vonder kop
vonder kop
vonder kop
vonder kop

Selecteer een deel waar je informatie over wil weten


Ommel

Ommel is gelegen aan een kruispunt van wegen tussen Asten en Vlierden en een verbindingsweg vanaf de Leensel richting Stipdonk. Op de onderstaande kaart uit 1664[1] is het rond 1539 gestichte klooster te zien, maar is nauwelijks sprake van bebouwing. Vanaf die tijd zijn er rond het klooster en de bijbehorende kapel hoeven gebouwd en aan het begin van de 18e eeuw is er sprake van 30 hoeven. Dit aantal blijft tot het begin van de 20e eeuw ongeveer gelijk, in 1830 waren er 40 hoeven en in 1920 bestond Ommel uit een kleine 50 woningen.

01

Vrijwel alle inwoners waren landbouwer, maar omdat Ommel door zijn Mariaklooster en kapel een bedevaartsoord was, hielden veel ingezetenen ook een herberg. Uit archiefstukken kunnen we opmaken dat er wel 10 herbergen in Ommel waren; veel zaken met rechterlijke uitspraken van schout en schepenen speelden zich immers af in die herbergen. Pas laat in de 19e eeuw doen ook andere beroepen als bakker, kleermaker en klompenmaker hun intrede.

Over wie er woonden in het midden van de 18e eeuw kunnen we opmaken uit een lijst van misoogsten van de landbouwers rond 1738:

Asten Rechterlijk Archief 118 folio 170, 29-12-1739:
Specifique lijste ofte memorie geformeert door schepenen en secretaris van Asten volgens het opgeven van de ingesetenen van Asten van soodanige als de ingesetenen van Asten geleeden hebben vant verhagelen van koorn op de 13e july en afwayen van de boekweyt op den 15e augustus 1737 wanneer het koorn en boekweyt rijp was. Alsmede van de menigvuldige swaare regen die gevallen is in de voorschreve jaare 1737, 1738 en 1739 waardoor de weylanden geheel onder water gestaan hebben en het gras en hoy daardoor veel bedorven en verdronken is geworden door hetwelke veel runtvee en schapen bedorven en gestorven sijn, alsoo deselve op leege en natte weyen haar voedsel hebben moeten haalen, welk verdronken gras en hoy dat bedorven was in de wintertijden hebben moeten eeten. Mitsgaaders vant bevriezen van de boekweyt in desen jaaren 1739, tusschen de 15e en 16e juny allent welke schaade de navolgende ingeseetenen hebben opgege ven en getaxeert onder presentie vant selve ten allen tijde (des gerequireert werdende) met solemneele eede sullen bevestigen soo en gelijk bij of agter ider sijn naam is uytgetrerroocken en hierna is volgende op Ommel:

Naam Huis Kadaster Omschrijving Vergoeding
Peter Aart Keyzers 1 B278 ƒ 9,-
Jan van de Cruys 4 B431 ƒ 13,-
Jan Janse van Rest 6 B446 ƒ 58,-
Joost Jansen 8 B445 ƒ 20,-
Hendrik Janse Deynen 10 B503 ƒ 13,-
Hendrik Everts 12 B415 ƒ 10,-
Jan Philipsen 13 B409 onder andere 8 lopense boekweit verdonken ƒ 150,-
Jan Philipsen 13 B416 onder andere 8 lopense koren verdronken ƒ 200,-
Antoni Wilberts 14 B402 ƒ 30,-
Frans Vrients 15 B504 ƒ 60,-
Willem Roefs 17 B394 onder andere 3 paarden gestorven ƒ 100,-
Willem Roefs 17 B394 onder andere 3 beesten gestorven ƒ 140,-
Hendrik Hoefnagels 18 B512 ƒ 100,-
kinderen Wilbert Peters 20 B523 ƒ 30,-
Tijs Jacobs 21 B389 ƒ 18,-
Francis Antonis 22 B381 ƒ 12,50
Peter Jan Wilberts 23 B384 ƒ 13,50
Antoni Philipsen 24 B388 ƒ 9,-
Jan Verreyt 26 B376 ƒ 65,-
Jan Fransen ƒ 42,-
Hendrik Jan Hendriks 29 B529 ƒ 40,-
Tomas Coolen 30 B531 ƒ 20,-
Hendrik Goris 31 B537 ƒ 27,-
weduwe Hendrik Kievits ƒ 70,-
Joost Joosten ƒ 21,-
Peter van de Vorst ƒ 34,-
Jasper Hendriks ƒ 15,-

