Herlaar gestudeerd en wordt in 1813 tot kapelaan te Asten benoemd. Gijsbert Cuppens deed afstand van zijn ambt en is niet meer in de archieven terug te vinden.

Josephus van den Berg, 1814-1818

Josephus van den Berg is geboren te Heesch op 14-07-1780 als zoon van Jacobus Arnoldi van den Bergh en Mechtildis Antoni Verstegen. Hij heeft aan het seminarie te Herlaar gestudeerd en wordt in 1814 tot kapelaan te Asten benoemd. In 1818 wordt Josephus van den Berg pastoor te Nieuwkuijk en is aldaar op 08-08-1830 overleden, waarvan hieronder zijn overlijdensakte:

56

Jacobus de Vocht, 1819-1819

Jacobus de Vocht is geboren te Helmond op 25-12-1793 als zoon van Joannus de Vogt en Wilhelma Verhoisen. Hij heeft aan het seminarie te Herlaar gestudeerd en wordt in 1819 tot assistent in Asten benoemd. In datzelfde jaar wordt hij kapelaan in Best en in 1825 pastoor te Goirle. Hij richtte in 1837 het Sint Caeciliakoor op dat nog altijd bestaat. Bij de heemkundekring van Goirle lezen we het volgende over pastoor Jacobus de Vocht:

Met pastoor de Vocht waren we niet zo ingenomen; het was een zeer lastig heerschap, die voortdurend met zijn parochianen overhoop lag. Op den duur waren we dieë pastoor beu en wisten we zeer tegen zijn zin van hem af te komen.

Tot 1839 is hij pastoor van Goirle en verhuist daarna naar Turnhout (B) en is rond 1846 overleden.

Franciscus Josephus Sauvé, 1821-1826

Franciscus Josephus Sauvé is geboren te Asten op 09-02-1789 als zoon van Godefridus Joannes Sauvé en Petronella Joannis Janssen. Hij heeft aan het seminarie te Herlaar gestudeerd en wordt in 1817 kapelaan te Nuenen en in 1821 kapelaan te Asten. In 1826 wordt Franciscus Josephus Sauvé pastoor in Maarheeze. In het notarieel archief komt Franciscus Josephus Sauvé nog voor bij een schuld:

Notarieel Archief 50-16 Asten, 22-03-1827:
Jan Hendrik van Hugten, is schuldig aan Franciscus Josephus Sauvé, pastoor te Maarheese ƒ 200,-. Als borg een huis en aangelag te Diesdonk, groot 16 roede 50 el, ene zijde kinderen Goort van Bussel.

Tot 1865 is hij in Maarheeze pastoor en keert dan terug naar Asten. Franciscus Josephus Sauvé is op 24-01-1873 te Asten overleden en hieronder het bidprentje bij zijn overlijden:

57
58

Gerardus van de Rijt, 1826-1831

Gerardus van de Rijt is geboren te Sint Oedenrode op 25-05-1798 als zoon van Antonius Dirk van de Rijt en Helena Geerts Joannes Bruisten. Hij heeft aan het seminarie te Herlaar gestudeerd en wordt in 1826 als kapelaan van Asten benoemd. Gerardus van de Rijt is op 30-05-1831 te Asten overleden en hieronder zijn overlijdensakte:

59

Theodorus Scheutjens, 1831-1845

Theodorus Scheutjens is geboren te Geldrop op 31-10-1804 als zoon van Walterus Scheutjens en Helena Schenkels. Hij heeft aan het seminarie te Herlaar gestudeerd en wordt in 1831 als kapelaan van Asten benoemd. In 1845 wordt hij de eerste pastoor van Milheeze en in het gemeente-archief van Gemert en Bakel staat het volgende beschreven[8]:

De inwoners wilden graag een zelfstandige parochie stichten en niet meer naar de kerk in Bakel. In 1844 kreeg het dorp toestemming van de bisschop en de koning om de bouwvallige kapel om te bouwen tot een kerk. Wel moesten ze dat op eigen kracht doen. Ze werkten gratis, leverden bomen en zamelden geld in voor bouwmaterialen en loon voor de aannemer. Eind 1845 was de kerk klaar en er werd een pastoor benoemd: Theodorus Scheutjens. De eerste pastoor doet in zijn memories verslag van zijn blijde inkomste:
Den 27 october 1845 met toeloop van veel volk onder het gelos van geweerschoten en het zingen van liederen toepasselijk op den nieuwen pastoor, met trom en vaandel van den aloude daarbestaande gilde van den Heiligen Antontonius abt. Den eersten trommelslag die zij deeden sloegen zij door het vel. Door behendigheid wierpen zij de trom het onderste boven en zoo wierd ik onder een ellendig geraas van eene valschen trom ingeleid. Voor den ingang der pastorij spreiden zij het vaandel uit, opdat ik daarover binnen de pastorij zoude gaan doch het was zoo verscheurd, dat ik dacht dat ik er met mijne voeten in zoude verwarren, doch ik waagde het evenwel en ging zo over het vaandel zonder te wensen of mijne benen te breken binnen de pastorij. Intusschen was de weg van den smet H. Vlemmings tot de pastorij toe met smalle boomkens bezet. Al het aanwezige volk, bijzonder die mede gesierd hadden en kroonen gemaakt voor de pastorij, heb ik met eenige fleschen witten en roode wijn getracteerd en zoo is de plechtigheid geeindigt.

60

Theodorus Scheutjens is op 06-06-1868 te Milheeze overleden en in dagblad de Tijd van 10-06-1868 staat zijn overlijdensadvertentie:

61

Hieronder de overlijdensakte van Theodorus Scheutjens:

62

Op zijn graf achter de kerk van Milheeze staat de volgende tekst:

D.O.M. Hier rust de eerwaarde heer T. Scheutjens geboren te Geldrop den 31 october 1804 die dit monument in zijn leven liet maken overleden 6 junij 1868 hoe ik geweest ben in mijn leven zullen u de parochianen verhalen. Geloovigen leert hier dat gij sterfelijk zijt en bidt goed voor de dooden. Hij roept nog tot u ontfermt u mijner hoort zijne stem. R.I.P.

Joannes Baptist Raijmakers, 1843-1844

Joannes Baptist Raijmakers is geboren te Helmond op 22-04-1815 als zoon van Henricus Joannes Raijmakers en Petronella van den Elsen. Hij is in 1843 tot kapelaan van Asten benoemd. Joannes Baptist Raijmakers is op 01-05-1844 te Asten overleden en hieronder zijn overlijdensakte:

63

Willibrordus Brox, 1845-1863

Willibrordus Brox is geboren te Esch op 25-12-1818 als zoon van Lourens Brox en Maria van Houtum. Hij is in 1844 te Sint Michielsgestel tot priester gewijd en in 1845 wordt hij tot kapelaan in Asten benoemd. In 1863 wordt hij pastoor in Lage Mierde en in het bevolkingsregister van Hooge en Lage Mierde over de periode 1870-1890 komen we Willibrordus Brox als pastoor tegen:

64

In 1873 verhuist Willibrordus Brox naar Deurne om daar het ambt van pastoor uit te oefenen, waarbij onder zijn leiding tussen 1881 en 1884 de kerk ingrijpend is verbouwd onder architectuur van Pierre Cuijpers. In de Provinciale Noordbrabantsche en 's Hertogenbossche courant van 08-01-1874 de aanstelling van Willibrordus Brox tot pastoor van Deurne en in diezelfde krant van 23-02-1878 bericht hij over een studiebeurs:

65
66

Willibrordus Brox is op 01-09-1888 te Deurne overleden en hieronder het overlijdensbericht in dagblad de Tijd van 04-09-1888 en het bidprentje bij zijn overlijden:

67

68
69

Cornelis Norbertus van Amelsfoort, 1844-1851

Cornelis Norbertus van Amelsfoort is geboren te Tilburg op 04-06-1820 als zoon van fabrikant Nicolaus van Amelsvoort en Maria Roberta Cleijsen. Cornelis Norbertus van Amelsfoort heeft aan het seminarie van Haaren gestudeerd en begint in 1844 zijn loopbaan als kapelaan te Asten. Hij is in 1851 naar 's-Hertogenbosch overgeplaatst en is tot 1865 kapelaan der Sint-Janskerk geweest. In 1865 volgt zijn benoeming tot plebaan van die zelfde kerk, in 1866 tot kanunnik en in 1867 tot deken der stad. In de Noord Brabanter van 24-12-1867 geeft hij opdracht tot de versiering met glas-in-lood-ramen:

70

Cornelis Norbertus van Amelsfoort is op 18-03-1874 te Tilburg overleden en hieronder het bidprentje bij zijn overlijden:

71
72

Petrus Maas, 1851-1864

Petrus Maas is geboren te Leende op 15-01-1824 als zoon van Wilhelmus Maas en Maria Elisabeth Kemps. Hij heeft aan het seminarie van Haaren gestudeerd en wordt in 1851 bij zijn oom Bartholomeus Kemps benoemd tot kapelaan. In 1864 wordt hij tweede rector der Godshuizen in 's Hertogenbosch. Petrus Maas is van 1872 tot 1873 pastoor van Escharen en daarna pastoor in Strijp in 1873, waar hij rond 1887 de Sint Trudokerk bouwde. Petrus Maas is sinds 1908 emeritus pastoor, zoals bericht in dagblad de Tijd van 04-05-1908:

73

In de Peel- en Kempenbode van 25-07-1908 verkoopt Petrus Maas nog enige stukken land te Leende (zie hieronder linksboven). Petrus Maas is op 29-09-1909 in het Liefdegesticht te Asten overleden en linksonder de overlijdensadvertentie in de krant de Zuid-Willemsvaart en rechts het bidprentje bij zijn overlijden:

74

75

76

Adrianus Sevens, 1861-1867

Adrianus Sevens is geboren te Geldrop op 12-10-1835 als zoon van Antonie Sevens en Johanna van Schijndel. Hij is in 1861 tot priester gewijd in 's Hertogenbosch en begint daarna als kapelaan te Asten. In 1867 wordt Adrianus Sevens kapelaan te Berchem en in het bevolkingsregister van Berchem over de periode 1860-1880 staat Adrianus Sevens als kapelaan te Berchem genoemd:

77

In 1867 vertrekt Adrianus Sevens als kapelaan naar Haps en in 1880 wordt hij pastoor te Niftrik, zoals genoemd in dagblad de Tijd van 02-10-1880:

78

In 1905 viert hij daar zijn zilveren priesterfeest waarvan linksonder een verslag in de Maasbode van 10-10-1905. Adrianus Sevens is op 06-07-1910 te Niftrik overleden en rechtsonder het bidprentje bij zijn overlijden:

79
80

Petrus Verkuijlen, 1863-1882

Petrus Verkuijlen is geboren te Schijndel op 21-02-1838 als zoon van Andries Verkuijlen en Lamberdina van den Bergh. Petrus Verkuijlen wordt in 1862 tot priester gewijd en begint zijn loopbaan in 1862 als assistent te Tilburg-Heikc en wordt in 1863 benoemd tot kapelaan in Asten. In 1882 verhuist hij naar Beugen alwaar hij het pastoorsambt aanvaardt. In 1885 wordt Petrus Verkuijlen benoemd tot pastoor van Boekel en 25 jaar later viert hij zijn zilveren pastoorsfeest, waarvan hieronder een verslag met foto:

Op 24 mei 1910 vierde Petrus Verkuijlen zijn zilveren jubileum als pastoor van de Heilige Agathaparochie te Boekel. Op die dag werd om 10 uur door de Zeer Eerwaarde jubilaris een solemnele Heilige Mis opgedragen, geassisteerd door 4 Eerwaarde Priesters, allen geboortig van Boekel. De Zeer Eerwaarde heer Timmer, pastoor te Lage Mierde, ook geboortig van Boekel, hield de feestpredicatie.
De mis werd verstoord door een brand, waarbij Henri Reijbroek is komen te overlijden.

81

Petrus Verkuijlen is op 01-10-1915 te Boekel overleden en hieronder een verslag van de uitvaart in de krant de Zuid-Willemsvaart van 09-10-1915:

82

Hieronder een foto van Petrus Verkuijlen en zijn overlijdensakte:

83
84

Gerardus Hubertus van Aerssen, 1865-1869

Gerardus Hubertus van Aerssen is geboren te Helmond op 16-09-1827 als zoon van Petrus Antonius van Aerssen en Catharina Verhofstadt. Hij is in 1851 tot priester gewijd en begint daarna als kapelaan te Tilburg-Korvel. In 1865 wordt hij tot kapelaan in Asten benoemd en blijft daar tot 1869 waarna hij pastoor van Steensel en Knegsel wordt. In 1875 volgt zijn benoeming tot pastoor van Alphen, zoals vermeldt wordt in het Algemeen Handelsblad van 19-02-1875:

85

86
In de Maasbode van 27-03-1900 wordt het zilveren pastoorsfeest van Gerardus Hubertus van Aerssen gemeld:
87
Gerardus Hubertus van Aerssen is op 25-06-1900 te Alphen overleden en in de Maasbode van 28-06-1900 het bericht over zijn overlijden:
88

Hieronder het bidprentje bij het overlijden van Gerardus Hubertus van Aerssen:

89
90

Dionisius Koolen, 1867-1882

Dionisius Koolen is geboren te Tilburg op 04-05-1839 als zoon van Franciscus Dionisius Koolen en Anna Cornelis van Hasselt. In 1867 wordt Dionisius Koolen tot kapelaan in Asten benoemd en in 1882 wordt hij de eerste pastoor van de dan zelfstandige parochie Ommel. In de Tilburgsche Courant van 20-04-1882 staat de benoeming van Dionisius Koolen als eerste pastoor van Ommel:

91

Dionisius Koolen vertrekt op 12-09-1912 naar Oisterwijk en linksonder het eervol ontslag van pastoor Dionisius Koolen in de Leidsche Courant van 27-08-1912 en rechtsonder een foto van Dionysius Koolen:

92
93

Dionisius Koolen is op 28-09-1912 te Oisterwijk overleden en in dagblad de Tijd van 30-09-1912 de overlijdensadvertentie en in diezelfde krant van 17-10-1912 de dankbetuiging:

94
95

Hieronder de overlijdensakte van Dionisius Koolen:

96

Joannes Dionijsius Joren, 1869-1877

Joannes Dionijsius Joren is geboren te Zevenbergen op 18-03-1830 als zoon van Antonius Joren en Antonia Maas. Joannes Dionijsius Joren is na zijn priesterwijding in 1854 kapelaan te Deventer, in 1858 kapelaan in de Sint Pieter te 's Hertogenbosch 1858 en kapelaan te Someren in 1867. In 1869 wordt Joannes Dionijsius Joren tot kapelaan van Asten benoemd, hetgeen hij tot zijn benoeming tot pastoor te Malden in 1877 heeft gedaan. Volgens de Tilburgsche courant van 08-12-1886 wordt hij in 1886 deken van het dekenaat Druten:

97

Joannes Dionijsius Joren is op 07-01-1914 te Zevenbergen overleden en in de krant de Grondwet van 10-01-1914 een korte levensbeschrijving:

98

In de Maasbode van 04-03-1914 de dankbetuiging van de nabestaanden:

99

Hieronder de overlijdensakte van Joannes Dionijsius Joren:

100

Wilhelmus Josephus van der Putten, 1877-1892

Wilhelmus Josephus van der Putten is geboren te Stiphout op 19-03-1852 als zoon van Francis van der Putten en Antonet Sengers. Hij is in 1876 tot priester gewijd en komt in 1877 van het seminarie van Haaren en wordt kapelaan te Asten, zoals genoemd in het Nieuws van de Dag van 14-02-1877:

101

Wilhelmus Josephus van der Putten vertrekt in 1882 naar Velp en komt verder niet meer in de archieven voor.

