vonder kop
vonder kop

Voormalige school, G590

In de krant de Zuid-Willemsvaart van 18-05-1904 haalt Piet Hamilton het uit 1658 daterende boek 'Ceurboeck van dese Grontheerlijckheidt van Asten en Ommelen' met 'Keuren en breucken' van de gemeente Asten aan:

01

Er is niet veel opgeschreven over het onderwijs in Asten aan het begin van de 17e eeuw, echter op basis van gegevens uit het oud rechterlijk archief komen we twee onderwijzers op het spoor. Beiden hebben nog les gegeven voor de reformatie en het onderwijs werd toen nog gegeven op katholieke grondslag en de schoolmeester was daarnaast vaak ook koster. Dit blijkt ook uit een archiefstuk uit 1601 waarin Jan Henrick Gelis als schoolmeester wordt genoemd:

Asten Rechterlijk Archief 4 folio 534; 1601:
Meester Jan Henrick Gelis, custer en schoolmeester, heeft een schepenbrief van 1 malder rogge per jaar met een achterstand van 4 jaar.

Hieronder een overzicht van de schoolmeesters en hoofdonderwijzers over de periode van 1600 tot en met 1952. Tot 1832 werd les gegeven aan een school dichtbij de kerk aan het Koningsplein, van 1832 tot 1894 aan de school gelegen achter het raadhuis aan het Koningsplein en daarna aan de school gelegen aan de Markt:

Periode Schoolmeester of hoofdonderwijzer Geboorteplaats en datum Overlijdensplaats en datum Locatie
1600-1636 Jan Henrick Gelis ±1575 Asten ±1636 Ten zuiden van de oude kerk; G590
1640-1666 Adriaen Verhoffstadt Leiden ±1600 Asten ±1666
1667-1670 Daniel Sauvé ±1615 Asten ±1670
1670-1713 Isaac Sauvé Heusden ±1645 Asten ±1716
1719-1758 Gabriel van Swanenberg ±1685 Asten 01-07-1758
1759-1779 Pieter Zijnen Eersel 07-03-1734 Asten 15-04-1779
1779-1822 Hendrik Elbertsen Wildeman Voorthuizen 09-05-1751 Nijmegen 22-08-1826
1822-1831 Hendrik Klaas Gelling Kloosterterapel 05-08-1792 Wedde 19-09-1865
1831-1879 Franciscus Hoebens* Tilburg 13-02-1807 Asten 05-06-1880 Achter het raadhuis; G875
1879-1894 Antonius Franciscus ten Haaf* 's-Heerenberg 14-12-1852 Asten 24-08-1921
1894-1921 Op de markt; G1788
1922-1952 Joseph Maria Hoes Cuijk 24-04-1887 Asten 13-10-1970

* ook in bezit van een aparte kostschool

Jan Henrick Gelis, 1600-1636

Jan Henrick Gelis is geboren rond 1575 en rond 1600 getrouwd met Johanna en hieronder hun gezin:

# Voornaam Geboorte Huwelijk Overlijden Referentie
1 Wilhelmus Asten ±1606 Asten ±1630 Maria Stouten Asten ±1636

In 1610 koopt Jan Henrick Gelis een huis in het dorp:

Asten Rechterlijk Archief 67 folio 55 verso; 01-02-1610:
Willem Goyard Daniels verkoopt aan Meester Jan Henrick Gelissen huis, hof en land bij het Dorp, ene zijde erfgenamen Peter Janssen van Otterdijck, andere zijde de weg, ene einde Jan Lamberts, andere einde Lambert Willem Lamberts. Belast met 3 gulden 5 stuiver per jaar aan de Kerk.

In 1612 wordt voor het eerst gemeld dat er een school is in Asten, gelegen in het dorp:

Asten Rechterlijk Archief 67 fol. 181 verso; 03-07-1612:
Jan Thonis Joosten en Thomas Joosten en Gelis Marcelis Daniels als momboiren van Roeloff, Maximiliaen en Thonis, zonen en Mariken, Engelken en Jenneken, dochters. Allen kinderen van Anthonis Joosten en Jenneken, dochter Roeloff Peter Roeloffs, zijn vrouw ter eenre zijde en Cornelis Jan Willems getrouwd geweest met Jenneken voorschreven voor hun twee kinderen ter andere zijde. Zij verdelen de nagelaten goederen van Anthonis en Jenneken:
1e lot krijgen Jan en zijn broeders en zusters huis en hof in het Dorp, ene zijde erfgenamen Peter Jacobs, andere zijde Aert Henrick Cornelis en Wouter Jansen, ene einde de school, andere einde de straat.

In 1634 verkoopt Jan Henrick Gelis zijn huis aan Aert Symons van Bon:

Asten Rechterlijk Archief 73 folio 6 verso; 16-02-1634:
Meester Jan Henrick Gielis verkoopt aan Aert Symons van Bon huis en hof met de halve put in het Dorp, ene zijde de straat, andere zijde Hanrick Peters, ene einde Huybert Diepenbeecx, andere einde de Heilige Geest van Asten. De koper is schuldig ƒ 75,- à 5%.
Marge: 15-04-1639 gelost aan Jenneke, weduwe Meester Jan Hanricx.

Zijn zoon Willem moet geld betalen voor de tachtigjarige oorlog met betrekking tot het beleg van 's Hertogenbosch:

Asten Rechterlijk Archief 74 fol. 54 09-08-1635
Mathijs Joosten alias Munster en Willem zoon Meester Jan Henricx zullen betalen aan Gerart Dircx, schepen, ƒ 75,- en dat meteen wanneer de stadt van Shertogenbossche zal worden genomen en bezet door of vanwege Sijne Connincklijcke Maiestijt van Spagniën binnen de vier eerstkomende maanden. Anders zal Gerart aan hen uitkeren, binnen een maand te leveren een koopstuk lijnwaets van 50 ellen.