Aldus dese lijste gemaakt en geformeert in voege als vooren volgens het opgeven der ingesetenen onder presentie van eede dat deselve de ongelucken en schaaden gehadt hebben, soo en gelijk agter ider sijnen naam staat aangeteekent en tot een som is getaxeert na ider sijn beste kennis. Wijders verklaaren wij ondergeteekende schepenen van Asten, op den eed ten aanvank van onser bediening gedaan dat de ingesetenen alhier wegens het verhagelen van koorn, afwayen en bevriesen van de boekweyt, sterven van een menigte beesten en schapen, verdrinken van hoy, gras, koorn en andere vrugten als int hooft deeser lijst, seer veelen groote schaade geleeden hebben en vooral in dese jaare, alsoo den ingesetenen alhier den grooten reegen die er is gevallen als anders op sijn best maar eene halve oogst gehadt hebben waardoor deselve buyten staat geraakt sijn om haar verschulde 's lants- en dorpslasten te konnen opbrengen en betaalen waardoor de ingesetenen dagelijks veele schaade en executiecosten moeten ondergaan. In teeken der waarheyt hebben wij deese ten pothocolle onderteekent binnen Asten, desen 28 december 1739.

De namen zonder huisnummer zijn waarschijnlijk inwonend of betreft soms uit huizen die niet meer bestaan. Opvallend is dat deze lijst, die is aangevuld met de destijds gangbare huisnummers en de daarbij gevonden huizingnummers, in volgorde is met de huisnummers. Hieronder een kadasterkaart uit 1832 met daarin de namen van de genoemde personen uit 1739:

De kloosterzusters moesten in 1732 hun klooster verlaten, ruim na 1648 toen de katholieke godsdienstuitoefening min of meer werd verboden in het calvinistische Nederland. Dankzij de bescherming van de Vrouwe van Asten kon het klooster nog geruime tijd blijven bestaan al werd de geloofsbeoefening aan banden gelegd door het gereformeerde bestuur van Asten. In de Franse tijd, rond 1795 kregen de katholieken hun kerk weer terug, maar het duurde nog lang voor de zusters naar Ommel terugkeerden.

De familie Loverbosch, met voorouders uit Asten en Vlierden, heeft het kloostergebouw gekocht en speelde tussen 1750 en 1820 een belangrijke rol in het dagelijkse leven van Ommel. Voor die tijd waren de familie Canters en van de Cruys de toonzetters en na die tijd de families Loomans en van Heugten. Echter in de kleine gemeenschap van Ommel waren er veel verbanden tussen die families en we zien dan ook maar weinig dat mensen buiten Asten, Someren of Vlierden zich mengden met de plaatselijke bevolking.

Hoewel de meeste mensen arm waren met hun landbouw op arme zandgronden, was het een gezonde en hechte gemeenschap. Men zorgde voor elkaar en uit archiefstukken blijkt dat de rijke bewoners rekening hielden met de behoeften van arme en oudere inwoners. Als regel trouwde men niet voor de leeftijd van dertig jaar en telden de gezinnen ongeveer acht kinderen. De helft daarvan overleed al op jonge leeftijd door gebrek aan hygiëne en epidemieën van ondermeer difterie. Als men de huwbare leeftijd bereikte en niet in het kraambed kwam te overlijden dan haalden veel bewoners respectabele leeftijden van boven de 70 jaar.

In 1882 werd Ommel een zelfstandige parochie met een pastoor die ook gelijk een school stichtte en in 1900 een nieuw gotische kerk oprichtte. Toen in 1904 de tramlijn met een tramstation in Ommel werd geopend, nam de bedrijvigheid vooral door bedevaartgangers toe. In 1922 werd Ommel getroffen door een grote brand, die de oude resten van het klooster vernietigde evenals 5 boerderijen in de naaste omgeving. De tramlijn werd in 1933 al weer opgeheven omdat het de concurrentie met het busvervoer niet aan kon. De zusters keerden in 1939 weer terug in Ommel in een klein klooster tegenover het in 1913 ontworpen processiepark.

03

04

In 1944 tijdens de bevrijding van het zuiden van Nederland werd Ommel door een zwaar bombardement in puin gelegd. Het gevolg is dat er van de oude bebouwing weinig over is, alleen de pastorie uit 1882, een enkele boerderij in de Jan van Havenstraat en het boerenbondsgebouw uit 1920 zijn er nog. Jammer, want het toch ruimschoots beschikbare fotomateriaal van Ommel aan het begin van de 20e eeuw laat zien dat Ommel een mooi dorpje was.

05

Ommel kende van oudsher vier straten en in de 20e eeuw kregen die namen vernoemd naar de bedevaart: de Kluisstraat, de Kloosterstraat, de Marialaan en de Jan van Havenstraat. In deze bewoningsgeschiedenis komen ook nog twee verhalen voor van een volksgericht, het zogenaamde "toffelen" in de Jan van Havenstraat. Aan de hand van de in het archief genoemde namen en huizen is een reconstructie gemaakt van deze toffelpartijen. Het was vroeger gebruikelijk dat de buurt eigen fatsoensregels hanteerde en overtreders mores leerde. Als iemand zich had misdragen dan kwam de hele buurt toffelen. Soms werd een strooien pop, die de schuldige moest verbeelden, op het dak gezet of in een boom opgehangen, het huis werd gebarricadeerd met ondersteboven gekeerde karren. De karren werd grif verkèjerd op het onderstel geplaatst. Ook werd er met stront gesmeten, mensen door het water getrokken, ketelmuziek gemaakt en op lampglazen geblazen zodat iedereen, maar vooral de dader, of zo je wil het slachtoffer, wist dat hij over de streep was gegaan.