Antonius Henricus Pessers, 1880-1892

Antonius Henricus Pessers is geboren te Tilburg op 23-10-1852 als zoon van Andries Pessers en Johanna Maria Beunis. Hij heeft aan het seminarie te Haaren gestudeerd en is in 1879 tot priester gewijd. Antonius Henricus Pessers begint in 1880 als kapelaan te Asten en verhuist in 1892 naar Rosmalen. Hij beoefent daar de functie van rector van de inrichting Coudewater. In 1899 wordt hij pastoor te Catwijk en Klein-Linden en is daar op 11-03-1912 overleden. Zijn overlijden wordt in dagblad de Tijd van 12-03-1912 bericht:

102

Hieronder de overlijdensakte van Antonius Henricus Pessers:

103

Philibertus Willibrordus Goossens, 1882-1888

Philibertus Willibrordus Goossens is geboren te Diessen op 25-10-1852 als zoon van Willem Goossens en Maria Anna Kouwenbergh. Hij is in 1877 tot priester gewijd, werkt vanaf 1878 als kapelaan in Tongelre en is in 1882 tot kapelaan in Asten benoemd. In 1888 verhuist hij naar Oss en wordt in 1895 pastoor van Rossum. Daar viert hij zijn zilveren priesterfeest, zoals gemeld in de Provinciale Noordbrabantsche en 's Hertogenbossche courant van 30-07-1902:

104

Daarna wordt Philibertus Willibrordus Goossens pastoor van Eersel en is aldaar op 22-04-1926 overleden en hieronder een foto en zijn overlijdensakte:

105
106

Johannes Martinus van Bokhoven, 1888-1892

Johannes Martinus van Bokhoven is geboren te Haarsteeg op 16-05-1848 als zoon van Johannes van Bokhoven en Catharina van Iersel. Hij is in 1874 tot priester gewijd, is daarna kapelaan te Oss en wordt in 1888 tot kapelaan in Asten benoemd. In 1892 vertrekt Johannes Martinus van Bokhoven naar Megen, Haren en Macharen alwaar hij pastoor van de Sint Lambertusparochie te Haren wordt. Johannes Martinus van Bokhoven is te Haren op 14-02-1904 overleden en in dagblad de Tijd van 17-02-1904 de overlijdensadvertentie en rechts de grafsteen van pastoor van Bokhoven op het kerkhof van de Sint Lambertuskerk te Haren:

107
108

Franciscus Johannes Maria van Bommel, 1892-1898

Franciscus Johannes Maria van Bommel is geboren te Tilburg op 04-11-1863 als zoon van Martinus Hubertus van Bommel en Petronella Norberta van der Weegen. Hij heeft gestudeerd aan het seminarie van Haaren en is in 1889 tot priester gewijd. Hij begint daarna als kapelaan de Reusel en in de Tilburgsche courant van 11-02-1892 staat het bericht dat Franciscus Johannes Maria van Bommel tot kapelaan in Asten is benoemd:

109

In 1898 vertrekt Franciscus Johannes Maria van Bommel naar Grave en wordt rector van het gesticht voor blinde meisjes. Hij wordt in 1907 pastoor te Overlangel en is op 09-07-1919 te Herpen overleden.
Hieronder het overlijdensbericht in de Maasbode van 11-07-1919:

110

Hieronder de overlijdensakte van Franciscus Johannes Maria van Bommel:

111

Wilhelmus Adrianus Josephus van Iersel, 1892-1894

Wilhelmus Adrianus Josephus van Iersel is geboren te Waalwijk op 16-09-1860 als zoon van Antonius van Iersel en Johanna Helena van Nuenen. Hij heeft aan het seminarie van Haaren gestudeerd en is in 1885 tot priester gewijd. Daarna is Wilhelmus Adrianus Josephus van Iersel assistent te Woensel en in 1886 kapelaan te Best. In de Maasbode van 02-10-1892 staat zijn benoeming tot kapelaan van Asten:

112

In 1894 wordt hij rector van de zusters Penitenten Recollectinen te Oisterwijk, in 1902 kapelaan te Wamel en in 1904 pastoor van Acht. In 1910 krijgt Wilhelmus Adrianus Josephus van Iersel eervol ontslag en verhuist naar een klooster in Heel alwaar hij op 01-09-1926 is overleden. Hieronder in het Algemeen Handelsblad van 04-09-1926 het bericht van zijn overlijden:

113

Hendricus van der Velden, 1894-1898

Hendricus van der Velden is geboren te Liempde op 22-01-1856 als zoon van Nicolaas van der Velden en Maria van de Laar. Hij is in 1880 priester gewijd en in 1882 wordt hij tot kapelaan te Millingen benoemd. In de Maasbode van 04-09-1894 staat zijn aanstelling als kapelaan te Asten:

114

In 1900 wordt Hendricus van der Velden pastoor in Bergharen en is op 01-04-1915 te Puiflijk overleden, zoals bericht in dagblad de Tijd van 02-04-1915:

115

Hieronder de overlijdensakte van Hendricus van der Velden:

116


Het vervolg van de lijst van de kapelaans staat beschreven bij de nieuwe Heilige Maria Presentatiekerk (zie Wilhelminastraat 1).

Predikanten oude parochiekerk

Na de vrede van Munster aan het eind van de 80-jarige oorlog hebben predikanten getracht om de gereformeerde geloofsleer in het katholieke Noord Brabant over te brengen. Zij hebben daarbij het bestuur, de kerken en de scholen overgenomen en de katholieken stelselmatig onderdrukt. Na de Franse invallen rond 1795 heerst er weer vrijheid van godsdienst en blijkt dat na 150 jaar vrijwel nog elke Brabander katholiek te zijn.
Een artikel in dagblad Trouw van 16-04-1952 geeft een goede beschrijving van hoe het met de religie is gegaan. Weliswaar speelt het verhaal zich af in de Kempen, maar de situatie in de Peel was veelal vergelijkbaar:

117

Wie waren deze dominees in Asten, waar kwamen ze vandaan en welke rol hebben zij gespeeld tijdens hun ambtsperiode? Op basis van een lijst met predikanten[9] en verdere literatuurbronnen, waaronder de Maendelyke uittreksels, of de Boekzael der geleerde werrelt, Volume 29, 1741 en is een lijst met predikanten samengesteld:

118

Door nader onderzoek in archieven is getracht een beeld te schetsen van wat er toentertijd speelde en in de volgende hoofdstukken wordt voor elke predikant een korte levensbeschrijving gegeven.

Hieronder een overzicht van de predikanten van Asten over de periode 1648 tot 1944:

Periode Pastoor Geboorteplaats en datum Overlijdensplaats en datum Locatie
1648-1650 Henricus Gobelius ±1650 Oude kerk; G589
1650-1655 Johannes Gerardus Samplonius Leeuwarden 18-11-1621 Heerenveen 1688
1655-1665 Godefridus de Ruyter ±1630 Nuenen 1691
1665-1679 Wilhelmus Aelstius ±1625 Castricum 13-02-1700
1680-1682 Hugo Vogelsang ±1660 Asten 26-07-1683
1688-1692 Casparus Curtius Nuenen ±1660 Nuenen 1726
1693-1695 Daniël Immens Oirschot 03-04-1663 Asten 1695
1694-1720 Wilhelmus Henricus Vermeer Aarle 1668 Asten 21-09-1720
1721-1731 Petrus Godefridus Josselin 's-Hertogenbosch 17-02-1695 Schiedam 02-05-1776
1731-1735 Cornelius Janssen Maastricht ±1700 Woensel 11-01-1772
1736-1737 Johannes Adrianus Leveriksveldt Asten 18-05-1737
1737-1762 Hermannus Alberts Nijmegen 13-12-1706 Eindhoven 30-03-1786
1762-1765 Petrus Molengraaff Eindhoven 05-03-1732 Maarheeze 06-02-1804
1766-1773 Johannes Hermannus Janssen Woensel 24-05-1739 Woensel 08-08-1796
1774-1775 Justus Louis Janssen Woensel 06-04-1746 Bladel 05-02-1824
1776-1798 Casparus Janssen Woensel 11-08-1743 Asten 14-12-1826
1776-1810 In de pastorie
1810-1826 Nieuwe kerk; G464
1827-1830 Geert Jans Cool Appingedam 1802 Achtkarspelen 26-08-1866
1831-1838 Meindert Niemeijer Amsterdam 18-03-1803 Utrecht 20-12-1874
1838-1878 Hendrik Boot Gorinchem 02-05-1805 Asten 29-03-1878
1880-1881 Adrianus Cornelis Kamerman Kloetinge 28-12-1819 Nijmegen 03-02-1902
1910-1915 Karel Eekhof Amsterdam 22-05-1850 Heemstede 24-09-1938
1915-1922 Johann Heinrich Christian Israël Driebergen 17-11-1935
1922-1925 Pieter van Dam Vlaardingen 29-03-1871 Amersfoort 23-05-1956
1929-1934 Reinder Bruins Bellingwolde 08-11-1870 Eindhoven 27-03-1934
1935-1937 Johannes Hendrik Denee Amsterdam 31-07-1887 Asten 12-11-1958
1937-1941 Hendrik van Vliet Rotterdam 28-04-1910 Alphen aan de Rijn 04-05-1992
1941-1944 Duco van Krugten Rotterdam 13-10-1912 Amersfoort 13-10-2001

Henricus Gobelius 1648-1650

Over de eerste predikant van Asten is weinig bekend en alleen Hendrik Nicolaas Ouwerling heeft er in Taxandria, tijdschrift voor Noordbrabantsche geschiedenis en volkskunde, jaargang 37, 1930, over geschreven en wordt hij met naam en toenaam genoemd:

119

Hoewel in sommige publicaties als voornaam Johannes Gobelius wordt genoemd, neig ik meer naar bovenstaande publicatie en hou het op Henricus Gobelius, die waarschijnlijk in 1650 is gestorven. Hieronder een pentekening van de parochiekerk van Asten, die door de gereformeerden in gebruik is genomen:

120

Henricus Gobelius is slechts kort predikant geweest en wordt in 1650 als predikant te Asten opgevolgd door Johannes Gerardus Samplonius.

Johannes Gerardus Samplonius, 1650-1655

De opvolger van predikant Henricus Gobelius is Johannes Gerardus Samplonius, geboren te Leeuwarden op 18-11-1621 als zoon van Geert Hessels Samplonius en Imcke Kienes. Hij is te Franeker op 10-01-1638 als student in de theologie ingeschreven, en heeft het predikambt op Ameland van 1647-1650 vervuld. Johannes Gerardus Samplonius is op 05-07-1649 te Sneek getrouwd met Jancke Douwes, geboren te Akrum rond 1623. Het gezin van Johannes Gerardus Samplonius en Jancke Douwes:

# Voornaam Geboorte Huwelijk Overlijden Referentie
1 Douwe Asten ±1651 predikant
2 Hessel Asten ±1652
3 Gerhardus Haskerhorn ±1658 Tjerkgaast 14-08-1687
Foekje Seerps
Tjerkgaast 27-09-1738 predikant
4 Imke Haskerhorn ±1660 Heerenveen 23-11-1679
Hylke Arjens
5 Ybeltje Haskerhorn ±1662 Heerenveen 02-12-1683
Gerlof Ages de Lover

Predikant Johannes Gerardus Samplonius is in 1650 verroepen naar Asten en maakt in onderstaande resolutie bezwaar tegen de in zijn ogen geringe vergoeding voor zijn verhuizing:

Resoluties Raad van State, 178.194; 22-05-1652:
Rekest van Johannis Gerhardi Samplonius, predikant te Asten, die verklaart dat hij zijn meubelen van Ameland naar Asten heeft moeten transporteren en dat hem dat meer dan 300 gulden heeft gekost volgens zijn overgeleverde declaratie. Hij beklaagt er zich over dat slechts 160 gulden is vergoed en verzoekt, mede omdat hij maar 10 gulden meer heeft ontvangen als de beroepen predikant die vanuit de Bommeler- en Tielerwaard komen, of men deze zaak niet opnieuw wil bekijken en wil overgaan tot een behoorlijke vergoeding. Men trekt de vergoeding van 160 gulden in en besluit het vergoedingsbedrag op te trekken tot 200 gulden.

Hoe zijn tijd in Asten verder is vergaan wordt goed belicht in onderstaande verhalen uit het tijdschrift Taxandria, tijdschrift voor Noordbrabantsche geschiedenis en volkskunde, 1931, 01-01-1931:

121

122

Uit het bovenstaande is op te maken dat Johannes Gerardus Samplonius vooral bezig is met geldzaken, zijn vergoeding voor de verhuizing, het opknappen van zijn huis en het leeghalen van de katholieke kerk om geld voor de inrichting als gereformeerde kerk. Johannes Gerardus Samplonius is tot november 1655 predikant in Asten, vervolgens te Haskerhorn van 1655-1663 en tenslotte te Heerenveen van 1663-1688. Hij deed zich kennen als een fel bestrijder van het nieuw opkomend Coccejanisme. Dit was een geloofsleer van Johannes Coccejus over de verbondsleer (vergelijkingen tussen het Oude Testament en het Nieuwe Testament) en de sabbat (de zondagheiliging was een ceremonieel gebod en geen moreel gebod).

Johannes Gerardi Samplonius is te Heerenveen in 1688 overleden.

Johannes Gerardi Samplonius is in 1656 als predikant te Asten opgevolgd door Godefridus de Ruyter.

Godefridus de Ruyter, 1655-1665

Als opvolger van predikant Johannes Gerardi Samplonius wordt benoemd Godefridus de Ruyter, geboren rond 1630. Hij was getrouwd met de Wael, geboren rond 1635 als dochter van Francisco Nicolaij de Wael en Maeijken van Clootwijck, en hieronder zijn gezin:

# Voornaam Geboorte Huwelijk Overlijden Referentie
1 Elijsabeth Nuenen 10-07-1667 Kind Nuenen 11-07-1667
2 Elijsabeth Nuenen 07-08-1668 Kind Nuenen ±1674
3 Susanna Nuenen 29-01-1670
4 Francoise Nuenen 15-05-1671
5 Franciscus Nuenen 30-11-1674
6 Elijsabeth Nuenen 10-05-1676
7 Willem Adriaan Nuenen 04-07-1677
8 Cecilia Nuenen 09-08-1678

Godefridus de Ruyter is waarschijnlijk een zwager van secretaris van Asten, Martinus van der Lith. Kort na zijn aantreden klaagt Godefridus de Ruyter dat de pastorie weinig bescherming biedt:

Resoluties Raad van State 178.198, folio 252; 16-05-1656:
Godefridus de Ruijter, predikant te Asten, geeft te kennen dat rentmeester Pieterson ten profijte van het land heeft laten afbreken en verkopen een zekere schuur en stal aan de weg langs de pastorie aldaar, waardoor die pastorie nu wel erg open ligt en verzoekt om een aan te brengen omheining of staketsel. Men laat de beslissing aan de gecommitteerden op de verpachting der tienden.

Godefridus de Ruyter heeft een belangrijke rol gespeeld bij het verkopen van de altaren in 1658, die door zijn voorganger Samplonius uit de kerk zijn verwijderd, zoals bericht in Taxandria, tijdschrift voor Noordbrabantsche geschiedenis en volkskunde, 1931, 01-01-1931:

123

De altaren en andere kerkelijke ornamenten zijn vermoedelijk aan een kerk in Engeland verkocht. Godefridus de Ruyter heeft de pastorie nog laten repareren:

Resoluties Raad van State (178.205), folio 326; 11-06-1664:
Rekest van Godefridus de Ruijter, predikant te Asten en Ommel, in verband met reparaties aan het huis wat hij bewoont.

Er vinden schermutselingen plaats door de katholieken aan de gereformeerden en predikant Godefridus de Ruyter doet er zijn beklag over:

Archief van de classis van Kempen- en Peelland, toegang 257 folio 3 verso; 28-07-1665:
Alsoo Dominus Deputatis classes seer instantelick van Dominee de Ruijter versocht sijnde haer te willen begeven tot Asten rapporteren wegens haer besonges ende klachten haer aldaer voorkomen soo van den predicant, drossaert, secretaris en van den weledele heere selfs over de groote ende onverdraeghelicken stoutigheden, die dagelijckx uijt het huijs van Volders tegens haer Eerwaarden werden gepleecht in zoo verre, dat sij verklaerden ingevalle geen remedien daer tegens werden gestelt, tsij door classicale voorsorge of andere, haer onmogelick waere insonderheijt van die van de gereformeerde religie aldaer te verblijven, waer op gedelibereert wert dese sake uijtgestelt ad proximam classem.

Godefridus de Ruyter heeft het verkopen van de verschillende altaren op zijn geweten en heeft net als zijn voorganger geld nodig voor zijn eigen huis. Hij was waarschijnlijk niet erg geliefd bij de Astenaren en nadat er door de katholieken stoutigheden werden gepleegd wil hij Asten verlaten. Godefridus de Ruyter vertrekt kort daarna naar Nuenen en krijgt hij ruzie met de latere Deurnese schoolmeester Aert van Hoek, stamvader van de vele van Hoeks in Asten en Deurne. Godefridus de Ruyter is in 1691 in de pastorie op Langlaar gestorven en in de kerk van Gerwen begraven.

Godefridus de Ruyter is in 1665 als predikant te Asten opgevolgd door Wilhelmus Aelstius.

