logo

Voormalig huis G467

Deze pagina bevat naast de bewoningsgeschiedenis een levensbeschrijving van de Astense schrijver H. Hollidee, de notarissen Frederik Albert Rovers en Adrianus Rovers en het huis als predikantswoning:

Geschiedenis tot 1845

Servatius (Faes) Lambert Kerckels, wonend aan het Marktveld, had in de Molenstraat een schuur die vanaf rond 1695 bewoond werd door zijn zoon Bartholomeus (Bartel) Kerckels.

Servatius (Faes) Lambert Kerckels is geboren te Asten rond 1630 als zoon van Lambertus Kerckels en Catharina Roefs. Hij is als smid rond 1655 getrouwd met Anna Meus Hoeben, geboren te Asten rond 1630 als dochter van Bartholomeus Hoeben. Na haar overlijden te Asten op 31-10-1670 staat er op een los briefje in het archief:

Asten Rechterlijk Archief 6 folio 491; 22-10-1672:
Faes Lamberts Kerckens en Frensken Geraerts van Sommeren zijn ingeschreven om te treden in den huwelijkse staat.

Servatius (Faes) Lambert Kerckels is op 06-11-1672 te Asten hertrouwd met Frenske Gerit Nuyssen, geboren te Someren rond 1640:

image001.jpg

De gezinnen van Servatius Lambert Kerckels met Anna Meus Hoeben en met Frenske Gerit Nuyssen:

# Voornaam Geboorte Huwelijk Overlijden Referentie
1 Agnes Asten 26-11-1657 Eindhoven ±1690
Hendrick Frans van Mierlo
2 Lambertus Asten 07-05-1659 Deurne ±1695
Maria Peeters
3 Bartholomeus Asten 08-09-1661 Kind Asten ±1661
4 Maria Asten 03-12-1662 Delft 30-09-1691
Jan Gerits Verschueren
5 Bartholomeus Asten 08-10-1665 Heeze 12-02-1696
Margaretha Hendrix
Asten 11-02-1725
Gertrudis Peters
Asten 26-07-1727
Anneke Fransen
Asten 28-06-1739
Godefrida Loomans
Asten 11-08-1744
6 Anna Asten 19-06-1669
7 Gerardus* Asten 19-08-1673 Asten 19-01-1698
Joanna Janssen Dircks
Asten 14-08-1725
8 Judocus* Asten 28-12-1675 Kind Asten ±1675
9 Judocus* Asten 16-10-1678 Kind Asten ±1678
10 Johannes* Asten 12-07-1680 Ongehuwd ±1707 Schipper

*          kinderen uit het tweede huwelijk

Servatius Lambert Kerckels en zijn zoons Bartholomeus en Gerardus hebben een schuld bij Hendrick Gijsberts van de Bleeck, die bij de verkoop van een stuk land wordt afgelost:

Asten Rechterlijk Archief 89 folio 27 verso; 15-12-1700:
Faes Lambert Kerckels en Bartel en Gerit, zijn zoons, zijn schuldig aan Hendrick Gijsberts van den Bleeck ƒ 150,- à 4%. Marge: 15-03-1706 gelost.

Asten Rechterlijk Archief 9 folio 100 verso; 15-03-1706:
Faes Lamberts Kerckels, Lambert en Bartel, zijn zoons verwekt bij Anneke Meeis Hoeben mede voor Hendrick Fransen getrouwd met Neeske Faes Kerckels en voor Maria, dochter Faes Kerckels, weduwe Jan Gerits Verschuyren en voor Anna, dochter Faes Kerckels en Gerrit Faes Kerckels en voor Jan Faes Kerckels uit tweede huwelijk met Frenske Geerit Nuyssen. Zij verkopen aan Dirck Coolen land het Stappe int Root 1 lopense 16 roede. Verponding 9 stuiver per jaar. Koopsom ƒ 46,-.
Zij verkopen aan Jan Paulusse land ontrent den Cruyskenswegh 1 lopense 20 roede. Verponding ƒ 0-7-8 per jaar. Koopsom ƒ 39,-.

Servatius Lambert Kerckels woonde op het Marktveld en zijn dienstmeid heeft nog geld tegoed:

Asten Rechterlijk Archief 11 folio 237; 01-12-1706:
Mari Tijssen, aanlegger contra Faes Lamberts Kerckels, gedaagde. Aanlegster heeft een jaar als dienstmeid gewoond bij gedaagde voor huyrloon en toebaet. Gedaagde is nog verschuldigd ƒ 6-5-0., een paar kousen, een paar schoenen, een paar sokken.

Zijn zoon Johannes Faes Kerckels, die op een schip voer, komt te overlijden en Servatius Lambert Kerckels stuurt Daniel Sauvé erop uit om geld te incasseren:

Asten Rechterlijk Archief 111 folio 43; 01-06-1707:
Faes Kerckels, smit, als vader en enige erfgenaam van Jan Kerckels, zijn zoon, geeft procuratie aan Meester Daniel Sauve, zoon van Meester Isaack Sauve, coster en schoolmeester, alhier, om zich te begeven naar Middelbergh en aldaar te ontvangen van de Heer Boecker ƒ 16,- of zoveel hij te goed heeft van de boekhouder van het schip en blijkt uit het boekhoudersboek.

Servatius Lambert (Faes) Kerckels is op 16-11-1707 te Asten overleden. Zijn zoon Bartholomeus (Bartel) Faes Kerckels, geboren te Asten op 08-10-1655 is op 12-02-1696 te Heeze getrouwd met Grietje Hendrix:

Juncti sunt matrimonio Bartolomeus Faessen de Asten et Margarita Hendricks coram me et testibus Adriano Janssen et Antonio Smits.

In huwelijkse echt gebonden zijn Bartolomeus Faessen de Asten en Margarita Hendricks voor mij en als getuigen Adrianus Janssen en Antonius Smits.

image003.jpg

Het gezin van Bartholomeus (Bartel) Faes Kerckels en Grietje Hendrix:

# Voornaam Geboorte Huwelijk Overlijden Referentie
1 Henricus Asten 10-06-1699
2 Franciscus Asten 14-06-1701 Ongehuwd Asten 05-04-1723

Bartholomeus Kerckels woonde in de tot huis omgebouwde schuur in de Molenstraat en wegens achterstand in de verpondingen, wordt dit huis verkocht aan Johannes Jan Paulus:

Asten Rechterlijk Archief 90 folio 65; 18-12-1708:
De verpondingbeurders Philips Dircx van Heusden Sint Jan 1703-1704 en Hendrick Tho poel Sint Jan 1704-1705 verkopen op verzoek van de kinderen Faes Lambert Kerckels. Zij verkopen aan Jan Jan Paulussen het huis of schuur waar Bartel Kerckels in woont, ontrent de woning van de schoolmeester in het Dorp, alsmede de helft van de turfvelden 4 lopense, ene zijde Nicolaes van der Linden, andere zijde Jan van Riet, ene en andere einde de straten, Gereserveerd de schelft- of tashouteren en de latten welke nagelvast zijn, hetwelk Lammert Kerckels heeft afgemaakt voor het stallen van een koe. Koopsom ƒ 202,-.

Bartholomeus Kerckels verhuist naar de Achterbos op Voordeldonk.

Johannes Jan Paulus is geboren te Asten op 28-10-1678 als zoon van Johannes Pauls Jansen en Margaretha Jan Martens. Hij is op 13-05-1708 te Asten getrouwd met Johanna Diricks, geboren te Asten op 07-03-1686 als dochter van Dirck Antony Dircks en Anna Joannis Baltus:

Juncti sunt matrimonio Joannes Jansen et Joanna Diricks; testes Paulus et Joannes Paulus.

In huwelijkse echt gebonden Joannes Jansen en Joanna Diricks; getuigen Paulus en Joannes Paulus.

image005.jpg

Het gezin van Johannes Jan Paulus en Johanna Diricks Kuypers:

# Voornaam Geboorte Huwelijk Overlijden Referentie
1 Johannes Asten 30-05-1711 Kind Asten ±1711
2 Anna Maria Asten 27-02-1716 Asten 14-05-1741
Joannis Jansen Verrijt
Asten 07-03-1773
3 Catharina Asten 03-10-1720 Ongehuwd Asten 30-12-1741
4 Johannes Asten 11-06-1724 Ongehuwd Asten 31-03-1777

Johannes Jan Paulus koopt een stuk land in het Bergsland:

Asten Rechterlijk Archief 90 folio 42 verso; 19-03-1708:
Hendrick Gijsbertse van den Bleeck verkoopt aan Jan Paulus land in 't Berghslant in 't Dorp 3 lopense. Verponding ƒ 0-15-0 per jaar. Koopsom ƒ 100,-.

Een oom van Johanna Diricks Kuypers maakt zijn testament op en Johannes Jan Paulus behoort tot de erfgenamen:

Asten Rechterlijk Archief 112 folio 18 verso; 01-11-1709:
Antonis Antonissen Cuypers, ontrent het Marckvelt, ziek, testeert. Alle voorgaande maeckselen. vervallen. Dat na zijn dood de kinderen van Jan Antonis Dircx en Antonetta Paulus, zijn vrouw, met name Antony, Joost, Hendrien getrouwd met Aert de Volder, Catalijn Jansen, Jenneken Jansen getrouwd met Marten Michiels van Deursen, Maria Jansen broeders en zusters; en de kinderen van Dirck Antoni Dircx en Anneke Jan Baltus, zijn vrouw, met name Heylke getrouwd met Jan Paulus Cremers, Jenneke getrouwd met Jan Jansen Paulussen. Alle acht samen zijn nagelaten goederen zullen delen te weten huis, land en groes, tin, koper, linnen, wol, gereet ende ongereet en verder alles wat hij, testateur, in eigendom heeft. Zij zullen wel gehouden zijn zijn lasten en schulden te betalen. Maria Jansen, zijn nicht, en dienstmaeght zal wegens haar getrouwe dienst haar huurpenningen en haer toebaet moeten ontvangen.

Johannes Jan Paulus koopt nog een stuk land in het dorp:

Asten Rechterlijk Archief 91 folio 75 verso; 31-10-1712:
Jan Jansen van Ruth getrouwd met Maria Antonissen van Weert verkoopt aan Jan Jan Paulus land in het Dorp 2 lopense 14 roede. Verponding ƒ 0-10-12 per jaar. Koopsom ƒ 108,55.

Cornelis Manders heeft nog geld te vorderen van onder andere Johannes Jan Paulus:

Asten Rechterlijk Archief 13 folio 160; 02-03-1716:
Cornelis Manders, weduwnaar Catarina Conincx, weduwe Goort Hoefnagels en erfgenaam van deze, molenaar, aanlegger contra Antony Kuypers, Peeter Jan Gijsberts getrouwd met Heylke, weduwe Jan Paulus en Jan Jansse Paulus getrouwd met Jenneke Dirk Kuypers.

Nadat de oom van Johanna Diricks Kuypers, Antony Antonissen Kuypers op 15-10-1716 te Asten is overleden, worden zijn goederen verkocht en de opbrengst verdeeld onder de erfgenamen:

Asten Rechterlijk Archief 136; 27-01-1717:
Joost Janse en Marten van Deurse als momboiren van de vier onmondige kinderen van Antony de Kuyper en Catryn Teunis, Peter Jan Hoefnagels getrouwd met Heylken Dircx, Jan Jan Paulus getrouwd met Jenneke Dircx, Aart de Volder getrouwd met Hendrien Jansse, Catalijn Jansse mede voor Jan Wenninck getrouwd met Maria Jansse. Allen erven van Antony Antonissen Kuypers. Zij verkopen de roerende goederen nagelaten door Antony Antonissen Kuypers.
Opmerking: Veel winkelspullen, oliemaat, olievat, waag, zoutvaten, pijpeton, traanmaat, gewichten, winkelkas, blocken, moutkuip enzovoorts. Totale opbrengst ƒ 134-13-15. Waarvan aan de onmondige kinderen toekomt ƒ 38-00-08.
Zij verkopen aan Jan Verhosen huis, hof en aangelag aant Merktvelt in het Dorp 2 lopense, nagelaten door Antonis Antonis Kuypers, ene zijde Joost Joost Roefs, andere zijde weduwe Jan Kuypers, ene einde de straat, andere einde kinderen Niclaas van der Linden. Belast met ƒ 2-10-0 per jaar aan den Armen van Asten; ƒ 2-10-0 per jaar aan de Kerk van Asten. Verponding ƒ 2-10-0 per jaar. Koopsom ƒ 425,-.

Johannes Jan Paulus heeft zijn knecht opdracht gegeven om de wal rond zijn erf te vernieuwen:

Asten Rechterlijk Archief 114 folio 232; 30-07-1717:
Schepenen van Asten verklaren dat zij, op 23 juli laatstleden, wegens het officie, gezien hebben, sekeren wal, gehoorende of liggende, tegens de erve Jan Jan Paulus. Wij hebben gezien dat de wal ter lengte van drie à vier schreden, of meer dan de helft van die breedte was afgestoken op de ene plaats min of meer en ook bevonden dat die zelfde afgestoken plaatsen wan de wal wederom met vorse eerde was aangevuld. Hierop is bij ons gekomen Huybert Abrahams, welke tegen ons heeft gezegd: "Ik beken dat ik dit heb afgestoken en ik heb het ook weer aangevuld". Er aan toevoegende: "Jan Paulus heeft mijn dat geheten".

Johannes Jan Paulus heeft boekweitmeel doorverkocht in ruil voor wat bier:

Asten Rechterlijk Archief 115 folio 62 verso; 15-11-1719:
Jan Jan Paulus verklaart ter instantie van Frans Lambers dat hij comparant, van Peeter Mulder te Weert of Neerweert, ook genoemd 'de lange Peer', nu omtrent 9 of 10 maanden geleden ten huize van Dirck van den Broeck, herbergier te Stratum, heeft gekocht eenige sacken met boeckweyt en welke hij weer heeft overgelaten aan de mulder van Stratum, voor de gelijke prijs, behalve enige pinten bier, die zij samen hebben uitgedronken.
Peeter de Mulder heeft hem, comparant, in augustus laatstleden in het Minrebroedersclooster tot Weert de zakken waar de boekweit is ingeweest weer gemaant en versant. En verklaart hij, comparant, verder dat Frans Lambers, geen koopman is geweest van die boekweit, maar wel hij, comparant. Indien de voorschreven zakken niet meer terechtkomen zal hij, comparant, deze aan Peeter de Mulder vergoeden.

Johannes Jan Paulus pacht samen met Peeter Willem Loomans de clamptiende van Braesel:

Asten Rechterlijk Archief 151; 07-07-1731:
Marten Cornelis van Berensteyn, Heer van Maurick, raad- en schepen van 's Hertogenbosch, verpacht zijn clampentienden, te Asten. Dit over de oogst van 1731. Pachter Louis Hoefnagels 80 vat rogge en ƒ 48-00-00; den Braesel belast met 9 vat rogge per jaar aan de Kempenaar. Pachters Peeter Willem Loomans en Jan Jan Paulus 260 vat rogge en ƒ 156-00-00.

Johannes Jan Paulus krijgt nog geld van Hendrik Frans Hoefnagels:

Asten Rechterlijk Archief 22 folio 23; 24-05-1734:
Jan Jan Paulus heeft te vorderen van Hendrik Frans Hoefnagels ƒ 7-10-0 wegens geleend geld.

