vonder kop
vonder kop

Selecteer een deel waar je informatie over wil weten


Julianastraat

De huidige Julianastraat in Asten is een oude straat in 1929 genoemd naar prinses Juliana, koningin van Nederland van 1948-1980. Juliana Louise Emma Marie Wilhelmina (Juliana) van Oranje Nassau is geboren op 30-04-1909 te 's-Gravenhage als dochter van Hendrik van Mecklenberg-Schwerin en Wilhelmina Helena Pauline Maria van Oranje-Nassau. Zij is op 07-01-1937 te 's Gravenhage getrouwd met Bernhard van Lippe-Biesterfeld, geboren te Jena (D) op 29-06-1911 als zoon van Bernhard zur Lippe en Armgard von Cramm.
01

In 1948 volgde Juliana haar moeder Op als Koningin van Nederland en hield er een geheel andere stijl op na dan haar moeder. Juliana had er geen bezwaar tegen als zij in plaats van met majesteit aangesproken werd met mevrouw, het had zelfs haar voorkeur. Juliana's lossere stijl verkleinde de afstand tussen koningshuis en volk. Mede hierdoor bleef zij tot haar dood zeer populair. Op 31-01-1980 volgde haar dochter Beatrix haar op als koningin. Prinses Juliana is op 20-03-2004 te Baarn overleden.

Oorspronkelijk had de Julianastraat de naam Boterstraat en in de Provinciale Noordbrabantsche en 's Hertogenbossche courant van 11-11-1896 lezen we dat eksters een nest hebben gebouwd in de lindenboom in de tuin van Wilhelmus Bluijssen, telg van de boterfabrikant Antonie Bluijssen, die vanaf 1828 aldaar boter produceerde:

02

Enkele jaren later in de Peel- en Kempenbode 19-08-1899 wordt door de familie Bluijssen verzocht om riolering in de Boterstraat:

03

Een jaar later is er nog steeds geen sprake van riolering al is de naam van de straat dan veranderd in Fabriekstraat, aldus de krant de Zuid-Willemsvaart van 01-08-1900:

04

In de krant de Zuid-Willemsvaart van 17-05-1904 wordt bij het diamanten feest van burgemeester Frencken, naast de Fabriekstraat ook de aangrenzende Doodstraat, de straat naar het kerkhof, genoemd:

05

De Julianastraat loopt van het Koningsplein naar de Emmastraat en heeft halverwege een knik en mogelijk werd het ene deel vanaf het Koningsplein vroeger Boterstraat en later Fabriekstraat genoemd en het deel na de knik de Doodstraat. De naam Fabriekstraat was destijds een juiste benaming want er waren de fabrieken van de familie Bluijssen gevestigd; een boterfabriek, een margarinefabriek en een weverij. Na het faillissement van Bluijssen in 1907 werden de fabrieken overgenomen door Asten Creameries en nog later rond 1924 vestigden zich er een mandenfabriek, strohulzenfabrieken, een lampenmagazijn en de stoomzuivelfabriek de Oude Molen.

In de krant de Zuid-Willemsvaart van 12-10-1928 is echter nog steeds sprake van een gebrekkige riolering in de Fabriekstraat:

06

In de krant de Zuid-Willemsvaart van 11-09-1929 krijgt de Fabriekstraat de naam Julianastraat:

07

Van oudsher woonden voornamelijk boeren in de Julianastraat, hetgeen we kunnen opmaken uit de lijst met getroffenen door natuurgeweld rond 1740 in het Dorp, waarbij een selectie is gemaakt van de bewoners van de huidige Julianastraat:

Asten Rechterlijk Archief 118 folio 170; 29-12-1739:
Specifique lijste ofte memorie geformeert door schepenen en secretaris van Asten volgens het opgeven van de ingesetenen van Asten van soodanige als de ingesetenen van Asten geleeden hebben vant verhagelen van koorn op de 13e july en afwayen van de boekweyt op den 15e augustus 1737 wanneer het koorn en boekweyt rijp was. Alsmede van de menigvuldige swaare regen die gevallen is in de voorschrevene jaare 1737, 1738 en 1739 waardoor de weylanden geheel onder water gestaan hebben en het gras en hoy daardoor veel bedorven en verdronken is geworden door hetwelke veel runtvee en schapen bedorven en gestorven sijn, alsoo deselve op leege en natte weyen haar voedsel hebben moeten haalen, welk verdronken gras en hoy dat bedorven was in de wintertijden hebben moeten eeten. Mitsgaaders vant bevriezen van de boekweyt in desen jaaren 1739, tusschen de 15e en 16e juny allent welke schaade de navolgende ingeseetenen hebben opgegeven en getaxeert onder presentie vant selve ten allen tijde, des gerequireert werdende, met solemneele eede sullen bevestigen soo en gelijk bij of agter ider sijn naam is uytgetrocken en hierna is volgende in het Dorp:

Naam Huis Omschrijving Vergoeding
Martinus Jan Paulus 25 ƒ 97,-
Tomas Overhof 23 ƒ 16,-
kinderen Jan Hoefnagels 20 ƒ 22,-
Peter Jan Hoefnagels 18 ƒ 83,-
Jan Jansen van Dijck 15 ƒ 125,-

Aldus dese lijste gemaakt en geformeert in voege als vooren volgens het opgeven der ingesetenen onder presentie van eede dat deselve de ongelucken en schaaden gehadt hebben, soo en gelijk agter ider sijnen naam staat aangeteekent en tot een som is getaxeert na ider sijn beste kennis. Wijders verklaaren wij ondergeteekende schepenen van Asten, op den eed ten aanvank van onser bediening gedaan dat de ingesetenen alhier wegens het verhagelen van koorn, afwayen en bevriesen van de boekweyt, sterven van een menigte beesten en schapen, verdrinken van hoy, gras, koorn en andere vrugten als int hooft deeser lijst, seer veelen groote schaade geleeden hebben en vooral in dese jaare, alsoo den ingesetenen alhier den grooten reegen die er is gevallen als anders op sijn best maar eene halve oogst gehadt hebben waardoor deselve buyten staat geraakt sijn om haar verschulde 's lants- en dorpslasten te konnen opbrengen en betaalen waardoor de ingesetenen dagelijks veele schaade en executiecosten moeten ondergaan. In teeken der waarheyt hebben wij deese ten prothocolle onderteekent binnen Asten, desen 28 december 1739.

In die tijd stonden er acht huizen in de Julianastraat en vijf bewoners zijn getroffen door het noodweer, hetgeen betekende dat een ruim deel nog voornamelijk in de landbouw hun geld verdienden. Alleen de families Claus en Elias hebben hiervan geen nadeel ondervonden. Jan Peter Claus was van beroep timmerman en Antonie Jan Elias was arm en bezat slecht een akker bij zijn huis.

Gaandeweg werden ook de beroepen specifieker en ontstonden er fabrieken, een smederij, een graanhandel, een schoenmakerij, winkels, klompenmakerijen en weverijen in de Julianastraat. Een grote rol was weggelegd voor de familie Bluijssen, wiens fabrieken in de loop der jaren van de 19e en het begin van de 20e eeuw een groot deel van de straat omvatten. Hoe het met bovengenoemde huizen is gegaan wordt hieronder kort samengevat.