Jan Henrick Gelis en zijn zoon Willem zijn rond 1636 te Asten overleden en Nicolaas Stouten belooft dat beide weduwen schadeloos worden gesteld voor achterstallige schulden:

Asten Rechterlijk Archief 73 folio 136 verso; 02-05-1637:
Peter Michiel Colen heeft laten arresteren Niclaes Joost Stouten, om vanwege zijn overleden broeders kinderen te akkorderen aangaande hun borgemeestersboek waarop veel is blijven openstaan. Peter zal het boeck opbeuren en de gemeente in alles voldoen. De onmondige kinderen van Jan Joost Stouten zullen er niet meer mee worden gemoeyt noch beschadicht. Niclaes Stouten beloofd namens hem en zijn verdere naasten Joostien, dochter wijlen Joost Stouten, Jenneke, weduwe Meester Jan Henricx en Maria, weduwe Willem Meester Jan Henricx, dat zij het boek verder niet zullen moeien en het beurloon aan Peter Colen laten voor zijn moeite, alsook alle verteerde kosten van soldaten als anderszins ten huize van Jan Joost Stouten gedaan, voor hun jaar en verder niet.

In de archieven is het daarna enige tijd stil met betrekking tot onderwijzers, maar op basis van onderstaande archiefstuk kunnen we stellen dat er nog wel les gegeven werd:

Asten Rechterlijk Archief 75 folio 19 verso; 05-04-1639:
Stijntien, weduwe Peter Janssen van Haubraken geassisteerd met Goord en Jacop, haar zonen welke overeengekomen zijn met Michiel Jacops, Willem Joosten en Wilbort Daendels als momboiren van Goort, onmondig kind van wijlen Peter Peters van Haubraken dat Stijntien het kind vanaf dato dezer nog negen jaar zal onderhouden in eten, drinken, linnen enzovoorts en het te Asten naar school zal laten gaan. Zij zal daarvoor, gedurende deze jaren, mogen gebruiken groesveld achter de Appers in de Haeseldonck. De momboiren beloven het testament door wijlen Peter Johannes van Haubraken gemaakt ten behoeve van Stijntien vrij te laten en af te zien van de daarin begrepen rechten van het onmondige kind.

Adriaen Verhoffstadt, 1640-1666

Adriaen Janssen Verhoffstadt is geboren rond 1600 en achtereenvolgens getrouwd met Annetje, Elisabeth van Roon en met Luyttie en hieronder de gezinnen:

# Voornaam Geboorte Huwelijk Overlijden Referentie
1 Anneke Leiden ±1630 Leiden ±1660
2 Barbara Leiden ±1632 Leiden ±1660
Pieter Dircx van Roomburgh
Leiden ±1705
3 Machtelt Leiden ±1634 Leiden ±1660
Cornelis Dircxs van Roomburgh
Leiden ±1690
4 Jan* Leiden ±1639
5 Merike* Asten 22-10-1643
6 Goort** Asten ±1648
7 Willem** Asten ±1650

*  kinderen uit het tweede huwelijk
** kinderen uit het derde huwelijk

In 1640 wordt Adriaen Verhoffstadt genoemd in de archieven en moet rond die tijd vanuit Leiden naar Asten zijn verhuisd:

Asten Rechterlijk Archief 75 folio 91 verso; 29-06-1640:
Meester Adriaen Verhoffstadt is schuldig aan Jan Janssen 26 gulden en 10 stuiver. Marge: februari 1641 gelost.

In 1643 koopt Adriaen Verhoffstadt een huis in het dorp (zie Koningsplein 10):

Asten Rechterlijk Archief 75 folio 75; 07-03-1643:
Aert Hanricx voor zichzelf, Bruysten Tijs Geeff Colen getrouwd met Jenneke, dochter Hanrick Teunis, Jan Hanrick Teunis en Aert Hanricx voorschreven als momboiren van de twee onmondige kinderen van wijlen Jan Hogers getrouwd geweest met Heylken, dochter wijlen Hanrick Teunis. Zij verkopen aan Meester Adriaen Verhoffstadt huis, hof en hofstad int Dorp, ene zijde erven Huybert Jan Diepenbeecx, ene einde de straat, andere einde erven Anneke Luycas; land op de Beckers naast Jan Jan Pauwels.

Hendrik Nicolaas Ouwerling beschrijft in een artikel in Taxandria, tijdschrift voor Noordbrabantsche geschiedenis en volkskunde, jaargang 37, 1930, dat ten tijde van de reformatie in 1648 Adriaen Janssen Verhoffstadt zich tot de gereformeerde religie bekeert om zijn ambt als schoolmeester te kunnen behouden:

01a

Op zijn sterfbed wordt bekend dat hij schoolmeester en koster was en maakt hij zijn testament op:

Asten Rechterlijk Archief 79; 24-06-1666
Adriaen Verhofstat, coster en schoolmeester, sieck te bedde liggende 't sijnen huyse gestaen alhier ontrent de Kercke. Hij testeert de ene helft van al zijn goederen zijn ten behoeve van Luytie, zijn tegenwoordige vrouw; de andere helft is ten behoeve van zijn kinderen, zowel uit eerste als tweede huwelijk en dat de kindskinderen in plaats van hun ouders staan. De meubelen en roerende goederen gaan, voor ieder de helft, naar Luytie voorschreven en naar Merike, sijne gebreeckelijcke dochter, met uitzondering van het hout voor twee weefgetouwen, in de kerk liggend, dit gaat naar Goorts en Willem, zijn twee jongste zonen.

