logo

max of neo


Selecteer een deel waar je informatie over wil weten

Burgemeester Wijnenstraat 5Burgemeester Wijnenstraat 7Burgemeester Wijnenstraat 9Burgemeester Wijnenstraat 13 en 15Burgemeester Wijnenstraat 17 en 19Burgemeester Wijnenstraat 21Burgemeester Wijnenstraat 25Burgemeester Wijnenstraat 27Burgemeester Wijnenstraat 29Burgemeester Wijnenstraat 31Burgemeester Wijnenstraat 33 en 35Burgemeester Wijnenstraat 38Burgemeester Wijnenstraat 40Burgemeester Wijnenstraat 42Burgemeester Wijnenstraat 51 en 53Burgemeester Wijnenstraat 52Burgemeester Wijnenstraat 58Burgemeester Wijnenstraat 60Burgemeester Wijnenstraat 62Burgemeester Wijnenstraat 63Burgemeester Wijnenstraat 66Burgemeester Wijnenstraat 67Burgemeester Wijnenstraat 68Burgemeester Wijnenstraat 69Burgemeester Wijnenstraat 70Burgemeester Wijnenstraat 72Burgemeester Wijnenstraat 76Burgemeester Wijnenstraat 77Burgemeester Wijnenstraat 84Burgemeester Wijnenstraat 88Burgemeester Wijnenstraat 98Burgemeester Wijnenstraat 100Voormalig huis F1352Voormalig huis F1939AVoormalig huis F1940Voormalig huis F2000Voormalig huis F2000AVoormalig huis F2082Voormalig huis F2279Voormalig huis G215Voormalig huis G460AVoormalig huis G466AVoormalig huis G467Voormalig huis G470Voormalig huis G471Voormalig huis G472Voormalig huis G473Voormalig huis G474Voormalig huis G475Voormalig huis G476Voormalig huis G663Voormalig huis G671Voormalig huis G1377Voormalig huis G1382Voormalig huis G1382AVoormalig huis G1447Voormalig huis G1644Voormalig huis G1731Voormalig huis G1752Voormalig huis G1885Voormalig huis G2040Voormalig huis G2093Voormalig huis G2443Voormalige fabriek G2162

Burgemeester Wijnenstraat

De Burgemeester Wijnenstraat is vernoemd naar burgemeester Wilhelmus Josephus Maria (Willem) Wijnen die aan het einde van de Tweede Wereldoorlog is vermoord. In een raadsvergadering op 29-12-1945 wordt de naam van de Molenstraat gewijzigd in Burgemeester Wijnenstraat, aldus het Helmondsch Dagblad van 31-12-1945:

01

Wilhelmus Josephus Maria (Willem) Wijnen is geboren te Sint Oedenrode op 22-09-1880 als zoon van Gerardus Wijnen en Clasina Alberdina Kemps. Hij is op 06-07-1909 te Veghel getrouwd met Carolina Jacomina Hubertina Maria Maussen, geboren te Veghel op 23-09-1882 als dochter van Hubertus Lodewijk Maussen en Jacomina Gerbrandts. Zijn overgrootvader Gerardus Wijnen is afkomstig van Lierop en start in Sint Oedenrode een tabakshandel, waarmee de familie aldaar tot de notabelen behoort.

Willem Wijnen is van 1910 tot zijn overlijden op 15-08-1944 burgemeester van Asten geweest. Samen met de Somerense burgemeester Piet Smulders tijdens de Aktion Silbertanne omgebracht. Dit waren Nederlanders in dienst van de Duitse Schutzstaffel en namen wraak voor acties van het verzet van hun landgenoten. Ze pleegden de zogeheten Silbertanne-moorden op gerespecteerde burgers.

02

In de Nederlandsche Staatscourant van 14-03-1910 staat de benoeming van Wilhelmus Josephus Maria Wijnen als opvolger van burgemeester van Asten:

03

In de krant de Zuid-Willemsvaart van 09-04-1910 krijgt burgemeester Willem Wijnen een warm welkom van de Astenaren:

04

Burgemeester Wijnen had het de eerste jaren niet gemakkelijk, mede omdat hij bleef hameren op een nieuw gemeentehuis, zoals te vinden is in de krant de Zuid-Willemsvaart van 22-07-1911:

05

Burgemeester Wijnen kreeg gaandeweg meer waardering van de Astenaren, hetgeen we opmaken uit het verslag bij zijn zilveren ambtsjubileum in de Provinciale Noordbrabantsche en 's Hertogenbossche courant van 20-05-1935:

06

In de krant de Zuid-Willemsvaart van 04-09-1935 deelt burgemeester Wijnen mede dat de later naar hem vernoemde Molenstraat hersteld gaat worden:

07

Zijn meest memorabele daden hebben plaatsgevonden tijdens de Tweede Wereldoorlog waar hij met meerdere burgemeesters in de omgeving geleid door de Geldropse burgemeester Harrie van der Putt. Uit het dagblad Trouw1 een samengesteld verhaal uit het boek Gevels zonder vlag2 en Geschiedenis van Someren in de Tweede Wereldoorlog3:

Het was 14 augustus 1944, de dag voor Maria Hemelvaart, 's avonds rond een uur of acht. De kosteres van de kerk in Ommel, dorpje tussen Asten en Deurne, had haar ronde gemaakt om te zien of alles voor het Maria-feest in orde was. Toen ze de kerk wilde afsluiten zag ze dat er nog iemand bij het Maria-altaar zat. Het was Willem Wijnen, burgemeester van Asten. Wijnen kwam vaak naar het altaar in de kloosterkerk, altijd 's middags rond drie uur, na zijn werk op het raadhuis. In de archieven van de missiezusters van het Franciscanessenklooster van Ommel wordt aan de reden van zijn avondlijke bezoek op die 14e augustus een devote invulling gegeven. Wijnen was misschien op dat ongewone tijdstip naar de kapel gekomen om Maria deelgenoot te maken van de beklemmende angst, die in hem was en die hij niet kon verklaren. De dood laat zich immers dikwijls op afstand voelen, aldus het archiefdocument, geciteerd in een boek over de oorlogsjaren in de Brabantse gemeente.
Het zou kunnen dat Wijnen voorvoelde wat hem luttele uren later te wachten stond. De burgemeester van Asten wist dat hij al een tijdlang door de Sicherheitsdienst in de gaten werd gehouden. Het waren roerige tijden, zeker voor een burgemeester in oorlogstijd. Wijnen was op zijn post gebleven, om te voorkomen dat de Duitsers een NSB'er op zijn plek zouden zetten. Dat gold ook voor zijn collega Piet Smulders in het nabijgelegen Someren. Smulders was net als Wijnen, wat je noemt, 'n goeie. Beide burgemeesters hadden zich teweergesteld tegen de verplichte Arbeitseinsatz van mannen uit hun gemeenten. Inwoners van Someren en Asten moesten in Zeeland voor de Duitsers aan verdedigingswerken bouwen.
Wijnen zette zich openlijk af tegen de tewerkstelling. Hij schreef in mei 1944 een brief aan Herrn Fachberater van het Arbeidsbureau in Eindhoven waarin hij klip en klaar meedeelde geen dertig personen te zullen aanwijzen voor de arbeidsinzet. Hij wilde wel aan zijn burgers vragen of er vrijwilligers waren die de Duitsers wilden helpen, Doch ik vrees, dat daarvan weinig resultaat te verwachten zal zijn. Ook Smulders saboteerde waar mogelijk de bezettingsmacht. Hij gaf het verzet gelegenheid om op het gemeentehuis valse persoonsbewijzen te vervaardigen. Hij liet mensen waarschuwen als er razzia's dreigden. In juni 1944 werd hij zelf opgehaald en met dorpsgenoten zes weken te werk gesteld in Zeeland. Smulders zou in de oorlog nog één keer worden opgehaald. Maar die keer werd dat hem dat noodlottig.
In het proces-verbaal van 38 kantjes dat de Koninklijke Marechaussee op 26 november 1945 opgestelde, geeft de SS'er Jacob Besteman, die dan in de strafgevangenis in Arnhem zit, een uitvoerige verklaring over de laffe moord op de twee Brabantse burgemeesters. Besteman was, net als Heinrich Boere die in Aken voor de rechter staat, lid van het Sonderkommando Feldmeijer, een geheime eenheid van Nederlandse SS'ers die in opdracht van de Duitsers Gegenterror uitoefende tegen gewelddaden van het Nederlandse verzet. De Duitsers wilden het verzet breken door moorden op NSB'ers of Duitse militairen direct te wreken op burgers. De moorden, ruim 50 in totaal, zijn bekend geworden als de Silbertanne-moorden. De wegen van Boere en Besteman kruisten elkaar bij de Silbertanne-moord op Fritz Bicknese, een apotheker in Breda. Die liquidatie voerden ze samen uit.
Besteman opereerde voor de burgemeestersmoorden met andere leden van het Sonderkommando. Op de avond van 14 augustus 1944 ging hij in de Brabantse Peel met een auto op pad om drie terroristen van het bed te lichten en dood te schieten. Kort daarvoor waren twee Landwachters in Gemert door verzetsgroepen doodgeschoten. Er moesten tegenmaatregelen worden genomen, verklaarde Besteman tijdens zijn verhoor. Ze reden eerst naar Asten, naar de ambtswoning van Wijnen. De zoon van de burgemeester deed open. Met drie man stapten de SS'ers, waaronder Hendrik Kromhout, naar binnen en liepen door naar de slaapkamer van Wijnen. Wijnen wilde niet mee. Hij zei tegen de SS'ers dat zij hem thuis in Asten maar moesten verhoren. De drie SS'ers grepen hem vast en duwden de man de trap af.
Met Wijnen op de achterbank reden de SS'ers door naar Someren, naar de villa van burgemeester Smulders. De vrouw van Smulders deed open, ook ditmaal troffen de SS'ers de burgemeester in pyjama in zijn slaapkamer. De volgende op de lijst was de huisarts die naast Smulders woonde, maar deze bleek niet thuis. Daarop haalde de commandant een lijst uit zijn zak en zei dat hij dan een ander aan zal wijzen. Dat werd Frans Eijsbouts, ondernemer en goede vriend van Smulders. Eijsbouts had de pech dat hij wel thuis was. Ook hij moest mee voor verhoor in Vught. Eijsbouts zou de moordpartij miraculeus overleven.
De propvolle Citroën reed met acht inzittenden weg. Onderweg mopperde de chauffeur dat de wagen te zwaar beladen was. Straks krijgen we nog panne, zei de man. Die mededeling was afgesproken werk: het was voor de SS'ers het signaal dat ze de plaats van executie naderden. Het viel Eijsbouts op dat de beide burgemeesters stil en bezorgd voor zich uitkeken. Volgens mij vermoedden zij al het ergste, verklaarde Eijsbouts later. Plots kwam de auto tot stilstand, de chauffeur vloekte en riep iets over pech. De inzittenden moesten allen uitstappen. Uit het politieverhoor van Besteman: "Direct na het verlaten van de auto, zijn wij aan het schieten gegaan". Wijnen probeerde nog te vluchten. Eén van de SS'ers liep hem achterna en schoot hem neer. Besteman verklaarde: "Ik heb met mijn pistool enige schoten afgevuurd op die dikke burgemeester. Ik hield mijn pistool op zijn hoofd en borst gericht en zag hem na het tweede schot in de wegberm vallen. Mijn schoten vuurde ik op zeer korte afstand op hem af". Eijsbouts werd in zijn arm geschoten en liet zich voorover vallen in de walkant. Hij hield zich voor dood. Later verklaarde hij: "Ik hoorde boven mij nog schieten, meer dan tien, twaalf keer wel. Ik hoorde de burgemeesters rochelen en kreunen. Toen werd het stil".
Tegenover de marechaussee zei Besteman eind 1945 dat hij, los van de moorden in Asten en Someren, verder niemand had omgebracht. Dat was een leugen. In juli 1944, slechts vier weken voor de moord op de burgemeesters, had hij met Heinrich Boere apotheker Fritz Bicknese achter de toonbank van zijn apotheek doodgeschoten.