Op de hoek van de Julianastraat en de huidige Marktstraat wordt rond 1580 een huis bewoond door de familie Luycas en hun dochter Anneke trouwt met Huybert Jan Diepenbeecx. Van 1610 tot 1640 wonen zij in het huis en daarna wordt het huis door hun dochter Maria, getrouwd met Henricus Gerard Doensen, bewoond. In 1698 wordt het huis verkocht aan Henricus Gijsbert van den Bleeck, die het in 1705 doorverkoopt aan Martinus Jan Paulus. Zijn zoon Johannes Martinus Jansen bewoont het huis daarna tot 1751, waarna het wordt doorverkocht aan Pieter Troeijen. In 1805 komt het huis in bezit van de familie van den Eijnden en hun dochter Catharina trouwt met winkelier Henricus Schellings. In 1820 wordt het huis herbouwd en na het overlijden van Henricus Schellings en het overlijden van zijn tweede vrouw Maria van Dijk in 1894 komt het huis in handen van dochter Antonia Schellings, die de winkelnering voortzet. Na haar overlijden te Asten in 1921 wordt de winkel beheerd door haar zus Johanna Maria Schellings, getrouwd met Peter Johannes Leenen. Als zij in 1928 komt te overlijden neemt dochter Rica Leenen het winkelbedrijf over tot de verkoop in 1936 aan Wilhelmus Johannes van Horsen. Het huis bestaat nog steeds.

Een ander markant pand in de Julianastraat ligt op de hoek met de Kleine Marktstraat kende van oudsher de hoofdingang aan de Kleine Marktstraat en een hoefstal aan de Julianastraat. Het naastgelegen huis wordt vanaf 1700 bewoond door Johannes Peter Claus en in 1745 verkocht aan Thomas Overhof, die er al vanaf 1730 in was getrokken. Na diens overlijden komt het huis in 1760 in handen van Antoni Peter Kemps, wiens familie er tot 1796 woonde. Daarna is Marten Johannes Koolen de eigenaar en bewoner van het huis tot de verkoop in 1813 aan Johannes Mathijs Kuijpers. Het betreft dan twee huisjes die in 1835 zijn afgebrand en in 1849 als een nieuw huis opgebouwd in opdracht van Christina Nuij. In 1875 wordt het verkocht aan pastoor Franciscus Josephus Sauvé, die er samen met zijn zuster Lucia Sauvé woont. Na diens overlijden in 1873 wordt het huis gekocht en bewoond door Gerardus Winandus Cuppens en in 1901 gaat het over naar zijn schoonzoon Gerardus de Vries. Hij verhuurt het huis aan derden, waaronder de gemeentesecretaris Peter Slaats. In 1915 wordt het huis gekocht door Maria van Bussel, weduwe van Wilhelmus Hoefnagels en wordt het huis aan derden verhuurd. In 1936 komt vanuit het naastgelegen pand haar zoon Leonardus Marcellus Hoefnagels in het huis wonen. Ook dit huis bestaat nog steeds.

Rond 1881 is er aan de noordzijde van de bocht in de Julianastraat door Johannes Eijsbouts waarschijnlijk ook een margarinefabriek gebouwd, die echter maar kort heeft dienst gedaan. Later is deze nog in gebruik geweest als tabaksfabriek, maar in 1911 wordt de fabriek omgebouwd tot twee huizen. In het ene huis woont tot 1928 Petrus van der Putten en Johannes Verstappen, die in 1934 naar het andere huis verhuisd. In dat andere huis woont tot 1922 Mathijs Vullings en daarna Johannes Ambrosius van Asten en na diens overlijden zijn bovengenoemde stiefzoon Johannes Verstappen. Deze huizen kenmerken nog steeds dit deel van de Julianastraat.

Aan de overzijde van de straat was vanaf 1692 een huis in bezit van Johannes Jansen Hoefnagels en zijn kinderen zijn tot 1777 eigenaar en bewoner geweest. Het huis wordt daarna verkocht aan Antonie Meulenberg, die er tot 1804 woont. Hendrik Althuijzen, een uit Zwitserland afkomstige veldwachter, koopt daarna het huis en verkoopt het in 1820 aan Antonius Seegers. Na diens overlijden in 1855 komt het huis in handen van Gerardus Kortenbach tot het in 1877 in eigendom komt van Hannes Bluijssen, wordt het afgebroken en toegevoegd aan het fabriekscomplex. Dit was ook in 1854 al gebeurd met het naastgelegen huis, waarin een blauwververij werd gevestigd.

