logo

Burgemeester Wijnenstraat 17 en 19

Dit is geruime tijd het woonhuis geweest van de familie Sauvé, die in eerste instantie schoolmeesters en kosters in Asten waren van 1667 tot 1719. De eerste Sauvé die zich in 1667 in Asten vestigde was Daniel Martin Sauvé, geboren rond 1615 en rond 1643 getrouwd met Anne Jacobus Morel, geboren rond 1620 als dochter van Jacobus Morel. Na haar overlijden is Daniel Martin Sauvé hertrouwd met Adriana van Kerpen en rond 1660 met Dingna Hendricx van Heesbeen, geboren op 01-09-1628 te Vlijmen als dochter van Hendrik Lambert Heesbeen en Teuniske Jansen. Uit deze laatste huwelijken zijn geen kinderen bekend en hieronder het gezin van Daniel Martin Sauvé en Anne Jacobus Morel:

# Voornaam Geboorte Huwelijk Overlijden Referentie
1 Isaac Martin Daniels 's Hertogenbosch ±1645 ±1673
Elisabeth Timmermans
Asten ±1716
2 Marcus Antonius Daniels Heusden 13-01-1647 Woudrichem 27-01-1669
Johanna Crielaert
±1720 *
3 Johanna Heusden 15-06-1649
4 Marie Magdaleine Heusden 02-02-1651 ±1685
Willem Daniels van Esch
Deurne 21-12-1711
5 Maria Heusden 30-08-1652 ±1685
Willem van Domselaer
Amersfoort
6 Barbe Heusden 28-09-1653
7 Hendrik Daniels 's Hertogenbosch ±1655
8 Eva 's Hertogenbosch 09-05-1658 Erp ±1680
Jacob Pagez
Veghel ±1715 ** dochter Anna Maria

*          Marcus Antonius Sauvé heeft als schoolmeester gewerkt in Woudrichem, als voorlezer en zanger in 's-Hertogenbosch en als Franse schoolmeester in Gouda (zie hieronder)

**        dochter Anna Maria trouwt later met haar neef Daniel Sauvé

Hieronder archiefstukken betreffende de werkzaamheden van zoon Marcus Antonius Sauvé:

Resoluties Raad van State 178 folio 102 verso; 27-03-1673:
Rekest van Marcus Sauvé door de magistraat van 's Hertogenbosch aangesteld als voorlezer en voorzanger der Nederlandse gemeente aldaar in de plaats van zijn overleden vader en tevens tot schrijfmeester in de Latijnse School. De kerkenraad van 's Hertogenbosch heeft een memorie gepresenteerd betreffende het beroepen van Marcus Sauvé tot voorlezer en zanger.

Oud Rechterlijk Archief Gouda, 297/1202 folio 43; 13-10-1684:
Marcq Anthoine Sauve aanlegger contra Stoffel van Renen gedaagde. Hij eist betaling van ƒ 28.- over een half jaar schoolgeld. Vonnis: Conform de eis, alsmede in de kosten.

Charters Provinciaal Genootschap van Kunsten & Wetenschappen 1172; 13-02-1694:
Akte van overdracht, verleden voor Benedictus Wittens, schout van Woudrichem, en Adriaan de Witt en Izaak van Walgeren, schepenen van Woudrichem, door Marcus Anthonie Sauve, schoolmeester in Franse taal in Gouda, getrouwd met Johanna Criellaert, en Gillis Aartszoon van Andel, gehuwd met Lijsbet Criellaert, aan Agata Westerwolt, van 4 morgen en 50 roeden land gelegen aldaar.

Tijdschrift Holland1:
Censeurs of Keurmeesters van de Schooien binnen de stad Gouda. Aangesteld in 1694: Marcus Sauvé

Verzoekschriften aan stadsbestuur Gouda 203 bladzijde 253 verso; 02-09-1715:
Verzoekschrift voor de aanstelling van Marcus Anthoine Sauvé als Frans schoolmeester.

In 1669 maken Daniel Martin Sauvé en Dingna Hendricx van Heesbeen hun testament op:

Asten Rechterlijk Archief 53; 18-10-1669:
Daniel Souve, coster en schoolmeester getrouwd met Dingna Hendricx van Heesbeen. Zij testeren. Alles aan de langstlevende.

Daniel Sauvé is in 1670 te Asten overleden en bij de Raad van State wordt een opvolger gevonden in zijn zoon Isaac Sauvé:

Raad van State over 1648-1672, inventarisnummer 214, folio 97 verso; 17-03-1670:
Door het overlijden van Daniel Sauvé is de post van schoolmeester en voorlezer te Asten vacant geraakt. De functie wordt gegund aan Isaac Sauvé.

Zoon Isaac Martin Daniels Sauvé is geboren te 's-Hertogenbosch rond 1645 en rond 1673 getrouwd met Elisabeth Timmermans, geboren te Helmond op 08-08-1648 als dochter van Antonie Godefridus Timmermans en Johanna Middelaar.

Het gezin van Isaac Martin Daniels Sauvé en Elisabeth Timmermans:

# Voornaam Geboorte Huwelijk Overlijden Referentie
1 Johannes Baptist* Asten ±1674 ±1700
Maria van Susteren
±1736
Anna Maria Backaert
Antwerpen ±1743 Chirurgijn
2 Maria* Asten ±1676 ±1700
Joost Janse
Antwerpen
3 Daniel Asten ±1678 Heeze ±1708
Ida Anthonis Box
Hoogeloon ±1724
Anna Maria Pages
Hoogeloon ±1733 School-meester
4 Lambert Asten ±1680 Ongehuwd >1718 Pachter montanten
5 Antoni Asten ±1682 Ongehuwd Soldaat
6 Hendrien Asten ±1684 ±1715
Constant Siegenhorn
7 Marcus Asten ±1686 Asten 31-01-1717
Maria Aarts
Weelde (B) ±1729
Cornelia Somme
±1745 Gevlucht Chirurgijn te Weelde
8 Antonetta* Asten 24-07-1689 Antwerpen
9 Jacobus Asten 20-07-1692 Someren 30-06-1720
Petronella Lambert Kusters
Asten 22-06-1756

*          drie familieleden Sauvé zijn naar Antwerpen verhuisd. Antonetta heette ook wel Anna en Johannes Baptist Sauvé woonde in Borgerhout en in Belgische archieven is te vinden waar:

Rechterlijk Archief Antwerpen, Oud Gemeente Archief Deurne-Borgerhout, 136/021; 13-10-1727:
Verkoop door de heren Jan en Karel van Pruisen aan de heer Jan Baptist Sauvé en Maria van Susteren, van een groot huis van plaisantie, eertijds het Portugezenhof en nu de herberg de Roosenhoet, westen de erve de Bonte Mantel.
Verkoop door de heer Jan Baptist Sauvé, chirurgijn, en Maria van Susteren, aan heer notaris Peeter Ockers, van een kapitale rente van 2500 gulden op voormeld huis van plaisantie.

Rechterlijk Archief Antwerpen, Oud Gemeente Archief Deurne-Borgerhout, 137/044; 13-04-1731:
Kwijting van een kapitale rente van 2700 gulden op het Portugezenhof te Borgerhout. Meester Peeter Ockers tegenover de heer Jan Baptist Sauvé, chirurgijn.
Verkoop door de heer Jan Baptist Sauvé, chirurgijn, en echtgenote Maria van Susteren, aan de heer Joseph Nicasius de Witte, van een kapitale rente van 2400 gulden.

Rechterlijk Archief Antwerpen, Oud Gemeente Archief Deurne-Borgerhout, 137/188; 05-08-1735:
Kwijting van een jaarlijkse rente van 50 gulden op het hof van plaisantie, de herberg de Roosenhoed . Heer Nicasius Joseph de Witte tegenover de heer Jan Baptist Sauvé.
Kwijting van een jaarlijkse rente van 50 gulden op het hof van plaisantie, de herberg de Roosenhoed. Heer Nicasius Joseph de Witte tegenover de heer Jan Baptist Sauvé. Vernieuwing door Frans Eduard Salicati.

Rechterlijk Archief Antwerpen, Oud Gemeente Archief Deurne-Borgerhout, 139/070; 11-12-1744:
Verkoop door Anna Maria Backaert, weduwe Jan Baptist Sauvé aan Frans Hoefnagels en Catharina Bessems, van een huis van plaisantie, vroeger het Portugesenhof, nu het Lammekens Roosenhoet in de Drossaardstraat, zuiden het Hoefijzer.

De familie Sauvé stamde vermoedelijk af van Hugenoten uit het Franse plaatsje Sauvé. Vader Daniel Sauvé was schoolmeester van de Franse school en getrouwd met Anne Morel, wiens vader borger en surgijn van 's-Hertogenbosch was. De broers en zussen van Isaac zijn allen in Heusden bij 's-Hertogenbosch geboren. Isaac Sauvé kwam vanuit Heusden rond 1673 naar Asten als schoolmeester en opvolger van zijn vader. Hij werd in Asten schoolonderwijzer, voorzanger en later koster en chirurgijn, maar was ook herbergier en jeneverstoker. Familieleden van hem werden aangesteld als onderwijzers in Vlierden en Lierop. Isaac Sauvé was niet populair in Asten, maar dat is niet zo raar als protestant tussen de katholieken.

Isaac Sauvé wordt in het archief genoemd met betrekking tot een genezing, waarvoor nog betaald moest worden:

Asten Rechterlijk Archief 6 folio 303; 23-11-1673:
Meester Isac Saophier, aanlegger contra Hendryck Peters, gedaagde. Betaling van 7 gulden 10 stuiver wegens een cure gedaan aan Walraven Janssen waarvoor gedaagde, volgens zijn handtekening, heeft beloofd.
Marge: Frans Thijssen en Gort van Gorcum zullen met beide partijen overleggen om tot een overeenkomst te geraken.

Er is ruzie tussen Isaac Sauvé en Elisabeth Jansen Lomans, getrouwd met Egidius Fransen, omtrent het slaan van een leerlinge:

Asten Rechterlijk Archief 108 folio 126 verso; 07-06-1689:
Elisabet, weduwe Marten Geerit Doensen, 45 jaar en Catalijn, dochter Jan Lomans, 25 jaar. Zij verklaren ter instantie van Meester Isaack Sauve, coster en schoolmeester, dat Elisabet, dochter vrouw van Dielis Fransen, op gisteren 6 juni, met Isaac Sauve eenige twistige woorden had, ontrent haar, deponentes, woninge. Onder andere zei Elisabet tegen Sauve: "Isaac Sauve, gij sijt een schelm". Waarop Sauve tegen haar, deponente, zei: "Lijs, neemt dat in kennis".

Asten Rechterlijk Archief 108 folio 127; 08-06-1689:
Jan Jansen van Ruth, 38 jaar en Margriet Evert Peeter Dors, zijn vrouw, 40 jaar. Zij verklaren te instantie van Jelis Fransen en zijn vrouw Elisabet dat op 6 juni laatstleden in hun, deponenten, huis is gekomen Elisabet Jelis Fransen welke vertelde, dat Isaac Sauve, coster en schoolmeester, de dochter van Jan Paulus, haar, Elisabets nicht, had geslagen in de school. Tijdens dit vertellen is voorbij deponents woning gekomen Meester Isaac Sauve voorschreven welke onder andere tegen Elisabet Jelis Fransen zei: "Soo, caronne ,vercken ofte hoer compt daeruyt, ick sal der U oock ens voorbruyen". Hij, eerste attestant, heeft dan gezegd: "Elisabet, gaet uyt den huys, den schoolmeester en heeft het hart niet dat hij Uw slaet". Op dit zeggen is zij uit het huis van hen, attestanten gegaan. Zij hebben Sauve nog met zijn vuist zien dreigen om te slaan en tegen Elisabet horen zeggen: "Gij, vercken, caronne en hoer, welle ick soude U oock eens wel voor Uw backes bruynen". Elisabet antwoordde hierop: "Indien gij sulcx doet, soo sal ick Uw segelen kapot smeyten". Na deze woorden zijn zij uit elkaar gegaan.

Isaac Sauvé koopt een stuk land bij het schoolhuis (zie Voormalig huis G671), waar dit familiehuis zal worden gebouwd:

Asten Rechterlijk Archief 86 folio 97 verso; 20-04-1690:
Hendrick Antony Canters en Antony Josephs Verdeuseldonck, collecteurs der verponding Sint Jan 1686-1687 verkopen ingevolge Haare Edele Moogendheden Resolutie der geabbandonneerde huizen en landerijen, geëmaneert en insuficiënt zijnde bij de gebruikers de verpondingen en andere dorpslasten te kunnen opbrengen. Zij verkopen de goederen van wijlen Jan Willems van Ostaden zoals ze nu in gebruik zijn bij Jan Antonis Lomans. Zij verkopen aan Meester Isaac Sauve, coster en schoolmeester land het gemeen Schoolhuys 1½ lopense, ene zijde Aert Aerts, andere zijde het gemeen Schoolhuys, ene en andere einde de straat. Verponding ƒ 0-14-0 per jaar. Koopsom ƒ 39,-.

Er wordt een overeenkomst gesloten tussen het gemeentebestuur van Asten en Isaac Sauvé in zake het genezen van de armen, het luiden van klokken en het stellen van het torenuurwerk en drie jaar later ook voor het onderhoud van de school en de schoolmeesterswoning:

Resolutie Asten 12-10-1693:
Alsoo bij mijn heeren schepenen deser grondtheerlijckheijdt Asten, goedgevonden ende verstaen, dat meester Isaec Sauve als Chirurgijn voortaen sal cureren alle soodanige persoonen, diewelcke vanden armen sijn levende, ende onderhouden worden, ofte publieckelijcken langst de deuren gaen, omme een aelmoesse te versoecken, met dien verstande niet een duijt van soodanige persoonen en sal vermogen te pretenderen eijschen ofte ietwes dien aengaende tot laste van den armen te mogen eijsschen, ofte inne te brengen, voorwelcke voorschreven cuijre den voornoemden meester Sauve jaerlijcx sal mogen bouwen ende betaelen sesloopensaet uijtgesaeijlandt, exempt van alle dorps maect contributie, ende verpondinge boven op ende behalven noch drie loopenssaet teulandt zegel waer vanden voorschreven meester Sauve voor het aenvangen van desen contracte vrije was van alle dorps contributien, dus dat den selven meester Sauve jaerlijcx vrije ende exempt van alle dorps contributiën ende verpondingen sal bouwen, ende beteulen tsamen negen loopensaet, wessulucx den voornoemde meester Sauve gehouden sal wesen metsijn eijgen familie alle sondaegen voor ende naer de middagh te luijden met de clocken behoorlijcken tot den dienst der predicatie, als mede alle daegen in de weecken te luijden des smiddaghs als de clocke twaelf uijren is geslaegen, gemeenlijck genaempt wordende middagh geluijt, gelijck voor desen meer maelen is geschiet, voor alle het welcke luijden der clocken den voornoemde meester Isaec Sauve vans gelijcken mede niet een duijt en sal vermogen voor eijsschen ofte pretenderen, nadien is mede hier inde geconditioneert dat het stellen van het dorps oirlosie op den toorn sal sijn ende blijven ter discretie van schepenen, voor welck jaerlijcx stellen vant oirlosie den voornoemde meester Sauve sal gecort worden van sijn dorpstractement de somme van vijf gulden ende het superplus moet bij de gemeente betaelt worden, aen die gene die welcke het oirlogie stelt, ofte stelle sal, mitsgaders alle achterstallige contributien ende verpondingen noch onbetaelt staende sullen hem Sauve geremitteert sijn dus sal den voornoemde Sauve de verpondinge moeten betaelen van sijne groes beemden hoe ende van wie die gehuijrt sijn ende sal den voornoemde meester Sauve voor soo veel aengaet int cureren van de arme lieden in de schoole voor soo langen tijt volstaen met sijnen soon, die vermijnt wort daertoe bequaem te sijn, mitsgaders de hoorngelden, ende mergentaelen bij vreemde pachters ingepacht sijnde, sal den voornoemde Sauve de selve gehouden wesen te betaelen, maer sal de selve betaelinge aen hem meester Sauve door de borgemeesteren in dat jaer sijnde gerestitueert worden. Aldus goedgevonden, ende geresolveert op heden binnen Asten den twaelfsten dagh der maent octobris 1693.
Henrick Canters, schepen; Marcellus Martens, schepen; Huijbert Jan Tielen, schepen; Anthonis Josephs, schepen; Gisbert Hendricx, schepen en Willem van Heuchten, schepen.

