vonder kop
vonder kop

Voormalige kerk, G589

Uit het boek Geschiedenis van het Bisdom 's Hertogenbosch van 1872[1] aangevuld met recente gegevens[2] citeren we het volgende over de kerk van Asten:

Asten is, naar luid van alle kerkelijke registers, de moederkerk van Lierop, welke parochie in 1360 daarvan gescheiden is en toen eerst zijn eigen herder verkreeg, die nogtans, om het personaat van Asten en Lierop, van de moederkerk eenigzins afhankelijk bleef. Het personaat der kerken van Asten en Lierop, door een der prelaten van Floreffe uit de tienden van Asten opgerigt, is bezeten geweest door Franciscus Bane deken van Sint Donna te Brugge 8 december 1534, die ten behoeve van Claes Damant afstand doet 28 januarij 1541, doch de vruchten des personaats behoudt tot 25 januarij 1543. Op dezen persoon volgen den 8 juni 1553 Peter Damant de jonge, derde bisschop van Gent, verder Jan de Rismont, die den 27 april 1627 het personaat overdraagt aan Jan Doignies en eindelijk worden vernoemd Johan Del Rio, deken en officiaal van Onze Lieve Vrouwe kerk te Antwerpen, Joannes Martini en meester Jacobus de Boot priester. De persona betaalde voor de afwezigheid elf Rijnsgulden en 18½ stuiver en voor het seminarie van 's Hertogenbosch zes gulden.
Sonnius scheidde, op voorstel van Reinier van Brederode heer van Asten en op verzoek der ingezetenen van beide plaatsen, den 26 mei 1569 de kerken van Asten en Lierop geheel van elkander. Van ouds heeft de abdij Floreffe het patronaat der kerk van Asten bezeten. Wiricus zesde prelaat kocht in het begin der 13e eeuw , ten behoeve van zijn onderhoorig huis Postel een deel der tienden van Asten, welken aankoop met andere bezittingen paus Innocentius III in 1212 bekrachtigde. Albert heer van Cuijk, die met de abdij Floreffe het begevingsregt beurtelings uitoefende, stond dit in 1221 ten behoeve der broeders en zusters van Postel aan genoemde abdij af; deze schenking is door Jeannes IV bisschop van Luik ten jare 1290 bevestigd, terwijl zijn derde opvolger Theobald in 1308 die nog nader bekrachtigde, toen ridder Willem van Stakenborg, heer van Asten, twee jaren vroeger plegtig had afgezien van zijn gemeend regt op het patronaat der kerk van Asten. Ofschoon Postel van de moederabdij Floreffe onafhankelijk was geworden, is het patronaat eerst den 5 mei 1652 van Floreffe tot Postel overgegaan, zonder dat de nieuwe abdij eenig nut daarvan getrokken heeft.

Hieronder een pentekening van de oude kerk van Asten van 1802:

01

De oude parochiekerk, die van 1648 tot 1798 door de protestanten was ingenomen, is eene fraaije kruiskerk met zwaren toren voorzien van eene hooge spits, terwijl een klein torentje het midden der kerk siert. Deze is aan de Moeder Gods toegewijd, festum praesentationis 21 november, doch de kerkwijding wordt in september gevierd. Vele altaren of beneficiën bestonden er weleer in deze kerk, doch hebben naar de tijdsomstandigheden vele veranderingen ondergaan; de kerkvisitatie van 22 april 1616 vermeldt de volgende negen beneficiën:
Altare Beatae Mariae Virginis buiten het koor, dat door den rector Hubertus Henrici bediend, werd.
Altare Georgii, door Philippus pastoor van Meijel bediend.
Altare Antonii et Sebastiani, welk beneficie Theodericus pater in Ommel bezat.
Altare Barbara et Catharina, dat aan het kosterschap was toegevoegd.
Altare Santas Trinitatis.
Altare Andreae; waarvan Gerardus van Bree, kapelaan van Ommel, de aanwezige rector was
Altare Sancto Spiritus,
Altare Adriani et Nicolas.
Altare Agatha, door den rector Theodericus Scheepers bediend.
In december 1553 droeg Antonius de Campo, rector altaris Praesentationis Beatae Mariae Virginis en Georgii in de kerk van Asten aan de noordzijde, aan den priester Joan Arnoldus Theodericus Heijnen dit beneficie over. Het oudste aanwezig doopregister begint in 1636, is geregeld bijgehouden en in kleine zakboekjes geschreven. De inkomsten dezer beneficiën zijn door de protestanten geroofd en de kerk werd in 1648 aan de katholieken ontnomen, niettegenstaande de steenen van dit kruisgebouw eene voortdurende veroordeeling uitspraken tegen deze ontregtvaardige handeling. De katholieken van Asten vereenigden zich na den Munsterschen vrede met die van Someren en sloegen op Weert's grondgebied bij het Kievitsven een bedehuis op om den troost der voorvaderlijke godsdienst te kunnen genieten.

De geestelijken hielden er strenge regels op na zeker met betrekking tot het schenken van drank op zondag en dat werd bij de kerk bekend gemaakt:

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 22-04-1626:
De schout van Asten, aanlegger contra Henrick Verhoeven, gedaagde.
Waerachtich te wesen, dat men alhier enighe jaeren herwaerts gewoon is aende kercke tzondaeghs den volcke meest vergadert wesende afftelesen ende te publiceren een verboth, te weten, dat gheen herbergiers oft tappers hun souden vervoirderen tzavonts naer neghen ueren enich geselschap, gedrinck oft gelagh op te houden, oft bier te tappen op verbeurtenisse van een amende van twelff Rijksgulden.
De gedaagde heeft zich niet ontzien dit verbod te overtreden, door op de laatste dag van maart een jongman niet alleen na 9, 10 ,11 ,12 en 1 uur in de nacht bier te tappen. En pas opgehouden toen deze jongeman dronken was. Het is de oorzaak geweest van groot kwaad, zoals gebleken is in de nacht toen van de jongeman gescheiden moest worden. Concluderende den overtreder een boete van ƒ 12,- op te leggen

De bestuurders van Asten laten de kerkmeesters van Geldrop weten dat de bomen op het kerkhof eigendom van de kerk zijn en dat de muren door de kerkmeesters worden onderhouden:

Asten Rechterlijk Archief 110 folio 7; 31-05-1697:
Het Corpus van Asten verklaart ter instantie van de kerkmeesters van Geldrop dat de bomen staande op de kerkhof, alhier, eigendom zijn van de parochiekerk van Asten. En ter dispositie staan van de kerkmeesters om tot dienst en profijt van de kerk gebruikt te worden. Indien ze, met toestemming van drost en schepenen, verkocht worden moeten ze in de kerkrekeningen voor ontvangsten ingebracht worden. De jonge bomen zijn ingekocht door de kerkmeesters, zoals blijkt uit hun rekeningen.

Asten Rechterlijk Archief 110 folio 108; 14-06-1697:
Wij, Marcellus Martens en Jan Dircx, kerkmeesters, verklaren ter instantie van de regeerders van Geldorp dat de chingel ofte muyr die welcke om den kerckhof van Asten leyt, van oude tijden herwaerts is onderhouden ende gerepareert ende noch daegelijcx onderhouden ende gerepareert wort bij de kerckmeesters der parochiekercke van Asten. En niet ten laste van de gemeente Asten komt.

Zoodra de Franschen in 1672 in de Meijerij vielen, maakten de Astenaars, toen zeker, van deze gelegenheid gebruik om eene schuurkerk in Asten daar te stellen ter plaatse, waar thans de predikant woont. Den 12 november 1759 is dit bedehuis met verlof der Staten mogen vernieuwd worden, doch werd in 1806 gesloopt. In 1798 hebben de katholieken hunne oude parochiekerk weder betrokken, die in 1840 met een landelijk subsidie van ƒ 4000,- aanmerkelijk is vergroot en verfraaid, doch weder te klein is en in 1871 eene verbouwing behoeft. De oude parochiekerk dagteekent van het jaar 1478 vermits alsdan den 15 februarij een gedeelte gemeijnt verkocht wordt tot behoeff der timmeringen onser kercken tot Asten nu nieuwe getimmert. De torenspits was in februarij 1707, volgens anderen den 8 december 1703, weggeslagen en het muurwerk deels verwoest, doch deze schade werd weldra hersteld.

Op basis van onderstaand archiefstukken heeft de storm die de kerk van Asten heeft verwoest op 8 december 1703 plaatsgevonden:

Asten Rechterlijk Archief 110 folio 148 verso; 08-12-1703:
Op huyden den 8 dagh der maent Decembris 1703 soo is den toorn gevallen door de buyck der kercke oock soodanigh dat den geheelen kappe ter aerde nederlagh tot droefheyt van alle ingesetenen. Wayende den wint uyt den zuytwesten. Gevallen des smorghens tyen uyren maer het oirloge ende clock sijn gebleven in haer geheel.

Asten Rechterlijk Archief 111 folio 131 verso; 12-03-1709:
Het Corpus van Asten certificeert mits deze dat op 8 december 1703 de parochiale kerk van Asten is getroffen door een algemeene orcaen of ruckwindt, gelijck op meer andere plaetsen, is innegestort geworden, soodanigh dat bijnaer niets goets van het dack is overigh gebleven. De kerk is, mede door haar inkomsten en revenuën alsmede een geleend kapitaal van ƒ 1550,-, gedeeltelijk opgemaakt en gerestaureerd. Wij, schepenen, verklaren dat althans tot volcomen opbouw wel noodigh sal wesen naer onse gissinge ende staete daervan gemaeckt een somme van 3900 gulden ende dat het geconsumeerde capitael ende ontrent 300 gulden intresse oft revenuese die selver kercke te cort sijn om de begonsten opbouw te voltrecken.

Drossaard en schepenen van Asten hadden hun raadsvergaderingen in het koor van de kerk en daar hadden ze ook een secretariskamer waarin de documenten werden bewaard:

Asten Rechterlijk Archief 114 folio 251; 27-12-1717:
Schepenen en secretaris van Asten verklaren dat de secretaris, op zondag, 26 december laatstleden 's middags tussen drie en vier uur is gegaan in het koor van de Kerk, met de intentie om in de secretariekamer te gaan. Hij zag dat de deur ontstucken gebroken ende geforseert was. Hij verklaart dan Hendrik Tho poel, de president en een der schepenen geroepen te hebben, die bij de hand waren. En verklaren wij, schepenen en secretaris, bevonden te hebben dat sekere kast, staande in de schepenen- of raadkamer, tegen een deur, waardoor men vroeger placht in de secretariekamer te gaan en nu met planken dichtgemaakt met forse daarvan af is afgebroken, hoewel deze met verscheidene hauvasten in de muur was vastgezet en dat de voorschreven kast was verzet. De toegemaakte deur is open gebroken, zodanig dat het deurgebont uit de muur is gewerkt. Er is daar echter niet ingebroken. De deur van de secretariekamer, komende uit in het koor, welke deur seer sufficant en dick van eykenhout is beslagen met ijser en waaraan een sterck schuyfslot was met uyterste forse en gewelt opgebroken. Zoals ook de comme, waar de dorps- en andere archieven met drie sloten in gesloten zijn, met geweld opengebroken is. Tot nu toe zijn vermist de criminele dingrollen alsmede sekeren intendit met annex verificatie stucken, toegecachetteert door den Heere Drossard, in regten tegens Marcus Sauve, fugatief wesende over den dootslag van Hendrik Mattijssen overgegeven alsmede het acteboek waarin alle attestaties, procuraties en alle andere acten staan en nog een interrogatorium en de daarop beëdigde verklaringen, namens het officie, over de geweldenarijen tegen de militairen, alhier, op 8 december 1717.

Op foto's van de oude kerk is te zien dat de kerktoren een Romaanse toren is met spaarvelden voorop en het lijkt alsof een deel van de toren met de torenspits gebouwd is op het onderste deel van de toren. De kantelen die de scheiding vormen, laten ook nog eens zien dat de toren misschien wel een verdedigbare toren, of misschien zelfs een donjon, is geweest. Die kantelen duiden erop dat de kerktoren misschien wel ouder is dan 1478 en mogelijk uit de dertiende eeuw komt. Dat betekent dat die toren ongeveer even oud is als de eerste vermelding van Asten.

Dit is goed te zien op een pentekening uit 1739 van Jan de Beijer van de oude kerk:

02

De kerk kende verschillende architectuurstijlen, waarschijnlijk was de kerk in waterstaatstijl gebouwd met barokke elementen aan de binnenkant. Overigens is een deel van het interieur nog steeds te vinden in de huidige kerk, maar een deel is verkocht aan een kerk in een dorp in Engeland, waarvan men de naam niet meer weet. Daar kan bijvoorbeeld nog de oude biechtstoel staan.

Op de kadasterkaart van Asten over de periode 1811-1832 staat de kerk met de toren als het middelpunt in eigendom van de Rooms Katholieken:

Kadaster 1811-1832; G589:
Kerk.
Eigenaar: De Roomsche gemeente van Asten.