Wilhelmus Aelstius, 1665-1679

In augustus 1665 wordt als opvolger van predikant Godefridus de Ruijter te Asten aangesteld Wilhelmus Aelstius, geboren rond 1625. Hij is waarschijnlijk gehuwd en mogelijk vader van het onderstaande gezin. In genealogische databases worden ook Johannis Aelstius en Mecheline Praam als ouders van dit gezin genoemd, echter het feit dat Wilhelmus Aelstius naar Castricum is verhuisd en drie van zijn kinderen daar hebben gewoond, doet vermoeden dat het onderstaande gezin aan hem toebehoort:

# Voornaam Geboorte Huwelijk Overlijden Referentie
1 Catharina ±1651
2 Hadewich ±1653
3 Anthonetta ±1655 ±1685
Abraham Tempelaar
's Hertogenbosch 10-01-1722
4 Johanna ±1657
5 Henricus ±1659 Ongehuwd Limmen 1736
6 Rebecca ±1661 Ongehuwd Castricum 21-11-1727
7 Anna Maria ±1663 Ongehuwd Castricum 24-11-1727

In het archief van de classis van Kempen- en Peelland wordt Wilhelmus Aelstius aangesteld en bevestigd door zijn broer Petrus als opvolger van Godefridus de Ruyter:

Archief van de classis van Kempen- en Peelland, toegang 257 folio 2; 28-07-1665:
Ad artikel 29 nopende de proclamatien van dominee de Ruijter des selfs bevestinghe als beroepen van desen classe uijt den Heilighe Kerckendienst van Asten en Ommelen tot de bedieninge des Heiligh Evangelij in de kercken van Nuenen ende Gerwen sal desselfs proclamatie primo gedaen werden den 9e augusti door Dominee Wachtendorp en dicta die insgelijckx de eerste proclamatie Dominee Wilhelmus Aelstius beroepen tot den Heilighe Kerckensdienst tot Asten en Ommelen door Dominee praesidem en sal de bevestinghe soo veel Domniee de Ruijter aengaet gedaen worden door die geene die in ordine toekomt te Nuenen ofte Gerwen te prediken en soo veel Dominee Wilhelmi Aelstius conformatie aenlanght sal geschieden door Dominee Petrus Aelstius sijn Eerwaarde broeder, verbi divini minister.

Archief van de classis van Kempen- en Peelland, toegang 257 folio 5; 28-09-1665:
Is ingestaen Dominee Wilhelmus Aelstius bevesticht predicant tot Asten ende Ommelen versoeckende sessie als membrum classis het welck sijn Eerwaarde is toegestaen.

Wilhelmus Aelstius heeft nogal problemen met de katholieke vieringen die nog in Ommel worden gehouden:

Archief van de classis van Kempen- en Peelland, toegang 257 folio 8; 28-09-1665:
Heeft Dominee Wilhelmus Aelstius, predicant tot Asten en Ommelen versocht dat Dominee Immens mogt worden gelast om bij haer Hooge ende Edele Mogendheden te vertoonen hoe dat de kercke van Ommelen sijn Eerwaarde wort gesloten gehoude, tegens sijne beroepinge, het gebruijck van sijne predecesseuren ende den voor desen gegeven last van haer Hooge ende Edele Mogendheden twelck den Eerwaarde Classe ten hoogsten heeft ter herte genomen ende Dominee Immens gelast om het selfde serieuselick aen haer Hooge ende Edele Mogendheden te vertoonen; besonderlick alsoo de cloosters sijn de eenige broedt-nesten van alle de onheijlen die ons lieve vaederlant overcomen ende daerom niet geslooten maer veel eer geopent ende geremoveert behooren te worden.

Archief van de classis van Kempen- en Peelland, toegang 257 folio 25; 26-04-1667:
Wilhelmus Aelstius klaegt hoe dat op sekere tijt tot Ommelen duijsenden van menschen koomen selfs met formeele processien aldaer aen de capelle haer superstitie bedrijvende, versoekende hulpe der classis twelck ad notam genomen waert en stelt voor of sijn schoolmeester voor en naer het schoolhouden sal volherden in het bidden en als hij daer in volhert of hij de laetste woorden in het vaeder ons want u is het rijcke de kracht mach naerlaeten, waer op goetgevonden is dat de schoolmester naer gewoonte in den gebeden sal volherden tot de aenstaende classe.

Predikant Wilhelmus Aelstius wordt benoemd tot schrijver:

Archief van de classis van Kempen- en Peelland, toegang 257 folio 32; 27-09-1667:
Naer aenroepinge van den naeme des heeren is in praesidum gesuccedeert Dominee Godefridus de Ruijtere, predicant tot Nuenen en Gerwen ende vercooren in assessorem Dominee Johannes Vermeer ecclesias de Aerle en Beeck ende tot scribam Wilhelmus Aelstius verbi divini minister in Asten ende Ommelen.

Archief van de classis van Kempen- en Peelland, toegang 257 folio 44; 14-08-1668:
Ad artikel 12 spreeckende van de stoutigheijdt der papen die dagelijcks meer en meer toeneemt is bysonderlick geklaegt door Dominee Wilhelmus Aelstius, predicant tot Asten ende Ommelen, dat tot Ommelen alle jaeren openbare bedevaert gehouden wordt vergeselschapt met een publiecke merckt op sondach, daer van allerlei lichtveerdige actien, godtloosheden gepleegt worden ende ditselve geschiet oock jaerlycks op den Beekschendonk op Sint Lenartsdach.

In het rechterlijk archief van Asten zien we Wilhelmus Aelstius terug bij de verkoop van een huis en bij de inning van boetes voor onwettige geslachtsgemeenschap van drie Astenaren:

Asten Rechterlijk Archief 79 folio 95; 03-11-1668:
Wilhelmus Aelstius, predikant, alhier, met procuratie van Luytie, weduwe Adriaen Verhoffstadt, procuratie notaris Haesewindius, te Haerlem. Hij verkoopt aan de gemeente Asten een hofstad met een klein huiske 3 copse, ene zijde Evert Peters, andere zijde Mayke, weduwe Jan Willems, ene einde de straat, andere einde de Heilige Geest. Belast met 2½ oort per jaar cijns aan het boek van Kessel; 1 daalder per jaar uit een meerdere rente, samen met Evert Peters aan de weduwe Antoni van Meel, int 't Hecken bij de Hinthammerpoort, te 's Hertogenbosch. Koopsom ƒ 85,-. 50e penning ƒ 1,65.

Asten Rechterlijk Archief 7 folio 139; 08-07-1676:
Wilhelmus Aelstius, predicant, alhier, bevoegd tot het ontvangen van het 1⁄3e deel van het Echt-reglement ten behoeve van de Dyaconye Armen, aanlegger contra Dirck Leendert Joosten van Heughten. Aanlegger verzoekt voldoening der boete ingevolge het voorschreven reglement over het ontijdelijck bijslaepen. Idem contra Frans Peters van Bussel, gedaagde. Idem contra Jan Willems, gedaagde.

Wilhelmus Aelstius heeft in zijn loopbaan in Asten nogal problemen gehad met de katholieke vieringen. Daarbij kreeg hij ook te maken met de inval van de Fransen in 1672, die de gereformeerden tot een wat soepelere houding ten opzichte van de katholieken noopten. Hij is op 28-11-1679 naar Son vertrokken en in 1681 naar Castricum en in jaarboek 15 van de Nederlandse Hervormde Gemeente van Castricum uit 1992 lezen we het volgende[10]:

Op zijn beurt heeft Johannes Wuytiers, heer van Assumburg, in 1681 Wilhelmus Aelstius voorgedragen, hetgeen door ambachtsbeer van Castricum Comelis Geelvinck is goedgekeurd. De uit Brabant afkomstige Aelstius heeft eerst in Asten en Ommel gestaan en vervolgens in Son en Breugel. Wilhelmus Aelstius is na zijn dood op 13 februari 1700 in de Castricumse kerk begraven. Henricus is vermoedelijk de zoon van Gulielmus en wordt in 1700 bevestigd. Zijn zusters Rebecca en Anna Maria wonen ook in Castricum. Op 25 oktober 1727 maakt hij zieke1ijk te bedde leggende met zijn zusters een testament. Begunstigers zijn de zusters Catharina, Hadewich en Johanna voor de ene helft en de gezamenlijke kinderen van Anthonetta Aelstius en Abraham Tempelaar voor de andere helft. Hiermede is verklaard hoe de uit het Brabantse Mierlo afkomstige schout en secretaris Leonard Tempelaar in 1730 in Castricum terecht is gekomen. Hij heeft ruim vijftig jaar als ouderling de kleine hervormde gemeente gediend. De zusters van de predikant Rebecca en Anna Maria overlijden kort na elkaar op 21 en 24 november 1727. Hendricus vraagt in 1733 de classis van Haarlem om met emeritaat te mogen gaan. Door de Staten van Holland en West-Vriesland wordt hem ontslag verleend. Hij overlijdt in 1736 te Limmen en wordt in het familiegraf in zijn kerk te Castricum begraven.

Wilhelmus Aelstius is op 13-02-1700 te Castricum overleden.

Wilhelmus Aelstius is in 1680 als predikant te Asten opgevolgd door Hugo Vogelsang.

Hugo Vogelsang, 1680-1683

Op 16-05-1680 komt als opvolger van Wilhelmus Aelstius predikant Hugo Vogelsang, geboren rond 1660 als zoon van Rombertus Hugo Vogelsangh en Antje Fokkes. Hij is ongehuwd en een korte levensbeschrijving is te vinden in het boek Ontvoerd of gevlucht, religieuze spanningen in Brabant en de zaak-Sophie Alberts[11]:

124

Hugo Vogelsangh is op 26-07-1683 te Asten overleden en er is gedurende vijf jaar geen predikant in Asten geweest. Mogelijk had dat te maken met het feit dat Hendrik van Winteroy als drossaard van Asten de pastorie wilde huren, zoals vermeld in bovengenoemde boek:

125

Na het overlijden van Hugo Vogelsang worden in Astense archieven nog de schulden bij zijn ziekte en overlijden opgemaakt:

Asten Rechterlijk Archief 8 folio 142; 15-09-1683:
Erfgenamen Jan Vogels, aanleggers contra Theodorus Aelberts getrouwd met Maria Vogelsanck alsmede Alegonda en Magdalena Vogelsanck als erven van wijlen Hugo Vogelsanck, gewezen predicant, alhier.

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 14-12-1684:
Extract uit het schultboek van Jan Roefs. Op 23-07-1683 heeft de predikant, in zijn ziekte, bij ons laten halen bier, brood, wittebrood en wijn ƒ 2-06-00. Op 25-07-1683 heeft Heer Vogelsanck laten halen in zijn ziekte wijn, wittebrood en roggebrood ƒ 1-04-00. Op 28-07-1683 heeft de predikant van Helmont, met zijn knecht en paard, bij ons gegeten volgens afspraak met Aelbers ƒ 1-13-08. Op huyden 28 july 1683 doen den predicant begraven worden heeft Maegdeleentie aen onsen huysen laeten haelen eenen pot fransen wijn beloopt ƒ 0-10-00. Op huyden den 1 augusti heeft den predicant van Helmont tot Asten weest preecken en heeft bij hem gehadt twee karren en peert. Hebben verteert, hetwelck Aeltien Vogelsanck heeft laete afspreecken met Jan Gijsberts beloopt ƒ 1-05-12.

Casparus Curtius, 1688-1692

Na vijf jaar zonder predikant te zijn geweest wordt Hugo Vogelsang op 06-12-1688 opgevolgd door Casparus Curtius, geboren te Nuenen rond 1660 als zoon van Johannes Curtius en Geertruida Wijchmans. Hij is op 07-12-1698 te Helmond getrouwd met Johanna van Winteroy, geboren te Helmond rond 1663 als dochter van drossaard Hendrick van Winteroy en Anna Leonora van Braeckel:

126

Voor zover bekend hadden zij samen geen kinderen en dit huwelijk met de dochter van de eigenaar van de pastorie is na zijn predikantschap gesloten. In de onderstaande resolutie wordt bekend gemaakt dat Casparus Curtius als predikant in Asten is benoemd:

Resoluties Raad van State 178 folio 414; 03-05-1689:
Advies van de landsadvocaat meester Cornelis de la Porte op een rekest van Maerten Christiaen Sweerts; missive van de Heer van Deurne in verband met de reparatie van de molen te Rosmalen; missive van Frans van Heurn op het rekest van Caspar Curtius onlangs als predikant bevestigd te Asten en Ommel.

Het salaris van Casparus Curtius wordt aan hem bekend gemaakt:

Resoluties Raad van State 178 folio 917; 05-11-1689:
Rekest van Caspar Curtius predikant te Asten en Ommel waarna hem ter gelegenheid van zijn bevestiging een akte van traktement uitgereikt zal worden.

Casparus Curtius stelt zich borg voor een som geld van zijn aanstaande schoonvader:

Asten Rechterlijk Archief 109 folio 14 verso; 23-07-1692:
Caspar Curtius, pastor, in Asten, stelt zich borg voor Hendrick van Winteroy, schout te Asten en Lieshout ter somme van ƒ 3000,- hercomende wegens het bewindt ende administratie der goederen toebehorende aen den abt van Floref, soo binnen Lieshout als elders. Ingevolge resolutie de dato 12-07-1692 van de Raad van State de Verenigde Nederlanden.

Casparus Curtius vertrekt in 1692 naar Nuenen en is in 1726 aldaar overleden. Johanna van Winteroy is rond 1750 te Gerwen overleden.

Casparus Curtius is in 1693 als predikant te Asten door Daniël Immens opgevolgd.

Daniël Immens, 1693-1695

Als opvolger van predikant Casparus Curtius wordt op 26-04-1693 benoemd Daniël Immens, geboren te Oirschot op 03-04-1663 als zoon van Robertus Immens en Maria van der Deliën. Hij is ongehuwd en als proponent op 6 januari 1693 te Asten en Ommel, in de Classis van Peel en Kempenland, beroepen en op 26 april van dat jaar aldaar bevestigd, zoals gemeld in de Levensloop van Dominee Petrus Immens[12]:

Resoluties Raad van State, toegangsnummer 178 folio 96; 28-01-1693
Rekest van de classis van Peel- en Kempenland in verband met het beroepen van dominee Johannes Neomagus tot predikant te Vessem en Hoogeloon in plaats van dominee Johannes Duits die van daar beroepen is naar Oerle en Zeelst en van Daniel Immens predikant te Asten en Ommel in de plaats van dominee Casparus Curtius die van daar beroepen is naar Nuenen Gerwen en Wetten en voor hen zullen akten van traktement in orde gemaakt worden.

Daniël Immens huurt de pastorie van drossaard Hendrik van Winteroy:

Asten Rechterlijk Archief 109 folio 57; 26-02-1694:
Hendrick van Winteroy, drost, van Asten en Lieshout, geeft in huur aan Daniel Immens, predicant, te Asten een pannenhuis met de twee aangelegen hoven, de twee torfschoppen, paardestal en zomerkeuken staande ontrent de Kerk te Asten, ene zijde Jan Hoefnagel, andere zijde Jan Paulus. Huurtermijn 6 jaar. Huurprijs ƒ 42,- per jaar.

Daniël Immens is maar kort predikant geweest en is in 1695 te Asten overleden en is opgevolgd door Wilhelmus Henricus Vermeer.

Wilhelmus Henricus Vermeer, 1695-1720

Na het overlijden van Daniël Immens wordt op 18-12-1696 de nieuwe predikant van Asten Wilhelmus Henricus Vermeer, geboren in 1668 te Aarle als zoon van Johannes Vermeer en Johanna Hendriks Seller. Hij is op 23-01-1686 ingeschreven als leerling van de Illustre School te Deventer, heeft Theologie te Franeker en later te Leiden gestudeerd. Op 15-04-1692 is hij als proponent bij de classis van 's Hertogenbosch begonnen en vanaf 1695 tot aan zijn overlijden is hij predikant te Asten en Ommelen geweest. Hij is ongehuwd en tijdens de Spaanse Successieoorlog heeft hij schade geleden en vraagt om een schadevergoeding:
Resoluties Raad van State, toegangsnummer 178 folio 206; 05-02-1703:
Rapport op een rekest van Wilhelmus Henricus Vermeer predikant te Asten, Petrus Guillielmus Callenfels predikant te Heeze bij Leende en Johannes de Wilt predikant te Oirschot die alle drie een toeslag krijgen van 200 gulden vanwege geleden schade ten gevolge van de plunderingen van vijandelijke troepen.