Resolutie Asten 21-05-1696:
Dat oock op den 21 Maij 1696 naerder tussen schepenen regenten van Asten ter eenre ende voornoemde meester Isaac Sauve is onder anderen gecontracteert dat alle de jaerlijcxe reparatien van het gemeene schoolmeester huijsinge, schop, schuijrken, oven, put, hegge, glasen, ende voorts allen reparatien diewelcke soude mogen gedaen worden, in het schoolhuijs, schop, schuijrken, oven, put, mits van dien uijtgesondert, hij voornoemde meester Isaac Sauve heeft aengenomen, te doen geduijrende den tijt, soo lange hij alhier binnen Asten het coster ende schoolmeester ampt is bedienende, soodanigh dat de gemeente van de oncoste der reparatien,sal sijn bevrijt ende ontlast, mits daer voor genietende eene somme van twaelf gulden jaerlijcx Sint-Jan doenmaels volgende te beginnen als alles breeder bij de selve acte. Soo sult Ghij vorster voorschreven uijt naemende van wegen gelijcke schepenen van Asten voorschreven vervoegen, bij ende aen den persoon van den voornoemde meester Isaac Sauve gewesene schoolmeester alhier ende aen den selver opseggen ende denuntieren, soodanige vrijdomme, als hij van cureriage der armen, alhier heeft genooten mitsgaders soodanigh tractement als aen hem voor 't luijden der clocken, als stellen der horologie jaerlijcx was toegevoeght , sullende voorts aen , hen over niets meer aen hem van gemeents wegen werden goet gedaen, ofte betaelt als houdende sij schepenen requirantie, de resolutie des aengaende in October 1693 genomen voor inne getrocken.

Er wordt een proces gevoerd tegen Isaac Sauvé vanwege achterstallige huurgelden:

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 12-10-1695:
Joost Roefs, aanlegger contra Meester Isaac Sauve, coster en schoolmeester, gedaagde. Gedaagde heeft van aanlegger in huur gehad land in het Dorp 2 lopense. Huurtermijn 3 jaar à 6 vat rogge per jaar. Lasten voor rekening huurder. Huurder is niet alleen de huur schuldig gebleven maar heeft ook nagelaten de dorpslasten en de verponding te betalen. Dit ondanks vele civiele aanmaningen. Aanlegger vraagt om gedaagde op te leggen de betaling van 18 vat rogge huur.

Een akkoord wordt gemaakt over het kosteloos les geven aan arme kinderen door schoolmeester Isaac Sauvé:

Asten Rechterlijk Archief 110 folio 87 verso; 09-09-1700:
Antonis Josephs, Willem van Heughten en Gijsbert Hendricx gewezen schepenen. Zij verklaren ter instantie van de Armmeesters van Asten dat zij in 1696, toen zij schepen waren, een akkoord hebben gemaakt met Meester Isaac Sauve, coster en schoolmeester, betreffende het leeren der arme kinderen, dat de selve van de arme kinderen noyt noghte nimmermeer niet een duyt dienaengaende sal pretenderen, wegens tleren der arme kinderen. Jae, wat meer is den voornoemde Sauve tselve oock door den vorster, alhier, heeft laeten afcondighen ter plaetse daermen gewoon is publicatie te doen. Dat iederen sijn arme kinderen tot schoole soude stuyren. Attestanten persisteren hierbij ook nadat het hun tweemaal is voorgelezen.

Asten Rechterlijk Archief 110 folio 88 verso; 10-09-1700:
Jan Jan Swagers, 66 jaar en Joost Roefs, 58 jaar. Zij verklaren dat enige jaren geleden, de preciese tijd niet meer wetende, door de vorster publicatie is gedaan, ter plaatse waar men dit gewoon is te doen, namens Meester Isaac Sauve, coster en schoolmeester, alhier, dat iedereen van de ingezetenen van Asten haar kinderen bij hem, Sauve, ter school kon bestellen en dat hij de kinderen van rijke personen zou laten leren voor het gewone schoolgeld en de arme kinderen zou hij voor niets of zonder enig schoolgeld laten leren.

Zoon Lambertus van Isaac Sauvé krijgt een bewijs van goed gedrag en zoon Daniel wordt naar Middelburg gestuurd om geld te ontvangen:

Asten Rechterlijk Archief 111 folio 14 verso; 02-08-1706:
Certificaat ten behoede van Lambertus Sauve, wettige zoon van Meester Isaac Sauve, coster, schoolmeester en chirurgijn, alhier. Lambertus Sauve heeft zich geduyrende den tijt sijnder woondinge, alhier, binnen Asten, sigh selven als een vroom, eerlijck ende neerstigh jongman gedragen waarvan wij niets anders weten te seggen als eer en deugt. Edoch voor alles voor soo veel ons kennelijck is.

Asten Rechterlijk Archief 111 folio 43; 01-06-1707:
Faes Kerckels, smit, als vader en enige erfgenaam van Jan Kerckels, zijn zoon, geeft procuratie aan Meester Daniel Sauve, zoon van Meester Isaack Sauve, coster en schoolmeester, alhier, om zich te begeven naar Middelbergh en aldaar te ontvangen van de Heer Boecker ƒ 16,- of zoveel hij te goed heeft van de boekhouder van het schip en blijkt uit het boekhoudersboek.

Isaac Sauvé beoefent naast zijn beroep als schoolmeester en koster ook nog het beroep van chirurgijn uit en heeft nog een rekening uitstaan:

Asten Rechterlijk Archief 12 folio 63; 19-11-1708:
Meester Isaac Sauve, chirurgijn, aanlegger contra Aert Aerts Tielen, gedaagde. Aanlegger verklaart dat op 4 maart 1708 bij hem is gekomen Anneke Tijssen hebbende de rechterhandt gedefloreert. Hij heeft deze verbonden en gecureert en van dag tot dag nagezien, tot circa half april, toen de wonde genezen was. De kosten hebben bedragen ƒ 7-10-0. Op 28 april is Aert Aerts Tielen, schoonzoon van Anneke Tijssen, bij hem, aanlegger, gekomen en heeft de toezegging gedaan dat er betaald zou worden. Omdat hij samen met Jan Mathijssen de Groot, zoon van Anneke, op 4 maart 1699, de goederen van Anneke heeft gedeeld en zij beiden Anneken alimenteren kan hij dus ook voor aansprakelijk gehouden worden.

Isaac Sauvé stelt zich borg voor de schoonvader van zijn zoon Daniel:

Asten Rechterlijk Archief 12 folio 251; 01-08-1712:
Antony Jan Bocx, coster en schoolmeester, te Leende, heeft ƒ 200,- ontvangen en ƒ 30,- wegens 3 jaar intrest uit de geëxecuteerde goederen, laatst in gebruik geweest bij Maria weduwe Dierck Coolen. Meester Daniel Sauve, koster en schoolmeester, alhier, stelt zich borg voor bovengenoemde som indien zich andere, meer preferente crediteuren melden.

Als Isaac Sauve stopt met het beroep van schoolmeester, worden zijn privileges ingetrokken:

Resolutie 20-01-1713:
Ende ten reguarde van het gecontracteerde, tussen schepenen regenten van Asten, ter eenre ende meester Isaac Sauve, als gewesene schoolmeester alhier ter andere sijde op den 21 Maij 1696 naer gedaen sult ghij uijt naem, ende van wegen als voore, aen den selven meester Sauve aenseggen , dat ter wijlen hij nu over lange van sijn costen, ende schoolmeester ampt heeft gerenunsieert, ende eenen anderen is gesuccedeert, dat het selve gecontracteerde van den 21 Maij 1696 oock is comen te cesseren ende gevolghlijck, dat hij alle de coster ende schoolmeester huijsingen, schop, schuijerken, oven etcetera sal repareren, gelijck hij dat aengenomen heeft te doen, op dat den tegenwoordigen schoolmeester ende coster, daer over geen clachten aen haer requiranten, en vermagh te doen, ende dat aen hem oock, die twaelf guldens jaerlijcx, daer voor gelooft 'tsedert Sint-Jan 1712, niet meer sullen werden betaelt, ofte goet gedaen, maer dat des aengaende ontrent den tegen woordigen schoolmeester ende coster sal werden gereguleert, als naer volgens school, ende costers reglement sal bevinden te behooren. Dat gedaen levert copije ende geeft U relaes ende wedervaren met dagh ende date om. Actum Asten den twintighsten Januarij eenduijsent seven hondert ende darthien.
Henderick Tho Poell, schepen; Philips van Heusden, schepen; Jan Hicspoors, schepen; Joost van Heughten, schepen; Joost Roefs, schepen; Franciscus van de Cruys, schepen en Sijmon Isbouts, schepen.

Het chirurgijnswerk van Isaac Sauvé wordt waargenomen door zijn zoon Daniel Sauvé:

Asten Rechterlijk Archief 114 folio 157 verso; 02-03-1715:
Schepenen van Asten, de drost, Galenius Knips, medicine doctor en Daniel Souvez, chirurgijn, zijn gaan schouwen en visiteren het dode lichaam van Peeter Aart Driessen. Zij verklaren bevonden te hebben dat de contusie niet doodelijck is geweest, maar ter oorsake van het trepanneren dat de trepaan is doorgegaan door de duramater en piamater, waardoor de arteria laratides is doorgeboort sijnde 't cranium sonder de minste quetsinge bevonden waaruyt soodanige obstructie in de voorseyde duramater en piamater is ontstaan dar daaruyt een grangena is gevolgt, waadoor de dood onvermijdelijk is ontstaan.

Daniel Sauve heeft nog les gegeven in de school, maar hij krijgt het verwijt van de predikant dat hij niet goed les geeft:

Asten Rechterlijk Archief 115 folio 24; 21-10-1718:
Schepenen van Asten verklaren, ter instantie van Willem Hendrik Vermeer, predikant, dat wij gisteren 20 october 1718 door Vermeer zijn verzocht om de school te visiteren, welke school wij samen met Vermeer bevonden hebben zonder schoolmeester, dit omtrent 10 uur in de voormiddag. Wij hebben gehoord dat Vermeer aan de schoolmeester vroeg of deze vanmorgen in de school is geweest hetwelk door hem werd ontkend. Even later zijn drie schepenen met name Jan Hicxpors, Symon IJsbouts en Frans van Weert naar de voorszeide school gegaan en daar weer geen schoolmeester gevonden. Nog later zijn toen de schepenen, met uitzondering van Bendert Vervordeldonck, in de raadkamer te samen waren tot verrigtinge van ons gemeyns affairens daar verschenen Vermeer en de schoolmeester Daniel Souve en dat Vermeer ons seer beleefdelijck vragende met de woorden: "Heere schepen, isser iets van U dienst?". Waarop Antony Canters, schepen, zei: "Mijnheer Vermeer, de presentie van U Edele persoon is ons aangenaam in de raatcamer, maar wij hebben U Edele niet doen roepen." Waarop Vermeer zei, door de schoolmeester verzocht te zijn eens in de raadkamer bij de schepenen te komen en hij meende dus verzocht te zijn. Waarop de schoolmeester zei: "Wat redenen hebde gij, Mijnheer Vermeer, met schepenen mijn school te visiteren?"
Welke daarop antwoordde: "De algemeene clagte dat de schole niet naar behooren wiert waargenomen ende verders, dat hij door de vrouwe van Asten al voor lange was aangemaant om, als predicant deser plaatse, daar in te voorsien en den schoolmeester tot het beter waarnemen van sijn schooldienst te obligeeren, de wijl haar Hooge Edele Vrouwe van Asten verscheyde klagten waren voorgecomen." En dat wij schepenen verder gehoord hebben dat Vermeer de schoolmeester ernstelijck vermaande dat hij volgens het schoolreglement van de Raad van State de school voor- en na de middag zou waarnemen en dat hij, Vermeer, het voornemen had om de school meermalen te visiteren.
Waarop de schoolmeester in stevige woorden sprak: "En gij neemt U dienst oock niet naar behooren waar en gij behoorde ook wel tweemaal te preken." Waarop Vermeer zei, dat hij wegens zijn zwakheid nog niet in staat was, zijnde twee jaar na elkaar te Aken geweest om daar de baden te gebruiken ter herstelling van zijn gezondheid en dat hij zijn dienst voor de Classis en Sinode, waarvan hij zei gedeputeerde te zijn, kon verantwoorden. De schoolmeester verweet hem hierop: "Gij bent nu voor enigen of corten tijt een groten bisschop, dat sal niet lang duren, gij bent evenwel geen paus." Waarna Vermeer aan de schoolmeester heeft gevraagd of hij nog wel wist van de sententie van het Classis, na Pasen 1717, welke sententie Vermeer aan ons heeft gepresenteerd te laten lezen. Zeggende hij, Vermeer, tegen de schoolmeester: "Gij hebt U beroempt, alsof gij over mij getriumpheert hebt." Verhalende verder de contenue van die sententie, namentlijck dat hij, schoolmeester, om sijn ongehoorsaamheyt in de kerck gepleegt censurewaardig was volgens het 3e en 4e artikel vant schoolreglement. Dat hem dit voor deze maal vergeven soude worden. Mits dat hij corum facie classis den voornoemde Vermeer vergiffenis soude versoecken en sig voortaan versigtig en gehoorsaam soude dragen".
Waarop de schoolmeester zich niet heeft ontzien te zeggen: "Sij konnen schrijven wat sij willen, daar gaat niet int Classis om als leugenen." En dat de voornoemde schoolmeester nog zei aan dito Vermeer iterativelijcken ende verscheyde malen: "Gij liegt het en gij seyt eenen grooten leugenaar. Gij bent eenen geck en gij hebt gecke fratsen in Uwen cop." Nog verkalren wij gehoord te hebben, dat Vermeer, zei tegen den schoolmeester: "Omdat gij den voorleden sondag den openbare godtsdients geturbeert hebt, soo verbiede ik U oyt of oyt in de predicantsbanck te gaan sitten en laten 't U dat sien." En verder gehoord te hebben dat de schoolmeester de ene zuster van Vermeer beschuldigde dat zij de godsdienst geturbeert had omdat zij voor de godsdienst uit Vermeers bank een kerkboek had genomen, omdat in haar bank een boek ontbrak. Beschuldigende de andere zuster van Vermeer dat zij gedurig uytliep int Dorp om leugens te hooren en die aan Vermeer te brengen. En hij, schoolmeester, Vermeer weer aansprekende zei: "En gij Tycken se aan en doet 't Uwe daarbij en maakt se nog grooter als se sijn."

Later komt Daniel Sauvé hierop terug en biedt zijn verontschuldigingen aan:

Asten Rechterlijk Archief 115 folio 27; 18-11-1718:
Schepenen van Asten laten weten dat Daniel Souve, schoolmeester en koster, revoceert en herroept al hetgene hij 20 october laatsleden in de raadkamer tegen de Edele Classis van Peel- en Kempenlant, de Heer Willem Hendrik Vermeer, sijn predicant en desselfs susters, als notoire onwaarheden en lasteringe gesproken heeft. Betuygende voor Godt, sulcx hem van door de drift van sijn passen hem sulcke woorden te hebben laten ontvallen. Hij verklaarde verder dat hij Vermeer erkende voor een eerlijk en waardig predikant van een onberispelijke levenswandel op wie niet hen minste te zeggen viel. Ook de zusters van Vermeer hield hij zedig en waardig. Hij verzoekt de Edele Classis om een gunstige vergeving vant geene hij tot nadeel van die hoogweerdige vergaderinge gesproken heeft. Vermeer en zijn zusters nemen deze excuses aan op conditie dat indien hij zich onverhoopt weer te buiten zou gaan deze niet gemaakt zijn.

Toch heeft dit niet geholpen en wordt Daniel Isaac Sauvé gedwongen om van standplaats te ruilen met Gabriel van Swanenberg (zie Voormalig huis G671) uit Hoogeloon.