Adriaen Verhoffstadt is rond 1666 te Asten overleden en samen met onderstaande verervingen en verkopen is de gezinsreconstructie gemaakt:

Asten Rechterlijk Archief 79 folio 51 verso; 03-02-1667:
Procuratie van meester Pieter Dirx van Roomburgh schoolmeester, te Leyderdorp getrouwd met Barbara, dochter Adriaen Hoffstadt; Cornelis Dircx van Roomburgh, te Leyden, getrouwd met Machtelt, dochter Adriaens Verhofstadt. Beiden kinderen van wijlen Adriaen Verhofstadt in leven koster en schoolmeester, te Asten en Annetjen. Er is ook nog sprake van Adriaen en Anneken, kinderen van Anneken, dochter Adriaens Verhoffstadt met hun voogden te Leyden; Jan en Maria beiden minderjarig en kinderen van Meester Adriaen Verhoffstadt getrouwd met Elisabeth van Roon, zijn tweede vrouw te Leyden.
De akte is opgemaakt, 03-02-1667, voor notaris C. van Barendrecht, te Leyden. Zij verkopen aan Dick van Breugel huis, hof en hofstad. Koopsom ƒ 88,-. Zij verkopen aan Joost Baltis land in de Beckers 2½ lopense. Koopsom ƒ 40,-

Asten Rechterlijk Archief 79 folio 95; 03-11-1668:
Aelstius, predikant, alhier, met procuratie van Luytie, weduwe Adriaen Verhoffstadt procuratie notaris Haesewindius, te Haerlem. Hij verkoopt aan de gemeente Asten een hofstad met een klein huiske 3 copse, ene zijde Evert Peters, andere zijde Mayke, weduwe Jan Willems, ene einde de straat, andere einde de Heilige Geest. Belast met 2 oort per jaar cijns aan het boek van Kessel; 1 daalder per jaar uit een meerdere rente, samen met Evert Peters aan de weduwe Antoni van Meel, int 't Hecken bij de Hinthammerpoort, te 's Hertogenbosch. Koopsom ƒ 85,-, 20e penning ƒ 1,65.

Daniel Sauvé, 1667-1670

Daniel Martin Sauvé is geboren rond 1615 en rond 1643 getrouwd met Anne Jacobus Morel, geboren rond 1620 als dochter van Jacobus Morel. Na haar overlijden is Daniel Martin Sauvé hertrouwd met Adriana van Kerpen en rond 1660 met Dingna Hendricx van Heesbeen, geboren op 01-09-1628 te Vlijmen als dochter van Hendrik Lambert Heesbeen en Teuniske Jansen. Uit deze laatste huwelijken zijn geen kinderen bekend en hieronder het gezin van Daniel Martin Sauvé en Anne Jacobus Morel:

# Voornaam Geboorte Huwelijk Overlijden Referentie
1 Isaac Martin Daniels 's-Hertogenbosch ±1645 ±1673
Elisabeth Timmermans
Asten ±1716
2 Marcus Antonius Daniels Heusden 13-01-1647 Woudrichem 27-01-1669
Johanna Crielaert
3 Marie Magdaleine Heusden 02-02-1651 ±1685
Willem Daniels van Esch
Deurne 21-12-1711
4 Maria ±1652
5 Hendrik Daniels ±1655
6 Eva 's-Hertogenbosch 09-05-1658 Erp ±1680
Jacob Pagez
Veghel ±1715

Na het einde van de tachtigjarige oorlog kwam er de geloofsstrijd en alle overheidsbanen moesten worden ingenomen door gereformeerden. Daniel Sauvé was tussen 1638 en 1646 voorzanger van de Franse gemeente en rond 1644 schoolmeester in 's Hertogenbosch. Hij werd tussen 1647 en 1657 schoolmeester van de Franse School in Heusden en daarna weer schoolmeester in 's-Hertogenbosch en voorlezer van de Groote Kerk. Vanaf het jaar 1660 was Daniel Sauvé schrijfmeester van de Latijnse School in 's-Hertogenbosch.

Daniel Sauvé wordt in 1669 als koster en schoolmeester van Asten voor het eerst genoemd vlak voor het overlijden van zijn derde vrouw:

Asten Rechterlijk Archief 53; 18-10-1669:
Daniel Souve, coster en schoolmeester, getrouwd met Dingna Hendricx van Heesbeen. Zij testeren. Alles aan de langstlevende.

Daniel Sauvé is in 1670 te Asten overleden en bij de Raad van State wordt een opvolger gevonden in zijn zoon Isaac Sauvé:

Raad van State over 1648-1672, inventarisnummer 214, folio 97 verso; 17-03-1670:
Door het overlijden van Daniel Sauvé is de post van schoolmeester en voorlezer te Asten vacant geraakt. De functie wordt gegund aan Isaac Sauvé.

Isaac Sauvé, 1670-1713

Isaac Martin Daniels Sauvé is geboren te 's Hertogenbosch rond 1645 als zoon van Daniel Sauvé en Anne Jacobus Morel. Hij is rond 1673 getrouwd met Elisabeth Timmermans, geboren rond 1650 als dochter van Antonie Godefridus Timmermans en Johanna Middelaar. Het gezin van Isaac Martin Daniels Sauvé en Elisabeth Timmermans:

# Voornaam Geboorte Huwelijk Overlijden Referentie
1 Johannes Asten ±1674 Asten 15-03-1758
2 Maria Asten ±1676 ±1700
Joost Janse
3 Daniel Asten ±1678 Heeze ±1708
Ida Anthonis Box
Hoogeloon ±1724
Anna Maria Pages
Hoogeloon ±1733
4 Lambert Asten ±1680
5 Antoni Asten ±1682 Ongehuwd Soldaat
6 Hendrien Asten ±1684 ±1715
Constant Siegenhorn
7 Marcus Asten ±1686 Asten 31-01-1717
Maria Aarts
Weelde ±1729
Cornelia Somme
±1745
8 Antonetta Asten 24-07-1689 Antwerpen
9 Jacobus Asten 20-07-1692 Someren 30-06-1720
Petronella Lambert Kusters
Asten 22-06-1756

