logo

max of neo


Selecteer een deel waar je informatie over wil weten


Asten

IN BEWERKING

 

 

 

In Asten komt de familie Mennen veelvuldig voor in archieven van Deurne en Asten en in vroegere tijden werden ook de namen Metten of Mennen gebruikt voor leden van deze familie. In archiefstukken vinden we dan ook dat deze naam door elkaar worden toegepast. 

 

Thonis Jan Rommen (Mennen) is geboren rond 1510, rond 1540 getrouwd en hieronder zijn  gezin:

# Voornaam Geboorte Huwelijk Overlijden Referentie
1 Marie Asten ±1625 zoon Michiel
2 Jan
3 Joost Asten ±1545 Asten ±1570
Marie Aert Philips Verrijt
Asten ±1606
Cristina
Asten ±1630

 Over dochter Marie en zoon Jan vinden we het volgende terug in het Astense archief:

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 05-06-1626:
Jan Anthonis Mennen als geboren momboir van de kinderen van zijn zuster Maria zal het kind dat Michiel heet, enige tijd opvoeden, in de kost hebben, gade slaan, bestellen en onderhouden. Een en ander op peen van 3 gulden te verbeuren aan den Heer.

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 04-11-1626:
Aanspraak in contradictie voor Michiel Thijs Franssen, aanlegger contra Jan Anthonis Mennen, verweerder. Dat verweerder, volgens ordonnantie van 5 juni 1626, het kynt van wijlen Merie sijnder sustere, doentertijt bij den obtinent en aanlegger sijnde gaede te slaen ende te doen opvoeden.

Zoon Joost Anthonis Rommen (Mennen) is geboren te Asten rond 1545 en rond 1570 getrouwd met Marie Aert Philips Verrijt, geboren te Asten rond 1546 als dochter van Aert Philips Verrijt en Aleyda (zie B55). Na het overlijden van Marie Aert Philips Verrijt rond 1604, is Joost Anthonis Rommen (Mennen) rond 1606 hertrouwd met Cristina, weduwe van Valentijn Severijns. Voor zover bekend zijn er geen kinderen uit dit tweede huwelijk geboren en hieronder het gezin van Joost Anthonis Rommen (Mennen) en Marie Aert Philips Verrijt:

# Voornaam Geboorte Huwelijk Overlijden Referentie
1 Thonis Asten ±1571 Asten ±1595
Jenneken Roeloff Peters
Asten ±1618 kinderen Maximiliaan,
Jenneken en Thonisken
2 Thomas Asten ±1574 Asten ±1597
Jenneke Andriessen
Asten ±1628
3 Aert Asten ±1578 Asten ±1600

Asten ±1635
4 Heylken Asten ±1581 Asten ±
Joost Jan Willems IJsermans
5 Aleydis Asten ±1584 Asten ±
Willem Anthonis Gerarts
6 Jan Asten ±1587

Het lijkt er op dat Joost Anthonis Rommen (Mennen) afkomstig is uit Deurne en voor zijn huwelijk is verhuisd naar vermoedelijk de Ommelse Bos in Asten. In het archief van Deurne vinden we Joost Anthonis Rommen (Mennen) terug bij de verkoop van een stuk land en bij een betaling aan hem:

Rechterlijk Archief Deurne 82 folio 12 verso; 25-03-1573:
Joost Thonis Mennens verkoopt bij deze aan Henrick Janssen Verdonschot een stuk land, zoals dit perceel alhier te Deurne gelegen is. Begrenst aan een zijde naast de erfgenamen van Jan Golofs, aan de andere zijde naast Margriet de weduwe van Geef Bruijstens, aan een einde naast Everts Smoellers en het andere einde naast de straat.

Rechterlijk Archief Deurne 84 folio 114; 17-10-1587:
Peter Frans Snoecx beloofd bij deze op verbintenis van zijn persoon en al zijn goederen, te vergelden en te betalen aan Joest Rommen vanaf heden tot aan Onze Lieve Vrouwe Lichtmis dag eerst komend een som van ƒ 25,-. Daarvan te korten 50 stuivers voor lijkoop. Verder te betalen op Sint Jansmisse eerst komend een gelijk bedrag van ƒ 25,- en op Onze Lieve Vrouwe Lichtmisdag over een jaar nog eens een bedrag van ƒ 25,-. Hiermee wordt gecasseerd en teniet gedaan een belofte zoals Faes Vesters in andere tijden heeft gedaan aan Eecken Thomas Bakelmans dochter. Waarna Luijthen de weduwe van Thomas Janssen en Silvester haar broer voornoemde Peter Snoecx ontheffen van deze gelofte en hem schadeloos stellen.

Joost Anthonis Rommen (Mennen) verkoopt nog een stuk land:

Rechterlijk Archief Deurne 86 folio 109 verso; 12-3-1599:
Joest Rommen, optredend zo voor zichzelf alsook voor zijn kinderen Anthonis en Thomas en zich mede sterk makend voor zijn kleinzoon Maximiliaan, verkoopt bij deze aan Jan Geeff Bruijstens een perceel land van ongeveer een lopense groot gelegen alhier te Vreeckwijck en begrenst aan een zijde naast Wijlboert Vreijnssen, aan de andere zijde naast Henrick Janssen en naast de straat.

Zoon Thonis handelt in wollen lakens voor her leger

Asten Rechterlijk Archief 4 folio 522; 24-01-1601:
Alsoo Thonis Joost Rommens heefft gerantsoent seekere stucken wullen lakens van enigen soldaten, toecomende Marten Peters tot Geldrop ende hem genomen sijn tusschen Weert ende Geldrop. Soo bekendt Marten dat het selve rantsoneren bij hem Anthonissen gedaen hem te wil en danck is gedaen.

Joost Anthonis Rommen (Mennen) heeft een rente-achterstand:

Asten Rechterlijk Archief 4 folio 552; 1602:
Joost Rommen, namens zijn vrouw, heeft een schepenbrief van ƒ 9,- per jaar achterstand 4 jaar.

Joost Anthonis Rommen (Mennen) maakt zich sterk voor Derick Gerit Daniels en stelt zijn huis in het dorp als onderpand:

Asten Rechterlijk Archief 67 folio 45; 16-12-1609:
Derick Gerit Daniels verkoopt aan Andries en Thonis, zonen Aert Derick Peters en Anna, weduwe Aert Janssen een rente van ƒ 10,- per jaar. Deze rente is eertijds verkocht door Derick Peter Belen aan Anthonis Peter Verschaut uit onderpanden te Asten schepenbrief Asten. Als onderpand stelt Daniel huis, hof, hofstad en land te Onstaden en zijn verdere goederen te Asten. Daarenboven stelt Joost Anthonis Mennen tot meerder sterckenisse en als schuldenaar principaal, nog huis, hof, hofstad en land te Asten. Naschrift: Daniel, verkoper, beloofd om Joost Romen altijd kost- en schadeloos te houden.