03

04

In de Noord-Brabander van 30-07-1839 een subsidie van 4000 gulden voor het vergroten van de kerk van Asten:

05

In de krant de Noord Brabanter van 09-06-1859 wordt de preekstoel beschreven een cadeau aan pastoor Bartholomeus Kemps en die zich nu nog de nieuwe kerk van Asten bevindt:

06

In de Noord-Brabanter van 26-05-1860 het gouden priester jubileum van pastoor Bartholomeus Kemps:

07

Rond 1896 wordt tegenover de oude kerk gestart met de bouw van een nieuwe kerk te Asten, die in 1898 wordt ingewijd (zie Wilhelminastraat 1). Hieronder een foto met links de in de steigers staande nieuwe kerk met rechts daarvan de oude kerk:

08

In 1899 wordt de oude kerk afgebroken en in de krant de Zuid-Willemsvaart van 11-02-1899 wordt de aanbesteding vermeld. In de Nieuwe Tilburgsche courant 02-03-1899 staan de ingeschrevenen voor de afbraak, die aan Hendrikus Bakens wordt gegund:

09
10

Linksonder worden in de krant de Zuid-Willemsvaart van 04-03-1899 vloertegels en kerkramen van de oude kerk te koop aangeboden en rechtsonder een foto van de afbraak van de kerk:

11
12

Linksonder een foto van de sloop van de oude kerk met op de achtergrond de winkel van Antonius Dominicus Sengers en het huis van Christiaan Verheijen en rechtsonder de sloop van de oude kerk met op de achtergrond het Liefdehuis en geheel rechts de toren van de nieuwe kerk:

13
14

Eigenlijk wilde ze de stenen van de oude kerktoren hergebruiken als klinkers, maar deze toren stortte in tijdens de sloop en de stenen waren niet meer te gebruiken.

Pastoors van Asten

Op basis van het boek Geschiedenis van het Bisdom 's Hertogenbosch van 1872[1] en het boek 'Aasten mi z'n groten toren' van Henk Berkers en Harry Verdijsseldonck ter ere van het 100-jarige bestaan van de Heilige Maria Presentatiekerk te Asten, is een reconstructie van de pastoors van Asten gemaakt en aangevuld met rechterlijke archiefstukken en krantenartikelen. Tot 1648 gebruikten de pastoors de oude kerk, van 1648 tot 1798 maakten ze gebruik van een schuurkerk, van 1798 tot 1898 weer de oude kerk en vanaf 1898 de nieuwe kerk. Hieronder een overzicht van de pastoors van Asten over de periode 1274 tot 1980:

Periode Pastoor Geboorteplaats en datum Overlijdensplaats en datum Locatie
1274-1301 Gerardus van Binderen 18-11-1301 Oude kerk; G589
1301-1306 Henricus van Yssenhout 19-10-1326
1306-1360 Joannes
1360-1389 Arnoldus
1389-1400 Yewannus
1400-1411 Gerardus Darys
1411-1427 Willem van Hersel
1427-1464 Johannes Godefridus van Asten
1436-1450 Godefridus Dicbier 31-12-1450
1451-1459 Joannes van Hoijbergen 21-12-1481
1459-1487 Thomas van Atrecht
1487-1496 Godefridus Jans van Asten
1497-1499 Simon Sampeyn
1499-1510 Petrus Sachet
1510-1536 Martinus Boem
1536-1541 Franciscus Bane
1541-1553 Nicolaas Damant
1553-1562 Petrus Damant
1547-1567 Henricus van Bree ±1567
1567-1570 Petrus van den Eijnde
1570-1581 Theodericus Joannes de Ruth ±1581
1581-1591 Franciscus de Ruth ±1591
1591-1592 Gerardus Borkers
1592-1595 Theodericus de Zeilbergh
1595-1597 Jacobus Barleus de Roy
1597-1631 Thomas Stricken Asten 14-12-1631
1631-1632 Joannes Loonen
1632-1635 Henricus Vervoordeldonck
1635-1636 Franciscus Verdonschot
1636-1637 Hubertus Neefs Antwerpen ±1600 ±1668
1637-1648 Joannes Timmermans ±1657
1648-1657 Schuurkerk; G463
1657-1675 Henricus van de Cruys Oisterwijk ±1620 Asten 13-02-1675
1675-1704 Joannes van de Cruys Asten ±1624 Asten 16-01-1704
1704-1743 Franciscus van de Cruys Asten 24-03-1674 Asten 28-01-1743
1745-1748 Johannes Beckers Megen 14-03-1675 Budel 26-10-1748
1748-1789 Petrus Aerts Bladel 02-06-1716 Asten 31-12-1789
1790-1798 Wilhelmus van Asten Lierop 11-05-1744 Asten 20-05-1819
1798-1819 Oude kerk; G589
1819-1863 Bartholomeus Kemps Leende 02-04-1787 Asten 12-05-1863
1863-1893 Lambertus Johannes van de Mortel Eindhoven 05-05-1817 Asten 25-06-1893
1893-1898 Johannes Wilhelmus Smits Gemert 17-09-1843 Asten 20-02-1905
1898-1905 Nieuwe kerk; G1856
1905-1927 Bartholomeus Theodorus Moussault Alkmaar 10-04-1861 Asten 07-07-1927
1927-1944 Henricus Wilhelmus Meijer Nijmegen 30-08-1878 Asten 06-10-1944
1944-1960 Theodorus Johannes Andreas van Hout Eindhoven 27-12-1901 Asten 14-12-1980
1960-1980 Henricus Johannes Maria van Pelt Tilburg 21-11-1917 Deurne 03-08-1980

Gerardus van Binderen, 1274-1301

Coppens noemt Gerardus van Binderen en zijn opvolger kanunniken van Floreffe. In 1293 verklaart Gerardus van Binderen dat hij als pastoor van Asten en Lierop nooit enig recht op de tienden van Lierop heeft bezeten; deze verklaring strekt ten nadeele der abdij Floreffe, die voor een derde gedeelte op die tienden aanspraak maakte. Uit het archief van het bisdom van 's-Hertogenbosch blijkt niet, dat Gerardus van Binderen tot de abdij Floreffe behoorde. Gerardus van Binderen is op 18-11-1301 overleden.

Henricus van Yssenhout, 1301-1306

Wellicht was pastoor Henricus van Yssenhout de personaat (de waardigheid of het ambt van persoon, van degene die het beneficie van een pastoorschap bezit, dat hij niet zelf behoeft waar te nemen, maar aan een ander kan opdragen) van de kerken van Asten en Lierop en niet de residerende herder, terwijl men in 1306 een zekere Joannes als pastoor aantreft. Henricus van Yssenhout is op 19-10-1326 overleden.

Joannes, 1306-1360

Joannes komt in het jaar 1306 als getuige voor in de overdracht van het patronaat van de kerken van Asten en Lierop aan de abdij Floreffe door ridder Willem van Stakenborg, heer van Asten en Escharen, die volgens archief van het bisdom van 's-Hertogenbosch gemeend recht afstaat.

Arnoldus, 1360-1389

Op verzoek van Arnoldus, die genoemd wordt 'rector perpetuus de Asten et de Liedorp ecclesiarium parochialium ad invicem dependentium', permanente kerkleider van de onderling afhankelijke parochies Asten en Lierop, maakt Engelbert bisschop van Luik in 1360 de scheiding van Lierop van de moederkerk Asten, volgens het archief van het bisdom van 's-Hertogenbosch.

Yewannus, 1389-1400

In een giftbrief van 1389 van de graaf van Megen, ten voordele van het adellijk slot van Binderen bij Helmond, wordt Yewannus alleen pastoor van Asten genoemd.

Gerardus Darys, 1400-1411

Gerardus Darys wordt vermeld in 1400 als persona personatus te Asten en Lierop. Hij heeft een boete van 3 gulden moeten betalen vanwege langdurige afwezigheid.

Willem van Hersel, 1411-1427

Wilhelmus Wilhelmi de Hersel is geboren te Lierop rond 1370 en was rond 1400 rector ecclesie te Someren. Hij studeerde vanaf 1411 theologie te Keulen en werd benoemd als rector ecclesie te Asten en Lierop. Wilhelmus Wilhelmi de Hersel overtrad het celibaat en had 6 kinderen. De samenwonende pastoors en hun gezinnen waren ook volwaardig deelnemer aan het parochieleven en er blijkt vooralsnog niets van een eventueel problematische verhouding tot de lokale gemeenschap. Net als andere familievaders lieten pastoors bij testament hun goederen na aan hun levensgezellin en hun kinderen. Zo zorgde Wilhelmus
Wilhelmi van Hersel in een reeks van schepenakten ervoor dat zijn nalatenschap goed over zijn zes kinderen werd verdeeld. Op 11-06-1425 heeft Willem van Hersel, investiet van Asten opgedragen Daniel, Arnoldus, Johannes, Theodorus en Henricus zijn natuurlijke kinderen verwekt bij Aleidis dochter Aert van de Wijntmoelen en Sander Deijnout Sanders het goed te Bussel. Zo draagt hij in 1426 de tocht in zijn huijsinghe die Steghen in Asten op ten behoeve van Heijlwich zijn natuurlijke dochter verwekt bij Margriet Joyters.

Johannes Godefridus van Asten, 1427-1464

Johannes Godefridus van Asten, alias van Heze, was plaatsvervangend pastoor voor de volgende pastoors. Hij was al in 1427 vicarius perpetuus van deze parochie. In hetzelfde jaar werd hij veroordeeld omdat hij een kind had verwekt bij zijn concubine.

Godefridus Dicbier, 1436-1450

Godefridus Dicbier zal wellicht behoord hebben tot het adellijk geslacht Dicbier, dat de heerlijkheid van Mierlo heeft bezeten; hij was tevens deken van het oude dekenaat Woensel. In de Bossche encyclopedie[3] lezen we het volgende:

Bossche Protocollen 1204, folio 222, 07-10-1434:
Op 10 juli 1434 transporteerde magister Goiart Dicbier, kanunnik van de Sint-Jan, het goed Achter het Wild Varken', dat omschreven werd als huis, erf en tuin, aan zijn broer Aart Dicbier. Waarschijnlijk waren zij zonen van Hendrik Dicbier, al staat dat niet in de akte. Op 7 februari 1460 droegen de kinderen van de inmiddels overleden Aart Dicbier, Goiart, Sofie gehuwd met Aart van Vladeracken en Heilwig gehuwd met Gerit Boest, het goed over aan hun broer Hendrik. Er gingen pachten uit van twee mud rogge aan genoemde Goiart, van één mud aan broeder Rutger Dicbier, kloosterling van Porta Celi bij 's-Hertogenbosch, en van één mud aan Gerit natuurlijke zoon van Goiart Dicbier.

Dat Godefridus Dicbier, volgens Coppens, in het jaar 1444 pastoor van Asten en Lierop genoemd wordt, kon met het personaat (de waardigheid of het ambt van persoon, van degene die het beneficie van een pastoorschap bezit, dat hij niet zelf behoeft waar te nemen, maar aan een ander kan opdragen) in verband staan. Hij heeft wegens afwezigheid 4 halve stuivers moeten betalen. Godefridus Dicbier is overleden op 31-12-1450.

Joannes van Hoijbergen, 1451-1459

Joannes van Hoijbergen was kanunnik van Floreffe. Joannes van Hoijbergen is op 21-12-1481 overleden.

Thomas van Atrecht, 1459-1487

Thomas de Atrio is geboren in het bisdom Atrecht en studeerde vanaf 1453 artes, vanaf 1459 civiel recht te Leuven en vanaf 1472 canoniek recht te Leuven. Vanaf 1459 tot 1487 was hij rector ecclesie te Asten en Lierop.

Godefridus Jans van Asten, 1487-1496

Godefridus Jans van Asten was een zoon van pastoor Johannes Godefridus van Asten en vicarius perpetuus van Asten en Lierop. Van 1464 tot 1487 was hij plaatsvervangend pastoor, vanwege de absentie van Thomas van Atrecht en daarna tot 1497 rector van de kerk. Hij werd in de jaren 1470-1477 vijfmaal beboet wegens omgang met minstens vijf verschillende vrouwen, van wie hij er ten minste één zwanger maakte.

Simon Sampeyn, 1497-1499

Simon Sampeyn studeerde in Leuven en was kanunnik van Sint Pieter te Leuven. Hij was pastoor van Reusel in 1487, daarna van Asten en Lierop en van Someren van 1500 tot 1502. Deze beneficies dankte hij aan zijn broer Johannes Sampeyn, die eerst prior en later abt van Floreffe was.

Petrus Sachet, 1499-1510

Petrus Sachet was kanunnik van Floreffe.