06

Daarnaast werd ook een inwoner vogelvrij verklaard nadat hij ondermeer in Ommel een aantal mensen bedreigd had. Al met al een kijkje in de geschiedenis van Ommel met zijn inwoners, en hun wel en wee beschreven in archiefstukken en relatief recente foto's. Aangevuld met kadasterkaarten, genealogische data en bevolkingsregisters heeft dit geleid tot dit boek over de bewoningsgeschiedenis van Ommel.

Hieronder staat een stuk waar de geschiedenis van Ommel verder staat uiteengezet.

Geschiedenis van Ommel

Inleiding[2]

De naam Ommel of Ommelen komt voor op archiefstukken uit 1400, wat betekent dat Ommel al ver voor dat jaartal inwoners telde. De naam is afgeleid van Omme Loo, wat rondom bos betekent. Rond 1830 bestond de kern van Ommel uit ongeveer 40 bewoonde panden, voor het merendeel boerderijen. Tot aan de laatste wereldoorlog is de bebouwing nauwelijks toegenomen. Ommel was sedert de aanleg van de tramlijn Asten-Brouwhuis-Helmond een bekende halteplaats in deze verbinding. In de Tweede Wereldoorlog is ongeveer driekwart van de huizen in de kern van Ommel vernield door beschieting. Dat gebeurde in 1944 en pas na 1960 nam de bebouwing toe doordat nieuwbouw werd gepleegd. Bij deze beschieting vonden een aantal inwoners de dood. Door de ontploffing van een granaat op een schuilplaats aan de Jan van Havenstraat verloren veel gezinsleden van de families Klaus en Michiels het leven.

Ommel is door de eeuwen heen altijd een zeer bekende katholieke bedevaartplaats van Maria geweest en is dat nog altijd. Ieder jaar bezoeken alleen al in de meimaand meer dan 50.000 mensen het beeldje van Onze Lieve Vrouw met Kind in de kerk. Rond het jaar 1400, zo vertelt de legende, werd op een weipaal tussen Asten en Ommel een klein beeldje gevonden van Onze Lieve Vrouw met Kind. De vinder bracht het beeldje naar de pastoor van Asten. Deze zette het beeldje in de kerk. Maar het beeldje wilde helemaal niet in Asten zijn en verliet de kerk toen deze gesloten was. Het beeldje werd teruggevonden op de weipaal tussen Asten en Ommel, waar het de eerste keer ook al was gevonden. Het beeldje werd weer teruggebracht naar de kerk van Asten maar verdween opnieuw. Weer bleek het te zijn teruggewandeld naar de weipaal tussen Asten en Ommel. Dit herhaalde zich enkele keren, zo luidt de legende. Op haar tocht zou het beeldje telkens gerust hebben onder een lindeboom. Op deze plek net in de bebouwde kom van Asten, staat op een kleine verhoging nog steeds "Keskesboom". Een afbeelding van Onze Lieve Vrouw van Ommel is tegen de stam aangebracht. "Kesken" is afgeleid van "castgen" wat kastje betekent. In een kastje werd namelijk het beeldje voorlopig op de weipaal geplaatst zodat het niet meer naar de kerk van Asten terug hoefde. Deskundigen zijn van mening dat het beeldje is gemaakt tussen 1000 en 1200 na Christus. Het is een ivoren reliëf van 24 centimeter hoog en een halve centimeter dik. Waarschijnlijk is het in Byzantium, het huidige Istanboel in Turkije, gesneden en tijdens de kruistocht mee naar Nederland genomen.