In dit archiefstuk wordt de tweede vrouw van Joost Anthonis Rommen (Mennen) genoemd:

Asten Rechterlijk Archief 67 folio 111; 25-02-1611:
Susanna, weduwe Henrick Horckmans geeft over aan Joost Rommen getrouwd met Cristina alsulcken coop van erffenissen gelegen tot Zoemeren zoals haar, Cristina, aangestorven zijn in haar weduwlijke staat ende sij Susanna van haer gecocht heeft. Dat hij Joost daermede mach doen sijne wil.

Joost Anthonis Rommen (Mennen) erft van de vader van zijn eerste vrouw een schaapskooi:

Asten Rechterlijk Archief 67 folio 99; 24-01-1611:
Peter Claessen van den Heytrack getrouwd met Catharina, Joost Anthonis Mennen getrouwd geweest met Marie, Aert Joost Anthonis Mennen, Willem Anthonis getrouwd met Aleyd, Jan, Tielman en Heylwich kinderen Joost Anthonis Mennen en Marie, Heer Gerardt Willems van Brey, priester, namens Wilhelma, zijn moeder, Peeter Lamberts getrouwd met Maria, Claes Bruysten Aerts voor deze, zijn zwager Peter voorschreven, Wendelina, dochter Aert Bruystens geassisteerd met Peter Claes, Thielman Anthonisse Verrijt getrouwd met Godefrida mede voor hun kinderen. Allen kinderen en kleinkinderen en alzo erfgenamen van Aert Philips Verrijt en Aleyen, zijn vrouw. Zij verdelen de nagelaten goederen:
4e lot krijgt Joost Anthonis Mette de schaapskooi en de ondergrond, ene zijde en beide einden Frans Thonis Verrijt, andere zijde de straat; den Laerecker; een deel in de Langh- off Brughecker; een deel in de Camp; een deel in de Hoybeempt; een deel in de Weygroesse.

De kinderen, die een huis erven, verkopen het gelijk door aan Peter Claessen van den Heytrack (zie \):

Asten Rechterlijk Archief 67 folio 117 verso; 14-03-1611:
Aert Joost Anthonis en Jan, zijn broeder met zijn momboir, Willem Thonis Gerarts getrouwd met Aleyda, Joost Jan Willems getrouwd met Heylwich. Zij verkopen aan Peter van den Heytrack al de goederen die hun ten deel gevallen zijn van wijlen hun moeder Maria, dochter Aert Philips en Aleyda, zijn vrouw te weten huis, hof, land, groes aen genen Bosch en gedeeld volgens de deling daarvan zijnde als sij seyden. De koper zal aan de momboiren van Jan Joosten ƒ 160,- betalen. Naschrift: Aert Joost Anthonissen heeft ƒ 25,- ontvangen de dato 19-02-1622. Het teecken van Aert. Naschrift: Willem Thonis voorschreven heeft ontvangen ƒ 100,-. Het teecken van Willem.

De tweede vrouw van Joost Anthonis Rommen (Mennen) wordt nogmaal genoemd met betrekking tot bezit in Someren:

Asten Rechterlijk Archief 67a folio 63 verso; 30-07-1615:
Joost Romen ter eenre en Willem Janssen van den Berch ter andere zijde. Aengaende van sekere accoorde eertijds bij hen gemaeckt Cristina in haeren wedulijcken staet sijnde met Willem voorschreven tegens Jan Schepers, henne pachter tot Zoomeren. Dat Willem die schaere dat jaer vervallen sal hebben ende innevaeren. Des geloefft Willem hem Joosten die vijff malder roggen dit jaer te betaelen ende voirts alle jaer soo lange sij Cristina inden leven sal sijn ende langer nyet.

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 09-03-1622:
Memorie: Christina getrouwd met Joost Anthonis Mennen en Anna, haar dochter waarvan de vader Valentijn Severijns is.

Bij de kerkmeestersrekeningen van Deurne wordt Joost Anthonis Rommen (Mennen) genoemd:

Oud Administratief Archief Deurne 1727 folio 8; Kerkmeestersrekeningen 1619-1629:
Joost Rommen tot Asten, dan seyt Arijen Conincx te betalen van 300 steens ƒ 0-36-0

Joost Anthonis Rommen (Mennen) is rond 1630 te Asten overleden en daarna worden de erfgoederen verdeeld:

Asten Rechterlijk Archief 72 folio 46; 07-04-1631:
Aert Joost Rommen, Joost Jan Issermans getrouwd met Heylken, Jan Anthonis Mennen mede voor Jan Joost Mennen, Aleydis getrouwd geweest met Willem Anthonis, geassisteerd met Gerardt Anhonissen, Jenneke getrouwd geweest met Thomas Joost Rommen, geassisteerd met Anthonis van Ruth en Jan Janssen als momboir van haar kinderen, Jan Anthonis Mennen, Roeloff Anthonis Mennen. Allen erfgenamen van wijlen Joost Anthonis Rommen getrouwd geweest met Marie. Betreft de verdeling der nagelaten goederen.

Helaas is de verdeling door verbleking niet leesbaar, maar aangenomen wordt dat zoon Aert het huis heeft overgenomen. Aert Joost Rommen (Mennen) is geboren te Asten rond 1578 en rond 1600 getrouwd met 

# Voornaam Geboorte Huwelijk Overlijden Referentie
1 Hendrick Asten ±1601 Asten ±1630
Griettie Willem Antonissen
Asten 17-11-1688 zie G432
2 Jan Asten ±1603 Asten ±1630
Jenneken Henrick Stricken
3 Goortien Asten ±1603 Asten ±1630
Aert Symons van Bon
4 Frans Asten ±1608 Ongehuwd Asten ±1636

 

Asten Rechterlijk Archief 67 folio 32; 14-10-1609:
Daniel Goort Daniels verkoopt aan Cornelis Jan Willems en Aert Joost Romen land op de Braecken naast de erfgenamen Henrick Aerts.

 

Asten Rechterlijk Archief 67 folio 206 verso; 05-03-1613:
Aert Joost Thonis geeft over aan Willem Thonis Gerarts de brieven en renten hem door zijn moeder achtergelaten en die onder zijn vader zijn berustende. Dit zo lang de ƒ 50,- met intrest, niet afgelost zijn.

 

Asten Rechterlijk Archief 67a folio 10 verso; 22-4-1614:
Aert Joost Anthonis koopt van Jan van Rest, schepen een rente van ƒ 3,- per jaar die Jan van Rest betaald uit een rente van ƒ 6,- per jaar hem Aert aangekomen van Mari, dochter Aert Philips, zijn moeder.