Martinus Boem, 1510-1536

Martinus Boem, alias Martinus de Lanckvelt, studeerde theologie in Leuven en was een pastoor zonder zielzorgfunctie, maar die wel de inkomsten genoot.

Franciscus Bane, 1536-1541

Pastoor Franciscus Bane had een Antwerps privilege om niet altijd aanwezig te zijn.

Nicolaas Damant, 1541-1553

Nicolaas Damant is geboren te Mechelen rond 1532 als zoon van Pieter Damant en Anne de Baveen en was reeds op negenjarige leeftijd persoon van Asten en Lierop. Hij studeerde burgerlijk recht in Leuven en heeft daar gedoceerd. In 1551 ging hij in Poitiers studeren in kerkelijk en burgerlijk recht en heeft ook daar gedoceerd. Hij koos echter voor een wereldlijke carrière en deed zijn pastoorsplaats in 1553 over aan zijn broer Petrus Damant, de latere bisschop van Gent.

Petrus Damant, 1553-1562

Petrus Damant is geboren te Mechelen rond 1532 als zoon van Pieter Damant en Anne de Baveen. Hij studeerde in Padua in kerkelijk en burgerlijk recht en in 1558 studeerde hij verder hij in Dole in kerkelijk en burgerlijk recht. Daarna heeft hij daar gedoceerd en in 1562 studeerde hij in Leuven theologie. In 1566 moest hij voor zijn afwezigheid 4 schellingen betalen. In 1589 werd hij door Filips II van Spanje als bisschop voorgedragen, op 18 juni 1590 door paus Sixtus V benoemd en op 14 oktober 1590 gewijd.

14a
14b

Henricus van Bree, 1547-1567

In welk jaar van Henricus van Bree of van Breij de pastorie van Asten aanvaard heeft, is niet met zekerheid bekend, noch kan men beslissen dat hij kanunnik van Sint Jan geweest is en tegen het einde van de 15e eeuw voor die waardigheid bedankte. Op 12 november 1549 staat Henricus van Bree in het kerkarchief van Someren als pastoor van Asten vermeld. Henricus van Bree is in 1567 overleden.

Petrus van den Eijnde, 1567-1570

Petrus van den Eijnde affine treedt volgens Cuijpers op 15 januarij 1570 als vicarius perpetuus, permanente plaatsvervanger, af.

Theodericus Joannis de Ruth, 1570-1581

Volgens Coeverinx vraagt Theodericus Joannis de Ruth in 1570 van heer en meester Petrus Damant, persona personatus, eene verhooging van competentie, daar hij ruim 1300 communicanten telt, en dus een geschikte medehelper nodig heeft. Er is in het archief een document uit 1577 gevonden, waarbij pastoor Dyrck van Rut bemiddelde:

Asten Rechterlijk Archief 78 folio 216; 30-4-1664 copia van 03-12-1577:
Alsoo seeckere twiest ende differentie was geschaepen te rijsen tusschen den Walgebooren Heere Reynhardt, Heer tot Brederode, Clotirigen, des landts Vosholen, Rewijck, Asten ter eender ender ter andere seyden der gemeynder ingeseten der Heerlickheyt Asten en dat aengaende de gruyten, wellicke twiest ende differentie is doet ende te nyet tot op huyden den vierden decembris toe anno 1577 en dat doer wtspreken van goede eerlicke manne van beyde seyden daertoe gecoeren en genoemen te weetende Heer Dyrck van Rut, pastoer tot Asten ende Janne Snoex, schoutent aldaer ende dat onder conditien ende maniere hiernae bescreven. Dat nu voerdaen nyemants heet sij gestelick ofte werlick sal moegen brauwen noch te doen brauwen, noch ennich buytenbieren sal moegen indoen, noch indoen doene kelderen, noch op stellinge leggen om te verkoepen heet en sij dat sij ierst en voeral de Waelgeboeren Heeren offte Zijne gecommitterde te hennen sullen hebben gegeven, ende dat op pene als voer te verbueren nae inhalt zijnder genaden previlegie heet sij in cramen, brueloeften ofte ierste missen darme gelt gheeft en van ellicke gebraut heetsij groet ofte kleyn tot ellicke reysen te geve voer die gruyt vijff stuvers en van buytenbieren van ellicke toenne twee blancken, heetsij min ofte meer naer advenant.
Noch is gecondicioneert dat die ondersaten der Heerlijcheyt Asten sullen moegen vercoepen zekeren erven soe van Peel als van anderen der gemeynten aengaenden ende bij den nagebueren irst en voerall afgetekent en alsdan zijne Genade te kenne te geven opdat zijn Genade Die selve sal moegen besien ende visiteren offte dieselffs te nut ende proffitelick vercocht sullen zijn offte nyet en dat alleer sij heet selve sullen moegen vercoepen. Alnoch sullen die voorschrevene ingeseten der Heerlickheyt Asten torff moegen vercoepen maer aen ghen borgers van Helmont op pene van thien Carolus gulden ellicke rijse te verbueren heeten sij bij orliff offte consent van Zijne Genaden. Dies sullen de naegebueren gehouden wesen te leveren opt sloet van de Waelgeboere Heere tot Asten alle jaer tweehondert behuerlicke voeder toerffs en dat sonder cost offte last van Zijne Genade. Dese conventie en accorde sal gedueren bij en in den leven des waelgeboeren Heere van Brederode en Helena geboeren Gravinne tot Manderscheit, Blanckenheym en Gerartsteyn Vrouwe van Brederode Zijne Genade henne huysvrouwe. Dit is gheschiet bij consent van den Heeren borgemeesteren, Heeren schepenen, kerckmeesters, hijlichgeestmeesters met de gemeyne naegebueren van Asten.
Actum den 3e decembris 1577 en was ondertekend R van Hoeck met signature. Dat dese met sijn principael is accorderende attestere ick ondergeschrevene secretaris der vrije grondtheerlijckheyt Asten. M. van der Lith.

Theodericus Joannis de Ruth is in 1581 overleden.

Franciscus de Ruth, 1581-1591

In november 1581 waren er te Asten 1400 communicanten. Franciscus de Ruth is in 1591 overleden.

Gerardus Borkers, 1591-1592

Gerardus Borkers is geboren te Lierop en heeft volgens Coppens slechts korte tijd de parochie waargenomen, wellicht om het karig bestaan.

Theodericus de Zeilbergh, 1592-1595

Op 28 juni 1593 schrijft Gerardus Jacobs, deken-pastoor van Someren aan de bisschop: "De pastorie van Asten heeft enige tijd gevaceerd en is thans weer zonder bediening. Verleden jaar heeft Theodericus van Zeijlberch deservitor, pater in Ommel, de pastorale zorg op zich genomen tot Sint Jan van dit jaar. De priesters in Asten verblijvende verklaren op 28 juni in de tegenwoordigheid van pater Joannes Vorstius, die thans ob necenitatem de pastorij van Meijel, bisdom Roermond, waarneemt, en van Thomas Petri de Rest van Lierop, den last niet te willen aanvaarden, tenzij in die gevaarvolle tijden de competentie vermeerderd worden". Hierop laat de deken deze scherpe veroordeling van het personaatsmisbruik volgen: "Numquam habet haec ampla parochia suum pastorem (personam) praesentem , abundantes sunt fructus et ministri egentes". Nog nooit heeft zo'n grote parachie met veel communicanten zonder pastoor gezeten. Er rezen in 1593 dan ook klachten uit Asten en Lierop over het personaat, aldus het archief van het bisdom van 's-Hertogenbosch.

Jacobus Barleus de Roy, 1595-1597

Na het overlijden van Meester Jacobus Barleus de Roy presenteerde Henricus van Eersel, abt van Floreffe, Ambrosius Leenselins, doch toen de bisschop Masius de pastorij per concursum, samen, wilde vergeven, trok de abt op 9 mei 1597 zijn voordracht in, en stelde nu voor Meester Thomas Stricken, de candidaat van de bisschop, die volgens het kerkarchief van Asten veel meer bekwaamheden bezat.

Thomas Stricken, 1597-1631

Meester Thomas Stricken was een deftige en geleerde pastoor en toen in 1617 het dekenaat Helmond werd opgedragen, heeft hij grote diensten aan het bisdom bewezen en stond bij bisschop Ophovius in de hoogste achting. De kerkvisitatie van Masius in 1608 pleitte voor de ijver van de pastoor. De bisschop kwam op 6 october uit Helmond om negen uur te Asten aan en vormde, nog nuchter zijnde, op het kerkhof 1300 personen. Hij tekent verder aan dat de kerk goed is hersteld, de kerkornamenten zijn schoon, doch al de altaren zijn geprofaneerd. Volgens het kerkarchief van Asten werd onder pastoor Meester Thomas Stricken in 1619 de broederschap van de Heilige Rozenkrans opgericht. Op 2 juni 1620 bepaalde Thomas Stricken, als landdeken van het district Helmond, nog dat er ten gerieve van de pelgrims die voortdurend aankomen, zal worden gezorgd voor twee biechtstoelen bij het sacrament van Stiphout. Op 23 October 1629, kort na de verovering van 's Hertogenboch schreef Stricken aan bisschop Ophovius, wegens het innemen, door Hollandsch krijgsvolk, van de pastorijen, in zijn district van Helmond. In het rechterlijk archief van Asten wordt Meester Thomas Stricken herhaaldelijk genoemd:

Asten Rechterlijk Archief 4 folio 514; 1600:
Heer en Meester Thomas Stricken, pastoor te Asten eist betaling van de kerkmeesters van twee mud rogge per jaar. Welcke twee mudde rogge Claes van Berckel heeft gemaeckt tot des Heyligen Sacramentsmisse in der kercke gedaen, te weten des donderdaghs, als volgens seeker registerboeck.

Asten Rechterlijk Archief 4 folio 562; 1600:
Meester Thomas Stricken, pastoor, eist betaling van Goris Frans Peters van 4 gulden 3 stuiver 1 ort wegens pacht van een tiende.

Asten Rechterlijk Archief 67 folio 233 verso; 05-12-1613:
Mathijs Willem Thijssen verkoopt aan de Rector van het Sint Andries-altair in de kerk, alhier een rente van ƒ 6,- per jaar. Onderpand twee stukken land de Vennekens te Omel samen 4 lopense. Met deze rente heeft Heer Gerart van Brey, als rector van het Sint Andries-altaar, in aanwezigheid van Meester Thomas Stricken, priester, alhier, twee renten van elk ƒ 3,- gelost voor schepenen Helmont de ene de dato 27-03-1576 en de andere de dato 11-02-1576.

Asten Rechterlijk Archief 67a folio 3 verso; 07-02-1614:
Henrick IJsbout Jacobs en Geldolph Gielis Wouters als provisoren der Taeffelen des Heyligen Geest van Asten met consent van Thomas Stricken, pastoor en het verdere Corpus verkopen aan Jacob Henrick Aerts groes aent Laerbroeck. Belast met 7½ stuiver per jaar in het cijnsboek van Kessel. De koper neemt hiervoor een cijns van 7 gulden 10 stuiver per jaar.

Asten Rechterlijk Archief 70 folio 20; 29-11-1628:
Marie, weduwe Joost Gerardt Waegemaekers, en Jan Joost Gerits, haar onmondige zoon, verkopen aan Dierck Phlipssen een stuck erffve met huys daerop in het Dorp, ene zijde Peeter Lammers, andere zijde Willem Willen. Belast met  150,- aan Heer en Meester Henrick Waeghemaeckers. Marge: op 05-02-1632 heeft de koper ƒ 100,- gelost aan pastoor Thomas Stricken en ƒ 50,- aan de Heer Jacop van den Boomen, namens het Convent van Ommel.

Asten Rechterlijk Archief 70 folio 45; 24-01-1629:
Jan Pauels verkoopt in vorm van belening, aan Thomas Stricken, pastoor te Asten, voor ƒ 60,- land in de Snijerscamp int Root. Belast met eenen daalder per jaar aan Gijsbert Box te 's Hertogenbosch.

Asten Rechterlijk Archief 70 folio 111; 30-06-1629:
Gommarus Bure is van plan om in buytene landen te reysen. Hij maakt zijn testament, waarin ondermeer staat:
Hij wil begraven worden in gewijde aarde.
ƒ 22,- ter ere Gods en tot sieraad van Onze Lieve Vrouw in de Kerk van Asten.
ƒ 26,- aan de arme lieden te Asten, uit te delen direct na zijn dood.
ƒ 12,- aan Gielen Franssen.
ƒ 50,- aan Heer en Meester Thomas Stricken, pastoor te Asten zijn oom.
ƒ 25,- aan Marie Aerts van Bussel.
ƒ 6,- aan Henricxken, dochter Joost Verheyen.
Al zijn verdere goederen, roerend en onroerend, zullen door de Heer pastoor worden uitgedeeld en gedistribueerd.