Zonen Lambert Sauvé en Marcus Sauvé gaan om met de beruchte inwoner Willem Mathijs Somers en ondervinden daarvan de gevolgen:

Asten Rechterlijk Archief 13 folio 107; 05-07-1713:
Jenneke Tonis, 25 jaar, verklaart, onder eede, ter instantie van de drossard, dat zij, deponente, op zondag, tussen 5 en 6 juni 1712, als nabuur van Gijsbert Hendricx, die ziek op bed lag, samen met Dirck Tijssen en diens vrouw gewaakt heeft. Dat laat op den avond, of in de voornacht, in het huis is gekomen Willem Mattijs Somers en Lambert Isaack Sauve welke, bij haar en de andere wakers enige tijd hebben gezeten. Dat door Dirck Tijssen werd gezegd dat in de schuur van Antony Canters, oud president, die tegenover het voorschreven huis staat, twee personen lagen, zijnde metselaars. Hierop is Lambert Sauve en kort daarop Willem Mathijs Somers uit het huis van Gijsbert Hendricx gegaan.
Zij, deponente, verklaart verder dat Lambert en Willem bij haar in het voorschreven huis weer terug zijn gekomen, zeggende: "Wij hebben hier twee ofelewijen (kussens) gevonden". De ene werd stuk gescheurd door Willem Mattijssen en de andere op haar slip geworpen. Verder heeft zij gehoord dat buiten de deur iemand zei: "Wie is degene die ons die ofelewijen woude geven?", zij heeft gezien dat Lambert Sauve eenen iseren moespoet heeft gevat en daarmee buiten de deur is gelopen en dat Willem Mattijssen, de lamp die aan de lampstok hing, op de grond zette en met de lampstok naar buiten ging. Daarna hoorde zij op straat een groot tumult en dat er werd geroepen, zo zij verstaan heeft van andere: "Broeder, helpt mij". Zij verklaart verder dat daarna Lambert Sauve weer in huis is gekomen en sijn aengesigt bebloeyt was en nadat deze weggegaan was dat Willem Mattijssen weer bij haar was gekomen, vragende naar Lambert Sauve, die vertrokken was.
Dat Willem Mattijssen zei: "Ik heb aen Canters poort den eene nog braeff geslagen".

Asten Rechterlijk Archief 114 folio 103 verso; 02-05-1715:
Schepenen van Asten verklaren te zijn geweest ten huize van Isaac Sauve alwaar was liggende, gequest, Marcus Sauvee, vorster, dewelken hadde een seer groote wonde in sijn linkersijde, boven de heupe. Deze wonde is op de dato door Johan van den Grootenacker, medicijnen doctor en Daniel Sauvee, currurgin, verbonden. De wonde schijnt niet zonder gevaar te zijn. Hij heeft verklaard dat hij gisteravond, 1 mei, tussen 9 en 10 uur, uit het Dorp naar het kasteel wilde gaan, om de gevangene, aldaar, te bewaren. Samen met de hovenier van het kasteel, gekomen zijnde bij het huis van de weduwe Cornelis Hendricx zag hij iemand staan, waarvan hij meende, dat die hem wilde passeren. Op het moment van passeren voelde hij, vorster, een steeck in sijn slincke seyde, boven de heup, met een mes becoomen te hebben. De dader dat mes willende uyttrecken is daarop ter aarde gevallen. Waarop hij vorster, meende dat deze hem andermaal wilde quetsen. Zoals, ons schepenen, ook gebleken is aan een snee over de rok, doch niet daar doorheen gaande. Hij, vorster, heeft zich in defensie willen stellen, doch aanstons, door het sterck bloeyen, sig buyten staat bevonden eenige defensie te connen doen. Hij heeft zich op alle denkbare wijzen, om de aanslag op zijn persoon te eschappeeren geretireert eerst tot het huis van Francis van de Loverbosch, zich daar niet te secuur bevindende geretireertop de Kerckhoff, alwaar door Joost Mattijs Somers, wiens stem en persoon hij zeer wel kent, geroepen is geworden: "Marcus" zonder hierop te antwoorden. Verklarende hij, vorster, niemant anders dan de voorschreven Joost Tijsse gesien of gehoort te hebben en door denselven gwont sijn geworden. Hij heeft met niemand in deze dagen kwestie gehad.

Catharina Janssen woont in bij Isaac Sauvé, vermoedelijk als hulp in de huishouding:

Asten Rechterlijk Archief 114 folio 126 verso; 26-10-1715:
Jan Hicxspors, Bendert Vervorreldonck en Frans van Weert, schepenen, verklaren ter instantie van Hendrick Tho poel, president, dat zij, nu omtrent vijf à zes weken geleden voor hen en de president ten huize van Francis van de Loverbosch is gekomen Lijneke Jansse, voorheen gewoond hebbende bij Tony Kanters en nu wonende bij Isaac Souvee.
Welke Lijneke, de president vroeg, of hij het geld nog had dat hij haar getelt en gepresenteerd had namens Antony Canters. Waarop de president antwoordde: "Ja, waarom waarde gij Lijneke soo geck, doen het gelt getelt was dat gij dat doen niet hebt opgetrocken?" Waarop Lijneke openlijk bekende dat zij 't gelt door den president haar was toegetelt dog dat sij weygeragtig was geweest 't op te vatten omdat sij haar knegts niet en hadde gesproken. Deponenten hebben toen gevraagd wie dat waren en Lijneke heeft dan gezegd de advocaat Molemakers en procureur Idelet.

Isaac Martin Daniel Sauvé is rond 1716 te Asten overleden en zijn weduwe verdeelt de erfenis met de kinderen:

Asten Rechterlijk Archief 114 folio 188; 31-08-1716:
Elisabet, weduwe Ysaac Souve, in leven geweest schoolmeester en koster ter eenre en Jan Baptista Souvee deze mede voor Joost Jansse getrouwd met Maria Souve, Anneke Souve tesamen wonende te Antwerpen, Daniel Souvee, Tony Souve, Constant Sigenhoorn getrouwd met Hendrien Souvee, Jacobus Souvee mede voor Marcus Souvee en Lambert Souvee. Kinderen en erven van Isaak Souve. Zij delen, de eerste comparante voor de helft, de overige comparanten samen de andere helft, van diens nagelaten goederen.
1e lot krijgt Elisabet, de weduwe de kamer met de kelder, opkamer boven de voorschreven kamer en kelderkamer met een deel van de hof daarachter gelegen en de schop daaropstaande naast het huis en hof in het Dorp, ene zijde de straat; het klein huiske of stoockhuyske, zonder de materialen die behoren tot de stokerij; een deel van de hof zover als afgepaald is, ene zijde kinderen Aart Aarts, andere zijde de delers. Belast met ƒ 15,- aan de kinderen en de helft van de lands- en dorpslasten uit de gehele goederen.
2e lot krijgen de kinderen de keuken, koestal en schuur aan elkander getimmerd en gelegen, met de zolder en huysinge daaropstaande en liggende; een deel van de hof, ene zijde de delers, andere zijde kinderen Aart Aarts en de delers. Met de conditie dat de mededeylders bijaldien een deur buyten uyt de camer naast den hof wilde maken altijt eenen weg van vijf voeten breet tussen de keuken, koeystal en schuur voorschreven en hof sal mogen gebruyken om naar 't kleyn huyske of stoockhuys te mogen gaan.

De kinderen verkopen hun erfdeel aan hun moeder:

Asten Rechterlijk Archief 92 folio 98; 23-02-1717:
Daniel Souve voor zichzelf en mede voor Tony Souve, te Vlierden, Marcus Souve, Lambert Souve, Jacobus Souve, Constans Sigenhoren getrouwd met Hendrina Souve en Anna Souve. Zij verkopen aan Elisabet, weduwe Isaac Souve, hun moeder de keuken, neeren, koestal met den hof in 't Dorp. En dat voor hun deel zoals verkregen bij erfenis van hun vader. Koopsom ƒ 80,-.

Zoon Marcus Sauvé heeft in december 1717 een moord gepleegd op Hendrik Matijssen Roeters. Hij vlucht naar België, maar zijn moeder neemt het nog voor hem op:

Asten Rechterlijk Archief 114 folio 253; 21-01-1718:
Lijneke Aarts, 40 jaar, verklaart ter instantie van de justitie dat het waar is, dat enige dagen na de gedane manslag van Hendrik Mattijsse ten hare huize is geweest Elisabet, weduwe Isaac Souve, moeder van Marcus Souve, sprekende over de manslag en tegen haar dreygensgeweyse zei: "Den heelen hoeck denoterende daarbij, zo het scheen, de plaats of het gehucht waar de manslag is gedaan en verscheidene getuigen wonen, sal daar nog onder leyden". Zij blijft, ook na prelecture, bij de afgelegde verklaring.

Zoon Lambert krijgt opnieuw een paspoort en komt verder in de archieven niet meer voor:

Asten Rechterlijk Archief 114 folio 255; 25-01-1718:
Paspoort voor: Lambertus Souve, zoon van Isaac Souve, in leven koster en schoolmeester, alhier. Hij is ingezetene van Asten en van de ware christelijke gereformeerde religie.

Elisabeth Timmermans heeft nog een schuld aan molenaar Cornelis Manders:

Asten Rechterlijk Archief 92 folio 167; 11-10-1719:
Elisabet, weduwe Isaac Souvee, is schuldig aan Cornelis Manders ƒ 200,- à 4%.
Marge 19-01-1726 gelost aan Gijsbert Coppens getrouwd met Maria Hoefnagels, Tomas Hoefnagels en Francis Conincx als momboiren van de kinderen Goort Hoefnagels, Jan Crol getrouwd met Engele Hoefnagels.

Als Elisabeth Timmermans ziek wordt, maakt zij haar testament op en schenkt zij meubelen aan haar dochter Hendrina en de rest van haar goederen aan zoon Jacobus Sauvé:

Asten Rechterlijk Archief 15 folio 103 verso; 25-02-1721:
Elisabeth, weduwe Isaac Souve, ziek, testeert, onder andere:
Alle voorgaande maakselen vervallen. Aan Hendrien, haar dochter, soodanige meubelen als sij tegenwoordigh van haar, testatrice, heeft genoten. Jacobus Sauve, waar zij, testatrice, tegenwoordig bij woont, wordt haar universele erfgenaam, dit uit bijzondere liefde en diensten die hij aan haar heeft gedaan. De andere kinderen, die worden uitgesloten uit het testament, zullen na haar, testatrices, dood, van Jacobus ontvangen ieder een gulden vijf stuiver, zonder meer, als een erkentenisse.

Elisabeth Timmermans is te Asten op 26-02-1721 overleden en hieronder haar begraafakte:

image001.jpg

Dochter Hendrina Sauvé ontvangt geld van de armmeesters:

Resolutie 24-03-1722:
Vergaderinge van den heer drost en schepenen, dijnsdagh den 24 meert 1722. Is goet gevonden dat de armmeesters verders sullen hebben te continueeren, in de weeckelijcke acht stuijvers aan Hendrina Sauve te betalen tot naarder oordre.

Zoon Jacobus Sauvé is geboren te Asten op 20-07-1692 en op 30-06-1720 te Someren getrouwd met Petronella Lambert Kusters, geboren te Someren op 24-09-1693 als dochter van Lambertus Franssen en Maria Martens:

image003.jpg

Het gezin van Jacobus Sauvé en Petronella Lambert Kusters:

# Voornaam Geboorte Huwelijk Overlijden Referentie
1 Elisabeth Asten 16-04-1721 Asten 19-06-1746
Gerrit de Schinkelaar
Asten 08-01-1777
2 Martina Asten 21-08-1723 ±1750
Peter van El
Antwerpen
3 Lambertus Asten 12-10-1726 Kind Asten ±1726
4 Josephus Asten 15-03-1730 Asten 24-11-1754
Johanna Maria Jan Loomans
Asten 18-02-1782
5 Lambertus Asten 08-11-1732 Asten 12-09-1762
Engelina van de Loverbosch
Asten 21-02-1804
6 Anna Maria Asten 04-12-1736 Kind Asten ±1736

Jacobus Sauvé vraagt voor zijn huwelijk nog een paspoort aan:

Asten Rechterlijk Archief 114 folio 255 verso; 25-01-1718:
Paspoort voor: Jacobus Souve zoon van Isaac Souve, in leven koster en schoolmeester, alhier. Hij is ingezetene van Asten en van de ware christelijke gereformeerde religie.

Zijn zus Anna geeft aan Jacobus Sauvé toestemming om geld te vorderen en daarmee de schuld van zijn moeder af te lossen:

Asten Rechterlijk Archief 115 folio 105; 01-04-1721:
Anna Souve geeft procuratie aan Jacobus, haar broeder, om namens haar te ontvangen van Francis van Rijt ƒ 52,- , zijnde een restant dat zij nog te vorderen heeft wegens geleende penningen. Met deze penningen kunnen de schulden van haar moeder, Elisabeth Souve, betaald worden.

Verhoor van een aantal Astenaren voor de verkoop van graan, waarbij Jacobus Sauvé een rol speelt:

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 28-07-1734:
Verhoor ten behoeve van Peter de Cort, drost, van Jan Janssen Aerts, ondervorster, Delis van den Bergh, Mattijs Goort van Bussel, armmeester, Willem Jan Lomans, Joost Verberne, regerend peelmeester, Bernard Bruynas, Francis Timmermans en Lauwereyns Bruystens onder andere betreffende:
Aan Jan Jansse Aerts, ondervorster, te vragen of hij op zondag, 18 juli 1734, aan het Rooms Kerckenhuys niet heeft afgeroepen dat de Dekens van de Jonge Schutterij, op dezelfde ten huize van de weduwe Frans Huyberts, zouden verkopen enige granen, staande te velde. En wie die opdracht gegeven had?
Jan Janssen Aerts verklaart dat een en ander zo is gegaan. Nol Meulendijk had hem die ordre gegeven.
Te vragen wie dat graan heeft laten inzetten, wie geld heeft geboden en of niet gezegd is dat dergeen die 't hoogste int bot was eenen gulden soude trecken?
Delis van den Bergh verklaart wel gehoord te hebben dat er een gulden trekgeld was inzet. En dat Meester Hendrick Halversmit gekocht had.
Mattijs Goort van Bussel verklaart dat Arnoldus Meulendijx een gulden in zijn hand had en zei: "Dit is het treckgeld, voor den hoogsten insetter".
Willem Jan Lomans verklaart dat het Nol Meulendijck en Steven Jan Stevens, dekens van de Schutterij, het koren in hebben laten zetten en ten dien einde een gulden hebben gepresenteerd.
Joost Verberne verklaart dat Nol Meulendijk heeft ingezet. Dat hij, deponent, heeft afgekocht en dat de koop aan Meester Halversmit is gebleven. Hij heeft de gulden trekgeld getrokken.
Bernard Bruynas verklaart dat Cobus Sauve heeft afgehangen en dat Tony van Riet een gulden op de tafel gesmeten heeft.
Francis Timmermans en Lauwereyns Bruystens verklaren als Willem Jan Lomans.
Wie heeft de condities geschreven, wie de pen gevoerd en wie de aantekeningen gehouden?
Allen verklaren van dit artikel niet te weten. Wel dat Cobus Sauve heeft afgehangen en Hendrik Halversmit koper is geweest.
Te vragen welke personen nog meer in de herberg present zijn geweest en door U gezien?
Door de verschillende getuigen zijn gezien Nol van den Eynden, Nol Meulendijck, Tony van Riet, Goort Bucking, Jan van Hoeck, Toenis Stevens, Dirck Adrians, Tony Metten, Arnoldus Thomas Hendricks, Peeter Langendonck, Hendrick van Geldrop, Jan Joost van Bree, Jan Wolffs, Tony de Kuyper en Jan Jan Paulus.

Jacobus Sauvé heeft nog geld tegoed van Hendrik Frans Hoefnagels:

Asten Rechterlijk Archief 14 folio 500; 04-05-1739:
Jacobus Souve, aanlegger contra Hendrik Frans Hoefnagels, gedaagde. Betreffende een manuale obligatie van ƒ 150,-.
Gedaagde heeft, op 25-03-1720, geleend van Aart Tielen ƒ 150,- à 4% met Jan Doensen als borg.
De ƒ 150,- waren afkomstig van Anneke Sauve.
Deze heeft, op 30-10-1738, deze obligatie verkocht aan haar broeder, de aanlegger in deze, dit met inbegrip van de verlopen intrest.
De totale schuld bedraagt nu ƒ 180,-.
Maar Jacobus Sauvé heeft ook schulden:

Asten Rechterlijk Archief 23 folio 37; 05-12-1740:
Jan Peter Smits, namens zijn moeder, aanlegger contra Jacobus Souve, gedaagde. Gedaagde is ƒ 6,- schuldig wegens het huren van twee groesbeemden in 1740.