 

 

Asten Rechterlijk Archief 73 fol. 17 18-02-1632:
Jan Henrick Mennen getrouwd geweest met Jenneken, dochter Henrick Stricken en Jan Henrick Stricken. Zij verdelen de achtergelaten goederen van wijlen Heer en Meester Thomas Stricken, hun broeder en pastoor te Asten. Dat die voorschreven Jan van Meyel, als principael gejustitueert erfgenaem sijns broeder voorschreven blijckende bij sijnen testamente van deselve goederen gemaeckt sal geven de somme van ƒ 300,- min ƒ 25,- ter oirsaecke van de selve aen den voorschreven Jan Henrick Mennen. Behoudelijck dat die voorschreven Jan van Meyel de voorschreven somme sal mogen betaelen 'd een hellichte met erffbrieven en 'd ander met geuelden gelde, terstont sondder vuytstel. Item alnoch eenen renthe van 10 gulden per jaar op 'd erffgenaemen van Henrick Pot, alhier, waervan Jan van Meyel den brieff daervan sal stellen in handen van de voorschreven Jan Henrick Mennen. Alles met de voorschreven somme los ende vrij van alle lasten en commeren, met alnoch conditie dat den selven Jan Henricx sal hebben en genyeten vuytten voorschreven sterffhuysse off van Jan van Meyl voorschreven een bed met sijn toebehoerte met alnoch eenen talbaert daer de inden testamenten des voorschreven Heer Thomas Stricken, pastoir in sijnen leven alhier, verhaelt. Na ontvangst van het voorschrevene, ziet Jan Henrick Mennen af van verdere pretenties. Den selve Jan van Meyel van sijnentwege daerinne midts desen oyck in de goederen den voorschreven Heer pastoir Stricken achtergelaten van sijne susteren Peterken des hebben die voorschreven partijen accordantien naer behoirten hanttastinghe te hebben gedaen d'een des anderen reciprokelen gelooft dit voorschreven accoort.

 

Asten Rechterlijk Archief 74 folio 39 verso; 21-04-1635:
Willem Corstjaens verkoopt aan Aert Joost Rommen zijn deel in de goederen die zijn vrouw verkregen heeft bij scheiding en deling. Koopsom ƒ 125,-. De verkoper kan geen rechten meer laten gelden op de brouwketel en huis waar de koper woont.

 

 

 

 

 

Thomas Joost Rommen (Mennen) is geboren te Asten rond 1574 en rond 1597 te Asten getrouwd met Jenneke Andriessen

# Voornaam Geboorte Huwelijk Overlijden Referentie
Catharina Willem Corstiaens 's Hertogenbosch
Heylken Jan Geldens  
Heylke Jan Jan Peeters  
Marie Anthonis Janssen van der Aa  
Andries  
Catalyn  
Andries  

Asten RA 4 fol. 557:
Jan Joost Tielen eist betaling van Thomas Joost Rommen van ƒ 7,- wegens geleverd hooi

 

Asten RA 71 fol. 99 19-07-1630:
Jenneken, weduwe Thomas Joost Mennen geassisteerd met Anthonis van Ruth, haar wettige momboir voor de ene helft en mede namens Willem Corstiaens getrouwd met Catharina, dochter van Jenneken wonende te 's Hertogenbosch), Jan Geldens getrouwd met Heylken, Jan Jan Peeters getrouwd met Heylke, Marie, Andries, Catharina, Catharina, en Anthonis. Allen kinderen van Thomas Joost Mennen getrouwd geweest met Jenneken. De onmondige kinderen worden vertegenwoordigd door Jan Henrick Stricken als hun wettige momboir. Zij verkopen aan Jan Janssen, schepen land aen de Spurckt naast Abel Janssen. Zij verkopen aan Jan Jan Peeters land en groes in de Steghen naast Jan Jan Deynen.
Opmerking: In bijgaande procuratie, voor notaris Ruys te 's Hetogenbosch, tussen is sprake van: Willem, sone wijlen Corstiaen Eymberts, soldaet te peerde onder capiteyn Bax van de garnisoene deser stadt van 's Hertogenbossche, als wittich man van Catharina, sijne huysvrouwe, dochtere wijlen Thomas Joosten, geboren van Asten. Zij machtigen Jenneken, haerlieden moedere, weduwe des voorschreven Thomas Joosten, wonende te Asten. 19-06-1930.

 

 

 

De aanvallen van de Geldersen worden beschreven in 'Inventaris der archieven van de stad 's Hertogenbosch, chronologisch opgemaakt en de voornaamste gebeurtenissen bevattende, 1863'1:  

 

 

Hieronder een beschrijving van Asten rond 1825 opgeschreven door Adriaan Brock, geboren te Sint Oedenrode op 26-08-1775 als zoon van Cornelis Brox en Maria Hurkx. Adriaan Brock studeerde aan de Leuvense universiteit en was eigenaar van de Fratershof in Sint-Oedenrode. Hij oefende een breed scala aan taken en ambachten uit. Zo was hij huisschilderkoster en kaarsenmaker. Hij was daarnaast als historicus actief en schreef meerdere manuscripten over Sint-Oedenrode en de Meierij van 's-Hertogenbosch, waaronder hier de beschrijving van Asten2:

Adriaan Brock was ook als correspondent actief voor het Aardrijkskundig Woordenboek van A. J. van de Aa en is op 07-05-1834 te Sint Oedenrode overleden.

 

In het Limburgsch jaarboek, jaargang 25, 19193 wordt 

 

In de Nieuwe Rotterdamsche courant van 30-07-1856 wordt Asten genoemd als halteplaats van een spoorweg van Antwerpen naar Duitsland:

 

Het aantal huizen in Peelland in 1435 wordt beschreven in het 'Register van Beden'4:

 

Astenaren betrokken bij oorlogen

Van oudsher was de Nederlandse samenleving doordrongen met antipapisme en de katholieken vormden daarbinnen een achtergestelde minderheid. De protestantse geschiedenis werd hevig bevooroordeeld ten nadelen van de katholieke cultuur. De hechte relatie tussen het protestantisme en de Nederlandse identiteit zorgde ervoor dat veel katholieke Nederlanders zich tweederangs burger voelden. Veel katholieken trokken zich daardoor terug in hechte en gesloten gemeenschappen. Dit leidde er toe dat Astenaren zich aangetrokken voelden tot legers met een katholieke achtergrond. Toch zien we dat de er in het begin wel handel werd gedreven met het leger van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden en langzamerhand sloten ook soldaten zich aan, voornamelijk als kostwinning.