Johannes Jan Paulus had een herberg waar van oudsher ook zaken gedaan werden:

Asten Rechterlijk Archief 30 fol. 6 12-09-1740:
Interrogatorium voor Peeter Jacob Baassen, Jacobus Souvee, Pieter Willem Loomans en Jan Doense.
Zij worden gevraagd of zij, op 10-08-1740, ten huize van Jan Janse Paulus, herbergier, zijn geweest waar in het bijzijn van veel omstanders werd verkocht enige wol, alsmede de rogge, staande op de Schutacker en behorende aan de Jonge Schutterij?
Allen antwoorden bevestigend.
Of de verkoop op order van Francis Timmermans is gedaan. En of door deze, op de verkoping van het koren, voor de hoogste bieder tot trekgeld is gezet 3 permissie schellingen, min of meer?
Jacobus Souvee verklaart dat Francis Timmermans hem daartoe had verzocht.
Of het koren en de wol door Jacobus Souve toen niet publiek is geveild en dat door Arnoldus Swanenberg geboden werd ƒ 32-10-0 en daarop door Jan Doense ƒ 33,-?
Pieter Willem Loomans verklaart dat Jan Doense koper van het koren is gebleven.
Of Jan Doense het trekgeld niet gekregen heeft en van wie?
Francis Timmermans heeft het trekgeld uitbetaald.
Wie heeft aantekening gehouden van de verkoop?
Jan van Hoeck.
Wie zijn bij de verkoop aanwezig geweest?
Veel mensen, onder andere Meester Hendrik Halbersmit, Antony van Riet, Meester Gabriel Swanenberg, Arnoldus Swanenbergh.

Ook dreef Johannes Jan Paulus handel op 's-Hertogenbosch, waaronder ook jenever:

Asten Rechterlijk Archief 15 folio 73; 03-10-1740:
Jan Gerrits van de Moosdijk, te Vlierden, aanlegger contra Jan Janse Paulus, gedaagde. Aanlegger heeft te ontvangen ƒ 8-8-0 wegens gedane karrevragten van 's Hertogenbosch af.

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 12-11-1740:
Cebille van Arnhem, weduwe Adriaan Moos, coopvrouw, te 's Hertogenbosch, aanlegster contra Jan Jansen Paulus, gedaagde. Betreft: Betaling van geleverde jenever.

Het is onduidelijk of Johannes Jan Paulus de geleverde planken heeft betaald en ook aan wie:

Asten Rechterlijk Archief 23 folio 87; 12-06-1741:
Pieter Aarts Oeter Dortmans, te Brey, in het land van Gulick, aanlegger contra Jan Janse Paulus, gedaagde. Gedaagde is nog schuldig ƒ 7-7-0, als restant wegens 50 gekochte denneplanken, op de dato 13-06-1739. Gedaagde zegt dat hij wel enige planken heeft ontvangen, doch van een andere persoon en heeft deze ook betaald met 28 schellingen. Na die tijd heeft hij nog aan aanlegger geleverd een malder haver en ƒ 2-10-0 betaald tot voldoening van de 50 planken. Hij zal tezijnertijd de persoon, die de planken geleverd heeft, meebrengen.

Johannes Jan Paulus vraagt nog eens van Hendrik Frans Hoefnagels het geld voor een reis naar Maastricht:

Asten Rechterlijk Archief 23 folio 92; 02-10-1741:
Jan Janse Paulus, aanlegger contra Hendrik Frans Hoefnagels, gedaagde. Aanlegger zegt dat gedaagde hem nog schuldig is ƒ 7-1-0 wegens geleend geld en verteringen gedaan op de weg naar Mastright, nu ongeveer 15 jaar geleden.

Johanna Diricks Kuypers is op 01-09-1746 te Asten overleden en Johannes Jan Paulus verkoopt een stuk van zijn land aan de pastoor die achter hem in de pastorie, verkregen van Michiel van de Cruys, aan de huidige Lindestraat woont:

Asten Rechterlijk Archief 96 folio 234 verso; 24-03-1749:
Michiel van de Cruys verkoopt aan Peter Aarts, pastoor huis en hof met een akker daaraan in het Dorp 2 lopense, ene zijde de pad, andere zijde Jan Jan Paulus, ene einde de weg, andere einde Jan Jan Smits. Koopsom ƒ 450,-.

Asten Rechterlijk Archief 96 folio 159; 11-02-1750:
Jan Janse Paulus verkoopt aan Petrus Aarts, pastoor een stukje land van verkopers akker gelegen naast het huis en schop van de koper enige roede. Koopsom ƒ 15,-.

Johannes Jan Paulus heeft een schuld bij zijn nicht Johanna Matijs Jansen:

Asten Rechterlijk Archief 96 folio 205 verso; 01-04-1751:
Jan Janse Paulus is schuldig aan Jenneke, onmondige dochter van Matijs Jansen, zijn nicht ƒ 200,- à 3%. Marge: Jan Gerrits Verberne, te Someren, heeft deze obligatie bij transport de dato 10-05-1768 Asten, verkregen; op 09-03-1772 gelost door Jennemie Janse Paulus, weduwe Jan Verreyt.

Johannes Jan Paulus en zijn schoonzoon Joannis Jansen Verrijt hebben een schuld:

Asten Rechterlijk Archief 96 folio 226 verso; 20-01-1752:
Jan Janse Paulus en Jan Verreyt zijn schuldig aan Wilhelmus de Bruyn ƒ 175,- à 3%.
Marge: 24-02-1772 gelost door de weduwe Jan Verreyt en Jan van den Heuvel.

De kinderen van Johannes Pauls Jansen en Margaretha Jan Martens, waaronder Johannes Jan Pauls delen de erfenis, waarbij het huis bij het Marktveld aan Johannes Jan Pauls wordt toebedeeld:

Asten Rechterlijk Archief 120 folio 114 verso; 21-03-1754:
Maria Janse Paulus, weduwe Jan Smits geassisteerd met Jan Smits, haar zoon, Johannes Martinus Jansen voor zichzelf en mede voor Francis en Pieter, zijn broeders, Jan en Adriaan Hoefnagels, allen te Asten, Willem van de Sande getrouwd met Magrieta, dochter Joost Jan Hoefnagels, te Vlierden, deze mede voor Engel en Jenneke, ook kinderen van Joost Jan Hoefnagels, zijn vrouws zusters, wonende te Bakel en nog voor Paulus Jan Paulus die wegens zijn ziekte niet in staat is te compareren. Aan hen competeert, voor vier delen een huis en hof aan de Poel in het Dorp met verscheidene percelen land en groes. Zoals nagelaten door Jan Paulus en Magrieta Jan Martens. Zij verklaren af te zien van deze goederen ten gunste van Jan Janse Paulus. Ook verklaren zij te repudieeren en abandonneeren de goederen en nalatenschap, deze geheel latende aan degenen die vermeenen daartoe geregtigt te sijn. Jan Jan Paulus, zoon van Jan Paulus Jansen neemt de voorschreven goederen, gekomen van sijne vader tot zich en zal alle daarop staande pretenties en schulden voldoen.

Johannes Jan Pauls verkoopt een stuk land om een schuld af te lossen:

Asten Rechterlijk Archief 97 folio 111; 16-03-1757:
Jan Janse Paulus verkoopt aan Antoni Jacob Kuypers land de Kruysacker 1 lopense; groes 2 lopense. Verponding ƒ 1-6-0 per jaar. Bede ƒ 0-7-8 per jaar. Koopsom ƒ 105-5-0.

Asten Rechterlijk Archief 97 folio 111 verso; 16-03-1757:
Reynier van Diestel, te Budel, verkoopt aan Antoni Jacob Kuypers ƒ 100,- zijnde de helft van een obligatie van ƒ 200,- à 5% ten name van Lijske, weduwe Hendrik Deentjens, te Maarheeze, ten laste van Aart Jacobsen, timmerman de dato 25-08-1667 Asten. En welke ƒ 200,- Jan Jansen Paulus heeft overgenomen tegen 4½% en zulks in plaats van een verschuldigde koopsom van huis en beemd gekocht van Jan Aart Jacobs. Borgen Jan Peter Smits en Martinus Jan Paulus de dato 23-08-1715. Gelost tot heden ƒ 100,-.

Johannes Jan Pauls verkoopt op zijn oude dag nog een stuk land:

Asten Rechterlijk Archief 97 folio 213; 11-07-1760:
Jan Janse Paulus verkoopt aan Antoni Jacob Kuypers de Hennenkras ½ lopense. Koopsom ƒ 20,-.

Johannes Jan Paulus verkoopt zijn onroerende goederen aan zijn kleinkinderen, de kinderen van dochter Anna Maria Janse Paulus, getrouwd geweest met Joannis Jansen Verrijt:

Asten Rechterlijk Archief 97 folio 215 verso; 01-09-1760:
Jan Janse Paulus verkoopt aan de kinderen Jan Verreyt, getrouwd met Anna Maria Jan Janse Paulus, met name Johanna, Helena, Jan en Willem, allen minderjarig huis, hof en aangelag aan de Poel 1 lopense; den Hoeksenacker 2½ lopense; Willemyna-acker 1½ lopense; land de Beckers 1½ lopense; den Berg 1½ lopense; den Pasacker 1½ lopense; de Pastory-acker 1½ lopense; groesbeemd Vrouwkesveltje 1 lopense. Belast met ƒ 4-0-0 per jaar aan den Armen van Asten; ƒ 5-7-8 per jaar aan het Gemene Land. Zie transport de dato 21-03-1754.
Nog de onverdeelde helft in huis, schuur, stal, hof en aangelag met een akker daaraan 2 lopense, ene zijde Jan Smits, andere zijde de straat, andere einde Jan Verhoysen; Jan Everts-acker 3½ lopense; land de Beckers 2 lopense; de Kasacker 2 lopense; groesbeemd de Kattestaart 5 lopense; Jan Aartjesveltje 2½ lopense; Nelis Kempwielke 2 lopense; groes in de Pas ½ lopense; de Fransmansacker 2 lopense; den Berg off acker daar de schuur gestaan heeft 1 lopense; het Rootsvelt 4½ lopense. Belast met de helft van ƒ 200,- à 3% ten bate van Jenneke Mattijs Jansen de dato 01-04-1750; de helft van ƒ 100,- aan Antoni Jacob Kuypers; de helft van ƒ 175,- à 3% aan Wilhelmus Bruynen de dato 20-01-1752. Koopsom: ƒ 120,-. Welke moet worden betaald aan Jacobus Losecaat voor de kosten van het transport en verdere landslasten ƒ 70,- en aan Wilhelmus Bruynen ƒ 50,-.
Marge: 24-02-1772 zijn deze beide sommen gelost.

In het huizenquohier over de periode 1736-1756 is Johannes Jan Paulus eigenaar en meestentijds bewoner, vanaf 1755 woont hij waarschijnlijk in bij zijn dochter Anna Maria Janse Paulus:

Jaar Eigenaar nummer 44 Dorp Bewoners nummer 44 Dorp
1736 Jan Jan Paulus Jan Jan Paulus
1741 Jan Jan Paulus Jan Jan Paulus
1746 Jan Jan Paulus Jan Jan Paulus
1751 Jan Jan Paulus Jan Jan Paulus
1756 Jan Jan Paulus weduwe Jan Flipsen

Johannes Jan Paulus is vermoedelijk als Joannes Janssen op 08-06-1762 te Asten overleden en hieronder zijn begraafakte:

image007.jpg

Dochter Anna Maria Janse Paulus is geboren te Asten op 06-04-1708 en op 14-05-1741 te Asten getrouwd met Joannis Jansen Verrijt, geboren te Asten op 01-01-1713 als zoon van Johannes Teunis Verrijt en Johanna Hoefnagels:

image009.jpg

Het gezin van Anna Maria Janse Paulus en Joannis Jansen Verrijt:

# Voornaam Geboorte Huwelijk Overlijden Referentie
1 Johanna Asten 18-01-1742 Asten 01-06-1766
Johannes van den Heuvel
Asten 18-05-1801
2 Petrus Asten 29-04-1746 Kind Asten 04-02-1747
3 Johannes Asten 21-02-1748 Ongehuwd Asten 16-09-1779
4 Helena Asten 11-05-1750 Asten 10-08-1783
Laurentius Willem van Oosterhout
Asten 11-01-1794
5 Petrus Asten 02-02-1753 Kind Asten 25-02-1755
6 Wilhelmus Asten 13-07-1760 Kind Asten 05-10-1760

Joannis Jansen Verrijt heeft in zijn jonge jaren nog een slippertje gemaakt:

Asten Rechterlijk Archief 14 folio 361; 24-01-1735:
Peternella Hendrick Slaets, meerderjarige jonge dochter, aanlegster contra Willem Jan Loomans, momboir van Jan Janssen Verriet, minderjarige jongeman, gedaagde. Door tusschenspreecken van goede mannen is overeengekomen dat de momboir zal betalen aan aanlegster ƒ 50,- en de kosten van de procedure.

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 07-02-1735:
Petronella Hendrik Slaats, meerderjarige jonge dochter, aanlegster contra Willem Jan Loomans, voogd van Jan Jansen Verrijt, minderjarige jongeman, gedaagde. Aanlegster heeft zich door schoone woorden en trouwbeloften zo verre zo verre laten verleiden door gedaagde dat zij met denselve vleeschelijcke conversatie heeft gehadt. Zodanig dat zij, op 11 augustus 1734, is bevallen van een zoon en heeft de gedaagde dan alsnog als vader genoemd van het kind. Dat Jan Janse Verrijt, gaande tot Godt en sijne conscientie wel behoort hadde de aanleggerse te trouwen, ofte ten minste haer eer te beeteren, de craemcosten en de begraefenis van 't kindt te betaelen. Gedaagde schijnt van mening te zijn dat men tegen hem, vermits zijn minderjarigheid, niet kan ageren of tegens hem enige procedure te enthameeren. Reden om Willem Jan Loomans, zijn beëdigd voogd, te dagvaarden en deze op te leggen dat gedaagde met aanleggerse zal trouwen ofwel haar eere te beeteren met 100 silveren ducatons vanwege de kraamkosten en 10 gulden voor de begrafeniskosten van het kind. Of zoveel meer of minder als U naar rechten zult oordelen.

Uiteindelijk moet hij er flink voor betalen:

Asten Rechterlijk Archief 27 folio 82; 14-04-1735:
Aan Heren schepenen, gezien het request van Willem Jan Loomans, beëdigd momboir van Jan Janssen Verriet, inhoudende dat hij als momboir, in die kwaliteit, gedaagd zou worden door Pieter de Cort, drost, tot voldoening van ƒ 100,- boete aan Jan Jansen Verriet opgelegd wegens het beswangeren van Peternella Slaets, meerderjarige dochter. Het wordt toegestaan aan suppliant om de goederen van Jan Janssen Verriet met ƒ 150,- te bezwaren. 