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 13-01-1630:
Mathijs Driessen heeft op 12 oktober 1629 voor Heer en Meester Thomas Stricken en in tegenwoordigheid van zijn vrouw Engelken, zijn testament gemaakt. Hij heeft aan haar gemaeckt boven de legaten, in zijn testament begrepen, al zijn goederen, zo roerend als onroerend. Omdat de vrienden en erfgenamen de legaten, aan hen vermaakt, terstond na het overlijden van de testateur hebben aanvaard is het testament geratificeerd.

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 17-05-1630:
Worden opgeroepen om onder eede te getuigen, inzake het voorschreven testament en het appointement van 30 april laatstleden Jan Gielis Meulders en Lambert Janssen, als momboiren van Engelken, weduwe Mathijs Driessen, Heer en Meester, Thomas Stricken, landdeken en pastoor te Asten, Meester Peeter Balthasaris, 25 jaar, custer, Jan Maes, 55 jaar, Pauwels Henricx, 39 jaar, Henrick Mertten Diericx, 48 jaar.
De pastoor verklaarde dat de testateur nog veel en meer redenen tot corroboratie van het testament heeft bijgevoegd, die echter in het testament niet beschreven staan.

Asten Rechterlijk Archief 72 folio 2; 04-01-1631:
Jan Jan Stouwen verkoopt aan Heer en Meester Stricken, landdeken van Peelland en pastoor te Asten een cijns van ƒ 100,- à 6%. Te lossen op Sint Barberendach 1631. Onderpand land / hei aan Voordeldonck 10 lopense en hooiveld 4 lopense.

Meester Thomas Stricken is overleden op 14-12-1631 's namiddags om twee uur, zoals Jacobus van den Boomen, pater in Ommel, aan bisschop Ophovius schrijft in het archief van het bisdom van
's-Hertogenbosch. Uit zijn nalatenschap blijkt hij een zoon te zijn van Henrick Stricken en zijn erfenis naar een broer en zus van hem gaat:

Asten Rechterlijk Archief 73 folio 17; 18-02-1632:
Jan Henrick Mennen getrouwd met Jenneken, dochter Henrick Stricken en Jan Henrick Stricken. Zij verdelen de achtergelaten goederen van wijlen Heer en Meester Thomas Stricken, hun broeder en pastoor te Asten.
Dat die voorschreven Jan van Meyel, als principael gejustitueert erfgenaem sijns broeder voorschreven blijckende bij sijnen testamente van deselve goederen gemaeckt sal geven de somme van ƒ 300,- min ƒ 25,- ter oirsaecke van de selve aen den voorschreven Jan Henrick Mennen. Behoudelijck dat die voorschreven Jan van Meyel De voorschreven somme sal mogen betaelen d'een hellichte met erffbrieven en d'ander met geuelden gelde, terstont sondder vuytstel. Item alnoch eenen renthe van 10 gulden per jaar op d'erffgenaemen van Henrick Pot, alhier, waervan Jan van Meyel den brieff daervan sal stellen in handen van de voorschreven Jan Henrick Mennen. Alles met de voorschreven somme los ende vrij van alle lasten en commeren, met alsnoch conditie dat den selven Jan Henricx sal hebben en genyeten vuytten voorschreven sterffhuysse off van Jan van Meyl voorschreven een bed met sijn toebehoerte met alnoch eenen talbaert daer de inden testamenten des voorschreven Heer Thomas Stricken, pastoir in sijnen leven alhier, verhaelt.

Nauwelijks was pastoor Stricken overleden, of er ontstond weer moeilijkheid wegens zijn opvolger. De abt van Floreffe had, bij gebrek aan kanunniken, die de Hollandse taal machtig waren, gedurende een lange reeks van jaren aan wereldse priesters de pastorij van Asten opgedragen, doch presenteerde nu Joannes Loonen, kanunnik van Postel. Ophovius stemde daarmede niet in, verklarende dat de vergeving niet aan een kloosterling geschieden moest. Het geschil werd door de geleerden te Leuven in het voordeel van de abt beslist; Loonen was dus door het recht benoemd pastoor, doch resideerde feitelijk niet te Asten maar te Lierop, terwijl volgens een schrijven van Ophovius van 16 januari 1632, Bernard van Merode heer van Asten en de inwoners tegen de aanstelling van Loonen hevig protesteerden. Hierop werd Meester Henricus Voordeldonck op de 27 februari door den prelaat van Floreffe voorgedragen en op 26 maart als pastoor door de bisschop erkend.

Ook met zijn erfenis zijn nog de nodige problemen:

Asten Rechterlijk Archief 77 folio 101 verso; 24-11-1651:
Dielis Hendrick Aerts getrouwd met Cathalijn, dochter Jan Hendrick Stricken, Jan Michielssen, president, getrouwd met Aelken, dochter Jan Hendrick Stricken, Cornelis Peters getrouwd met Marie, dochter Jan Hendrick Stricken. Allen erven van wijlen Heer Thomas Stricken, pastoor, alhier, en hun oom. Zij verkopen aan Huybert Jan Thielen, hun neef huis, hof, schuur en hofstad ontrent de Kercke, ene zijde en einde Laurens Volders, andere zijde erven Jan Anthonissen van den Eynde off Hansoom, andere einde tegenover de Pastorye of straat; land naast weduwe Jacob Corstiaens 44 roede. Marge 05-10-1653, de koop wordt ongedaan gemaakt en de koopgelden teruggestort.

Joannes Loonen, 1631-1632

Joannes Loonen haalde zijn formeel Baccalaureaat (S. T. B. F.) te Postel en woonde te Lierop. Hij heeft nochtans de pastorie van Asten enige tijd bediend; hetgeen ook elders, meermaals moet plaats hebben, in die tijden van onrust, van vlugten en schaarsheid der Herders.

Henricus Vervoordeldonck, 1632-1635

Henricus Vervoordeldonk is geboren te Asten rond 1580 en rond 1605 getrouwd met Maria Jan Thijssen. Bij notariële akte van 9 maart 1632 te Leuven gemaakt, stelde de pastoor den pater van Ommel, van den Boomen, en zijn kapelaan Bernardus tot procuratoren in het aanvaarden der pastorij. Op 29 januarij 1635 vraagt Henricus Vervoordeldonck pastor Aastensium eene huwelijksdispensatie aan. In het rechterlijk archief van Asten wordt Henricus Vervoordeldonck, ondanks zijn korte periode als pastoor geregeld genoemd:

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 08-03-1635
Op heden 11 mei 1634 compareerde voor mij, Henricus Vervoordeldonck, pastoor in Asten; samen met zijn vrouw Maria, Jan Thijssen, lijdende aan een 'vekernente en periculose siekte', nochtans zijn verstand en memorie zeer wel hebbende. Hij maakt zijn testament.
Aan de kerk van Asten 20 gulden.
Aan de armen van Asten een malder rogge.
Aan zijn broeders en zusters of hun kinderen 50 gulden ieder.
Aan Hendrick Hendricx of zijn kinderen 62 gulden.
Al zijn andere goederen, roerend en onroerend gaan naar Mari, zijn vrouw, om daarmee te handelen naar vrije wil. Na haar dood gaan de goederen naar Margriet haar kind, 'wesende sijne behoude dochter'. De testateur kan 'doer sijne groete kranckheyt en geswollen ooghen' niet met zijn kruisje tekenen. Getuigen: Heer en Meester Peter Balthis, Meeus Thonis Houben en Jan Goorts.

Asten Rechterlijk Archief 73 folio 43 verso; 17-11-1634:
Geldolph Gielissen en Aert Joosten, Heilige Geestmeesters, verkopen aan Henrick van Voordeldonck, pastoor te Asten een seecker huiske en hof achter de Pastorye, ene zijde de Pastorye, andere zijde Dirck Jan Corstjaens, ene einde Jacop Corstjaens, andere einde de straat.

Asten Rechterlijk Archief 74 folio 16; 21-02-1635:
Petrus Bonaventura Brants, jongeman te Meell, in de lande van Hoochstraten, omtrent Breda, ziet af van de twee diverse beursen die hem op 13-10-1631 zijn toegezegd door wijlen Thomas Stricken, pastoor te Asten en den vader des comparants. Pastoor Stricken is collecteur van de beursen, gefundeerd: de eene door Meester Henrick Verweyen renteopbrengst ƒ 73,- per jaar en de andere door wijlen Frans Verweyen, in leven pastoor te Hilvarenbeeck opbrengst ƒ 40,- per jaar. De beursen worden in handen gesteld van Henrick van Voordeldonck, pastoor te Asten en Mathijs Tijssen van Hove.

Asten Rechterlijk Archief 74 folio 31; 13-04-1635:
Heer en Meester Henrick Vervoordeldonck, pastoor te Asten en Mathijs Tijssen van den Hove. Collecteurs van een beurs van ƒ 75,- volgens erfbrieven achtergelaten door Heer en Meester Henrick van der Weyden, priester testament de dato 29-07-1604. Een aanvraag om gebruik te maken van deze beurs is gedaan door Peter, zoon Bonaventura Brants te Meel de dato 21-02-1635. Omdat het testament bepaald dat de naaste van bloede voor gaan, zo komt het dat Henrick, zoon Symon Joost van Bussell daar moeder aff was Margriet, dochter Mathijs Tijssen van der Hove getrouwd met Peterken, dochter Willemken Tuerens van der Weyden en welke ook een aanvraag heeft gedaan, het eerste recht heeft. Met ingang van 1632 kan hij van de helft van het profijt der beurs gebruik maken.

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 08-03-1635:
Kopie testament de dato 11 mei 1634.
Compareerde voor mij, Henricus Vervoordeldonck, pastoor in Asten, samen met zijn vrouw Maria. Jan Thijssen, lijdende aan een vekernente en periculose siekte, nochtans zijn verstand en memorie zeer wel hebbende. Hij maakt zijn testament:
Aan de Kerk van Asten ƒ 20,-.
Aan den Armen van Asten een malder rogge.
Aan zijn broeders en zusters, of hun kinderen ƒ 50,- ieder.
Aan Hendrick Hendricx, of zijn kinderen ƒ 62,-.
Al zijn andere goederen, roerend en onroerend gaan naar Mari, zijn vrouw, om daarmee te handelen naar vrije wil. Na haar dood gaan de goederen naar Margriet, haar kind wesende sijne behoude dochter. De testateur kan doer sijne groete kranckheyt en geswollen ooghen niet met zijn + tekenen. Getuigen zijn: Heer en Meester Peeter Balthis, Meeus Thonis Houben en Jan Gorts.

Asten Rechterlijk Archief 74 folio 42 verso; 08-06-1635:
Heer en Meester Henrick Vervoordeldonck, pastoor te Asten, Jan Jan Maes en Henrick Isbouts, kerkmeesters. Zij hebben ontvangen van Juffrouw Maria en Helena van Beeck ƒ 250,- ter aflossing van een rente van 2 mud rogge per jaar staande op derselver erffpanden derselver Juffrouwen totten dienst off misse van het Hoochweerdich Heylich Sacrament gefundeert volgens den schriftelijcke accoorden daerop gemaeckt de dato 08-03-1634. Consent van bisschop de dato 22-05-1635.

Asten Rechterlijk Archief 74 folio 55 verso; 02-08-1635:
Aert Joost Verdijsseldonck en Jan Aert Teeuwens, Heilige Geestmeesters, verkopen aan de secretaris en Meester Henrick Vervoordeldonck, pastoor, ten behoeve van de Heilige Sacramentsmisse, die gewoonlijk elke donderdag gedaan wordt een cijns van ƒ 250,- à 6%.
Onderpand huis, hof, land en dries aan de Langhstraet, ene zijde Thomas Geldens, andere zijde Willem Dircx en kinderen, ene einde de Loverboschwech, andere einde de Langhstraet; land het Nijenvelt tegenover het huis; beemd het Campken. De gelden van voornoemde cijns worden gebruikt om de goederen van de weduwe en kinderen Peter s'Froyen te betalen.

Henricus Vervoordeldonk is in 1635 te Asten overleden.

Franciscus Verdonschot, 1635-1636

In de voordracht van Hubertus Neefs tot pastoor van Asten door Alexander Bockholtz, pastoor van Lagemierde, namens de abt van Floreffe, op 23 augustus 1636 gedaan, wordt Franciscus Verdonschot als overleden pastoor van Asten vermeld. In een origineel stuk over de novale tiende van junij 1636 ondertekent hij volgens het archief van het bisdom 's-Hertogenbosch met Franciscus Donschot vicarius in Asten. Franciscus Verdonschot is in 1636 overleden.