Zijn vader Antonie Bluijssen had vanaf 1828 een weverij in de huidige Julianastraat en handelde ook in boter. In de loop der tijd is dit door zijn zonen Hannes, Willem en Jan en kleinzonen Antonie, Willem en Jan uitgebouwd tot een fabriekscomplex. De firma met de naam A. Bluijssen zonen bezat een weverij en blauwververij, een boterfabriek en ook een margarinefabriek met een ijskelder en een koffiebranderij. Naast het woonhuis van Antonie Bluijssen op de hoek met het Koningsplein werd in 1842 in de Julianastraat nog een groot huis gebouwd, waarvan een deel ook als weeffabriek werd gebruikt.

Na het faillissement in 1907 is het terrein opgekocht door Gerard Sengers en werd samen met de Engelse firma Lidstone Castle & Company de naamloze vennootschap Asten Creameries opgericht, waarbij de handel in boter en margarine werd voortgezet. Het terrein werd uitgebreid tot aan de huidige Kerkstraat met een olieraffinaderij, die echter vanwege het faillissement in 1922 niet in gebruik is geweest. Grote delen van het terrein zijn toen in handen gekomen van Frans Hoebens en Johannes van Goch die er met hun teenhoutcultuur een deel van het terrein als mandenfabriek gebruikten. Het grote woonhuis werd gekocht door Johan Eijsbouts, die er voor de torenuurwerkfabriek ook kantoor hield. De voormalige blauwververij en het shedgebouw kwamen in handen van Peter Cornelis van Heugten, die er een strohulzenfabriek begon en later ook nog onder andere kinderfietsen produceerde, alles onder de naam Elephant. Tot ruim na de Tweede Wereldoorlog is deze fabriek in bedrijf geweest.

In 1925 is het terrein opgekocht door stoomzuivelfabriek de Oude Molen en naast de boterfabriek bleef ook de mandenfabriek nog een tijd bestaan en richtte Johannes van Goch ook in 1924 een lampenhandel onder de naam Marsolampen en in 1928 de strohulzenfabriek Asten Strawworks op. De mandenfabriek stopte in 1928, de strohulzenfabriek verhuisde in 1939 naar de Hoogstraat en de lampenfabriek in 1939 naar de huidige Burgemeester Wijnenstraat. Van het fabriekscomplex aan de Julianastraat is vrijwel niets meer terug te vinden.

Aan de zuidzijde van het fabriekscomplex van Bluijssen heeft de familie Elias, in de volksmond Lijssen geheten, vanaf 1683 een huis in bezit gekregen. Eerst woonde er Andreas Elias, later zijn broer Johannes, daarna diens zoon Antonius, vervolgens diens zoon Jan en tenslotte diens zoon Joost. Naar laatstgenoemde Joost is nog een pad vanuit zijn huis naar de Wolfsberg genoemd, later bekend als Lijsen peike of nog later het Lijsterpééjke. Na het overlijden van Joost Elias en zijn vrouw in 1809 kende het somtijds gesplitste huis verschillende eigenaren en bewoners.

Een huis aan de zuidzijde in de bocht van de Julianastraat wordt vanaf 1625 bewoond door Dirck Fransen, daarna door zijn zoon Pauwels Dirck Fransen en vervolgens door kleinzoon Johannes Pauwels Cremers. Na diens overlijden in 1714 is zijn echtgenote Heylke Dircks Cuijpers hertrouwd met Peter Jansen Hoefnagels en hun dood in 1755 is het huis afgebroken. Door Evert van Geffen is op dezelfde plaats een nieuw huis gebouwd en hij heeft er tot 1813 in gewoond, maar vanaf 1800 is Dirck Leenen eigenaar van het huis. Het huis is daarna gesplitst en kende vele eigenaren en bewoners tot het eind vorige eeuw is afgebroken om plaats de maken voor nieuwbouw.