Zoals al eerder gemeld had de straat voor 1945 de naam Molenstraat en die naam wordt in de krant de Zuid-Willemsvaart van 05-07-1929 voorgesteld:

08

Alleen het voorste deel tot aan de huidige Langstraat zou oorspronkelijk de nieuwe naam Molenstraat krijgen, maar door protesten van commies Pullens en molenaar van Stekelenburg, werd de naam Molenstraat tot aan het huis van van Stekelenburg gekozen, zoals bericht in de krant de Zuid-Willemsvaart van 11-09-1929:

09

De Molenstraat is een van de oudste straten die de dorpskern van Asten verbindt met het gehucht Dijk en via het gehucht Boomen met de plaats Lierop. Al ver voor 1929 werd de straat zo genoemd, getuige de archieven, waarin de naam Moolenstraat voorkomt bij een verkoop in 1773 en een brand in 1776:

Asten Rechterlijk Archief 99 folio 230; 20-04-1773:
Willem Verhaseldonk verkoopt aan Pieter van Bussel een huis met de kamers, hof en aangelag in de Moolestraat ½ lopense, ene zijde en einde de Kosterij, andere zijde Willem Verberne, andere einde Antoni Lomans. De kamer is verhuurd aan weduwe Zijnen voor ƒ 11,- per jaar. Koopsom ƒ 710,-.