Belangrijke data in de geschiedenis van Ommel
1400 Een beeldje van Onze Lieve Vrouw met Kind wordt gevonden op een weipaal tussen Asten en Ommel. Het beeldje wordt naar de kerk van Asten gebracht maar verzet zich hiertegen.
1444 De koopman Jan van Haven dreigt te verhongeren op de Leverzee. Door windstilte kan zijn schip niet verder varen. In een droom belooft Onze Lieve Vrouw hem te helpen als hij belooft om haar beeltenis in Ommel te verheffen. In augustus wijdt de bisschop van Luik de kapel in die Jan van Haven heeft laten bouwen voor het beeldje.
1539 Maria Joosten van den Goor uit Heeze sticht in Ommel het klooster Maria Schoot.
1598 Het Klooster Maria Schoot wordt verbonden met de kapel die Jan van Haven had laten bouwen.
1731 De ongeveer 40 aanwezige zusters Franciscanessen moeten het klooster Maria Schoot verlaten en vertrekken naar het Limburgse Nunhem. Zij nemen het beeldje mee. Zij moeten vertrekken vanwege de dreiging die er hangt omdat er in de Nederlanden een verbod geldt op openbare godsdienstoefeningen en processies.
1798 Het Klooster Maria Schoot wordt officieel opgeheven.
1812 Het beeldje komt terug uit het Limburgse Nunhem, maar kan niet langer in Ommel terecht omdat de kapel geheel is vervallen. Het beeldje neemt haar intrek in Asten.
1840 De kapel in Ommel is hersteld en het beeldje neemt hierin opnieuw haar intrek.
1847 Het beeldje wordt gestolen. Het wordt later teruggevonden nabij de Loop, een waterweggetje tussen Asten en Ommel.
1882 Ommel wordt een zelfstandige parochie.
1888 Oprichting van handboogschutterij "Vredekring".
1900 Inwijding van de neogotische kerk.
1904 Opening van de tramlijn Asten via Ommel en Vlierden naar Helmond.
1909 Het beeldje wordt gerestaureerd en tegen een Byzantijnse achtergrond geplaatst.
1913 Aanleg van het processiepark Maria-oord.
1914 Oprichting van de kerkelijke fanfare Sancta Maria.
1917 Oprichting afdeling Ommel van de Noordbrabantse Christelijke Boerenbond.
1921 Oprichting Rooms Katholieke school Sint-Pieter.
1922 Grote brand verwoest een groot deel van de huizen aan de Kloosterstraat.
1927 Oprichting afdeling Ommel van Rooms Katholieke Jongeren Bond, later Katholieke Plattelands Jongeren.
1933 Bouw Lourdesgrot.
1939 De zusters Franciscanessen bouwen een nieuw klooster Maria Schoot en nemen hierin hun intrek.
1944 Verwoesting van de kern van Ommel met onder andere de neogotische kerk.
1944 Het pakhuis van de Boerenbond wordt in gebruik genomen als noodkerk.

Religieuze geschiedenis[3]

In 1444 werd een altaar, gewijd aan Onze Lieve Vrouw, gesticht in de nieuwe Mariakapel (uit circa 1440) van Ommel. In deze kapel werd wekelijks op dinsdag en donderdag een mis opgedragen. De kapel herbergde het miraculeuze Mariabeeld, dat volgens een 17e eeuwse legende voordien op dezelfde plaats op een paal van een afrastering zou hebben gestaan. Nauw verweven met de verering van Onze Lieve Vrouw in Ommel is het klooster Mariaschoot. De Franciscanessen die zich vanuit Hoogstraten (Belgie) in dit in 1539 gestichte convent vestigden, hadden sinds het bisschoppelijk decreet van 27 november 1598 het bestuur over de Onze Lieve Vrouwekapel. Voordien berustte het bestuur bij de inwoners van Ommel. De overlevering meldt dat Maria van der Ghoor in deze kapel een visioen kreeg met de opdracht om een klooster op te richten ter ere van de Heilige Maagd. Dit visioen liet zij op schrift stellen samen met een overzicht van de wonderen en mirakelen die door tussenkomst van de Maagd in Ommel waren geschied. Maria van der Ghoor hield zich aan haar opdracht en stichtte het convent Mariaschoot, om daar in te wonen en den Heere Jezus Christus en zijne geliefde Moeder daarin getrouw te dienen.

Maria van der Ghoor, ook bekend als Mariken Joosten, stichteres van het klooster Mariaschoot en dochter van Joost van der Ghoor. Zij bleef ongehuwd en is gestorven rond 1556 te Ommel. Maria van der Ghoor wordt als stichteres van het Ommelse klooster Mariaschoot in 1539 beschouwd, maar ook haar zuster Jutken, nadien ingetreden, was bij de stichting van dit klooster betrokken. Omdat er een verbod gold op de vestiging van nieuwe kloosters, vroegen de beide zussen Wolfert Brederode, heer van Asten, om medewerking voor de vestiging van het nieuwe convent. De bisschop van Luik gaf vervolgens in het jaar 1539 zijn toestemming. Hij stelde Maria van der Ghoor aan tot Moeder. Het klooster werd ingericht volgens de derde regel van Franciscus, die grote nadruk legt op armoede, zuiverheid en gehoorzaamheid.

In een schepenakte uit 1577 wordt de matersse van het convent van Ommel genaamd Maria Jans, en met haar Johanna van Bree, procuratesse van het convent, hebben op zich genomen de montcost te geven aan en te onderhouden de eerzame Adam Hanricx zoen van den Bongaert. En in een schepenakte uit 1580 staat dat Heer Derick Geverts zoen geloeft aan het convent van Ommel onder Asten, tot allimentatie van Lijnken Lauwreijns Giels van Hees een bedrag te betalen.

