logo

Index


Voormalig huis G601

De eerst bekende bewoner van dit huis is Johannes Jansen Hoefnagels is geboren op 08-09-1666 te Asten als zoon van Johannes Goorts Hoefnagels en Angela Jansen Baekermans (zie Koningsplein 10). Hij is op 15-12-1692 te Asten getrouwd met Johanna Jan Paulus, geboren rond 1672 als dochter van Johannes Pauls Jansen en Margaretha Jan Martens (zie Marktstraat 1). Na haar overlijden te Asten op 01-05-1704 is Johannes Jansen Hoefnagels op 03-08-1706 te Asten hertrouwd met Catharina Aerts, geboren te Asten op 03-12-1674 als dochter van Aert Aerts en Margareta Peters:

01

De gezinnen van Johannes Jansen Hoefnagels met Johanna Jan Paulus en met Catharina Aerts:

# Voornaam Geboorte Huwelijk Overlijden Referentie
1 Maria** Asten 09-09-1691 Kind Asten ±1700
2 Johannes Asten 11-09-1693 Ongehuwd Asten 27-03-1776
3 Angela Asten 29-10-1695 Woensel 18-08-1720
Arnoldus Willem Brants
Woensel 18-05-1752
4 Adrianus Asten 08-08-1697 Asten 12-02-1719
Maria Graets
Asten 19-05-1748
Elisabeth Lammers Claus
Asten 27-11-1779 zie Voormalig huis G663
5 Judocus Asten 06-12-1699 Asten 04-08-1720
Josijna J Verleijsdonck
Asten 06-09-1733
Ida Jansen van Dyck
Asten 08-05-1750
6 Maria Asten 20-05-1702 Ongehuwd Asten 31-01-1763
7 Aldegondis Asten 11-03-1704 Ongehuwd Asten 16-07-1774
8 Godefridus* Asten 03-05-1708
9 Maria* Asten 28-01-1710
10 Elisabeth* Asten 17-02-1712 Ongehuwd Asten 21-12-1751
11 Arnoldus* Asten 12-06-1714 ±1735
Maria Hendricks
±1750
Hendrien van Heeswijk
Berlicum 05-09-1756
Wilhelmina Smits
Schijndel 22-02-1769 Johanna, Asten 01-02-1736
Jennemie, Dinther 11-10-1763
12 Johanna* Asten 11-10-1717 Geldrop 10-03-1745
Franciscus van den Broeck
Asten ±1785
13 Gisbertus* Asten 25-04-1721

* kinderen uit het tweede huwelijk
** onwettig kind geboren voor het eerste huwelijk

Voor zijn huwelijk heeft Johannes Jansen Hoefnagels met zijn broers Wouter en Thomas nogal eens ruzie gemaakt:

Asten Rechterlijk Archief 108 folio 129; 28-06-1689:
Maria getrouwd met Meester Hendrick Peeters verklaart ter instantie van Jan Roefs dat zij heeft gezien, dat gisteren 27 juni, Wouter Hoefnagels en Jan, zijn broeder, dronken zijnde, het huis van Jan Roefs zijn binnengelopen, waar groot tumult ontstond en dat stoelen en banken onstucken geslagen werden. Zij heeft verder horen roepen door de kinderen van Jan Roefs: "Moete gij lieden hier comen om mijnen moeder doodt te slaen". Alsmede dat er onder andere geroepen werd: "Steeckt U mesch op". Nog heeft zij gezien en gehoord, dat na de twisten, Jan Jan Hoefnagel uit het huis van Jan Roefs is komen lopen en riep: "Toe, grasdieven" en verder almaar razende en tierende liep.

Asten Rechterlijk Archief 108 folio 130; 28-06-1689:
Maria Tresia, dochter Bernaert Volders, 12 jaar, verklaart ter instantie van Jan Roefs, dat zij gisteren, heeft gehoord dat er enig tumult en rumoer ten huize van Jan Roefs was en dat er op de stoelen en banken gestoten en geslagen werd. Zij heeft ook gehoord dat Jan Hoefnagels riep: "Toe, grasdief, toe, grasdief", staande in de deure of op den drempel van Jan Roefs.

Ook nog voor zijn huwelijk wordt Johannes Jansen Hoefnagels gedaagd door zijn aanstaande vrouw, mogelijk heeft dat te maken met dochter Maria, die voor hun huwelijk is geboren:

Asten Rechterlijk Archief 10 folio 67; 23-04-1692:
Jenneke, dochter Jan Paulussen, geassisteerd met haar vader, aanlegger contra Jan Jan Hoefnagels, gedaagde.

Ook in 1696 krijgen de broers Wouter, Thomas en Jan het met de gezagsvoerders van Asten aan de stok over de belasting op drank:

Asten Rechterlijk Archief 109 folio 116 verso; 19-10-1696:
Hendrick Gijsberts van den Bleeck verklaart ter instantie van Henrick van Winteroy, drost, dat hij op 16 october laatstleden met Gijsbert Hendricx en Philips Timmermans, schepenen, Frederick Bronckhorst, deurwaarder en Peeter van der Lith, secretaris een rondgang heeft gemaakt om de voute te vinden in de impost van wijnen, brandewijnen en bieren. Gekomen in het huis van Wouter Hoefnagel, herbergier, waar aanwezig waren Wouter, Thomas en Jan Hoefnagel, gebroeders, die samen hebben geassisteerd om de voute op te nemen. En waarvan een broeder, Jan, de voornoemde Hendrick Gijsberts van den Bleeck, attestant in deze, met een vuyst heeft geslagen aen ofte ontrent sijn linckeroogh van welcke slaen den voornoemde Hendrick Gijsberts van den Bleeck heeft ontfangen een blauw ofte swartigheydt aen of ontrent sijn linckeroogh. Attestant verklaart verder gezien te hebben dat Wouter Hoefnagel de voornoemde Frederick Bronckhorst heeft geruckt en gepluckt. Verder heeft hij gezien dat Thomas Hoefnagel de deur heeft toegehouden met in sijn handt een bierkan, dreygende daermede te smijten en waerop den deurwaerder andermael sijnen dienaerstock heeft uytgetrocken ende andermael geprotesteert uyt naeme van de hooge overigheyt.

Johannes Jansen Hoefnagels verkoopt een stuk land:

Asten Rechterlijk Archief 88 folio 30 verso; 13-08-1697:
Jan Jan Hoefnagels verkoopt aan Hendrick Aert Jan Tielen hooibeemd in 't Root 3 lopense, 2 lopense is koop en 1 lopense is schenking. Verponding ƒ 2,- per jaar. Koopsom ƒ 325,-.

Nadat de ouders van Johannes Jansen Hoefnagels in 1693 zijn overleden, is er een provisorische erfdeling gemaakt, maar ruim 15 jaar later komt broer Thomas daar op terug:

Asten Rechterlijk Archief 112 folio 1; 17-05-1709:
Jan Hoefnagels, 43 jaar, verklaart onder eede, ter instantie van Thomas Hoefnagel, dat het waar is dat hem, requirant, op 28 november 1694, als zijn loth ten deel was gevallen een obligatie van ƒ 250,- ten laste van de goederen van Aelken Metsers, weduwe Walraven Jansen, dit als anterieur van een schuld van ƒ 300,-. Welcke ƒ 300,-, hij comparant verklaert alleen maer aenbedeelt te sijn geweest eenige tijt daernaer aen Gijsbert Hoefnagels voor simpele handtschult of boeckschult, dat meer is genoeghsaem voor half verloren schult, als sijnde dat capitael maer begroot tegens andere personele schulden op een somme van ontrent de veertigh gulden. Tot op dat moment wist nog hij, deponent, nog iemand anders van de condividenten, dat er een obligatie van ƒ 300,- was gemaakt. Maer dat de selve in voege als voorschreven bij deylinge is aenbedeelt voor personele schult ende half verkregen als voorschreven ende dat alsoo het capitael van 250 gulden den requirant in desen ten deel gevallen is ende aenbedeelt als anterieur aen die 300 gulden als voorschreven. Schoon ende alhoewel naermaels bij thouden van de preferentie ende alsoo ruym een jaer geleden eerst is ondervonden, buyten gedachten van den deponent dat van die aenbedeelde personele schult was gemaeckt een scabinale gelofte. Deponent weet een en ander nog zo goed omdat hij mede-condivident is geweest en omdat hem heden nog is vertoond het origineel van de deling der gerealiseerde schulden. Alhoewel deze niet was getekend of finaal gepasseert doch echter ter secretarye berustende waarin in het loth van Gijsbert Hoefnagel in geenendeele gevonden werd de ƒ 300,-, meermaals vernoemd, tot een evident kenteecken, dat alleen maer tegens personeelschulden is geëgaliseert als voor. Deponent heeft na prelectie gepersisteert bij zijn afgelegde verklaring. Dit merck heeft gestelt Jan Hoefnagel, verklarende niet te connen schrijven.