Als zoon Wilhelmus komt de overlijden, moet de erfenis die hij van zijn grootvader heeft gekregen, worden getaxeerd:

Asten Rechterlijk Archief 164 folio 13; 24-12-1760:
Taxatie van de onroerende goederen van Willem Jan Verrijt, overleden 05-10-1760. De verklaring is afgelegd door Anna Maria Paulus getrouwd met Jan Verreyt mits de absentie van haar man, moeder en mede-erfgenaam van de overledene, ¼e deel in waarde:
Huis, hof en aangelag aan de Poel        1 lopense ƒ 42,-
Den Hoeksenacker   2½ lopense  ƒ 6,25
De Willigenacker      1½ lopense   ƒ 5,-
De Beckers  1½ lopense  ƒ 2,50
Den Berg  1½ lopense  ƒ 3,75
De Pasacker  1½ lopense  ƒ 5,-
De Pastoryacker  1¼ lopense      ƒ 3,-
Vrouwkesveltje  2 lopense ƒ 5,-
Totaal onroerend goed 12 3⁄4 lopense ƒ 73-00-00
Het geheel is belast met ƒ 4-0-0 per jaar aan den Armen van Asten, in kapitaal  ƒ 100-0-0
Het geheel is belast met ƒ 5-7-8 per jaar aan het Gemene Land, in kapitaal ƒ 137-7-8
Totaal belast ƒ 237-7-8
¼e deel hiervan is ƒ 59-06-14
Rest      ƒ 13-13-02
1⁄8e deel in waarde:
Huis, schuur, stal, hof, aangelag en een akker 2 lopense ƒ 42-10-00
Jan Evertsacker   3½ lopense ƒ 3-15-00
De Beckers  2 lopense ƒ 1-05-00
De Kasacker   2 lopense ƒ 2-00-00
De Kattestaart       5 lopense ƒ 11-05-00
Jan Aartjesveltje 2½ lopense ƒ 4-10-00
Nelis Kempke  2 lopense ƒ 5-00-00
De Pas       1½ lopense ƒ 2-10-00
De Fransmansacker     2 lopense  ƒ 3-15-00
Den Berg 1 lopense  ƒ 1-10-00
Totaal onroerend goed 23½ lopense ƒ 78-00-00
Belast met ƒ 200,- à 3% aan Jenneke Mattijs Janse de dato 01-10-1750 ƒ 200-00-00
Belast metƒ 175,- à 3% aan Wilhelmus Bruynen de dato 20-01-1752 ƒ 175-00-00
Totaal belast ƒ 375-00-00
1⁄8e deel hiervan is ƒ 46-17-08
Rest  ƒ 31-02-08
 
¼e deel van het Rootsvelt  4½ lopense ƒ 25-00-00
Totaal  41 lopense ƒ 69-15-10
20e penning is        ƒ 3-9-14

Joannis Jansen Verrijt is een periode setter en een periode borgemeester:

Asten Rechterlijk Archief 32 folio 22 verso; 19-06-1762:
Dirk Jan Wilbers en Jan Paulus Geven van Dijk zijn aangesteld tot borgemeesters, Sint Jan 1762-1763.
Tot setters zijn aangesteld: Jan Francis Timmermans en Jan Verreyt.

Asten Rechterlijk Archief 32 folio 27 verso; 28-11-1763:
Jan Verreyt en Bruysten van Someren worden aangesteld als collecteurs van de bede 17-09-1763 tot en met 16-09-1764 en van de verponding van 01-01-1764 tot en met 31-12-1764. Tot collecteurs der Gemene Middelen, 01-10-1763 tot en met 30-09-1764, worden aangesteld Steven Jansen en Peter Aart Simons van Bussel.

Joannis Jansen Verrijt verkoopt een stuk land aan Johannes Jansen en een stuk van zijn akker aan zijn achterbuurman pastoor Petrus Aarts:

Asten Rechterlijk Archief 98 folio 124 verso 15-02-1764:
Jan Verreyt verkoopt aan Johannes Jansen, vierman, land den Heesacker 3 lopense 14 roede. Verkoper aangekomen bij transport de dato 28-07-1746. Koopsom ƒ 72,-.
Hij verkoopt aan Petrus Aarts, pastoor een hoekje van een akker neven het huis en schap van de koper 5 à 10 roeden. Koopsom ƒ 10-10-0.

Joannis Jansen Verrijt was geregeld op reis naar Antwerpen, zoals ook hier als hij samen met zijn broer Peter een akker aan zijn andere broer Hendrik verkoopt:

Asten Rechterlijk Archief 98 folio 198; 09-11-1765:
Peter van Reyt, te Asten en zijn broeder, Johannes Verreyt, te Antwerpen, verkopen aan Hendrik Verreyt een akkerke ½ copse. Koopsom ƒ 21,-.

Een schuld van Johannes Jan Paulus is op naam van Joannis Jansen Verrijt en zijn kinderen gekomen en deze wordt overgedragen naar Jan Gerits Verberne:

Asten Rechterlijk Archief 122 folio 207; 09-04-1768:
Johannes Paulus van Hooff getrouwd met Jenneke Mattijs Jansen, te Antwerpen, geeft procuratie aan Johannes Jansen, zijn vrouws oom, te Asten, om namens hem in te vorderen ƒ 200,- en intrest ƒ 72,-. Een en ander volgens schepenobligatie Asten de dato 01-04-1751 ten laste van Jan Jansen Paulus en ten bate van zijn, comparants, vrouw. Nu te betalen door Jan Verreyt en zijn kinderen als de goederen van Jan Paulusse, bij versterf, bekomen hebbende.

Asten Rechterlijk Archief 99 folio 3 verso; 10-05-1768:
Johannes Paulus van Hooff, te Antwerpen, verkoopt aan Jan Gerrits Verberne, te Someren een obligatie van ƒ 200,- ten bate van Jenneke Mattijs Jansen en ten laste van wijlen Jan Janse Paulus de dato 01-04-1751.

In het bevolkingsregister van Asten over de periode 1761-1766 is Joannis Jansen Verrijt samen met zijn kinderen, zij woonden tot 1765 in het huis aan de huidige Marktstraat, eigenaar en deels bewoner van het huis:

Jaar Eigenaar nummer 44 Dorp Bewoners nummer 44 Dorp
1761 Jan Verrijt en sijne kinderen weduwe Jan Vreijnsen
1766 Jan Verrijt en sijne kinderen Jan Verrijt en sijne kinderen

Joannis Jansen Verrijt is op 09-08-1769 te Asten overleden en de schuldeisers kloppen steeds meer aan bij Anna Maria Janse Paulus:

Asten Rechterlijk Archief 24 folio 127; 25-02-1771:
Antoni Losecaat, collecteur van de verponding, 1766, aanlegger contra weduwe Jan Verreyt, in het Dorp, gedaagde. Gedaagde is nog ƒ 8-3-10 schuldig van verponding over 1766.

Asten Rechterlijk Archief 99 folio 184 verso; 24-02-1772:
Annemie Janse Paulusse, weduwe Jan Verreyt en Jan van den Heuvel zijn schuldig aan Antonis Jacob Kuypers ƒ 100,- à 3% van een oude obligatie de dato 23-08-1715 ten laste van wijlen Jan Jan Paulus, waarmede hun goederen belast zijn geweest.
Marge: Gelost in twee posten 01-06-1797 en 26-12-1797 aan Jacobus Michielsen.
Zij zijn schuldig ƒ 300,- à 3% aan Antonis Fransen, wegens geleend geld en geleverde waren aan Jan Verreyt.
Marge: 03-09-1796 gelost aan Theodorus Johannes Sengers.

Anna Maria Janse Paulus doet een verzoek om onroerend goed te mogen verkopen:

Asten Rechterlijk Archief 28 folio 82 verso; 14-12-1771:
Gezien het request van Annemie Jan Paulusse, weduwe Jan Verreyt, en Jan van den Heuvel getrouwd met Johanna, dochter Jan Verreyt. Dat Jan Janse Paulus, vader van de suppliante, op 01-09-1760, heeft verkocht aan haar kinderen met name Johanna, voornoemd, Helena, Jan en Willem verwekt bij Jan Verreyt een huis aan de Poel in het Dorp met zes percelen land 11 lopense. Belast met ƒ 4,- per jaar aan den Armen en ƒ 5-7-8 per jaar aan het Gemene Land.
Alnog de helft in huis, stallen, hof en aangelag in het Dorp waarin zij wonen, met negen percelen land en groes 22 lopense. En nog groes int Root 41⁄2 lopense. Alles belast met de helft van ƒ 200,- aan Mattijs Jansen obligatie de dato 01-04-1750, nu Jan Gerrits Verberne, te Someren transport Asten de dato 10-05-1768; aan Antoni Kuypers de helft van een obligatie van ƒ 100,-; de helft van ƒ 175,- à 3% aan Wilhelmus Bruynen obligatie de dato 20-01-1752; Jacobus Losecaat wegens lasten ƒ 70,-; Wilhelmus Bruynen nog ƒ 50,-.
Op 05-10-1760 is Willem overleden waardoor zijn ¼e deel aan haar en haar man, Jan Verreyt, zijn aangestorven deze is echter twee jaar geleden overleden. Zodat zijn gedeelte en verdere nalatenschap op haar voor de helft en de andere helft op haar drie kinderen zijn verstorven. Zij zou dus in de eerste goederen 1⁄8e deel competeren en in de andere ¼e en 1⁄8e part maar in het stuk groes in het Root 1⁄8e deel. De schulden bedragen wel 800 à 900 gulden.
Naschrift verkoop wordt toegestaan mits de schulden worden betaald en behoorlijk wordt gedaan.

Anna Maria Janse Paulus schenkt al haar bezit aan haar kinderen in ruil voor haar onderhoud:

Asten Rechterlijk Archief 123 folio 151 verso; 25-02-1772:
Annemie Janse Paulus, weduwe Jan van Reyt geeft te kennen dat zij wegens haar aanhoudende ziekte en zwakheid buiten staat is om het huishouden en bouwerijen behoorlijk gade te slaan. Zij draagt in vol eigendom over aan Jan van den Heuvel getrouwd met Johanna, haar dochter en aan Helena en Jan, haar, comparantes, onmondige kinderen ieder voor 1⁄3e deel haar gehele inboedel, bestaande uit huisraad, karren, bouwgereetschap, paard en beesten, hooi, stro en koren, zowel in de schuur als op de akker. Een en ander onder conditie dat deze kinderen haar, comparante, gedurende haar verdere leven zullen onderhouden en verzorgen in logement, kost en kleren en alle lasten en schulden voor hun rekening nemen.

In het huizenquohier van 1771 staat het huis op naam van Anna Maria Janse Paulus en haar kinderen:

Jaar Eigenaar nummer 44 Dorp Bewoners nummer 44 Dorp
1771 weduwe Jan Verrijt en kinderen weduwe Jan Verrijt en kinderen

Het huis wordt in 1772 door Anna Maria Janse Paulus verkocht aan Antoni Timmermans:

Asten Rechterlijk Archief 99 folio 178; 22-02-1772:
Annemie Janse Paulusse, weduwe Jan Verreyt, mede voor haar twee onmondige kinderen, Helena en Jan en Jan van den Heuvel, getrouwd met Johanna Verreyt. Zij verkopen aan Antoni Timmermans huis, stal, hof en aangelag in het Dorp 2 lopense, ene zijde Petrus Aarts, pastoor en Jan Smits, andere zijde Jan van Riet en de kinderen Jan Verhoysen, ene einde de straat, andere einde de weg. Gereserveerd zijn de twee bedkoetsen in de kamer en het oude timmerhout dat los ligt op de schelft en onder de korentas. Koopsom ƒ 570,-.

Anna Maria Janse Paulus is op 07-03-1773 te Asten overleden en hieronder haar begraafakte:

image011.jpg

Antonius Francis Timmermans is geboren te Asten op 27-11-1738 als zoon van Franciscus Jansen Timmermans en Maria Teunis de Laure Hoebergen. Hij is op 29-03-1770 te Schijndel ondertrouwd (zie onderstaande akte) en op 18-04-1770 te Schijndel getrouwd met Johanna Adriaen Smits, geboren te Schijndel op 07-12-1741 als dochter van Adrianus Gijsberti Smits en Joanna Laurens van der Schoot:

image013.jpg

Het gezin van Antonius Francis Timmermans en Johanna Adriaen Smits:

# Voornaam Geboorte Huwelijk Overlijden Referentie
1 Joanna Maria Schijndel 26-03-1770 Asten 20-02-1803
Theodorus van Lieshout
Nuenen 30-09-1814
Johannes Martinus Cuijten
Asten 16-08-1848
2 Adrianus Asten 19-11-1771 Maasbree 25-06-1804
Sybilla Nicolai Coopmans
Asten 19-12-1829 zie Voormalig huis G591
3 Franciscus Asten 07-04-1774 Helmond 10-11-1804
Petronella Vlemmings
Helmond 13-01-1853 Burgemeester
4 Walterina Asten 18-03-1776 Ongehuwd Asten 03-08-1798
5 Johanna Asten 19-01-1778 Asten 02-09-1810
Johannes Antoni van Hoof
Asten 23-05-1842
6 Helena Asten 03-07-1780 Asten 27-07-1821
Adrianus Lokermans
Asten 14-12-1849

Antonius Francis Timmermans koopt een stuk land voor zijn zoon Adrianus:

Asten Rechterlijk Archief 99 folio 221.1; 09-03-1773:
Roedolff Christiaan Frederick Lilly verkoopt aan Adriaan Antoni, zoontje van Antoni Timmermans land den Pas 1 lopense 1 copse, ene zijde Mattijs van Bussel, andere zijde Gerrit van Riet. Verkoper aangekomen bij transport de dato 10-12-1772. Koopsom ƒ 29,-.

Antonius Francis Timmermans koopt een stuk grond in de buurt van zijn huis:

Asten Rechterlijk Archief 99 folio 293; 29-10-1774:
Arnoldus Willem Smits, in het Dorp, verkoopt aan Antoni Timmermans, in het Dorp land den Moolenacker ½ lopense, ene zijde Lambert Sauve, andere zijde Cotshausen, ene en andere einde de wegen. Verkoper aangekomen van zijn vrouwe eerste man. Koopsom ƒ 25,-.

Antonius Francis Timmermans kan worden gezien als de bankier van Asten, gezien de vele schulden die Astenaren bij hem hebben:

Asten Rechterlijk Archief 99 folio 260 verso; 13-12-1773:
Goort Peter Cornelis, aan den Astense Dijk, is schuldig aan Antoni Timmermans ƒ 200,- à 3%.
Marge: 14-08-1786 gelost.

Asten Rechterlijk Archief 100 folio 52; 04-05-1776:
Joost Koppens, aan den Astense Dijk, is schuldig aan Antoni Timmermans ƒ 250,- à 3%.
Marge: 05-05-1800 gelost.

Asten Rechterlijk Archief 100 folio 86; 06-06-1777:
Pieter van Bussel, aan Voordeldonk, is schuldig aan Antoni Timmermans ƒ 250,- à 3½%.
Marge: 24-04-1780 gelost.

Asten Rechterlijk Archief R100 folio 127 verso 16-01-1779:
Peter Aart van Bussel is schuldig aan Antoni Timmermans ƒ 800,- à 3¼%.
Marge: 16-01-1786 gelost.

Asten Rechterlijk Archief 100 folio 153; 19-02-1780:
Gerrit Jacobs Verberne, te Liessel, is schuldig aan Antoni Timmermans ƒ 500,- à 3½%.
Marge: 24-01-1789 gelost.

Antonius Francis Timmermans is setter en later ook borgemeester:

Asten Rechterlijk Archief 32 folio 53; 31-12-1777:
Hendrik van Helmond en Mattijs Smets zijn aangesteld als borgemeester over 1778.
Tot setters zijn benoemd Antoni Timmermans en Jan Jansen van den Eynden.