Wilhelmus Henricus Vermeer is daarbij met zijn zusters ook gevlucht naar 's Hertogenbosch:

Asten Rechterlijk Archief 110 folio 90; 19-01-1705:
Schepenen van Asten verklaren dat Wilhelmus Henricus Vermeer, onsen predicant, alhier, ingevolge Hare Edele Hooge Mogendheden, Resolutie van 1702, in conformite vandien, heeft vervoeght tot securiteyt, met sijn familie, mitsgaders met sijne mobilare goederen naer 's Hertogenbosch met groote oncosten, welcke voorschreven stadt is afgelegen van Asten, groote tien uyren. Sijnde ondertussen iterativelijck wedergekeert tot dese, sijne plaetse en dienst, niet sonder oncosten en gevaer.

Ook de Astenaren zelf richten schade aan in zijn huis:

Asten Rechterlijk Archief 110 folio 209; 23-02-1706:
Wij, Louis de Caesteecker, drossard, Antony Canters, Henrick Tho poel, schepenen en Johan van Riet, vorster, zijn op heden, voor de middag, ter instantie van Wilhelmus Henricus Vermeer, predicant, in zijn huis geweest en bevonden en gezien dat de twee bovenste gelaesen staende in de kruysraem in de keucken naest de suydekant boven de twee houten vensteren tenemael onstucken waren, op vier a vijf ruyten naer. Naer alle waerschijnlijckheydt met een roer, geladen met buskruyt en hagel doorschooten, oock soodanigh gepenetreert dat de gardijn van binnen voor de voorschrevene doorschotene gelasen was hangende ingelijcx met hagel doorscooten was. Gelijckerwijs ons gebleecken bij verscheydene gaetiens die welcke in de voorschreven gardijn bevonden en gesien hebben. Mitsgaders verscheyde stucken van de doorschootene gelaesen in de keucken op de vloer ter aerden nederlaghen binnen de voorschreven huysinge. Jae, wat meer is, hebben wij, atestanten, oock van buyten gevonden in het middelste hout van de cruysraem boven de voorschreven twee houten vensters verscheyde gaetiens met de hagel daerinne geschooten. Wij concluderen dat de gardijn groter onheil heeft voorkomen.

Wilhelmus Henricus Vermeer vordert een openstaande schuld aan de kerk:

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 27-08-1708:
Vorster, zult dagen ter instantie van Wilhelmus Henricus Vermeer, predikant, Peter Jan Baltis en Jan Peter Smits, kerkmeesters, Geraert Aerts ook genoemd Geraerts betreffende de betaling van een achterstaande rente ten behoeve van de Kerk van Asten ter somme van ƒ 6,- per jaar.

Er wordt geklaagd over het luiden van klokken in Ommel, maar volgens de schepenen is er niets aan de hand:

Asten Rechterlijk Archief 113 folio 96 verso; 28-04-1713:
Schepenen van Asten doen conde dat de Classis van Peel- en Kempenlant bij de Raad van Staten geklaagd heeft onder andere over het luiden der klokken te Ommel, als anderszins. De voornoemde Raad heeft aan Diederick Vleugels, advocaat fiscael, gelast om een en ander te informeren. Wij schepenen verklaren dat te Ommel een klooster is gebouwd, dat ook op zekere dagen in het jaar ommegangen zijn gedaan, maer niet in eenige jaren herwaerts, omdat het Clooster, door Martinus de Tombes, als Geestelijk rentmeester, in 1707, te 's Hertogenbosch, publiek is verkocht. Sedert die tijd, tot op heden, hebben in het Clooster of enige huizen daaromheen, geen publieke godsdiensten plaatsgevonden, nog veel minder zijn enige ommegangen of zogenoemde superstitie gepleegd. Dit kon ook niet gebeuren, omdat de drossard zich menigmaal te Ommel, vooral op de ordinaire feestdagen, heeft vertoond om een en ander te onderzoeken. Verklarende verder dat in hetzelfde huis of Clooster wel dochters wonen, hebbende knechts, meiden, paarden, beesten etcetera, die in 's lands- en gemeentelasten terzake van hun huishouding en bouwerijen omtrent 500 gulden contributie moeten betalen. Wat betreft het luiden der klokken verklaren wij dat te Ommel geen andere klok of klokken zijn als een, die in de toren van de kerk van Ommel, zijnde de combinatie van Asten, hangt. Dat deze klok nooit anders is en werd geluid, dan op die dagen dat de predikant van Asten, te Ommel, in de combinatiekerk, staande naast het verkochte Clooster, komt preken en opdracht tot het luiden geeft. Ook werd de klok geluid op order van Mevrouwe van Asten, drossard en schepenen, gedurende een poos, alle dagen om twaalf uur 's middags, zoals op veel plaatsen in de Meyerij gebeurde, dit om de in het veld werkende te adverteren dat het twaalf uur is. De klok is ook getrokken, 's avonds van den 1e november tot Pasen, om half negen, zoals te Asten om half tien wordt gedaan. Hetwelk wordt gedaan om de lieden die de wacht hebben, om tegen de vagebonden te waken, te waarschuwen zich te vervaardigen. Een en ander verklaren wij zal de zuivere waarheid en wij kunnen verzekeren dat dit niet ter contrarie zal zijn van de predikant of anderen te Asten en Ommel.

Wilhelmus Henricus Vermeer en zijn bij hem inwonende zusters geven aan hun andere zusters toestemming voor de aan hun toegewezen goederen in Groenlo:

Asten Rechterlijk Archief 114 folio 60 verso; 15-11-1714:
Willem Hendrick Vermeer, bedienaar van het Goddelijk Woord, Pieternella en Wilhelmina Vermeer, bejaarde ongehuwde juffrouwen en zusters van de eerste constituant. Zij verklaren procuratie te geven aan Wendelina Sibilla en Gerardina Vermeer, hun zusters, wonende te Grol, om namens hen op te treden, in voorkomende gevallen, betreffende hun goederen.

Nog een vernieling aan het huis van de predikant, waarbij aan de overburen wordt gevraagd of zij iets hebben gezien:

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 16-08-1715:
Pieter de Cort, drossard, verzoekt aan schepenen om namens hem te verhoren Juffrouw Allexandria van der Lith, 26 jaar, Juffrouw Hester van der Lith, 25 jaar, Francis Canters en Jan Canters.
Of de twee eerste deponenten, op zaterdag 10 augustus laatstleden, 's avonds tussen negen en tien uur niet hebben gestaan buiten de poort van hun huis, op straat?
Allexandria van der Lith verklaart, op die tijd in de hof geweest te zijn. Hester van der Lith verklaart, in de poort te hebben gestaan.
Of zij toen niet een persoon hebben zien komen, gaande over den dries, langs de heg en hof van de Eerwaarde Heer Willem Hendrik Vermeer, predikant, en die van dit hek de latten heeft gebroken?
Beide deponenten verklaren van niets te weten.
Of de persoon die brekende was aan het hek niet is geretireert in het huis van Jan Hoeffnagels of op de plaats van de weduwe van der Lith?
De eerste twee deponenten verklaren van niets te weten.

De drossaard heeft ruzie met de predikant over een iets hogere stoel in de kerk:

Asten Rechterlijk Archief 114 folio 132 verso; 16-11-1715:
Schepenen van Asten verklaren ter instantie van Pieter de Cort, drost, dat zij weten dat op dinsdag, 5 november 1715, 's middags tussen twee en drie uur, tussen de requirant en Willem Hendrick Vermeer, predicant, over 't stellen van den eenen stoel in de kerck, vier vingerbreet hoger als den andere, hevige woorden sijn ontstaan. Zij verklaren, dat de drost tegen de predikant zei: "Mijnheer, ik hadde dat geern. Vermits die stoel voor 't respect van den Huyse van Asten werdende geset, dat die vier vingerbreet hoger dan die van drost, schepenen en secretaris gestelt en geset mogte werden, dat versoeck ik en daer soude ik glorie in hebben. Ik laet mijn Heer Vermeer vrij omtrent den stoel van sijn familie te doen, soo als 't sijn Eerwaarde belieft. Waarop Vermeer antwoordde: "Neen". De drossard zei hierop: "Als drossard en eerste provisor ordonneer ik het, dat die vier vingerbreet hoger werden gestelt". Verklaren verder onder andere gehoord te hebben dat de predikant tegen de drossard zei: "Een eerlijck man hout sijn woort en 't is niet soals het hoort dat men een remonstrantie of deductie tegens mij gemaeckt heeft en die aen dominee Cuypers en aen iedereen laet lesen". Den drost daarop antwoordende: "Dat is onwaer, ik laet aen een ider geen deductie lesen, maer tgeen ik heb, is een memorie van onse verwijderingh en dominee Cuypers sal niet seggen dat hij se oyt gelesen heeft". Vermeer heeft daarop gezegd: "Dat Cuypers mij dat heeft geseyt". Dit werd tegengesproken door de drost en staande gehouden door Vermeer waarbij de drost nog gezegd heeft: "Mijn Heer, dat lieg U".

Wilhelmus Henricus Vermeer is vergeten om twee echtparen een trouwbrief te geven:

Asten Rechterlijk Archief 114 folio 133; 16-11-1715:
Michiel Willems en Adriaen Janssen, verklaren ter instantie van het officie dat sij, lieden, ten tijde dat sij met hare jegenwoordige huysvrouwen sijn ingeschreven of ondertrouwt door de heer Willem Hendrick Vermeer, als predicant van Asten, sijn ondertrouwt en dat in de huysinge van den selve predicant maer niet in de kerck getrouwt sijn. Alsmede dat sij van denselven Heere Vermeer, als predicant, noyt geen trouwbrieft hadden gehadt oft becomen.

Wilhelmus Henricus Vermeer regelt met Hendrik Kanters iets over de verkoop van kerkgoederen:

Asten Rechterlijk Archief 114 folio 211; 03-02-1717:
Hendrik Tho poel, president schepen en Johan Draak, secretaris verklaren ter instantie van Willem Hendrik Vermeer, predikant, dat zij in het begin van 1715 samen zijn geweest met Vermeer en Hendrik Kanters en dat Vermeer tegen Kanters zei in substantie: "Heer Kanters, hoe comt 't dat dat goet van de kerck aan U nog niet is opgedragen en daar een eynde van gemaackt. Ick wenste wel dat dat al over lange was geschiet, hebbe daar altijt naar getragt, want daar moet oock slansgelt van worden betaalt. Maar slansgelt of geregtigheyt dat sal U worden goetgedaan als gij de cooppenningen betaalt". Waarop Kanters zei: "Dat sal ik doen". Vermeer heeft hierop weer gezegd: "Ik wenste wel dat de veste alover lange was gedaan en ben daartoe willig en bereyt geweest en theeft aan mijn niet gemankeert en soo de drost tuys was, wij soude tsoo aanstons vesten, want soude mijn niet geerne verbrande of in boeten vallen, want ik doe het tot profijt van de Kerk". En heeft daarop in presentie van de eerste deponent en nog een schepen aan Kanters hantastinge gedaan, zeggende daarbij: "Voor mijn part". De tweede deponent zei dan: "Ik wil de veste wel schrijven maar de drost is mede-provisoor en moet de veste mededoen". Kanters heeft hierop weer gezegd dat hij hiermede tevreden was en dat hij de 40e penning aan Hasevoet zou betalen en wat betreft de boeten over het niet tijdig vesten zal ik ook met Hasevoet wel stellen want wij Hasevoer en ik zijn goede vrienden.

Ook Wilhelmus Henricus Vermeer heeft zich in Asten niet populair gemaakt met zijn maatregelen tegen het katholieke geloof. Zijn huis wordt geregeld bekogeld en tijdens de Spaanse successieoorlog rond 1702 is hij nog moeten vluchten. Wilhelmus Henricus Vermeer is overleden te Asten op 21-09-1720 om 11:30 uur en op 25-09-1720 te Asten, in de kerk, voor de predikstoel begraven. Hij wordt als predikant te Asten opgevolgd door Petrus Godefridus Josselin.

Petrus Godefridus Josselin, 1721-1731

Wilhelmus Henricus Vermeer wordt op 22-06-1721 als predikant opgevolgd door Petrus Godefridus Josselin, geboren te 's-Hertogenbosch op 17-02-1692 als zoon van Pieter Josselin en Charlotte Denizon. Hij is op 29-07-1716 te Leiden ondertrouwd met Elisabeth Regoot, geboren te Haarlem op 19-06-1695 als dochter van Eduard Regoot en Hester van Thienen:

127

Het gezin van Petrus Godefridus Josselin en Elisabeth Regoot:

# Voornaam Geboorte Huwelijk Overlijden Referentie
1 Charlotte Lommel 05-12-1717 1755
Jan Willem van Thielen
Veghel 11-04-1758
2 Hester Elisabeth Lommel 03-09-1717 Kind Lommel ±1717
3 Pieternella Francisca Asten 01-03-1722
4 Kind Asten ±1723 Kind Asten ±1723
5 Eduard Asten 13-01-1725 Valkenswaard 01-04-1759
Anna Maria van der Hell
Valkenswaard 20-12-1759
6 Hester Elisabeth Asten ±1732 Kind Veghel 22-09-1738

Petrus Godefridus Josselin is voordien predikant te Lommel geweest en is in 1721 naar Asten beroepen. Aldaar is hij niet genegen om in de pastorie, dan in bezit is van de regenten van Asten, te gaan wonen

Asten Rechterlijk Archief 107b folio 65 verso; 08-03-1723:
Elisabeth Winteroy, meerderjarige jonge dochter verklaart dat haar moeder, wijlen Leonora van Brakel, weduwe Hendrick van Winteroy, in leven drost te Asten en Lieshout, aan haar bij testament de dato 15-11-1722 notaris de Cort, te Helmont, heeft gemaackt het huis te Asten de oude Pastorye zoals dit van het Gemene Land was verkregen het huis, hof en boomgaard is, op 18-03-1722, aan de regenten van Asten verkocht, voor een erfpacht van ƒ 30,- per jaar en daarboven ƒ 9,45 eens. Het accoord is getekend door de comparante en haar broeder, Johan van Winteroy, leutenant van een compagnie, in het regiment van overste Valckershoven. Onder andere hieruit:
De pastorie is altijd bewoond en gebruikt geweest door predikanten. Echter de huidige predikant Peter Godefridus Josselin heeft er niet in willen trecken of voor wooninge believen aan te nemen. De regenten van Asten zijn nu beducht, dat wanneer zij de woning verkopen of verhuren, de heer Josselin of zijn succeseuren weer komen dat zij, ingevolge de orders, recht hebben op een bequame woning. De regenten kunnen hieraan echter niet voldoen zonder een woning te timmeren. Een en ander is zeer nadelig voor de gemeente. De predikanten krijgen ƒ 60,- per jaar van het Land voor huishuur. Van een en ander wordt "veste" gedaan. Koopsom ƒ 9-9-0. Lasten ƒ 30,- per jaar in kapitaal ƒ 750-0-0. Totaal
ƒ 759-0-0. Schepenen Helmont.

Hendrik Nicolaas Ouwerling heeft een levensloop beschreven van Petrus Godefridus Josselin in het Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek [13]:

128

Een aantal bedelaars komen aan de deur van het huis van predikant Petrus Godefridus Josselin:

Asten Rechterlijk Archief 20 folio 81; 16-04-1723:
De schepenen geven toestemming aan de drossard om Jan Adolf Lodewijcx, Peeter Gallas en Anna Margriet Meyer, door hem, drossard, voor landlopers en vagebonden gehouden, in hechtenis te nemen en aan te klagen op onder andere:
De twee manspersonen hebben van de vrouw, op dinsdag 13 april, een boekje gekregen waarin enige collecten aangetekend waren. Ze zijn daarop bij de predikanten om aalmoezen gaan ontvangen. Ook hadden zij enige attestaties bij zich waaruit zou blijken dat zij van de gereformeerde religie waren. Deze hadden zij ook van Anna ontvangen. Een en ander heeft zij ook toegegeven zo te zijn. Van de predikant van Aarle Rixtel hebben zij ontvangen 6 stuivers. Van de substituut secretaris van Deurne, bij absentie van de predikant ieder 12 stuiver 8 penningen. Alnog van de predikantsvrouw van Asten 5 schellingen. Het boekje was door Anna verborgen. Naschrift: Gelet op de confessie van de gevangenen - alsmede de jonge jaren van de twee manspersonen worden zij, ten voorbeeld van andere, driemaal om de kaak geleidt. Daarna hebben zij, binnen een uur, het grondgebied van Asten te verlaten dit voor de tijd van 25 jaar.