Thomas Hoefnagels is weinig complimenteus ten opzichte van zijn broers Jan en Goort, die hem kennelijk goed lusten:

Asten Rechterlijk Archief 33-53; 06-10-1710:
Reproches van gedaagde. De erfgenamen van wijlen Jan Goort Hoeffnagels condividenten Francis Hoeffnagels, Cornelis Manders nomen uxoris, Jan Willem Pennincks nomen uxoris, Jan Hoeffnagels, Wouter Hoeffnagels en aanlegger Thomas Hoeffnagels.
Dat aanlegger uyt enen ingesogen haet ende aversie tegen desen, sijnen broeder, ten desen is agerende. Latende inmiddels al zijn andere broeders en zwagers vrij uit dit proces. Aanlegger heeft Jan Hoefnagels als getuige opgevoerd en deze heeft een opmerking gemaakt over zijn goede geheugen. Gedaagde zegt terwijl dit wel vijftien jaar geleden is. Sedert welken tijd des deponents memorie en geheugen door het teeren smeeren en gestadigh brandewijn drincken grootelijcks is verswaeckt. Dit is geen belediging, omdat het aan het gehele dorp bekend is. De deling indertijd is slordig geweest en schriftelijk is het maar een cartabelle ende verworpen vodde niet waardig om gelezen te worden. Niet gepasseert, noghte geteeckent, nogh dagh, nog datum, nogh de namen van de pretense overgestaene schepenen, nogh van de condividenten.
Komende tot de schone opgepronckte ende versierde attestatie van Goort Hoefnagels, 46 jaar en getrouwd met Catalyn, molenaar, te Someren de dato 21-05-1709 te Asten. Wezende van geen beter mar wel van slimmer calibre als de vorige. Dat Goort Hoefnagels is eenen quant met deselve debauches en emportement tot de gedistilleerde waters ende het excessieff drincken belemmert. Dat hij verscheidene malen met diverse qualen ende corruptien is alreets innegecommodeert geworden. Soo dat hij daeromme verscheyde reysen het brandewijn ende jennevel drincken heeft moeten verlooren. Doch telkens weer tot zijn oude gewoonte terugkerende. Hij heeft het bestier van sijn domestique affaires ende het bewint van sijn familie aan zijn vrouw moeten overlaten. Zij heeft onlangs nog verscheiden reizen naar 's Gravenhage, 's Hertogenbosch als elders moeten maken tot verrigtinge van solliciteren ende andere affaires. Dit omdat haar man te zwak was van memorie en vernuft. Dat Goort Hoeffnagels, of een valse eed heeft gedaan, of dat hij zijn memorie of verstand gepriveert was.
Hij verklaart op 21 mei 1709 voor schepenen van Asten dat aan Frans Hoeffnagels op 28 november 1694 is ten deel gevallen een obligatie van ƒ 250,- ende dat anterieur voor sekere obligatie van ƒ 300,-. Op deze, en nog enige andere verklaringen is hij verzocht ze onder eede te bevestigen. Hij is toen gevlucht naar Nederweert, om alzo de dans te ontspringen. Hopende dat de gedaagde van de zaak zou afzien. Zijn vrouw heeft steeds verklaart dat hij niet meer te Someren woonde. Bij het lichten van de Hooftliste tot Someren bleek dat hij nog te Someren woonde en dus gedaagd kon worden.

Asten Rechterlijk Archief 112 folio 66; 04-11-1710:
Interrogatorium voor Thomas Hoefnagel om te ondervragen Jan Willem Pennincx, 54 jaar, Wouter Hoefnagel, 46 jaar, Jan Hoefnagel, 44 jaar.
De attestanten te ondervragen hoeveel penningen zij ontvangen hebben uit de personele effecten tussen hen, condividenten, terzake van de verkochte goederen van hun ouders?
Jan Willem Pennincx heeft ontfangen 125 gulden, alsdan vercocht te hebben sijn aendeel in de personele schult.
Wouter Hoefnagel heeft voor zijn deel aangenomen in de personele schuld ƒ 140,-.
Jan Hoefnagel verklaart dat hij Frans Hoefnagel uitgekocht heeft voor ƒ 100,- ende vier off vijf stucken ofte korven met bijen, sonder preciese te weten voor hoeveel het schultboeck bedraagt.
Of zij niet weten dat Gijsbert Hoefnagels nu Francis Conincx nomen uxoris is aangedeeld en schuld van ƒ 300,- ten laste van Aleke Metsers en dit om redenen dat men in die tijd die schuld niet meer waard vond dan een ander lot?
Jan Willem Pennincx en Wouter Hoefnagel verklaren niet beter te weten doch zonder zekerheid of de gehele inhoud van dit artikel geheel waar is.
Jan Hoefnagel wil zich houden aan zijn verklaring, op 17-05-1709, aan schepenen gegeven.
Nadat deze getuigenis aan hen is voorgelezen hebben ze deze onder eede bevestigd.

Eind 1710 maken de ouders van de eerste vrouw van Johannes Jansen Hoefnagels hun testament bekend en krijgen de zes kinderen uit dit huwelijk hun erfdeel:

Asten Rechterlijk Archief 112 folio 68; 22-11-1710:
Jan Paulus Jansen en Margrieta Jan Martens, zijn vrouw, aan het Marcktvelt, ontrent de Poel, testeren. Beide sieckelijck. Alle voorgaande maeckselen vervallen. Zij prelateren na hun beider dood aan Paulus, hun zoon en Peeter, hun zoon, ieder ƒ 100,-. Nog zullen deze een uytsetsel ontvangen als haere andere kinderen hebben gehad. Al hun goederen huis, land, meubelen, huisraad, uitstaande gelden, enzovoorts gaan naar de langstlevende van hen beiden met het recht dit te verminderen, indien nodig, tot onderhoud. Na hun beider dood zullen de goederen door hun zes kinderen en de zes kinderen van Jan Hoefnagels en wijlen Jenneke, hun dochter, hoofdsgewijze gedeeld worden onder conditie dat indien, een der zes kinderen van Jenneke, hun dochter, komt te overlijden dat diens goederen overgaan op haar andere broers en zusters.

Johannes Jansen Hoefnagels verkoopt een stuk land aan Jan Peter Smits:

Asten Rechterlijk Archief 91 folio 96; 30-09-1713:
Jan Hoefnagels getrouwd met Catalijn Aerts verkopen aan Jan Peter Smits land in 't Dorp ½ lopense. Verponding 3 stuiver/jaar. Koopsom ƒ 17,-.

Johannes Jansen Hoefnagels en zijn zoon Jan hebben brand gesticht in de Peel:

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 18-08-1719:
Extract Flips van Heusden en Jelis Goorts verklaren onder eede, ter instantie van het officie, dat zij verscheiden malen hebben gezien, doch niet exact hoeveel maal, dat Jan zoon Jan Janssen Hoeffnagels vuur heeft gebragt in 't Heusdensbroeck en tselve daarmede op verscheyde plaatsen in brant gestoockenen daarnaar gesien dat den selven telckens de asschen door dat vuur gecomen met karren heeft weghehaalt. Ook Jan Hoefnagels den ouden zou hieraan mee hebben gedaan.

Zoon Jan Jan Hoefnagels wil in de herberg van Frans van de Loverbosch in Ommel een korsajen hemptrock (een lang hemd gemaakt van karsaai, een grove gekeperde, bepaalde manier van weven, wollen stof) hebben van Gabriel van Swanenbergh, maar dat gaat niet zachtzinnig:

Asten Rechterlijk Archief 115 folio 195 verso; 27-09-1723:
Meester Gabriel van Swanenbergh dewelke ter instantie van 't officy gerichtelijck gedaagt sijnde en daarnaar bij vonnisse van schepenen, alhier, de dato 20-09-1723 gecondemneert tot het doen van de recollectie van sijn getuygenisse bij hem gegeven, den 20 januarij 1722, heeft naar voorlesinge van deselve daarbij gepersisteert. Zonder echter op de preciese woorden, vanwege de lange tijd geleden gecaptaert te willen worden. Hij voegt er aan toe dat Jan Jan Hoefnagels, omtrent 1719, ten huize van Francis van de Loverbosch een korsayen hemptrock, met gramme en drijgende woorden van hem, deponent, wilde hebben. Verder verklarende, dat hij van zijn vrouw gehoord had dat zij, in 1719, wel had geweten dat Jan Jan Hoefnagels hem een korsajen hemptrock had willen afvorderen. Zij heeft dit toen echter niet verteld omdat het niet in de speciale vraagpointen van de interrogatoriën stond. Zij heeft hem dit later verteld. Er nog aan toevoegende dat hij enige dagen voor de 18e januarij 1722, als koster, de sleutels van de kapel sijnde de gereformeerde kercke, tot Ommel gelegen uit het ongepermitteert klooster, te Ommel, heeft laten halen en bekomen, behalve een sleutel. En dat hij, op 18 januarij 1722, ten huize van Jan Doensen had moeten horen dat Jan Janssen Hoefnagels, aldaar had gezegd: "Wij sullen de cappel, bedoelende de gereformeerde kerk, te Ommel, afbreken" en meer dergelijke smadelijke woorden tegen de gereformeerden. Nog weet hij, dat ongeveer anderhalf jaar geleden, hij aan de drost had gedoleert dat Jan Janssen Hoefnagels, omtrent mei 1722, was gekomen, 's avonds laat, in zijn huis met een blanck mes in de hant, vresende van hem geaffronteert te worden, en over verdere drijgementen. De drost heeft daarop tegen zijn, deponents, vrouw gezegd: "Gij, lieden, moet U nu ontrent veertien dagen wat wagten en savonts in huys blijven. Ik sal middelertijt sien wat ik met Jan Janssen Hoefnagels en de andere sal doen. En dat de drost enige tijd later tegen hem, deponent, had gezegd dat hij, te weten Jan Hoefnagels een deserteur is van de militie van dit land. Ik heb er over gesproken met de Heer van Asten, om te schrijven aan de officier van zijn garnizoen en die kosten hem laten ophangen dan waren wij hem quyt dergelijke woorden in substantie. Nog ten laste van Jan Janssen Hoefnagels verklaart hij dat over deze en beëdigde attestatie door het officie de dato 18 augustus 1719 is gepasseert. En ook dat, op 24 januarij 1720, ten opzichte van schepenen, namens het officie, een attestatie ten laste van Jan Hoefnagels is gemaakt. Hij blijft verder bij zijn eerder afgelegde verklaringen.