In 1722 moesten de Franciscanessen het klooster echter overdragen aan de hervormde gemeente en in 1731 werden zij definitief door de schout uit het klooster gezet. Zij verhuisden met meeneming van het beeld, in januari 1732 van Ommel naar Neer. Via Nunhem kwamen de zusters met het beeld in maart 1798 in Haelen terecht. Daar besloten de laatste twee nonnen dat het Mariabeeld weer naar Ommel moest worden overgebracht. Bij hun vertrek uit Ommel in 1731 hadden de nonnen dit namelijk schriftelijk beloofd. Het beeld werd omstreeks 1812 afgehaald en in de parochiekerk van Asten geplaatst, omdat de kapel van Ommel te bouwvallig was geworden. In 1922 werden de laatste resten van het voormalige nonnenklooster te Ommel door een brand verwoest.

Op 5 maart 1840 werd het beeld weer in de inmiddels herbouwde kapel gezet, die op 1 maart 1843 door pastoor Bartholomeus Kemps van Asten werd gewijd. Op 10 november 1882 werd de kapel tot parochiekerk verheven en in 1897 werd de Mariakapel verbouwd tot parochiekerk. Tegenover de kerk werd in 1913 het processiepark Maria-oord aangelegd. In dit park werden in 1914 een beeld van de Moeder der Smarten en beeldengroepen van de geschiedenis van het Mariabeeld geplaatst. Rondom het terrein werden kruiswegstaties in stenen nissen gemetseld. In 1934 werd in Maria-oord een Lourdesgrot gebouwd. Boven deze grot werden in dat jaar beelden van Maria Onbevlekt Ontvangen en van de Heilige Bernadette geplaatst. In dat jaar werd ook een nieuw kruis met een wit-metalen corpus op de calvarie geplaatst. Voor het kruis staat een offerblok met het opschrift: "Gij pelgrims die dit oord betreedt; Wie gij ook zijt en hoe gij heet; Gij allen vroom van zinnen; Blijft steeds Maria minnen; En geeft uw gift met milde hand; Zo blijft Mariaoord in stand". Het processiepark is anno 1998 nog min of meer intact. De bedevaartmis in Mariaoord wordt tegenwoordig onder een speciale houten luifel gehouden.

Een ring van zes stenen nissen uit circa 1925 (Jan Custers, Eindhoven 10-09-1867) geeft de geschiedenis van Onze Lieve Vrouw van Ommel weer:
1 Vinding van 't Genadebeeld door Ommels bevolking
2 Jan van Haven op zee belooft te Ommel een kerk te bouwen
3 Maria van Ghoor biddende voor 't kruisbeeld
4 Maria Troosteres in elken nood geneest de kranken
5 Vlucht der zusters met het beeldjen in 1732
6 Herstel van het beeldjen op den troon in 1840

07

Tijdens de bevrijding in september 1944 werd de kerk zo zwaar beschadigd dat deze moest worden afgebroken. Het Mariabeeld verhuisde daarom naar het als noodkerk ingerichte magazijn van de Noord-Brabantse Christelijke Boerenbond. In 1962 werd het van de noodkerk naar de nieuwe, moderne parochiekerk (architect Cees Geenen, Eindhoven 10-08-1902) overgebracht.

Ongeveer halverwege Asten en Ommel ligt langs de weg een kleine heuvel waarop vroeger drie linden stonden. Anno 1998 stond er een linde die een aantal jaren daarvoor ter herinnering was geplant. Volgens de overlevering zou het Mariabeeldje onder de linden hebben gerust, toen het tot driemaal toe van Asten naar Ommel terugkeerde. De linde die er nu staat wordt 'de Keskesboom' genoemd. Deze boom was in 1998 voorzien van het opschrift 'Keskesboom' met erboven een stenen Mariabeeld naar het voorbeeld van het cultusbeeld. Volgens weer een andere legende zou het Mariabeeld in een kastje hebben gestaan dat aan een voorganger van deze boom was bevestigd. Dominee Hanewinkel schreef in 1798 dat vereerders vaak onder deze boom baden en er op de knieën omheen kropen. Schuin tegenover de kerk, in de Dionysiusstraat, staat een wegkapelletje met in een nis een Mariabeeld. Boven de nis staan in smeedwerk de woorden 'Ons moeder'. De kapel is uit dank opgericht omstreeks 1945.

De legende van Onze Lieve Vrouw van Ommel[4]

De oudste geschreven legende over de oorsprong van de verering dateert uit 1541. Volgens deze legende werd het beeld na de vondst langs een weg in Ommel driemaal naar de kerk te Asten gebracht. Het Mariabeeld zou echter steeds meteen op eigen kracht weer naar de vindplaats zijn teruggegaan. Later zou een schipper, Jan van der Haven, uit gelofte een kapel hebben gesticht voor Onze Lieve Vrouw van Ommel nadat hij op zee door haar gered was.