Asten Rechterlijk Archief 15 folio 171; 16-04-1723:
Juffrouw Regaut, de vrouw van Petrus Josselin, predicant, Johanna Danckers, 39 jaar, Antony Laforma, substiuut secretaris van Deursen. Zij verklaren ter instantie van Pieter de Cort, drossard, dat zij, twee eerste comparanten, hier in arrest zien twee manspersonen die, op woensdag, 14 april laatstleden, zijn gekomen aan het huis van de eerste deponente waarvan de ene, die een asgrauwe rock aan had en een swart pruyckxke met een steert daar agter het woord doende, zich uitgaven voor armoedige personen te gelijk met veel hardiesse in weerwil van de deponente in huis ging en een certificatie vertoonde in hoog-duyts geschreven en voorgevende van de gereformeerde religie te zijn en derhalve om een aalmoes verzocht. De persoon met een grauwe rock vertoonde aan haar een zwart boekje met het verzoek daar in te tekenen, zoals andere personen dat ook gedaan hadden, wat zij gaf vier schellingen die zij ook gegeven heeft. Zij hebben het hierbij echter niet gelaten maar siende alsdoen de meyt, hebben sij met meerder civilitijt als wanneer de deponente alleen te voorens in huys was versogt dat aan den tweeden, hebbende aan, eenen swarten rock en eygen slegt haar oock iets gegeven mogt worden, als bij den anderen niet gehoorende en dat sij onlangs bijeen gecomen waren. Zij deponente heeft aan die tweede persoon ook een permissie schelling gegeven. De tweede deponente verklaart dat dit de zelfde personen zijn die bij hen een aalmoes gehad hebben. De derde deponent verklaart dat deze personen, op woensdag laatstleden, samen met de zuster van Martinet, de predicant, aldaar, in zijn huis zijn gekomen. Zijn verklaring komt ongeveer overeen met die van de eerste deponente.

Bij afwezigheid van haar man wordt Elisabeth Regoot lastig gevallen door schoolmeester Gabriel Swanenberg:

Asten Rechterlijk Archief 115 folio 251; 10-07-1724:
Elisabet Regoot getrouwd met Petrus Godefridus Josselin, predicant, te Asten, verklaart ter instantie van Peeter de Cort, drost, terzake van het affront dat in de nacht, van 8 op 9 juni laatstleden, aan haar huis is gedaan terwijl haar man, als gedeputeerde van de Classis, op visitatie was van kerk en scholen. Dat digte bij twaalf uur de bel met forse is getrocken tot iterative malen, waarop zij, deponente, die nog op was, aanstonts vol schrick sijnde naar de voorcamer is gegaan ende Antony Loomans, die gewoon is of sijn broeder tot vijligheyt als alleen was in huys te comen slapen, aanroepende en seyde: "Hoorde gij wel dat gebel" en die daarop antwoordde: "Ja, 't is een schrikkelijck gebel". Waarop zij verklaart, nog verder gezegd te hebben: "Ik hoop niet dat mijn man een ongeluck heeft". Zij heeft hierop het venster naast de voordeur open gestooten en gevraagd of er iemand "schelde". Zij heeft hierop geen antwoord gekregen. Op de tweede of derde vraag van haar wie er was werd gevraagd: "Is den drost hier?" Op haar ontkennend antwoord is met stemverheffing geroepen: "Ik moet hem hebben, of hij opt kasteel is of bij den duyvel, of waar hij oock is, ick sal hem wel krijgen, vloekende, scheldende en tierende, ik sal hem op sijn tijt wel vinden, dien schobjak, als ik hem hebben moet". Door het geschreeuw en getier heeft zij niet duidelijk meer verstaan wat gezegd werd. Ook heeft zij het niet raadzaam gevonden het venster langer open te houden maar aan de welbekende stem te hebben gehoord dat het Gabriel Swanenberg, schoolmeester, was. Zij heeft hem ook, vermits de lichte maneschijn, herkend hebbende in zijn eene hand een snaphaan of stok. Ook Antony Loomans, nog te bed liggende, herkende de stem van Swanenberg. Dit heeft hij de volgende dag, toen hij weer kwam slapen, nogmaals bevestigd er aan toevoegende dat hij de voetstappen had gezien en bevonden dat het geen voetstappen waren van boerenschoenen. Marge: 31-07-1739 hiervan een extract uitgemaakt voor den drost.

De meid van Petrus Godefridus Josselin wordt beschuldigd van het vervuilen van wasgoed:

Asten Rechterlijk Archief 116 folio 109; 26-05-1728:
Pieter de Cort, drost, Michiel van de Cruys, president en Gerit van Riet, vorster, verklaren ter instantie van Wendelina Coocke, dienstmeyt, bij Petrus Godefridus Josselin, predicant, wat wij gehoord en gezien hebben, tussen 10 en 11 uur, in den hof van de predicant dat Juffrouw Petronella Vermeer tegen ons zei en aanwees: "Dat hun linnen op de bleyck was leggende en dat eenige vant selve met swarte placken was besmet", zonder te kunnen zeggen waarmee. Wij zijn van de bleek gegaan en Juffrouw Vermeer heeft zich beklaagt dat 't een affront was, hetgeen zij erger vond dan de schade. Gekomen zijnde bij de geutdeur van het huis van Josselin is Josselin naar buiten gekomen, zeggende: "Juffrouw Vermeer, ik verwonder mij, dat gij soo een leven maeckt". Na enige wisselwoorden vroeg Josselin: "Hebben wij tgedaan of imant van ons huys?" Waarop Juffrouw Vermeer zei: "Mijnheer, ik seg niet van U, nog van U vrouw, maer U meyt is virryl en deugh niet. En U kinderen connen het niet gedaan hebben, die sijn te onnossel, tenzij dat die tgedaan hebben door inductie van U mijt".

Asten Rechterlijk Archief 116 folio 110; 26-05-1728:
Petrus Godefridus Josselin, predicant en Elisabet Regoot, zijn vrouw, verklaren ter instantie van Wendelina Cooke, hun dienstmeyt van hetgeen, hedenmorgen, door Juffrouw Petronella Vermeer van haar, requirante, is gezegd. Dat, omtrent 10 uur in de morgen, in hun huis is gekomen Juffrouw Vermeer, die met veel hevighijdt zei: "Siet wat groot een afront mij daar geschiet is en hoe mijn goet op de blijckt is beplackt door Uw meyt met een witquast. En dat sal ick niet leyde. Ick sal het beleyen. Willende de dominee spreken. Zij werd hiervan weerhouden aangezien deze niet wel was en op bed lag. Hij, comparant, verklaart verder, dat, toen Juffrouw Vermeer, met de officier, president en vorster in sijnen hof was om de geledene of voorgewende schade te laten beleyen hij zich heeft aangekleed en naar den hof is gegaan. Na enige woorden gewisseld te hebben met Juffrouw Vermeer, terwijl er nog weinig goed, dat besmet was, op de bleek lag, heeft hij aan Juffrouw Vermeer gevraagd wie dat gedaan had en hoe zij de meid hiervan kon betichten. Zij heeft hierop gezegd: "Dat heeft U meyt gedaan met int, of die kinderen hebbent gedaan door indictie van de meyt, want die is vuyl en deugh niet".

Petrus Godefridus Josselin wordt in Erp, waar hij later heeft gewerkt, gekenschetst als een ijverige en serieuze predikant en ook uit de Astense gegevens zijn geen grote aanvaringen met de katholieken bekend. Petrus Godefridus Josselin vertrekt op 01-01-1731 naar Veghel en is op 02-05-1776 te Schiedam overleden.

Petrus Godefridus Josselin is in 1731 als predikant te Asten opgevolgd door Cornelius Janssen.

Cornelius Janssen, 1731-1735

Petrus Godefridus Josselin wordt op 10-06-1731 als predikant opgevolgd door Cornelius Janssen, geboren te Maastricht rond 1700. Hij is als leraar op 16-05-1738 te Eindhoven getrouwd met Eva Margaretha Kuijpers, geboren te Helmond op 01-04-1709 als dochter van Harmanus Kuijpers en Elisabeth Cornelia de Caasteeker:

129

Het gezin van Cornelius Janssen en Eva Margaretha Kuijpers:

# Voornaam Geboorte Huwelijk Overlijden Referentie
1 Johannes Hermannus Woensel 24-05-1739 Ongehuwd Woensel 08-08-1796 zie hieronder*
2 Hermannus Hendricus Woensel 26-03-1741 Heeze 28-05-1796
Johanna Diderieke Kumsius
Heeze 27-08-1799 Secretaris
3 Casparus Woensel 11-08-1743 Ongehuwd Asten 14-12-1826 zie hieronder*
4 Justus Lodewick Woensel 06-04-1746 ±1779
Sophia Maria Blisteng
Bladel 05-02-1824 zie hieronder*
5 Elizabet Cornelia Woensel 30-09-1749
6 Anna Carolina Woensel 25-12-1752 Kind Woensel 29-12-1752
7 Anna Carolina Woensel 28-07-1754

* een opmerkelijk feit is dat drie van zijn kinderen later als predikant optreden in Asten en worden verderop beschreven

Cornelius Janssen is voor zijn benoeming in Asten predikant in Gemert geweest. In het rechterlijk archief van Asten is Cornelius Janssen is getuige van een grote brand in Asten:

Asten Rechterlijk Archief 117 folio 20 verso; 17-12-1732:
Cornelis Janssen, predicant, Pieter van Riet, kerkmeester, Jan Aart Smits, oud borgemeester en Peeter Janssen Verberne. Zij verklaren ter instantie van Andries Verriet, Jan Goort Gerardts, als momboir over de onmondige kinderen van Hendrik Hoefnaegels, Jan Goort Loomans, Francis Willem Loomans en Peeter Willem Loomans, dat zij op 13-09-1732, 's nachts, rond twaalf uur, hebben gezien dat de navolgende huizen, schuren, stallen en schoppen tot op de grond toe zijn afgebrand. Alsmede zijn alle mobilen en perdt verbrand.
Andries Verriet zijn schuur met omtrent 50 vijmen granen, hooi en boekweit.
De onmondige kinderen Hendrik Hoefnagels huis en schuur met omtrent 20 vijmen granen, hooi en boekweit, stallen en schop met de turf.
Jan Goort Loomans huis, schuur, stal en schop met omtrent 80 vijmen granen, hooi en boekweit alsmede de turf.
Francis Loomans het huis.
Peeter Willem Loomans huis, schuur en schop met omtrent 80 vijmen graan, hooi en boekweit alsmede nog 40 of 50 vijmen tienden.
De brand is vehement geweest en binnen de tijd van enige minuten was alles in brand. Zij hebben alleen de vrouwen en kinderen en eenige, dogh wenige mobilien connen salveren. De schade bedraagt huns inziens wel 6000 à 7000 gulden. In de registers van de verponding en beden staan deze goederen geboekt voor:
Andries Verriet verponding ƒ 16-07-06 bede ƒ 5-03-08 totaal ƒ 21-10-14
Onmondige kinderen Hoefnagels verponding ƒ 15-02-08 bede ƒ 4-04-02 totaal ƒ 19-06-10
Jan Goort Loomans verponding ƒ 16-18-02 bede ƒ 3-19-04 totaal ƒ 20-17-06
Francis Loomans verponding ƒ 5-06-00 bede ƒ 1-02-08 totaal ƒ 6-08-08
Pieter Willem Loomans verponding ƒ 15-09-08 bede ƒ 4-05-02 totaal ƒ 19-14-10
Somma totalis ƒ 87-18-00
Francis en Peeter Willem Loomans betalen daarenboven nog ten comptoire der Geestelijke Goederen uit een meerdere rente van ƒ 24-15-00 ƒ 16-03-06
Jaarlijks wordt dus betaald ƒ 104-01-06
Marge: Op 23-11-1743 en 19-5-1744 zijn copiën gemaakt ten behoeve van Jan Goort Loomans en Pieter Loomans.

Cornelius Janssen heeft slechts kort in Asten gediend, maar kan wel worden gezien als de godfather van de Astense predikanten, aangezien drie van zijn zoons het ambt in Asten gaan vervullen. Hij verhuist op 08-05-1735 naar zijn geboorteplaats Woensel en in 1753 verkoopt hij nog een schuldbrief:

Protocolle van heeren schepenen der stadt en vrijheijt van Helmondt, folio 198 verso; 10-09-1753:
Heer Cornelis Janssen predicant , wonende te Woensel bij Eijndhoven, man van Eva Margita Kuijpers. Verkoopt aan heer Arnoldus Leenarts, oudt borgemeester alhier. Een schuld brief van 1000 carolus gulden ten lasten van corpus van Deurne ten behoeven van wijlen heer Hermanus Kuijpers, voor schepenen te Deurne 04-12-1708.

Cornelius Janssen is op 11-01-1772 te Woensel overleden en hieronder zijn overlijdensakte:

130

Cornelius Janssen is in 1736 als predikant in Asten opgevolgd door Johannes Adrianus Leveriksveldt.

Johannes Adrianus Leveriksveldt, 1736-1737

Over Johannes Adrianus Leveriksveldt, de opvolger van predikant Cornelius Janssen, is weinig bekend. Hij komt op 06-05-1736 vanuit Maastricht naar Asten en alleen bij de resoluties van de Raad van State wordt hij tweemaal genoemd. Eenmaal betreffende zijn aanstelling en andermaal bij zijn overlijden:

Resoluties Raad van State 178.325, folio 19 verso; 09-01-1736:
Rekest van het classis van Peel- en Kempenland verzoekende om approbatie op het beroep van Johannes Adrianus Leveriksvelt tot predikant te Asten en Ommel in kwartier Peelland

Resoluties Raad van State 178.328, folio 5; 08-07-1737:
Rekest van het classis van Peel- en Kempenland verzoekende handopening tot het beroepen van een predikant te Asten en Ommelen vacant vanwege het overlijden van Johan Adriaaan Leveriksveld, welke handopening wordt verleend.

Johannes Adrianus Leveriksveldt is op 18-05-1737 overleden en wordt in 1737 als predikant in Asten opgevolgd door Hermannus Alberts.

Hermannus Alberts, 1737-1762

Als opvolger voor predikant Johannes Adrianus Leveriksveldt is beroepen Hermannus Alberts, geboren te Nijmegen op 13-12-1706 als zoon van Petrus Alberts en Sebilla Weerts. Hij is te Rotterdam op 14-03-1737 getrouwd met Johanna van Overschuur, geboren te Rotterdam rond 1717 als dochter van Stephanus van Overschuur en Catharina de Haas van der Dannen.

131

Het gezin van Hermannus Alberts en Johanna van Overschuur:

# Voornaam Geboorte Huwelijk Overlijden Referentie
1 Sybilla Catharina Asten 18-01-1738 Asten 14-11-1756
Roelof Christiaan F Lilly
Asten 01-03-1799
2 Stephanus Asten 26-04-1739 Kind Asten 15-01-1754
3 Zoon Asten 29-03-1742 Kind Asten 29-03-1742
4 Zoon Asten 15-11-1744 Kind Asten 15-11-1744
5 Petrus Asten 08-10-1745 Kind Asten 17-03-1750

Hermannus Alberts preekt op 20-10-1737 zijn afscheid als hulppredikant te Lommel en is in november 1737 aangesteld als predikant in Asten, volgens de Maendelyke uittreksels, of Boekzaal der geleerde waerelt, Deel 45, 1737:

132

Hermannus Alberts is ruim 25 jaar predikant in Asten geweest en kan niet anders omschreven worden als een spraakmakende man. Hij is niet erg geliefd bij de katholieke Astenaren geweest en ook niet bij een aantal gereformeerden en talloze archiefstukken gaan over problemen die hij met anderen heeft. Hieronder heeft hij problemen met de katholieke vorster Gerrit van Riet:

Asten Rechterlijk Archief 118 folio 62; 09-04-1738:
Interrogatorium voor Hermannus Alberts, predicant, van Asten en Ommelen, waarbij de Heer officier, schepenen en secretaris van Asten versogt worden om onder eede te hooren, examineeren, ondervragen en hen getuygenissen bij ider articul te annoteren de personen Willem Jan Loomans, oud collecteur en borgemeester en Marike Willem Loomans, 17 jaar.
Of zij, op 13 maart 1738, of enige dagen daarvoor of daarna, niet zijn geweest ten huize van Gerrit van Riet, vorster, alhier?
Willem Jan Loomans antwoordt bevestigend en Marike Willem Loomans vertelde dat zij haar vader kwam roepen.
Of Gerrit van Riet toen niet is thuis gekomen en Anneke, zijn vrouw, toen niet aan hem vertelde dat predicant, Hermannus Aalberts, aan hun huis was geweest en dat onder andere de voornoemde predicant misnoegd tegen hen was geweest. En of de vorster Gerrit van Riet daarop niet antwoordde en uytbulderende met de woorden: "Ik heb den blixem van de predikant, ik scheyt in hem, ik ben soo goet als hij is"?
Willem Jan Loomans verklaart Gerrit van Riet thuis gevonden te hebben en gehoord te hebben dat Anneke, zijn vrouw, tegen hem enige woorden zei, zonder te kunnen zeggen waaruit die bestonden en dat Gerrit van Riet daarop zei: "Ik geeff den duyvel van de predicant, ik scheyt in de predicant, ik ben soo goet als den predicant".
Marike Willem Loomans verklaart als de eerste deponent.
Of de voorschreven van Riet terzelfder tijd de gemelde Harmannus Alberts niet had gedreigd en onder andere had gezegd: "Wagt laat het maar Paaschen zijn" en of hij niet verder had gezegd: "Wat mag hij meenen, ik meug in 's Hertogenbosch koomen, daar hij wel vandaan zal moeten blijven"?
Willem Jan Loomans verklaart dat hij geen dreigementen heeft gehoord en ook de naam van Hermannus Aalbers niet heeft horen noemen, maar wel dat Gerrit van Riet deese off diergelijke uitsprak.
Marike Willem Loomans verklaart hetzelfde.
Of het niet waar is dat een poos of een weynig tijts na die voorschreven injurieuse woorden de gemelte Gerrit van Riet en sijn vrouw tegen malkander seyden als den predicant aan den weet komt dat wij sulx van hem hebben gesegt dan sullen wij seggen dat wij dronken zijn geweest of zat?
Willem Jan Loomans en Marike Willem Loomans verklaren van dit artikel niet te weten.
Zij willen hun verklaring onder eede bevestigen.