Asten Rechterlijk Archief 115 folio 204 verso; 09-10-1723:
Cornelia de vrouw van Gabriel van Swanenbergh, verklaart naar aanleiding van een eerder gegeven verklaring de dato 20-01-1722 welke haar voorgelezen is, dat zij wil persisteren op haar interrogatorium de dato 20-01-1722. Zij voegt er aan toe dat Jan Jan Hoefnagels, in 1719, ten huize van Francis van de Loverbosch, in 't Dorp, eenen korsayen hemptrock van haren man, Gabriel van Swanenberg, met brutale gramme en drijgende woorden hat afgevordert en willen hebben. Zij heeft hierover, op 20 januarij 1722, niets verteld omdat daarover niets gevraagd is en dat zij niet wist dat zij dat toentertijd kon verklaren. Zij verklaart verder dat, in mei 1722, Jan Jan Hoefnagels, 's avonds laat in haar huis was gekomen, met een blank mes in de hand, vrezende, door hem geaffronteert te worden, ofschoon een wagt in haar huis was gezet van omtrent drie of vier man, om alle dreigende affronten af te wenden. En dat enige tijd daarvoor de drost, Pieter de Cort, tegen haar had gezegd: "Gij, lieden, moet Uw nu ontrent veertien dagen wat wagten en savonts in huys blijven, ik sal middelertijt sien wat ik met Jan Jan Hoefnagels en de andere sal doen".
De verklaringen komen verder overeen met die van haar man de dato 27-09-1723.

Uiteindelijk worden Jan Jansen Hoefnagels en twee kompanen bestraft, maar de straffen vallen relatief laag uit:

Asten Rechterlijk Archief folio 104; 08-03-1724:
Uitspraak: Gedaagden Jan Jansen Hoefnagels, Jan Jan Peters en Jan Lamberts worden veroordeeld ter zake van gepleegde baldadigheden, moetwillicheden, insolentien en het spreken tot verachtinge der gereformeerden mitsgaders ter saken van differente rijsen vuur te brengen in het Heusdensbroeck. De eerste gedaagde ƒ 50,- en de twee laatste gedaagden ieder ƒ 25,- te betalen aan de aanlegger. De kosten van het geding komen ten laste van de drie gedaagden.

Johannes Jansen Hoefnagels is op 27-07-1725 te Asten overleden en in het huizenquohier van 1736 en bij de verpondingen van 1737 staat het huis op naam van Catharina Aerts als weduwe van Johannes Jansen Hoefnagels:

Jaar Eigenaar nummer 20 Dorp Bewoners nummer 20 Dorp
1736 weduwe Jan Hoefnagels, arm weduwe Jan Hoefnagels

Verpondingen 1737 XIV-61 folio 183 verso:
De weduwe Jan Hoefnaegels.
Een huijske met het aangelagh 1 copse.

Twee zonen uit het eerste huwelijk van Johannes Jansen Hoefnagels verhuren een stuk land:

Asten Rechterlijk Archief 116 folio 153 verso; 30-05-1729:
Joost Jan Hoefnagels en Ariaan Jan Hoefnagels zij mede voor hun verdere broers en zusters verwekt in een ander huwelijk met Catelijn Jansen. Zij verhuren aan Jan Willem Haasen land in de Heesackers 1½ lopense, zoals het aan hen door hun vader is achtergelaten. Huurtermijn 4 jaar. Huursom de lasten, met kwitantie te tonen, overeenkomende met ƒ 5-10-0 per jaar.

Catharina Aerts is op 20-11-1737 te Asten overleden en dochter Elisabeth vordert een schuld:

Asten Rechterlijk Archief 22 folio 35; 25-11-1737:
Elisabet Jan Hoefnagels, aanlegster contra Huybert Willems, gedaagde. Gedaagde is schuldig ƒ 6-8-0 wegens achterstaande intrest van ƒ 35,-. Ondanks aanmaningen heeft aanlegster deze som niet kunnen bekomen.

In het huizenquohier over de periode 1741-1746 staat het huis op naam van de kinderen van Johannes Jansen Hoefnagels en is dochter Elisabeth Jan Hoefnagels de bewoonster:

Jaar Eigenaar nummer 20 Dorp Bewoners nummer 20 Dorp
1741 kinderen Jan Hoefnagels Elisabet Hoefnagels
1746 kinderen Jan Hoefnagels Elisabet Hoefnagels

Vier kinderen uit het eerste huwelijk van Johannes Jansen Hoefnagels, te weten Jan, Adriaan, Maria en Joost, verkopen nog stukken land en groes uit de erfenis van hun ouders:

Asten Rechterlijk Archief 95 folio 34; 09-01-1741:
Jan, Ariaan en Maria, kinderen Jan Hoefnagels, geassisteerd met Jan Janse Paulus, hun oom en Joost Jan Hoefnagels. Zij verkopen aan Jan Jan van Dijk land de Heesacker agter de Pastorye; land de Snijerscamp; land de Heesacker naast Jan van de Loverbosch; land de Heesacker naast Goort Loomans; land in de Heesackers naast Goort Cuypers; groes te Ostaden. Hen aangekomen bij versterf van hun ouders. Koopsom ƒ 200,-.

Elisabeth Jan Hoefnagels is op 21-12-1751 te Asten overleden en de andere kinderen van Johannes Jansen Hoefnagels verhuren het huis aan Maria Leendert Jan Coolen als weduwe van Dirk van Gerwen, die vanuit de Stegen in het huis komt wonen:

Jaar Eigenaar nummer 20 Dorp Bewoners nummer 20 Dorp
1751 kinderen Jan Hoefnagels weduwe Dirk van Gerwen

Maria Leendert Jan Coolen is rond 1753 overleden en in het huis komt wonen Johanna Jansen Hoefnagels, geboren te Asten op 11-10-1717 als dochter van Johannes Jansen Hoefnagels en Catharina Aertsen. Zij is op 03-10-1745 te Geldrop getrouwd met Franciscus Luycas van den Broeck, geboren te Geldrop op 22-08-1721 als zoon van Luycas Jansen van den Broeck en Catharina van den Heuvel:

02

Het gezin van Johanna Jansen Hoefnagels en Franciscus Luycas van den Broeck:

# Voornaam Geboorte Huwelijk Overlijden Referentie
1 Catharina Geldrop 13-09-1746 ±1770
Johannes Joseph Julien
Walcourt (B)
2 Maria Asten 23-04-1748
3 Johanna Asten 08-12-1749
4 Lucas Asten 21-10-1751 Kind Asten ±1751
5 Lucas Asten 21-02-1755 Tongelre 29-10-1780
Barbara Peter Geven
Tongelre ±1782

Johanna Jansen Hoefnagels wordt verhoord met betrekking tot de bevalling van Maria Doensen:

Asten Rechterlijk Archief 30 folio 51; 02-08-1751:
Verhoor van Hendrien Frans Huybers getrouwd met Mattijs van Bussel, 35 jaar, Jacomyn Janse Smits, 40 jaar, Catarina Hombele getrouwd met Antoni Lomans, 40 jaar, Hendrien Clemens, 75 jaar, Sofia Huybert Abrahams, 32 jaar, Jenneke Janse Verleysdonk, weduwe Antoni de Kuyper, 50 jaar en Jenneke Hoefnagels getrouwd met Francis van den Broek, 32 jaar.
Of Sofia Doensen getrouwd of ongetrouwd is?
Allen antwoorden dat Sofia ongetrouwd is.
Of Sofia Doensen de naam niet gehad heeft dat zij zwanger was en ook wegens de dikte heeft geschenen zwanger te zijn?
Allen antwoorden dat zij hebben wel gehoord dat Sofia zwanger was.
Of zij wel gehoord hebben dat Sofia van een kind is verlost en waar en wanneer?
Hendrien Frans Huybers heeft van vertellen gehoord dat Hendrien Clemens gezegd zou hebben dat Sofia Doensen gekraamd had en dat het kind om hals was gebracht.
Jacomyn Janse Smits heeft horen zeggen van Maria, weduwe Jan Smits, de vrouw van Nol Smits en Griet Coolen dat Sofia gekraamd had, 's nachts, 17 op 18 juli laatstleden. Zij weet niet waar het kind is gebleven.
Catarina Hombele en Hendrien Clemens weten niets.
De anderen hebben horen zeggen dat Sofia gekraamd heeft in het huis van haar moeder.
Wie bij de verlossing is geweest en waar het kind is gebleven?
Hendrien Frans Huybers, Catarina Hombele, Hendrien Clemens, Sofia Huybert Abrahams en Jenneke Janse Verleysdonk weten van niets.
Jacomyn Janse Smits en Jenneke Hoefnagels hebben horen zeggen dat de vrouw van Mattijs van Bussel hierbij present is geweest.
Of zij weten, dat circa 14 dagen geleden, 's avonds laat bij het huis van de weduwe Jan Doensen, moeder van Sofia, en waar deze thans woont, personen hebben gestaan en ook niet een vrouw uit het huis hebben zien gaan. Wie waren dit?
Hendrien Frans Huybers, Catarina Hombele, Hendrien Clemens, Sofia Huybert Abrahams, Jenneke Janse Verleysdonk en Jenneke Hoefnagels weten van niets.
Jacomyn Janse Smits heeft horen zeggen dat aan het huis omtrent 12 personen zouden hebben gestaan.
Wat die personen aan het huis gezien en gehoord hebben?
Hendrien Frans Huybers, Catarina Hombele, Hendrien Clemens, Sofia Huybert Abrahams, Jenneke Janse Verleysdonk en Jenneke Hoefnagels weten van niets.
Jacomyn Janse Smits heeft horen zeggen dat die personen gehoord zouden hebben dat aan Sofia Doensen het spreken verboden werd.
Of onder het volk, alhier en elders niet een gerucht ging en gezegd wordt dat Sofia Doensen onlangs heeft gekraamd en het kind in de stal zou begraven zijn?
Allen verklaren die geruchten wel gehoord te hebben doch verder van niets te weten.
Of zij nog iets meer weten, zonder iets te verzwijgen?
Hendrien Frans Huybers, Catarina Hombele, Hendrien Clemens, Sofia Huybert Abrahams, Jenneke Janse Verleysdonk en Jenneke Hoefnagels hebben niets toe te voegen.
Jacomyn Janse Smits heeft wel van horen zeggen van de vrouw van Jan Driessen, dat de vrouw van Tijs van Bussel bij het kramen van Sofia Doensen geweest zou zijn.
Allen bevestigen onder eede.

Franciscus Luycas van den Broeck is waarschijnlijk bakker van beroep en vraagt hier een schuld op:

Asten Rechterlijk Archief 24 folio 80 verso; 20-02-1763:
Francis van den Broek, aanlegger contra Willem Tijssen, gedaagde. Gedaagde is schuldig ƒ 2-14-10 zijnde ƒ 1-4-10 van geleverd brood en ƒ 1-10-0 van geleend geld.

Franciscus Luycas van den Broeck is op 29-03-1763 te Asten overleden en in het huizenquohier over de periode 1756-1766 zijn de kinderen Jan Hoefnagels nog steeds eigenaar en wordt het bewoond door Franciscus Luycas van den Broeck en na zijn overlijden door zijn weduwe:

Jaar Eigenaar nummer 20 Dorp Bewoners nummer 20 Dorp
1756 kinderen Jan Hoefnagels Francis van den Broek
1761 kinderen Jan Hoefnagels Francis van den Broek
1766 kinderen Jan Hoefnagels weduwe Francis van den Broek

Johanna Jansen Hoefnagels is daarna nog aan het werk als vroedvrouw, zoals blijkt uit onderstaande archiefstukken:

Asten Rechterlijk Archief 30 folio 171 verso 14-06-1779:
Jenneke Hoefnagels getrouwd geweest met Francis van den Broek, vroedvrouw, Maria van Riet getrouwd met Wilhelmus Knapen, buren en Alegonda Coopmans getrouwd met Cornelis Lintermans, buren. Zij verklaren dat zij, op 18 december 1778, 's avonds, zijn geroepen om te assisteren bij de bevalling van Maria van Rest getrouwd met Mattijs Gerrit van Brussel en dat deze verlost is van een zoon. Maria van Rest heeft tijdens het verlossen verklaart dat Marten Gerrit van Hugten, een getrouwd man, geboortig van Asten en wonende te Nederweert, de vader van het kind is.

Asten Rechterlijk Archief 30 folio 173; 12-08-1779:
Jan Slaats, 62 jaar en Evert van Geffen, 45 jaar, verklaren dat zij Maria van Rest getrouwd met Mattijs Gerrit van Brussel beiden geboren te Asten, zeer wel kennen. Maria van Rest heeft veelal in hun buurt gewoond. Mattijs Gerrit van Brussel is al enige jaren absent en de comparanten menen te hebben dat hij zich in Holland of elders ophoudt. Van zijn overlijden hebben zij met geen zekerheid gehoord. De tweede comparant verklaart verder dat hij Marten Gerrit van Hugten, te Weert, kent en die, voor zover hij weet, een getrouwd man is, beiden in leven en ze nog geen maand geleden beiden heeft gezien en gesproken. Onder eede bevestigd.

Asten Rechterlijk Archief 20 folio 344; 22-11-1779:
Den drossard, aanlegger contra Maria van Rest getrouwd met Mattijs Gerrit van Brussel, gedaagde. Terzake van artikel 79 en 80 van Hare Hooge Mogendheden Egtreglement de dato 18-03-1656. Gedaagdesse heeft, op 24-01-1780, vrijwillig beleden dat zij met Mattijs voorschreven, nu circa zes jaar geleden is getrouwd. Deze heeft haar na enige maanden verlaten, zonder dat zij weet of hij dood of levend is. Zij heeft nooit enige tijding gehad. Op 18-12-1778 is zij verlost van een zoon die zij verkregen heeft van Marten Gerrit van Hugten, zijnde een getrouwd man en wonende onder Weert. Maria van Rest wordt voor altijd uit Asten gebannen.

Het huis wordt door de kinderen van Johannes Jansen Hoefnagels over de periode 1771-1776 verhuurd aan Jan Peter Hoefnagels en Elisabeth Hoefnagels, kinderen van Petrus Joannis Hoefnagels en Helena Diricks Cuijpers (zie Voormalig huis G773 en G774):

Jaar Eigenaar nummer 20 Dorp Bewoners nummer 20 Dorp
1771 kinderen Jan Hoefnagels Jan Peter Hoefnagels
1776 kinderen Jan Hoefnagels Elisabet Hoefnagels

In 1777 wordt het huis verkocht aan Antonius Meulenberg om de verpondingsachterstand te betalen:

Asten Rechterlijk Archief 100 folio 80 verso; 19-03-1777:
Jacobus van Ravesteyn, vorster, executeert, namens Philip van Rooy, collecteur der verpondingen en beden over 1774, ten laste van de weduwe en kinderen Jan Hoefnagels tot verhaal van ƒ 0-8-8 verponding over 1774. Hij verkoopt aan Antoni Meulenberg huiske en aangelag in het Dorp 1 copse, ene zijde den Armen, andere zijde een ackerweg, ene einde de straat, andere einde Jan Slaats; land of hof agter het voorschreven huiske 1 copse, ene zijde Francis van de Loverbosch, andere zijde Jan Slaats, andere einde den Armen. Koopsom ƒ 24,-.

Johanna Jansen Hoefnagels is rond 1785 overleden.

Antonius Jacobus Meulenberg is geboren te Geldrop op 06-07-1743 als zoon van Jacobus Jacobs Meulenberg en Maria Christianus Hanewinckel. Hij is als soldaat op 25-06-1769 te Asten getrouwd met Helena Petri Aarts, geboren te Asten op 11-07-1743 als dochter van Petrus Peeters en Johanna Teunis (zie Monseigneur den Dubbeldenstraat 38). Helena Petri Aarts is op 17-09-1801 te Asten overleden en Antonius Jacobus Meulenberg is op 14-11-1813 te Asten hertrouwd met Henrica Walraven, geboren te Asten op 14-10-1775 als dochter van Andries Hendrik Walraven en Johanna Gerrit van Heugten (zie Voormalig huis B700) en weduwe van Johannes Loomans:

03

De gezinnen van Antonius Jacobus Meulenberg met Helena Petri Aarts en met Henrica Walraven:

# Voornaam Geboorte Huwelijk Overlijden Referentie
1 Johanna* Asten 25-05-1768
2 Petrus Asten 24-08-1770 Kind Asten 22-10-1779
3 Jacobus Asten 19-01-1773 Asten 12-02-1797
Johanna Francis van den Eerenbeemt
Asten 10-09-1801
4 Franciscus Asten 20-12-1774 Kind Asten 14-10-1779
5 Antonius Asten 13-02-1777 Kind Asten 12-10-1779
6 Johanna Asten 22-09-1779 Kind Asten 11-10-1779
7 Petrus Asten 15-12-1782
8 Johanna Maria Asten 03-07-1785
9 Helena** Asten 14-07-1817 Asten 09-05-1846
Arnoldus Verhees
Asten 20-03-1871

* onwettig kind, geboren voor het huwelijk
** kind uit het tweede huwelijk

Antonius Jacobus Meulenberg wordt in het rechterlijk archief slechts tweemaal genoemd met betrekking tot een verkoop van een huis van zijn eerste vrouw:

Asten Rechterlijk Archief 99 folio 57 verso; 20-03-1769:
Jan Aarts, soldaat onder het tweede bataillon van de Luitenant Generaal de Villegas, Peter Aarts, Helena Aarts en Andries Aarts, zijnde broers en zuster. Zij verkopen aan Jan Canters een huiske, int Bergsland, aant Dorp 1 copse. Door hun ouders getimmerd op een huisplaats die voor de lasten was blijven liggen en met een akker door de oude regenten voor de lasten aan die ouders gelaten en alzo vele jaren als eygen goet bezeten; land 4 lopense. Verponding ƒ 2-19-6. Koopsom ƒ 40,-.
Marge: Jan Aarts, Peter Aarts, Antoni Meulenberg getrouwd met Helena Aarts en Andries Aarts zijn betaald ƒ 40,- op 19-03-1770.