Statenleger

Hieronder een samengesteld verhaal over het Staten leger, ook wel Staatse leger genoemd uit wikipedia en 'De kleine oorlog'5:

Het Statenleger was het leger van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden van 1575 tot aan de oprichting van de Bataafse Republiek in 1795. Het ontstond als gevolg van de besluiten van 25 september 1575 door de Staten-Generaal van de Nederlanden. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog was het belast met de strijd tegen de Spaanse machthebbers en daarna onder meer met de verdediging van de barrièresteden. Het leger was vanaf 1586 een instrument van de noordelijke gewesten, samengesteld uit ruiterij en voetvolk en verenigd in vendelsFilips van Lalaing (1537-1582) was een van de eerste bevelhebbers.
Een belangrijke ontwikkeling was de overgang na 1588 van een krijgsmacht die voornamelijk bestond uit tijdelijk aangeworven manschappen, waardgelders, naar een leger van permanent onder de wapenen gehouden beroepssoldaten (staand leger). De invoering van de aan Maurits van Nassau, de latere prins van Oranje, toegeschreven, maar vooral op aandringen van zijn neef Willem Lodewijk van Nassau-Dillenburg tot stand gekomen legerhervormingen veroorzaakte die verandering. Het was namelijk te kostbaar geworden de goed getrainde, veelal buitenlandse huursoldaten, na afloop van ieder krijgsseizoen af te danken. Nieuw was ook dat de soldaten oefenden met schijngevechten, schieten en manoeuvres. Dit kwam Maurits aanvankelijk op hoongelach te staan, maar later bleken zijn manschappen beter te presteren en kwam er waardering.
Tijdens de 80-jarige oorlog zuigen rondtrekkende Spaanse en Staatse legereenheden als het ware de bevolking van de Meierij van 's-Hertogenbosch leeg. Het landschap wordt vernield, vaders en zonen worden gedwongen ter wille van die legers paarden en karren te leveren en zelf, soms over zeer grote afstanden, mee te helpen om bagage en munitie te vervoeren. Ze zijn soms dagenlang onderweg. Koeien, kalveren, schapen en varkens worden in beslag genomen, hooi en strooi moet aangeleverd worden voor de paarden van de cavaleristen in de diverse garnizoenssteden en we weten niet hoeveel argeloze burgers geld afgeperst is door militairen die zich van alles veroorloofden in zo'n oorlogssituatie. De archieven staan er vol van. Wie niet meewerkt loopt het risico gegijzeld te worden. Kortom, voor de plaatselijke bevolking een haast uitzichtloze situatie.
De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden vervulde gedurende de oorlogen van de late zeventiende eeuw en tijdens de Spaanse Successieoorlog (1702-1710) een prominente rol als grote mogendheid contra het Frankrijk van Lodewijk XIV. Nadat in 1740 de Oostenrijkse Successieoorlog uitbrak nam de Republiek wederom de wapenen op tegen de Fransen en verplaatste de oorlog zich in 1745 naar de Barrièresteden in de Oostenrijkse Nederlanden. Onder leiding van Maurits van Saksen behaalde het Franse leger de ene na de andere overwinning op de Staatse garnizoenen. In 1747 ontsnapte ook de Republiek zelf niet aan de Franse opmars en de vesting Bergen op Zoom viel op 16 september van dat jaar. Op 4 mei 1748 viel ook Maastricht in Franse handen. De dagen van de Republiek als grote mogendheid waren geteld.
De militaire ontwikkelingen in de Republiek stonden na 1748 een kleine veertig jaar lang stil. Waar andere grootmachten als Oostenrijk en Frankrijk tijdens de Oostenrijkse Successieoorlogen lichte troepen introduceerden, deed de Republiek dit niet. Het Barrièretraktaat werd niet vernieuwd en het Habsburgse Rijk onder keizerin Maria Theresa zag niets in de wederopbouw van de vestigingen in de Oostenrijkse Nederlanden. Oostenrijk zocht zoals we eerder lazen haar heil bij Frankrijk met de Diplomatieke Revolutie als gevolg. Tijdens deze jaren '50 was Lodewijk van Brunswijk-Wolvenbüttel, vanaf 1750 opperbevelhebber, voor uitbreiding van het Statenleger en versterking van de fortificaties. In zijn rapporten van '54 en '55 over de staat van de defensie van de Republiek gaat het dan ook voornamelijk over de fortificaties in onder andere Coevorden en Delfzijl. Oorlog bleef voor de Republiek echter uit en gedurende de Zevenjarige Oorlog (1756-1763) bleef de Republiek dan ook neutraal. Altijd op commercie gericht, dreef de Republiek handel met zowel Groot-Brittannië, als met haar vijand Frankrijk. Dit zorgde voor wrevel bij de Britten, maar tot oorlog kwam het niet. De jaren na de Zevenjarige Oorlog waren er van relatieve rust in Europa. De Republiek bleef ook tijdens de korte Beierse Successieoorlog (1778-1779) neutraal en de Vierde Engelse oorlog (1780-84) werd op zee en in de koloniën uitgevochten. De Republiek verloor tijdens deze oorlog haar bases in West-Afrika, India en Ceylon (het huidige Sri Lanka).
De samenstelling van het Statenleger bestond in deze tijd uit de gebruikelijke drie gewapende armen: de artillerie, de infanterie en de cavalerie. Het leger kende twee verschillende typen infanterist. De musketier en vanaf 1674 de grenadier. Bij elke compagnie te voet zaten vanaf dat jaar twintig grenadiers. Dit aantal zou wisselen van sterkte en besloeg vanaf 1714 één vijfde van de totale mankracht. Bij de reorganisatie van het Statenleger in 1752 kreeg elk bataljon een compagnie grenadiers op zes compagnieën musketiers. De Republiek had in deze tijd geen lichte infanterie in dienst. De ruiterij bestond uit zware cavaleristen, de kurassiers, en dragonders. De kenmerkende huzaar van andere Europese legers, zoals die in het Oostenrijkse en Pruisische leger deed pas in 1745 zijn intrede in het Statenleger. In dit jaar trad één regiment huzaren in dienst van de Republiek: de Frangipani- of Staten-huzaren. Het regiment was opgericht in 1744 te Beieren als het regiment huzaren Frangipani. Het bestond uit acht compagnieën van elk zestig man. Op 6 juni 1745 werd het regiment in Brussel gelegerd. Op 10 februari 1748 werd het regiment weer gesplitst in een korps van zes compagnieën als Korps Sandor en een van twee compagnieën als het Regiment Huzaren Collignon. Door de relatieve rust voor de Republiek in het Europese speelveld waren er weinig tot geen hervormingen binnen het Statenleger afgezien van de reorganisatie van 1752.