Ook bij een volgende verkoop van rogge en wol is Jacobus Sauvé betrokken:

Asten Rechterlijk Archief 30 folio 6; 12-09-1740:
Interrogatorium voor Peeter Jacob Baassen, Jacobus Souvee, Pieter Willem Loomans en Jan Doense. Zij worden gevraagd of zij, op 10-08-1740, ten huize van Jan Janse Paulus, herbergier, zijn geweest waar in het bijzijn van veel omstanders werd verkocht enige wol, alsmede de rogge, staande op de Schutacker en behorende aan de Jonge Schutterij?
Allen antwoorden bevestigend.
Of de verkoop op order van Francis Timmermans is gedaan. En of door deze, op de verkoping van het koren, voor de hoogste bieder tot trekgeld is gezet 3 permissie schellingen, min of meer?
Jacobus Souvee verklaart dat Francis Timmermans hem daartoe had verzocht.
Of het koren en de wol door Jacobus Souve toen niet publiek is geveild en dat door Arnoldus Swanenberg geboden werd ƒ 32-10-0 en daarop door Jan Doense ƒ 33,-?
Pieter Willem Loomans verklaart dat Jan Doense koper van het koren is gebleven.
Of Jan Doense het trekgeld niet gekregen heeft en van wie?
Francis Timmermans heeft het trekgeld uitbetaald.
Wie heeft aantekening gehouden van de verkoop?
Jan van Hoeck.
Wie zijn bij de verkoop aanwezig geweest?
Veel mensen, onder andere Meester Hendrik Halbersmit, Antony van Riet, Meester Gabriel Swanenberg, Arnoldus Swanenbergh enzovoorts.

Jacobus Sauvé heeft nog meer schulden, maar weigert om ze te betalen:

Asten Rechterlijk Archief 23 folio 69; 20-02-1741:
Joost Jan Hoefnagels, aanlegger contra Jacobus Souve, gedaagde. Gedaagde is nog schuldig 4½ vat rogge wegens huur van een akker in de Beckers, over de oogst van 1740. Gedaagde zegt dat de akker bij executie verkocht is en dat heden het hoogsel zal uitgaan. Hij heeft de akker weer ingezaaid en zal hem verliezen als zijn bod niet doorgaat. Als hij hem blijft behouden zal hij de huur over 1740 betalen.

Asten Rechterlijk Archief 23 folio 125; 09-03-1743:
Jan van Hoek, aanlegger contra Jacobus Souve, gedaagde. Gedaagde is nog schuldig ƒ 1-15-4 wegens gemaakte en geleverde schoenen.
Antoni Willem Loomans, aanlegger contra Jacobus Souve, gedaagde. Gedaagde is nog ƒ 2-15-0 schuldig wegens huur van een groesbeemd in 1742.

Uiteindelijk moet hij als kuiper om een aalmoes bedelen:

Asten Rechterlijk Archief 119 folio 69; 11-05-1744:
Jacobus Souve getrouwd met Peternel Costen en zijn kinderen, Elisabeth, Martyn, Joseph en Lambert, ambagtsman, die met het kuypen de kost moet verdienen. Hij is, financieel, niet in staat zijn kinderen behoorlijk groot te brengen. Hij is eerlijk en van goede naam en faam. Mag met deze brief om een aalmoes vragen.

Nog steeds zit Jacobus Sauvé in de schulden:

Asten Rechterlijk Archief 96 folio 67; 27-02-1747:
Jacobus Souve is schuldig aan Jacobus Losecaat ƒ 50,- à 4%.
Marge: 02-12-1777 gelost.

Jacobus Sauvé heeft een overeenkomst gesloten met Wilhelmus Loomans over een pacht en beide partijen eisen nog geld van elkaar:

Asten Rechterlijk Archief 24 folio 5 verso; 24-02-1749:
Jacobus Souve, aanlegger contra Wilhelmus Loomans, gedaagde. Aanlegger zegt dat hem van de gedaagde, van de tiend die zij samen opgevaare en gepacht hebben nog toekomt 6½ vat rogge en een vijm stro doch dat daar nog van af moeten 25 gerwen stro. Hij verzoekt gedaagde deze betaling op te leggen. Gedaagde zegt dat hij 1½ dag koren in de tiend voor aanlegger heeft opgevaren. Hij eist hiervoor ƒ 1-17-8.

Ook met Louis Hoefnagels komen ze er niet uit wie hoeveel geld van wie krijgt:

Asten Rechterlijk Archief 24 folio 11 verso; 09-11-1750:
Louis Hoefnagels, aanlegger contra Jacobus Sauve, gedaagde. Aanlegger eist betaling van ƒ 4-02-0 van geleverde winkelwaar; ƒ 0-15-0 - van de Gemene Middelen 1727-1728. Totaal ƒ 4-17-0. Hierover zijn ze op de laatste geregte niet tot een accoord kunnen komen. Gedaagde zegt dat hij van aanlegger nog te ontvangen heeft van de verponding en tiende het Horstje zijnde circa zeven jaar geleden ƒ 3-15-0 en alnog vier vat rouwgoet à ƒ 0-6-0 per vat ƒ 1-04-0 en nog van het kuypen ƒ 0-12-0. Totaal ƒ 5-11-0. Hij verzoekt aanlegger om dit te voldoen.

Jacobus Sauvé verhuurt een kamer in zijn huis aan Aalbert Verreyt en op een dag vindt er een tafelpartij plaats, omdat Aalbert Verreyt zijn vrouw zou hebben mishandeld. Verschillende Astenaren worden gevraagd om te getuigen:

Asten Rechterlijk Archief 30 folio 73; 28-11-1755:
Verhoor van Aalbert Verreyt, 25 jaar, Johanna Smits, 27 jaar getrouwd met Aalbert Verreyt en Jenneke Vogels, 68 jaar getrouwd geweest met Bernardus Graets.
Of zij, deponenten, wonen in een camer van Jacobus Souve, nevens de Kosterij?
Aalbert Verreyt woont daar met zijn vrouw en zijn moeder, de weduwe Bernardus Graats.
Of op vrijdag, 14 november laatstleden, rond zes uur in den avond, de deur van de camer was gesloten, zeer schielijk en onverwacht, enige personen, hier wonende, zijn gekomen die aanstonds Aalbert en zijn moeder omsingelden?
Aalbert Verreyt en Jenneke Vogels antwoorden bevestigende, Johanna Smits was niet thuis, maar in het huis van Jacobus Souve.
Of voornoemde personen niet waren Dirk van Swanenberg, Joost Voermans, Antoni de Kuyper en Adriaan, de knecht van Antoni Voermans en dat zij Aalbert Verreyt niet onder de armen hebben gevat en zo uit zijn woning hebben gesleept?
Aalbert Verreyt is met het haar gevat door Adriaan en op straat tegenover de kosterij ter aarde nedergedruckt en met het haar weer opgetrokken door Joost Voermans, Pieter Verberne en Antoni de Kuyper.
Johanna Smits heeft van verre gezien dat haar man onder het volk werd weggevoerd. Zonder te kunnen zeggen, door de alteratie, door wie en dat het volk haar naar huis heeft doen gaan.
Jenneke Vogels verklaart dat het gegaan is als in het artikel.
En nadat voornoemde Aalbert Verreyt uit zijn woning was gesleept en getrokken, ofschoon hij telkens bad en verzocht om vrijgelaten te worden door voornoemde personen is vervoerd op het Martvelt, aan en onder de kaak en aldaar enige tijd is vastgehouden door Joost Voermans en Antonie de Kuyper, komende mede een menigte omstanders, waaronder Dirk Swanenberg met een stok of zweep wenkte en op dit wenken Aalbert op een kar werd gedrukt, getrokken aan armen en haar, gebonden met een dik touw om het lijf en hals.
Aalbert Verreyt verklaart dat hij schuin op de kar heeft gezeten en gebonden is geweest. Dat hij Dirk Swanenberg zag wenken en zei: "Swaneberg, segget maar, gij hoeft niet te wenke, want ik sie het genoeg".
Johanna Smits heeft op het tumult en geraas van verre haar man nagegaan en hem dan aan de kaak zien staan. Zij is toen naar huis terug gebracht, zonder verder iets te weten.
Jenneke Vogels verklaart als vermeld, doch het wenken van Swanenberg niet gezien te hebben.
En den voornoemde Aalbert, alzo op geweldige wijze op de kar gebonden zijnde, daarbij op die wijze niet mede heeft moeten zitten zijn moeder, en op die wijze samen zijn rondgevoerd door de straten van het Dorp en aan de herbergen stil gestaan, onder andere aan de herberg van Gerrit van Riet, waar de voerlieden van de kar order vroegen aan Swanenberg, zijn gevoerd naar de Waterpoel, waar Aalbert op blote knieën op de straat, voor alle man, zijn vrouw om vergiffenis heeft moeten bidden of dat zij hem anders door de poel wilden slepen.
Aalbert Verreyt verklaart dat het zo is geweest.
Johanna Smits is enige tijd weggeweest en ten huize van de weduwe Jan Flipse zijnde, is gehaald door Dirk van Swaneberg en Willem Roefs, zeggende: "Gij moet medegaan, zij moete om vergiffenis bidde en U sal geen leet geschiede". Zijnde toen meegegaan aan de waterpoel, in het Dorp, alwaar haar man om vergiffenis heeft gebeden.
Jenneke Vogels verklaart als gevraagd en dat zij met haar zoon op de kar is gevoerd tot op het Martvelt. Werdende door iemand uit het volk gezegd: "Doe oude blixem, wij sulle U in de ploeg spanne, en door U eyge koole omploege".
En of zij na het voorschrevene gedaan te hebben samen naar huis zijn gegaan doch dat onderweg, op bevel van Joost Voerman, de moeder van Aalbert, haar dochter, op haar knieën om vergiffenis heeft moeten bidden.
Allen antwoorden bevestigend.
Wat hen nog meer bekend is. Wie de kar getrokken heeft. Wie op de hoorn geblazen heeft?
Aalbert Verreyt verklaart dat de kar is getrokken door ondermeer Jan Brunas, Jan van Hoek, Joost Voermans, Antoni de Kuyper en de knecht van Antoni Voermans.
Johanna Smits weet niets meer.
Jenneke Vogels verklaart als Aalbert Verreyt en dat Dirk van Swanenberg naast de kar liep met een stok of zweep in de hand.
Zij hebben een en ander onder eede bevestigd.

Asten Rechterlijk Archief 30 folio 76; 09-01-1756:
Verhoor van Jan van Hoek, 26 jaar en Hendrik Coopmans, 32 jaar.
Of, op 14 november 1755, Aalbert Verreyt en zijn moeder, de weduwe Bernardus Graats, met geweld uit hun huis zijn gehaald, gestoten en gesleept zijn geworden en na enige tijd onder de kaak gestaan te hebben niet op een kar zijn gebonden. Of dit niet gedaan is door verscheidene personen en op order van Dirk Swaneberg, schepen.
Jan van Hoek verklaart als in het artikel en dat Dirk Swaneberg hem in zijn huis kwam roepen, hebbende nog enige mensen bij zich, zeggende ten hem: "Allo, gij moet mede". Waarop hij gezegd heeft, aan tafel zittende om te eten: "Ik moet eerst gedaan hebben met eete". Zeggende, Dirk Swaneberg: "Wat, andere menschen die late het eete wel staan, gaat maar mee voort". Deponent is daarop meegegaan en heeft gezien zoals in het artikel.
Hendrik Coopmans heeft gezien dat Aalbert Verreyt en zijn moeder op de kar zaten en gebracht werden naar het Martvelt.
Of Aalbert Verreyt en zijn moeder, op de kar zittende, niet het Dorp zijn rondgevoerd. Of niet het meeste gedaan werd door Joost Voermans en anderen en op verzoek van Dirk van Swaneberg?
Jan van Hoek verklaart dat het zo geweest is.
Hendrik Coopmans heeft wel gezien dat Dirk Swaneberg met een zweep in de hand naast de kar ging, als een voerman. Hij heeft verder gehoord dat de vader van Dirk Swaneberg tegen hem, Dirk, zei: "Sagjes, gij moet soo den baas niet speele" of dergelijke woorden.

Asten Rechterlijk Archief 30 folio 78 verso; 09-01-1756:
Verhoor van Wilhelmus van Riet, 23 jaar, Jan Brunas, 31 jaar en Pieter Verberne, 25 jaar.
Of zij weten dat, op vrijdagavond, 14 november 1755, rond zes uur, Aalbert Verreyt en zijn moeder, met geweld uit hun huis zijn gehaald, gestooten en gesleept en enige tijd onder de kaak gestaan hebben. Vervolgens met geweld op een kar gebonden en daarop blootshoofds zittende door de straten zijn gevoerd en aan de Poel op zijn knieën om vergiffenis heeft moeten bidden?
Wilhelmus van Riet verklaart gezien te hebben dat Aalbert en zijn moeder bij de kaak stonden en heeft ze op een kar zien zitten, terwijl Antoni de Kuyper mede op de kar was. Hij heeft ook gezien dat Dirk Swaneberg de deur van Aalbert Verreyt heeft opengedaan en op den dorpel of in het huis gestaan.
Jan Brunas weet wel dat een en ander gebeurd is doch door de drukte heeft hij geen personen kunnen onderscheiden.
Pieter Verberne verklaart dat hij op de bewuste avond in zijn huis door Dirk Swaneberg is verzocht geworden: "Gij moet medegaan". Hij heeft daarop zijn eten laten staan en is meegegaan, achter door den hof van de schoolmeester, een andere partij is gegaan door de hof van Jacobus Souve, om het huis te bezetten. Hij weet echter niet wie er allemaal bij waren. Wel, dat Dirk Swaneberg de deur van Aalbert Verreyt open deed. Hij, deponent, is kort daarop ook in huis gekomen met andere, zonder te weten wie, en dat zij Aalbert toen op de kar gebracht hebben.
Of zij weten dat Dirk Swaneberg, hen en andere personen, geroepen heeft en leiding heeft gegeven aan het geheel?
Wilhelmus van Riet weet dat, op 14 november laatstleden, Dirk Swaneberg, 's morgens bij hem is gekomen, zeggende dat hij 's avonds om half zes op het Martvelt zou komen om Aalbert door de Poel te slepen, omdat hij zijn wijf misdaan had. Antony Kuypers, welke bij hem, deponent, was kreeg opdracht om het bij hem in de straat aan de jonggezellen bekend te maken. 's Avonds is hij naar het voorschreven huis gegaan, waar Dirk Swaneberg, hem en onder meer Pieter Verberne, commandeerde dat zij door de hof van de schoolmeester zouden gaan en enige anderen door de hof van Jacobus Souve zeggende, hij Swaneberg: "Ik sal in huis gaan en mijn pijp aansteeke en als ik de tang laat vallen, dan is hij er in". Zonder verder iets te weten. Verder heeft hij gezien dat Dirk met een zweep in de hand door het volk liep, zeggende: "Maak plaats".
Jan Brunas weet niets.
Pieter Verberne heeft alleen nog Dirk Swaneberg horen zeggen: "Maak plaats".

Nog enkele feiten over Albertus Verreyt die geboren is te Asten op 16-08-1729 als zoon van Franciscus Joannes Fransen Verriet en Johanna (Anneke) Willem Vogels. Hij is op 26-01-1755 te Asten getrouwd met Johanna Smits, geboren te Mierlo op 20-02-1728 als dochter van Goort Smits en Lucia van Sontveldt:

image005.jpg

Saillant detail in deze is nog dat Dirk Swanenbergh als schepen de huwelijksakte heeft ondertekend. Zijn moeder Johanna (Anneke) Willem Vogels is na het overlijden van zijn vader nog op 19-07-1733 te Asten hertrouwd met Bernardus Gerardi Graets. Opmerkelijk is dat zowel Albertus Verreyt, Johanna Smits en Johanna Vogels hierna niet meer in de Astense archieven zijn terug te vinden.

Bij de verpondingen van 1737 en 1754 staat het huis op naam van Jacobus Sauvé en in het huizenquohier over de periode 1736-1751 is het deels zijn eigendom en is hij deels bewoner:

Verpondingen 1737 XIV-61 folio 196 verso:
Jacobus Souve.
Huijs, hoff en aangelagh 1½ lopense.

Verpondingen 1754 XIV-63 folio 241:
Jacobus Souve.
Nummer 45 huijs, hoff en aangelag met nog een kleijn huijske.