Asten Rechterlijk Archief 32 folio 64 verso; 03-01-1780:
Joost Driessen Verheyen en Wilbert Pieter Coolen zijn aangesteld tot setters over 1780. Zij hebben het borgemeesterschap over te nemen van Antoni Timmermans en Antoni Francis Berkers indien een of beiden in dit jaar mocht overlijden.

De aankoop van een stuk land in de buurt van het huis van Antonius Francis Timmermans wordt vernaderd:

Asten Rechterlijk Archief 100 folio 180 verso; 28-05-1781:
Catarina Troeyen vernadert de koop gedaan door Antoni Timmermans van haar broer, Pieter, op 25 april laatstleden, te weten land in 't Dorp, aan den Berg, bij Antoni Timmermans vooraf nevens de straat en dus nevens Antoni Timmermans, ene zijde weduwe Francis van de Vorst, andere zijde de straat, ene einde den Berg. Koopsom ƒ 150,- à 3%.

Antonius Francis Timmermans was een vermogend man, die ook nog een deel van de Wijtflietse tiende aankoopt:

Asten Rechterlijk Archief 100 folio 183; 24-07-1781:
Jan van Riet, te 's Hertogenbosch, Diederick Noyen getrouwd met Helena van Riet, te 's Gravenhage, Gerrit van Dremmen getrouwd met Anna van Riet, schoolmeester, te Someren, Gerrit van Riet, te Nispen, Balthazar van Schayk getrouwd met Helena van Riet, te Deurne, Leendert van Riet, president, te Asten, Anna Francina, dochter wijlen Willem van Riet en Alegonda van Ravesteyn, in leven schoolmeester, te Buul. De eerste vijf kinderen en de laatste twee kindskinderen van wijlen Gerrit van Riet en Anna Vervoore.
Zij verkopen aan Antoni Timmermans 1⁄10e deel van een clamptiende, de Witveltse tiende rijdende tegen de Braselse tiende, zijnde grove en smalle tiende. Belast met 5 cop rogge per jaar in een meerdere rente van 12 vat per jaar, Bossche maat, aan rentmester de Kempenaar. Verponding ƒ 6-2-8 per jaar. Koopsom ƒ 975,-.

Antonius Francis Timmermans wordt benoemd tot vierman, die verantwoordelijk is voor het doven van lichten en vuren:

Asten Rechterlijk Archief 32 folio 77 verso; 18-01-1783:
Antoni Timmermans is aangesteld in plaat van den overleden vierman Antoni Fransen.

Nog meer leningen en borgstellingen afgesloten door Antonius Francis Timmermans:

Asten Rechterlijk Archief 101 folio 102 verso; 08-12-1784:
Maria Hendrik Verberne, weduwe Antoni Amijs, is schuldig aan Antoni Timmermans ƒ 400,- à 3%.

Asten Rechterlijk Archief 126 folio 78 verso; 20-02-1787:
Jan en Anthony Timmermans stellen zich borg voor Johannes Pieter Feyth, als ontvanger te Asten ten behoeve van het Collegie ter Admiraliteit op de Maaze, te Rotterdam. Borgsom ƒ 600,-.

Asten Rechterlijk Archief 102 folio 140; 29-12-1792:
Maria Muyen, weduwe Pieter Paulus is schuldig aan Antonie Timmermans ƒ 300,- à 3%.

Antonius Francis Timmermans protesteert tegen de vorster:

Asten Rechterlijk Archief 127 folio 80 verso; 06-01-1792:
Antonie Timmermans geeft te kennen dat hij, bij pretense insinuatie, op 3 januarij laatsleden, door de vorster is geexploiteerd namens Elisabet Hendrik Aart Thielen, weduwe Peter Berkers, quasi sig noemende een agternigt te sijn van Maria Aart Thielen, weduwe Mattijs Laurens Bruystens, tegen heden, 6 januarij 1792, is geciteert ter secretarie, alhier, teneinde zijn kooppenningen te ontvangen die hij, comparant, als koper van een perceel land / groes, op 29 december 1791, had gekocht van voornoemde Maria Aart Thielen, weduwe Mattijs Laurens Bruystens.
Dat de comparant ten eynde als boven sig dan ook ter secretarye, alhier, hebbende begeven, egter ontwaer geworden sijnde dat pretense nadersse niet beweesen heeft, schoons versogt, nader van den bloede te sijn van de verkoperse dan den comparant in dese, als koper, als drossard en schepenen dese ondertekent mede bekent sijn. Soo verklaarde den comparant bij desen op het sterkste te protesteren van kosten reeds gehad en geleden en in 't vervolg te doen, te hebben en te lijden met offerte indien aan de behoorlijke en naar regten gerequireerde requisiten door pretense naderse voldaan wordt van voorschreven percelen te sullen doen wettige retrocessie in dien gevalle mede protesterende van bereidwilligheid en versogte dan comparant hier van uytgemaakte acte om sig daarvan te kunnen bedienen daar en so te raden.

In de schuur van Antonius Francis Timmermans is rogge opgeslagen:

Asten Rechterlijk Archief 128 folio 75; 05-06-1795:
Eevert van Geffen verklaart, ter requisitie van de regenten, dat Jan Cortius, molenaar, te Stiphout, zijn schoonzoon, op 12 mei laatstleden, zijnde marktdag, alhier, te Asten, ten huize van hem, declarant, heeft horen zeggen dat hij 28 vat rogge had gekocht van Antoni Timmermans. Dat hij. declarant, namens zijn schoonzoon, op 28 mei laatstleen, is gekomen ten huize van Antonie Timmermans om het voorschreven koren op te halen. Antonie Timmermans heeft aan hem toen 24 vat koren uit de schuur toegemeeten en nog 4 vat van de zolder. Het koren is ten huize van Timmermans blijven liggen tot 3 juni laatsleden. Op 3 juni heeft hij, declarant, zich vervoegd bij de leden der Municipaliteit van Asten en verzocht om het voorschreven koren te mogen brengen naar zijn huis met het aanbod, namens zijn schoonzoon, om het koren te gebruiken ten behoeve van deze gemeente, door mulder, bakker als anderszinds. En verklaren Eevert van Geffen en Philips Peeter van Bussel, dat zij woensdag, 3 juni, 's avonds, rond 10 uur, zijn gekomen ten huize van Antoni Timmermans, met kar en paard van de tweede ondergetekende en dat zij aldaar hebben opgeladen de 28 vat koren en dit gebracht hebben ten huize van de eerste. En verklaren wij ondergetekende regenten dat wij, op dinsdag, 19 mei laatstleden, met de secretaris Nouhuys, de opschrijving en huysvisitatie hebben gedaan bij Antoni Timmermans en daar alleen hebben gevonden 15 vat rogge.

Antonius Francis Timmermans erft een flink bedrag van zijn broer:

Asten Rechterlijk Archief 130 folio 28 verso; 03-02-1801:
Andries Timmermans, Antony Timmermans, Willem Johannes Loomans als voogd over de onmondige kinderen van Antony Berkers en wijlen Petronella Timmermans, beiden overleden. Wilhelmus Johannes van den Heuvel, te Geldrop, Jan Francis van Zeeland, te Geldrop. Allen testamentair erfgenaam van Jan Francis Timmermans. Zij verdelen diens nagelaten effecten:
2e lot krijgt Antony Timmermans ƒ 2000,- ten laste van de kinderen en erven van den Bergh, te 's Hertogenbosch, de dato 28-01-1778. Dit lot zal uitkeren aan het 5e lot op naam van Jan Francis van Zeeland ƒ 500,-.

Antonius Francis Timmermans krijgt het recht om te jagen op zijn meer dan 30 lopense grondbezit:

Asten Rechterlijk Archief 131 folio 29 verso; 24-08-1803:
Antony Timmermans krijgt het recht van jagen op zijn gecultiveerde gronden:
Het groot met het klein bos in de Steegen 24 lopense
Het Liervelt 2½ lopense
Het Kempke 1 lopense
Het bos bij de Lijsdonk 10 lopense 30 roede
De Wolfsberg 3 lopense
Sneyerskamp int Rood 2 lopense
Het groot Veld 4 lopense
Het Vondervelt 3 lopense
Land op Ostaden 3 lopense

In het huizenquohier over de periode 1776-1803 is Antonius Francis Timmermans eigenaar en bewoner van het huis:

Jaar Eigenaar nummer 44 Dorp Bewoners nummer 44 Dorp
1776 Antoni Timmermans Antoni Timmermans
1781 Antoni Timmermans Antoni Timmermans
1798 Antoni Timmermans Antoni Timmermans
1803 Antoni Timmermans Antoni Timmermans

De Molenstraat wordt geschouwd en Antonius Francis Timmermans moet de straat voor zijn huis lager maken:

Asten Rechterlijk Archief 131 folio 173; 03-02-1806:
Schouwing en oculaire inspectie gedaan door schout en schepenen op verzoek van Godefridus Sauve terzake van het waater in de gemeene straat tegenover sijne huysinge en stallinge, hetwelk zijne aftrek niet naar behooren heeft of hebben kan vermids de geërfdens van de oversijde de straat te seer hoogen waardoor het selven waater na gemelde huysinge en stallinge sijne loop neemt. Bevonden is het volgende:

  • Tegenover de hof van Adriaan van Dueren een hoop aarde of roodzand, alsmede enige gekapte bomen leggen; de weg is een voet te hoog bevonden.
  • Tegenover den Berg van de erfgenamen Pieter Troeyen enige bomen met een hoop rooizand te leggen; de weg is te hoog bevonden.
  • Voor het huis van Antony Timmermans is de weg te hoog bevonden.
  • De weg naast erve Godefridus Sauvé, Andries Timmermans en anderen, Marcelis van Bussel en anderen is te hoog bevonden.
  • Aan de Schutsboom te laag bevonden.

Opgedragen wordt:

  • Dat de hoop zand en bomen die tegenover de hof van Adriaan van Dueren liggen moet worden weggehaald en de weg een voet lager gemaakt. Het zand voor 15 april en de bomen binnen acht dagen.
  • Wordende de erfgenamen van Pieter Troeyen gelast om binnen acht dagen na de dato de weg tegenover den Berg, naar de zijde van Adriaan van Dueren, ter lengte van 15 roede en aan de zijde van het huis van Antony Timmermans ook over een lengte van 15 roede een voet te laagen en in het midden 1½ voet. De zandhoop moet voor 15 april aanstaande geruimd zijn.
  • Voor het huis van Antony Timmermans aan de ene zijde en Adriaan van Dueren aan de andere zijde van de straat de weg een halve voet lager te maken.
  • De weg naast den Berg van Godefridus Sauvé, Andries Timmermans en anderen aan de ene zijde en Marcelis van Bussel aan de andere zijde van de straat een voet lager te maken.
  • Bij de Schutsboom de laag hoger te maken en de weg langs den Berg van Meester Wildeman naar Ostaayen lager te maken. Zodat het water bij de Schutsboom zijn aftrek heeft. En met de aarde welke gehaald wordt van de voorschreven weg naar Ostaayen tot enige treden verder dan den Berg van gezegde Meester is de gemelde laag bij de Schutsboom te hogen.

Er wordt iemand in het bos van Antonius Francis Timmermans bekeurd omdat hij daar schapen aan het hoeden was:

Asten Rechterlijk Archief 26 folio 8; 16-06-1806:
De schout heeft doen dagvaarden Marcelis Goort Peeters die, op 18 mei laatstleden, door N. Nagel is gecalangeert omdat hij zich met een brandende pijp op de stal bevond. In presentie van schepenen heeft gedaagde op een brutale wijs gezegd dat Nagel sulx loog als een schelm en dat hij de weereld verdoemde als het waar was.

Francis Goort van Bussel omdat hij de schapen in het bos van Antony Timmermans en Hendrik Verberne, op 18 mei laatstleden, aan het hoeden was.

Antonius Francis Timmermans is op 22-05-1818 te Asten overleden en Johanna Adriaen Smits is op 21-02-1820 te Asten overleden. Hieronder het bidprentje bij het overlijden van Antonius Franciscus Timmermans en de overlijdensakte van Johanna Adriaen Smits:

image015.jpg image017.jpg

In het notarieel archief van Asten worden de goederen verdeeld en komt het huis in handen van Adrianus Lokermans, getrouwd met dochter Helena Timmermans:

Notarieel Archief Asten 45-25; 22-04-1822:
Johannes Martinus Cuijten, medis doctor man van Maria Timmermans, Adriaan Timmermans, Francis Timmermans, Jan van Hooff man van Johanna Timmermans en Adriaan Lokermans gehuwd met Helena Timmermans zij delen de goederen van hun ouders.
5e lot krijgt Adriaan Lokermans huis, hof en aangelag, groot 4 lopen 35 roeden, ene zijde Godefridus Sauve.

Dochter Helena Timmermans is geboren te Asten op 03-07-1780 en op 27-07-1821 te Asten getrouwd met Adrianus Lokermans, geboren te Maarheeze op 15-05-1775 als zoon van Wilhelmus Lokermans en Helena Bruijnen. Voor zover bekend zijn er geen kinderen uit deze relatie geboren. Adrianus Lokermans is op 28-08-1825 te Asten overleden en bij het kadaster van Asten over de periode 1811-1832 staat het huis op naam van Helena Timmermans als weduwe van Adrianus Lokermans:

Kadaster 1811-1832; G467:
Huis en erf, groot 04 roede 90 el, het Dorp, klassen 2.
Eigenaar: Weduwe van Adriaan Lookermans.

image019.jpg

image021.jpg

De percelen G465 bouwland, G466 bouwland, G466a rond 1830 gebouwd nieuw huis en erf, G467 huis en erf en G468 tuin zijn allen in bezit van Helena Timmermans, die te Asten op 14-12-1849 is overleden. Haar enig erfgenaam broer Franciscus Timmermans, gewezen burgemeester van Helmond, verkoopt perceel G465 en huis G466a aan Hendrik Vinken (zie Voormalig huis G466A) en de overige percelen aan Frederik Albert Rovers. Bij heemkundekring Helmond lezen we het volgende over Franciscus Timmermans:

Franciscus Timmermans vestigde zich rond 1800 in Helmond als bierbrouwer. Hij was burgemeester van Helmond van 1832 tot 1848. Het aantal inwoners groeide van 3891 tot 4800 inwoners. Naar hem is de Timmermansstraat vernoemd.