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 11-12-1769:
Antony Molenberg in garnizoen te Namen, Peter Aerts, te Asten en Jan Aerts in garnizoen te Heusden aanleggers contra Goort Jan Geven, gedaagde. Gedaagde is sinds 04-03-1768, aan de aanleggers, als erfgenamen van Peter  Aarts, schuldig ƒ 21,-. Met belofte deze, op 6 maart daaropvolgende, terug te betalen. Tot nu toe is hij in gebreke gebleven.

In het huizenquohier over de periode 1781-1803 is Antonius Jacobus Meulenberg eigenaar en meestentijds bewoner van het huis. Na zijn tweede huwelijk verhuist hij naar de Stegen en verhuurt het huis aan Cornelis van Kessel:

Jaar Eigenaar nummer 20 Dorp Bewoners nummer 20 Dorp
1781 Antonis Meulenberg Antonis Meulenberg
1798 Antonij Meulenberg Antonij Meulenberg
1803 Antonie Meulenberg Cornelis van Kessel

Antonius Jacobus Meulenberg is op 03-11-1819 te Asten overleden en Henrica Walraven is te Asten op 07-12-1820 hertrouwd met Nicolaas van Stiphout en op 20-02-1858 te Asten overleden (zie Voormalig huis G778). Voor het tweede huwelijk heeft Antonius Jacobus Meulenberg het huis verkocht aan Hendrik Althuysen, die al eerder als huurder in een nabijgelegen huis heeft gewoond (zie Julianastraat 17):
Asten Rechterlijk Archief 106 folio 19; 27-06-1804:
Anthony Meulenberg verkoopt aan Hendrik Althuys een huisje, hof met een plakje land daarachter staande in het landboek in twee percelen samen 3 copse, ene zijde den Armen, andere zijde een straatje vanaf de kinderen Jan Slaats. Verponding ƒ 0-8-8 per jaar. Koopsom ƒ 95,-.

Hendrik Althuysen, geboren te Waldeck (D) rond 1730 is rond 1760 getrouwd met Maria Catharina Mouken. Na haar overlijden te Asten op 13-02-1792, is Hendrik Althuysen op 20-05-1792 te Asten hertrouwd met Willemina Adriana Biertempel, geboren te Middelburg rond 1755. Na haar overlijden te Asten op 05-06-1793 is Hendrik Althuysen een derde maal op 22-09-1793 te Asten getrouwd met Wendelina Maria Nicolaas van Ommeren, geboren te Bakel op 20-11-1763 als dochter van Nicolaas van Ommeren en Francina Tempelaar:

04

De gezinnen van Hendrik Althuysen met Maria Catharina Mouken, met Willemina Adriana Biertempel en met Wendelina Maria Nicolaas van Ommeren:

# Voornaam Geboorte Huwelijk Overlijden Referentie
1 Christiaan* ±1765 Kind Asten 04-12-1772
2 Jan Hendrik** Asten 03-02-1793 Kind Asten 29-11-1793
3 Nicolaas Willem Asten 19-10-1794 Weert 12-10-1818
Maria Albers
Bakel 12-08-1860 zoon Willem (zie Voormalig huis, G773 en G774)
4 Fransina Wendelina Asten 22-10-1797 Alphen en Riel 18-05-1820
Zebulon Isaac de Rooij
Roosendaal 31-07-1843
5 Pieter Fransoos Asten 21-06-1801
6 Maria Cornelia Asten 18-12-1803
7 Johanna Magdalena Asten 18-12-1803 Chaam 10-04-1835
Henricus Teeuwen
Hoeven 15-08-1892

* kind uit het eerste huwelijk met Maria Catharina Mouken
** kind uit het tweede huwelijk met Willemina Adriana Biertempel

Hendrik Althuysen woont al vanaf rond 1770 in Asten, eerst in de pastorie, en in het archief van Asten wordt de dood van zijn zoon uit het eerste huwelijk gemeld:

Asten Rechterlijk Archief 30 folio 157; 04-12-1772:
Cornelis Joseph Daals, medisch doctor en Ferdinandus den Dubbelen, chirurgijn, hebben in de Pastory, alwaar Hendrik Authausen, schutter, woont gevisiteerd een zoontje, Christiaan, 7 jaar, van dezelfde. Verklaart is, dat hij heden, onder een heckepoort dood is gevonden. Op het lichaam zijn geen kwetsuren gevonden dan enkele blauwe plekken.

Hendrik Althuysen heeft in Asten dienst gedaan als ondervorster en veldwachter en in de borgemeestersrekeningen staat zijn traktement:

Asten, borgemeestersrekening 1773, inventarisnummer IX/135:
Betaalt aan Hendrik Halthausen negen-en- veertig gulden, in voldoening van een jaar tractement als onder vorster en uijtjagen van bedelaars, schoonhouden van de raadcamer, verscheene 24 junij 1774 en voor swinters s'avons te luijen van november tot meert 1774, ingevolge resolutie van regenten dato 22 juni.
Betaalt aan den overledene Jan Zabel en Hendrik Halthausen twee-en-vijftig gulden en tien stuijvers, in voldoening van een jaar tractement als nagtroeper, verscheene 21 december 1774, volgens quitantie nummer 51.
Betaalt aan jan Zabel en Hendrik Halthausen twee-en-sestig gulden, in voldoening van een jaar tractement als bedel-jager, zijnde Jan Zabel den 5 meert 1774 overleden, en na die tijt door Hendrik Halthausen waar genomen, zijnde verscheene 24 junij 1774, dus volgens quitantie nummer 52.

Zij functie blijkt ook uit onderstaande archiefstukken:

Asten Rechterlijk Archief 30 folio 162; 17-02-1775:
Hendrik Halthausen, ondervorster en nagtroeper, verklaart dat hij, in de nacht van de 12e op de 13e, rondgaande in het Dorp, te circa half twee, volk hoorde en licht zag in de herberg van Cornelis Lintermans, bij de Kerk. Hij is naar binnengegaan en trof daar aan, zittende bij het vuur, Adriaan van Duuren en Peter van Hugten. Hij heeft hen gezegd dat zij naar huis zouden gaan. Adriaan van Duuren zei hierop tegen hem: "Schobber, wat doede gij hier in huys, het zijn U affairen niet". Peter van Hugten vatte de tang op en die in zijn hand hebbende, beide opstaande en naar hem toekomende werd hij door Peter van Hugten gedreigd of hij hem met de tang wilde slaan. Cornelis Lintermans is toen tussenbeide gekomen en heeft gesust waarop hij, deponent, uit het huis is weggegaan.
Verder verklaart hij dat hij in dezelfde nacht, om vier uur, komende bij de Mart, aan de Poel, Peter van Hugten is tegengekomen, welke met zich leidde een koe, zwart en wit van haar. Hij heeft hem aangesproken en gevraagd waar hij met dat beest vandaan kwam. Waarop deze antwoordde: "Dat zijn U affairen niet" en is doorgegaan. Voorschreven beest is maandag laatstleden in de stal van Peter van Hugten gevonden en door hem, Peter, in de stal van de weduwe Gerrit van Riet gebracht.

Asten Rechterlijk Archief 30 folio 168 verso; 01-03-1779:
Willem Daandel Coolen, 38 jaar, is, op donderdag, 4 februarij laatstleden, met zijn paard en kar gekomen van Someren. In de buurt van de voorste Velden heeft hij Hendrik Althousen, ondervorster en schutter en Hendrik Bernard, de bedeljager, ontmoet. Hendrik Althousen is op hem toegekomen, op de kar tastende, zei hij: "Hout stil, dat ik die kar visiteer". Waarop hij, deponent, heeft gezegd: "Ik laat de kar niet visiteren". Gezamelijk zijn zij toen richting Dorp gevaren en gekomen op de Cruyskesweg heeft hij, deponent, weer gezegd: "Laat mij na huys vaaren, ik hebber niet op als hetgeen ik nog hebbe". Althousen wilde dit niet toestaan. Gekomen in de Toerenstraat, zei Althuysen: "Ik arresteer U". Waarop hij, comparant zei: "Waarom arresteerde mij, brengt mij in een herrebergh op costen van ongelijke" en heeft de kar overgegeven en zijn paard vastgebonden bij het huis van Gerrit Verberne. Altuysen heeft daarop het houweel uit zijn, comparants, handen genomen en hem slagen toegebracht. Vluchtende in het huis van Gerrit Verberne is hij hier weer door Althuysen en Bernard uitgehaald en verscheidene malen met stok en sabel geslagen. Comparant is verder meegerukt en met paard en kar, telkens met de stok op het hoofd en lijf geslagen wordende, opgebracht naar den Drost. Een en ander wordt onder eede bevestigd.