Jaar Eigenaar nummer 45 Dorp Bewoners nummer 45 Dorp
1736 Jacobus en Anna Sauve Jacobus Sauve en Francis Canters
1741 Jacobus en Anna Sauve Jacobus Sauve en Francis Vrients
1746 Jacobus en Anna Sauve Jacobus Souve en Antoni Metten
1751 Jacobus Souve Jacobus Souve

Jacobus Sauvé is op 22-06-1756 te Asten overleden en hieronder zijn begraafakte:

image007.jpg
Zijn weduwe, Petronella Lambert Kusters, vermeldt nog dat haar man familie was van Godfried Diepenbeeck:

Asten Rechterlijk Archief 121 folio 54 verso; 13-02-1758:
Petronella Koster, weduwe Jacobus Souve, 64 jaar, verklaart onder eede dat Jacobus Souve, wijlen haar man, een wettige zoon was van Isak Sauve, schoolmeester en Elisabet, dochter Antoni Godefridus Timmermans. Dat zij meermalen door haar man heeft horen zeggen dat Elisabet, haar schoonmoeder, een wettige dochter was van Antoni Godefridus Timmermans en Johanna Mindelaars. Zij heeft Elisabet, haar schoonmoeder, goed gekend, hebbende met haar circa zeven maanden huisgehouden. Deze Elisabet heeft haar ook verteld, dat, Johanna, haar moeder en dus haar mans grootmoeder, Johanna Mindelaars die afkomstig was van de Heer Godfried Diepenbeeck, aartspriester en kanonik van Onze Lieve Vrouwe kerk, te Antwerpen fundateur van twee familiebeurzen staande ter collectie van de scholaster van de Onze Lieve Vrouwe kerk. Zij was dus tot deze beurzen gerechtigd als hebbende haar ouders daaruyt genooten en geprofiteert. Dit alles is zo zeker, omdat zij, comparante, persoonlijk met wijlen haar man, tot tweemaal toe, te Helmont is geweest bij de pastoor, aldaar, aan wie het recht van presentatie tot de beurzen competeerde met oogmerk om sijne presentatie tot deselve te obtineere dan twelke niet heeft kunnen reusseeren.
Dat zij ook haar man heeft horen zeggen dat zijn zuster, Maria Sauve, te Antwerpen, met hem bij de pastoor van Helmont is geweest om zijn presentatie te hebben van de voorschreven beurs voor haar zoon. Dat de pastoor haar toen heeft gezegd gij hebt geen beurse van noode en dat haar man toen heeft verzocht voor zijn kinderen. Waarop de pastoor antwoordde dat als U Edele kinderen in staat sijn sal ik deselve U geven. Comparante verklaart dat allent selve haar nog in goede versche geheugen is.

In het Belgisch Staatsblad van 1946 lezen we over de beurs die door Godefried van Diepenbeeck is opgesteld:

image009.jpg

In het huizenquohier over de periode 1756-1771 is Petronella Lambert Kusters als weduwe van Jacobus Sauvé samen met haar kinderen eigenaar en deels ook bewoner van het huis; vanaf 1762 is haar zoon Lambertus Sauvé de hoofdbewoner:

Jaar Eigenaar nummer 45 Dorp Bewoners nummer 45 Dorp
1756 weduwe en kinderen Jacobus Souve weduwe en kinderen Jacobus Souve, Johanna weduwe Lamberts
1761 weduwe en kinderen Jacobus Souve weduwe en kinderen Jacobus Souve, Johanna weduwe Lamberts en weduwe Tijs Haasen
1766 weduwe en kinderen Jacobus Souve Lambert Souve
1771 weduwe en kinderen Jacobus Souve Lambert Souve

Petronella Lambert Kusters is op 11-10-1775 te Asten overleden en hieronder haar begraafakte:

image011.jpg

In het huizenquohier over 1776 staat het huis op naam van de kinderen van Jacobus Sauvé en is Lambert Sauvé de bewoner:

Jaar Eigenaar nummer 45 Dorp Bewoners nummer 45 Dorp
1776 kinderen Jacobus Souve Lambert Souve

De erfenis wordt daarna door de kinderen verdeeld, waarbij een deel van het huis naar zoon Lambert Sauvé gaat en een ander deel naar Peter van El, echtgenoot van Martina Sauvé:

Asten Rechterlijk Archief 124 folio 95 verso; 24-11-1776:
Joseph Sauve, Lambert Sauve, Elisabet Sauve, Peter van El getrouwd met Martina Sauve, te Antwerpen. Kinderen en erven van wijlen Jacobus Sauve en Peternel Kusters. Zij verdelen de nagelaten goederen.
1e lot krijgt Lambert Sauve, de kamer van het huis, scheidende met den brandmuur en schouw, die door de condivident van dit en door de condivident van de keuken, zijnde het volgende lot, samen in goede staat moet onderhouden en gerepareerd worden. En alzo tussen beiden recht door het huis, ene zijde de Kosterij, andere zijde het 2e lot, ene en andere einde de straten. Hij zal uitkeren aan het 2e lot ƒ 6,- en aan het 3e en 4e lot elk ƒ 30,-. De eerste drie loten zullen elk 1⁄3e deel der schulden, staande ten laste van de nalatenschap, betalen. Dit deel is in de verponding ƒ 0-3-8 per jaar.
2e lot krijgt Peter van El, de keuken van het huis; 1⁄4e deel van den hof, zo breed als de keuken is, ene zijde de straat, andere zijde Lambert Sauve, ene einde Joseph Sauve en alsnog ƒ 6,- te ontvangen van het 1e lot. Dit deel is in de verponding ƒ 0-3-8 per jaar.
3e lot krijgt Joseph Sauve de stal van het huis, scheidende aan de keuken; het klein huiske hierbij gelegen met het aangelag, ene en andere zijde de weg, ene einde den hof, andere einde Marcelis van Bussel. Zijnde dus hier het half aangelag. Dit deel in de verponding ƒ 0-7-0 per jaar. Land den Bankacker 1½ lopense. Verponding ƒ 0-6-0 per jaar. Bede ƒ 0-7-8 per jaar. Te ontvangen van het 1e lot ƒ 30,-.
4e lot krijgt Elisabet Sauve, te ontvangen van het 1e lot ƒ 30,- en verder vrij van lasten en schulden.

Josephus Sauvé verkoopt namens zijn zuster Martina Sauvé haar erfdeel direct door aan Jacobus van Ravensteyn:

Asten Rechterlijk Archief 100 folio 74; 04-12-1776:
Joseph Sauve, lasthebber van Peter van El getrouwd met Martina Sauve, te Antwerpen, verkoopt aan Jacobus van Ravesteyn een gedeelte van huis en hof bestaande in een keuken van het huis gekomen van Jacobus Sauve. Scheidende deze keuken door middel van een brandmuur en schouw tussen de kamer en keuken die de koper met Lambert Sauve, de eigenaar van de kamer, goed moet onderhouden. Verkoper aangekomen bij deling de dato 24-10-1776. Koopsom ƒ 140,-.

Jacobus van Ravesteijn is geboren te Veldhoven op 02-01-1723 als zoon van Arnoldus van Ravesteijn en Maria van Heijst. Arnoldus van Ravensteijn, geboren te Lommel (B) rond 1790 was eerder getrouwd op 02-01-1718 te Veldhoven met Cecilia van Swanenberg, geboren rond 1690 te Heinsberg (D) en vermoedelijk zuster van schoolmeester Gabriel van Swanenberg. Na haar overlijden te Veldhoven op 20-09-1718 is Arnoldus van Ravensteijn te Waalre op 29-05-1719 hertrouwd met Maria van Heijst, geboren te Waalre op 21-09-1692 als dochter van Jacob van Heijst en Agneta Elsen.

Jacobus van Ravensteijn is ongehuwd en eind 1772 aangesteld door de Heer van Asten tot vorster en gerechtsbode van de heerlijkheid Asten en tot bode van de leen- en laatbank van Asten. Een van zijn eerste taken was de afhandeling van de erfenis van Hendrik Halbersmit:

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 06-01-1773:
Bij het doen van de insinuatie en het overgeven van de copie aan Hendrik Halbersmit heeft deze laten weten ieder hun legitieme portie te voldoen. De secretaris, welke ook een insinuatie was gedaan, zei: "Ik prodester dat rets de taksaten en transportcustingbrieff van de verkogte goederen hebe opgestelt en ten proodekolle in geretheyt gebragt soe als gistere met Hendrik Haelbersmit en Ferdinandus den Dubbele was opgegeven en afgesproeken het ene en het andere te passere hebende morge om tien uer en nu is et al later". Jacobus van Ravesteyn, vorster.

Jacobus Ravesteyn heeft geld tegoed van Jan Slaats:

Asten Rechterlijk Archief 99 folio 244; 01-12-1773:
Jan Slaats, in het Dorp, is schuldig aan Jacobus van Ravesteyn, vorster, ƒ 125,- à 3½%.
Marge: 30-01-1804 gelost door de kinderen Jan Slaats.

Als vorster legt Jacobus van Ravesteyn geregeld beslag op de goederen van Astenaren omdat ze de verpondingsgelden niet kunnen voldoen:

Asten Rechterlijk Archief 124 folio 41 verso; 19-03-1774:
Jacobus van Ravesteyn, vorster, met machtiging van Philip de Rooy, collecteur van de landsverponding over 1771 en 1772, legt beslag op de goederen van:
Jan Peter Maas tot verhaal van verschuldigde verponding over 1771 ƒ 16-16-06 en 1772 ƒ 20-17-06.
Francis van de Loverbosch idem 1771 ƒ 3-19-08 en idem 1772 ƒ 4-14-04.
Weduwe Marcelis van Neerven idem 1772 ƒ 24-02-00.
Jan van Kessel idem 1772 ƒ 12-10-12.
Hendrik en Francis Verrijt ƒ 4-11-0 over 1772 en Hendrik in 2 posten ƒ 3-03-0 over 1772 ƒ 7-14-00.

Asten Rechterlijk Archief 124 folio 54; 17-02-1775:
Jacobus van Ravesteyn, vorster, met machtiging van Philip de Rooy, collecteur van 's landsverpondingen over 1772 en 1773, legt beslag op de vaste goederen van:
Jan Verouden tot verhaal van een restant verponding 1772 ƒ 8-15-0 en over 1773 ƒ 18-07-8.
Jan Peter Maas idem 1772 ƒ 16-16-6 en over 1773 ƒ 20-17-6.
Joost Verleysdonk en Willem Antoni Dirks 1773 ƒ 10-18-0.
Gerrit van Hugten ¾e deel nu Marten van Hugten en Willem van den Eventuyn ¼e deel 1773 ƒ 2-19-6.
Jenneke en Maria Kels 1773 ƒ 11-19-6.
Johannes Martens 1773 ƒ 6-01-8.
Arnoldus Aarts 1773 ƒ 9-12-6.

Asten Rechterlijk Archief 124 folio 101; 18-12-1776:
Jacobus van Ravesteyn, vorster, met machtiging van Philip de Rooy, collecteur der ordinaire landsverponding, 1774, legt beslag op de vaste goederen van:
Peternel en Jennemie, kinderen Nicolaas Evers tot verhaal van ƒ 0-19-12.
Mattijs Verdeuseldonk ƒ 2-08-00.
Helena van Loon ƒ 0-06-04.

Asten Rechterlijk Archief 124 folio 209 verso; 04-05-1779:
Jacobus van Ravesteyn, vorster, neemt, namens Gerrit Hampen, collecteur der landsverponding en beden, 1776 en 1777, in arrest de vaste goederen van:
Weduwe Martinus van Hooff tot verhaal van ƒ 8-12-12.
Jan van den Eynden ƒ 14-19-00.
Antoni Schepers ƒ 0-14-00.
Jan Maas ƒ 21-01-04.
Peter Bouwmans getrouwd met Goverdina Wouter de Groot ƒ 7-08-08.
Jan van de Leensel ƒ 12-02-00.

Jacobus van Ravesteyn woont samen met zijn zuster Agneta van Ravesteyn in het huis en in 1783 maken ze hun testament op:

Asten Rechterlijk Archief 125 folio 114 verso; 05-03-1783:
Jacobus van Ravesteyn, vorster en zijn zuster Agnees van Ravesteyn, samen wonende, testeren. Alles aan de langstlevende van hen beiden.

De benoeming van Jacobus van Ravesteyn tot ijkmeester:

Asten Rechterlijk Archief 32 folio 85; 30-07-1785:
De Heren van Asten stellen aan, in plaats van de overledene eyckmeester Gerrit van Riet, tot wederopzeggen, als ijkmeester, Jacobus van Ravesteyn. Een en ander volgens reglement de dato 31-03-1681. De gerechtigheden en salaris komen voor de helft aan de Heren van Asten toe.

Ook zijn taken als vorster neemt Jacobus van Ravesteyn waar:

Asten Rechterlijk Archief 126 folio 56 verso; 12-08-1786:
Jacobus van Ravesteyn, vorster, met machtiging van Jan Willem van Nouhuys, te Sint Oedenroode, collecteur der lands verponding en bede over 1784, legt beslag op de vaste goederen van:
Anneke en Gerrit Claas Welten en Jan van Lieshout tot verhaal van ƒ 0-10-0.

Jacobus van Ravesteyn beboet Theodorus Sengers vanwege een nieuwe resolutie van 26-01-1788 in zake de afwatering van zijn hemelwater op het Marktveld.

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 18-02-1788:
Jacobus van Ravesteyn, vorster, ter instantie van Jacobus Losecaat, laat weten dat hij met assistentie van Hendrik Halthuysen, schutter, ingevolge de resolutie de dato 26 januarij 1788 de straat is opgegaan om te zien of daaraan werd voldaan en op 4 februarij laatstleden heeft gezien dat van off uyt huys en erve van Theodorus Zangers, woonende alhier aan het Martvelt, het water door off uyt een goot aan off onder de poort vant selve huys door een sloop verscheyde treede opt Martvelt afgeleyt en loopende was. Op de 9e dito, kort na de middag, was het lopende op een gelijke manier als voor. Ook op de 11e dito, 's morgens om acht uur, liep het water tot half op het Martvelt. Telkenmale is aanstonds aan voornoemde Zangers, ten zijnen huize, gecalangeert, om de boete van ƒ 3,-, van iedere keer, binnen drie dagen aan de drossard te betalen. Op 14 februarij 1788 is Theodorus Zangers gedaagd wegens het in gebreke blijven van betaling der boeten. Op 29 februarij 1788 wordt hij nogmaals gedaagd ter betaling van ƒ 6,- vanwege de zelfde constateringen op 13 en 18 februarij, laatstleden.
Memorie: Theodorus Zengers heeft nog laten weten dat hij over die resolutie bij verschijde advocaten was geweest welke daarmede eens lachten. En versogt derhalven om een en ander ter rolle te brengen en aan hem copie en dag, onder reserve, om sodanige actie te institueren. De drossard blijft bij zijn eis. Ook de schepenen, willen ingevolge haar resolutie van 26 januarij, laatsleden, doorgaan. Men moet wel voorzichtig zijn dat de zaak niet te klein is, want dan zou geen copie en dag nodig zijn. Het Marktvelt is op order van officier en schepenen opgehoogd. Men zou nu ook de greppel kunnen vullen en dan maar afwachten wat Sengers er mee gaat doen.

Asten Rechterlijk Archief 25 folio 80 verso; 03-03-1788:
Den drost, aanlegger contra Theodorus Zengers, gedaagde. Gedaagde wordt beboet met driemaal drie gulden wegens het op drie verschillende tijden te weten 4, 9 en 11 februarij laatstleden, het laten lopen van het water door een goot onder de poort van zijn huis tot op het Marktvelt. Een en ander was niet toegestaan ingevolge resolutie de dato 26-01-1788.

Asten Rechterlijk Archief 74 folio 180 verso; 02-04-1788:
Jacobus van Ravesteyn, vorster, heeft, op 14-02-1788, Theodorus Sengers gedagvaard om, op 18-02-1788, een boete te betalen van ƒ 9,-. Sengers heeft tegen hem gezegd: "Die denk ik niet te betaalen. De patriotten sullen haast af komen met tweemaal hondert duysent man".

Als vorster gaat Jacobus van Ravesteyn door met het in arrest nemen van goederen om tot het betalen van de verpondingen te dwingen:

Asten Rechterlijk Archief 127 folio 20 verso; 20-10-1790:
Jacobus van Ravesteyn, vorster, door de Raad- en Rentmeester Generaal der Domeinen van Brabant, gekwalificeert als deurwaarder tot het doen van executies vanwege 's landslasten alhier de dato 12-01-1773. Hij neemt, namens Jan Willem van Nouhuys, collecteur der landsverponding en Coningsbeden over 1788, in arrest:
De vaste goederen van Marten Zeegers ter somme van ƒ 9-16-06.
Idem van Maria Marcelis van Bussel weduwe Jan Goort Canters ter somme van ƒ 17-14-04.
Idem van Johannis Martens ter somme van ƒ 1-01-00.
Idem van Dirske Janse van Otterdijk ter somme van ƒ 6-09-00.