De familie Sauvé stamde vermoedelijk af van Hugenoten uit het Franse plaatsje Sauvé. Vader Daniel Sauvé was schoolmeester van de Franse school en getrouwd met Anne Morel, wiens vader borger en surgijn van 's-Hertogenbosch was. De broers en zussen van Isaac zijn allen in Heusden bij
's-Hertogenbosch geboren. Isaac Sauvé kwam vanuit Heusden rond 1673 naar Asten als schoolmeester en opvolger van zijn vader. Hij werd in Asten schoolonderwijzer, voorzanger en later koster en chirurgijn. Familieleden van hem werden aangesteld als onderwijzers in Vlierden en Lierop. Isaac Sauvé was niet populair in Asten, maar dat is niet zo raar als protestant tussen de katholieken. Piet Hamilton schrijft in de krant de Zuid-Willemsvaart van 18-05-1904 het volgende over hem:

02

In 1677 wordt Isaac Sauvé voor het eerst genoemd in het rechterlijk archief van Asten:

Asten Rechterlijk Archief 7 folio 229; 14-10-1677:
De drossard, aanlegger contra Meester Isaac Sauve, coster en schoolmeester, gedaagde.

Er is ruzie tussen Isaac Sauvé en Elisabeth Jansen Lomans, getrouwd met Egidius Fransen, omtrent het slaan van een leerlinge:

Asten Rechterlijk Archief 108 folio 126 verso; 07-06-1689:
Elisabet, weduwe Marten Geerit Doensen, 45 jaar en Catalijn, dochter Jan Lomans, 25 jaar. Zij verklaren ter instantie van Meester Isaack Sauve, coster en schoolmeester, dat Elisabet, dochter vrouw van Dielis Fransen, op gisteren 6 juni, met Isaac Sauve eenige twistige woorden had, ontrent haar, deponentes, woninge. Onder andere zei Elisabet tegen Sauve: "Isaac Sauve, gij sijt een schelm". Waarop Sauve tegen haar, deponente, zei: "Lijs, neemt dat in kennis".

Asten Rechterlijk Archief 108 folio 127; 08-06-1689:
Jan Jansen van Ruth, 38 jaar en Margriet Evert Peeter Dors, zijn vrouw, 40 jaar. Zij verklaren te instantie van Jelis Fransen en zijn vrouw Elisabet dat op 6 juni laatstleden in hun, deponenten, huis is gekomen Elisabet Jelis Fransen welke vertelde, dat Isaac Sauve, coster en schoolmeester, de dochter van Jan Paulus, haar, Elisabets nicht, had geslagen in de school. Tijdens dit vertellen is voorbij deponents woning gekomen Meester Isaac Sauve voorschreven welke onder andere tegen Elisabet Jelis Fransen zei: "Soo, caronne ,vercken ofte hoer compt daeruyt, ick sal der U oock ens voorbruyen". Hij, eerste attestant, heeft dan gezegd: "Elisabet, gaet uyt den huys, den schoolmeester en heeft het hart niet dat hij Uw slaet". Op dit zeggen is zij uit het huis van hen, attestanten gegaan. Zij hebben Sauve nog met zijn vuist zien dreigen om te slaan en tegen Elisabet horen zeggen: "Gij, vercken, caronne en hoer, welle ick soude U oock eens wel voor Uw backes bruynen". Elisabet antwoordde hierop: "Indien gij sulcx doet, soo sal ick Uw segelen kapot smeyten". Na deze woorden zijn zij uit elkaar gegaan.

Een akkoord gemaakt over het kosteloos les geven aan arme kinderen door schoolmeester Isaac Sauvé:

Asten Rechterlijk Archief 110 folio 87 verso; 09-09-1700:
Antonis Josephs, Willem van Heughten en Gijsbert Hendricx gewezen schepenen. Zij verklaren ter instantie van de Armmeesters van Asten dat zij in 1696, toen zij schepen waren, een akkoord hebben gemaakt met Meester Isaac Sauve, coster en schoolmeester, betreffende het leeren der arme kinderen, dat de selve van de arme kinderen noyt noghte nimmermeer niet een duyt dienaengaende sal pretenderen, wegens tleren der arme kinderen. Jae, wat meer is den voornoemde Sauve tselve oock door den vorster, alhier, heeft laeten afcondighen ter plaetse daermen gewoon is publicatie te doen. Dat iederen sijn arme kinderen tot schoole soude stuyren. Attestanten persisteren hierbij ook nadat het hun tweemaal is voorgelezen.

Zoon Lambertus van Isaac Sauvé krijgt een bewijs van goed gedrag en zoon Daniel wordt naar Middelburg gestuurd om geld te ontvangen en is later koster en schoolmeester in Leende:

Asten Rechterlijk Archief 111 folio 14 verso; 02-08-1706:
Certificaat ten behoede van Lambertus Sauve, wettige zoon van Meester Isaac Sauve, coster, schoolmeester en chirurgijn, alhier. Lambertus Sauve heeft zich geduyrende den tijt sijnder woondinge, alhier, binnen Asten, sigh selven als een vroom, eerlijck ende neerstigh jongman gedragen waarvan wij niets anders weten te seggen als eer en deugt. Edoch voor alles voor soo veel ons kennelijck is.

Asten Rechterlijk Archief 111 folio 43; 01-06-1707:
Faes Kerckels, smit, als vader en enige erfgenaam van Jan Kerckels, zijn zoon, geeft procuratie aan Meester Daniel Sauve, zoon van Meester Isaack Sauve, coster en schoolmeester, alhier, om zich te begeven naar Middelbergh en aldaar te ontvangen van de Heer Boecker ƒ 16,- of zoveel hij te goed heeft van de boekhouder van het schip en blijkt uit het boekhoudersboek.