Sinds zij voor de eerste maal werd opgeschreven, heeft de legende talrijke versies gekend. Vaak voegde een auteur aspecten aan de overlevering toe. Andere auteurs veranderden iets aan de versie waarop zij zich baseerden. De eerste die de legende uit 1541 uitbreidde en er iets aan veranderde was de rector van het klooster Mariaschoot, Dierick van den Zeylberch. Volgens de rector in 1612 stond het Mariabeeld bij de vondst op een 'Yndpost'. Waarschijnlijk zal hij hiermee een afsluitpaal van een hek hebben bedoeld. Nadat het beeld 's nachts voor de tweede keer van Asten naar Ommel was teruggegaan, zou het nog een laatste maal op het altaar in de Astense kerk gezet zijn. Hierna sloot de pastoor van Asten de kerk af en bewaarde de sleutels 's nachts onder zijn kussen. Toch stond het Mariabeeld de volgende ochtend, op tweede Paasdag, weer op de paal in Ommel. F.D. Mudzaert, eveneens in 1612, schreef dat het Mariabeeld op 'Een hecken oft Eynd Post' stond. Nadat de pastoor de kerk had afgesloten maar het beeld de volgende ochtend toch weer in Ommel stond, kwamen de nabueren volgens Mudzaert tot de conclusie dat Maria op die plek vereerd wilde worden. Zij maakten een kastje op de paal en zetten het beeld hierin.
De meest afwijkende versie van de legenden van 1541 en 1612 is tevens de meest recente. In 1994 schreef Harrie Beex dat het Mariabeeld gevonden werd op een hoekpaal van een damhek. De pastoor van Asten liet het beeld naar zijn kerk brengen, maar de volgende dag stond het weer op de hoekpaal. Hierop zette de pastoor het beeld 's avonds in het tabernakel en ging in de biechtstoel zitten kijken naar wie zou opdagen om het beeldje weg te halen. Toen het steeds later werd, kreeg hij slaap en besloot hij het beeld mee te nemen naar zijn slaapkamer. Maar toen hij het tabernakel open maakte, was het beeldje alweer terug naar zijn weipaal.

In 1889 voegde de pastoor van Ommel, Dionysius Koolen, een extra motief toe aan de legende. Toen de zusters van Mariaschoot in 1732 Ommel verlieten, bleef aldus Koolen volgens een overlevering de kar met het Mariabeeld en de rector van het klooster voor het laatste huis van het dorp staan. Hoe de voerman het paard ook aanspoorde en sloeg, de kar kwam niet meer in beweging. De nonnen vatten dit op als een teken van Maria dat zij in Ommel vereerd wilde worden. Vandaar dat de zusters beloofden dat wanneer de omstandigheden dit toelieten, zij het beeld naar Ommel zouden terugbrengen. Nauwelijks was de belofte gedaan, of het paard begon uit eigen beweging weer te trekken. Na 1889 volgden vrijwel alle auteurs de versie van Koolen.

Minder bekend in Brabant is dat de legende ook in Limburg verder is verrijkt. Zo vermeldt Lemmens in 1947 dat in 1813, toen het beeldje werd teruggebracht naar het Brabantse Asten, het tot tweemaal toe op eigen kracht terugkeerde naar Nunhem, waar het 's morgens nog geheel vochtig van de dauw werd teruggevonden op de haag van de kloostertuin. Pas toen het voor een derde maal vanuit Ommel werd afgehaald, ditmaal in processie, bleef het in Brabant.

De bedevaart in Ommel[5]

Direct nadat het Mariabeeld was gevonden zouden veel mensen het beeld hebben bezocht. Na de stichting van de kapel omstreeks 1440 zou de toeloop zo groot zijn geweest dat elke dag een mis in de kapel werd gehouden. Zaterdag, wanneer ook lieden van ver met karren naar het Mariabeeld reisden en missen bestelden, was de drukste dag. De bedevaartgangers kwamen alleen, in kleine of grote groepen of in processies. In ieder geval omstreeks 1541 werd het Mariabeeld iedere zaterdag in de kapel op een versierde plaats gezet. Dit werd gedaan vanwege de drukte op die dag. Iedereen kon het daar goed zien. Nauw betrokken bij de verering te Ommel waren de Franciscanessen van Mariaschoot. Aan de stichteres, Mariken Joosten, dochter van Joost van den Ghoor, zou in een visioen (1539) zijn geopenbaard dat zij een klooster in Ommel moest oprichten om daar Maria te dienen.