Hubertus Neefs, 1636-1637

Hubertus Neefs is geboren te Antwerpen rond 1600, bachelier in de godgeleerdheid en priester van de Onze Lieve Vrouwekerk van Antwerpen. Hij was een goed dichter zoals de 'Corte Uitlegginghen van alle de Triumphwerken ghemaeekt ende ghestelt ter eeren des Doorlugtige Prince Cardinael Ferdinandus, Infante van Hispanien', dat hij in 1635 in tweemaal vier en twintig uur als honderden Latijnsche verzen in Nederduitsche dichtmaat overbracht:

Dan er was daer gelyk overal zulke magt van grieksch en latyn , dat een waerdig priester , Hubertus Neefs, met reden oordeelende, dat ijghelijck seer begeerigh moest zyn om het inhout van dese heerlijcke wercken te verstaen, ondernam al de opschriften in het nederduitsch over te zetten, eene taek welke hy in acht-en-veertig uren tyds volbragt. Een paer zeldzame bundeltjes zyn de vruchten van 's mans loffelyk voornemen. Hooren wy vooreerst , hoe by de beschryving van den Triumph-Wegh aenvangt:
Wanneer men duysent schreef ses hondert vyf-en-dertich,
Thien daghen in April en seuen, heel blijhertich
Fris sittende te peerdt, Don Ferdinandus tradt,
Als Gouverneur van 't Lant, 't Antwerpen inde stadt
Als hy den dach te voor, met menichte van schepen,
In een vergulde jacht, van weerde onbegrepen,
Op 't Kiel ghelandt te voet heeft in 't Casteel vernacht,
Waer dat vergadert was schier al d'Antwerpsche pracht.
't Casteel gaf lustich vier, de stadt de van ghelijcken
Op 't Scheldt, op Cattenbergh ende duysent wt de wijcken;
De locht was niet dan vlam niet dan geschoten vier:
Het water van het Scheldt was heet geworden schier.

Hubertus Neefs, door Coppens de Neef genaamd, aanvaardde tevens de pastorale zorg over Bakel, doch het retorsie plakkaat noodzaakte hem zich in het vrije Gemert schuil te houden. Hoelang hij deze gevaarvolle zending heeft volbracht, is moeilijk te bepalen; zeker was hij op 9 februari 1639 pastoor van Son en staat hij in 1643 als pastoor van Neerloon vermeld. Na de Munsterse vrede in 1648 is Asten weldra van een herder voorzien. Volgens het Brabants Historisch Informatiecentrum was hij in 1653 krankzinnig geworden.

Joannes Timmermans, 1637-1648

Joannes Timmermans was als kanunnik van Boxtel van 1630-1632 pastoor van Gemonde, waarbij hij ook het Sint Antoniusaltaar van Maren bediende. Hij verzocht bisschop Ophovius al in 1630 om pastoor te mogen worden in Son, maar werd dat pas in 1632. Joannes Timmermans wordt niet genoemd in het archief van het bisdom van 's Hertogenbosch, maar op basis van onderstaande archiefstukken is hij enige tijd pastoor in Asten geweest:

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 17-02-1638:
Aandracht van Pauwels Colen contra Jan Jacobs. Getuigenverhoor onder eede van Jan Jan de Snijer, 40 jaar en Jenneke Cocx, 67 jaar.
Te vragen of het niet waar is dat, na het afbranden van aanleggers huis, besmet met de pest, Margriet toen, in nood van sterven haar kerkelijke rechten ontvangen heeft en voor de pastoor gedisponeerd heeft de reparatie en vergoeding van de geleden schade door de brand. En dat jullie, met twee andere, die nu overleden zijn, daarvan op 26-08-1636 getuige zijn geweest. Dat de pastoor, Margriets wil en begeerte in presentie van haar, voor U met luide stem opriep en voorlas. Welke wil of acte jullie, ook besmet zijnde met de pest, toen niet hebt kunnen of mogen tekenen?
Jan Jan de Snijer verklaart het eens te zijn met de aandracht en daarbij te persisteren. Hij voegt er aan toe, dat Margriet hem ook nog gevraagd heeft wat hij wilde hebben voor de aan hem toegebrachte schade. Waarop hij heeft geantwoord dat zij elkaar nog wel eens zouden spreken als zij weer gezond was. En dat Margriet groot leetwesen en misbaer thoonde, well drye off vier continuelijck daegen lanck.
Jenneke Cocx weet zeer goed dat de pastoor, in de ziekte van Marie van Bussel, bij haar huis is geweest om een testament te schrijven. Zij weet ook dat de pastoor haar yet wilde zeggen, maar dat zij quaelijck horende niet heeft kunnen verstaan. Ook heeft zij niets begrepen van wat in de aendracht staat.

Asten Rechterlijk Archief 75 folio 138 verso; 30-06-1641:
Tussen Meester Mathijs van den Hove, schout, en Anthonis Canters, president, is verschil gerezen terzake van woorden door de schout tegen Anthonis betreffende beschrijfbrieven en executies door soldaten van de rentmeester der Geestelijke goederen, Peter Schuyl, gedaan aan Bonaventura van den Hove, broeder van de schout. Jan Timmermans, pastoor te Asten, bemiddeld. Het verschil is ontstaan ten huize van Goyaert Michielssen te Helmont.

Asten Rechterlijk Archief 75 folio 208; 11-02-1643:
Willem Joost Goris verkoopt aan Heer Joannes Timmermans, pastoor te Asten en Goyaert Peter Bruystens, secretaris te Vlierden, als collecteurs van een beurs, gesticht door wijlen Heer Hendrick van der Weyden, in leven pastoor op de Grote Begijnhoff, te 's Hertogenbosch en ten behoeve van deze beurs een cijns van ƒ 425,- à 5%. Onderpand een hooibeemd te Astappen 3 lopense, gekomen van de schout en jaarlijks rijdende tegen de andere geerfden in dezelfde beemd; hooibeemd in de Spleet te Astappen tussen de Aa's; land 2 lopense naast Anthonis Canters, uitschietende op de 1e bempt; huis, hof, schuur, schop te Astappen.

Asten Rechterlijk Archief 146; 16-11-1651:
Rekening, bewijs en reliqua gedaan door Michiel Jacops van de Cruys, Willem Joosten en Wilbort Daendels als momboiren van Goortien, onmondige zoon van wijlen Peter Peters van Haubraken alias Peter Peter Poelmans. Jan Tymmermans, pastoor, te Asten, heeft namens Goyaert Peter Poelmans betaling gehad van 2½ cop + ¼e cop en alnog van ½vat rogge per jaar over 1642 tot en met 1645.

In het Katholyk Meyerysch Memorieboek van 1819[4] lezen we dat de katholieken van Asten na de vrede van Munster in 1648 hun kerk aan de gereformeerden kwijtraakten. De katholieken van Asten hadden samen met die van Someren hun Kerkschuur op de grond van Oostenrijks Gelderland onder Weert. Bij deze kerkschuur werd een hut of kleine herberg opgericht, die in 1819 nog aanwezig was.

Joannes Timmermans is rond 1657 overleden.


Vanaf 1672 na de inval van de Fransen mochten de katholieken een eigen schuurkerk in Asten bouwen, naast de voormalige protestantse kerk. Met de Franse revolutie werd de oude kerk in 1798 weer eigendom van de katholieken. De pastoors die in de periode 1648-1798 dienst hebben gedaan, zijn bij de schuurkerk beschreven (zie Voormalige schuurkerk, G463).


Wilhelmus van Asten, 1798-1819

Wilhelmus van Asten is geboren te Lierop op 11-05-1744 als zoon van Laurentius van Asten en Johanna Willems van Moorsel. Wilhelmus van Asten kreeg in 1790 zijn overplaatsing van Valkenswaard naar Asten. Van Peeter Oomen, die met de vorige pastoor Petrus Aerts de erfenis had geregeld, koopt Willem van Asten de visvijver:

Asten Rechterlijk Archief 165 folio 65 verso; 03-05-1790:
Taxatie van de onroerende goederen van Peeter Oomen, te Venroy, hetwelk heden bij donatie zal worden overgedragen aan Heer Willem van Asten, Rooms Pastoor, alhier. Waarde Nieuwe Erve nu een visvijver aan den Astense Dijk 38 roeden ƒ 25-00-00.
Peeter Oomen, te Venrooy, in Pruysisch Gelderland, verkoopt aan Heer Willem van Asten, Roomsch pastor, te Asten land Nieuwe Erve thans een visvijver aan den Astensen Dijk 38 roeden. Verponding ƒ 0-2-0 per jaar. Bij gerechtelijke taxatie ƒ 25-00-00. Bij artikel 5 der ordonnance 24-12-1695 de 40e penning moet worden betaald.

Willem van Asten ontvangt een donatie bij een erfenis:

Asten Rechterlijk Archief 129 folio 119; 20-05-1799:
Cicilia Peter Franse van de Meulendijk, ziek, testeert. Alle voorgaande testamenten vervallen. Haar erfgenamen worden en Armen van Asten voor de helft, Thomas Verhuysen en Francis Verkuylen met zijn verdere broers en zusters, welke comparante niet weet te noemen. En dit onder de volgende bepaling dat de ƒ 50,- diewelke van Jan Philips van Hout moet ontvangen zullen worden uitgereikt aan Willem van Asten, pastoor, alhier.

Bij onwettig geboren kinderen wordt het doopboek van de kerk betrokken om de notitie van de mogelijke vader uit de mond van de vroedvrouw te horen:

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 10-06-1805:
Extractum ex registra baptizatorum Romano Catholica Communitatis de Asten in quo habitur ut signitur. Anno millisimo octingentesima quintodie nona mensis Magi. Baptizata est Joanna filia illegitima Joanna Maria Henrici Roymans et ut mater in partu obstitrici declaravit Joannis Joannis Verberne. Succeptores Arnoldus Petri Aerts et Maria Petri Peters. Concordat cum suo originali quod attestor Gaspar van Maasackers sacell. Ex speciale commissione eed. Domi W. van Asten pastoris.

Uittreksel uit het doopregister van de rooms-katholieke kerk van de Astense gemeenschap. In het jaar 1805 op de 20e dag van de maand mei is gedoopt Johanna onwettige dochter van Johanna Maria Henrici Roymans die tijdens de geboorte aan de vroedvrouw beweerde dat Joannes Joannes Verberne de vader is. Getuigen Arnold Peter Aerts en Maria Peter Peters. Ik bevestig dat zij instemmen met het origineel Gaspar van Maasackers kapelaan. Wilhelmus van Asten pastoor.

Willem van Asten verkoopt de oude pastorie aan de gereformeerden:

Asten Rechterlijk Archief 106 folio 133 verso; 11-03-1807:
Willem van Asten, pastoir, Willem Berkers, Martinus van Bussel, Johannes Knaapen en Marcelis van Bussel, als kerkmeesters van Asten, verkopen aan C. Jansen, predikant, geassisteerd met Leendert van Riet, Hendrik van den Bosch en Abraham van Nouhuys, als gecommitteerden van de Gereformeerde Gemeente van Asten een huis, schop, washuis, sacristie, hof en aangelag genaamd de oude Pastoirswoning 1½ lopense. Gelegen in zijn heggen en kerkmuur met de plaats waar te voren de oude kerk gestaan heeft. Zullende de buitenmuur aan de straat en aan de gevel naar het zuidoosten tot aan de heggen van den hof op die hoogte blijven, zoals bij de koop bepaald is. En de verkopers zullen verplicht zijn de muur daar, alwaar de glasramen gestaan hebben, zo hoog, met goede stenen en kalk behoorlijk op te metselen zodat de gehele muur op gelijke hoogte is. Ook zal de poort of ingang van de afgebroken kerk behoorlijk en vast toegemetseld worden tot op de hoogte van de voorschreven muur. De gevel van de afgebroken kerk is onder de koop begrepen en daarom mag daarvan niets afgebroken worden. Het Peelveld aan de Scheepersdijk zal tussen kopers en verkopers half / half worden verdeeld. Koopsom ƒ 1200,-.

In 1805 werd Joannes Henricus Smits, geboren te Eindhoven zijn assistent. Wilhelmus van Asten is op 20-05-1819 te Asten overleden en hieronder zijn overlijdensakte:

15

Bartholomeus Kemps, 1819-1863

Bartholomeus Kemps is geboren te Leende op 02-04-1787 als zoon van Tilemannus Kemps en Joanna Catharina Hertrooijs. Hij is in 1809 tot priester gewijd en zijn oudere broer Petrus Kemps, pastoor van Sint Jacob te 's-Hertogenbosch, verleende vanaf 1810 assistentie aan de pastoor van de Sint Lambertusparochie te Vught. In de Noord Brabanter van 20-09-1862 viert zijn broer zijn 25-jarige feest en is Bartholomeus Kemps daarbij aanwezig:

16

Onder pastoor Bartholomeus Kemps is door de Zusters van Liefde op 14-07-1841 het Liefdegesticht gebouwd (zie Voormalig liefdehuis, G1036) en in 1843 de tweede kapellanie opgericht. Hieronder een foto van het Liefdegesticht te Asten:

17

Hieronder een korte beschrijving van het doel van het Liefdegesticht:

In de onmiddellijke nabijheid der parochiekerk tegenover de pastorij werd den 19 julij 1841 het Liefdegesticht geopend, dat bestemd werd om daarin onderwijs aan de jeugd te geven, eene bewaarschool te openen (1868), oude mannen en vrouwen te verzorgen, zieken te verplegen en kostjufvrouwen op te nemen. Ten jare 1851 zijn de gebouwen vermeerderd en wachten op uitbreiding en verbetering, terwijl er nog slechts eene noodkapel bestaat. Over het aanzienlijk getal van 19 religieuzen is als moeder aangesteld Norberta van Dijck van Tilburg, die sedert 1841, toen het gesticht slechts vier zusters telde, onafgebroken het gesticht bestuurd heeft.