Asten Rechterlijk Archief 12 folio 251; 01-08-1712:
Antony Jan Bocx, coster en schoolmeester, te Leende, heeft ƒ 200,- ontvangen en ƒ 30,- wegens 3 jaar intrest uit de geëxecuteerde goederen, laatst in gebruik geweest bij Maria weduwe Dierck Coolen. Meester Daniel Sauve, koster en schoolmeester, alhier, stelt zich borg voor bovengenoemde som indien zich andere, meer preferente crediteuren melden.

Isaac Martin Daniel Sauvé is rond 1716 te Asten overleden en zijn weduwe verdeelt de erfenis met de kinderen:

Asten Rechterlijk Archief 114 folio 188; 31-08-1716:
Elisabet, weduwe Ysaac Souve, in leven geweest schoolmeester en koster ter eenre en Jan Baptista Souvee deze mede voor Joost Jansse getrouwd met Maria Souve, Anneke Souve tesamen wonende te Antwerpen, Daniel Souvee, Tony Souve, Constant Sigenhoorn getrouwd met Hendrien Souvee, Jacobus Souvee mede voor Marcus Souvee, Lambert Souvee. Kinderen en erven van Isaak Souve. Zij delen, de eerste comparante voor de helft, de overige comparanten samen de andere helft, van diens nagelaten goederen.

Elisabeth Timmermans is te Asten op 26-02-1721 overleden en hieronder haar begraafakte:

03

Gabriel van Swanenberg, 1719-1758

Gabriel van Swanenberg is geboren rond 1685 en rond 1712 getrouwd met Cornelia van Houten, geboren rond 1685 en hieronder hun gezin:

# Voornaam Geboorte Huwelijk Overlijden Referentie
1 Coenradus Hoogeloon 08-10-1714 Amsterdam ±1735
Catharina Hotbon
Amsterdam ±1745
Adriana Alandt
2 Johannes Wilhelmus Hoogeloon 09-02-1716
3 Dirk Hoogeloon 01-01-1718 Kind Hoogeloon ±1718
4 Arnoldus Hoogeloon 31-01-1719 Amsterdam
5 Clasijntje Asten 11-07-1724
6 Dirk Asten 18-11-1725

Gabriel van Swanenberg is schoolmeester en koster geweest in Hoogeloon en bij de Raad van State verzoekt hij om zijn huur te betalen:

Resoluties Raad van State 1703-1748 Henk Beijers, folio 465; 01-05-1715:
Rekest van Gabriel van Swaneberg schoolmeester en koster te Hoogeloon met verzoek om hem te betalen 36 gulden voor huishuur tot het moment dat men hem een geschikte woning zal aanbieden en verzoekt tevens vrijdom van reële lasten.

Over Gabriel Swanenberg zijn nog wat feiten bekend, die niet echt voor hem pleiten, eerst een request uit Hoogeloon waar hij de laan uit is gestuurd om zich daarna in Asten te vestigen:

Resolutie Raad van State folio 445 verso; 01-08-1718:
Rekest van de regenten van Hoogeloon in kwartier Kempenland te kennen gevende dat Gabriel Swanenberg door haar Edele Mogendheden; in het jaar 1713 is aangesteld tot voorlezer en schoolmeester aldaar en zich sedert zijn aanstelling zowel tegen de regenten als tegen de ingezetenen altijd 'seer ongerust en moeijelijk heeft getoont' en dat zij, supplianten, om alle verschillen te voorkomen het schoolmeestershuis hebben verbeterd naar contentement van genoemde schoolmeester en op zijn verzoek er ook nog een nieuw schoolgebouw bij laten timmeren, maar dat Swanenberg in plaats van daarmee tevreden te zijn hij naderhand is overgegaan op tapnering zowel in het huis als in het schoolgebouw; dat hij bovendien in de taxatie, na proportie van andere tappers, in de impost van de dranken niet heeft willen contribueren; onlangs heeft hij aangenomen van Jan Antonis, borgemeester van het dorpshuishouden te Hoogeloon zijn collectboek, buiten kennis van de supplianten onder de hand te hebben opgesteld een gansch nulle en informeele autorisatie, veel min dat van die aanbesteding tzij bij publicatie of andersins eenige de minste kennis aan de supplianten als regenten of aan de ingesetenen is gegeven; dat den collect off maanboek aan de borgemeesters om op te halen, uijtgegeven bij den voorschreven schoolmeester, andermaal is uijtgeschreven, hebbende alsoo den borgemeester en schoolmeester over een en het selve jaar een collectboek, waarvan de een is berustende onder den borgemeester ende de andere onder den schoolmeester, die op de copie de penningen invordert en die wederom na sijn welgevallen uitdeelt, dat daarbij ook komt, dat de schoole volgens het reglement van haar Edele Mogendheden niet na behoren word gehouden of dat op het uurwerk en klok worden gepast, als continueel beesig zijnde met het ophalen van sijn boek; dat mede de borgemeester van 's lands comptoiren buijten staat word gestelt zijne penningen ter behoorlijker tijd den comptoire te konnen furneeren ter oorsake van de vreese en schrik die de voorschreven schoolmeester de ingesetenen door sijn continueele en subite afpandingen is aanjaagende en hem alsoo eerder als de borgemeester van 's lands comtoiren betaalen; dat ook bovendien de gemeene afpandingen dikmaals seer onordentelijk en niet na behoren geschieden en dat men oude actien koopt, om eenige luijden die niet na zijn humeur zijn, te overvallen en deselve tot de uijterste armoede en ruïne te brengen, als onlangs gebeurt is dat seker persoon aldaar wonende op die wijse van den schoolmeester sijne beesten afgepant zijnde, eeven voor het insamelen van den oogst en op een onbequame tijd de supplianten ter beede van den de geëxecuteerden niet hebben kunnen verwerven agt dagen uijtstel, niet tegenstaande iterativelijk beloofd wierd de verschulde penningen en executiekosten als dan te sullen voldoen; dat zij supplianten wijders van meergenoemde schoolmeester continueel gedreigt worden van haar te sullen quellen, agterhalen en haar alle dagen moeijelijk te sullen vallen met haar te doen overstaan als schepen over uijtpandingen en versoekende haar Edele Mogendheden goede geliefte zij het contract van aanneeming tussen den borgemeester en schoolmeester op een gans informeele wijse geschied, te verklaren voor nul en van onwaarde en den schoolmeester te gelasten van sig in toekomende niet meer te bemoeijen met soodanig collecteeren, mitsgaders wijders op al het geen voorschreven is soodanige voorsieninge te doen tot voorkominge van vexatien als haar Edele Mogendheden sullen vinden te behooren; het rekest wordt overhandigd aan de heren die in september in commissie langs de Maas gaan om na verhoor van zowel Gabriel Swanenberg als de regenten, te disponeren zoals zij vinden dat het behoort.