Asten Rechterlijk Archief 164 folio 136; 17-05-1776:
Taxatie van de goederen, gestaan hebbende in de Moolenstraat, en die op donderdag, 9 mey laatstleden, 's morgens, rond 8 uur, zijn afgebrand.
Huis, ene zijde de straat, andere zijde Gerrit van Riet, ene einde weduwe Peter Troeyen, andere einde Willem Verberne. Waarde ƒ 750,-. Eigenaar Francis van de Vorst, schepen. Bewoners Adriaan van Duuren, smid en Juffrouw Christina Hanenwinkel, weduwe Braam. Opmerking Enige jaren geleden is dit nieuw opgebouwd.
Huis, schuur, stal, gelegen aan het vorig huis tot aan de hoek van de straat. Waarde ƒ 400,-. Eigenaar Willem Verberne. Bewoner Marten Aart Zeegers.
Huis, stal en neere aan de andere hoek van de straat tegenover het afgebrande huis van Willem Verberne. Waarde ƒ 350,-. Eigenaar Antoni Verreyt. Bewoner Antoni Verreyt.
Huis en stal naast het vorige huis. Waarde ƒ 150,-. Eigenaar Mattijs Muyen. Bewoner Jan Mattijs Muyen. Opmerking Dit huis is door off met de brandspuyt den brant door Gods hulpe geblust geworden.
Totale waarde: ƒ 1650,-

Op de onderstaande kaart van Hendrik Verhees uit 1794 is de Molenstraat duidelijk herkenbaar, gaande van Lierop linksboven via de gehuchten Boomse hoef en Den Dijck, langs de molen naar de kom van Asten:

10

Deze weg bestond al in 1410 en wordt vermeld in de Tafel van de Heilige Geest:

Archief 1136 XXVI/127, folio 12:

 

Er moet een vonder geweest zijn om de rivier de Aa over te steken en uit een giftbrief van Hendrik Van Cuijk, heer van Asten, waarin de grenzen van Asten worden beschreven vanaf Oostappen met de klok mee, wordt inderdaad een vonder bij Lierop genoemd:
Geleegen binne dese paalen van den Drank tot Aestappen den geregten vliet op tot Ruth den Raade en van Ruth voor den geregten vliet op tot Sint Wilbertsput op Luttel Meijl en van daar tot Amsloo ende van Amsloo tot Seven Meeren en van Seven Meeren tot 's-hertogen paalen toe en van dien palen af tot Wilput en van Wielput den geregten stroom nederwaarts tot Liedrop ten Vonderen toe en van daar den gerechten stroom nederwaart tot geene spleete toe daar die van twee Aaën vergaderen en van dien spleet den geregten vliet op tot Aestappen ten Drank weder toe.

Rond 1825 is de Zuid-Willemsvaart aangelegd en op de hiervoor genoemde plek is Sluis X komen liggen met een ophaalbrug. Bij het staatsbesluit van de liniën van toezicht van uitgaande rechten en accijnzen en 28-04-18434 wordt de weg van Lierop naar Asten als voornaamste weg in die tijd van Asten genoemd:

11

Op de kadasterkaart van 1832 ziet deze linie er als volgt uit, waarbij linksboven bij Hendrik Vlemmings de Molenstraat wordt gevolgd. In feite was dit de weg waarover handel werd gedreven naar Limburg en Duitsland:

12

In de Noord-Brabanter van 29-12-1869 staat het bericht dat de raadsvergaderingen voortaan in de benedenzaal van het schoolhuis van Frans Hoebens aan de Molenstraat worden gehouden:

13

Het was al die tijd nog een zandweg en er werd geregeld een verzoek ingediend om er een provinciale weg van te maken. In de Noord-Brabanter van 11-07-1854 beveelt de gemeente Geldrop de aanleg van de provinciale weg aan:

14

Ruim 15 jaar later was er een nieuw verzoek van de gemeentebesturen van Asten, Lierop en Mierlo voor de aanleg van een provinciale weg en dat werd opnieuw afgewezen, aldus de Provinciale Noordbrabantsche en 's Hertogenbossche courant van 13-07-1871:

15

Drie jaar later werd het gemeentebestuur van Asten het niet eens over de subsidie. Volgens de Provinciale Noordbrabantsche en 's Hertogenbossche courant van 16-07-1874 heeft het gemeentebestuur van Asten een subsidie van 33% voor de aanleg van een verharde weg van het dorp naar Sluis X, ofwel deels de Molenstraat, afgewezen:

16

De weg is uiteindelijk rond 1880 verhard en is nog geregeld vernieuwd, zoals we eerder hebben gezien en volgens onderstaande reactie in de krant de Zuid-Willemsvaart van 16-10-1935 moet het toen een goede weg geweest zijn:

17.jpg

De Molenstraat speelde aan het begin van de 20e eeuw ook nog een belangrijke rol bij de energievoorziening. In eerste instantie werd de straatverlichting, die voor die tijd nog uit petroleumlampen bestond, vervangen door verlichting op acetyleengas. De acetyleenfabriek, onder de bevolking bekend staand als lichthuisje, stond op de hoek van de huidige Burgemeester Wijnenstraat en de Molenweg en via een buizenstelsel werden de lantaarns van dit gas voorzien. Na bijna vijftien jaar gefunctioneerd te hebben, werd besloten om over te gaan op elektrische verlichting en ook de elektriciteit kwam in eerste instantie uit het lichthuisje, maar werd in 1921 overgenomen door de Provinciale Noordbrabantse Elektriciteits Maatschappij.

Wie er rond 1740 woonden in de Molenstraat kunnen we opmaken uit de lijst met getroffenen door natuurgeweld rond 1740 in het Dorp, waarbij een selectie is gemaakt van de bewoners van de huidige Burgemeester Wijnenstraat:

Asten Rechterlijk Archief 118 folio 170; 29-12-1739:
Specifique lijste ofte memorie geformeert door schepenen en secretaris van Asten volgens het opgeven van de ingesetenen van Asten van soodanige als de ingesetenen van Asten geleeden hebben vant verhagelen van koorn op de 13e july en afwayen van de boekweyt op den 15e augustus 1737 wanneer het koorn en boekweyt rijp was. Alsmede van de menigvuldige swaare regen die gevallen is in de voorschrevene jaare 1737, 1738 en 1739 waardoor de weylanden geheel onder water gestaan hebben en het gras en hoy daardoor veel bedorven en verdronken is geworden door hetwelke veel runtvee en schapen bedorven en gestorven sijn, alsoo deselve op leege en natte weyen haar voedsel hebben moeten haalen, welk verdronken gras en hoy dat bedorven was in de wintertijden hebben moeten eeten. Mitsgaaders vant bevriezen van de boekweyt in desen jaaren 1739, tusschen de 15e en 16e juny allent welke schaade de navolgende ingeseetenen hebben opgegeven en getaxeert onder presentie vant selve ten allen tijde, des gerequireert werdende, met solemneele eede sullen bevestigen soo en gelijk bij of agter ider sijn naam is uytgetrocken en hierna is volgende in het Dorp:

Naam Huis Omschrijving Vergoeding
Jan Jan Paulus 44 ƒ 90,-
Jacobus Sauvé 45 ƒ 20,-
Jan Lamberts 50 ƒ 21,-

Aldus dese lijste gemaakt en geformeert in voege als vooren volgens het opgeven der ingesetenen onder presentie van eede dat deselve de ongelucken en schaaden gehadt hebben, soo en gelijk agter ider sijnen naam staat aangeteekent en tot een som is getaxeert na ider sijn beste kennis. Wijders verklaaren wij ondergeteekende schepenen van Asten, op den eed ten aanvank van onser bediening gedaan dat de ingesetenen alhier wegens het verhagelen van koorn, afwayen en bevriesen van de boekweyt, sterven van een menigte beesten en schapen, verdrinken van hoy, gras, koorn en andere vrugten als int hooft deeser lijst, seer veelen groote schaade geleeden hebben en vooral in dese jaare, alsoo den ingesetenen alhier den grooten reegen die er is gevallen als anders op sijn best maar eene halve oogst gehadt hebben waardoor deselve buyten staat geraakt sijn om haar verschulde 's lants- en dorpslasten te konnen opbrengen en betaalen waardoor de ingesetenen dagelijks veele schaade en executiecosten moeten ondergaan. In teeken der waarheyt hebben wij deese ten prothocolle onderteekent binnen Asten, desen 28 december 1739.