Asten Rechterlijk Archief 127 folio 174; 26-09-1793:
Jacobus van Ravesteyn, vorster en deurwaarder, neemt, namens Jan Willem van Nouhuys, collecteur van de landsverponding en koningsbede 1790 en 1791, in arrest:
De vaste goederen van Peternel van Hugten weduwe Meuwis Smits tot verhaal van ƒ 8-4-0.

In het huizenquohier van 1781 is Jacobus van Ravesteyn samen met Lambert Sauvé eigenaar en bewoner van het huis:

Jaar Eigenaar nummer 45 Dorp Bewoners nummer 45 Dorp
1781 Lambert Sauve en Jacobus van Ravensteijn Lambert Sauve en Jacobus van Ravensteijn

Jacobus van Ravesteyn is op 19-05-1794 te Asten overleden en hieronder zijn begraafakte:

image013.jpg

Na zijn overlijden worden zijn goederen getaxeerd:

Asten Rechterlijk Archief 165 folio 114; 14-07-1794:
Taxatie van de onroerende goederen van Jacobus van Ravesteyn overleden en begraven op 19-05-1794. Waarde:
Huis en hof ½ lopense, ene zijde Lambert Sauve, andere zijde Adriaan van Duuren   ƒ 150,-.
Een obligatie van ƒ 125,- ten laste van Jan Slaats de dato 01-12-1773           ƒ 125,-
Totaal       ƒ 275,-
20e penning is         ƒ 13-15-0.

Zijn zuster Agneta van Ravesteyn, geboren te Veldhoven op 28-01-1720 als dochter van Arnoldus van Ravesteyn en Maria van Heijst, woont daarna in het huis een vordert een schuld:

Asten Rechterlijk Archief 129 folio 118; 17-05-1799:
Agneta van Ravesteyn, meerderjarige jonge dochter, geeft procuratie aan H. van Voorst, te Oirschot, om namens haar, met assumtie van een advocaat, in te vorderen haar pretens ten laste van Peeter van Enetten van ƒ 400,- geleend geld de dato 18-05-1773 schepenen Oirschot met achterstaande intrest, sedert 1794.

Agneta van Ravesteyn stelt als ze ziek wordt haar testament op:

Asten Rechterlijk Archief 130 folio 97 verso; 02-11-1801:
Agneta van Ravesteyn, ziek, testeert. Alle voorgaande testamenten vervallen. Haar enige erfgenamen worden de kinderen van wijlen Leendert van de Poll, te Leende voor een staak, de kinderen Block, te Eersel voor een staak, Willem van Heyst, te Valkenswaard voor een staak, Matthijs Anthony van Heyst voor een staak, Wilhelmina, dochter Hendrik Elberse Wildeman, schoolmeester, alhier voor een staak. Zij stelt Hendrik Elberse Wildeman aan als executeur van haar nalatenschap welke een waarde heeft van ƒ 600,-.

Deze gegevens tonen aan dat er een sterke link is tussen de familie van Ravesteyn en de familie van Heyst. Leendert van de Poll is getrouwd met Anna van Heyst. Arnoldus van Ravesteyn uit Lommel (B), de vader van Jacobus en Agneta, is getrouwd met Maria van Heyst en bij vier van de zes dopen getuigen leden van de familie van Heyst.

In het huizenquohier over de periode 1798 tot 1803 is Agneta van Ravesteyn samen met Lambert Sauvé eigenaar en bewoner van het huis:

Jaar Eigenaar nummer 45 Dorp Bewoners nummer 45 Dorp
1798 Lambert Sauve en Agneta van Ravensteijn Lambert Sauve en Agneta van Ravensteijn
1803 Lambert Sauve en Agneta van Ravensteijn Lambert Sauve en Agneta van Ravensteijn

In 1802 verkoopt Agneta van Ravesteyn het deel van het huis waar zij woont aan Louis van Hombracht, maar ze blijft er nog wel wonen:

Asten Rechterlijk Archief 105 folio 68 verso; 28-07-1802:
Agneta van Ravesteyn verkoopt aan Louis van Humbracht een keuken, stal en hof, ene zijde Lambert Sauvé en de koper, andere zijde Adriaan van Duuren. Conditie verkoopster mag haar leven lang blijven wonen en gebruik maken van de hof. Koopsom ƒ 260,-.

Agneta van Ravesteyn is op 18-01-1804 te Asten overleden en hieronder haar begraafakte:

image015.jpg

Na haar overlijden worden haar goederen getaxeerd:

Asten Rechterlijk Archief 131 folio 70; 25-01-1804:
Staat en inventaris opgegeven door Hendrik Elberse Wildeman, als executeur testamentair van de nalatenschap van wijlen Agneta van Ravesteyn testamentaire dispositie de dato 02-11-1801.
Uitstaande kapitalen: ƒ 400,- à 4% ten laste van de kinderen Peeter van Enneten, te Oirschot. Deze som is reeds meer dan een jaar geleden opgezegd en de obligatiebrief gekwiteerd aan de Heer Schouw, secretaris, te Oirschot. Deze zou de ontvangen penningen, na Kerstmis jongstleden, overmaken. Tot op heden is niets ontvangen; ƒ 125,- à 3½% ten laste van de kinderen Jan Slaats; ƒ 232-11-8 is aan contant geld in de boedel gebleven.
Roerende goederen: een kastje, een glazenrek, drie tafels, acht stoelen, een leunstoel, een lessenaar, een koffer, een houten scherm, een spinnewiel, vuurgerei, divers klein landbouwgereedschap, diverse ketels en potten.

Het andere deel van het huis is in handen van Lambert Sauvé, geboren te Asten op 08-11-1732 als zoon van Jacobus Sauvé en Petronella Lambert Kusters. Hij is op 12-09-1762 te Asten getrouwd met Engelina van de Loverbosch, geboren te Vlierden op 06-11-1725 als dochter van Johannes Janse Fransen van de Loverbosch en Luyttien Jansen Smidts:

image017.jpg

Het gezin van Lambertus Sauvé en Engelina van de Loverbosch:

# Voornaam Geboorte Huwelijk Overlijden Referentie
1 Jacobus Asten 04-07-1763 Kind Asten ±1763
2 Johannes Asten 16-08-1765 Kind Asten ±1765
3 Johanna Asten 23-06-1767 Kind Asten ±1767

Lambert Sauvé wordt benoemd als setter:

Asten Rechterlijk Archief 32 folio 39; 21-06-1772:
Baltazar Willem Losecaat en Tomas Bakers worden aangesteld tot borgemeester, Sint Jan 1772-1773. Tot setter worden aangesteld Goort Jan Loomans en Lambert Sauve.

Lambert Sauvé koopt een huis te Ommel en verkoopt het een jaar later met winst:

Asten Rechterlijk Archief 99 folio 271; 31-05-1774:
Hendrik van Hirtum, gewoond hebbende te Ommel, nu te Weert, mede voor zijn schoonmoeder, Maria Halbersmit, weduwe Jan Coolen, te Weert, verkoopt aan Lambert Sauve huis en hof te Ommel bij de Capel 1 copse, ene zijde en einde de straat, andere zijde Cornelis Peters, andere einde Wilbert Jan Wilbers. Verponding ƒ 1-8-0 per jaar. Lambert Vlemminx heeft het huis, behalve de camer langs de straat, in huur en twee delen van den hof voor ƒ 12,- per jaar. Koopsom ƒ 186,-.

Asten Rechterlijk Archief 100 folio 18; 09-11-1775:
Lambert Sauve verkoopt aan Wilbert Jan Wilberts, te Ommel huis en hof, te Ommel aan de Capel 1 copse, ene zijde de straat, andere zijde Cornelis Peters, ene einde de koper. Verkoper aangekomen bij transport de dato 31-05-1774. Koopsom ƒ 215,-.

Lambert Sauvé stelt zich borg voor een aantal mensen, maar komt van een koude kermis thuis:

Asten Rechterlijk Archief 25 folio 11; 22-05-1775:
Den drost, aanlegger contra Lambert Sauve, gedaagde. Gedaagde is borg gebleven voor Claas Driessen, te Vlierden, wegens gekocht gras op de koopdag van Jan Verouden de dato 13-07-1774. Somma ƒ 8-3-4.

Asten Rechterlijk Archief 25 folio 16; 12-12-1776:
Den drost, aanlegger contra Lambert Sauve, gedaagde. Gedaagde is als borg voor Jacobus Smits, schuldig ƒ 5-15-8 wegens gekocht hout op de koopdag van Wilhelmus Bruynen de dato 03-11-1773. Jacobus Smits zou afgelopen maand betalen, maar heeft het echter niet gedaan.

Ook heeft Lambert Sauvé nog een schuld bij de drost voor gekocht hout:

Asten Rechterlijk Archief 25 folio 30; 23-11-1778:
Den drost, aanlegger contra Lambert Sauve. Hij is schuldig wegens gekocht hout op het kasteel de dato 02-04-1778 ƒ 5-06-4

Lambert Sauvé is net als zijn vader kuiper van beroep en in onderstaand archiefstuk heeft hij nog geld tegoed van Adriaan van Duren:

Asten Rechterlijk Archief 125 folio 1; 15-03-1781:
Staat en inventaris opgemaakt door Adriaan van Duuren, als momboir over Willemyna en Catarina, onmondige kinderen van Joost van Wetten en Maria Roefs, gewoond hebbende te Ommel, beiden overleden. Tomas Coolen is toeziend voogd. Schuld aan Lambert Sauve, als kuyper ƒ 1-08-00

Lambert Sauvé is geld schuldig aan twee doctoren, maar hij wil dat ze eerst bewijzen dat hij door hen is behandeld:

Asten Rechterlijk Archief 25 folio 65 verso; 19-01-1784:
Philip de Rooy, te Someren, namens de Heren Joannes Batista Beels, te Helmond en Cornelis Josephus Daals, te Asten, medicijnen doctors, eisers contra Lambert Sauve, gedaagde. Gedaagde is schuldig ƒ 3-12-0 wegens visitaties gedaan ten tijde van de contagieuse ziekten. Gedaagde zegt te betalen als beide Heren, onder eede komen bevestigen dat zij door hem of zijn vrouw tot het voornoemde zijn verzocht.

Lambert Sauvé wordt aangesteld als voogd over een kind van Antony Sauvé, een kleinzoon van zijn oom Marcus Sauvé

Asten Rechterlijk Archief 126 folio 244 verso; 12-01-1790:
Lucia van Bussel, weduwe Johan Sauve wil over het minderjarig kind van haar zoon, Antony Sauve, als voogden aan laten stellen Lambert Sauve, Arnoldus van Hoek en Jan Sauve, haar zoon.

Lambert Sauvé is getuige van een noodlottig ongeval, waarbij Godefridus Sauvé, eveneens een kleinzoon van zijn oom Marcus Sauvé, als chirurgijn de visitatie heeft gedaan:

Asten Rechterlijk Archief 30 folio 210 verso; 14-03-1796:
Godefridus Sauvé, chirurgijn, heeft ten huize van Jan Peter Saase, wonende aan de Molen, het dode lichaam gevisiteerd van Johanna Verasdonk, vrouw van voornoemde Jan Peter Saase. Aan het lichaam zijn geen uitwendige beledigingen gevonden.
Verklaringen van Lambert Sauve, Martinus van Hugten en Jan van der Westen. Lambert Sauve is gisteren, 13 maart, gekomen langs het huis van Jan Peeter Saase, bij de Molen wonende en heeft daar gevonden, Johanna Verasdonk, de vrouw van Jan Peeter Saase. Zij lag onder de aarde bedolven in een aardappelkuil, alleen haar benen staken boven het zand. Samen met haar voornoemde man heeft hij het lichaam vrijgemaakt doch het vertoonde geen tekenen van leven meer. Martinus van Hugten en Jan van der Westen verklaren dat zij, toen zij langs voornoemde huis kwamen, het dode lichaam hebben zien liggen.

Lambertus Sauvé en Engelina van de Loverbosch stellen hun testament op:

Asten Rechterlijk Archief 129 folio 146 verso 10-12-1799:
Lambert Sauve en Engelina Loverbosch, zijn vrouw, testeren. Alle voorgaande testamenten vervallen. Alles aan de langstlevende van hen beide. De waarde der nalatenschap is ƒ 150,-.

Engelina van de Loverbosch is op 15-01-1800 te Asten overleden en Lambert Sauvé verkoopt een deel van zijn aangelag aan Louis van Hombracht:

Asten Rechterlijk Archief 105 folio 61 verso; 22-04-1802:
Lambert Sauve verkoopt aan Louis van Humbracht een deel van het Aangelag 1 copse, van voren de straat, van achteren de verkoper, ene zijde de Costerye, andere zijde Agneta van Ravesteyn. Koopsom ƒ 50,-.

In het huizenquohier over de periode 1776-1803 is Lambert Sauvé eigenaar en bewoner van een deel van het huis:

Jaar Eigenaar nummer 45 Dorp Bewoners nummer 45 Dorp
1776 kinderen Jacobus Sauve Lambert Sauve
1781 Lambert Sauve en Jacobus van Ravensteijn Lambert Sauve en Jacobus van Ravensteijn
1798 Lambert Sauve en Agneta van Ravensteijn Lambert Sauve en Jacobus van Ravensteijn
1803 Lambert Sauve en Agneta van Ravensteijn Lambert Sauve en Agneta van Ravensteijn

Lambertus Sauvé is te Asten op 21-02-1804 te Asten overleden en daarna worden zijn goederen getaxeerd:

Asten Rechterlijk Archief 165; 24-03-1804:
Taxatie van de onroerende goederen van Lambert Sauve overleden en begraven op 21-02-1804. Waarde een kamer en hof ½ lopense ƒ125,-. 20e penning is ƒ 6-5-0.

Kort daarna worden zijn goederen door de erfgenamen verkocht aan Louis van Hombracht:

Asten Rechterlijk Archief 106 folio 4 verso; 03-05-1804:
Jan Sauvé, Hermanus Driessen weduwnaar van wijlen Anneke Sauve namens zijn minderjarige kinderen, Jan Kusters, allen te Asten. Lambert Kusters, te Lierop, Marten Zeegers, te Asten. Allen erven van wijlen Lambert Sauvé. Zij verkopen aan Louis van Humbracht een kamer of woning met den hof en het mist daarop liggende 1 copse, van achteren de straat, ene zijde de koper, andere zijde de school. Koopsom ƒ 160,-.

Aangezien Lambert Sauvé en Engelina van de Loverbosch geen kinderen hebben, die nog in leven zijn, worden de goederen onder familieleden verdeeld. De erfgenamen van Lambert Sauvé zijn Jan Sauvé en Anneke Sauvé als kinderen van Johannes Sauvé en Lucia Antoni van Bussel en kleinkinderen van zijn oom Marcus. Jan Kusters en Lambert Kusters zijn kinderen van zijn oom Franciscus Lambertus Kusters, een broer van zijn moeder. Marten Zeegers is getrouwd met Allegonda Kusters eveneens een kind van zijn oom Franciscus Lambertus Kusters.

Zowel het deel dat eerder in handen was van Jacobus en Agneta van Ravesteyn als het deel van Lambertus Sauvé zijn uiteindelijk in handen gekomen van Louis van Hombracht. De verpondingen van 1810 vatten dit nog samen:

Verpondingen 1810 XIVd-67 Dorp folio 198:
Louis van Humbracht bij transport 28-07-1802.
Angeneta van Ravensteijn.
Jacobus van Ravesteijn.
Nummer 45 keuken en stal met hof 1 lopense.

Denselve Humbracht
Lambert Sauve.
Nummer 45 camer en hof.

Louis van Hombracht heeft al vanaf 1799 contacten in Asten:

Asten Rechterlijk Archief 129 folio 121; 30-05-1799:
Louis van Hombracht, meerderjarige jongeman, geeft procuratie aan Hendrik Elberse Wildeman om zich namens hem te begeven naar Venlo en, aldaar, van zijn, comparantes, voogden met name J. ter Horst en B. Konings te requireren, rekening, bewijs en reliqua, wegens het gelegateerde door hen, voor de comparant ontvangen, uit de nalatenschap van wijlen zijn vader, Philips Frederik Ludovich van Humbracht, in leven Collonel in het 1e Regiment van Generaal der Infanterie, Vorst van Waldeck, testament Venlo de dato 06-03-1797.