De koper van dit huis was Frederik Albert Rovers, een volgende notaris van protestantse huize, terwijl er in de Noord-Brabander van 12-11-1839 al geklaagd was over de vorige Astense notarissen Jan Willem van der Ven en Cornelis Marie van der Goes:

image023.jpg

Frederik Albert Rovers krijgt toestemming om zijn notariaat van Geldrop naar Asten te verplaatsen, aldus het Algemeen Handelsblad van 23-11-1844:

Frederik Albert Rovers is geboren te Aarle Rixtel op 21-10-1812 als zoon van Jacob Hendrik Rovers en Elisabeth Helena Hassleij. Hij is op 09-06-1813 te Beugen gedoopt, zoals blijkt uit onderstaande akte:

Frederik Albert Rovers is als notaris op 04-03-1839 te Jutphaas getrouwd met Geertruida Helena Beckers, geboren te Sint Maarten op 05-02-1814 als dochter van Adrianus Beckers en Louise Cecile Lapierre. Hieronder hun huwelijksakte:

Vader Adrianus Beckers was oud-secretaris en vendumeester op Sint Maarten en keerde op 27-02-1832 samen met zijn gezin en bediende Maria Winfield terug in Breda. Zij zijn rond 1835 naar Jutphaas verhuisd en nog later naar Utrecht. Adrianus Beckers is op 03-01-1857 te Utrecht overleden en Louise Cecile Lapierre is op 25-02-1859 te Utrecht overleden, zoals gemeld in het Utrechts provinciaal en stedelijk dagblad van 07-01-1857 en van 09-03-1859:

Hieronder het gezin van Frederik Albert Rovers en Geertruida Helena Beckers:

# Voornaam Geboorte Huwelijk Overlijden Referentie
1 Jean Louis (Jan) Geldrop 16-01-1840 Ongehuwd Utrecht 16-05-1877

Ambtenaar Nederlandsche
Handelsmaatschappij, Batavia

2 Jakop Hendrik Geldrop 16-05-1841 Helmond 22-07-1884
Maria Cornelia Matthijsen
Amsterdam 20-01-1904 Kapitein
3 Elisabeth Helena (Elsa) Geldrop 01-10-1842 Ongehuwd Apeldoorn 06-02-1926
4 Adrianus Geldrop 27-12-1843 Ongehuwd Asten 28-04-1902 Notaris te Asten
5 Frederik Albert Geldrop 20-07-1845 Ongehuwd Bloemendaal 13-12-1928 1871-1895 Kandidaat
notaris in Steenbergen
6 Louis Ceril (Wiet) Asten 31-01-1847 Amsterdam 25-10-1888
Anna Gijsberta Warnsinck
Haarlem 02-05-1916 Kapitein
Directeur Zeevaartschool
7 Elard Albert Asten 10-06-1848 Ongehuwd Asten 05-09-1908 *
8 Marij Anna Louise Asten 25-11-1850 Ongehuwd Asten 08-02-1872
9 Willem Alexander Asten 06-12-1852 Maastricht 17-08-1882
Maria Christina Verkouteren
Haarlem 27-11-1920 Luitenant
10 Goverd Adrianus Asten 14-02-1855 Ongehuwd Haarlem 31-01-1919

*       hij was schrijver onder het pseudoniem H. Hollidee met het boek 'Etsen naar het leven', dat een beschrijving geeft van het Astense dorpsleven rond 1865 en werkte als ambtenaar voor het gouvernement in Nederlands Oost-Indië. Hieronder een foto van Elard Albert Rovers, zijn boek 'Etsen naar het leven' uit 1881 en een later heruitgegeven versie 'Schetsen uit het Noord-brabantse volksleven':

image025.jpg image027.jpg image029.jpg

Linksonder uit het Algemeen Handelsblad van 03-09-1878 de publicatie van 'De Pruuvers' in 'de Gids' en rechtsonder ontving ik nog Van Henk Berkers van de stichting Hebeas de boekbeschrijving uit het Nieuws van de dag van 24-11-1881:

image031.jpg image033.jpg

Levensbeschrijving van Elard Albert Rovers 1848-1908

Elard Albert Rovers is geboren te Asten op 10-06-1848 en is genoemd naar zijn overgrootvader. Zijn voorouders komen uit Grave, maar hebben zich vanaf 1770 als ambtenaren in Aarle Rixtel gevestigd en woonden na 1800 in het Huis ter Smissen. Elard Albert Rovers heeft waarschijnlijk van meester Frans Hoebens onderwijs gehad op de nieuwe openbare school aan het Koningsplein. Daarna heeft hij van oktober 1863 tot juli 1865 op de kostschool in Sint Oedenrode gezeten, waar ook zijn oudere broer Frederik Albert Rovers studeerde, zoals gemeld in het bevolkingsregister van Sint Oedenrode over de periode 1862-1872:

Vervolgens heeft Elard Albert Rovers in Eindhoven financiën gestudeerd, waar hij in 1870 slaagt voor het examen van belastinginspecteur, aldus de Nederlandsche staatscourant van 14-06-1870:

image035.jpg

Elard Albert Rovers wordt daarna te werk gesteld als commies in Amsterdam, zoals gemeld in de Provinciale Noordbrabantsche en 's Hertogenbossche courant van 19-07-1870:

image037.jpg

Diezelfde krant van 06-12-1870 bericht dat Elard Albert Rovers per 1 december op het ministerie van financiën in 's Gravenhage werkzaam is:

image039.jpg

Bij een inventarisatie van de religie van ambtenaren kwam naar voren dat van de Nederlandse bevolking van 3,7 miljoen met 1,3 miljoen katholieken, ofwel 36%, slechts 10% van de ambtenaren katholiek (K) was en de rest niet katholiek (N) of onbekend (O). Van Elard Albert Rovers, nog altijd werkend op het ministerie van financiën, was de religie niet bekend (O), aldus de Maasbode van 27-03-1872:

image041.jpg

Volgens de Nederlandsche staatscourant van 22-04-1873 wordt Elard Albert Rovers benoemd tot belastingontvanger in Grave:

image043.jpg

Drie jaar later wordt hij overgeplaatst naar Sluis, zoals gemeld in de Nederlandsche staatscourant van 14-12-1876:

image045.jpg

Het Algemeen Handelsblad van 26-02-1879 meldt dat Elard Albert Rovers de baan als inspecteur van financiën aan zijn neus voorbij ziet gaan:

image047.jpg

In het Bataviaasch handelsblad van 04-04-1879 staat al het gerucht dat Elard Albert Rovers is benoemd tot inspecteur van financiën in Nederlands-Indië:

image049.jpg

Later wordt dit bevestigd in het Algemeen Handelsblad van 13-04-1879:

image051.jpg

In de Nederlandsche staatscourant van 25-04-1879 wordt gemeld dat hem eervol ontslag voor zijn functie in Sluis wordt verleend:

image053.jpg

Vlak voor zijn vertrek naar Nederlandsch Indië, schrijft Elard Albert Rovers vanuit Asten nog een brief aan Multatuli1:

Asten, 6 Mei 1879.  Hooggeachte heer Dekker,
Lang voordat Ge aan mij persoonlijk een blijk van sympathie gaaft, was ik U reeds dankbaar. En toen ik Uw geschenk ontving, toen ik gelezen had wat Ge in die rijke boeken schreeft, ik doel op Uw eigenhandig schrift, toen was ik trotsch, ja, waarachtig trotsch! Maar toch ook, en dit in de allereerste plaats, dankbaar, o zoo dankbaar! En ik dacht bij me zelf: gelukkig, nu heb ik eindelijk eens een sympathieke gelegenheid om aan Multatuli te schrijven, om hem te zeggen. In wat dien zin voltooien moest ligt de oorzaak van mijn onvergeeflijk lang zwijgen. Ik had U zoovéél te zeggen! En, ik wachtte op een rustig uur. Dit uur is niet gekomen: 10 dezer vertrek ik naar Indië, van de eene beslommering ben ik geraakt in de andere; hoe meer genoemde datum naderde, hoe onrustiger ik werd, en nu? Nu is het de laatste avond, op één na, dat ik thuis ben. Als Ge dat thuis kendet, zoudt Ge begrijpen dat hoofd, noch hart er toe staat om brieven te schrijven. Toch is het mij een  behoefte aan U nog iets te zeggen van wat mij op het gemoed ligt. In de eerste plaats: Vergeef me toch dat ik zoolang zweeg op zulke sprekende woorden als die van U! En verder dit: Ik vond Uw geschenk zóó als ik het alleen van een Vorst zou durven aannemen: prinselijk, echt prinselijk! Dien indruk maakten de woorden op me die Multatuli schreef aan Hollidee. Maar de mensch gaat boven den schrijver. En dááraan zeker is het toe te schrijven dat ik met grooter dankbaarheid nog iets anders aannam: Uw handdruk. Geloof me, beste heer Dekker!  dien druk heeft mijn hand beantwoord. Ik geloof dat ik U, in hoofdzaken, begrepen heb. En  begrijpen is, tegenover U, hoogachten, lief hebben. Mijn lof hebt Ge niet noodig. Maar mijn  hartelijke dankbaarheid kan U nooit onwelgevallig zijn, nooit onwelgevallig de zekerheid dat Ge weder een schuldenaar met name leert kennen. Ik kan U nu niet alles vertellen wat ik U had willen schrijven. Maar één ding moet mij nog van het hart. Op de eenzame hoogte van Uw genie, strijdt Gij een idealen, dus een zworen strijd. Dit kunnen anderen U niet nadoen. Maar wat ze wèl doen kunnen is: dien strijd uit te vechten aan den voet van die hoogte. Wil mij beschouwen als zulk een strijder. In de eerstvolgende jaren zal ik weinig kunnen doen. Want ik zal het druk, erg druk, hebben in het warme land. Maar als eenmaal de tijd van rusten gekomen is, dan, dit beloof ik U! dan zal ik niet rusten! En vereer mij inmiddels met het geloof dat ik, 't is niet oneerbiedig toch? dat ik een hartelijke vriend van U ben.
Met dit verzoek neem ik voor ditmaal afscheid van U.
Uw dankbare Rovers.

Uit dit alles blijkt dat Elard Albert Rovers gedurende zijn jeugd van 1848 tot 1863 in Asten heeft gewoond. Daarna is hij tijdens zijn studie van 1863 tot 1870 nog geregeld in Asten geweest, maar daarna zullen zijn bezoeken aan Asten sporadisch zijn geweest. Op basis hiervan vermoed ik dat zijn boek 'Etsen naar het leven', dat in 1881 verscheen, verzameld en opgeschreven is tijdens zijn bootreis naar het toenmalige Nederlands-Indië, gestimuleerd door zijn vriend schrijver en kunstverzamelaar Anton Cornelis Loffelt, die hij in zijn Haagse periode heeft leren kennen.

Rechts de portretten van Anton Cornelis Loffelt2 en Elard Albert Rovers. Een enkel verhaal is gebaseerd op zijn jeugd, terwijl de meeste naar alle waarschijnlijkheid uit de periode 1863 tot 1870 dateren. Als student bezocht hij tijdens zijn bezoeken aan zijn ouders de plaatselijke herbergen en maakte wandelingen door het dorp. Een aantal mensen uit zijn boek hebben typische namen van destijds levende Astenaren, terwijl andere namen wel bekend klinken, maar niet te plaatsen zijn. image055.jpg image057.jpg

Sommige verhalen uit zijn in 1881 verschenen boek 'Etsen naar het leven' zijn los in verschillende tijdschriften gepubliceerd:

Titel Tijdschrift Referentie
De pruuvers De Gids 42, deel 3 Algemeen Handelsblad 03-09-1878
Peer de wever Nederlandse Spectator 1876 De ontwikkelingsgang der Nederlandse letterkunde
Gekleurde figuren Eigen haard, aflevering 3 Leeuwarder courant 10-04-1879
Waar een varken al niet blijft
De eerste schaduw op een zonnig pad
Mie de schoonmaakster Nederland 1877-III Register op het tijdschrift Nederland 1849-1888
Een jonge heiden Eigen haard, aflevering 7 Provinciale Noordbrabantsche courant 23-08-1879

Uit zijn verhalen blijkt dat hij ook het plaatselijke dialect goed beheerste en zo maken we kennis met de cultuur in Asten van 150 jaar geleden. Elard Albert Rovers heeft het boek opgedragen aan zijn moeder en ter nagedachtenis aan zijn vader.

In de Provinciale Noordbrabantsche en 's Hertogenbossche courant van 10-05-1879 neemt Elard Albert Rovers afscheid van zijn Brabantse vrienden:

image059.jpg

Hij scheept zich in Amsterdam in aan boord van het nieuwe stoomschip Prinses Marie naar Batavia, aldus het Algemeen Handelsblad van 11-05-1879:

image061.jpg

Kort voor zijn vertrek uit Sluis heeft hij zich nog ingeschreven bij de Maatschappij der Nederlandsche Letteren en tijdens zijn reis naar Nederlands-Indië wordt zijn lidmaatschap bekend gemaakt in Het nieuws van de dag van 21-06-1879:

image063.jpg

Na een reis van ongeveer zes weken arriveert Elard Albert Rovers in Batavia en in het Algemeen Handelsblad van 10-08-1879 zijn benoeming tot financieel secretaris door de gouverneur generaal:

image065.jpg

Ruim een maand na het overlijden van zijn moeder Geertruida Helena Beckers, wordt Elard Albert Rovers daarvan op de hoogte gebracht en schrijft onderstaand familiebericht in het Bataviaasch Handelsblad van 08-10-1881:

In 1881 verschijnt het boek 'Etsen naar het leven' onder het pseudoniem H. Hollidee, uitgegeven in Leiden bij Evert Jan Brill met een pentekening van Jozef Israëls. Heeft zijn pseudoniem te maken met het feit dat hij vooral tijdens 'de Holidays' observeerde of dat het tijdens zijn wandelingen met zijn vriend Anton Cornelis Loffelt wel 'een Holiday' leek voor hun beiden? In de Provinciale Noordbrabantsche en 's Hertogenbossche courant van 13-12-1881 de en de Lokomotief van 27-12-1881 de boekaankondiging:

image067.jpg image069.jpg

De pentekening van Jozef Israëls wordt mooi beschreven in het Algemeen handelsblad van 15-03-1882. Jozef Israëls is geboren te Groningen op 27-01-1824 en op wikipedia lezen we over hem:

Jozef Israëls was een van de voornaamste Nederlandse schilders uit de Haagse School. Hij was niet alleen schilder, hij maakte ook etsen en lithografieën en schreef. Als pseudoniem gebruikte hij J. Maalman. Van 1845 tot 1847 verbleef hij in Parijs en in het atelier van de Franse François-Édouard Picot werd hem het romantische historieschilderen bijgebracht. Terug in Den Haag waren het zijn voorstellingen van eenvoudige mensen, vooral uit het vissersleven van Zandvoort en Katwijk, die tot zijn roem zouden leiden. Hierbij was zijn keuze enigszins beperkt, terwijl de sfeer overheersend was. Na 1871, toen hij in Den Haag ging wonen, raakte hij nauw bevriend met Hendrik Willem Mesdag. Ze waren in 1876 samen betrokken bij de oprichting van de Hollandsche Teekenmaatschappij en speelden een voorname rol in het Haagse Pulchri Studio.

image071.jpg image073.jpg

Het boek 'Etsen naar het leven' wordt ook in Nederlands-Indië warm ontvangen, getuige onderstaand verslag in De locomotief van 22-04-1882:

image075.jpg

In 1883 volgt zijn promotie tot inspecteur van financiën met als standplaats Semarang op midden Java, zoals gemeld in het Bataviaasch handelsblad van 18-04-1883, maar wordt hij nog verzocht even aan te blijven, aldus De locomotief van 16-06-1883:

image077.jpg image079.jpg

Tussentijds vertrekt Elard Albert Rovers met zijn collega Bouman naar Krakatau voor een uitstapje, volgens de Java-bode van 26-05-1883:

image081.jpg

De Java-bode van 24-09-1883 bericht dat Elard Albert Rovers enkele maanden later dan gepland naar Semarang komt:

image083.jpg

Elard Albert Rovers vertrekt in 1884 voor een periode naar Nederland, zoals gemeld in de Java-bode van 14-01-1884. Hij krijgt hiervoor een reiskostenvergoeding van 1000 gulden:

image085.jpg

In Het Nieuws van de Week van 13-02-1884 wordt gesproken over deze reis vanuit Nederlands-Indië en 50 jaar later stond dit bericht in de krant de Zuid-Willemsvaart van 10-02-1934:

image087.jpg

De reis is bedoeld om de begroting voor de minister van Koloniën in Nederland op te stellen, waarbij Elard Albert Rovers hem zal bijstaan. Op 22 februari 1884 komen zij aan in 's-Gravenhage, aldus het Rotterdamsch nieuwsblad van 23-02-1884:

image089.jpg

Jacobus Petrus Sprenger van Eyk is geboren te Hilvarenbeek op 20-01-1842 en was een goede bekende van Elard Albert Rovers.