Daarnaast stond een huis in bezit van Peter Jan Hoefnagels die er van 1740-1754 woonde en dar daarna overging op zijn kinderen en stiefkinderen. In 1759 werd het huis verkocht aan Roelof Graaff die het in 1762 doorverkocht aan Antony Metten. Bij zijn overlijden 1768 ging het huis over naar zijn Huijbert Metten, die het in 1790 verkocht aan Nicolaas van Stiphout. Door splitsing of aanbouw worden het in 1810 twee huizen, waarvan een voor hemzelf en de ander voor zijn dochter Johanna, getrouwd met Willem Verleijsdonk. Dit afgesplitste huis wordt in 1834 verkocht aan Luycas van der Loo en kent tot 1905 vele eigenaren en bewoners. Daarna wordt het gekocht door Johannes Mennen en zijn zoon Hendricus Johannes Mennen begin er in 1930 een drukkerij.
Na het overlijden van Nicolaas van Stiphout in 1837 wordt het oorspronkelijk huis verder gesplitst en dit deel wordt bewoond door zijn weduwe en later haar dochter Helena uit een eerder huwelijk getrouwd met Arnoldus Verhees. In 1877 wordt het huis verkocht en kent daarna nog vele eigenaren en bewoners tot het in 1935 bij de drukkerij van Mennen wordt betrokken.
Het oorspronkelijke huis is in 1837 verkocht aan Hendrik Swinkels die het in 1875 verkoopt aan Antonie Haazen. Tot 1919 bewoont hij het huis en verkoopt het daarna aan Peter van Hagen en het komt in 1929 in bezit van Leo Beijers. In 1939 wordt het bij de bovengenoemde drukkerij van Mennen betrokken en is het gehele pand weer in een hand.

Het laatste huis van de Julianastraat op de zuidelijke hoek met de huidige Emmastraat wordt vanaf 1620 bewoond door Jacob Corstiaans. Zijn schoonzoon Huybert van der Loo neemt in 1652 het huis over en vanaf 1674 diens zoon Luycas van der Loo en vanaf 1721 kleinzoon Paulus van der Loo zijn de daaropvolgende eigenaars. Paulus van der Loo woonde in het huidige Limburg en verkoopt het huis in 1729 aan Johannes Jansen van Dijck. In 1761 komt het huis bij een erfdeling toe aan zijn schoonzoon Johannes Slaats en in 1803 aan diens zoon Bonaventura Slaats. Dochter Maria Catharina Slaats, weduwe van Joannes Eijsbouts wordt in 1858 eigenaar en haar kinderen Theodorus, Bonaventura, Johannes en Helena Maria Eijsbouts zijn achtereenvolgens hoofdbewoner van het huis. In 1900 wordt het huis verkocht aan Maria Catharina Eijsbouts, dochter van bovengenoemde Theodorus Eijsbouts en getrouwd met Peter Cuppens. In 1924 verhuizen zij naar België en koopt Peter Johannes van Eijk het huis en woont er tot na de Tweede Wereldoorlog.

En dan waren er ook toen al de voor Asten kenmerkende open plekken in de Julianastraat; het deel waarvan de tuinen van de bewoners van de huidige Emmastraat grensde aan de Julianastraat is tot 1930 onbebouwd gebleven. En ook voor het daar tegenover liggende deel aan wat nu de Sint Jozefstraat heet, is lang niet bebouwd geweest. Op die plek werd ook kermis gehouden en de krant de Zuid-Willemsvaart van 13-07-1927 en 11-07-1931 maakt melding van een danstent:

08
09

De danstent, welke heeft gestaan ter hoogte van de huidige Sint Jozefstraat wordt geleverd door de Helmondse firma Bocken, waarvan linksonder een draaiorgelboek en rechtsonder een foto van zo'n mortierorgel[1]:

10
11

Rond 1930 is het aantal schoolgaande kinderen en dan met name meisjes dusdanig gegroeid dat de school bij het Liefdehuis niet meer groot genoeg was. De jongens hadden hun school op de Markt en er wordt besloten om een meisjesschool in de Julianastraat te bouwen. De school is komen te staan in de grote tuin van de erven van Michielsen, een plek waar voor zover bekend nooit geen bebouwing is geweest. Een jaar later wordt ook het plan gelanceerd om daarnaast een bewaarschool te stichten. De meisjesschool heeft 8 klassen en krijgt de naam Mariaschool en de bewaarschool telt 3 klassen met de naam Sint Jozefschool. Beide scholen zijn tot in de jaren 80 van de vorige eeuw in gebruik geweest, maar zijn inmiddels omgebouwd tot woonappartementen.

Wat is van dit alles nu nog van terug te zien in de Julianastraat? Als we eerlijk zijn, is er vooral in de laatste jaren veel verdwenen en opgeofferd aan de vooruitgang. Toch zijn er nog genoeg sporen te vinden van het oude Asten en aan de hand van vergelijking van kaarten wordt in beeld gebracht uit welke tijdsperiode de huidige huizen in de Julianastraat stammen. Hieronder de kadasterkaart van 1832 van de Julianastraat:

12

Hieronder is de door Theo Meulendijks bewerkte kaart te zien waarin met zwart de huisnummers voor 1800 vergeleken en aangevuld zijn met de kadasternummers van 1832 in blauw:

13

De straat die in de 19e eeuw ook wel Melkstraat en later Fabriekstraat werd genoemd krijgt vanaf 1929 officieel de naam Julianastraat en elk huis krijgt een huisnummer. Met die huisnummers is het nog één stap naar de huidige situatie en dat is de hernummering en die vond rond 1960 plaats. Elk adres aan de Julianastraat met bebouwing uit de 18e eeuw of ouder kent dus vijf nummergevingen:

  • huisnummer uit de tijd van het huizenquohier van 1736 – 1803
  • kadasternummer uit 1832 en een mogelijk vervolg daarop uit de kadastrale legger
  • huizingnummers uit het bevolkingsregister die elke 10 jaar wijzigden
  • adres bij de vaststelling van de nieuwe straatnamen in 1929
  • rond 1960 aangepast adres, dat veelal overeenkomt met het huidige adres

Op de onderstaande kaart uit 2017 is de huidige situatie weergegeven en zijn de huizen gebouwd tussen 1750 en 1800 paars omcirkeld, tussen 1800 en 1850 zijn blauw omcirkeld, tussen 1850 en 1900 zijn groen omcirkeld en die tussen 1900 en 1940 zijn oranje omcirkeld:

14

De Julianastraat kent nog 10 vooroorlogse woningen, waarvan er 6 uit de 19e eeuw zijn. Het oudste huis is de villa van Bluijssen, die dateert van ongeveer 1850 kent nog een oudere kern. Hieronder een foto van het begin van de Julianastraat met links de villa van Bluijssen en rechts de winkel van Tonna Schellings:

15

Hieronder een foto van de Julianastraat genomen vanaf het Koningsplein met rechts de villa van Bluijssen en daarachter een huis met fabrieksgebouw eveneens van de firma A Bluijssen zonen, dat inmiddels is afgebroken:

16

Zicht op de Julianastraat vanaf het Koningsplein met links de oude school, de winkel van Tonna Schellings en de hoefstal van Nard Hoefnagels en rechts achter de bomen de villa van Bluijssen:

17


De meest gebruikte referenties staan in de introductie vermeld
Laatst bijgewerkt op 7 juni 2019, 10:34:55

Heemhuis, Molenstraat 10 Someren, open op dinsdag van 9 tot 12 uur en op donderdagavond van 7 tot 9 uur.
Voor bezoek aan het Archeologiehuis, Molenstraat 14 Someren, dit vragen in het heemhuis.