Ook met de protestantse familie van Cotshausen heeft hij het gelijk aan de stok:

Asten Rechterlijk Archief 118 folio 83 verso; 04-09-1738:
Interrogatorium voor de Heer Hermanus Alberts, predicant, te Asten, overgegeven aan Heeren officier, schepenen en secretaris van Asten om daarop onder solemneele eede te hooren, examineeren en ondervragen, getuygenis tegens ider articul te annoteren van de naargenoemde personen zijnde alle gerigtelijk gedagvaart als eerstelijk Paulus Verberne alias Biemans, 25 jaar, Pieter van Riet, Tony den Kuyper, 38 jaar, Johannes Debben, de knecht van Tony de Kuyper, 26 jaar, Joost Jan Hoefnagels, Bartel Faassen, Jennemie, weduwe Tijs Hendriks, 27 jaar, Willem Antoni Muyen, 23 jaar, Ida, de vrouw van Thomas Overhoff, Anneke, weduwe Claus Jan Wolfs, Johanna, de vrouw van Martinus Frans Lambers.
Eerst te vragen aan Paulus Verberne, of hij, op 20 augustus 1738, door Juffrouw Cotshausen is aangeroepen en dat deze zei: "Paulus, ik zal U een dropje geven en dat hij, deponent, toen niet hoorde dat Juffrouw Cotshausen schempten en schelden op den Domenie en dat deselve Juffrouw zei: "Wat dunkt U van den Domenie, wat geburen zijn dat die mijn hont hebben opgehouden en ik zouw den hont voor geen vier pistool geven, hij is niet te waardeeren. Ik heb van nagt van quaatheyt niet conne slapen en gisterenavont van quaatheyt niet konnen eeten"?
Paulus Verberne verklaart dat hij door Juffrouw Cotshausen is geroepen en dat zij een dropje aan hem heeft gegeven en zei: "Wat is dat voor een Domenie die mijne hont verleyt. Domenie Jansen was nog eens eene Domenie. Ik heb soo quaat geweest dat ik gistereavont niet kon eeten, tenagt niet heb konne slapen".
En aan de volgende deponenten te vragen of zij, op 20 augustus 1738, niet gehoord hebben dat den Dominee, staande, met zijn vrouw op straat, aan de heg van den hof van Cotshausen, zei: "Mevrouw, wat is dat van den hont". En of Mevrouw, staande in haar hof, zijnde de vrouw van Floris Pieter Cotshausen, daarop tegen de Dominee, zijnde Hermanus Alberts, niet antwoordde en zei: "Durft gij nog voor den dag koomen, gij carnali"?
Pieter van Riet heeft, tijdens de woordenwisseling, wel gehoord dat Juffrouw Cotshausen tegen de Dominee en zijn vrouw zei: "Cannalie".
Tony den Kuyper heeft wel de woordenwisseling gehoord maar niet verstaan te hebben waarin de woorden bestonden.
De overigen verklaren hiervan niet te weten.
Of zij niet gehoord hebben dat Alberts zei: "Mevrouw, dat sult gij toonen, wat voor canali dat ik ben"?
Allen verklaren hiervan niet te weten.
Of zij niet gehoord hebben dat Juffrouw Cotshausen zei: "Jij zeyt niet alleen canali, maar ook U geheel afkomst"?
Tony den Kuyper heeft gehoord dat Juffrouw Cotshausen zei: "Canali", maar over afkomst heeft hij niet horen spreken.
Johannes Debben heeft gehoord dat iemand zei: "Canali", twelk na sijn gehoor door Juffrouw Cotshausen wierd geseyt.
De overigen verklaren van dit artikel niet te weten.
Of zij niet gehoord hebben dat de vrouw van Alberts zei: "Lieff, nu hebt gij genoeg, nu heeft sij U voor carnali gescholden". En of zij ook niet gehoord hebben dat Juffrouw Cotshausen zei: "Loop heen, jou honsvot, kus mijn gaat. Ik ben te goet tegens U te spreeken". Ook nog of zij gehoord hebben dat Juffrouw Cotshausen zei tegen Alberts: "Hadde het predikanten vant Classis geweeten, dat gij soo een honsvot waart en sulke slegte conduite had, zij soude U noyt beroepen hebben en sij hebben berouw dat sij jou den Heilige Predikstoel hebben laten beklimmen ende de gehele gemeente hebben berouw dat sij een honsvot tot een predikant hebben gekregen". Ook of gij lieden niet gehoord hebt dat Juffrouw Cotshausen tegen Alberts zei: "Bijaldien zij geweeten had dat gij sulke slegte conduite had, dat zij wel zoude gemaakt hebben dat gij noyt te Asten waart gekomen. En ik heb geen respect voor U maar alleenlijk als gij op de predikstoel staat". En dat zij daarna nog tegen Juffrouw Alberts dreigde: "Kom hier, jouw beest, ik zal U een trap op de kop geven"?
Allen verklaren dit niet te weten.
En wordt U gevraagd wat U lieden verder hebt horen zeggen door Juffrouw Cotshausen tot nadeel van de predikant en zijn vrouw?
Paulus Verberne alias Biemans, Pieter van Riet, Tony den Kuyper en Johannes Debben verklaren niet meer te weten als boven vermeld. De overigen verklaren niets te weten, omdat zij niet thuis waren die dag.

Hermannus Alberts heeft ook problemen met katholieken die in Ommel nog katholieke vieringen hielden en de gereformeerde diensten verstoren:

Asten Rechterlijk Archief 30 folio 17; 14-07-1742:
Interrogatorium van Andries Verreyt. Of hij, op maandag, 14 mei laatstleden, niet met zijn kar, waarop de Heer Alberts, predikant en zijn vrouw, naar Bakel zijn geweest en 's avonds terugkomende niet langs de Kapel, te Ommel, zijn gekomen. Of hij toen aan de Kapel geen mensen heeft zien zitten bidden, op hun knieën of dergelijk. Of hij deze mensen kende en waar zij wonen?
Andries Verreyt verklaart dat hij ook wel mensen heeft gezien, maar niet wetende wat zij deden. Hij kende deze mensen niet en weet ook niet waar zij wonen. Verklaring wordt onder eede afgelegd.

Asten Rechterlijk Archief 30 folio 18; 16-07-1742:
Interrogatorium voor Gabriel van Swanenberg, koster en schoolmeester en Hermanus Alberts, predikant. Getuige is, op 11 februarij laatstleden, circa 2 uur 's namiddags, als koster, voorzanger en voorlezer geweest in de kapel te Ommel, waar Hermannus Alberts preekte. Voor de dienst begon heeft hij, tot driemaal, met de klok laten luiden. Tijdens de dienst is er buiten, buiten de kapel, geroepen en geraasd, of men de predikant wilde nabootsen. Tot drie- of viermaal toe is de preek gestoord geworden door een of meerdere personen. Gevraagd is wie dit gedaan kunnen hebben? Ook is hem nog gevraagd of op 20 maart laatstleden, 's morgens, de deur van de school, staande op het kerkhof, met vuyligheyt off mensedreck besmeert off besmeeten was. En wie dit gedaan zouden kunnen hebben of daarbij aanwezig geweest zijn? Ook is hem nog gevraagd wie, op 14 mei laatsleden, toen hij terug kwam van Bakel, zaten te bidden in de kapel te Ommel?
Gabriel van Swanenberg, voor de raad gedagvaart zijnde om getuigenis te geven in zake de hem gestelde vragen heeft dit geweigerd en verzocht om copie en om 14 dagen beraad te nemen. Na overleg van de raad met de drossard, die zei niet gehouden te zijn om copie te geven, maar om gevolgswille accordeert, mits dat Swanenberg binnen 4 à 5 dagen verklaring zal afleggen. Swanenberg weigert en blijft bij 14 dagen dit onder protest van de drossard. De raad gaat uiteen zonder verder iets af te wachten. Hermanus Alberts, eveneens gedagvaard zijnde, heeft ook om copie verzocht en om 14 dagen beraad te nemen. En dat er al een verbaal is opgemaakt door de gedeputeerde van het Classis tijden de laatste visitatie. Onder protest van, en drossard en predikant, wordt zonder verklaring af te leggen, uit elkaar gegaan.

Predikant Hermannus Alberts heeft rond 1749 nog een jaar in Rotterdam vertoefd ten gevolge van een ziekte:

Resoluties Raad van State 178, folio 286; 06-02-1749:
Rekest van Hermanus Alberts predikant te Asten en Ommel in kwartier Peelland te kennen gevende dat hij suppliant sedert de maand augustus te Rotterdam tot redding van een boedel aldaar gevallen hebbende heeft moeten ophouden en aldaar bezocht is geworden door een ziekte en dat die, ofschoon niet zo hevig, hem voortdurend is bijblijvende, zodat hij bij de classis van Peel- en Kempenland zijn predikbeurten had besteld en die bij de leden onder zeker gemis van zijn suppliants traktement worden waargenomen, verzoekende aan de Edele Mogendheden dat ze gelieven hem toe te staan zijn verblijf te Rotterdam nog zo lang te mogen aanhouden totdat hij volkomen hersteld is; hij krijgt nog verlof voor twee maanden mits hij er voor zorgt dat de predikdiensten te Asten en Ommel naar behoren worden waargenomen en buiten kosten van het land of de staat.

Resoluties Raad van State 178, folio 749 verso; 04-04-1749:
Rekest van Hermanus Alberts predikant te Asten en Ommel in kwartier Peelland die een verzoek indient om zich enige tijd te mogen ophouden in Rotterdam ; hij krijgt verlof voor drie maanden.

Er wordt wacht gehouden bij predikant Hermannus Alberts en de wachters worden ondervraagd of zij iets hebben gezien van dreigbrieven bezorgd aan de Astense bestuurders:

Asten Rechterlijk Archief 30 folio 65 verso; 10-11-1753:
Verhoor van Ida de Rover, 25 jaar, wonende bij predikant Alberts, Adriaan van Creyl, 77 jaar.
Of zij in de nacht, tussen dinsdag en woensdag, zijnde geweest de nacht, dat 's morgen bij Cotshausen, Jan Ture Loomans, de Heer van Hooff en bij de pastoor brieven gevonden zijn over hetgene voorgevallen is op 4 juli laatstleden, niet gewaakt hebben bij de was of bleek van predikant Albers, op de pastorie, alhier?
Adriaan van Creyl antwoordt bevestigend.
Of zij toen, laat in de nacht of in de vroege morgen, niemand gehoord hebben, of weten van het wegbrengen, bestellen of leggen van de voorschreven brieven aan de bovengenoemde huizen en of zij enige kennis hebben aan de aan hen vertoonde brieven?
Beiden geven een heel relaas van hetgene zij die nacht gedaan hebben waken, doch hebben niets gehoord of gezien.

Ook worden er grote problemen ondervonden met de honden van Hermannus Alberts, die de buurt van de pastorie onveilig maken, waarbij zijn dochter Sybille een dubieuze rol speelt:

Asten Rechterlijk Archief 30 folio 69; 26-04-1755:
Michael Gyarmaty, Capiteyn Lieutenant van het gereduceerde Regiment Husaaren van Collonel Sandor en Charlotte Hagenberg, zijn vrouw, Johan Michael Embst, Lieutenant van het voorschreven Regiment en Sofia van Hoorn, zijn vrouw, Anna Catarina Coene getrouwd geweest met van Hoorn, Frans Eitvis, cornet van het voorschreven Regiment. Allen wonende in het huis van de Heer Cotshausen, tegenover de Pastorie. Zij verklaren:
De eerste twee comparanten hebben, op dinsdag 22 april laatstleden, tussen 7 en 8 uur, gezeten onder de lindenboom aan de poort van het voorschreven huis. Alstoen is voorbijgekomen Aalbers, predikant, met zijn vrouw, hun dochter en de zoon van de schoolmeester. Wanneer de eerste comparant op zijn plaats of in zijn stal was gegaan en de predikant en zijn gezelschap in de pastorie waren gekomen, zijn daar vandaan met geweld door de heg gekomen twee grote soort van doghonden behorende aan de predikant, die tegelijk, zeer schielijk, op het lijf van de tweede comparante aanvielen. Zij wist niet op wat voor wijze zij haar tronie, hande en lighaam soude bedecken en conserveren roepende om hulp en zoveel doenelijk was naar huis lopende. De honden bleven aan haar rokken hangen tot op de plaats binnen de poort. Op die wijze is zij ontvlucht en ontzet door assistentie van Juffrouw Coenen, vijfde comparante. In huis komende is zij van alteratie in een floute nedergevalle waarop direct de chirurgijn Souve is gehaald die haar heeft adergelaten, alsoo bedugt waare voor haar vrugt doordien hoog swanger is. Daags daarop heeft zij echter nog verscheyde floutens gehad. Verder verklaren de eerste twee comparanten dat zij gedurende de zes weken dat zij hier nu gewoond hebben verscheidene malen van de grote honden overlast hebben gehad, zowel in den hof als op de plaats.
De derde, vierde en vijfde comparanten verklaren dat zij, verleden en dit jaar, veel overlast van de drie grote honden van de predikant gehad hebben en geattaqueert zijn. Zij hebben ook door de vorster vriendelijk laten verzoeken dat de predikant zijn grote honden op zou sluiten, doch tevergeefs.
De vierde comparant verklaart verder, dat, toen zij acht dagen geleden met haar kind in de hof wandelde, de dochter van de predikant, voor de poort van de pastorie staande, terug in de pastorie ging en direct weer de straat op kwam met twee grote honden die gelijk aan de heg van den hof kwamen lopen en met groot geweld op de heg aanvielen. Zij heeft toen de vlucht genomen horende, tegelijkertijd, de dochter tegen haar moeder zeggen: "Dat is mijn grootste vermaak".
De vijfde comparant verklaart verder, dat, op de 22e dezer maand, tegen den avond, de vrouw van de eerste comparant door de twee grote honden van de predikant overvallen werd. Zij is in floute neergesijgd en gelaaten geworden.
De zesde comparant verklaart, dat hij in gepasseerde winter, door de grote bonte hond van de predikant is gebeten achter in het linkerbeen en een galon van zijn huzarenbroek boven de kuit afgebeten en dat de oudste grote hond in zijn rok gebeten heeft. Dat hij ook gezien heeft dat de oudste grote hond van de predikant een kuyl dapte opt kerkhoff aant graft alwaar een kleyn kint begraven was en deselve hont met sijn stock daaraf gejaagt heeft. En alnog den voorschreven hont op een ander tijt opt kerkhoff agter het koor van de kerk heeft ontmoet, hebbende een stuck vlees, sonder te weeten wat vlees het was. Zij willen een en ander onder eede bevestigen.