De kijk van calvinist Stephanus Hanewinckel rond 1800[6]

In oude tijden, zie hier een geloofwaardig mirakel, deed een schipper die op zee door een vliegende storm werd overvallen, een belofte aan Maria: als hij behouden zou worden, zou hij hier een kapel stichten. De storm bedaarde tenslotte en dat was het werk van Onze Lieve Vrouw van Ommel. De schipper hield woord, tsja, dat hoorde zo, want belofte maakt schuld en stichtte een kapel ter ere van dit wonder. Deze gebeurtenis werd ook ter eeuwige herinnering op de buitengevel van de kapel geschilderd, men ziet er tegenwoordig nog steeds wat contouren van, zodat iedere voorbijganger dit wonder zou vereren.

08

Het domme volk zit hier nu voortdurend voor die kapel te knielen en kruipt er rond, intussen wat onzevaders en weesgegroeten prevelend. Dit wonderdadige beeld zou in de allervroegste tijden in een of andere lindeboom gestaan hebben, die nog steeds tussen Asten en Ommel langs de weg staat, en die daardoor heilig is. Men bidt ook vaak onder deze boom en kruipt er voortdurend op zijn knieën rond, zoals je duidelijk kunt zien. Elke roomse die deze heilige boom passeert, neemt eerbiedig zijn hoed ervoor af. In Holland zijn we niet zo beleefd, dat we bomen groeten.

Onder het dorpsdeel Ommel wordt ook het buurtschap Ommelse Bos beschreven. Zie hieronder voor het voorwoord dat specifiek voor het gehucht Ommelse Bos geldt.

Ommelse Bos

Uit een archeologische beschrijving van de Astense Aa en een artikel over de voormalige watermolen van Belgeren is onderstaande beschrijving samengesteld:

Van iets latere datum is de ontginning Ommel op de dekzandrug tussen Astense Aa en Busselsche Loop / Beekerloop. De omvang van de dekzandrug ter plaatse is duidelijk minder dan bij Vlierden en de nederzetting zal zich dan ook minder kunnen ontwikkelen. De vroeg middeleeuwse bewoning aan de zuidzijde van de Astense Aa moeten we verderop zoeken in de directe omgeving van Asten op een grote dekzandrug tussen Busselsche Loop en De Aa. In diezelfde periode van agrarische expansie ontstaan op de flanken van de dekzandruggen naast Ommel nieuwe nederzettingen zoals Liessel, Leensel, Ommels Bosch en Baarschot. Op de hoge delen van het landschap, waar voorheen de bewoning aanwezig was, ontstaan de oude, relatief grote akkercomplexen. Het geheel van nederzettingen en akkers staan bekend onder de term akkerdorpenlandschap.

Het aantal plaatsen waar een weg dwars door het dal van de Astense Aa liep was beperkt. De route van Ommel via Ommelse Bosch naar Vlierden is nog niet zo oud. Aanvankelijk liep de doorgaande weg van Asten en Ommel naar Vlierden via Belgeren. Op de kaart van Verhees van 1794 staat de doorgaande weg zo afgebeeld (zie kaart links). In 1840 ontstonden de plannen voor een beekovergang binnendoor tussen Belgeren en Baarschot. Uit de beschrijving die hieronder is opgenomen blijkt ook dat de beekovergang tussen Vorst en De Berken weliswaar bestond, maar privé eigendom was en dat de weg en de brug pas onlangs waren aangelegd. Kennelijk was met de watermolen van Ruth ook de oude beekovergang bij die watermolen verdwenen. De nieuwe weg van Ommel naar Vlierden werd in 1881 aangelegd. Men noemde de oude verbindingsweg in de volksmond de Astense voetpad omdat het een van de verbindingswegen was tussen Asten en Vlierden. Na de aanleg van de grindweg uit 1881 zal hij een deel van zijn functie verloren hebben.

09
10

De watermolen van Belgeren (plaatje rechts is een reconstructie) was de tweede op de Astense Aa, na die van Ruth. Belgeren behoorde tot Vlierden en de Astense Aa vormde de grens met Asten. De Belgerense molen was een dubbele molen: op elk van beide oevers stond een molengebouw met een eigen waterrad. Aan de Astense kant dreef het rad tot 1600 een oliemolen aan, aan de Vlierdense kant werden rogge, boekweit en mout gemalen. Deze situatie bestond in 1439, toen Lambert Jan Rombijntssoon van Asten de molen bezat. Het complex mocht alleen 's winters draaien (een zogenaamde wintermolen), omdat de Astense Aa van nature te weinig water aanvoert om continu een waterrad te laten draaien. Door een molenstuw te plaatsen werd het water stroomopwaarts vastgehouden en werd een waterreservoir opgebouwd. Als er voldoende water opgespaard was kon de molen weer draaien. Op de plek waar het water van het molenrad terecht kwam, ontstond door het vallende water een diepe molenkolk. Het diepe, zuurstofrijke water in deze kolk zorgde voor een goede visplek. Tijdens archeologische graafwerkzaamheden is ter plaatse een palingfuik terug gevonden.