Het betreft slechts drie huizen van de in totaal zes huizen die er in 1739 langs de Molenstraat lagen, waarvan er een onbewoond was. Dit dan onbewoonde huis lag op de hoek met het Marktveld en in het rechterlijk archief van Asten worden regelmatig stallen bij dit huis genoemd. Vermoedelijk was dit een rustpunt voor de paarden van bewoners elders uit Brabant of vertrekpunt van Astenaren om handel te drijven met Limburg en Duitsland. Het huis was toen in eigendom van handelaar Wilhelmus Johannes Loomans en ging via zijn dochter Johanna Maria over op schoonzoon Hendrik Verberne. Na diens overlijden in 1760 werd zoon Willem Verberne eigenaar en na zijn overlijden in 1785 op de tweede echtgenoot Hendrik Peter Verrijt. Zij woonden allen in het naastgelegen huis aan het Marktveld en verhuurden dit huis aan derden. Hendrik Peter Verrijt verkocht het in 1816 aan Hendrik Vlemminx, die er toen vijf arbeidershuisjes van bouwde. In 1884 zijn die huisjes opgekocht door de weduwe van Gerardus Gitzels en werd hotel Gitzels opgericht; een hotel met stallen zodat de oorspronkelijke functie weer terugkwam. Later werd dit hotel van Roij dat in 1971 is afgebroken.

Een wat verderop aan de oostzijde van de Molenstraat gelegen huis is sinds 1700 in bezit van Johannes van Hoof en gaat in 1752 over op zijn zoon Huijbert. Zij woonden in de Steegen en verhuurden het huis aan derden en na het ongehuwd overlijden van Huijbert in 1764 komt het huis in handen van zijn neef Franciscus van de Vorst, zoon van zus Anna, getrouwd met Petrus van de Vorst. In 1776 is het huis afgebrand en opnieuw opgetimmerd en daarna wordt het huis bewoond door schoonzoon Adrianus van Duuren. Tot zijn overlijden in 1809 is hij hoofdbewoner en daarna zijn weduwe Maria Francisci van der Vorst tot 1842. Vervolgens is schoonzoon Hendrik Vlemminx tot zijn overlijden in 1852 bewoner en zijn echtgenote Anna Elisabeth van Duuren neemt het to 1874 over. De nieuwe bewoner is schoonzoon Peter van de Waarsenburg, getrouwd met Johanna Maria Vlemminx. Na zijn overlijden in 1911 komt het huis in handen van schoonzoon Franciscus van der Zanden, getrouwd met Elisabeth van de Waarsenburg. Vanaf 1922 bewonen de kinderen van der Zanden tot ver in de 20e eeuw het huis. Het huis is recent gesloopt voor nieuwbouw.

Nog wat verderop aan de oostzijde van de Molenstraat is aan het einde van de 17e eeuw een schuur tot woonhuis omgebouwd door Bartholomeus Faes Kerckels. In 1708 wordt dit huis verkocht aan Jan Jan Paulus, die er tot 1755 woont en daarna verhuurt. Na zijn overlijden in 1762 woont zijn schoonzoon Johannes Jan Verrijt in het huis en na diens overlijden is Anna Maria Jan Paulus eigenaar en bewoner van het huis. Zij verkoopt het huis in 1772 aan Antoni Timmermans, die we de bankier van Asten kunnen noemen. Tot zijn overlijden in 1818 is hij bewoner en zijn weduwe daarna tot 1820. Zijn schoonzoon Adrianus Lookermans heeft er tot zijn overlijden in 1825 gewoond en zijn weduwe Helena Timmermans tot 1849. Het huis is verkocht aan Frederik Albert Rovers en deze notarisfamilie heeft er tot 1909 gewoond. Na het overlijden van Frederik Albert Rovers in 1879 heeft zijn zoon Adrianus Rovers de praktijk overgenomen en toen hij in 1902 kwam te overlijden, heeft zijn broer Elard Albert Rovers de financiën tot zijn dood in 1908 waargenomen. Elard Albert Rovers was in zijn ruim 15-jarig dienstverband in het toenmalige Nederlands-Indië opgeklommen tot lid van de raad van Nederlands-Indië. Hij was ook de schrijver van het boek 'Etsen naar het leven', een boek dat het dorpsleven van Asten rond 1860 kenschetst. Het huis is uiteindelijk verkocht aan de Nederlands Hervormde gemeente die er hun pastorie vestigden. In 1929 is het huis gesplitst en bewoonde onderwijzer Gerard Gaston Remery het andere deel van het huis. Het huis is recent gesloopt voor nieuwbouw.