Asten Rechterlijk Archief 104 folio 119 verso; 20-07-1799:
Hendrikus van de Vijf Eyken is schuldig aan Louis Humbracht ƒ 150,- à 4½%. Borg: het middelste Veld 4 lopense.

Asten Rechterlijk Archief 104 folio 134; 21-09-1799:
Leendert Bots verkoopt aan Louis Humbracht groes in 't Rood 3 lopense; land agter Jan Liessen 2 lopense. Koopsom ƒ 314,-.

Ook in Someren had Louis van Hombracht land in bezit, dat hij verhuurt aan Willem Engelen:

Asten Rechterlijk Archief 129 folio 161; 06-03-1800:
Louis Humbracht geeft in huur aan Willem Engelen, te Someren groes, te Someren aan of bij de Donk, genaamd den Boogaert 7 lopense. De verhuurder aan gekomen bij koop in juni 1799. Huurtermijn 10 jaar. Na 5 jaar kan de huurder verzoeken om het perceel te kopen voor ƒ 500,-. Huursom ƒ 36,- per jaar. Nog heeft hij in 1799 aan Willem Engelen in huur gegeven een perceel hei aan de Hey 12 lopense. Huursom ƒ 1-10-0 per jaar. Met recht van koop binnen 5 jaar voor ƒ 50,-.

Louis van Hombracht is geboren te Ieperen (B) rond 1774 als zoon van Philips Frederik Ludovich van Humbracht en Louise Ritter. Hij is als belastingontvanger op 25-03-1815 te Valkenswaard getrouwd met Elisabeth Arriens, geboren te Herwijnen op 03-01-1789 als dochter van Nicolaas Arriens en Catharina Gijsberta Boellaard:

image019.jpg

Het gezin van Louis van Hombracht en Elisabeth Arriens:

# Voornaam Geboorte Huwelijk Overlijden Referentie
1 Catharina Gijsbertina Louisa Rosa Asten 30-05-1816 Ongehuwd Wageningen 12-01-1875
2 Philip Frederik Luduwich Asten 22-01-1823 Batavia (Ind) 03-08-1857
Sara Jacoba van Hogezand
Amersfoort 04-11-1899 *
3 Gijsbertus Alexius Hieronimus Asten 31-07-1824 Kind Asten 09-07-1826

*         Philip Frederik Luduwich van Hombracht was vanaf 1847 als infanterist gelegerd in het voormalige Nederlands Indië. Hij is in de loop der tijd in rang opgeklommen tot luitenant-kolonel.

image021.jpg

Boven in De Oostpost van13-08-1857 het huwelijk van zoon Philip Frederik Luduwich van Hombracht en Sara Jacoba van Hogezand. Onder het eervol ontslag van Philip Frederik Luduwich van Hombracht in De Locomotief van 14-01-1873. Rechts de verkoop van de inboedel van Philip Frederik Luduwich van Hombracht in de Java Bode van 29-01-1873.

image025.jpg

image023.jpg

Louis van Hombracht ontvangt een erfenis van zijn oom Carl Wilhelm von Humbracht, een broer van zijn vader, die op 07-01-1806 te Asten overleden is:

Asten Rechterlijk Archief 131 folio 169 verso; 24-12-1805:
Carl Wilhelm von Humbracht, gepensioneert capiteyn ten dienste deze lande, testeert. Zijn erfgenaam wordt zijn neef, Louis van Humbracht. Met macht om zijn, comparants, te goed hebbende tractement of pensioen bij de Solliciteur Militair Verwey te ontvangen tot aan de dag van zijn overlijden. De waarde der nalatenschap is niet meer dan ƒ 600,-.

Hendrik Elbertsen Wildeman stelt zich borg voor Louis Hombracht:

Asten Rechterlijk Archief 132 folio 20 verso; 20-10-1806:
Hendrik Elberse Wildeman, welke verklaart onder expresse renuntiatie van het beneficium ordinis en execussionis meedebrengende dat de principale debiteur eerst moet worden uytgewonnen eer de borg kan worden aangesprooken zich borg te stellen voor Louis von Humbracht, gaarder, welke deze in zijn voorschreven functie mocht schuldig blijven maximaal ƒ 1800,-.

Louis Hombracht hield kantoor bij zijn buurman Hendrik Elbertsen Wildeman en op een dag is het geld dat hij ophaalde voor de verpondingen gestolen:

Asten Rechterlijk Archief 132 folio 21 verso; 06-12-1806:
Hendrik Elberse Wildeman en Willemina Ramaar, zijn vrouw, verklaren dat, op vrijdag, 21-11-1806, 's avonds, circa 6 uur, hun dochter, Willemina Maria met licht in de voorkamer gaande een geschreeuw gaf en roepende: "Alles is hier gestoolen". De comparanten zijn toen naar de kamer gegaan, waar Louis van Humbracht, gaarder, te Asten, zijn comptoir heeft en in de onderste lade van het kabinet, waarop een suffisant nachtslot is, zijn geld legt. Dat een van de buitenvensters aan en een der glasramen van binnen openstonden en dat de ijzeren pin met de wervel, waarmede men van binnen de glasramen sluit op de tafel onder dat glasramen lag. Vervolgens dat de onderste lade van het kabinet waarin het geld gelegen had open en uitgetrokken was en dat de scheuter van het slot wel in was doch dat het slot aan de ene zijde los en twee nageltjes er uit en in die lade lagen. Het geld was uit de lade.

Louis van Hombracht verkoopt een akker:

Asten Rechterlijk Archief 106 folio 118; 03-12-1806:
Louis van Hombracht verkoopt aan Dirk Antony Leenen land den akker agter Joost Liesen 2 lopense. Koopsom ƒ 60,-.

Hendrik Elbertsen Wildeman bevestigt de borgstelling voor Louis van Hombracht:

Asten Rechterlijk Archief 132a; 09-10-1809:
Hendrik Elberse Wildeman stelt zich borg voor Louis van Humbracht, ten bedrage van ƒ 1800,-, als ontvanger der Onbeschreven Middelen.

De courier van Amsterdam van 07-09-1811 meldt dat Louis van Hombracht in Asten ontvanger van de onbeschreven middelen is:

image027.jpg

In 1818 wordt in het notarieel archief bevestigd dat Louis van Hombracht een huis naast het schoolhuis bezit:

Notarieel Archief Asten 41-85; 13-10-1818:
Louis von Hombracht heeft een huizing, aangelag en stalling, ene zijde weduwe Adriaan van Dueren, andere zijde schoolhuis.

Bij Deurnewiki lezen we nog over Louis van Hombracht:

Louis van Hombracht die al twaalf jaar als ontvanger werkzaam was in Asten en Lierop en ook al voor de komst van Willem Hendrik van Kelckhoven in Vlierden werkzaam was geweest, breidde na diens vertrek in 1818 zijn werkgebied uit met Vlierden, Deurne en Liessel.

Bij het kadaster van Asten over de periode 1811-1832 staat het huis nog op naam van Louis van Hombracht:

Kadaster 1811-1832; G672:
Huis en erf, groot 03 roede 13 el, het Derp, klassen 3.
Eigenaar: Louis Hombach.

image029.jpg

image031.jpg

Hieronder een aanmaning van Louis van Hombracht aan het adres van Pieter van Loon:

image033.jpg

In 1829 verkoopt Louis van Hombracht zijn huis aan Jan Dirkse Rijkers:

Notarieel Archief Deurne 764-768 en 775; 12-10-1829:
Lodewijk van Hombracht verkoopt een huis, stalling en hof in het Dorp, groot 16 roede, ene zijde weduwe Adriaan van Duuren, andere zijde schoolhuizing. Gaat naar Jan Dirk Rijkers.

In de Nederlandsche Staatscourant van 11-09-1832 verzoekt Louis van Hombracht om rehabilitatie, omdat hij veroordeeld is voor diefstal:

image035.jpg

Elisabeth Arriens is op 26-03-1837 te Asten overleden en Louis van Hombracht is op 03-08-1855 te Someren overleden.

Hiervoor heeft koper van het huis Jan Dirkse Rijkers geld moeten lenen met zijn huis als borg:

Notarieel Archief Deurne 764-777; 02-11-1829:
Jan Dirk Rijkers deurwaarder heeft een schuld van ƒ 1000,- aan Hendricus Fritsen klokgieter te Arle Rixtel, als borg een huis en hof in het Dorp groot 16 roede, ene zijde weduwe Adriaan van Duuren, andere zijde schoolhuizing.

Jan Dirkse Rijkers is geboren te Rotterdam op 19-02-1789 als zoon van Albert Simon Franciscus Dirkse Rijkers en Elisabeth Rijkers. Hij is als kuiper op 11-08-1806 te Tilburg getrouwd met Elisabeth Stalpers, geboren te Tilburg op 29-08-1777 als dochter van Petrus Stalpaerts en Catharina van Gorp:

image037.jpg

Het gezin van Jan Dirkse Rijkers en Elisabeth Stalpers:

# Voornaam Geboorte Huwelijk Overlijden Referentie
1 Catharina Baardwijk 16-08-1807 Kind Asten 12-02-1826
2 Elisabeth Baardwijk 05-03-1809 Kind Baardwijk 08-03-1809
3 Elisabeth Maria Baardwijk 19-02-1810 Asten 04-06-1836
Johannes Gerit Kramer
Nijmegen 17-12-1879
4 Franciscus Waalwijk 28-01-1812 Ongehuwd Asten 13-02-1840
5 Maria Petronella Waalwijk 02-09-1813 Asten 27-03-1829
Peter Caspar Holten
Asten 21-01-1855
6 Hendrikus Asten 12-01-1815 's-Hertogenbosch 29-04-1855
Petronella Henskens
's-Hertogenbosch 21-02-1882
7 Joanna Maria Asten 02-02-1817 Ongehuwd Asten 01-11-1846
8 Clara Maria Asten 12-11-1818 Ongehuwd Asten 01-03-1850

In een deel van het huis woont ook tijdelijk Hendrik Gualtherus van der Beets, geboren te 's-Gravenhage op 04-10-1787 als zoon van Willem van der Beets en Anna Catharina Geertruij van Overveldt. Hij is als opperwachtmeester bij het vijfde Regiment Ligte Dragonders op 02-012-1826 te Deventer getrouwd met Geertruij Dubell, geboren te 's-Gravenhage op 17-04-1785 als dochter van Johannes Frederik Dubell en Antonia Hiddemans en weduwe van Hendricus Daniel Hellegers. Samen met zijn vrouw en dochter Anna Antonia Hendrika Louisa van der Beets, geboren te Deventer op 12-07-1828, is hij als adjudant rond 1835 in Asten komen wonen, zoals valt op te maken uit onderstaand bericht in het Algemeen Handelsblad van 25-11-1835:

Geertruij Dubell is op 23-04-1836 te Asten overleden en linksonder het familiebericht in de Opregte Haarlemsche courant van 05-05-1836 en rechtsonder de overlijdensakte van Geertruij Dubbell, waarbij Hendrik Gualtherus van der Beets en buurman Jan Dirkse Rijkers haar overlijden aangeven:

Hendrik Gualtherus van der Beets woont daarna onder meer nog in Deventer bij zijn dochter en na haar overlijden in 1861 vertrekt hij met zijn schoonzoon Johan George Kobus naar Nijmegen en is op 05-04-1863 te Nijmegen overleden.

Jan Dirkse Rijkers was oorspronkelijk kuiper maar heeft zich later via veldwachter tot deurwaarder opgewerkt. Elisabeth Stalpers is op 08-05-1837 te Asten overleden en in het bevolkingsregister van Asten over de periode 1859-1869 komen we Jan Dirkse Rijkers tegen op huizingnummer A21:

image039.jpg

Jan Dirkse Rijkers is op 21-08-1860 te Asten overleden en zijn schoonzoon molenaar Peter Caspar Holten, geboren te Kessel op 13-01-1795 als zoon van Conrardus Holten en Wilhelmina Christiaens, wordt hoofd van het huishouden. Hij is sinds 21-01-1855 weduwnaar van Maria Petronella Dirkse Rijkers, geboren te Waalwijk op 02-09-1813 als dochter van Jan Dirkse Rijkers en Elisabeth Stalpers, met wie hij op 27-03-1829 te Asten getrouwd was.

Peter Caspar Holten was ondermeer molenaar op de in 1859 gebouwde molen op de Wolfsberg, die later bekend zou staan als Cuppens molen, zoals opgetekend in het Venloosch weekblad van 08-12-1866:

image041.jpg

Peter Caspar Holten is op 09-04-1866 te Asten overleden en zijn zoon Ludovicus Johannes Maria (Louis) Holten, geboren te Asten op 22-11-1847, is de stamvader van de molenaarsfamilie Holten in Deurne. Rechts een foto van Louis Holten.

Zoon Franciscus Martinus Holten, geboren te Asten op 20-09-1834 neemt na het overlijden van Peter Caspar Holten het huis over. Ook in de periode 1869-1879 woont hij met zijn zusters Catharina en Clara Maria in het huis met huizingnummer A32:

image043.jpg

image045.jpg

In de Provinciale Noordbrabantsche en 's Hertogenbossche courant van 15-10-1869 wordt het huis en verschillende percelen grond te koop aangeboden door de kinderen van Peter Holten:

image047.jpg

Het huis wordt verkocht aan Johanna Maria Verheijen en in 1872 aan Hendrik Linders uit Someren en huis krijgt dan kadasternummer G1542. In het nevenstaande plaatje is de verandering door de gearceerde aanbouw te zien.

In 1870 verhuist Catharina Holten naar Eindhoven en later naar Bergeijk en in 1878 verhuist Franciscus Martinus Holten naar Someren en is op 09-04-1880 te Someren getrouwd met Petronella van Hoek, geboren te Asten op 06-05-1838 als dochter van Johannes van Hoek en Petronella van der Sanden. Franciscus Marinus Holten is op 05-01-1885 te Someren overleden en Petronella van Hoek is op 02-11-1911 te Asten overleden.

image049.jpg

In het huis komt wonen Clara Petronella Holten, geboren te Asten op 30-05-1841 en op 22-07-1872 te Asten getrouwd met koopman Lambertus Peters, geboren te Asten op 04-02-1831 als zoon van Johannes Peters en Johanna Segers (zie Behelp 4). Ook over de periode 1879-1890 en in de periode 1890-1900 wonen zij in het huis met achtereenvolgens huizingnummer A33 en A31:

image051.jpg

Lambertus Peters is op 16-12-1893 te Asten overleden en Clara Petronella Holten woont ook in de periode 1900-1910 in het huis met huizingnummer A33:

image053.jpg

Hieronder een foto uit rond 1900 met in het midden rechts het huis achter de muur en voor het dwars op de weg staande schoolhuis, waar Clara Petronella Holten heeft gewoond:

image055.jpg

Clara Petronella Holten is op 22-11-1907 te Asten overleden en zoon Jan Antonie Peters, geboren te Asten op 24-07-1873, neemt het huis over. Ook in de periode 1910-1920 woont hij met familie in het huis met dan huizingnummer A37:

image057.jpg

In 1911 wordt het huis verkocht aan Wilhelmus Hurkmans en Jan Antonie Peters en familie verhuizen naar B32. Wilhelmus Hurkmans is geboren te Someren op 10-01-1872 als zoon van Joannes Hurkmans en Antonetta Wijnen. Hij is als voerman op 11-08-1896 te Someren getrouwd met Maria Elisabeth Mathilda Verberne, geboren te Someren op 14-03-1873 als dochter van Petrus Johannes Verberne en Wilhelmina van de Wildenberg.

In de krant de Zuid-Willemsvaart van 29-07-1914 heeft Wilhelmus Hurkmans nog een aanvaring met de gemeente-veldwachter: image059.jpg

Wilhelmus Hurkmans heeft nog een kippenren bij het huis, stal en erf gebouwd en in de krant de Zuid-Willemsvaart van 29-04-1916 biedt hij zijn huis te koop aan:

image061.jpg

Wilhelmus Verberne verhuist rond 1916 met zijn gezin naar Someren.

Onderaan bovenstaand bevolkingsregister wordt de naam Johannes (Johan) van Goch gemeld en hij is namens de firma Hoebens en van Goch de koper. Er vindt een flinke verbouwing plaats, hetgeen uiteindelijk leidt tot kadasternummer G2192 met een huis, schuur en twee werkplaatsen, waarvan er een aan de Nieuwe Kerkstraat, de huidige Monseigneur den Dubbeldenstraat, ligt.