Asten Rechterlijk Archief 30 folio 170; 01-03-1779:
Gerrit Verberne, 55 jaar, Arnoldus Vriens, 50 jaar, Peter Wagemans, 36 jaar, zij verklaren:
Gerrit Verberne dat hij, op 4 februari laatstleden, uit zijn huis voor de deur komende, Willem Daandel Coolen bij hem in huis kwam, zeggende: "Ik heb met turff buyten geweest, mag ik dat niet doen". Hij comparant heeft toen gezegd: "Ja". En als hij, Coolen, bij hem in huis zijnde, dan zijn ook Althuysen en Bernard binnengekomen. En heeft Althuysen, Willem Coolen met zijn haar gevat en tegen de kin gestoten en hij heeft Bernard met een houtje eens zien slaan. Comparant heeft bezwaar gemaakt tegen de actie in zijn huis, waarop zij gedrieën zijn weggegaan.
Arnoldus Vriens heeft gezien dat Althuysen, bij de huizen van Gerrit Verberne en Jan Tijssen, met een stok op Willem Daniel Coolen heeft geslagen.
Peter Wagemans verklaart hetzelfde.
Zij bevestigen een en ander onder eede.

Asten Rechterlijk Archief 25 folio 38; 17-09-1781:
Den drost, aanlegger contra Jelis van Hugten, gedaagde. Gedaagde is, op 3 maart laatstleden, bevonden door Hendrik Halthausen dat hij vlikke heeft gestooke in het Scheeffven binne teekens. Boete ƒ 4-10-0 volgens artikel 30 van de Keuren.

Asten Rechterlijk Archief 25 folio 58; 30-06-1783:
Den drost, aanlegger contra Hendrik van Helmond en Adriaan Hurkmans, beiden in de Wolfsberg, Pieter Tijs Verhoeven en Willem Lomans, beiden op Heusden. Op 31 mei laatstleden zijn voornoemde personen door Hendrik Halthausen, ondervorster en schutter, bevonden torff te steeken int Harkeplagven. Hetgeen bij Resolutie de dato 14-05-1768 is toegelegd en verboden daar turf te steken op een peene van ƒ 3,-.

Asten Rechterlijk Archief 30 folio 197; 04-10-1790:
Hendrik Althausen, schutter, te Asten en Samuel Stanifort, schutter, te Someren, verklaren dat zij, op 30 september laatstleden, zijn geweest in de Astense Hut, waar woont de weduwe Meeuwis Smits, en daar aantroffen een hen bekende jongeman, Hendrikus Gragtmans, waarmee zij enige tijd hebben gesproken over het stelen van paarden. Dat de tweede comparant hem toen beschuldigd heeft zulks gedaan te hebben of daaraan medeplichtig te zijn geweest. Hendrik Gragtmans heeft dan toegegeven, ten overstaan van hen beiden, dat hij aan Hendrik van de Ven een gestolen paard heeft verkocht en dat hij medeplichtig was aan paardsdieverije bij Jan Roymans, te Someren. De comparanten hebben, na het aanhoren van deze bekentenis, Hendrik Gragtmans voor arrestant gehouden, hem een ketting om de rechterarm gedaan en opgebracht.

Asten Rechterlijk Archief 30 folio 200 verso; 28-03-1791:
Verhoor van Bendert Verlijsdonk, 36 jaar, geboren te Asten, landarbeider, gegijzeld.
Of hij in militaire dienst is geweest, waarbij, waar, hoelang?
In de compagnie van Capiteyn van Erp, onder het Regiment van Generaal Hertel en in 1772 in garnizoen te Namen. Hij heeft voor 7 jaar en 7 maanden dienst genomen en in 1774 of 1775 met een klein paspoort enige tijd verlof gehad en niet meer bij het voorschreven regiment terug gekeerd.

Asten Rechterlijk Archief 30 folio 202; 01-04-1791:
Hendrik Althausen, dienaar des justitie en Samuel Stanifort, dienaar des justitie, te Someren, verklaren dat zij op zaterdagmiddag, 26 maart laatstleden, gegaan zijn naar het huis van de weduwe Jan Goort Canters, te Ommel, alwaar Bendert Verlijsdonk, deserteur van het Regiment van wijlen Generaal Hertel, zich veeltijds ophield. Wij hebben voornoemde Bendert daar aangetroffen en gezegd dat hij mee moest gaan naar den drossard. Hij is toen weggesprongen, in de stal, echter door de eerste comparant met de slip van de rok vastgehouden, ofschoon de deur achter hem toegestoten was. De tweede comparant is door het huis in de stal gegaan en zag dat Verlijsdonk een bijl in zijn hand had en roepende dat de lieden uit het huis de turfschop naar hem zouden brengen. Comparant heeft daarop zijn sabel getrokken en Verlijsdonk daarmee op zijn hoofd gehouwen. Verlijsdonk heeft hem daarop de sabel ontnomen en hem, comparant, daarmee een zware wond in de elleboog van zijn linkerarm toegebracht. Vervolgens heeft Verlijsdonk zich naar buiten begeven en daar de eerste comparant met dezelfde sabel op zijn hoofd heeft gehouwen zodanig, dat wel de hoed maar niet het hoofd beschadigd was. Vervolgens heeft hij zich op de vlucht begeven en hebben wij hem slechts met behulp van de grote hond van de tweede comparant gevangen hunnen nemen en opgebracht naar den drossard. Een en andere onder eede bevestigd.

Hendrik Althuysen koopt en verkoopt een stuk land:

Asten Rechterlijk Archief 100 folio 49 verso; 01-04-1776:
Hendrik Dirk Timmermans verkoopt aan Hendrik Halthausen een gedeelte van een leegliggend land, zoals door de koper is afgegraven 1 lopense. Verponding ƒ 0-3-8 per jaar. Koopsom de lasten.

Asten Rechterlijk Archief 101 folio 235; 14-10-1788:
Hendrik Halthuysen verkoopt aan Antony Goort Lomans, molenaar land zijnde nu een aardappelveld aan de Moolen 1 lopense. Koopsom ƒ 28-10-0.

Voor zijn tweede huwelijk stelt Hendrik Althuysen huwelijkse voorwaarden op:

Asten Rechterlijk Archief 127 folio 104; 05-05-1792:
Hendrik Althuysen getrouwd geweest met Catharina Mouken, bruidegom, ter eenre en Willemina Adriana Biertempel, meerderjarige jonge dochter, bruid, ter andere zijde. Zij maken huwelijkse voorwaarden. Zij brengen beiden de goederen in die zij bezitten of nog verkrijgen. De lijfrente, staande ten name van de tweede comparante, renderende ƒ 64,- per jaar alsmede alle verdere kapitalen ten bate van de bruid ten intresse staande zullen moeten blijven in status quo zonder dat de bruidegom die kan veralinieeren, vertransporteren, belasten of opseggen. De intresten zullen jaarlijks genoten worden. Wanneer de bruidegom komt te overlijden voor de bruid, zonder kind(eren) uit dit huwelijk na te laten zullen zijn te erven goederen over gaan naar de bruid. Indien de bruid komt te overlijden voor de bruidegom, zonder kind(eren) uit dit huwelijk na te laten zullen haar te erven goederen over gaan naar de bruidegom. Doch, wanneer een van beide comparanten mocht overlijden, nalatende kind(eren) uit dit huwelijk zal de nalatenschap van de eerst aflijvige gaan naar het / de kind(eren). De langstlevende blijft echter de togt of vrugtgebruik behouden.

Als ook zijn tweede vrouw korte tijd daarna overlijdt en Hendrik Althuysen een derde maal wil trouwen, moet hij een staat en inventaris opmaken voor zijn zoon Jan Hendrik:

Asten Rechterlijk Archief 127 folio 165; 07-09-1793:
Staat en inventaris opgemaakt door Hendrik Althausen, laatst weduwnaar Willemina Adriana Biertempel ten behoeve van zijn kind, Jan Hendrik. Hij wil zich in derde huwelijk begeven met Wendelina Maria van Ommeren. Staat te weten dat de inventarisant met zijn overleden vrouw, op 5 mei 1792, een contract antenuptiaal hebben gemaakt en dat daarin ondermeer bepaald is dat de kapitalen ten behoeve van de tweede comparante als aanstaande bruid, staande ten intresse, zouden moeten blijven staan in statu quo zonder dat de eerste comparant enige vandien zou mogen veralieneren, vertransporteren, belasten of opzeggen. Doch dat de langstlevende de togt of vrugtgebruyk daarvan zou hebben in cas een van beiden der comparanten, nalatende kind(eren) in dit huwelijk kwam te overlijden. Zo worden hier gebracht twee obligaties à 4½% te samen groot ƒ 900,- ten laste van Michiel Berkers en Nicolaas Jansen, beiden te Helmond doch waarvan ƒ 100,- bij het leven van de voorschreven vrouw gelost is.
Roerende goederen: vier hemden, vijf jakken, zes rokken, een japon, vier neteldoeken, een paar zilveren gespjes, een boek met zilver beslag, twee dozijn borden, een dozijn kop en schotels, een latafel, zes stoelen, een koperen vuurpan.