Hieronder een lijst van Astenaren die als voerman ten dienste of als militair gediend hebben in het Statenleger:

Naam Geboorteplaats en datum Overlijdensplaats en datum Datum in dienst Functie Huis of woonplaats
Jan Pauwels Asten ±1611 Asten 19-02-1668 20-07-1640 voerman, twee paarden en een kar Diesdonk 28
Aert Symmens van Bon Asten ±1590 Asten ±1656 20-07-1640 voerman, twee paarden en een kar Slotweg 4
Willem Hanricx Latiens Asten ±1600 Asten ±1653 20-07-1640 voerman, paard en kar Busselseweg 7
Evert Jansen Lamberts Asten ±1610 Asten 06-02-1689 21-07-1640 voerman, paard en kar Dijkstraat 43
Frans Joost Franssen Asten ±1607 Asten 24-11-1681 21-07-1640 voerman, paard en kar Voormalig huis B409
Antonis Jelis Asten ±1650 Asten 15-10-1724 ±1676 voerman, paard en kar Voormalig huis G154
Bruysten Willems Asten 18-04-1650 Asten 13-04-1684 ±1677 soldaat vooralsnog onbekend
Philips Goorts van Bussel Asten 28-10-1637 ±1705 15-03-1677 en 1692 voerman, twee paarden en een kar Antoniusstraat 47
Willem Marcelis Claessen Asten 17-08-1647 Asten 15-11-1693 ±1677 voerman, twee paarden en een kar Voordeldonk 73
Hendrick Jansen van Bussel Asten 12-03-1664 <1704 17-12-1689 soldaat West Indische compagnie Voormalig huis G399
Matijs Willems Asten 27-11-1668 Asten 03-10-1704 ±1690 soldaat Antoniusstraat 47
Frans Goorts Asten 06-02-1659 Asten 09-01-1733 06-03-1692 voerman, twee paarden en een kar Voormalig huis E856
Jan van Rut Asten 29-04-1638 Asten 24-09-1704 06-03-1692 voerman, twee paarden en een kar Berken 7
Hendrick van den Bleeck Gemert 13-09-1646 Erp 07-06-1714 06-03-1692 voerman, zes paarden en drie karren Julianastraat 2
Antoni Souve Asten ±1682 Asten ±1745 ±1705 soldaat regiment Warner Voormalig huis G214
Jan Jansen van Rut Asten 11-05-1648 ±1715 ±1706 voerman, paard en kar Koningsplein 4
Joost Joost Roefs Asten 16-05-1670 Someren 17-07-1745 ±1706 voerman Markt 17 en 19
Johannes Overhof Asten 27-03-1678 Asten 14-10-1733 ±1707 voerman Julianastraat 9
Jan Jansen Walraven Asten ±1663 Asten 08-07-1735 ±1709 voerman Voormalig huis B700
Marcelis Fransse Berkers Asten 09-09-1678 Asten 04-04-1737 ±1710 soldaat Voormalig huis G852
Mattijs Willems Asten 18-06-1687 Asten 08-09-1730 ±1711 voerman Voormalig huis C1171
Johannes Jansen van den Wildenbergh Asten 29-02-1680 Asten 09-1710 ±1709 voerman Voormalig huis G427
Willem Geven van Weert Asten 09-12-1684 Asten 28-08-1733 ±1711 voerman Voormalig huis G427
Jan Allons Asten 18-12-1708 Asten 28-08-1766 ±1732 soldaat Emmastraat 18 en 20
Jan Peter Jan Aarts Asten 13-03-1716 <1748 ±1740 soldaat  Voormalig huis G647 en G648
Roedolf Christiaan Lilly Brunswijk (D) 27-06-1722 Asten 21-02-1820 ±1742 luitenant regiment Waldeck Marktstraat 5
Jan Jansen Verberne Asten 06-08-1718 Asten 06-10-1778 ±1744 voerman Voormalig huis G857
Michael Gyarmaty ±1720 ±1745 kapitein regiment huzaren Sandor Voormalig huis G591
Jan van de Loverbosch Budel ±1725 Asten 22-08-1771 ±1747 soldaat regiment Kinschot* Voormalig huis B640
Pieter van der Loo Asten 28-04-1729 ±1750 soldaat regiment Kinschot* Voormalig huis G549
Goort Tijs Muyen Asten ±1748 Asten 03-10-1779 ±1767 soldaat regiment van Haarsma Voormalig huis B431
Jan Aarts Asten 27-07-1745 ±1768 soldaat regiment de Villegas** Monseigneur den Dubbeldenstraat 38
Antoni Neerven Vlierden 29-07-1750 ±1776 soldaat regiment de Petit Voormalig huis B54
Carl Wilhelm van Humbracht ±1745 Asten 07-01-1806 ±1779 kapitein regiment Waldeck Burgemeester Wijnenstraat 17 en 19
Antoni Leenders Lambers Asten 09-02-1759 ±1780 soldaat regiment Hertel*** Berken 7
Nicolaas Jacobs Verberne

Asten 05-02-1740

±1790 ±1780 soldaat regiment Hertel*** Stegen 82
Johannes Leenders Lambers Asten 20-01-1763 ±1782 soldaat regiment Hertel*** Berken 7

*     infanterie onder leiding van kolonel Roeland van Kinschot 1733 tot 1765 
**   infanterie onder leiding van generaal majoor Villegas van 1756 tot 1772
***  infanterie onder leiding van commandant generaal Hertel van 1773 tot 1782 Bergen op Zoom

Hieronder twee archiefstukken die een indruk geven hoe het met Astense voermannen ten dienste van het leger in het eerste kwart van de 18e eeuw verging:

Asten Rechterlijk Archief 110 folio 173 verso; 03-10-1704:
Dirck Goorts, 50 jaar, verklaart ter instantie van Philips Goorts dat zij inde zomer, omtrent de oogst, met Antony Maesacker, te Son, met paarden en karren, geladen met boter, kaes en jenever dedestineert naar het leger van de staat der Verenigde Nederlanden en de geallieerden zijn gegaan, omtrent 3⁄4e uur gaans van Hoey, om met het afgaande convooi aldaar secuer te comen in den voorschreven leger. Omdat het convooi was vertrokken zijn ze genoodzaakt geweest te retireren op seecker hofsteede ofte beslooten huysinge durvende niet verder te varen en aan de boer logies gevraagd hebbende. Deze heeft gevraagd of wij voorzien waren van een paspoort van de Franse koning. Wij hebben dit aan hem laten zien. Daarop hebben wij permissie van hem gekregen om met onze paarden en karren in zijn huis te logeren. Hij heeft ons verstrekt, voor een schilling, hooi voor de paarden en voor zijn verdere diensten heeft hij gevraagd, een Hollandse kaas. Toentertijd hield zich, een kwartier gaans van het voorschreven huis, een partij Fransen, circa elf man, op in een holle straat, gevankelijk bij zich hebbende, twee boeren met twee gespannen karren, geladen met kaas en jenever vraegende deselve parthije tot rantsoen 40 gulden waarop ook een accoord is gemaakt. Maar omdat het gebeurde dat onze boer zich verstoutte te vervoegen bij de voorschreven Fransen en hen vertelde dat er nog twee karren met voerlieden bij hem thuis logeerden. Daarop zijn aanstonds drie personen van de voorschreven partij gekomen om de voerlieden en de karren gevangen te nemen en te brengen, met de twee andere karren naar Maers, waar de partij in garnisoen lag en daar zijn paarden, karren en de geladen goederen ten goede prijse verclaert en vercocht. Een en ander aan de attestant verschillende keren voorgelezen zijnde, heeft daarbij gepersisteert. 