In dagblad De Tijd van 07-07-1859 beschrijft Bartholomeus Kemps de aankoop van de preekstoel, waarschijnlijk een cadeau bij zijn 50-jarige Priesterjubileum, die nog altijd de kerk van Asten siert:

18
19

Bartholomeus Kemps heeft het geluk gehad zijn gouden jubelfeest van priesterwijding drie jaren te overleven en is op 12-05-1863 te Asten overleden, zoals blijkt uit de advertentie in dagblad De Tijd van 20-05-1863:

20

Hieronder de overlijdensakte en het bidprentje bij zijn overlijden:

21

22
23

Lambertus Joannes van de Mortel, 1863-1893

Lambertus Joannes van de Mortel is geboren te Eindhoven op 05-05-1817 als zoon van hovenier Wilhelmus van de Mortel en Maria Elisabeth Kuppens. Lambertus Joannes van de Mortel is te Sint Michielsgestel op 12-05-1844 tot Priester gewijd en werd kapelaan te Nuenen, in 1852 kapelaan te Gemert en aanvaardde op 21-05-1863 de pastorie van Asten. Hij kreeg hetzelfde jaar een derde kapelaan. In de Noord-Brabanter van 08-08-1868 wordt bekend gemaakt dat Lambertus Joannes van de Mortel aanspreekpunt is voor de studiebeurzen van Henricus van der Weijde:

24

Links wordt in dagblad De Tijd van 29-10-1863 het aantal protestantse ambtsfuncties bekritiseerd. Het oude Liefdegesticht wordt afgebroken en er wordt een nieuw gebouwd; rechts in de krant de Zuid-Willemsvaart van 19-08-1882 worden de restanten te koop aangeboden:

25
26

Volgens dagblad De Tijd van 13-12-1882 krijgt Asten een eigen dekenaat en wordt Lambertus Joannes van de Mortel de eerste deken van Asten:

27

Het Algemeen Dagblad van 29-03-1884 meldt de herdenking van het 40-jarige priesterschap van Lambertus Joannes van de Mortel:

28

Het Nieuws van de Dag van 23-05-1888 en de Grondwet van 24-05-1888 melden het feit dat Lambertus Joannes van de Mortel al 25 jaar pastoor van Asten is:

29

30

Lambertus Joannes van de Mortel is op 25-06-1893 te Asten overleden en in de krant de Zuid-Willemsvaart van 01-07-1893 wordt zijn inboedel verkocht en in diezelfde krant van 12-08-1893 wordt opgeroepen of er nog mensen zijn die iets van deken van de Mortel te vorderen hebben:

31
32

Hieronder het bidprentje bij het overlijden van Lambertus Joannes van de Mortel:

33
34

Johannes Wilhelmus Smits, 1893-1898

Johannes Wilhelmus Smits is geboren te Gemert op 17-09-1843 als zoon van Johannes Smits en Elisabeth Egelmeers. Hij werd op 10-02-1867 tot priester gewijd en was kapelaan in verschillende plaatsen tot zijn benoeming in 1886 als pastoor van Zijtaart. Op 08-07-1893 werd Johannes Wilhelmus Smits tot pastoor van Asten benoemd, zoals genoemd in dagblad De Tijd van 11-07-1893:

35
36

Rechtsboven staat in de Provinciale Noordbrabantsche en 's Hertogenbossche krant van 03-05-1897 het optreden van pastoor Smits als voorzitter van de kiesvereniging.

In de Provinciale Noordbrabantsche en 's Hertogenbossche krant van 24-09-1894 wordt al gesproken over het feit dat pastoor Smits een nieuwe kerk wil laten bouwen:

37

Rechts in de Nieuwe Tilburgsche courant van 20-10-1898 staat de benoeming van Johannes Wilhelmus Smits tot deken van Asten.
38

In 1898 is de bouw van de nieuwe Heilige Maria Presentatiekerk (zie Wilhelminastraat 1) voltooid (foto links) en wordt de kerk door Monseigneur van de Ven, bisschop van 's Hertogenbosch, ingezegend (foto rechts):

39
40

Links in dagblad De Tijd van 04-04-1898 maakt onderwijzer ten Haaf reclame voor de Handelschool in Asten waar pastoor Smits lessen in Godsdienst geeft. Rechts in de krant de Zuid-Willemsvaart van 05-10-1901 de bestraffing van een man die een beeld uit de tuin van pastoor Smits heeft gestolen:

41
42

In de Tilburgsche courant van 23-02-1905 wordt het overlijden van pastoor Smits bericht:

43

Links een foto[5] van Johannes Wilhelmus Smits en rechts een foto met de oude en de nieuwe kerk:

44
45

Johannes Wilhelmus Smits is op 20-02-1905 te Asten overleden en hieronder het bidprentje bij zijn overlijden:

46
47

Het vervolg van de lijst van de pastoors staat beschreven bij de nieuwe Heilige Maria Presentatiekerk (zie Wilhelminastraat 1).

Kapelaans van Asten

Op basis van het boek Geschiedenis van het Bisdom 's Hertogenbosch van 1872[1] en het boek 'Aasten mi z'n groten toren' van Henk Berkers en Harry Verdijsseldonck ter ere van het 100-jarige bestaan van de Heilige Maria Presentatiekerk te Asten, is een reconstructie van de kapelaans van Asten gemaakt en aangevuld met rechterlijke archiefstukken en krantenartikelen. Tot 1648 gebruikten de kapelaans de oude kerk, van 1648 tot 1798 maakten ze gebruik van een schuurkerk, van 1798 tot 1898 weer de oude kerk en vanaf 1898 de nieuwe kerk. Een tweede kapellanie is in 1843 gestart en een derde in 1863. Hieronder een overzicht van de pastoors van Asten over de periode 1616 tot 1960:

Periode Kapelaan Geboorteplaats / datum Volgende ambt Overlijdensplaats / datum Locatie
1616 Theodorus Petri Peters Oude kerk; G589
1673-1706 Florentius Daendels Asten 08-06-1647 Asten 04-01-1706 Schuurkerk; G463
1689-1694 Hendricus Horckmans Asten 14-02-1662 Pastoor te Leende Leende 21-06-1723
1698-1704 Franciscus van de Cruys Asten 24-03-1674 Pastoor van Asten Asten 28-01-1743
1717-1718 Judocus Loomans Asten 14-10-1690 Asten 27-01-1718
1721-1723 Joannes Sporenbergh Asten 21-04-1697 Asten 03-06-1723
1738-1743 Thomas Kokken Made 19-12-1713 Asten 1743
1754-1763 Simon Braakhuysen Bergeijk 03-08-1719 Pastoor te Gestel Gestel 25-10-1798
1763-1774 Ludovicus van de Mortel Deurne 23-05-1728 Rector te Liessel Liessel 04-12-1776
1785-1795 Joannes Berkers Aarle Rixtel 02-04-1754 Pastoor te Nuenen Nuenen 18-05-1816
1795-1798 Henricus van den Oetelaar 's-Hertogenbosch ±1772 Pastoor te Neerloon Neerloon 21-01-1834
1798-1800 Oude kerk; G589
1800-1801 Daniël van den Berg Gemert 10-04-1774 Kapelaan te Nuenen Valkenswaard 02-11-1858
1801-1812 Gaspar van Maasacker Gerwen 17-07-1775 Pastoor te Woensel Woensel 19-01-1828
1812-1813 Paulus Antonius van Baer Eindhoven 22-10-1788 Kapelaan te Schijndel Maastricht 28-01-1855
1813-1814 Gijsbert Cuppens Eindhoven 14-09-1779 Deed afstand
1814-1819 Josephus van den Berg Heesch 14-07-1780 Pastoor te Nieuwkuijk Nieuwkuijk 08-08-1830
1819-1821 Jacobus de Vocht Helmond 25-12-1793 Kapelaan te Best
1821-1826 Franciscus Josephus Sauvé Asten 09-02-1789 Pastoor te Maarheeze Asten 24-01-1873
1826-1831 Gerardus van de Rijt St Oedenrode 25-05-1798 Asten 30-05-1831
1831-1845 Theodorus Scheutjens Geldrop 31-10-1804 Pastoor te Milheeze Milheeze 06-06-1868
1843-1844 Joannes Baptist Raijmakers Helmond 22-04-1815 Asten 01-05-1844
1844-1863 Willebrordus Brox Esch 25-12-1818 Pastoor te Lagemierde Deurne 01-09-1888
1845-1851 Cornelis van Amelsvoort Tilburg 04-06-1820 Kapelaan te den Bosch Tilburg 18-03-1874
1851-1864 Petrus Maas Leende 15-01-1824 Rector te den Bosch Asten 29-09-1909
1861-1867 Adrianus Sevens Geldrop 12-10-1835 Kapelaan te Berchem Niftrik 06-07-1910
1863-1882 Petrus Verkuijlen Schijndel 21-02-1838 Pastoor te Beugen Boekel 01-10-1915
1865-1869 Gerardus H van Aerssen Helmond 16-09-1827 Pastoor te Steensel Alphen 25-06-1900
1867-1882 Dionijsius Koolen Tilburg 04-05-1839 Pastoor te Ommel Oisterwijk 28-09-1912
1869-1877 Joannes Dionijsius Joren Zevenbergen 18-03-1830 Pastoor te Malden Zevenbergen 07-01-1914
1877-1892 Wilhelmus J van der Putten Stiphout 19-03-1852 Velp
1880-1892 Antonius H Pessers Tilburg 23-10-1852 Rector te Rosmalen Linden 11-03-1912
1882-1888 Philibertus W Goossens Diessen 25-10-1852 Kapelaan te Oss Eersel 22-04-1926
1888-1892 Johannes M van Bokhoven Haarsteeg 16-05-1848 Pastoor te Haren Haren 14-02-1904
1892-1898 Franciscus J van Bommel Tilburg 04-11-1863 Rector te Grave Herpen 09-07-1919
1892-1894 Wilhelmus A van Iersel Waalwijk 16-09-1860 Rector te Oisterwijk Heel 01-09-1926
1894-1898 Hendricus van der Velden Liempde 22-01-1856 Pastoor te Bergharen Puiflijk 01-04-1915
1898-1900 Nieuwe kerk; G1856
1898-1911 Joannes C Martens Udenhout 11-12-1866 Pastoor te Balgoij Balgoij 04-09-1918
1900-1906 Frans F Willaert Boxtel 11-10-1874 Kapelaan Zevenbergen Dussen 28-07-1937
1906-1912 Franciscus M Bots Helmond 24-09-1872 Kapelaan te Gestel Hurwenen 07-03-1921
1911-1917 Antoon van den Broek Wanroij 14-10-1879 Kapelaan te Tilburg Wamel 10-01-1936
1912-1918 Martinus F Sengers Mierlo 19-12-1872 Pastoor te Zwaluwe Zwaluwe 20-07-1935
1917-1920 Joannes M Arnold Tilburg 10-10-1882 Pastoor te Heusden Asten 27-01-1951
1918-1923 Arnoldus J Verhoeven Heusden 21-08-1893 Rector te Goirle Goirle 02-02-1956
1921-1924 Johannes C van der Veeken Made 02-12-1892 Kapelaan te Tilburg Stiphout 01-11-1948
1923-1926 Franciscus A Muselaers Erp 29-05-1890 Kapelaan te Someren Hooge Mierde 28-07-1960
1924-1932 Jacobus N van Loosbroek Oss 05-08-1899 Haarlem 19-06-1932
1926-1940 Petrus W Vossen Tongelre 27-10-1895 Pastoor te Vortum Veldhoven 24-09-1986
1932-1938 Laurentius J Boelaars Tilburg 05-06-1905 Kapelaan te Eindhoven Gemert 12-05-1998
1938-1946 Hendricus C Sanders Nuenen 22-03-1907 Kapelaan te Best Oijen 27-01-1960
1940-1944 Henricus J van Gestel Tongelre 01-03-1906 Kapelaan te Oirschot Spoordonk 06-01-1978
1944-1949 Johannes A van den Wildenberg Oerle 11-09-1903 Pastoor te Heumen Liempde 14-01-1973
1946-1952 Josephus M Vogels Woensel 01-06-1904 Pastoor te Nederasselt Asten 18-01-1976
1947-1960 Joachim J Kamp Waspik 24-07-1920 Pastoor te Nieuwkuijk Vlijmen 12-10-1991
1952-1954 Jacobus A Burghouts Kapelaan te Goirle
1954-1956 Petrus J Pulles Kapelaan te Gemert
1956-1958 Franciscus P van Hoeck Helmond 21-11-1921 Kapelaan te Schijndel Tilburg 18-09-1981

Theodorus Petri Peters

In onderstaand document wordt Theodorus Petri Peters als kapelaan van Asten genoemd:

Theodorus Petri Peters capellanus in Asten, administrator alfaris S. Ludovici, waarvan de heilige geestmeesters collatoren waren, schrijft den 21 mei 1618 aan den bisschop over de geringe inkomsten van dit beneficie.