Op wikipedia lezen we over hem:

Jacobus Petrus Sprenger van Eyk was op veel fronten een voorganger van Ellard Albert Rovers en waarschijnlijk zijn chef. Hij vertrok in 1872 naar Nederlands-Indië en was onder andere inspecteur van financiën, directeur van financiën, lid van de Raad van Nederlandsch-Indië en van 1884 tot 1888 minister van Koloniën in het kabinet-Heemskerk. Hij hield zich nadien vooral bezig met het belastingwezen. Sprenger van Eyk bracht als minister van Financiën van 1894 tot 1897 in het kabinet-Röell de Wet op de personele belasting tot stand. Van 1900 tot 1907 werd hij directeur-generaal van de Staatsspoorwegen.

image091.jpg

Elard Albert Rovers bezoekt samen met de Minister van Koloniën Jacobus Petrus Sprenger van Eyk zijn geliefde Asten, zoals gemeld in de krant de Zuid-Willemsvaart van 12-04-1884:

image093.jpg

Daarna keert Elard Albert Rovers weer terug naar Batavia en scheept zich in Marseille in op het stoomschip de Prins van Oranje, zoals gemeld in de Haagsche courant van 15-04-1884:

image095.jpg

Linksonder een afbeelding van het stoomschip Prins van Oranje3:

image097.jpg image099.jpg

Uiteindelijk is het toch een ander stoomschip geworden, Prinses Wilhelmina, waarvan rechtsboven een foto4 en komt hij op begin juni 1884 in Batavia aan en reist hij door naar Semarang, waar hij begin juli aankomt. Elard Albert Rovers is niet gelukkig in Nederlands-Indië, want hij schrijft op 14-02-1885 vanuit Semarang aan zijn familie: "Ik voel mij niet gelukkig, Indië zal mij noodlottig worden zo niet lichaamelijk dan toch geestelijk". De locomotief van 24-03-1885 meldt dat hij naar Batavia moet:

image101.jpg

Hij keert eind mei 1885 weer terug in Semarang en is onwetend over de belangstelling voor zijn in 1881 uitgegeven boek. Ook Vincent van Gogh kende het boek 'Etsen naar het leven' ook, want in een brief aan Anton Kerssemakers, geschreven in Nuenen in mei 18855, schrijft hij:

Mijnheer, ziehier nog eenige boeken, dat van Rovers met het etsje van Israels zal U zeker bevallen en de teekeningen van Menzel ook.

Volgens het Soerabaijaasch handelsblad van 23-10-1886 moet Elard Albert Rovers als inspecteur van financiën de tinmijnen op het eiland Banka bij Sumatra gaan inspecteren:

image103.jpg

Volgens het Bataviaasch nieuwsblad van 18-05-1887 is de promotie van Elard Albert Rovers tot directeur van financiën aanstaande:

image105.jpg

Er komt nog een geruchtenstroom op gang dat hij voor die baan zou bedanken, maar in De locomotief van 01-06-1887 wordt dit gerucht ontkracht:

image107.jpg

Hij heeft op 23-06-1887 zijn functie aanvaard, aldus het Bataviaasch nieuwsblad van 25-06-1887:

image109.jpg

Vincent van Gogh refereert aan het boek 'Etsen naar het leven' van Elard Albert Rovers in een brief aan zijn schoonzus Anna van Gogh-Carbentus, geschreven te Saint-Rémy-de-Provence in juli 18896:

Het voornaamste is mogelijk dit: herinnert U zich nog van een historie in dat boek 'de pruuvers' waarin verhaald wordt van een zieke die iederen morgen naar de meid keek die den vloer veegde en vond dat zij iets geruststellends had. Dat is het voornaamste waar in de meest verschillende en 't verst uiteenloopende ziektegevallen de beterschap voor een vrij aanmerkelijk deel aan kan worden toegeschreven. Ik zou dus, hoe wreed dit zij, de ongerustheid over het al dan niet sterk zijn van het gestel van Theo maar aan haar overlaten en haar een jaartje laten tobben en scharrelen er aan, voor wij er ons over bekommeren en het komt mij voor dan ons er niet in 't minst ongerust over schijnen, zou kunnen blijken een bewijs van ons eigen vertrouwen in iets geruststellends in de natuur in het algemeen.

Er wordt gezinspeeld op een promotie tot Algemeen Secretaris van Elard Albert Rovers in het Bataviaasch nieuwsblad van 02-04-1889:

image111.jpg

Die benoeming is er niet van gekomen en in de Provinciale Noordbrabantsche en 's Hertogenbossche courant van 06-05-1889 staat hoe Elard Albert Rovers in zijn werk in voormalig Nederlands Indië was:

image113.jpg

In het Bataviaasch nieuwsblad van 13-04-1891 staat de mededeling dat Elard Albert Rovers met verlof naar Nederland gaat:

image115.jpg

Ook dat bericht is onjuist en aan Elard Albert Rovers wordt gevraagd om een advies over opium te geven, aldus het Bataviaasch nieuwsblad van 24-04-1891:

image117.jpg

In de Nederlandsche staatscourant van 21-01-1892 de benoeming van Elard Albert Rovers tot ridder in de orde van de Nederlandse Leeuw:

image119.jpg

Dat Elard Albert Rovers nog altijd belangstelling had in taal- en volkenkunde moge blijken uit zijn lidmaatschap bij het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde, zoals gemeld in het Nieuws van de dag van 28-02-1893:

image121.jpg

Volgens het Bataviaasch nieuwsblad van 21-10-1893 wordt Elard Albert Rovers benoemd tot lid van de Raad van Indië en dit wordt bevestigd in de Java-bode van 25-10-1893:

image123.jpg image125.jpg

In het Bataviaasch nieuwsblad van 02-11-1894 verkoopt Elard Albert Rovers zijn inboedel en paarden en rijtuigen en woonde hij in de wijk Parapatan in Batavia, waarvan rechts een foto7:

image127.jpg image129.jpg

In de Java-bode van 17-07-1895 vraagt Elard Albert Rovers een 2-jarig verlof aan in verband met ziekte:

image131.jpg

Van de stichting Hebeas ontving ik onderstaand krantenknipsel uit de Arnhemsche courant van 19-07-1895 betreffende het vertrek van Elard Albert Rovers uit Nederlands Indië:

image133.jpg

De Nederlandsche staatscourant van 28-08-1895 meldt het eervol ontslag van Elard Albert Rovers als lid van de Raad van Nederlands-Indië:

image135.jpg
Elard Albert Rovers is waarschijnlijk zo ziek dat hij geen afscheidsbezoeken kan ontvangen, aldus de Java-bode van 02-09-1895:

image137.jpg

In het Bataviaasch nieuwsblad van 03-09-1895 het vertrek van Elard Albert Rovers per stoomschip naar Europa:

image139.jpg

In diezelfde krant geeft journalist Paulus Adrianus Daum een levensbeschrijving van de tijd die Elard Albert Rovers in Nederlands-Indië doorbracht.

Schrijver Paulus Adriaan Daum, geboren op 03-08-1850 te 's-Gravenhage, was een goede bekende van Elard Albert Rovers en kwam tegelijkertijd met hem aan in Nederlands-Indië. Bij wikipedia lezen we het volgende over hem:

In 1879 vertrok hij naar Nederlands-Indië om te gaan werken bij het dagblad De Locomotief in Semarang, waar hij in 1883 hoofdredacteur werd van Het Indisch Vaderland. Nadat zijn kritische houding hem in conflict had gebracht met de autoriteiten in Semarang, vertrok Daum naar Batavia. Hij richtte in 1885 het Bataviaasch Nieuwsblad op, waarvan hij hoofdredacteur werd. Deze krant werd al snel de spreekbuis voor de Indische Nederlanders en ontleende een groot deel van zijn populariteit aan de romans die Daum, onder het pseudoniem Maurits, als feuilleton publiceerde. Drie jaar later keerde ook Paulus Adriaan Daum terug uit Nederlands-Indië en overleed op 14-09-1898 in Laag Soeren.

image141.jpg

Hieronder de levensbeschrijving van Elard Albert Rovers door Paulus Adriaan Daum in het Bataviaasch nieuwsblad van 03-09-1895:

image143.jpg

Het in bovenstaande artikel genoemde portret staat er niet in, maar Henk Berkers van Hebeas schonk mij nevenstaande foto.

Het Bataviaasch nieuwsblad van 04-09-1895 meldt dat Elard Albert Rovers uitgeleide wordt gedaan:

image147.jpg

image145.jpg

Hij komt op 30 september in Genua aan en reist over land terug naar Nederland, aldus Het Nieuws van de dag van 03-10-1895:

image149.jpg

Elard Albert Rovers ontving daarna wachtgeld en is nog in Asten bij de benoeming van burgemeester Godefridus Marcellus Frencken tot ridder in de orde van de Nederlandsche Leeuw op 29-08-1896. Ondanks geruchten dat hij weer terug zou keren naar Nederlands-Indië, wordt hem op 28-05-1897 eervol ontslag verleend en pensioen uitgekeerd, zoals gemeld in de Nederlandsche staatscourant van 01-06-1897:

image151.jpg

Waar Elard Albert Rovers in de laatste jaren van de 19e eeuw heeft gewoond is niet helemaal duidelijk, maar hij geeft wel Asten als woonadres op. Zoals ook bij zijn lidmaatschap van de Nederlandse Botanische Vereniging, beschreven in de Arnhemsche courant van 17-08-1900:

image153.jpg

Tijdens die volgende bijeenkomst heeft hij het badhotel in Muiderberg als onderkomen gekozen, zoals valt op te maken uit onderstaand bericht in de Gooi- en Eemlander van 21-08-1901:

image155.jpg

Op basis van bovenstaande zou Elard Albert Rovers in 1901 in Valkenswaard wonen. Het is nog bekend dat hij regelmatig in 's-Gravenhage kwam om zich in Villa Elisabeth in de Haagsche Bosjes te laten verplegen, waarvan hieronder een foto8:

image157.jpg

Villa Elisabeth is een van de vele villa's in het 'van Stolk park' in 's-Gravenhage en uit de Heemschut jaargang 61 van 19849 wordt geciteerd en aangevuld met een bericht in de Nederlandse staatscourant van 09-10-1897:

Thomas van Stolk begon met het aankopen van stukken duinterrein, die hij liet beplanten met onder andere jonge iepen- en beukenbomen en in 1874 verleende de gemeente vergunning voor het stichten van het park. De gezonde lucht heilzaam voor een geschokt zenuwgestel en een verzwakt lichaam bracht genezing voor patiënten in enkele pensions en sanatoria, waaronder de bekende Villa Elisabeth.
image159.jpg

Ook weten we dat hij na het overlijden van zijn broer Adrianus Rovers in 1902 vanuit 's-Gravenhage naar Asten is teruggekeerd, waarover later meer.

Elard Albert Rovers heeft nog steeds oog voor de minder bedeelde mensen in Nederlands-Indië getuige onderstaande hulpactie in De locomotief van 13-03-1903:

image161.jpg

Elard Albert Rovers zit nog in de feestcommissie voor het 60-jarig ambtsjubileum van Godefridus Marcellus Frencken in 1904. In de Arnhemsche courant van 08-09-1908 het overlijden van Elard Albert Rovers:

image163.jpg

In de krant de Zuid-Willemsvaart van 09-09-1908 wordt Elard Albert Rovers als schrijver herdacht:

image165.jpg

Het nieuws is ook doorgedrongen in Nederlands-Indië en in de Sumatra post van 06-10-1908 krijgen we nog inzicht in de laatste levensjaren van Elard Albert Rovers. Het stuk is geschreven onder het pseudoniem 'Omega', wat te herleiden is tot journalist Jan François Leopold de Verster, geboren te Oisterwijk op 29-06-1861.

Het is vooralsnog niet duidelijk of Elard Albert Rovers hem kende, maar omgekeerd was dat duidelijk wel het geval. Op wikipedia lezen we over Jan François Leopold de Verster:

Hij ging schrijven voor de Amsterdamsche Courant en een Haarlemse krant. Daarna werd hij redacteur van Nieuws van den Dag. Die krant hield het in 1923 tijdelijk voor gezien en Verster ging schrijven voor het Algemeen Handelsblad en daarna voor De Telegraaf. Hij bleef zich echter verbonden voelen met Nederlands-Indië, terwijl het onbekend is of hij het land ooit bezocht heeft. Door zijn contacten in de kunstwereld, Floris Verster was verre familie, schreef hij regelmatig over kunst en geschiedenis. Hij schreef voor en was redacteur van het Genootschap Amstelodamum en schreef Gedenkboeken, zoals over de Amsterdamsche IJsclub (1864-1919). Hij schreef ook jaren voor Sumatra Post, Elsevier, Eigen Haard en Het Haagsche Maandblad.

image167.jpg

Hieronder de necrologie over Elard Albert Rovers opgeschreven door Jan François Leopold de Verster onder pseudoniem 'Omega' als Amsterdamsche Brieven in de Sumatra Post van 06-10-1908:

image169.jpg

Elard Albert Rovers was inderdaad een volle neef van de hierboven genoemde regeringscommissaris Frederik Albert Liefrinck, geboren op 22-03-1853 te Leiderdorp als zoon van commisionair Theodorus Johannes Frans Adam Lieftrinck en Ida Rovers. Zijn moeder, Ida Rovers, geboren te Budel op 26-03-1828 als dochter van Jacob Hendrik Rovers en Elisabeth Helena Hassleij was een zus van Frederik Albert Rovers, de vader van Eduard Albert Rovers.