De molenkolk of molenwiel van de watermolen van Belgeren speelde ook een belangrijke rol bij een heksenproces. De uit Asten afkomstige mannen Claes Beusen en Peter Ceelen, en vrouwen Goedele Diepenbeek-Zanders en Anna Ceelen werden in 1595 beschuldigd van hekserij. Het was in die tijd niet ongebruikelijk dat er zondebokken werden gezocht die persoonlijk verantwoordelijk werden gesteld voor zaken als veeziekten, aanhoudende droogte, misoogsten, een wolvenplaag maar soms ook bij de plotselinge dood van een dierbare. Het waren vooral armlastige en buiten de sociale norm verkerende vrouwen en mannen die beschuldigd werden van hekserij. De angst en verdachtmakingen kwamen vooral voort uit geruchten. Een manier om een heks te ontmaskeren was de waterproef. Men was ervan overtuigd dat heksen bleven drijven omdat hun lichaam het zuivere rivier- of beekwater, dat immers ook werd gebruikt voor het heilige doopsel, zou afstoten. In geval van hekserij werden de beschuldigden door de plaatselijke kasteelheer Bernard van Merode onderworpen aan de waterproef in de molenkolk van de Belgerense watermolen. Hierbij werden de duimen van de verdachte kruislings over elkaar aan de grote tenen gebonden waarna de beschuldigde persoon in kwestie voorover in het water werd gerold. Peter Ceelen ging hierbij onder en werd vrijgelaten, Claes Beusen en de twee vrouwen bleven echter drijven en werden gefolterd. Anna Ceelen stierf aan de gevolgen hiervan op het kasteel. Het overlijden werd door Bernard van Merode afgedaan met de mededeling dat de duivel haar nek had gebroken om te vermijden dat ze zou bekennen. Het wrede, eigenmachtige gedrag van de kasteelheer stuitte niet alleen op protest bij de plaatselijke bevolking, maar ook bij de pastoors van Mierlo en Asten. Die laatste stuurde daarom een protestbrief naar de bisschop in 's-Hertogenbosch. Deze lichtte op zijn beurt de Bossche Schepenbank in. Uiteindelijk werd de Merode op het matje geroepen en werd de waterproef bij koninklijke ordonnantie verboden.

Aan de zuidkant van de Aa vinden we de Raayakkers, de akker van Ommel en de akkers behorend bij Achterbosch, Voordeldonk en Rinkveld. Het zijn in tegenstelling tot de noordkant voornamelijk open akkercomplexen. De Raayakkers is een open akkercomplex met op de randen ervan de bewoning van het gehucht Oostappen. De akkers behorend bij Ommelsch Bos vormen een uitloper van het grote akkercomplex van Ommel. Ommelsch Bos ligt op de zuidelijke flank van de Astense Aa tussen Oostappen en de Berken, niet ver van de oude weg van Ommel naar Vlierden, die toen nog richting Oostappense Heide liep en verder via Bergelen en de watermolen daar. Aan het eind van de middeleeuwen was de hoeve Ten Bossche (bij het bos) of 't Ghene Bos (het gindse bos) al gesplitst in tweeën en in de eeuwen daarna splitsten de goederen zich nog verder op en groeide het geheel uit tot een gehucht.

In de 19e eeuw is de doorgaande weg van Ommel naar Vlierden vernieuwd. De weg werd door Ommels Bos gelegd en daarmee werd ook de overgang over de Astense Aa in oostelijke richting verplaatst. Dit is nagenoeg het tracé van de huidige weg, alhoewel de structuur door aanleg van de N279 en de nieuwe weg naar Vlierden behoorlijk is gewijzigd.

11

Hieronder een kaart uit het begin van de 20e eeuw met daarin het buurtschap Ommelsche Bosch

12


Overige bronnen:
  1. Kaart van Noord Brabant (geheugenvannederland.nl)

  2. Rooms Katholieke Kerk Asten / Someren (franciscusparochie.com)

  3. Biografisch portaal van Nederland (biografischportaal.n)

  4. Ommel, Onze Lieve Vrouw, toevlucht in nood (meertens.knaw.nl)

  5. Ommel Informatie Maria (dse.nl)

  6. Reizen door de Meierij, Onze Lieve Vrouw van Ommel (stephanushanewinckel.nl)


De meest gebruikte referenties staan in de introductie vermeld
Laatst bijgewerkt op 13 mei 2018, 12:43:52

Heemkundekring De Vonder Asten-Someren, Molenstraat 10, 5711 EW Someren, tel. 0493-472423
Heemhuis open op dinsdag van 9.00 uur tot 12.00 uur en donderdag van 19.00 uur tot 21.00 uur