En hieronder uit de krant de Zuid-Willemsvaart van 18-05-1904 een beschrijving van zijn zonderlinge gedrag, gedurende de jaren van zijn schoolmeesterschap door Piet Hamilton:

04

05

In het rechterlijk archief van Asten komen we Gabriel van Swanenburg ook geregeld tegen en hier met betrekking tot het ingooien van de ruiten van zijn huis, waarbij het er sterk op lijkt dat hij het zelf in scene heeft gezet:

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 25-10-1723:
Geertruy Andriessen de Seger, verklaart ter instantie van Jan Janssen Hoeffnagels, Jan Jan Peeters en Jan Lambers, dat zij ten tijde als wanneer de glaasen van Meester Gabriel van Swanenbergh werden ingeslagen, zijnde de dato 11-05-1722, 's morgens circa 2 uur, heeft gewoond, als dienstmaagd bij Swanenbergh. Dat even voor het inslaan der glaasen zij is gegaan in haar slaapkamer, latende Meester Swanenbergh met het licht in de keuken. Dat zij, deponente, staande voor haar bed, heeft gezien dat het licht in de keuken werd uitgedaan en zij heeft gehoord dat Swanenbergh, in plaats van bij zijn vrouw in bed te gaan, is geklommen naar de zolder, waar een groot zoldervenster is, staande boven de glazen die ingeslagen zijn geworden. Dat, zodra Meester Swanenbergh op de zolder was, zij deponente, nog staande voor haar bed, gehoord heeft dat de glazen werden ingeslagen, zonder dat zij het minste gerucht, geloop of geraas op straat of aan het huis gehoord heeft. En zonder dat Meester Swanenbergh, hoewel op de zolder zijnde, niet het minste gerucht heeft gemaakt. Hij heeft ook niet geklaagd dat zijn glasen werden ingeslagen. Alleen 's morgens, wanneer zijn vrouw was opgestaan en in de keuken was. Zij, deponente, is toen naar de president gestuurd om deze te verwittigen. Eindigende hiermee haar verklaring.

Als Gabriel van Swanenburg procureur wil worden, vangt hij zowel bij de heren van Asten als bij drossaard Pieter de Cort bot:

Asten Rechterlijk Archief 115 folio 229; 21-02-1724:
Wij, president en schepenen van Asten, verklaren dat Pieter de Cort, drossard, alhier, wonende te Helmont, het drostambt altijd dienstveerdig heeft waargenomen. Verklarende verder, dat, in het voorjaar 1723, ten regarde van schepenen in de raadkamer was gekomen, Gabriel Swanenberg, schoolmeester, die een rekest overgaf om tot procureur benoemd te worden. Dat dan de drossard zei: "Swanenberg, gij hebt voor enige dagen van Baron van Balen, opt casteel van Asten, versogt om voor procureur geadmitteert te werden, die het U geweygert heeft. Hoe derffsie dat nu van schepenen te versoecken"? Waarover hij, Swanenberg, misnoegd was. Dat Swanenberg op een ordinaar genegt zonder permissie in de raadkamer was gekomen en dat de drost aan hem vroeg of hij wel wist waar hij was en ook in wat voor kwaliteit hij daar wel kwam? Waarop advocaat Swinckels, waarvoor hij, Swanenberg, dikwijls is schrijvende, zei: "Hij comt maer als eenen boode". Verder verklaren wij, in 1723, gehoord te hebben dat de drost tegen de vorster, Gerard van Riet, zei: "Ik heb U dickwels ordre gegeven om als gij cont Willem Tijs Somers te apprehenteren, nu seg ik U, in presentie van schepenen, dat gij, soo gij Willem Tijs Somers gewaar wort denselven sult apprehenderen sonder daarvan in gebreecke te blijven".