We eindigen de levensbeschrijving van Elard Albert Rovers, die later nog terugkomt als bewoner van het huis, met een bloemlezing van Henk Berkers in het Eindhovens dagblad van 16-06-2011:

Notaris Frederik Albert Rovers 1846-1879

Keren we terug naar de eigenaren en bewoners van het huis. Vader Frederik Albert Rovers is rond 1846 met zijn gezin vanuit Geldrop in Asten komen wonen en heeft het huis aan de Molenstraat rond 1850 gekocht. In de Oprechte Haarlemsche courant van 29-01-1852 doet moeder Geertruida Helena Beckers met anderen een oproep om een arm gereformeerd gezin in Someren te helpen:

image171.jpg

Frederik Albert Rovers was een liefhebber van kunst en heeft een Peelslang geschonken aan Handelingen van het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant10:

Frederik Albert Rovers leidde ook notarissen op, waaronder Frederik Abraham Johan Plooij, geboren te Mechelen op 13-10-1824 als zoon van Martinus Plooij en Hefemina Gesina Aleida Cassa. In de Noord-Brabanter van 31-05-1855 wordt gemeld dat Frederik Abraham Johan Plooij tot kandidaat-notaris is bevorderd:

Frederik Abraham Johan Plooij vertrekt daarna naar Oisterwijk. Volgens de Noord-Brabanter van 04-10-1859 wordt Frederik Albert Rovers tot plaatsvervangend rechter benoemd:

image173.jpg

In het bevolkingsregister van Asten over de periode 1859-1869 komen we de familie Rovers tegen op huizingnummer A32:

image175.jpg

De inwonende dienstbode Maria Winfield, die met de familie Beckers vanuit Sint Maarten is meegereisd, verhuist in januari 1861 naar Ostade (zie Weivelden 2). Vanaf november 1861 tot januari 1866 is inwonend, naast de verschillende dienstmeiden, kandidaat notaris Jan Daniel van Voorst van Beest, geboren te Maarsen op 05-09-1843 als zoon van Cornelis Wernard van Voorst van Beest en Maria Elisabeth Margaretha Ruijs. Hij vertrekt naar Naaldwijk en in het Dagblad van Zuid-Holland en 's Gravenhage van 01-06-1867 slaagt hij voor zijn examen:

Vanaf september 1866 tot september 1868 wordt hij opgevolgd door Jan Thomas Ferdinand Hueguenin, geboren te Sneek op 28-06-1841 als zoon van Herman Ulrich Huguenin en Sijtstke Meyer. In de Leydsche courant 26-08-1868 wordt zijn benoeming in Ootmarsum bekend gemaakt:

In de Opregte Haarlemsche courant van 08-03-1864 het zilveren huwelijksfeest van Frederik Albert Rovers en Geertruida Helena Beckers:

image177.jpg

Frederik Albert Rovers beschouwt zijn zoon Adrianus Rovers als handelingsbekwaam en laat dit in een akte vastleggen, zoals gemeld in de Nederlandsche staatscourant van 23-07-1865:

In het Algemeen Handelsblad van 17-11-1868 is Frederik Albert Rovers betrokken bij de verkoop van het herenhuis Karelstein in zijn geboorteplaats Aarle Rixtel:

image179.jpg

Op historische beelden site van Helmond11 lezen we het volgende over Karelstein:

Het betreft een rond 1840 gebouwd landhuis door jonkheer Carel van der Brugghen met daarnaast een fabrieksgebouw uit 1825. Hieronder een foto van het pand met inmiddels de naam 't witte huis:

image181.jpg

In de Nederlandsche staatscourant van 15-04-1869 de benoeming van Frederik Albert Rovers tot 1e luitenant-adjudant en zijn zoon Adrianus Rovers tot 1e luitenant-kwartiermeester bij de rustende schutterij, een locale militie ter bescherming van het dorp. Rechtsonder in de Provinciale Noordbrabantsche en 's Hertogenbossche courant van 15-04-1870 zijn bevordering tot kapitein:

image183.jpg image185.jpg

Volgens de Opregte Haarlemsche courant van 27-05-1869 is zoon Frederik Albert Rovers kandidaat notaris:

Ook over de periode 1869-1879 wonen zij in het huis met dan huizingnummer A33:

image187.jpg

Volgens de Provinciale Drentsche en Asser courant van 29-09-1873 wordt Frederik Albert Rovers benoemd tot commissaris bij de Nederlandsche Verzekeringsbank:

image189.jpg

In de Provinciale Noordbrabantsche en 's Hertogenbossche courant van 01-08-1876 corrigeert Frederik Albert Rovers een foutieve opgave van de prijzen behaald bij het 4e bataljon van de rustende schutterij:

image191.jpg

Hun oudste zoon Jean Louis Rovers is op 16-05-1877 te Utrecht overleden en Frederik Albert Rovers is op 27-01-1879 te Asten overleden. In de provinciale Noordbrabantsche en 's Hertogenbossche courant van 24-05-1877 en 08-02-1879 hun overlijdensadvertenties:

image193.jpg image195.jpg

Het notariswerk wordt overgenomen door zoon Adrianus Rovers, geboren te Geldrop op 27-12-1843. Hij kwam daarvoor in juli 1879 terug uit de Volderstraat in Eindhoven, waar hij in april 1877 naar toe was verhuisd en als griffier had gewerkt. In het Nieuws van de dag van 04-05-1877 de benoeming van Adrianus Rovers bij de arrondissementsrechtbank te Eindhoven:

image197.jpg

Geertruida Helena Beckers woont met haar gezin en dienstmeiden in de periode 1879-1890 in het huis met huizingnummer A34:

image199.jpg

Geertruida Helena Beckers is te Asten op 27-08-1881 overleden en in het Nieuws van de dag van 26-09-1881 de overlijdensadvertentie en in diezelfde krant van 05-10-1881 de dankbetuiging:

image201.jpg image203.jpg

Zoon Elard Albert Rovers plaatst vanuit Nederlands-Indië ook een overlijdensadvertentie in het Bataviaasch handelsblad van 08-10-1881:

image205.jpg

Notaris Adrianus Rovers 1879-1902

Het huis en ook het ambt van notaris wordt overgenomen door zoon Adrianus Rovers, geboren te Geldrop op 27-12-1843. Hij woont dan samen met zijn zuster Elisabeth Helena en broeder Louis Ceril in het huis. Rond 1890 wordt het huis na een brand volledig herbouwd en krijgt het kadasternummer G1762. Op het nevenstaande kadasterplaatje is te zien dat de huizen G466a en G467 zijn afgebroken en op de plaats van G467 een nieuw huis is gebouwd. Het overige deel is als tuin.

image207.jpg

In de krant de Zuid-Willemsvaart van 12-06-1890 wordt de brand in het huis van notaris Rovers genoemd en rechts daarvan in dagblad De Tijd van 13-06-1890 de bevestiging dat het archief bespaard is gebleven:

image209.jpg image211.jpg

Het herbouwde huis wordt in het bevolkingsregister van Asten over de periode 1890-1900 bewoond door Adrianus Rovers met dienstmeiden in het huis met huizingnummer A32:

image213.jpg

Adrianus Rovers, inmiddels opgeklommen tot de rang van majoor van de rustende schutterij, wint een prijs bij het schieten, zoals gemeld in de Provinciale Noordbrabantsche en 's Hertogenbossche courant van 21-08-1879:

image215.jpg

Rechts in de krant de Grondwet van 10-07-1890 wordt Adrianus Rovers genoemd als voorzitter van de bond van schutters en als majoor van het 4e bataljon van de rustende schutterij. Bij het Brabants Historisch Informatie Centrum lezen we over deze schutterij gevestigd in Asten:

Op 11 april 1827 werd wettelijk voorgeschreven dat elke plaats met minder dan 2500 inwoners een rustende schutterij moest oprichten. Aanvankelijk bestond de Noordbrabantse rustende schutterij uit drie afdelingen, later gereorganiseerd tot twaalf bataljons, onder bevel van een commandant.

image217.jpg

Adrianus Rovers verleent ook belangeloos medewerking aan een nieuw op te richten soldatenkrant, aldus de Provinciale Noordbrabantsche en 's Hertogenbossche courant van 06-09-1897:

image219.jpg

Hieronder een foto van de Molenstraat, gemaakt rond 1895 met rechts de tuin en daarachter het nieuw gebouwde huis van notaris Adrianus Rovers:

image221.jpg

In de Tilburgsche courant van 03-09-1896 staat dat Burgemeester George Marcelis Frencken een onderscheiding krijgt, waarbij zowel notaris Rovers als zijn broer Elard Albert Rovers aanwezig zijn:

image223.jpg

Iemand, die zich Austrianus noemt, haalt Elard Albert Rovers aan in zake de strijd tussen protestanten en katholieken in de Tilburgsche courant van 26-11-1899:

image225.jpg

De krant de Zuid-Willemsvaart van 23-05-1900 meldt dat Adrianus Rovers nog geld heeft opgehaald voor de krijgsgevangenen in de Tweede Boerenoorlog in het huidige Zuid-Afrika tussen de Boeren, Nederlandse kolonisten, en de Britten:

image227.jpg

In het bevolkingsregister van Asten over de periode 1900-1910 woont Adrianus Rovers in het huis met huizingnummer A36:

image229.jpg

Hieronder een foto van het huis van Adrianus Rovers, geschonken door de stichting Hebeas:

image231.jpg

Henk Berkers van de stichting Hebeas gaf mij deze foto van Adrianus Rovers en van zijn moeder Geertruida Helena Beckers:

image233.jpg image235.jpg

Adrianus Rovers is op 28-04-1902 te Asten overleden en linksonder in de krant de Zuid-Willemsvaart van 02-05-1902 het overlijdensbericht:

image237.jpg image239.jpg

Adrianus Rovers wordt als notaris opgevolgd door Adrianus Franciscus Hubertus Hockers, wonende aan de huidige Wilhelminastraat.

In het bovenstaande bevolkingsregister staat ook dat Elard Albert Rovers in het huis is teruggekeerd en uit het overlijdensbericht rechtsboven van broer Jakob Hendrik Rovers in het Algemeen Handelsblad van 21-01-1904, blijkt dat zuster Elisabeth Helena en de broers Frederik Albert, Louis Ceril, Willem Alexander en Goverd Adrianus nog in leven zijn.

Elard Albert Rovers heeft nog de laatste 6 jaar van zijn leven regelmatig in het huis aan de Molenstraat in Asten gewoond en is op 05-09-1908 te Asten overleden. De mededeling van zijn overlijden staat in het Algemeen handelsblad van 08-09-1908 en in het Nieuws van de dag van 11-09-1908 wordt zijn begrafenis beschreven:

image241.jpg image243.jpg

In de Haagsche courant van 10-09-1908 wordt zijn schrijverschap nog besproken:

image245.jpg

En in de Nieuwe Tilburgsche courant van 11-09-1908 een verslag van zijn begrafenis:

image247.jpg

In de krant de Zuid-Willemsvaart van 05-06-1915 geeft Hendrik Nicolaas Ouwerling een korte levensbeschrijving van Elard Albert Rovers. De kans is groot dat zij elkaar wel eens ontmoet hebben:

Hendrik Nicolaas Ouwerling is geboren op 24-12-1861 te 's Hertogenbosch en op deurnewiki lezen we het volgende over hem:

Hendrik Ouwerling bezocht de Rijksnormaalschool in Eindhoven en na het behalen van zijn onderwijzersdiploma volgde hij zijn ouders naar Deurne en kwam hij in juni 1880 als 18-jarige hulponderwijzer in Liessel aan de openbare school voor de klas te staan. In maart 1882 werd hij aangesteld als onderwijzer aan de openbare lagere school in Deurne. Ingaande 1 januari 1900 kreeg hij eervol ontslag aan de openbare school want door de komst van de fraters met hun katholieke school was hij boventallig geworden.Hij werd mede-eigenaar en hoofdredacteur van de regionale krant 'De Zuid-Willemsvaart' in Helmond. Dankzij zijn energieke aanpak groeide het blaadje uit tot een gerespecteerde krant.

image249.jpg

Hieronder het artikel van Hendrik Nicolaas Ouwerling in de krant de Zuid-Willemsvaart van 05-06-1915:

image251.jpg

In de krant de Zuid-Willemsvaart van 26-09-1908 wordt de inboedel te koop aangeboden:

image253.jpg

Geschiedenis van 1908-1911

Het huis is daarna verkocht aan Adrianus Maria Berkers, maar deze koop is teniet gedaan door Louis Cecil Rovers, oud-kolonel en directeur der Zeevaartschool in Amsterdam. Het huis wordt verhuurd aan Joannes Josephus Antonius van Daal, geboren op 12-04-1885 te Eindhoven als zoon van Paulus Arnoldus van Daal en Johanna Theodora van Rooij. Hij is als handelsreiziger op 09-05-1906 te Boekel getrouwd met Anna Maria Vijgenboom geboren te Boekel op 12-08-1880 als dochter van Hendrikus Vijgenboom en Johanna Maria van Eijk. In het bevolkingsregister van Asten over de periode 1900-1910 komt hij in april 1909 vanuit Woensel in het huis met huizingnummer A36 wonen:

image255.jpg

Zij verhuizen in juni 1909 naar A3b en in de krant de Zuid-Willemsvaart van 10-07-1909 wordt het huis te koop aangeboden en in diezelfde krant van 31-07-1909 wordt de inzet van het huis door notaris Hockers vastgesteld:

image257.jpg image259.jpg

Het huis wordt verkocht aan Ludovicus Cornelis Melis, geboren te Tilburg op 31-10-1859 als zoon van Adriaan Melis en Catharina Maria van Dun. Hij is op 28-08-1883 te Helmond getrouwd met Maria Antonetta Emans, geboren te Helmond op 19-09-1863 als dochter van Adrianus Wilhelmus Emans en Wouterina Rooijakkers. Zij komen in juni 1910 vanuit Helmond in het huis wonen en ook in de periode 1910-1920 wonen zij in het huis met huizingnummer A38:

image261.jpg
In november 1911 vertrekt Ludovicus Cornelis Melis met zijn gezin naar Helmond en het huis wordt opnieuw verkocht.

Predikantenwoning 1911-1958

Het huis wordt aangekocht door de gereformeerde gemeente van Asten en in gebruik genomen als pastorie. Gedurende bijna dertig jaren is het ambt van predikant in Asten vacant geweest en de oude pastorie aan de Lindestraat (zie Lindestraat 7) is al eerder in 1881 verkocht. De diensten werden gehouden in de Protestantse kerk (zie Lindestraat 1) die via het zogenaamde 'Simonspeike' bereikbaar was.

Vanuit het huidige Koningsplein (zie Koningsplein 6) komt in het huis wonen Karel Eekhof, geboren te Amsterdam op 22-05-1850 als zoon van Albert Eekhof en Catharina Juliana van der Sanden. Hij is als godsdienstonderwijzer op 26-07-1883 te Lemsterland getrouwd met Minke Bakker, geboren te Lemmer op 08-07-1849 als dochter van Hielke Poppes Bakker en Fetje Sietzes van Veen. Volgens het Nieuws van de dag van 11-11-1913 haalt Karel Eekhof geld op voor een school met den Bijbel in Eindhoven:

image263.jpg

Karel Eekhof verhuist op 08-08-1915 naar Wijckel in Gaasterland en de nieuwe bewoner is Johann Heinrich Christian Israël, geboren te Nijmegen op 10-07-1850 als zoon van Carl Diederich Israël en Wilhelmina Spreisterbach. Hij is in 1881 te Padang (Indonesië) getrouwd met Anna Henrietta Smelting, geboren te 's Gravenhage op 27-04-1874 als dochter van Johan Christiaan Frederik Smelting en Johanna Weijtze. In 1915 komt hij vanuit Vaals naar Asten, zoals hieronder gemeld in de Haagsche courant van 15-10-1915:

image265.jpg

Anna Henrietta Smelting is op 05-10-1921 te Asten overleden en Johann Heinrich Christian Israël woont in de periode 1920-1930 in het huis met dan huizingnummer A38:

image267.jpg

Johann Heinrich Christian Israël vertrekt op 04-05-1922 naar Hoogeloon, zoals hieronder medegedeeld in de krant de Zuid-Willemsvaart van 26-04-1922:

image269.jpg

In het huis komt wonen dochter Johanna Henriëtte Israël, geboren te Hoorebeeke (B) op 16-01-1884. Zij is rond 1910 getrouwd met directeur Johannes Albertus Schouten, geboren te Rhoon op 18-02-1885 als zoon van Adelbert Anthony Schouten en Arieka Hendrika Cornelia Janssen. In het bevolkingsregister van Asten over de periode 1920-1930 komen zij vanuit Bussum in het huis met huizingnummer A38 wonen:

image271.jpg

Zij vertrekken in september 1922 naar 's-Gravenhage. De opvolger van predikant Johann Heinrich Christian Israël komt op 10-12-1922 vanuit Heerewaarden zijnde Pieter van Dam, geboren te Vlaardingen op 29-03-1871 als zoon van Pieter van Dam en Maaike Vermeulen. Hij is op 21-06-1901 te 's-Gravenhage getrouwd met Henriet Charlotte Gertrude Köster, geboren te Delft op 07-06-1865 als dochter van Bernard Köster en Jane Gertrude van Harrevelt. In 1922 wordt hij in Asten aangenomen, aldus de Haagsche courant van 17-10-1922:

image273.jpg
In het bevolkingsregister van Asten over de periode 1920-1930 wonen zij in het huis met huizingnummer A38:

image275.jpg

Henriet Charlotte Gertrude Köster vertrekt op 30-07-1924 naar 's-Gravenhage en op 04-08-1924 vindt aldaar de echtscheiding plaats. Pieter van Dam is op 28-08-1924 te Asten hertrouwd met Arnolda Huizing, geboren te Someren op 14-08-1897 als dochter van Harm Huizing en Maria van Heijst. Zij vertrekken in juli 1925 naar 's-Gravenhage.