Asten Rechterlijk Archief 30 folio 71 verso; 26-04-1755:
Verhoor van Gerrit Jacobs van Hugten, 34 jaar, Antonetta, weduwe Arnoldus Tiele, 45 jaar, Joost Voermans, 28 jaar, Goort Jan Lomans, 22 jaar, Anna Maria Lomans, 13 jaar.
Of zij weten dat predikant Aalbers drie grote honden heeft, een soort doghonden. En of zij weten of deze honden hen of andere gebeten hebben of overlast aangedaan hebben.
Gerrit Jacobs van Hugten verklaart dat in maart, zijn zoon Adriaan, oud 10 jaar, aan het huis van Cotshausen had geknickert met verscheidene andere jongens, dat toen de dochter van Albers is gekomen met drie grote honden, waarop de jongen zijn gaan lopen. En zijn zoon, de knikkers oprapende door een hond, wit met zwarte oren, gebeten is in het rechterbeen, dwars over de scheen. Zodanig dat het bloed zijn blocke inliep. Alles zoals zijn zoon, thuiskomende, verhaald heeft. Zij hebben lange tijd moeten plaassere en enige tijd heeft hij niet kunnen gaan.
Antonetta, weduwe Arnoldus Tiele verklaart, dat sij haare soon, genaamt Francis, verstaan heeft dat hij in de winter laatstleden een brieff heeft gebragt bij den Heer Albers en dat een van de grote honde, wit van hair, is gebeete geworden. Dat denselve, van de dogter van den Heer Albers, is ontset geworden.
Joost Voermans verklaart, dat hij, op 7 april laatstleden, is geweest op de binnenplaats van Cotshausen, waar de kapitein en luitenant van de huzaren wonen en als smid een houvast aan een vengster vastmaakte en van de leer klimmende een grote hond van Albers, zonder blaffen hem van achter in het rechterbeen gebeten heeft, door de kous tot in het vlees. Zijnde een grote hond met zwarte oren.
Goort Jan Lomans verklaart, op de plaats geweest te zijn toen Joost Voermans, als smid, aan de muur of vengster wat maakte. En dat Joost van de ladder afkomende, riep: "Daar bijt mijn den hont". En hij, comparant, bezig zijnde om een kar klot af te stoote opkeek en een grote hond van de plaats zag lopen.
Anna Maria Lomans verklaart, dat zij in de winter van de Wolfsberg komende, nevens de pastory, door de grote witte hond van de predikant in het linkerbeen is gebeten en dat Antoni Claus en Wilhelmus van Riet den hond hebben opgejaagd.
Zij willen een en ander onder eede bevestigen.

Heeft dochter Sybille van Hermannus Alberts het gedaan met zoon Dirk van schoolmeester Gabriel Swanenberg en wie heeft dit nieuws verspreid:

Asten Rechterlijk Archief 120 folio 152 verso; 26-08-1755:
Interrogatorium ter instantie van Hermanus Alberts, predikant, alhier, om te verhoren Maria Willems van den Eerenbeemt, 38 jaar, Pieter Martinus Janse, 26 jaar, Peternel, weduwe Andries Verreyt, 56 jaar.
Of zij niet kennen, Anneke, de vrouw van Gerrit van Riet, commies van de tol en vorster, alhier?
Allen antwoorden bevestigend.
Of deze Anneke aan hen niet heeft gezegd dat de dochter van Hermanus Alberts van kinde swaar ging, off groot ging en dat selfs in de vijffde maand en dat deselve moeste kraame van Dirk Swanenberg, soon van de schoolmeester en hoe lang reekende?
Allen weten van niets en aan hen is dit ook nooit verteld.
Wanneer op en welke plaats voornoemde Anneke dit aan hen gezegd heeft, ofwel, wie van haar huisgezin, dat aan hen gezegd heeft?
Maria Willems van den Eerenbeemt weet niets. Pieter Martinus Janse weet niets, maar heeft wel Dirk van Swaneberg horen zeggen: "Het is geen soutsteen, is het er in, soo sal het er wel uytkomen". Peternel, weduwe Andries Verreyt, verklaart dat sij op een morge bij Hendrik Verberne wat vuur haalende, sonder den tijt te weete wanneer off den dag, de dogter van Gerrit van Riet, genaamt Helena, sijde: "Wel, Nel, wat spraak gaat er van Dominees dogter", daarop sij, comparante, sijde "Wat is dat? Daarop Helena sijde: "Wel dat er geseyt word, dat sij swaar gaat sonder te seggen bij off van wien".
Wat zij verder weten?
Allen weten verder niets.
Maria Willems van den Eerenbeemt verklaart nog dat zij haar verklaring onder eede wil bevestigen.
Pieter Martinus Janse wil dit ook wel doen mits zijn verlette tijd betaald wordt.
Peternel, weduwe Andries Verreyt, wil haar verklaring onder eede bevestigen.

Door ziekte van Hermannus Alberts wordt in 1762 een hulppredikant benoemd en hij blijft op de pastorie wonen, aldus de Maendelyke uittreksels, of de Boekzael der geleerde waerelt, Volume 48, 1762:

133

Hermannus Alberts heeft in de loop der tijd veel mensen in dienst genomen, is goed in het beloven van dingen, maar slecht in betalen:

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 07-12-1762:
Jan Jansen van de Meulendijk, aanlegger contra de Weledele Heer Aelbers, predicant, gedaagde.
De huisvrouw van aanlegger heeft circa vier jaar geleden, wegens arbeidsloon, met gedaagde afgerekend. Deze is daarbij ƒ 23-4-0 schuldig gebleven en daarop in mindering betaald ƒ 9-4-0 zodat nog te betalen blijft ƒ 14-0-0. Sedertdien heeft de vrouw van aanlegger, Catharien Fransen Lambers en aanlegger zelf, diverse werkzaamheden gedaan voor gedaagde zoals den hof gespayt en besayt voor ƒ 10-00-00 en met turf steken, maaien en hooien 21 dagen gewerkt voor 9 stuiver per dag totaal ƒ 9-09-00 en 10 dagen 7 stuiver per dag totaal ƒ 7-10-00. Aanleggers vrouw heeft 129 dagen voor 4 stuiver per dag totaal ƒ 25-16-00, zij is bij de boeren rond geweest om mist en bekomen 15 karren mist voor ieder kar 1 stuiver ƒ 0-15-00, naar de Graaf geweest tweemaal ieder keer 12 stuiver totaal ƒ 1-04-00 en met gedaagde 12 dagen naar Nimwegen geweest voor verlet ƒ 3-00-00. Alles bij elkaar ƒ 99-10-00,
Aanlegger heeft ondanks minnelijke verzoeken geen betaling hunnen verkrijgen. Reden om hem te dagen.

Asten Rechterlijk Archief 16 folio 62; 07-05-1764:
Jan Jacobs Verberne, aanlegger contra Hermanus Aelbers, predicant, te Eyndhoven, gedaagde. Aan gedaagde wordt opgelegd te betalen ƒ 43-8-8. Aanlegger zal echter gehouden zijn zijn eed af te leggen. Gedaagde gaat in beroep en stort een borgsom van ƒ 150,-, zijn borgen zijn Johannes Jansen, molenaar, te Vlierden en Leendert Lamberts, alhier. Partijen blijven op hun gelijk staan doch verzoeken de zaak te sluiten.

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 24-11-1764:
Wij, Hendrik Berkers en Leendert van Riet, schepenen en Jacobus Losecaat, secretaris, verklaren bij deze dat wij ter instantie van Jan Jacobs Verberne, in de Steegen, gisteren, 23-11-1764, ten verzoeke van Jan Jacobs Verberne, ons hebben begeven in zijn huis, alwaar hij ons heeft aangewezen zijne met wit kreyt en in boeresijfers door hem aangetekende pretensie of rekening, zoo hij verklaarde, te hebben ten laste van den Heer Hermanus Albers, gewoond hebbende, alhier. Op de planken boven den ingang van een betsteede staande in den hoek van de keuke aan een vengster, of raam, bestaande, zoals den requirant opreekende en aanwees, in de volgende posten, hoewel hier en daar wat duyster, als eerst vooraan en wat terseyde, na het hoofdend. Wegens verdiende karrevragten, gedaane verschotten en geleent gelt tesamen een somme van ƒ 88-18-8, wat meer naar het midden stond daarop ontvangen ƒ 51-11-8. Resterend ƒ 37-7-0. Nog voor turf en vragten ƒ 14-0-0, terzijde stond ontfangen ƒ 8-8-8. Resterend ƒ 5-11-8. Rest te ontfange ƒ 42-18-8. Wij hebben een en ander ten protocolle gebracht.

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 24-01-1765:
Hermanus Albers, eerst gedaagde nu aanlegger contra Jan Jacobs Verberne, eerst aanlegger nu gedaagde. Uitvloeisel uit het vorig proces. Het is gebruikelijk dat bouwlieden, kar- en voerlieden hetgeen zij verdienen op de post van deur of wand schrijven. Zoals te zien is bij Simon van Leeuwen in zijn Rooms Hollands regt 5e boek, 20e deel, nummer 23. Ook professor Voet wordt aangehaald, evenals raadsheer Wijnands Braband decisien del 135. De huidige aanlegger staat als een wanbetaler te boek. Gedaagde heeft met Adriaan Lintermans aan aanlegger geleend om de verdiensten van Peter van Ruth te betalen.

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 29-04-1765:
Jan Jacobs Verberne eerst gedaagde nu aanlegger contra Hermanus Aelbers, predikant, te Asten, wonend te Eyndhoven eerst aanlegger nu gedaagde. Aanlegger heeft van gedaagde te vorderen wegens karrevragten verschotten en geleende penningen mitsgaders geleverde klot ƒ 103-8-8. Van tijd tot tijd is hierop afbetaald ƒ 60-0-0, resteert ƒ 43-8-8. Dat den aanlegger nu gecontradiceerde tot praetense verificatie van zijn gelibelleerden eysch aan die van U Eerwaarde eenige notitie in krijt op een betsteede off vengsterraam, praetentelijk ten lasten van den contradictuur opgegeven hebbende. Daaruit is een praetens restant van ƒ 42-18-8 geformeert. Gedaagde zegt aanlegger niets schuldig te zijn.

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 30-08-1765:
Vorster van Asten, U zult ter instantie van Hermanus Aelbers, predicant, te Asten, wonende te Eyndhoven, zich vervoegen bij de drie voornaamste herbergen van Asten en aldaar behoorlijk afvragen of er iemand is die voor Aelbers borg wil blijven, in zijn te voeren proces tegen Jan Jacobs
Verberne, gedaagde, voor het gerecht van Asten. Helmont Alexander Verbeek, gelaste.
Op 31-08-1765 mij vervoegd bij aan de herbergen van Willem de Bruyn, schepen, Antony Fransen Voermans en weduwe Jan Verhoysen niemand heeft zich gemeld om borg te staan. Heb daartegen geprotesteerd van aangewende devoiren als naar stijl. Gerrit van Riet, vorster.

Asten Rechterlijk Archief 122 folio 137 verso; 07-10-1765:
Adriaan Lintermans en Peter van Ruth verklaren ter requisitie van Jan Jacobs Verberne dat zij, in de lente van 1762, zijn geweest in de Pastory, toen in bewoning bij Hermanus Albers, waar ook de requirant in deze aanwezig was. Hij, tweede comparant, heeft aan de vrouw van Aalbers, vermits de Heer Aalbers niet thuis was, om betaling verzocht van arbeidsloon. Waarop Juffrouw Aalbers zei geen klein geld te hebben om te kunnen betalen. Op het sterk aanhouden om voldoening, van hem tweede comparant, heeft Juffrouw Aalbers aan de eerste comparant verzocht het bedrag voor haar voor te schieten, dit was echter niet toereikend. Daarop hebben de comparanten vervolgens gehoord dat Juffrouw Aalbers aan de requirant vroeg om het restant te voldoen. Deze heeft dat ook gedaan. Vervolgens is het hem, tweede comparant, ook uitbetaald overigens wel nadat de Juffrouw, hem, tweede comparant, braaff had uytgescholden. De eerste comparant verklaart verder dat hij aan Juffrouw Aalbers verscheyde reysen geld heeft geleend hetgeen hem door Aalbers steeds is terugbetaald.

Predikant Hermannus Alberts gaat in 1765 met emeritaat en verhuist in 1765 naar Eindhoven:

Asten Rechterlijk Archief 122 folio 140 verso; 31-10-1765:
Cazijn van Zelm, predicant te Someren en Lierop en Petrus Molegraaff, predicant, alhier, geven procuratie aan Gerard Pieter van Esveld, secretaris, te Eyndhoven, om namens hen, op de secretarie van Eyndhoven, over te dragen aan Hermanus Albers huis en hof agter de Gereformeerde Kerk, te Eyndhoven. Koopsom ƒ 550,-.

Ook daar blijven de schuldeisers hem achtervolgen:

Asten Rechterlijk Archief 122 folio 170 verso; 26-08-1766:
Jan Janse van de Meulendijk en Catarina Franse, zijn vrouw, verklaren ter requisitie van Jan Jacobs Verberne dat zij, comparanten, circa zes jaar, voor de Heer Hermanus Aelbers, predicant, alhier, als arbeydslieden hebben gewerkt in zijn hof als anderszins. Dat zij van hem een som geld te goed hadden zonder toen direct te weten hoeveel. Omdat Aelbers hen op differente reysen kleine sommetjes op mindering had gegeven. Zij hebben Aelbers dikwijls verzocht om met hen een rekening op te maken om eens precies te weten wat hun vordering was en daarna voldoening te krijgen. Dit is steeds vruchteloos geweest. Zij hebben Meester Hendrik van Reysingen, advocaat, te Helmond, verzocht om een en ander te constringeren en hieruit is een vordering van ƒ 20,- ten goede van hen, comparanten, gebleken. Deze som is door hen, na verstecq van antwoord van de drost, alhier, ontvangen voor rekening van Aelbers. Verder verklaarde de tweede comparante dat zij ter voldoening van de regtscosten aan van Rijsingen heeft betaald, circa ƒ 14,-, en die door de drost aan haar, comparante in besloote missive was ter hant gestelt. Zij verklaren verder dat zij tijdens hun werkzaamheden voor Albers tot verscheyde reyse hebben gezien dat de requirant met zijn paard en kar voor Albers en zijn vrouw heeft gevaren.

Asten Rechterlijk Archief 122 folio 171 verso; 26-08-1766:
Adriaan Lintermans verklaart ter requisitie van Jan Jacobs Verberne dat hij, comparant, circa een jaar geleden samen met de requirant is geweest in de Pastory, alhier, toen bewoond wordende door Hermanus Aelbers, dat daar aan huis is gekomen Peter van Rut, om zijn verdienste te komen manen terzake van het turfsteken voor Aelbers gedaan. Dat de vrouw van Aelbers tegen hem, van Rut, zei, dat ze hem niet kon betalen doch dat door het aanhouden van van Rut, zij hem zijn verdiensten voldaan heeft met geld dat zij van hem, comparant en de requirant geleend had. Verder verklaart de eerste comparant dat hij verscheidene malen aan Aelbers geld heeft geleend en dit alleen dan met grote moeite terug heeft gekregen. Steeds werd toegezegd hem te betalen doch telkens werd dit verschoven. Tot op heden heeft hij geen prompte betaling kunnen verkrijgen.

Hermannus Alberts verkoopt een obligatie:

Asten Rechterlijk Archief 107b folio 202 verso; 26-03-1768:
Hermanus Albers, rustend predicant, te Eyndhoven, verkoopt aan Cazijn van Zelm, predikant, te Someren en Lierop een obligatie van ƒ 800,- à 3,75% ten laste van Jan Jans van Rooy, Jan Janse Tony Slegers en Paulus Valks, allen inwoners van Nuenen de dato 29-04-1766. De verkoper stelt als onderpand huis en hof te Eyndhoven; huis, hof en aangelag alsmede een stuk land te Asten. Voor schepenen Eyndhoven

Johanna van Overschuur is op 06-01-1786 te Eindhoven overleden en Hermannus Alberts is te Eindhoven op 30-03-1786 overleden. Hieronder hun beide overlijdensakten:

134

Hermannus Alberts is van alle predikanten in Asten de meest beruchte en heeft met vrijwel de gehele bevolking overhoop gelegen. Niet alleen op religieus gebied, maar ook in de persoonlijke sfeer was hij geen gemakkelijke man. Hermannus Alberts is in Asten de laatste jaren ondersteund geweest door hulppredikant Petrus Molengraaff.