De vrouw van de predikant wordt bedreigd door Gabriel van Swanenberg:

Asten Rechterlijk Archief 115 folio 251; 10-07-1724:
Elisabet Regoot getrouwd met Petrus Godefridus Josselin, predicant, te Asten, verklaart ter instantie van Peeter de Cort, drost, terzake van het affront dat in de nacht, van 8 op 9 juni laatstleden, aan haar huis is gedaan terwijl haar man, als gedeputeerde van de Classis, op visitatie was van kerk en scholen. Dat digte bij twaalf uur de bel met forse is getrocken tot iterative malen, waarop zij, deponente, die nog op was, aanstonts vol schrick sijnde naar de voorcamer is gegaan ende Antony Loomans, die gewoon is of sijn broeder tot vijligheyt als alleen was in huys te comen slapen, aanroepende en seyde: "Hoorde gij wel dat gebel" en die daarop antwoordde: "Ja, 't is een schrikkelijck gebel". Waarop zij verklaart, nog verder gezegd te hebben: "Ik hoop niet dat mijn man een ongeluck heeft". Zij heeft hierop het venster naast de voordeur open gestooten en gevraagd of er iemand schelde. Zij heeft hierop geen antwoord gekregen.
Op de tweede of derde vraag van haar wie er was werd gevraagd: "Is den drost hier"? Op haar ontkennend antwoord is met stemverheffing geroepen: "Ik moet hem hebben, of hij opt kasteel is of bij den duyvel, of waar hij oock is, ick sal hem wel krijgen, vloekende, scheldende en tierende, ik sal hem op sijn tijt wel vinden, dien schobjak, als ik hem hebben moet". Door het geschreeuw en getier heeft zij niet duidelijk meer verstaan wat gezegd werd. Ook heeft zij het niet raadzaam gevonden het venster langer open te houden, maar aan de welbekende stem te hebben gehoord dat het Gabriel Swanenberg, schoolmeester, was. Zij heeft hem ook, vermits de lichte maneschijn, herkend hebbende in zijn eene hand een snaphaan of stok. Ook Antony Loomans, nog te bed liggende, herkende de stem van Swanenberg. Dit heeft hij de volgende dag, toen hij weer kwam slapen, nogmaals bevestigd er aan toevoegende dat hij de voetstappen had gezien en bevonden dat het geen voetstappen waren van boerenschoenen. Marge: 31-07-1739 hiervan een extract uitgemaakt voor den drost.

Het schoolgeld is voor Gabriel van Swanenberg nog niet genoeg en de kinderen moeten turf meenemen om de school op te warmen:

Asten Rechterlijk Archief 115 folio 255 verso; 11-08-1724:
Louwies Hoefnagels, verklaart, ter instantie van het officie dat hij twee jongens, zijnde van gereformeerde ouders, wonende in Rotterdam, die ook in die religie worden opgevoed, alhier in de kost heeft en dat hij, deponent, op maandag, 7 augustus 1724, is geweest ten huize van Gabriel van Swanenberg, schoolmeester, en tegen deze heeft gezegd: "Ik heb U in plaats van eenen gulden, als ordinaar, int jaar voor ider kint gegeven twee gulden schoolgelt en indien ik sulcx soude continueeren dan behoorden sij geen turf in de school te brengen". Dat daarop Meester Swanenberg zei: "Ik wil voor ider kint twee gulden hebben en dan sullen sij oock nog turf brengen of ik en wilse niet leeren". Waarop deponent verder zei: "Van ider kint maar eenen gulden te sullen geven met bijvoeging: "Meester ik versoeck dat gij mij betaalt vant geene gij mijn van gehaalde waren schuldig sijt". Waarop Swanenberg, in gramme gemoede, van zijn stoel opspringende, zei: "Aanstonts de deur uit, of ik stoot U er uyt" tegelijk op den deponent avancerende die om het slaan en stoten te ontgaan zich aanstonds buiten het huis begaf, door Swanenberg gevolgd tot aan het hek. Marge: 31-07-1739 extract gemaakt ten behoeve van de drost.

Gabriel van Swanenbergh koopt een half huis van Hendrik Hoefnagels en maakt daarna een scheiding en deling met Michiel Jan Colen:

Asten Rechterlijk Archief 116 folio 44; 29-10-1726:
Gabriel van Swanenbergh, schoolmeester en coster, als koper van de helft van huis, hof, land en groes geweest zijnde van Hendrik Hoefnagels ter eenre en Andries Verrijt, als momboir van Michiel, onmondige zoon Jan Colen en Hendrien Willems. Zij maken en scheiding en deling van de goederen die de eerste comparant voor de helft heeft gekocht en voor de andere helft aan den onmondige toekomen.
1e lot krijgt Gabriel het woonhuis, hof en aangelag aan de Torenstraat in het Dorp 1½ lopense, ene zijde Peeter Bimans, ene einde Jan Aarts, andere einde de straat.

Het kost wat moeite om de oude bewoners uit huis te krijgen en daarna moet ook het meubilair er nog uit:

Asten Rechterlijk Archief 116 folio 69; 09-05-1727:
Schepenen verklaren dat de vorster, namens Gabriell Swanenbergh, schoolmeester, de drossard en ons schepenen, op woensdag 7 mei laatstleden, heeft verzocht hem, Swanenbergh, met de sterke hand te assisteren in het uitzetten en uitruimen van het door hem gekochte huis en geweest van Hendrik Hoefnagels nomen uxoris. De drossard en wij, schepenen, zijn na visie van opdracht, gepasseert voor de Raad van Brabant, te ''s Gravenhage, met de dienaren van justitie gegaan naar het voorschrevene huis, waar op verzoek van Swanenbergh, de drossard door de dienaren van justitie de vrouw heeft gestelt uyt den huyse en de goederen doen ruymen en daarna Swanenbergh in de possessie gesteld.

Asten Rechterlijk Archief 116 folio 72 verso; 14-07-1727:
Schepenen van Asten zijn met de drossard en dienaren van justitie geweest naar het huis dat door de schoolmeester, Gabriel Swanenberg, op 31-07-1726, voor de Raad van Brabant, is ingekocht. Wij hebben bevonden dat er geen personen in huis waren maer eenige geringe meubelen deze zijn door de drossard en dienaren van justitie het huis uitgedragen. Ze zijn door niemand aangenomen. Hierna heeft Swanenberg gezegd dat het nu wel was.
Ook heeft Swanenberg geconsenteert dat de schuer die den drossard woude bestellen om af te breecken nog eenige dagen conde staen, seggende aan Andries Verrijt, als voogt van den minderjarige soon van Haerske Colen: "Begint en vrijdagh met het afbreecken van de schuer, dan ben ik content als gij dat belooft". Van Rijt heeft dit ook gedaan.