In het nevenstaande kadasterplaatje is rechtsboven het huis met stal, schuur en werkplaats aan de Molenstraat te zien en linksonder de werkplaats aan de Nieuwe Kerkstraat

image063.jpg

Frans Hoebens en Johan van Goch, oud medewerkers van de fabriek van Bluyssen, beginnen in 1916 een mandenmakerij op een terrein gelegen tussen huidige Burgemeester Wijnenstraat en de huidige Monseigneur den Dubbeldenstraat. In de Nederlandsche Staatscourant van 15-03-1916 de oprichting van de firma:

image065.jpg

Johannes (Johan) van Goch is geboren te Asten op 02-05-1887 als zoon van Cornelis van Goch en Hendrica van Seccelen. Hij is op 26-04-1915 te Asten getrouwd met Johanna Maria Mennen, geboren te Asten op 21-01-1892 als dochter van Johannes Mennen en Margaretha Maria van Eersel. In het bevolkingsregister van Asten over de periode 1910-1920 komen zij in 1918 vanuit A280 in de Torenstraat in het huis met huizingnummer A37 wonen:

image067.jpg

Zijn compagnon is Franciscus Petrus Cornelius (Frans) Hoebens, geboren te Bergh op 01-03-1874 als zoon van Franciscus Hoebens en Antonia van den Eijnden (zie Burgemeester Wijnenstraat 13 en 15). Hij is op 22-04-1913 te Asten getrouwd met Louisa Walthera Petronella Maria Melis, geboren te Helmond op 22-05-1889 als dochter van Ludovicus Cornelis Melis en Maria Antonetta Emans.

Hieronder een foto gemaakt rond 1918 van de mandenfabriek van van Goch met geheel links Johannes van Goch:

image069.jpg

Rechts in het Weekblad voor bloembollencultuur, orgaan van de Algemeene Vereenging van Bloembollencultuur, jaargang 28, 1917-1918 van 03-05-1918 staat dat de mandenfabriek van Hoebens en van Goch handelt in manden, touw en jute balen.

Hieronder in de krant de Zuid-Willemsvaart van 28-06-1918 en 27-07-1918 de voorspoedige groei van de mandenmakerij dankzij de hoge prijzen gedurende de Eerste Wereldoorlog:

 
image071.jpg image073.jpg

In de krant de Zuid-Willemsvaart van 31-01-1920 wordt de vennootschap van Hoebens en van Goch als volgt beschreven:

image075.jpg
Hierin wordt ook genoemd Louis Marie Joseph Hoebens, geboren te Bergh op 12-03-1880 als zoon van Franciscus Hoebens en Antonia van den Eijnden en broer van Frans Hoebens. Hij is als ontvanger der rijksbelastingen op 08-04-1910 te Horst getrouwd met Maria Hendrika Leonarda Hermkens, geboren te Horst op 30-04-1885 als dochter van Pieter Hendrik Hermkens en Johanna Wilhelmina Hermkes. De ontginning van het Drossaerdsveld en de beplanting met teenhout door Antonie Leenen wordt gemeld in de krant de Zuid-Willemsvaart van 12-02-1921:

image077.jpg

In de Nederlandsche staatscourant van 11-06-1921 wordt de vennootschap van de firma Hoebens van Goch per 09-04-1921 ontbonden:

image079.jpg

En wordt volgens de krant de Zuid-Willemsvaart van 14-05-1921 de Naamloze Vennootschap Hoebens van Goch's teenhoutcultuur opgericht door uitgifte van aandelen:

image081.jpg

Dan breken er minder goede tijden aan, zoals bericht in de provinciale Noordbrabantsche en 's Hertogenbossche courant van 17-05-1921 en 22-11-1921:

image083.jpg image085.jpg

De firma van Johannes van Goch koopt in 1922 het deel met kadasternummer G2283 van de fabrieken van Asten Creameries aan de Fabriekstraat. In de voormalige ijskelder, later gebruikt als margarinefabriek, zetten ze de mandenmakerij voort.

In de krant de Zuid-Willemsvaart van 19-08-1922 wordt het woonhuis met de werkplaats te koop aangeboden:

image087.jpg

Het huis wordt rond 1923 aangekocht door Henricus Adolf Meeuwis, geboren op 17-01-1851 te Weert als zoon van Henricus Sebastianus Meeuwis en Elisabeth Gruijthuijsen. Hij is op 24-04-1875 te Meerssen getrouwd met Hubertina van Kan, geboren te Schimmert op 06-06-1851 als dochter van Godefroid Vankan en Maria Helena Willems. Henricus Adolf Meeuwis woonde op het Binderseind te Helmond. Na het overlijden van Henricus Adolf Meeuwis op 07-07-1927 te 's Gravenhage, wordt Hubertina van Kan als zijn weduwe eigenaar van het huis.

Johannes van Goch woont ook in de periode 1920-1930 nog met zijn gezin in het huis met huizingnummer A37:

image089.jpg

Johannes van Goch verhuist rond 1925 naar A380 en volgens overlevering heeft het huis nog enige tijd dienst gedaan als kantoor van notaris Berger. De mandenfabriek met dan kadasternummer G2276 wordt nog enige tijd doorgezet, maar in het Eindhovensch dagblad van 31-12-1928 de opheffing van de mandenfabriek aan de Molenstraat met huizingnummer A37 van Hoebens en van Goch bij de Kamer van Koophandel:

image091.jpg

In het huis komt wonen Gérard Gaston Remery, geboren te Zuiddorpe op 17-05-1892 als zoon van Florentinus Remery en Emma Tacq. Hij is als schoolhoofd op 26-04-1920 te Nistelrode getrouwd met Elisabeth Maria van de Ven, geboren te Nistelrode op 20-09-1891 als dochter van Hendrikus van de Ven en Arnoldina Petronella Nooijen. In het bevolkingsregister van Asten over de periode 1920-1930 komen zij rond 1928 vanuit A18 op het huidige Koningsplein in het huis met huizingnummer A37 wonen:

image093.jpg

In de krant de Zuid-Willemsvaart van 03-03-1928 de geboorte van zoon Alphons en rechts de afsluiting van een landbouwcursus in diezelfde krant van 09-03-1929:

image095.jpg image097.jpg

Aan het einde van de periode verhuist Gérard Gaston Remery met zijn gezin naar A38 aan de overzijde van de Molenstraat (zie Voormalig huis G1752).

De mandenfabriek is daarna gesplitst in twee huizen, een met kadasternummer G2320 en de ander met kadasternummer G2319 (zie Burgemeester Wijnenstraat 21). Hieronder de bijbehorende kadasterplaatjes, links uit 1920 en rechts uit 1929:

image099.jpg image101.jpg

Hubertina van Kan is op 28-04-1929 te 's Gravenhage overleden en in de Provinciale Noordbrabantsche en 's Hertogenbossche courant van 25-05-1929 worden de huizen te koop aangeboden:

image103.jpg
Het meest zuidelijk gelegen huis van de voormalige mandenfabriek met kadasternummer G2320 wordt in de krant de Zuid-Willemsvaart van 01-06-1929 door de erven van de familie Meewis te koop aangeboden:

image105.jpg

Het wordt rond 1929 aangekocht door Antonius Josephus Maria van den Boomen, geboren te Lierop op 22-03-1901 als zoon van Franciscus Wilhelmus van den Boomen en Hendrika Hoefnagels. In het huis komt wonen zijn vader molenaar Franciscus Wilhelmus van den Boomen, geboren te Lierop op 23-01-1862 als zoon van Antonius van den Boomen en Johanna Maria Roijmans. Hij is sinds 21-11-1918 weduwnaar van Hendrika Hoefnagels, geboren te Tongelre op 14-05-1869 als dochter van Josephus Hoefnagels en Theodora Foolen, met wie hij als molenaar op 15-05-1900 te Tongelre getrouwd was. In het bevolkingsregister van Asten over de periode 1920-1930 komt hij met zijn kinderen vanuit A302 in het dubbele woonhuis met huizingnummer A37, ook bekend staand als Molenstraat 17-19, wonen:

image107.jpg

Ook over de periode 1930-1938 wonen zij in het huis aan de Molenstraat 17:

image109.jpg

In het Eindhovensch dagblad van 07-08-1931 wordt de oprichting van een vennootschap van zonen Hubertus Franciscus Josephus van den Boomen en Wilhelmus Josephus Johannes van den Boomen, beiden van beroep bakker, bekend gemaakt aan de Molenstraat A62 (zie Burgemeester Wijnenstraat 51 en 53):

image111.jpg

In het Peelbelang van 18-11-1944 meldt Franciscus van den Boomen dat hij zijn gebreide handschoenen is verloren:

image113.jpg

Franciscus Wilhelmus van den Boomen is op 11-04-1951 te Asten overleden en hieronder de overlijdensakte van Hendrika Hoefnagels en het bidprentje bij het overlijden van Franciscus Wilhelmus van den Boomen:

image115.jpg image117.jpg

Bij heemkundekring De Vonder staat deze woning bekend als monument:

Object:     Burgemeester Wijnenstraat 17, tot 29-12-1945 Molenstraat 17-19.
Bouwhistorie:    Particuliere bouw, bouwjaar circa 1900, 1950 veranderen en vernieuwen winkelwoonhuis, 1965 verbouw, 1996 verbouw tot zakenpand, 2000 uitbreiden winkel, 2003 verbouw voorgevel.
Gebruikshistorie:  Woning van 1900 tot heden.
Eigenaren/bewoners:    Van Goch; Berger; Remery; van den Boomen; Hoes.
Soort woning:   Winkelwoonhuis.
Literatuur:      Johan van Goch woonde er en dreef er onder meer een lampenhandel. Daarna kantoor van notaris Berger. Daarna hoofd van de school Remery, daarna familie van Den Boomen en weer later Adriaan Hoes. Woonhuis van familie van den Boomen naast melkhandel Harrieke van Gogh, nu boekhandel Berkers. Gérard Gaston Remery hoofdonderwijzer openbare lagere school te Asten en adviseur Boerenbond, volgt Van Helden op als leraar landbouwcursussen; voor en in de Tweede Wereldoorlog was hij leider Luchtbeschermingsdienst en gaf hij hulp aan krijgsgevangenen.
Interview:         Oud woonhuis van familie van den Boomen, van oorsprong eind 1800. Is ook een hoedenwinkeltje geweest. Van het oude huis en winkel is niets meer van over.

Hieronder een foto met geheel links het voormalige schoolhuis en rechts daarvan met de witte gevel en het daarnaast gelegen huis, het dubbele woonhuis van de familie van den Boomen:

image119.jpg

Het dubbele woonhuis met als huidige adres Burgemeester Wijnenstraat 17-19 bestaat nog steeds en hieronder een streetview uit 2018 vanaf ongeveer dezelfde locatie:

image121.jpg

Overzicht bewoners:

Huis in het Derp
Jaar Eigenaar Geboorte Hoofdbewoner Geboorte
1690 Isaac Sauve 's Hertogenbosch ±1645 Isaac Sauve 's Hertogenbosch ±1645
1716 Elisabeth Timmermans Helmond 08-08-1648 Elisabeth Timmermans Helmond 08-08-1648
1721 Jacobus Sauve Asten 20-07-1692 Jacobus Sauve Asten 20-07-1692
Dorp huis 45
Jaar Eigenaar Geboorte Hoofdbewoner Geboorte
1736 Jacobus en Anna Sauve Asten 20-07-1692 Jacobus Sauve en Francis Canters Asten 20-07-1692
1741 Jacobus en Anna Sauve Asten 20-07-1692 Jacobus Sauve en Francis Vrients Asten 20-07-1692
1746 Jacobus en Anna Sauve Asten 20-07-1692 Jacobus Souve en Antoni Metten Asten 20-07-1692
1751 Jacobus Souve Asten 20-07-1692 Jacobus Souve Asten 20-07-1692
1756 weduwe en kinderen Jacobus Souve Someren 24-09-1693 weduwe en kinderen Jacobus Souve, Johanna weduwe Lamberts Someren 24-09-1693
1761 weduwe en kinderen Jacobus Souve Someren 24-09-1693 weduwe en kinderen Jacobus Souve, Johanna weduwe Lamberts en weduwe Tijs Haasen Someren 24-09-1693
1766 weduwe en kinderen Jacobus Souve Someren 24-09-1693 Lambert Souve Asten 08-11-1732
1771 weduwe en kinderen Jacobus Souve Someren 24-09-1693 Lambert Souve Asten 08-11-1732
1776 kinderen Jacobus Souve Asten 08-11-1732 Lambert Souve Asten 08-11-1732
1781 Lambert Sauve en Jacobus van Ravensteijn Asten 08-11-1732 Lambert Sauve en Jacobus van Ravensteijn Asten 08-11-1732
1798 Lambert Sauve en Agneta van Ravensteijn Asten 08-11-1732 Lambert Sauve en Agneta van Ravensteijn Asten 08-11-1732
1803 Lambert Sauve en Agneta van Ravensteijn Asten 08-11-1732 Lambert Sauve en Agneta van Ravensteijn Asten 08-11-1732
Kadasternummer G672
# Periode Naam eigenaar Geboorte Opmerking Verandering
1803-1804 Lambert Sauvé Asten 08-11-1732 met Agneta van Ravensteyn 21-02-1804
1804-1829 Louis van Hombracht Ieperen (B) ±1774
1829-1832 Jan Dirkse Rijkers Rotterdam 19-02-1789
G672 1832-1859 Jan Dirkse Rijkers Rotterdam 19-02-1789
Molenstraat 17-19
# Periode Naam hoofdbewoner Geboorte Tweede persoon Geboorte Vertrek
1803-1804 Lambert Sauvé Asten 08-11-1732 Agneta van Ravensteijn Veldhoven 28-01-1720 21-02-1804
1804-1829 Louis van Hombracht Ieperen (B) ±1774 Elisabeth Arriens Herwijnen 03-01-1789
1829-1837 Jan Dirkse Rijkers Rotterdam 19-02-1789 Elisabeth Stalpers Tilburg 29-08-1777 08-05-1837
1837-1859 Jan Dirkse Rijkers Rotterdam 19-02-1789 met kinderen
A21 1859-1860 Jan Dirkse Rijkers Rotterdam 19-02-1789 met kinderen 21-08-1860
A21 1861-1866 Peter Holten Kessel 13-01-1793 met kinderen 09-04-1866
A21 1866-1869 Franciscus Martinus Holten Asten 20-09-1834 met zusters
A32 1869-1878 Franciscus Martinus Holten Asten 20-09-1834 met zusters naar Someren
A32 1878-1879 Lambertus Peters Asten 04-02-1831 Clara Petronella Holten Asten 30-05-1841
A33 1879-1890 Lambertus Peters Asten 04-02-1831 Clara Petronella Holten Asten 30-05-1841
A31 1890-1893 Lambertus Peters Asten 04-02-1831 Clara Petronella Holten Asten 30-05-1841 16-12-1893
A31 1893-1900 Clara Petronella Holten Asten 30-05-1841 weduwe Peters
A33 1900-1907 Clara Petronella Holten Asten 30-05-1841 weduwe Peters 22-11-1907
A33 1907-1910 Jan Antonie Peters Asten 24-07-1873 met familie
A37 1910-1911 Jan Antonie Peters Asten 24-07-1873 met familie naar B32
A37 1911-1916 Wilhelmus Hurkmans Someren 10-10-1872 Maria Elisabeth Verberne Someren 14-03-1873 naar Someren
A37 1916-1920 Johannes van Goch Asten 02-05-1887 Johanna Maria Mennen Asten 21-01-1892
A37 1920-1927 Johannes van Goch Asten 02-05-1887 Johanna Maria Mennen Asten 21-01-1892 naar A380
A37 1928-1929 Gerard Gaston Remery Zuiddorpe 17-05-1892 Elisabeth Maria van de Ven Nistelrode 20-09-1891 naar A38
gesplitst in twee huizen
A37 1929-1930 Franciscus van den Boomen Lierop 22-03-1901 met kinderen
17-19 1930-1938 Franciscus van den Boomen Lierop 22-03-1901 met kinderen
Referenties
  1. ^Tijdschrift Holland (https://tijdschriftholland.nl)

De meest gebruikte referenties staan in de introductie vermeld

Laatst bijgewerkt op 7 september 2021, 19:29:16

XS
SM
MD
LG
XL

Heemhuis, Molenstraat 10 Someren
Open op dinsdag van 9 tot 12 uur en op donderdag van 19 tot 21 uur.


Archeologiehuis, Molenstraat 14 Someren
Open na afspraak met een van de bestuurleden.

Printen