Petrus Molengraaff, 1762-1765

Hermanus Alberts wordt tijdens zijn predikantschap geholpen door adjunct predikant Petrus Molengraaff, geboren te Eindhoven op 05-03-1732 als zoon van Johan Molengraaf en Helena de Gester. Hij is op 09-06-1765 te Asten getrouwd met Cornelia Maria Lozecaat, geboren te Asten op 26-11-1744 als dochter van Jacobus Losecaat en Geertruida Hampen:

135

Het gezin van Petrus Molengraaff en Cornelia Maria Lozecaat:

# Voornaam Geboorte Huwelijk Overlijden Referentie
1 Helena Geertruijda Erp 01-06-1766 Ongehuwd Amsterdam ±1829
2 Johan Hendrik Erp 05-07-1767 Hoorn 06-04-1801
Elizabeth van Hogen
Breda 30-06-1839
3 Jacoba Antonetta Erp 27-07-1770 Budel 11-06-1806
Eimert Bouman
's-Hertogenbosch 30-11-1851
4 Pieter Gerard Middelbeers 04-11-1776 Ongehuwd Tilburg 20-05-1843
5 Antonia Middelbeers ±1781 Amsterdam 13-05-1818
Hendrik Ruijtenberg
Amsterdam 18-01-1858

Predikant Hermannus Alberts woont blijkbaar nog in de pastorie en Petrus Molengraaff, die als adjunct predikant begint, verhuurt onder voorwaarden een deel van de pastorie aan een luitenant:

Asten Rechterlijk Archief 122 folio 40; 07-09-1763:
Petrus Molegraaf, adjunct predikant, alhier, geeft in huur aan Victor Gerard de Miellet, sou lieutenant, wonende te Deurne, de Pastorie. Huurtermijn 6 jaar, indien de verhuurder echter binnen die tijd wordt beroepen dan zal de huur niet langer duren dan waartoe de verhuurder recht heeft. Indien de huurder binnen de voorschreven tijd als officier zich elders moet vestigen dan mag de huur per jaar opgezegd worden. Huursom ƒ 50,- per jaar.
Indien Albers, predicant, binnen de huurtermijn komt te overlijden dan zal de verhuurder per half jaar mogen opzeggen om de Pastorie zelf te gaan bewonen.

Petrus Molengraaff verkoopt met zijn Somerense collega Casijn van Zelm een stuk land in Baardwijk:

Asten Rechterlijk Archief 122 folio 138 verso; 08-10-1765:
Casijn van Zelm, predikant, te Someren en Lierop en Petrus Molegraaf, predikant, alhier, geven procuratie aan Pieter Smits, coopman, te Waalwijk, om namens hen, ter secretarie van Baartwijk, over te dragen aan Peter van Hulten, te Baartwijk land onder Baartwijk 15 hont. Koopsom ƒ 1500,-.

Petrus Molengraaff en zijn Somerense collega Casijn van Zelm zorgen er voor dat Hermannus Alberts naar Eindhoven kan verhuizen:

Asten Rechterlijk Archief 122 folio 140 verso; 31-10-1765:
Cazijn van Zelm, predicant te Someren en Lierop en Petrus Molegraaff, predicant, alhier, geven procuratie aan Gerard Pieter van Esveld, secretaris, te Eyndhoven, om namens hen, op de secretarie van Eyndhoven, over te dragen aan Hermanus Albers huis en hof agter de Gereformeerde Kerk, te Eyndhoven. Koopsom ƒ 550,-.

In 1765 vertrekt Petrus Moolengraaff naar Veghel en in 1771 naar Middelbeers en van daaruit heeft hij nog steeds geld van Astenaren tegoed:

Asten Rechterlijk 99 folio 307; 07-01-1775:
Hendrik Roymans is schuldig aan Petrus Moolegraaf, predikant, te Oost- West en Middelbeers ƒ 400,- à 3½%. Borgen zijn Aart Driessen de Zeeger en Joost Buckums. Marge: 10-02-1779 gelost.

Asten Rechterlijk 16 folio 253; 28-06-1784:
Petrus Molengraaf, predicant, te Oost-, Middel- en Westelbeers, aanlegger contra Dirk Dirks en Francis Smits, gedaagden. Wegens afbetaling van een obligatie de dato 05-02-1779 Asten, ƒ 400,- à 3½% twee jaar ten achter. Aanlegger verzoekt om executie te mogen doen.

Petrus Molengraaff verhuist in 1790 nog naar Maarheeze en is op 06-02-1804 aldaar overleden en Cornelia Maria Lozecaat is te Amsterdam op 26-10-1811 overleden. Hieronder de overlijdensakte van Petrus Molengraaff:

136

Na het emeritaat van Hermanus Alberts neemt ook adjunct predikant Petrus Molengraaff in 1765 afscheid van Asten en ze worden opgevolgd door Johannes Hermannus Janssen.

Johannes Hermannus Janssen, 1766-1773

Als opvolger van Hermannus Alberts en adjunct predikant Petrus Molengraaff wordt in 1776 aangesteld Johannes Hermannus Janssen, geboren te Woensel op 24-05-1739 als zoon van Cornelius Janssen en Eva Margaretha Kuijpers (zie Cornelius Janssen). Johannes Hermannus Janssen is niet gehuwd.

Het afscheid van Johannes Hermannus Janssen als predikant van Lommel in april 1766 en zijn aanstelling als adjunct predikant Johannes Hermannus Janssen in de Maandelyke uittreksels, of Boekzaal der geleerde waerelt, Deel 102, 1766[googlebooks.nl]:

137

138

Op 11-07-1773 neemt Johannes Hermannus Janssen afscheid van Asten in de Maandelyke uittreksels, of Boekzaal der geleerde waerelt, Deel 119, 1773:

139

Johannes Hermannus Janssen vertrekt naar Woensel, zoals ook vermeld in het Naamregister der predikanten, zo van de Nederduitsche, als Walsche en Engelsche kerken van 1790[14]:

140

Johannes Hermannus Janssen is op 08-08-1796 te Woensel overleden. Hieronder zijn overlijdensakte:

141

Johannes Hermannus Janssen wordt in 1774 als predikant te Asten opgevolgd door zijn broer Justus Louis Janssen.

Justus Louis Janssen, 1774-1775

De opvolger van Johannes Hermannus Janssen als adjunct predikant te Asten is zijn broer Justus Louis Janssen, geboren te Woensel op 06-04-1746 als zoon van Cornelius Janssen en Eva Margaretha Kuijpers (zie Cornelius Janssen). Hij is in januari 1779 getrouwd met Sophia Maria Blisteng, geboren te Amsterdam op 27-04-1749 als dochter van Gijsbertus Blisteng en Apolonia Pantekoek. Voor zover bekend hadden zij samen geen kinderen.

Justus Louis Janssen heeft in Groningen rechten en in Helmond theologie gestudeerd en is als adjunct predikant in Asten begonnen volgens de Maandelyke uittreksels, of Boekzaal der geleerde waerelt, Deel 120, 1774:

142

143

In de Astense rechterlijke archieven komt de naam Justus Louis Janssen niet voor en eind 1775 volgt zijn vertrek, aldus de Maandelyke uittreksels, of Boekzaal der geleerde waerelt, Deel 62, 1776:

144

Justus Louis Janssen verhuist eind 1775 naar Bladel. Sophia Maria Blisteng is op 21-07-1823 te Bladel overleden en Justus Louis Janssen is op 05-02-1824 te Bladel overleden. Hieronder de overlijdensakte van Justus Louis Janssen:

145

Hieronder de overlijdensadvertentie geplaatst door zijn broer Casparus Janssen en zijn schoonbroer Pieter Blisteng in de Opregte Haarlemsche courant van 12-02-1824:

146

Justus Louis Janssen wordt in 1776 als predikant te Asten opgevolgd door zijn broer Casparus Janssen.

Casparus Janssen, 1776-1798

Justus Louis Janssen wordt op 13-10-1776 opgevolgd door zijn broer predikant Casparus Janssen, geboren te Woensel op 11-08-1743 als zoon van Cornelius Janssen en Eva Margaretha Kuijpers (zie Cornelius Janssen). Justus Louis Janssen is ongehuwd.

Casparus Janssen heeft rechten gestudeerd in Groningen en is in 1776 benoemd als predikant in Asten, zoals vermeld in het Naamregister der predikanten, zo van de Nederduitsche, als Walsche en Engelsche kerken van 1790[14]:

147

Een jaar na zijn aanstelling komt zijn moeder bij hem in de pastorie inwonen:

Asten Rechterlijk Archief 124 folio 113 verso; 29-03-1777:
Mejuffrouw Eva Magrieta Kuypers, getrouwd geweest met Cornelis Jansen, predikant, te Woensel, wonende te Asten. Zij geeft een machtiging aan haar zoon, Casper Jansen, predikant, te Asten, om voor haar bij te wonen.

Er wordt geconstateerd dat de pastorie in slechte staat is en er wordt geadviseerd om een nieuwe pastorie te bouwen:

Asten Rechterlijk Archief 126 folio 62; 16-12-1786:
Christiaan Braam, Meester timmerman, te Eyndhoven, Pieter Verberne, Meester metselaar, te Eyndhoven en Pieter van Bussel, Meester timmerman en metselaar, te Asten, hebben geexamineert de Predikantswooninge of sogenaamde Pastory-huysinge alhier. Zij verkeerd in zeer slechte staat, de fundamenten staan op verscheiden plaatsen slechts bovenop de grond en zijn van tijd tot tijd gerepareerd en ondermetseld. De muren zitten vol barsten en scheuren terwijl de ramen en deuren voor het grootste deel verrot en versleten zijn, evenals de zolder en de kap. De vertrekken zijn verder slecht gereguleerd omdat er nu en dan een kamer of vertrek aangezet of aangelapt is, waardoor dus verschillende kappen en goten op het dak en daardoor lichtelijk lekkage. De stal of brandhuis is te klein en zeer bouwvallig. De Pastory-huizinge is zeer bouwvallig en kan niet zonder grote kosten gerepareerd worden en blijft dan nog een zeer zwak en irregulier huis. Het beste is een goede en bekwame en nieuwe woning te bouwen met eventueel gebruikmaking van de oude materialen. De kosten daarvan zullen bedragen circa ƒ 3700,-.

Onderstaand archiefstuk geeft aan dat de nieuwe pastorie rond 1788 is gebouwd:

Asten Rechterlijk Archief 101 folio 247; 22-12-1788:
Het Corpus van Asten is schuldig aan Jan Francis Timmermans ƒ 1000,- à 3% tot betaling van een nieuw gebouwde Pastorye of Predikantswoning in 1788 volgens Haare Edele Moogendheden appointement de dato 27-03-1787. Marge: 22-12-1789 gelost ƒ 500,-, 22-12-1790 - gelost ƒ 500,-. Geregistreerd ten kantore der Domeinen van Brabant in lib van nigo en afl begin 01-01-1773 folio 46 verso 12-01-1789.

Hieronder een foto van de toenmalige pastorie aan de huidige Kerkstraat met op de achtergrond de parochiekerk, die toen in handen was van de gereformeerden.

148

Nadat de Fransen in 1795 de vrijheid van godsdienst hadden bewerkstelligd, brak de tijd aan dat de parochiekerk van Asten, de pastorie en de kapel van Ommel weer teruggegeven moesten worden aan de katholieken. In 1798 wordt een taxatie verricht:

Asten Rechterlijk Archief 165; 09-06-1798:
Taxatie van het kerkgebouw en pastory, zijnde van de gemeente en in huur bij predikant Jansen. de kerk ƒ 8150,-, de pastory ƒ 3000,- en de kapel, te Ommel ƒ 2000,-.

Predikant Casparus Janssen had echter nog geen zin zijn pastorie te verlaten en het duurde tot 1807 vooraleer er een ruil kon plaatsvinden tussen de pastorie aan de huidige Kerkstraat en de oude pastoorswoning aan de huidige Lindestraat:

Asten Rechterlijk Archief 106 folio 133 verso 11-03-1807:
Willem van Asten, pastoir, Willem Berkers, Martinus van Bussel, Johannes Knaapen en Marcelis van Bussel, als kerkmeesters van Asten, verkopen aan Casparus Jansen, predikant, geassisteerd met Leendert van Riet, Hendrik van den Bosch en Abraham van Nouhuys, als gecommitteerden van de Gereformeerde Gemeente van Asten een huis, schop, washuis, sacristie, hof en aangelag genaamd de oude Pastoirswoning nummer 371 1½ lopense. Gelegen in zijn heggen en kerkmuur met de plaats waar te voren de oude kerk gestaan heeft. Zullende de buitenmuur aan de straat en aan de gevel naar het zuidoosten tot aan de heggen van den hof op die hoogte blijven, zoals bij de koop bepaald is. En de verkopers zullen verplicht zijn de muur daar, alwaar de glasramen gestaan hebben, zo hoog, met goede stenen en kalk behoorlijk op te metselen zodat de gehele muur op gelijke hoogte is. Ook zal de poort of ingang van de afgebroken kerk behoorlijk en vast toegemetseld worden tot op de hoogte van de voorschreven muur. De gevel van de afgebroken kerk is onder de koop begrepen en daarom mag daarvan niets afgebroken worden. Het Peelveld aan de Scheepersdijk zal tussen kopers en verkopers half / half worden verdeeld. Koopsom ƒ 1200,-.

Casparus Janssen is op 14-12-1826 te Asten overleden en hieronder zijn overlijdensakte:

149

In de Opregte Haarlemsche courant van 08-01-1827 de overlijdensadvertentie van Casparus Janssen:

150

Casparus Janssen is als opvolger van zijn broers Johannes Hermannus en Justus Lodevicus ruim 50 jaar predikant in Asten geweest. Op basis van de archieven zijn er weinig schermutselingen tussen de gereformeerden en katholieken geweest en ook na de Franse inval rond 1795, toen de vrijheid van godsdienst werd hersteld, kenmerkt zich door een rustige overgang. Casparus Janssen heeft toen de parochiekerk wel moeten afstaan, maar mocht de pastorie nog geruime tijd blijven gebruiken. In 1810 is er onder Lodewijk Napoleon nog een nieuwe kerk gebouwd. Casparus Janssen wordt in 1827 als predikant te Asten opgevolgd door Geert Jans Cool.


Het vervolg van de lijst van de predikanten staat beschreven bij de nieuwe Nederlands Hervormde kerk (zie Lindestraat 1).


Referenties:
  1. a b c Geschiedenis van het Bisdom 's Hertogenbosch van 1872 (https://books.google.nl/books?id=9t1aAAAAcAAJ)

  2. Stichting Anneke de Bruijn (http://www.stichtingannekedebruijn.nl)

  3. Vaderlandsch geschied-, aardrijks-, geslacht- en staatkundig woordenboek, in zig vervattende de oude en hedendaagsche kerkelijke en wereldlijke geschiedenissen der Vereenigde Nederlanden, en onderhoorende landschappen, 1781 (https://books.google.nl/books?id=YZfxkNNPjmsC)

  4. Bossche Encyclopedie (http://bossche-encyclopedie.nl)

  5. Katholyk Meyerysch Memorieboek van 1819 (https://books.google.nl/books?id=r4pQAAAAcAAJ)

  6. LocalHistory (https://www.localhistory.nl)

  7. Nieuw Nederlandsch biografisch woordenboek (http://resources.huygens.knaw.nl)

  8. Memories van de eerste pastoor in Milheeze (https://historiek.net/stuk-van-het-jaar-inzending-van-gemeentearchief-gemert-bakel/45477)

  9. Asten-Ommel Hervormde Gemeente (https://www.dominees.nl/dominees.nl/search.php?srt=g&id=10258)

  10. Jaarboek 15 van de Nederlandse Hervormde Gemeente van Castricum uit 1992 (https://www.oud-castricum.nl/jaarboeken/nederlands-hervormde-gemeente-jaarboek-15-1992)

  11. Ontvoerd of gevlucht, religieuze spanningen in Brabant en de zaak-Sophie Alberts (https://books.google.nl/books/about/Ontvoerd_of_gevlucht.html?id=9DJNDwAAQBAJ)

  12. Levensloop van Dominee Petrus Immens (https://theologienet.nl/documenten/immens_levensloop.rtf)

  13. Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek (http://resources.huygens.knaw.nl/retroboeken/nnbw/#source=4&page=416&accessor=accessor_index&size=1057&view=imagePane)

  14. a b Naamregister der predikanten, zo van de Nederduitsche, als Walsche en Engelsche kerken van 1790 (https://books.google.nl/books?id=JEGvNv2KZ1MC)


De meest gebruikte referenties staan in de introductie vermeld
Laatst bijgewerkt op 5 juni 2019, 10:55:50

Heemhuis, Molenstraat 10 Someren, open op dinsdag van 9 tot 12 uur.
Voor bezoek aan het Archeologiehuis, Molenstraat 14 Someren, dit vragen in het heemhuis.