Aan de westzijde van de Molenstraat op de hoek met het huidige Koningsplein lag een huis sinds eind 18e eeuw in bezit van Goort Doense. Hij woonde even verderop en verhuurde het huis aan derden tot na zijn overlijden het huis overging op schoonzoon Andries Verreijt die het tot 1746 in eigendom had en daarna bewoonde zijn weduwe Petronella Goort Doense het huis tot haar dood in 1765. Zoon Antoni Verreijt erfde het huis, dat in 1776 nog is afgebrand en opnieuw opgebouwd. Na diens overlijden door de dysenterie epidemie in 1780 is zijn weduwe Henrica Jan Vreijcken nog enige tijd in haar geboorteplaats Nederweert behandeld en heeft er na terugkeer tot haar overlijden in 1805 gewoond. Daarna is schoonzoon Johannes van den Boogaert bewoner en na zijn dood in 1848 woont zijn weduwe Johanna Maria Verreijt er tot 1855. Via Antonius Loomans is het huis in 1858 verkocht aan Gerardus Bakens, die er tot 1872 zijn smederij had. Zadelmaker Johannes Keeren heeft daarna tot 1877 gewoond en gewerkt en vervolgens timmerman Hendricus van Bussel tot zijn overlijden in 1902. Met de komst van Ambrosius Bakens komt er weer een smederij en na zijn overlijden in 1906 neemt de tweede echtgenoot van zijn vrouw de smidsknecht Wilhelmus Cornelis van Gorp de smederij nog tot 1909 over. Daarna is schoenmaker Johannes Franciscus Hoefnagels de eigenaar en bewoner van het huis. Het huis is rond 1970 gesloopt voor nieuwbouw.

Verderop aan de westzijde van de Molenstraat ligt het schoolhuis, bekend als kosterij met vanaf 1713 bewoner schoolmeester Gabriel Swanenberg. Na zijn overlijden in 1758 wordt hij opgevolgd door Pieter Zeijnen en na diens overlijden in 1779 wordt Hendrik Elberts Wildeman schoolmeester, koster en bewoner van het schoolhuis. In 1823 vertrekt hij naar Nijmegen en wordt Hendrik Klaas Gelling tot 1831 zijn opvolger. Allen waren nog van de gereformeerde religie en pas in 1832, bijna 40 jaar na de Franse revolutie, kwam er echt openbaar onderwijs in Asten. Er was een nieuwe school gebouwd op het huidige Koningsplein en de nieuwe schoolmeester was Franciscus Hoebens. Hij woonde in dit huis en startte naast de genoemde openbare school op deze plaats een katholieke kostschool. Tot zijn overlijden in 1880 bleef het gebouw een functie als schoolgebouw houden en werd daarna verhuurd aan Hendrik Joseph Pennaarts. In 1887 werd het gebouw verhuurd aan Franciscus van Zeeland, die een kuiperij begon en in 1898 kocht handelsreiziger Wilhelmus Johannes Coolen het pand. Na 1915 is het huis nog in verschillende handen geweest tot melkventer Henricus van Goch het pand in 1920 kocht en samen met zijn vader Cornelis van Goch als woning betrok. Het huis is rond 1960 gesloopt.

Nog iets verderop aan de westzijde van de Molenstraat ligt het huis van de familie Sauvé, een familie van schoolmeesters, kosters en chirurgijnen. Vanaf 1690 wordt het bewoond door schoolmeester Isaac Sauvé en na diens overlijden te Asten in 1716 door zijn weduwe Elisabeth Timmermans. Na haar dood in 1721 komt het in handen van Jacobus Sauvé, die van beroep kuiper is en als hij in 1756 overlijdt, neemt zijn vrouw Petronella Lambert Kusters het huis over. In 1762 bewoont zoon Lambert Sauvé, die eveneens kuiper van beroep is, het huis en bij het overlijden van Petronella Lambert Kusters in 1775 wordt hij deels eigenaar. Het andere deel wordt verkocht aan vorster Jacobus van Ravensteijn die er met zijn zus Agnetha woont. Na het overlijden van zowel Jacobus en Agnetha van Ravensteijn en Lambert Sauvé, wordt het huis in 1804 verkocht aan belastingontvanger Louis van Hombracht. In 1829 wordt het huis verkocht aan kuiper Jan Dirkse Rijkers, die er tot zijn overlijden in 1860 woont. Daarna is zijn schoonzoon, molenaar Peter Holten, bewoner en als hij in 1866 komt te overlijden, zijn zijn kinderen tot 1878 eigenaar en bewoner. Dochter Clara Petronella Holten trouwt dan met Lambert Peeters en woont tot haar dood in 1907 in het huis, waarna het overgaat op haar zoon Jan Antonie Peeters. Het huis wordt in 1911 verkocht aan Wilhelmus Hurkmans en in 1916 doorverkocht aan Johannes van Goch, die er een mandenfabriek begint. Rond 1922 verhuist die mandenfabriek naar de voormalige fabrieken van Asten Creameries en wordt dit huis ondermeer gebruikt als kantoor van notaris Berger. In 1929 wordt het huis opgesplitst en in een huis komt de bakkerij van de familie van den Boomen en in het andere huis woont Cornelis Joannes Bartels, wiens zoon Adolf Hubert Bartels nog een limonadehandel begint. Na het faillissement komt dit laatste huis in bezit van de rijwielhandel van de familie Mennen.