Asten Rechterlijk Archief 115 folio 276; 27-02-1725:
Compareerde voor Jan van Helmont en Peeter van de Vorst, schepenen deze heerljkheyt Asten en Ommel Jan Jacquet, inwoonder tot Budel, baronnye van Cranendonck, alhier, ter instantie van Johannes Overhof, inwoonder, alhier, gerigtelijck gearresteert sijnde omme der getuygenisse te geven heeft onder selemneele eede afgelegt verclaart waar ende waaragtig te wesen en aan hem deponent nog seer wel kennelijck te sijn dat hij deponent in den jare 1707, als wanneer het Hollants leger stont gecampeert, ontrent twee uren van Kortrijck, in selve leger doentertijd verscheyde malen van den voorschreven Johannes Overhof te hebben gecogt jenever en als doen, sonder den presisen dag onthouden te hebben voor denselve voorschreven gecogte jenever aan den selven Jan Overhof te hebben betaalt en getelt in de tente van Hendrien Clemans, doentertijt vrouwe van Jan Jansse van den Wildenberg, de somme van tweehondert gulden, of ontrent de taggentig pattacons, die hij deponent verclaart gesien te hebben dat de voorschreven Johannes Overhof alsdoen, sijnde ontrent savonts als het taptoe al was geslagen, in eenen sack dede waarinne nog meer gelt naar uyterlijcken schijn in toonden te sijn, als den voorschreven ingeleyde somme van ontrent taggentig pattacons. En naar dat de voorschreven somme door den voorschreven Johannes Overhof daarinne waren gedaan en den voorschreven sak toe gebonden of gedaan sijnde, gesien te hebben dat den selven Jan Overhof dien sak met gelt overhandigde aan de voorschreven Hendrina Clemans om die te bewaren. Die den selve aannam om te bewaren en aanstonts in een kistje leyde, welk kistje zij toesloot met een sleutel staande vast aant midden van haar tentpaal vast. Verclarende, hij, comparant, verders dat des sanderen daags vroeg den voorschreven Johannes Overhof met den voorschreven Jan Janssen van den Wildenberg naar Kortrijck waren gereden. En als die vertrocken waren dien dag des voor de middags de voorschreven Hendrien Clemans, huysvrouwe van den voorschreven Jan Jansse van den Wildenberg, seyde ende seggende: "Og Jan Tijsse, denoterende daarmede den voorschreven  Johannes Overhof, sijn gelt is weg en het is uyt mijn kistje gestolen en sijn gelt is weg en het is uyt mijn tent gestolen" en die en diergelijcke woorden sonder op een woort bevangen te willen sijn. Eyndigende hiermede sijne verclaring.  Na prelecture bevestigd hij deze onder eede.

In de bovenstaande tabel zien we in de laatste helft van de 18e eeuw steeds meer Astenaren als soldaat in het Statenleger en veelal betrokken bij de infanterie. Uit het boek 'Grenadiers en jagers in Nederland'6 citeren we:

De redenen voor iemand om soldaat te worden, kunnen uiteenlopen. In de grote gezinnen op een boerderij kan voor volwassenen geen plaats meer zijn, omdat de oudste zoon de boerderij erft en voor de volgende is er soms geen plaats. Ambachten zijn ook beschermd door de gilden en in het leger gaan is voor velen de enige manier om geld te verdienen. Zo kan min of meer gedwongen worden gekozen voor het leger, echter van vaderlandsliefde is dan geen sprake en soldaten uit één land kunnen zelfs aan beide zijden strijden.
Een gewone soldaat ontvangt per dag vijf stuivers soldij, dus 91 gulden per jaar. Een sergeant krijgt per dag acht stuivers meer. Een tweede luitenant verdient ongeveer twee keer zoveel als een sergeant. Een kapitein, commandant van een compagnie, ontvangt bijna zeven keer zoveel. Iedere militair moet van zijn inkomen nog wel de kosten van zijn voeding, onderdak en geneeskundige verzorging betalen. Kazernes zoals wij die nu kennen zijn er nog niet. Steden worden beschermd door vestingwerken. Soldaten worden in de stad gehuisvest in woonhuizen en ook ondergebracht in gevorderde gebouwen.
Zij die dienst wilden nemen in het Statenleger moesten aan de volgende condities voldoen: niet jonger zijn dan 18 jaar en niet ouder dan 36 en een minimale lengte hebben van 5 voet en 4 duim Rijnlandse maat oftewel 1,67 meter. Jongemannen die nog in de groei waren, mochten 3 duim (ongeveer ruim 8 centimeter) korter zijn. Het dienstverband bedroeg minimaal zes jaar. Na het verstrijken daarvan kon men nog twee maal voor zo'n zelfde periode bijtekenen, mits de leeftijd dit nog toestond. Degenen die voortijdig de dienst wilden verlaten, konden zich uitkopen. Waren er nog geen drie jaar van de totale termijn verstreken, dan kostte hun dit 150 gulden, voor een gewone soldaat kwam dit dus neer op meer dan anderhalf jaar soldij, in alle andere gevallen de helft van dit bedrag. 

Hieronder een voorval met soldaten van het Statenleger dat zich in Asten afspeelde:

Asten Rechterlijk Archief 30 folio 146; 05-10-1768:
Jan Sabel, naghtroeper, is, in de nacht van 27 op 28 september laatstleden, rondgegaan om te klepperen en te roepen: "Twaalf uuren". Hij heeft zijn gewone weg genomen. Komende aan de Waterpoel, in het Dorp, tegenover Mattijs van Bussel, zag hij vier manspersonen staan, waarvan er maar een aan hem bekend was namelijk Jan Aarts, soldaat, de ander onbekend, maar daaronder was er een van lang postuur met een rok aan met zwarte opslagen. In het voorbij gaan is door een van hen met stenen geworpen en hij hoorde zeggen: "Daar komt weer meel van Someren en de kar komt daar al aan". Comparant is verder op weg gegaan naar zijn huis. Om een uur, toen de comparant weer rondgegaan is en gekomen in de straat waar de schoolmeester woont, om terug te gaan naar het Marktvelt, zag hij in het aangelag van Antoni Verreyt, twee manspersonen, waarvan een in hemdsmouwen welke, of een van hen, tot driemaal met een hout gooiden waarvan een stuk hem aan zijn hoofd raakte. De personen zijn weg gelopen in de richting van het huis van Antoni Lomans. De comparant is verder gegaan in het roepen, gekomen zijnde in de straat achter den hof van Lelie, kwam er een manspersoon uit de schuur van Francis Loverbosch, staande aan de hoek van de straat, zeer schielijk en overwagt uytspringen met een stok brengende hem daarmede een slag aan zijn hoofd. Comparant heeft daarop, met een bij zich hebbende lange stok, naar voornoemde geslagen. Deze is weggelopen, de straat in naar het huis waar Johannes Jansen woont. Voornoemde persoon was onherkenbaar omdat hij een bonte doek om zijn hoofd had gebonden, hij had eeen blauwe rok aan en was middelmatig van lengte. Een en ander wordt onder eede bevestigd.