In de periode 1648-1798 maakten de kapelaans gebruik van een schuurkerk en de kapelaans die in die periode hebben gedaan staan aldaar beschreven (zie Voormalige schuurkerk, G463);


Henricus van den Oetelaar, 1798-1800

Henricus van den Oetelaar is geboren te 's-Hertogenbosch rond 1772 als zoon van Machiel van den Oetelaar en Lucia Versleijen. Henricus van den Oetelaar studeert theologie in Leuven en wordt in 1795 benoemd tot kapelaan van Asten. In 1800 wordt Henricus van den Oetelaar benoemd tot pastoor van Neerloon. Henricus van den Oetelaar is op 21-01-1834 te Neerloon overleden en hieronder zijn overlijdensakte:

48

Daniël van den Berg, 1800-1801

Daniël van den Berg is geboren te Gemert op 10-04-1774 als zoon van Jacobus Janse van den Bergh en Aldegondis Daniels Kievits. Daniël van den Berg studeert theologie in Leuven en in 1800 wordt hij assistent van de pastoor te Asten, doch vertrekt kort daarna als kapelaan naar Nuenen. Bij de volkstelling van 1810 in Nuenen staat Daniël van den Berg als kapelaan:

49

Daniël van den Berg wordt in 1812 pastoor te Valkenswaard en is op 02-11-1858 te Valkenswaard overleden en hieronder zijn overlijdensakte:

50

Gaspar van Maasacker, 1810-1812

Gaspar van Maasacker is geboren te Gerwen op 17-07-1775 als zoon van Petrus van Maesackers en Anna Maria van Lieshout. Hij heeft theologie gestudeerd te Leuven en wordt in 1810 kapelaan te Asten. In 1812 wordt Gaspar van Maasacker pastoor van de Sint Petrusparochie te Woensel en is aldaar op 19-01-1828 overleden en hieronder zijn overlijdensakte:

51

Paulus Antonius van Baer, 1812-1814

Paulus Antonius van Baer is geboren te Eindhoven op 22-10-1788 als zoon van Johannes Petrus van Baer en Maria Helena van Vlochoven. Hij heeft gestudeerd aan het seminarie te Herlaar, is tot priester gewijd in Munster in 1811 en wordt in 1812 tot kapelaan in Asten benoemd. In 1814 wordt Paulus Antonius van Baer kapelaan te Schijndel, later pastoor in den Dungen en in 1826 staat hij in het bevolkingsregister van Waalwijk genoemd als pastoor:

52

In 1836 wordt hij pastoor van de Sint Servatiuskerk in Maastricht en in het bevolkingsregister van 1850 woont hij samen met zijn zuster Diliana in de pastorie op het Vrijthof:

53

Paulus Antonius van Baer is op 28-01-1855 te Maastricht overleden en hieronder het bidprentje bij zijn overlijden en rechts zijn biografie[6]:

54
55

Gijsbert Cuppens, 1813-1814

Gijsbert Cuppens is geboren te Eindhoven op 14-09-1779 als zoon van Wilhelmus Kuppens en Maria Anna Strijbos. Hij heeft aan het seminarie te Herlaar gestudeerd en wordt in 1813 tot kapelaan te Asten benoemd. Gijsbert Cuppens deed afstand van zijn ambt en is niet meer in de archieven terug te vinden.

Josephus van den Berg, 1814-1818

Josephus van den Berg is geboren te Heesch op 14-07-1780 als zoon van Jacobus Arnoldi van den Bergh en Mechtildis Antoni Verstegen. Hij heeft aan het seminarie te Herlaar gestudeerd en wordt in 1814 tot kapelaan te Asten benoemd. In 1818 wordt Josephus van den Berg pastoor te Nieuwkuijk en is aldaar op 08-08-1830 overleden, waarvan hieronder zijn overlijdensakte:

56

Jacobus de Vocht, 1819-1819

Jacobus de Vocht is geboren te Helmond op 25-12-1793 als zoon van Joannus de Vogt en Wilhelma Verhoisen. Hij heeft aan het seminarie te Herlaar gestudeerd en wordt in 1819 tot assistent in Asten benoemd. In datzelfde jaar wordt hij kapelaan in Best en in 1825 pastoor te Goirle. Hij richtte in 1837 het Sint Caeciliakoor op dat nog altijd bestaat. Bij de heemkundekring van Goirle lezen we het volgende over pastoor Jacobus de Vocht:

Met pastoor de Vocht waren we niet zo ingenomen; het was een zeer lastig heerschap, die voortdurend met zijn parochianen overhoop lag. Op den duur waren we dieë pastoor beu en wisten we zeer tegen zijn zin van hem af te komen.

Tot 1839 is hij pastoor van Goirle en verhuist daarna naar Turnhout (B) en is rond 1846 overleden.

Franciscus Josephus Sauvé, 1821-1826

Franciscus Josephus Sauvé is geboren te Asten op 09-02-1789 als zoon van Godefridus Joannes Sauvé en Petronella Joannis Janssen. Hij heeft aan het seminarie te Herlaar gestudeerd en wordt in 1817 kapelaan te Nuenen en in 1821 kapelaan te Asten. In 1826 wordt Franciscus Josephus Sauvé pastoor in Maarheeze. In het notarieel archief komt Franciscus Josephus Sauvé nog voor bij een schuld:

Notarieel Archief 50-16 Asten, 22-03-1827:
Jan Hendrik van Hugten, is schuldig aan Franciscus Josephus Sauvé, pastoor te Maarheese ƒ 200,-. Als borg een huis en aangelag te Diesdonk, groot 16 roede 50 el, ene zijde kinderen Goort van Bussel.

Tot 1865 is hij in Maarheeze pastoor en keert dan terug naar Asten. Franciscus Josephus Sauvé is op 24-01-1873 te Asten overleden en hieronder het bidprentje bij zijn overlijden:

57
58

Gerardus van de Rijt, 1826-1831

Gerardus van de Rijt is geboren te Sint Oedenrode op 25-05-1798 als zoon van Antonius Dirk van de Rijt en Helena Geerts Joannes Bruisten. Hij heeft aan het seminarie te Herlaar gestudeerd en wordt in 1826 als kapelaan van Asten benoemd. Gerardus van de Rijt is op 30-05-1831 te Asten overleden en hieronder zijn overlijdensakte:

59

Theodorus Scheutjens, 1831-1845

Theodorus Scheutjens is geboren te Geldrop op 31-10-1804 als zoon van Walterus Scheutjens en Helena Schenkels. Hij heeft aan het seminarie te Herlaar gestudeerd en wordt in 1831 als kapelaan van Asten benoemd. In 1845 wordt hij de eerste pastoor van Milheeze en in het gemeente-archief van Gemert en Bakel staat het volgende beschreven[7]:

De inwoners wilden graag een zelfstandige parochie stichten en niet meer naar de kerk in Bakel. In 1844 kreeg het dorp toestemming van de bisschop en de koning om de bouwvallige kapel om te bouwen tot een kerk. Wel moesten ze dat op eigen kracht doen. Ze werkten gratis, leverden bomen en zamelden geld in voor bouwmaterialen en loon voor de aannemer. Eind 1845 was de kerk klaar en er werd een pastoor benoemd: Theodorus Scheutjens. De eerste pastoor doet in zijn memories verslag van zijn blijde inkomste:
Den 27 october 1845 met toeloop van veel volk onder het gelos van geweerschoten en het zingen van liederen toepasselijk op den nieuwen pastoor, met trom en vaandel van den aloude daarbestaande gilde van den Heiligen Antontonius abt. Den eersten trommelslag die zij deeden sloegen zij door het vel. Door behendigheid wierpen zij de trom het onderste boven en zoo wierd ik onder een ellendig geraas van eene valschen trom ingeleid. Voor den ingang der pastorij spreiden zij het vaandel uit, opdat ik daarover binnen de pastorij zoude gaan doch het was zoo verscheurd, dat ik dacht dat ik er met mijne voeten in zoude verwarren, doch ik waagde het evenwel en ging zo over het vaandel zonder te wensen of mijne benen te breken binnen de pastorij. Intusschen was de weg van den smet H. Vlemmings tot de pastorij toe met smalle boomkens bezet. Al het aanwezige volk, bijzonder die mede gesierd hadden en kroonen gemaakt voor de pastorij, heb ik met eenige fleschen witten en roode wijn getracteerd en zoo is de plechtigheid geeindigt.

60

Theodorus Scheutjens is op 06-06-1868 te Milheeze overleden en in dagblad de Tijd van 10-06-1868 staat zijn overlijdensadvertentie:

61

Hieronder de overlijdensakte van Theodorus Scheutjens:

62

Op zijn graf achter de kerk van Milheeze staat de volgende tekst:

D.O.M. Hier rust de eerwaarde heer T. Scheutjens geboren te Geldrop den 31 october 1804 die dit monument in zijn leven liet maken overleden 6 junij 1868 hoe ik geweest ben in mijn leven zullen u de parochianen verhalen. Geloovigen leert hier dat gij sterfelijk zijt en bidt goed voor de dooden. Hij roept nog tot u ontfermt u mijner hoort zijne stem. R.I.P.

Joannes Baptist Raijmakers, 1843-1844

Joannes Baptist Raijmakers is geboren te Helmond op 22-04-1815 als zoon van Henricus Joannes Raijmakers en Petronella van den Elsen. Hij is in 1843 tot kapelaan van Asten benoemd. Joannes Baptist Raijmakers is op 01-05-1844 te Asten overleden en hieronder zijn overlijdensakte:

63

Willibrordus Brox, 1845-1863

Willibrordus Brox is geboren te Esch op 25-12-1818 als zoon van Lourens Brox en Maria van Houtum. Hij is in 1844 te Sint Michielsgestel tot priester gewijd en in 1845 wordt hij tot kapelaan in Asten benoemd. In 1863 wordt hij pastoor in Lage Mierde en in het bevolkingsregister van Hooge en Lage Mierde over de periode 1870-1890 komen we Willibrordus Brox als pastoor tegen:

64

In 1873 verhuist Willibrordus Brox naar Deurne om daar het ambt van pastoor uit te oefenen, waarbij onder zijn leiding tussen 1881 en 1884 de kerk ingrijpend is verbouwd onder architectuur van Pierre Cuijpers. In de Provinciale Noordbrabantsche en 's Hertogenbossche courant van 08-01-1874 de aanstelling van Willibrordus Brox tot pastoor van Deurne en in diezelfde krant van 23-02-1878 bericht hij over een studiebeurs:

65
66

Willibrordus Brox is op 01-09-1888 te Deurne overleden en hieronder het overlijdensbericht in dagblad de Tijd van 04-09-1888 en het bidprentje bij zijn overlijden:

67

68
69

Cornelis Norbertus van Amelsfoort, 1844-1851

Cornelis Norbertus van Amelsfoort is geboren te Tilburg op 04-06-1820 als zoon van fabrikant Nicolaus van Amelsvoort en Maria Roberta Cleijsen. Cornelis Norbertus van Amelsfoort heeft aan het seminarie van Haaren gestudeerd en begint in 1844 zijn loopbaan als kapelaan te Asten. Hij is in 1851 naar 's-Hertogenbosch overgeplaatst en is tot 1865 kapelaan der Sint-Janskerk geweest. In 1865 volgt zijn benoeming tot plebaan van die zelfde kerk, in 1866 tot kanunnik en in 1867 tot deken der stad. In de Noord Brabanter van 24-12-1867 geeft hij opdracht tot de versiering met glas-in-lood-ramen:

70

Cornelis Norbertus van Amelsfoort is op 18-03-1874 te Tilburg overleden en hieronder het bidprentje bij zijn overlijden:

71
72

Petrus Maas, 1851-1864

Petrus Maas is geboren te Leende op 15-01-1824 als zoon van Wilhelmus Maas en Maria Elisabeth Kemps. Hij heeft aan het seminarie van Haaren gestudeerd en wordt in 1851 bij zijn oom Bartholomeus Kemps benoemd tot kapelaan. In 1864 wordt hij tweede rector der Godshuizen in 's Hertogenbosch. Petrus Maas is van 1872 tot 1873 pastoor van Escharen en daarna pastoor in Strijp in 1873, waar hij rond 1887 de Sint Trudokerk bouwde. Petrus Maas is sinds 1908 emeritus pastoor, zoals bericht in dagblad de Tijd van 04-05-1908:

73

In de Peel- en Kempenbode van 25-07-1908 verkoopt Petrus Maas nog enige stukken land te Leende (zie hieronder linksboven). Petrus Maas is op 29-09-1909 in het Liefdegesticht te Asten overleden en linksonder de overlijdensadvertentie in de krant de Zuid-Willemsvaart en rechts het bidprentje bij zijn overlijden:

74

75

76

Adrianus Sevens, 1861-1867

Adrianus Sevens is geboren te Geldrop op 12-10-1835 als zoon van Antonie Sevens en Johanna van Schijndel. Hij is in 1861 tot priester gewijd in 's Hertogenbosch en begint daarna als kapelaan te Asten. In 1867 wordt Adrianus Sevens kapelaan te Berchem en in het bevolkingsregister van Berchem over de periode 1860-1880 staat Adrianus Sevens als kapelaan te Berchem genoemd:

77

In 1867 vertrekt Adrianus Sevens als kapelaan naar Haps en in 1880 wordt hij pastoor te Niftrik, zoals genoemd in dagblad de Tijd van 02-10-1880:

78

In 1905 viert hij daar zijn zilveren priesterfeest waarvan linksonder een verslag in de Maasbode van 10-10-1905. Adrianus Sevens is op 06-07-1910 te Niftrik overleden en rechtsonder het bidprentje bij zijn overlijden:

79
80

Petrus Verkuijlen, 1863-1882

Petrus Verkuijlen is geboren te Schijndel op 21-02-1838 als zoon van Andries Verkuijlen en Lamberdina van den Bergh. Petrus Verkuijlen wordt in 1862 tot priester gewijd en begint zijn loopbaan in 1862 als assistent te Tilburg-Heikc en wordt in 1863 benoemd tot kapelaan in Asten. In 1882 verhuist hij naar Beugen alwaar hij het pastoorsambt aanvaardt. In 1885 wordt Petrus Verkuijlen benoemd tot pastoor van Boekel en 25 jaar later viert hij zijn zilveren pastoorsfeest, waarvan hieronder een verslag met foto:

Op 24 mei 1910 vierde Petrus Verkuijlen zijn zilveren jubileum als pastoor van de Heilige Agathaparochie te Boekel. Op die dag werd om 10 uur door de Zeer Eerwaarde jubilaris een solemnele Heilige Mis opgedragen, geassisteerd door 4 Eerwaarde Priesters, allen geboortig van Boekel. De Zeer Eerwaarde heer Timmer, pastoor te Lage Mierde, ook geboortig van Boekel, hield de feestpredicatie.
De mis werd verstoord door een brand, waarbij Henri Reijbroek is komen te overlijden.

81

Petrus Verkuijlen is op 01-10-1915 te Boekel overleden en hieronder een verslag van de uitvaart in de krant de Zuid-Willemsvaart van 09-10-1915:

82

Hieronder een foto van Petrus Verkuijlen en zijn overlijdensakte:

83
84

Gerardus Hubertus van Aerssen, 1865-1869

Gerardus Hubertus van Aerssen is geboren te Helmond op 16-09-1827 als zoon van Petrus Antonius van Aerssen en Catharina Verhofstadt. Hij is in 1851 tot priester gewijd en begint daarna als kapelaan te Tilburg-Korvel. In 1865 wordt hij tot kapelaan in Asten benoemd en blijft daar tot 1869 waarna hij pastoor van Steensel en Knegsel wordt. In 1875 volgt zijn benoeming tot pastoor van Alphen, zoals vermeldt wordt in het Algemeen Handelsblad van 19-02-1875:

85

86
In de Maasbode van 27-03-1900 wordt het zilveren pastoorsfeest van Gerardus Hubertus van Aerssen gemeld:
87
Gerardus Hubertus van Aerssen is op 25-06-1900 te Alphen overleden en in de Maasbode van 28-06-1900 het bericht over zijn overlijden:
88

Hieronder het bidprentje bij het overlijden van Gerardus Hubertus van Aerssen:

89
90

Dionisius Koolen, 1867-1882

Dionisius Koolen is geboren te Tilburg op 04-05-1839 als zoon van Franciscus Dionisius Koolen en Anna Cornelis van Hasselt. In 1867 wordt Dionisius Koolen tot kapelaan in Asten benoemd en in 1882 wordt hij de eerste pastoor van de dan zelfstandige parochie Ommel. In de Tilburgsche Courant van 20-04-1882 staat de benoeming van Dionisius Koolen als eerste pastoor van Ommel:

91

Dionisius Koolen vertrekt op 12-09-1912 naar Oisterwijk en linksonder het eervol ontslag van pastoor Dionisius Koolen in de Leidsche Courant van 27-08-1912 en rechtsonder een foto van Dionysius Koolen:

92
93

Dionisius Koolen is op 28-09-1912 te Oisterwijk overleden en in dagblad de Tijd van 30-09-1912 de overlijdensadvertentie en in diezelfde krant van 17-10-1912 de dankbetuiging:

94
95

Hieronder de overlijdensakte van Dionisius Koolen:

96

Joannes Dionijsius Joren, 1869-1877

Joannes Dionijsius Joren is geboren te Zevenbergen op 18-03-1830 als zoon van Antonius Joren en Antonia Maas. Joannes Dionijsius Joren is na zijn priesterwijding in 1854 kapelaan te Deventer, in 1858 kapelaan in de Sint Pieter te 's Hertogenbosch 1858 en kapelaan te Someren in 1867. In 1869 wordt Joannes Dionijsius Joren tot kapelaan van Asten benoemd, hetgeen hij tot zijn benoeming tot pastoor te Malden in 1877 heeft gedaan. Volgens de Tilburgsche courant van 08-12-1886 wordt hij in 1886 deken van het dekenaat Druten:

97

Joannes Dionijsius Joren is op 07-01-1914 te Zevenbergen overleden en in de krant de Grondwet van 10-01-1914 een korte levensbeschrijving:

98

In de Maasbode van 04-03-1914 de dankbetuiging van de nabestaanden:

99

Hieronder de overlijdensakte van Joannes Dionijsius Joren:

100

Wilhelmus Josephus van der Putten, 1877-1892

Wilhelmus Josephus van der Putten is geboren te Stiphout op 19-03-1852 als zoon van Francis van der Putten en Antonet Sengers. Hij is in 1876 tot priester gewijd en komt in 1877 van het seminarie van Haaren en wordt kapelaan te Asten, zoals genoemd in het Nieuws van de Dag van 14-02-1877:

101

Wilhelmus Josephus van der Putten vertrekt in 1882 naar Velp en komt verder niet meer in de archieven voor.

Antonius Henricus Pessers, 1880-1892

Antonius Henricus Pessers is geboren te Tilburg op 23-10-1852 als zoon van Andries Pessers en Johanna Maria Beunis. Hij heeft aan het seminarie te Haaren gestudeerd en is in 1879 tot priester gewijd. Antonius Henricus Pessers begint in 1880 als kapelaan te Asten en verhuist in 1892 naar Rosmalen. Hij beoefent daar de functie van rector van de inrichting Coudewater. In 1899 wordt hij pastoor te Catwijk en Klein-Linden en is daar op 11-03-1912 overleden. Zijn overlijden wordt in dagblad de Tijd van 12-03-1912 bericht:

102

Hieronder de overlijdensakte van Antonius Henricus Pessers:

103

Philibertus Willibrordus Goossens, 1882-1888

Philibertus Willibrordus Goossens is geboren te Diessen op 25-10-1852 als zoon van Willem Goossens en Maria Anna Kouwenbergh. Hij is in 1877 tot priester gewijd, werkt vanaf 1878 als kapelaan in Tongelre en is in 1882 tot kapelaan in Asten benoemd. In 1888 verhuist hij naar Oss en wordt in 1895 pastoor van Rossum. Daar viert hij zijn zilveren priesterfeest, zoals gemeld in de Provinciale Noordbrabantsche en 's Hertogenbossche courant van 30-07-1902:

104

Daarna wordt Philibertus Willibrordus Goossens pastoor van Eersel en is aldaar op 22-04-1926 overleden en hieronder een foto en zijn overlijdensakte:

105
106

Johannes Martinus van Bokhoven, 1888-1892

Johannes Martinus van Bokhoven is geboren te Haarsteeg op 16-05-1848 als zoon van Johannes van Bokhoven en Catharina van Iersel. Hij is in 1874 tot priester gewijd, is daarna kapelaan te Oss en wordt in 1888 tot kapelaan in Asten benoemd. In 1892 vertrekt Johannes Martinus van Bokhoven naar Megen, Haren en Macharen alwaar hij pastoor van de Sint Lambertusparochie te Haren wordt. Johannes Martinus van Bokhoven is te Haren op 14-02-1904 overleden en in dagblad de Tijd van 17-02-1904 de overlijdensadvertentie en rechts de grafsteen van pastoor van Bokhoven op het kerkhof van de Sint Lambertuskerk te Haren:

107
108

Franciscus Johannes Maria van Bommel, 1892-1898

Franciscus Johannes Maria van Bommel is geboren te Tilburg op 04-11-1863 als zoon van Martinus Hubertus van Bommel en Petronella Norberta van der Weegen. Hij heeft gestudeerd aan het seminarie van Haaren en is in 1889 tot priester gewijd. Hij begint daarna als kapelaan de Reusel en in de Tilburgsche courant van 11-02-1892 staat het bericht dat Franciscus Johannes Maria van Bommel tot kapelaan in Asten is benoemd:

109

In 1898 vertrekt Franciscus Johannes Maria van Bommel naar Grave en wordt rector van het gesticht voor blinde meisjes. Hij wordt in 1907 pastoor te Overlangel en is op 09-07-1919 te Herpen overleden.
Hieronder het overlijdensbericht in de Maasbode van 11-07-1919:

110

Hieronder de overlijdensakte van Franciscus Johannes Maria van Bommel:

111

Wilhelmus Adrianus Josephus van Iersel, 1892-1894

Wilhelmus Adrianus Josephus van Iersel is geboren te Waalwijk op 16-09-1860 als zoon van Antonius van Iersel en Johanna Helena van Nuenen. Hij heeft aan het seminarie van Haaren gestudeerd en is in 1885 tot priester gewijd. Daarna is Wilhelmus Adrianus Josephus van Iersel assistent te Woensel en in 1886 kapelaan te Best. In de Maasbode van 02-10-1892 staat zijn benoeming tot kapelaan van Asten:

112

In 1894 wordt hij rector van de zusters Penitenten Recollectinen te Oisterwijk, in 1902 kapelaan te Wamel en in 1904 pastoor van Acht. In 1910 krijgt Wilhelmus Adrianus Josephus van Iersel eervol ontslag en verhuist naar een klooster in Heel alwaar hij op 01-09-1926 is overleden. Hieronder in het Algemeen Handelsblad van 04-09-1926 het bericht van zijn overlijden:

113

Hendricus van der Velden, 1894-1898

Hendricus van der Velden is geboren te Liempde op 22-01-1856 als zoon van Nicolaas van der Velden en Maria van de Laar. Hij is in 1880 priester gewijd en in 1882 wordt hij tot kapelaan te Millingen benoemd. In de Maasbode van 04-09-1894 staat zijn aanstelling als kapelaan te Asten:

114

In 1900 wordt Hendricus van der Velden pastoor in Bergharen en is op 01-04-1915 te Puiflijk overleden, zoals bericht in dagblad de Tijd van 02-04-1915:

115

Hieronder de overlijdensakte van Hendricus van der Velden:

116


Het vervolg van de lijst van de kapelaans staat beschreven bij de nieuwe Heilige Maria Presentatiekerk (zie Wilhelminastraat 1).


Referenties:
  1. a b c Geschiedenis van het Bisdom 's Hertogenbosch van 1872 (https://books.google.nl/books?id=9t1aAAAAcAAJ)

  2. Stichting Anneke de Bruijn (http://www.stichtingannekedebruijn.nl)

  3. Bossche Encyclopedie (http://bossche-encyclopedie.nl)

  4. Katholyk Meyerysch Memorieboek van 1819 (https://books.google.nl/books?id=r4pQAAAAcAAJ)

  5. LocalHistory (https://www.localhistory.nl)

  6. Nieuw Nederlandsch biografisch woordenboek (http://resources.huygens.knaw.nl)

  7. Memories van de eerste pastoor in Milheeze (https://historiek.net/stuk-van-het-jaar-inzending-van-gemeentearchief-gemert-bakel/45477)


De meest gebruikte referenties staan in de introductie vermeld
Laatst bijgewerkt op 14 januari 2019, 21:18:51

Heemkundekring De Vonder Asten-Someren, Molenstraat 10, 5711 EW Someren, tel. 0493-472423
Wegens renovatie is het heemhuis gesloten gedurende de maand maart 2019.