Hendrik Althuysen zet op zijn oude dag zijn werk als veldwachter voort:

Asten Rechterlijk Archief 129 folio 100; 16-01-1799:
Hendrik Althuys, Francis Meulendijks en Jan van der Westen verklaren ter instantie van Jan Luys, te Weert, dat, op zondag, 2 december laatstleden, Jacobus Luys, zoon van de requirant, thans in gijzeling op de Bospoort, met Willem Hendrik van de Ven alhier opaan omswerven en zo gehoord en verstaan hebben enige dreigementen en baldadigheden hebben gepleegd, edog, dat hen seer wel bewust is en gezien hebben dat gemelde bovengenoemde persoonen doen ter tijd door en door dronken en beschonken sijn geweest. Zij verklaren een en ander onder eede.

Asten Rechterlijk Archief 30 folio 225 verso; 13-10-1800:
Op woensdag, 24 september laatstleden, zijn wij, als leden der municipaliteit, de herschouw gaan doen over de rivieren en waterlopen bezijden Heusden en boven de Aa. Wij hadden bij de schouw een veld gevonden van de weduwe Pieter Slaats, in gebruik bij Hendrik Goris, waar de rivier niet behoorlijk geveegd was. Hendrik Althuys, heeft de herschouw uitgevoerd en gerapporteerd, dat hij, terugkomende over de pad van Hendrik van den Eynden, op Pieter van Loon uitschietende, in het straatje bij Dirk Jan Coolen en de weduwe Mattijs Verrijt, door voorschreven pad lopende door Willem Daandel Kolen met een hout op de rechterschouder geslagen is, zodanig dat dit hout brak. De reden van dit slaan kan alleen zijn dat hij voornoemde Willem, op 27 juni laatstleden heeft aangebracht wegens het op verboden plaatsen hei of strooisel halen.

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 30-04-1804:
Willem Jan van den Boomen, aanlegger namens deze van Schayk, procureur contra Theodorus Johannes Sengers, schout civiel, gedaagde. Getuigen: Dirk Leenen, 40 jaar, schepen, Wilhelmus Verberne, 33 jaar, armmeester, Hendrik Althuysen, 68 jaar, schutter.
Aan de eerste twee getuigen te vragen of zij present waren, 's avonds, 10 mei 1803, om 10 of 11 uur, omtrent het Marktvelt?
Beiden antwoorden bevestigend.
Of daar langs gekomen is, op weg naar huis, Willem Jan van den Boomen, geboren alhier?
Dirk Leenen en Wilhelmus Verberne zeggen dat als deze toen gepasseert is, hem niet gekent te hebben.
Of dezelfde van den Boomen iets misdreef of aan iemand iets misdeed?
Dirk Leenen en Wilhelmus Verberne zeggen dat door de schout, tegen den persoon, welke later Willem Jan van den Boomen bleek te zijn, tot driemaal toe is geroepen: "Weerdaar" waarop deze persoon antwoordde dat hij een knecht of dienstbode was. Waarop de schout repliceerde: "Dat is niet voldoende. Ik moet weten wie gij zijt". Waarop deze persoon weer riep: "Daar legt U niet aan gelegen".
Of het niet waar is dat de schout bij van den Boomen gekomen, hem met zijn arm pakkende en hem zo rukkende, leidde tot onder het Raadhuis en hem in een kelder of gat bracht en dat toesloot niettegenstaande dat van den Boomen zich niet verweerde?
Zij hebben gezien dat van den Boomen onder het Raadhuis in het Boterhuys is gebracht. En later, na de ronde of pratrouille gedaan te hebben, hebben gezien dat van den Boomen in het turfhok zat, met nog een tweede persoon, welke destijds bij Jan van Bussel, als dienstknecht woonde. Dirk Leenen heeft nog gezegd: "Dat het bedroefd was dat zij hun naam niet wilden noemen, want dat zij dan naar huis hadden kunnen gaan". Waarop geantwoordt is: "Dat zij niet naar huis gingen en daar bleven".
Aan Hendrik Althuysen te vragen of hij, op 11 mei 1803, om 9 uur, op het Raadhuis is geweest?
Hendrik Althuysen antwoordt bevestigend.
Of hij, aldaar zijnde, gezien heeft dat Willem Jan van den Boomen in het keldergat, diefkelder of gevankenis onder het Raadhuis opgesloten was, zonder stoel, bank, stro, bed en zonder eten of drinken?
Het opgesloten zitten wordt door Hendrik Althuysen bevestigd. Hij weet echter niet of er eten en drinken was of niet.
Of hij toen hij de deur geopend heeft en Willem Jan van den Boomen is weggegaan?
Op order van de schout, heeft Hendrik Althuysen de deur geopend en er twee personen uitgelaten te weten van den Boomen en nog een, welke bij Jan van Bussel woonde. Zij zijn toen naar boven, naar het Raadhuis gegaan.
Of de drie deponenten van den Boomen kennen als een eerlijke en brave jongeman?
Zij verklaren van den Boomen niet verder te kennen. Zij bevestigen een en ander onder eede.

Asten Rechterlijk Archief 17 folio 62; 02-12-1805:
Jan Loomans is, op 9 februari laatstleden, door de schutter, Hendrik Althuys, met een brandende pijp aangetroffen in de schuur van Pieter Brunas. Hem wordt een boete opgelegd van ƒ 3,-.

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 02-12-1805:
Schepenen van Asten, remonstreert Theodoris Jois Sengers, schout, te Asten. Dat Jan Loomans, op 9 februarij 1805, met een brandende pijp in de schop van Pieter Brunas door de diender, Hendrik Althuysen, is bevonden en daarover gecalangeert was in een boete van drie gulden. Na mondeling verhoor van voornoemde diender en Jan Lomans, door schepenen, in naam en vanwege het Bataafsche volk, is gedaagde de boete van drie gulden opgelegd en de kosten van het vonnis. Gedaagde is door de vorster gerechtelijk op de hoogte gesteld om de boete aan hem te voldoen. Ook heeft de vorster tot driemaal toe presentatie van executie gedaan. Bij de derde presentatie heeft de vorster van de weduwe Andries Walraven, waar Jan Lomans inwoont, bekomen dat Jan Lomans niets in huis had dat het zijne was. En dus vervolgens niets in executie genomen kon worden. Mits welke ik Ulieden verzoek om Jan Lomans te veroordelen, ingevolge het 18e artikel van het reglement op het Justitiewezen van d.d. 22-03-1803 voor de tijd van zes weken te worden gezet op water en brood, daags 1½ pond en twee kannen water. Dit op zijn kosten.

Asten Rechterlijk Archief 31 folio 27 verso; 15-10-1807:
Hendrikus van den Eerenbeemt en Peter Marcelis Verrijt verklaren dat zij, op 09-10-1807, des voormiddags, wanneer zij en Hendrik Althuys, dienaar der justitie, met zijn dochter, Anna en zoon Nicolaas met het uitdoen van aardappelen bezig waren bij hen is gekomen, Francyna Hendrik Martens getrouwd met Johannis Francis Slaats en dat deze met een blank mes in de hand op Hendrik Althuys is komen aanlopen roepende: "Bijaldien gij van mijne grond niet afblijft dan zal ik Uw doodsteeken of gij mij". Waarop Hendrik Althuys geantwoord heeft: "Ik moet mijn aardappelen evenswel uythebben". Comparanten zijn doorgegaan met aardappelen uitdoen. Daarop is Francyna met een riek in de hand op Hendrik Althuys aangekomen en heeft hem gezegd dat hij de aardappelen moest laten staan tot hij haar had voldaan. En heeft zij, Francyna, daarop met de riek gestoken in de linkerduim en door een slag met de riek hem een wonde aan de rechterhand kleine vinger toegebracht. Daarna heeft zij de dochter op het hoofd en arm geslagen. Een en ander wordt onder eede bevestigd.

Asten Rechterlijk Archief 31 folio 18-12-1807:
Samenvatting van meerdere acten. Door commies controleur der Convoyen en Licenten, W. Ramaer, te Asten, zijn, op dinsdag, 08-12-1807, twee karren, bespannen met vijf paarden en beladen met enige goederen aangehouden en bij de commies collecteur, H. van den Bosch, uitgeladen. De karren en paarden zijn gebracht in de afgesloten plaats en stallen van de herberg der kinderen Theodorus Sengers en aldaar onder bewaking gesteld van Hendrik Althuys, 70 jaar, en Pieter Naagel, 46 jaar, beiden dienaren der justitie. In de nacht is een der karren en vijf paarden gestolen geworden. De voornoemde dienaren zeggen niet te weten hoe dat kan ze zijn echter wel, bij toerbeurt zich een wijnig bij het vier in de agterhuysinge van de kinderen Theodorus Sengers gaan warmen. En dat, toen Pieter Naagel eens ging zien hij bevond dat de achterpoort open was en een kar en vijf paarden weg waren. Het Corpus van Asten verklaart dat een en ander aan hen bekend is geworden doch dat zij niets kunnen doen omdat er geen aangifte van is gedaan.
Johannes Antonius Sengers verklaart dat, op 08-12-1807, om circa 8 uur 's avonds, Hermanus Gerrit Roosen, vorster, bij hem gekomen is en gevraagd heeft of hij twee karren en vijf paarden kon plaatsen. Dat deze na bevestiging bij hem gebracht zijn en dat daarbij waren de commies Gerbrands en de gaarder, Willem van Riet. Hij was van mening dat de karren aangeslagen waren. De bewaking is door voornoemde dienaren der justitie overgenomen. De comparant is ca. half tien nog eens op de plaats geweest en heeft aan de bewakers gevraagd of zij al een boterham met een kan bier gehad hadden, hetgeen met 'Ja' beantwoord werd. Circa 10 uur, na nog een tijd in huis doorgebracht te hebben is hij vertrokken naar zijn meisje, ongeveer een half uur ver buiten het dorp. Hij is hier gebleven tot de volgende morgen 9 uur, waarna hij mist is gaan varen en rond de middag weer thuis gekomen.
Thuis komende hoorde hij van het voorgevallene. Hij begrijpt niet hoe het heeft kunnen gebeuren uit een ruimte rontom beslooten met twee groote poorten en twee kleyne poordjes van binnen met grendels en stekken toegemaakt. Hij is van mening dat de poorten van binnenuit opengemaakt moeten zijn. Hij bevestigd een en ander onder eede.
Pieter Klomp verklaarde dat zijn paard, aangespannen zijnde aan de kar van Jan Timmermans, komende van Ceulen, te Voordeldonck is aangehouden en in bewaring is gesteld bij de kinderen Theodorus Sengers. Dat dit paard een a twee dagen later, 's avonds, aan zijn stal stond, doch toen niet zeker wist of het zijn paard was of niet. Hij heeft het op stal gezet en de volgende dag bevonden dat het zijn paard was.

