vonder kop
vonder kop

Bewoningsgeschiedenis


Selecteer een deel waar je informatie over wil weten


Voorwoord Laarbroek

Laarbroek is een gehucht ten noorden van Asten, bestaande uit drie kleine kernen, de Hindert, Oliemolen en Laarbroek. Aan de noordgrens vormt de Beekerloop de grens met Ommel en in het oosten is de Ommelscheweg de grens met de Stegen. Ten westen ligt al geruime tijd een bos dat de grens bepaalt met de gehuchten rond de Dijk. Uit diverse bronnen[1] is het onderstaande verhaal over het Laarbroek samengesteld:

De naam Laarbroek is ontstaan door de veldnamen Laar (woeste, met meer of minder bos bebouwd, op drassige gemeenschappelijke grond) en Broek (laag, meestal nat gebied naast een beek / rivier). Het is een voortzetting van het hoevenlandschap ten oosten van de Aa, waarin ook de gehuchten Dijk, Vosselen, Diesdonk, Bussel, De Beek en het dorp Ommel toebehoren.
Het Laarbroek bevindt zich nabij de overgang van hoger gelegen drogere zandgronden naar lager gelegen nattere zandgronden. De context is te kenschetsen als een kleinschalige oudere ontginning. In 1906 was het reeds voor een groot deel in gebruik als akkerland. Een klein gedeelte aan de oostkant was nog in gebruik als gras en hooiland. Aan de noordkant bevonden zich destijds meerdere smallere en langgerekte percelen, begeleid door bomenrijen, restanten van houtwallen die aanvankelijk van belang waren om de verstuivingen tegen te gaan.

Op een topografische kaart van 1820 is het gebied met de naam Laarbroek gelegen tussen Dessolaar (waarschijnlijk een verschrijving van Vosselen) en Ommel

In de archieven is de eerste vermelding van het Laarbroek te vinden in 1616 en werd nog geschreven als Laerbroeck. Het buurtschap Hindert wordt voor het eerst genoemd in 1633 als huis en hof aan het Laerbroeck genoempt 'op de Hyndert'.
Door het Laarbroek liep een weg die de bewoners van Ommel gebruikten om naar de Astense molen te gaan en dat betreft de weg door het buurtschap Oliemolen. In de Astense archieven van 1634 wordt deze weg genoemd:

Willem Marcelissen van den Bogaert verkoopt aan Bernard van Merode, Heer van Asten, seeckere erffwech gaende naer den meulen des voorschreven kopers commende van Ommel aff neven het Laerbroeck, gaende door erffven van voorschreven vercoper. Los en vrij behoudelijck dat de coper sal moeten houden een ijnde off hecken offwell de molders, ten tijde molders wesende ende sal den vercoper denselven wech moeten wijt houden thien voeten, behoirlijcken van mate yedere voet, om bij de coper en de naebueren van Ommel en andere vaerende ter meulen te worden gebruyckt.
De Astense molen was een graanmolen, niet gebruikt voor het persen van olie uit zaden, en misschien heeft dit er toe geleid dat in 1757 een rosoliemolen werd opgericht en zo de naam gaf aan het buurtschap.

Hieronder het gehucht Laarbroek op de kadasterkaart van 1832, de topografische kaart van 1925, de topografische kaart van 1975 en de googlemapskaart van 2016:

Tot circa 1975 is het karakteristieke wegenpatroon en veldstructuur in stand gebleven en ook de bebouwing is vrijwel ongewijzigd. Daarna heeft de ruilverkaveling plaatsgevonden, zijn de straten recht getrokken en de velden vergroot. Aan de Ommelscheweg is de industrie opgerukt en heeft het buurtschap Oliemolen opgeslokt, waardoor er geen huizen van voor 1950 meer te vinden zijn. Op de Hindert is op een sinds de 17e eeuw bebouwde plaats nog een woning uit begin 20e eeuw te vinden en het Laarbroek is met 2 huizen uit de 19e eeuw en 2 huizen uit begin 20e eeuw nog het meest karakteristiek te noemen.

In de resolutieboeken van Asten over de periode 1699 -1724 komen we het volgende nog over Laarbroek tegen. Eerst een regel die is opgesteld om het graven van leem te voorkomen en een regel om de afwatering via de Beekerloop goed te laten verlopen:

Item niemant en sal mogen leemgraven int Laerbroeck op eenen peene van negen stuijvers boven die confiscatie van leem.
Item die beeck comende van de Vordeldonkse straet totte Stegense straet sal wijt moeten wesen vier voeten ende van daer beneden het Laerbroeck, sal moeten wijt wesen vijf voeten, ende van daer voorts neerwaerts totte A sal wijt wesen 6 voeten op den voorschreven keur van seven stuijvers.

Vervolgens een tegemoetkoming in de verpondingen omdat de oogst niet voldoende heeft opgebracht:

Staat van 't geene de naarvolgende ingesetenen van de heerlijckhijdt van Asten competeert wegens de remissie der verponding de anno 1724 bij haar hoogmogende resolutie van den 12 februari 1726 verleend, in opsight vande boulanden welcke in dat jaar besaijt sijn geweest en soo veel niet hebben opgebracht, als de oncosten van de culture bedragen hebben. Eerstelijck is bij verclaaringe van de naarvolgende eijgenaars en gebruijckers onder solemneelen Eede in handen vanden officier, ten overstaan van schepenen, des voornoemde dorpen afgelegt, gebleken dat inden voorschreven jaare 1724. Aantal loopensaten en roeden besaijt in het selve jaar soo veel niet en is geprovenieert als de oncosten vande culture bedragen hebben.

Inwoner Laarbroeck loopensaat roede
Francis van der Linden 11
Wilbert Peters van Lijssel 14
Hendrik Willem Berkers 22 13
Francis Tijs Canters 8
Jan Teunis Jelis 10
Jan Roijmans 7
Dierck Philipse 9
Aart Hendrix 17
Jan Paulus 11

We komen de namen van deze ingezetenen nog tegen in de huizen, waarin de bewoningsgeschiedenis van Laarbroek wordt beschreven.


Overige bronnen:
  1. Landschapsarchitectuur Laarbroek (asten.nl)


De meest gebruikte referenties staan in de introductie vermeld
Gecontroleerd door Jan Heijligers

Laatst bijgewerkt op 3 februari 2018, 18:07:51

Heemkundekring De Vonder Asten-Someren, Molenstraat 10, 5711 EW Someren, tel. 0493-472423
Heemhuis open op dinsdag van 9.00 uur tot 12.00 uur en donderdag van 19.00 uur tot 21.00 uur