In de krant de Zuid-Willemsvaart van 15-09-1928 wordt opdracht gegeven tot het verbouwen van de pastorie tot twee huizen en de aanbesteding staat in diezelfde krant van 01-10-1928:

image277.jpg image279.jpg

Een deel van het huis in gebruik blijft als pastorie van de inmiddels hervormde gemeente en het andere deel wordt gebruikt voor de onderwijzer van de openbare school (zie Voormalig huis G1752). Dit staat ook beschreven in de krant de Zuid-Willemsvaart van 13-07-1929:

image281.jpg

Na ruim vier jaar zonder predikant wordt vanuit Oosternieland op 21-07-1929 als opvolger van Pieter van Dam aangesteld Reinder Bruins, geboren te Bellingwolde op 08-11-1870 als zoon van koopman Wubbo Bruins en Diederieka Hinderika Swik. Hij is op 04-06-1896 te Amsterdam getrouwd Gerardina Samuella Agatha van Weel, geboren te Ouddorp op 25-08-1876 als dochter van Anthonij van Weel en Gerardina Agatha van Krieken. In 1929 wordt hij beroepen te Asten, zoals gemeld in het Nieuwsblad van het Noorden van 23-07-1929:

image283.jpg

In het bevolkingsregister van Asten over de periode 1920-1930 komen zij in juli 1929 vanuit Uithuizermeeden in het huis met huizingnummer A38, ook bekend staand als Molenstraat 20, wonen:

image285.jpg

Ook in de periode 1930-1938 wonen zij in het huis aan de Molenstraat 20:

image287.jpg

Reinder Bruins is op 27-03-1934 te Eindhoven overleden en Gerardina Samuella Agatha van Weel verhuist in maart 1935 naar Arnhem en is aldaar op 12-03-1961 overleden.

Op 28-04-1935 komt vanuit Nederlands Oost-Indië als opvolger van predikant Reinder Bruijns, Johannes Hendrik Denee, geboren te Amsterdam op 31-07-1887 als zoon van godsdienstonderwijzer Johannes Hendrik Denee en Antoinetta Catharina Augusta Blokbergen. Hij is op 24-07-1913 te Amsterdam getrouwd met Guurtje Gesina Hooning, geboren te Haarlem op 12-05-1892 als dochter van directeur Gijsbertus Hooning en Jansje van Zijverden. Linksonder in het Bataviaasch nieuwsblad van 05-04-1935 de mededeling dat Johannes Hendrik Denee zijn beroep om naar Asten te vertrekken, heeft aangenomen en rechtsonder in de Gooi- en Eemlander van 03-04-1935 zijn intrede in Asten:

image289.jpg image291.jpg

In het bevolkingsregister van Asten over de periode 1930-1938 komen zij in april 1935 vanuit Hilversum in het huis aan de Molenstraat 20 wonen:

image293.jpg

Zij vertrekken in juli 1937 naar Veghel en worden opgevolgd door Hendrik van Vliet, geboren te Rotterdam op 28-04-1910 als zoon van Willem van Vliet en Trijntje Zeelenberg. Hij is op 18-11-1937 te Rotterdam getrouwd met Aletta Maria van Bentveld, geboren te Rotterdam op 19-09-1911 als dochter van Jan Hermanus van Bentveld en Johanna Maria Spliethoff. In de Bredasche courant van 05-10-1937 wordt vermeld dat predikant Hendrik van Vliet is aangenomen te Asten:

image295.jpg
In het bevolkingsregister van Asten over de periode 1930-1938 komen zij in november 1937 vanuit Rotterdam in het huis aan de Molenstraat 20 wonen:

image297.jpg

In de krant de Zuid-Willemsvaart van 22-04-1939 en 13-12-1940 de geboortes van zoon Willem en dochter Johanna Maria:

image299.jpg image301.jpg

Zij vertrekken in januari 1941 naar Kerkrade en op 30-03-1941 komt vanuit Utrecht Duco van Krugten, geboren te Rotterdam op 13-10-1912 als zoon van Hendrik van Krugten en Margaretha Gesiena Wijbenga, als predikant in het huis wonen. Hij is op 13-03-1941 te Utrecht getrouwd met Frederica Wilhelmina Briët, geboren te Utrecht op 22-01-1910 als dochter van Hendrik Carel Briët en Frederica Wilhelmina Raabe. Na zijn opleiding start Duco van Krugten als predikant in Asten, aldus de Banier van 02-04-1941:

image303.jpg

In de krant de Zuid-Willemsvaart van 27-05-1943 de geboorte van dochter Frederika:

image305.jpg

Duco van Krugten verhuist op 20-02-1944 naar Almkerk en na hem zijn er te Asten voornamelijk hulppredikanten geweest. In mei 1944 wordt als hulppredikant benoemd Nicolaas Johannes van 't Hooft, geboren te Koudekerk op 20-10-1878 als zoon van Jacob van 't Hooft en Ferdinanda Catharina Stutterheim. Hij is als predikant op 11-02-1908 te Rheden getrouwd met Elisabeth Frederica Maria Wouters, geboren te Semarang (Ind) op 01-02-1872 als dochter van Johannes Hendrikus Wouters en Elisabeth Frederica Maria Herman.

De benoeming van Nicolaas Johannes van 't Hooft in de krant de Zuid-Willemsvaart van 19-05-1944 en rechtsonder zoekt zijn vrouw een dienstbode, zoals gemeld in het Peelbelang 10-03-1945:

image307.jpg image309.jpg

Elisabeth Frederica Maria Wouters is op 25-08-1949 te Eindhoven overleden en Nicolaas Johannes van 't Hooft vertrekt daarna naar Arnhem en is aldaar op 07-10-1953 overleden. Hulppredikant is van 1950 tot 1952 nog geweest Jacobus Petri, geboren te Amsterdam op 16-06-1884 als zoon van Johannes Philip Laurens Petri en Eva Maria Hoek. Hij is sinds 16-07-1946 weduwnaar van Dieuweke Maas, geboren te Makkum op 14-12-1886 als dochter van Willem Maas en Tedde Tjebbes, met wie hij op 20-02-1917 te Wonseradeel getrouwd was. Daarna keren eerder genoemde predikant Johannes Hendrik Denee en zijn vrouw Guurtje Gesina Hooning weer terug in het pastoriehuis.

Hieronder een foto uit 1950 van de Burgemeester Wijnenstraat met linksachter de tuin en daarvoor het huis:

image311.jpg

Johannes Hendrik Denee is op 12-11-1958 te Asten overleden en Guurtje Gesina Hooning vertrekt naar elders en is op 10-01-1979 te Hierden overleden.

Het huis is samen met het gesplitste huis rond 2000 afgebroken.

Overzicht bewoners

Huis in het Derp
Jaar Eigenaar Geboorte Hoofdbewoner Geboorte
1696 Bartholomeus Faes Kerckels Asten 08-10-1655 Bartholomeus Faes Kerckels Asten 08-10-1655
1708 Johannes Jan Paulus Asten 28-10-1678 Johannes Jan Paulus Asten 28-10-1678
Dorp huis 44
Jaar Eigenaar Geboorte Hoofdbewoner Geboorte
1736 Jan Jan Paulus Asten 28-10-1678 Jan Jan Paulus Asten 28-10-1678
1741 Jan Jan Paulus Asten 28-10-1678 Jan Jan Paulus Asten 28-10-1678
1746 Jan Jan Paulus Asten 28-10-1678 Jan Jan Paulus Asten 28-10-1678
1751 Jan Jan Paulus Asten 28-10-1678 Jan Jan Paulus Asten 28-10-1678
1756 Jan Jan Paulus Asten 28-10-1678 weduwe Jan Flipsen
1761 Jan Verrijt en sijne kinderen Asten 01-01-1713 weduwe Jan Vreijnsen
1766 Jan Verrijt en sijne kinderen Asten 01-01-1713 Jan Verrijt en sijne kinderen Asten 01-01-1713
1771 weduwe Jan Verrijt en kinderen Asten 06-04-1708 weduwe Jan Verrijt en kinderen Asten 06-04-1708
1776 Antoni Timmermans Asten 27-11-1738 Antoni Timmermans Asten 27-11-1738
1781 Antoni Timmermans Asten 27-11-1738 Antoni Timmermans Asten 27-11-1738
1798 Antoni Timmermans Asten 27-11-1738 Antoni Timmermans Asten 27-11-1738
1803 Antoni Timmermans Asten 27-11-1738 Antoni Timmermans Asten 27-11-1738
Kadasternummer G467
# Periode Naam eigenaar Geboorte Opmerking Verandering
1803-1818 Antoni Timmermans Asten 27-11-1738 22-05-1818
1818-1820 Johanna Adriaen Smits Schijndel 07-12-1741 21-02-1880
1821-1825 Adrianus Lokermans Maarheeze 15-05-1775 28-08-1825
1825-1832 Helena Timmermans Asten 03-07-1780
G467 1832-1849 Helena Timmermans Asten 03-07-1780 14-12-1849
G467 1849-1859 Frederik Albert Rovers Aarle Rixtel 21-10-1812

Molenstraat 20

# Periode Naam hoofdbewoner Geboorte Tweede persoon Geboorte Vertrek
1803-1818 Antoni Timmermans Asten 27-11-1738 Johanna Adriaen Smits Schijndel 07-12-1741 22-05-1818
1818-1820 Johanna Adriaen Smits Schijndel 07-12-1741 weduwe Timmermans 21-02-1880
1821-1825 Adrianus Lokermans Maarheeze 15-05-1775 Helena Timmermans Asten 03-07-1780 28-08-1825
1825-1849 Helena Timmermans Asten 03-07-1780 weduwe Lokermans 14-12-1849
1849-1859 Frederik Albert Rovers Aarle Rixtel 21-10-1812 Geertruida Helena Beckers Sint Maarten 05-02-1814
A22 1859-1869 Frederik Albert Rovers Aarle Rixtel 21-10-1812 Geertruida Helena Beckers Sint Maarten 05-02-1814
A33 1869-1879 Frederik Albert Rovers Aarle Rixtel 21-10-1812 Geertruida Helena Beckers Sint Maarten 05-02-1814 27-01-1879
A34 1879-1881 Geertruida Helena Beckers Sint Maarten 05-02-1814 weduwe Rovers 27-08-1881
A34 1881-1890 Adrianus Rovers Geldrop 27-12-1843 met familie
A32 1890-1900 Adrianus Rovers Geldrop 27-12-1843 met personeel
A36 1900-1902 Adrianus Rovers Geldrop 27-12-1843 met personeel 28-04-1902
A36 1902-1908 Elard Albert Rovers Asten 10-06-1848 met personeel 05-09-1908
A36 1909-1909 Joannes Josephus van Daal Eindhoven 12-04-1885 Anna Maria Vijgenboom Boekel 12-08-1880
A38 1910-1911 Ludovicus Cornelis Melis Tilburg 31-10-1859 Maria Antonetta Emans Helmond 19-09-1863
A38 1911-1915 Karel Eekhof Amsterdam 22-05-1850 Minke Bakker Lemmer 08-07-1849 naar Wijckel
A38 1915-1920 Johann Heinrich Israel Nijmegen 10-07-1850 Anna Henriette Smelting 's-Gravenhage 27-04-1874
A38 1920-1922 Johann Heinrich Israël Nijmegen 10-07-1850 Anna Henriette Smelting 's-Gravenhage 27-04-1874 naar Hoogeloon
A38 1922-1922 Johannes Albert Schouten Rhoon 18-02-1885 Johanna Henriette Israël Hoorebeeke (B)16-01-1884
A38 1923-1924 Pieter van Dam Vlaardingen 29-03-1871 Henriet Charlotte Köster Delft 07-06-1865
A38 1924-1925 Pieter van Dam Vlaardingen 29-03-1871 Arnolda Huizing Someren 14-08-1897 's Gravenhage
A38 1925-1928 onbewoond
A38 1928 verbouw tot twee huizen
A38 1929-1930 Reinder Bruins Bellingwolde 08-11-1870 Gerardina van Weel Ouddorp 25-08-1876
20 1930-1934 Reinder Bruins Bellingwolde 08-11-1870 Gerardina van Weel Ouddorp 25-08-1876 27-03-1934
20 1934-1935 Gerardina van Weel Ouddorp 25-08-1876 weduwe Bruins naar Arnhem
20 1935-1937 Johannes Hendrik Denee Amsterdam 31-07-1887 Guurtje Gesina Hooning Haarlem 12-05-1892 naar Veghel
20 1937-1941 Hendrik van Vliet Rotterdam 28-04-1910 Aletta Maria van Bentveld Rotterdam 19-09-1911 naar Kerkrade
20 1941-1944 Duco van Krugten Rotterdam 13-10-1912 Frederica Wilhelma Briët Utrecht 22-01-1910 naar Almkerk
20 1944-1949 Nicolaas van 't Hooft Koudekerk 20-10-1878 Elisabeth Wouters Semarang 01-02-1872 25-08-1949
20 1949-1949 Nicolaas van 't Hooft Koudekerk 20-10-1878 naar Arnhem
20 1950-1952 Jacobus Petri Amsterdam 16-06-1884 naar Baarn
20 1953-1958 Johannes Hendrik Denee Amsterdam 31-07-1887 Guurtje Gesina Hooning Haarlem 12-05-1892 12-11-1858

De meest gebruikte referenties staan in de introductie vermeld

Laatst bijgewerkt op 11 september 2021, 08:19:57

XS
SM
MD
LG
XL

Heemhuis, Molenstraat 10 Someren
Open op dinsdag van 9 tot 12 uur en op donderdag van 19 tot 21 uur.


Archeologiehuis, Molenstraat 14 Someren
Open na afspraak met een van de bestuurleden.

Printen