Wendelina Maria Nicolaas van Ommeren is op 09-03-1810 te Asten overleden en bij de verpondingen van 1810 staat het huis op naam van Hendrik Althuysen:

Verpondingen 1810 XIVd-67 Dorp folio 183:
Hendrik Althuijs bij koop 27-06-1804.
Antonie Meulenberg.
Nummer 20 huijs, hof en aangelag.

Hendrik Althuysen is op 18-04-1817 te Asten overleden en de voogden over de kinderen verkopen het huis aan Hendrik Tops:

Notarieel Archief Asten 41-63; 27-07-1818:
Nicolaas Althuijs, schoenmaker te Geldrop, Jacobus Hendrik van Ommeren, als voogd van de kinderen van wijlen Hendrik Althuijs verkopen aan Hendrik Tops huisje en hof, groot ½ lopense, ene zijde armen voor ƒ 107,-.

Hendrik Tops is geboren te Veldhoven op 20-09-1771 als zoon van Arnoldus Tops en Christina van Hoof. Hij is op 25-08-1799 te Veldhoven getrouwd met Joanna Schuts, geboren op 03-02-1773 te Veldhoven als dochter van Cornelius Schuts en Maria Moescops. Hij verkoopt het huis snel door aan Antonius Zeegers:

Notarieel Archief Asten 43-101; 30-12-1820:
Hendrik Tops verkoopt aan Anthonij Zeegers een huisje en hof groot ¼ lopense, ene zijde Jan Hoefnagels, andere zijde de armen.

Bij het kadaster van Asten over de periode 1811-1832 staat het huis nog steeds op naam van Antonius Zeegers:

Kadaster 1811-1832; G601:
Huis en erf, groot 01 roede 80 el, het Derp, klassen 9.
Eigenaar: Antonie Seegers.

05

06

Antonius Seegers is geboren te Asten op 21-07-1786 als zoon van Antonia Seegers. Hij is te Asten op 11-01-1812 getrouwd met Anna Maria Walraven, geboren te Asten op 26-02-1781 als dochter van Andries Hendrik Walraven en Johanna Gerrit van Heugten (zie Voormalig huis B700):

07

Het gezin van Antonius Seegers en Anna Maria Walraven:

# Voornaam Geboorte Huwelijk Overlijden Referentie
1 Anna Asten 16-02-1812 Ongehuwd Asten 14-09-1842
2 Antonius Franciscus Asten 16-01-1814 Asten 09-05-1845
Wilhelmina van de Kerkhof
Asten 03-09-1852
3 Joanna Maria Asten 04-02-1817 Ongehuwd Asten 22-03-1864
4 Joanna Asten 17-11-1820 Kind Asten 23-09-1821
5 Johannes Asten 16-11-1823 Asten 20-02-1855
Catharina Bosch
Asten 12-12-1880

Anna Maria Walraven is op 06-11-1839 te Asten overleden en Antonius Seegers is op 10-09-1850 te Asten overleden.

Het huis is rond 1855 verkocht aan Gerardus Kortenbach, geboren te Asten op 18-01-1819 als zoon van Martinus Cortenbach en IJda van der Loo. Hij is als klompenmaker op 24-10-1845 te Asten getrouwd met Petronella van Bussel, geboren te Asten op 03-02-1818 als dochter van Pieter van Bussel en Hendrina Haasen. In het bevolkingsregister van Asten over de periode 1859-1869 wonen zij in het huis met huizingnummer A133:

08

Ook in de periode 1869-1879 wonen zij in het huis met dan huizingnummer A197:

09

Gerardus Kortenbach is op 12-05-1870 te Asten overleden en de weduwe en kinderen verhuizen rond 1873 naar elders. Het huis komt in handen van Johannes Bluijssen en wordt afgebroken. Rond 1885 wordt het bouwland met kadasternummer G1650 en korte tijd later samengevoegd met de boterfabriek tot G1690 (zie Voormalig fabriekscomplex G1041).

Overzicht bewoners

Huis in het Derp
Jaar Eigenaar Geboorte Hoofdbewoner Geboorte
1692 Johannes Jansen Hoefnagels Asten 08-09-1666 Johannes Jansen Hoefnagels Asten 08-09-1666
1725 weduwe Johannes Hoefnagels Asten 03-12-1674 weduwe Johannes Hoefnagels Asten 03-12-1674
Dorp huis 20
Jaar Eigenaar Geboorte Hoofdbewoner Geboorte
1736 weduwe Jan Hoefnagels, arm Asten 03-12-1674 weduwe Jan Hoefnagels Asten 03-12-1674
1741 kinderen Jan Hoefnagels Asten 11-09-1693 Elisabet Hoefnagels Asten 17-02-1712
1746 kinderen Jan Hoefnagels Asten 11-09-1693 Elisabet Hoefnagels Asten 17-02-1712
1751 kinderen Jan Hoefnagels Asten 11-09-1693 weduwe Dirk van Gerwen
1756 kinderen Jan Hoefnagels Asten 11-09-1693 Francis van den Broek Geldrop 22-08-1721
1761 kinderen Jan Hoefnagels Asten 11-09-1693 Francis van den Broek Geldrop 22-08-1721
1766 kinderen Jan Hoefnagels Asten 11-09-1693 weduwe Francis van den Broek Asten 11-10-1717
1771 kinderen Jan Hoefnagels Asten 11-09-1693 Jan Peter Hoefnagels Asten 01-09-1716
1776 kinderen Jan Hoefnagels Asten 11-09-1693 Elisabet Hoefnagels Asten 31-12-1729
1781 Antonis Meulenberg Geldrop 06-07-1743 Antonis Meulenberg Geldrop 06-07-1743
1798 Antonij Meulenberg Geldrop 06-07-1743 Antonij Meulenberg Geldrop 06-07-1743
1803 Antonie Meulenberg Geldrop 06-07-1743 Cornelis van Kessel Asten 20-06-1771
Kadasternummer G601
# Periode Naam eigenaar Geboorte Opmerking Verandering
G601 1832 Antonius Seegers Asten 21-07-1786
Julianastraat
# Periode Naam hoofdbewoner Geboorte Tweede persoon Geboorte Vertrek
1803-1804 Antonie Meulenberg Geldrop 06-07-1743 met kinderen
1804-1810 Hendrik Althuijzen Waldeck ±1730 Wendelina van Ommeren Bakel 20-11-1763 09-03-1810
1810-1817 Hendrik Althuijzen Waldeck ±1730 met kinderen 18-04-1817
1818-1820 eigenaar Hendrik Tops
1820-1839 Antonius Seegers Asten 21-07-1786 Anna Maria Walraven Asten 26-02-1781 06-11-1839
1839-1850 Antonius Seegers Asten 21-07-1786 met kinderen 10-09-1850
1850-1855 Joanna Maria Seegers Asten 04-02-1817 met broer Jan
1855-1859 Gerardus Kortenbach Asten 18-01-1819 Petronella van Bussel Asten 04-02-1818
A133 1859-1869 Gerardus Kortenbach Asten 18-01-1819 Petronella van Bussel Asten 04-02-1818
A197 1869-1870 Gerardus Kortenbach Asten 18-01-1819 Petronella van Bussel Asten 04-02-1818 12-05-1870
A197 1870-1877 Petronella van Bussel Asten 04-02-1818 weduwe Kortenbach naar A195
A197 1877 eigendom van Johannes Bluijssen en afgebroken

De meest gebruikte referenties staan in de introductie vermeld

Laatst bijgewerkt op 3 mei 2022, 15:11:33

XS
SM
MD
LG
XL
Heemhuis, Molenstraat 10, 5711 EW, Someren
Open voor bezoekers op dinsdag van 9 tot 12 uur
Het archeologiehuis is na afspraak open voor bezoekers
Bel hiervoor Peter van Bussel op (0493) 49 10 77 of (06) 38 06 71 63
Printen