Asten Rechterlijk Archief 74 folio 151; 15-03-1769:
Jan Aarts, soldaat onder het tweede bataillon van de Lieutenant Generaal de Villegas, in de compagnie van Capiteyn der Roques alhier lange tijd met verlof geweest.Hij is, tussen 27 en 28 september 1768, rond 12 uur, geweest op straat, omtrent het Martveld, wanneer de nachtroeper, Jan Sabel, rondging. Hij heeft daar ook gezien: Willem Willemke van den Eerenbeemt, alsmede een persoon die schutter is geweest te Bakel en ook in dienst geweest zijnde, genaamd, zoals hij nu weet, Bastiaan Biesebos van Roosevelt, uit Bakel. Door een van de twee personen is geroepen: "Daar komt het meel van Someren". Enige tijd later, staande bij het huis van Nol Smits, heeft hij gezien dat Bastiaan Biebos van Roosevelt uit de schuur van Francis van de Loverbosch is gekomen met een stok en daarmee naar Jan Sabel heeft geslagen. Later heeft Bastiaan hem dit ook nog verteld. Een en ander wordt onder eede bevestigd.

Soldaat Jan Aarts komt in bovenstaande tabel voor en schutter Bastiaan Biebos van Rosevelt is geboren rond 1734 als zoon van Jacobus Biebos van Rosevelt en Aaltje Niermans. Hij is rond 1755 getrouwd met Johanna Mackiever, geboren te Zaltbommel rond 1725 als dochter van een Schotse militair. Zij is sinds 1750 weduwe van soldaat in het regiment van Broekhuijzen Wilhelmus van Mierlo, geboren te Helmond rond 1715, met wie zij op 18-10-1742 te Zaltbommel getrouwd was. Bastiaan Biebos van Rosevelt is op 17-10-1779 te Bakel overleden. 

Er waren echter ook Astense voermannen die zich in de 17e eeuw ten dienste stelden voor de Koning van Spanje, waarvan hieronder een opsomming:

Naam Geboorteplaats en datum Overlijdensplaats en datum     Huis of woonplaats
Dierick Joosten Verheyen ±1590 ±1636 1629 voerman, paard Marialaan 20
Henrick Peeters Luycas ±1600 ±1637 1632 voerman, paard en kar Koningsplein 4
Aert Joost Rommen 1635 voerman, paard en kar
Jan Reynders 1635 voerman, paard en kar
Huybert Michiel Colen Asten ±1588 Asten 02-06-1660 1641 voerman, paard en kar Voormalig huis G591
Nicolaas Peeters van Ruth Asten 29-10-1642 Asten 12-10-1708 1677 voerman, paard en kar Stegen 76

 

 

Napoleontische oorlogen

Van de Astenaren die onder Napoleon dienden heeft de oudste mogelijk nog gediend tijdens de veldtocht naar Rusland. De overigen gedienden zijn  naar alle waarschijnlijkheid betrokken geweest bij de Belgische Veldtocht. Hieronder een samengesteld verhaal over 'De hel van 1812'7 en uit wikipedia:

Op 9 juli 1810 lijfde Napoleon Bonaparte per decreet het voormalige Koninkrijk Holland in bij Frankrijk. Zeven weken later, op 30 augustus 1810, arriveerden de eerste groep vrijwilligers als Nederlandse grenadiers in Parijs. Die zomer arriveerde ook de rest van het Nederlandse leger onder Franse vlag. De Nederlanders kregen te maken met de verplichte dienstplicht voor de Fransen en volgens een officiële telling ging het om 854 Nederlandse officieren en 18.738 Nederlandse onderofficieren en militairen. Op 9 februari 1812 kregen de Nederlandse troepen voor het eerst te maken met het bevel om zich klaar te maken voor, naar zou blijken, de lange veldtocht naar Rusland. Van de, volgens de officiële telling, 14.842 Nederlandse militairen die op Russische bodem voor Napoleon vochtten, keerden er in ieder geval 500 levend terug.

Na de nederlaag van Napoleon in de Zesde Coalitieoorlog in de Duitse Veldtocht bij de slag om Leipzig in 1814 werd Napoleon verbannen naar Elba. Willem I nam in maart 1815 in het Soeverein Vorstendom der Verenigde Nederlanden de titel Koning der Nederlanden aan. Hij kreeg door het Congres van Wenen het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden toebedeeld, waarin de vroegere Nederlandse Republiek en de vroegere Oostenrijkse Nederlanden verenigd werden. Aan de bevolking in het Zuiden werd niet gevraagd of ze niet liever de Oostenrijkse monarchie of de onafhankelijkheid verkozen, zoals ze dat laatste in 1790 kortstondig gekend hadden na de Brabantse Omwenteling. Daarnaast werd Willem I ook groothertog van Luxemburg.

De Honderd Dagen bestrijkt de periode vanaf Napoleons ontsnapping van Elba en terugkeer naar Frankrijk in februari 1815 tot zijn nederlaag in de Slag bij Waterloo en aftreden als keizer in juni van dat jaar. Deze periode staat ook bekend als de Zevende Coalitieoorlog. De oorlog werd voornamelijk uitgevochten in de Zuidelijke Nederlanden: Napoleons Waterlooveldtocht, ook wel Belgische Veldtocht genoemd.

Hieronder een lijst van Astenaren die gediend hebben onder Napoleon, de meeste tijdens de Belgische Veldtocht:

Gediende Geboorteplaats en datum Overlijdensplaats en datum Eenheid8 Stamboeknummer Huis of woonplaats
Antonius Bots Asten 04-03-1789 Asten 28-08-1874
7e Regiment Huzaren
3088 Voormalig huis B709
Petrus Verheijen Asten 13-10-1790 Asten 02-03-1862
7e Regiment Huzaren
3109 Voormalig huis B446
Henricus Mennen Asten 30-05-1789 Nederweert 15-09-1861
5e Bataillon de Sapeurs
3145 Nederweert
Johannes Rooijakkers Asten 08-02-1793 Onbekend
27e Regiment Infanterie van Linie
15573 Voormalig huis B56
Antonius van Bussel Asten 30-05-1793 Asten 17-03-1877
27e Regiment Infanterie van Linie
10327 Kasteellaan 1 tot en met 5
Petrus Cuijpers Asten 27-01-1791 Onbekend
33e Regiment Lichte Infanterie
5280 Voormalig huis G396
Wilhelmus van den Eerenbeemt Asten 14-07-1791 Onbekend
33e Regiment Lichte Infanterie
5278 Voormalig huis G854
Johannes Verrijt Asten 04-07-1790 Onbekend
33e Regiment Lichte Infanterie
5275 Voormalig huis E145
Franciscus Zeegers Asten 11-01-1791 Onbekend
33e Regiment Lichte Infanterie
5289 Jan van Havenstraat 23
Martinus Koolen Asten 10-04-1790 Onbekend
76e Cohorte*
513 Voormalig huis G214
Franciscus van Helmond Deurne 20-06-1790 Asten 17-04-1851
125e Regiment Infanterie van Linie
4054 Voormalig huis E1044
Franciscus Slaats Asten 01-06-1790 Maagdenburg 08-10-1813
2e Regiment Karabiniers
2169 Zand 1
Johannes Lemmens Tilburg 28-10-1782 Asten 24-07-1871
**
Dijkstraat 45
Judocus Kanters Asten 14-07-1793 Asten 08-02-1890
 