Aan het einde van de 18e eeuw is er naast deze zes huizen nog een huis bijgekomen en in de 19e eeuw zijn er nog 22 huizen gebouwd. In 1893 is er een roomboterfabriek gebouwd en in 1916 nog een werkplaats voor de mandenmakerij. Beide fabrieken zijn tot woonhuizen omgebouwd en in het begin van de 20e eeuw zijn er nog 30 huizen bijgebouwd, voornamelijk in het achterste deel van de straat.

Wat is daar nu nog van terug te zien in de Burgemeester Wijnenstraat? De oudste huizen zijn allen in de loop der tijd gesloopt of herbouwd en er resten nog vijf huizen de 19e eeuw, waarvan vier van het einde van de 19e eeuw. Van de huizen gemaakt uit de fabrieken is er nog een bewaard en van de overige huizen uit het begin van de 20e eeuw zijn er nog 27 overgebleven.

Toch zijn er nog genoeg sporen te vinden van het oude Asten en aan de hand van vergelijking van kaarten wordt in beeld gebracht uit welke tijdsperiode de huidige huizen in de Burgemeester Wijnenstraat stammen. Linksonder is de kaart van Theo Meulendijks te zien waarin met zwart de huisnummers voor 1800 vergeleken en aangevuld zijn met de kadasternummers van 1832 in blauw. Rechtsonder is op een kaart uit 2019 de huidige situatie weergegeven en zijn de huizen gebouwd tussen 1800 en 1850 blauw omcirkeld, tussen 1850 en 1900 zijn groen omcirkeld en die tussen 1900 en 1940 zijn oranje omcirkeld:

18 19

De Burgemeester Wijnenstraat kent nog 33 vooroorlogse huizen, waarvan er 6 uit de 19e eeuw zijn. Hieronder een foto met zicht op het middelste deel van de Burgemeester Wijnenstraat met geheel links het uit 1850 daterende oudste huis met als huidige adres Burgemeester Wijnenstraat 25-27:

20

Hieronder een foto gemaakt in de richting van de Markt met rechts het oudste huis en links het huis van de familie Rovers met hun tuin; het enigszins dwars op de weg staande huis in het midden van de foto is het voormalige schoolhuis:

21

Hieronder een foto van het begin van de Molenstraat met links vooraan de schoenmakerij van Johannes Franciscus Hoefnagels en het hogere huis is van manufacturier Frans Hoebens; aan de rechterzijde hotel Gitzels met daarachter de stallen:

22

Tot slot nog een foto verkregen van de stichting Hebeas van het achterste deel van de Burgemeester Wijnenstraat met rechts het huis van de familie Joppe:

23

Referenties
  1. ^Dagblad Trouw, Moorden voor de mof (https://www.trouw.nl/nieuws/moorden-voor-de-mof~bf0534de/?referer=https%3A%2F%2Fwww.google.com%2F)
  2. ^Gevels zonder Vlag, Toon Hoefnagels en toine Maas ISBN9080034312
  3. ^Geschiedenis van Someren in de Tweede Wereldoorlog W. A. L. Joosen en anderen ISBN9090007202
  4. ^Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden 1843

De meest gebruikte referenties staan in de introductie vermeld

Laatst bijgewerkt op 23 februari 2020, 16:42:46

XS
SM
MD
LG
XL

Heemhuis, Molenstraat 10 Someren -> wegens corona gesloten voor bezoekers
Archeologiehuis, Molenstraat 14 Someren -> wegens corona gesloten voor bezoekers

Printen