Busselseweg 5
Joannes van Seccelen Someren 10-04-1796 Asten 05-02-1890
 
Voormalig huis D275

*  heeft mogelijk gediend bij de Duitse Veldtocht
** heeft mogelijk gediend bij de Russische Veldtocht

Opmerkelijk is dat er ook Astenaren aan de zijde van het Staatse Leger tegen Napoleon hebben gevochten. Zij hebben elkaar dus mogelijk op het strijdveld en later in het dorp Asten ontmoet. Van twee Astenaren heb ik gegevens kunnen reconstrueren, maar mogelijk zijn er nog meer:

Gediende Geboorteplaats en datum Overlijdensplaats en datum Eenheid Huis of woonplaats
Gerhard de Roock Harlingen 10-11-1787 Asten 08-03-1824 Compagnie Vrijwillige Jagers Burgemeester Wijnenstraat 13 en 15
Walterus Hassloo Nijmegen 25-04-1798 Asten 24-12-1891 Cavalerie Voormalig huis G442

 

Astense Zouaven

Hieronder een samengesteld verhaal uit9 over de Astense zouaven:

In 1861 werd het Koninkrijk Italië uitgeroepen en Rome werd gekozen als nieuwe hoofdstad, ondanks dat het op dat moment nog onderdeel vormde van de Pauselijke staat. Een conflict tussen het jonge Italië en de Paus Pius IX was onvermijdelijk. De eerste vrijwilligers in het Pauselijk leger waren veteranen van het Franse Noord-Afrika korps. Oorspronkelijk werden deze hulptroepen gerekruteerd van de Berber stam Zouaoua. De soldaten kregen al snel een reputatie als geduchte tegenstanders. Zodoende werd de naam zouaaf een eretitel voor dit korps. De veteranen die naar Rome trokken behielden de naam als een teken van trots. 

Vanuit Asten vertrekken de eerste zouaven in het voorjaar van 1867. In de zomer van dat jaar heerst er cholera in Italië en in Rome vallen vele slachtoffers. Ruim veertig zouaven, waaronder twintig Nederlanders, verzorgen de zieken en begraven de doden. De paus beloont hen met een speciale gouden medaille met als opschrift 'Bene Merenti' (= voor hem die zich verdienstelijk maakte). In het najaar van 1867 komt er een einde aan de rustpauze in de oorlog van Victor Emanuel en Giuseppe Garibaldi tegen de paus. In oktober zijn er schermutselingen tussen garibaldisten en pauselijke zouaven over het bezit van de grensplaats Bagnorea. Een week later vindt weer een treffen plaats, nu bij Monte Libretti. Beide malen behalen de pauselijke legers de overwinning op de roodhemden van Garibaldi. Kort daarop behalen de zouaven veel roem in de slag bij Mentana op 3 en 4 november van dat jaar.

Op 19 juli 1870 breekt de Frans-Duitse oorlog uit en roept Napoleon zijn laatste troepen uit het Patrimonium Petri terug. Nadat Napoleon bij Sedan is verslagen, valt Victor Emanuel op 11 september 1870 met een leger van 50 à 60.000 man het restant van de Kerkelijke Staat binnen. Tegenover deze overmacht staat een pauselijk leger van slechts achtduizend man. Op 20 september wordt de beschieting van Rome ingezet. Al gauw schiet de vijand een bres bij de Porta Pia. Om nodeloos bloedvergieten te voorkomen, laat de paus de witte vlag hijsen en geeft zich over. Rome en het Patrimonium Petri worden daarop ingenomen. De Italiaanse eenheid is hiermee voltooid. Daags na de val van Rome, op 21 september 1870, wordt het zouaven-regiment officieel ontbonden en gaan de meeste vrijwilligers naar hun land van herkomst terug. Paus Pius IX en zijn opvolgers weigeren te berusten in het verlies van de Kerkelijke Staat. Pas in 1929 komt door het Verdrag van Lateranen een einde aan deze zogenaamde 'Romeinse kwestie'. Bij dit verdrag wordt de paus als soeverein staatshoofd erkend, zij het van een ministaat van 44 hectare: Vaticaanstad.

Tussen februari 1866 en september 1870 vertrekken dertien Astense zouaven10 naar Rome. Tot de Astense zouaven zijn gerekend die zouaven die in Asten zijn geboren of er zijn overleden, waarvan hieronder een overzicht:

Zouaaf Geboorteplaats en datum Overlijdensplaats en datum Huis of woonplaats
Johannis Berkvens Vlierden 10-10-1840 Asten 10-03-1922 Voormalig huis B1162
Josephus van Brussel Asten 14-05-1842 Asten 01-10-1913 Voormalig huis G1374
Petrus Johannes van Brussel Asten 19-09-1839 Someren 31-05-1910 Voormalig huis G540
Wilhelmus Bukkems Asten 22-02-1842 Nuenen 26-03-1907 Voormalig huis B431
Johannes Hubertus van Bussel Asten 16-03-1844 Leende 24-08-1921 Voormalig huis G506
Petrus Kanters Asten 15-09-1842 Asten 26-01-1922 Diesdonkerweg 7
Franciscus Koolen Asten 14-09-1841 Nederweert 06-09-1902 Nederweert
Martinus Lintermans Asten 12-12-1846 Helmond 08-06-1923 Helmond
Petrus Lintermans Asten 23-02-1841 Asten 19-03-1920 Langstraat
Antonius Hubertus Michielsen Asten 04-06-1840 Asten 22-11-1925 Wilhelminastraat
Johannes Smits Asten 23-09-1842 Gemert 12-01-1888 Gemert
Paulus Voermans Asten 01-05-1841 onbekend
Hubertus Vervoordeldonk Vlierden 27-12-1837 Asten 23-10-1910 Bleekerweg 13

Martinus Lintermans is op 15-02-1870 vertrokken naar Rome

Dagblad het huisgezin van 27-03-1920

 

Landbouw en veeteelt

De veestapel in Asten4 wordt 

 

Het aantal seizoensarbeiders naar Duitsland4 wordt 

 

 

 


De meest gebruikte referenties staan in de introductie vermeld

Laatst bijgewerkt op 29 september 2020, 16:45:38

XS
SM
MD
LG
XL

Heemhuis, Molenstraat 10 Someren -> wegens corona gesloten voor bezoekers
Archeologiehuis, Molenstraat 14 Someren -> wegens corona gesloten voor bezoekers

Printen