Behalve schoolmeester is Gabriel van Swanenberg ook koster en moet hij zorgen dat de klok van de kerk gesmeerd loopt en die smeersels heeft hij hier nog niet betaald:

Asten Rechterlijk Archief 116 folio 129; 28-08-1728:
Cristina Antoni Voermans draagt een pertinente specificatie, met dag en datum, van raapolie, zeep en boomolie als door Gabriel Swanenberg, coster, bij haar gehaald is ter smering van het horologie en de klok. Beginnende: 27-07-1727 tot 26-06-1728 zijnde: 12 kannen raapolie, 24 pond zeep, 6 maatjes boomolie.

Gabriel van Swanenberg wordt gemachtigd om geld te innen bij de kopers van granen:

Asten Rechterlijk Archief 118 folio 51 verso; 25-01-1738:
Goort Willem Loomans, moolenaar, te Someren getrouwd met Maria, dochter Cornelis Manders, Pieter Loomans getrouwd met Hendrina, dochter Cornelis Manders, Goort Cornelis Manders. Erfgenamen van Cornelis Manders. Zij machtigen Gabriel van Swanenberg, schoolmeester en koster, om namens hen, in te vorderen en te ontvangen soodanige somme van penningen als de constituanten sijn competerende van verscheyde ingezeetene, alhier en andere, wegens koorn, soo rogge als boekwijt als andersints bij haar constituants vader in sijn leven gelevert volgens de registers, boeken, en aantekeningen daarvan door haar overleden vader gehouden. Marge: 13-01-1739 copie gemaakt voor Pieter Loomans.

Het onderhoud van de kerk wordt door Gabriel van Swanenburg uitbesteed aan de leidekker Jan Prinsen uit Weert:

Asten Rechterlijk Archief 118 folio 117; 22-06-1738:
Condities en voorwaarden waarop Gabriel van Zwanenberg, kerkmeester, te Asten, aan Jan Prinsen, leydekker, te Weert, gunt het repareren van het leidak van de Kerk, alhier. Onder andere:
Het jaarlijks onderhouden van het leidak met de pilaren of stijpers met het torentje en de goten. De materialen worden door de aannemer geleverd. Na ontbieding zal de aannemer binnen acht dagen moeten komen om te repareren, ƒ 2,- boete bij niet nakomen hiervan. Tweemaal per jaar komen visiteren, gelijke boete. Contractduur: 10 jaar met opzegtermijn om de 5 jaar. Aanneemsom ƒ 11,- per jaar.

Hieronder een foto van de oude kerk van Asten aan het eind van de 19e eeuw:

06

Een voorval tussen de gereformeerde predikant en schoolmeester en de katholieke bewoners van Asten:

Asten Rechterlijk Archief 30 folio 18; 16-07-1742:
Interrogatorium voor Gabriel van Swanenberg, koster en schoolmeester en Hermanus Alberts, predikant. Eerste getuige is, op 11 februari laatstleden, circa 2 uur 's namiddags, als koster, voorzanger en voorlezer geweest in de kapel te Ommel, waar Hermannus Alberts preekte. Voor de dienst begon heeft hij, tot driemaal, met de klok laten luiden. Tijdens de dienst is er buiten, buiten de kapel, geroepen en geraasd, of men de predikant wilde nabootsen. Gevraagd is: Wie dit gedaan kunnen hebben? Ook is hem nog gevraagd of op 20 maart laatstleden, 's morgens, de deur van de school, staande op het kerkhof, met vuyligheyt off mensedreck besmeert off besmeeten was. En wie dit gedaan zouden kunnen hebben of daarbij aanwezig geweest zijn?
Hermanus Alberts, predikant, heeft op 11 februari laatstleden na de middag, gepreekt heeft in de kapel te Ommel. Tot drie- of viermaal toe is de preek gestoord geworden door een of meerdere personen die hem wilde nabootsen. Gevraagd is: Wie dit gedaan kunnen hebben?
Ook is hem nog gevraagd wie, op 14 mei laatstleden, toen hij terug kwam van Bakel, zaten te bidden in de kapel te Ommel. Gabriel van Swanenberg, voor de raad gedagvaart zijnde om getuigenis te geven in zake de hem gestelde vragen heeft dit geweigerd en verzocht om copie en om 14 dagen beraad te nemen. Na overleg van de raad met de drossard, die zei niet gehouden te zijn om copie te geven maar om gevolgswille accordeert, mits dat Swanenberg binnen 4 à 5 dagen verklaring zal afleggen. Swanenberg weigert en blijft bij 14 dagen dit onder protest van de drossard.
De raad gaat uiteen zonder verder iets af te wachten. Hermanus Alberts, eveneens gedagvaard zijnde, heeft ook om copie verzocht en om 14 dagen beraad te nemen. En dat er al een verbaal is opgemaakt door de gedeputeerde van het Classis tijdens de laatste visitatie. Onder protest van, en drossard en predikant, wordt zonder verklaring af te leggen, uit elkaar gegaan.

Gabriel van Swanenberg wordt door de predikant aangeklaagd voor het slecht presteren als koster en als schoolmeester:

Resoluties Raad van State 1703-1748, folio 1410 verso; 14-06-1745:
Rekest van Hermanus Alberts predikant te Asten klachten inhoudende tegen Gabriel van Swanenbergh schoolmeester koster en voorlezer te Asten vanwege diens wangedrag waar het gaat om het waarnemen van de kerk- en schooldienst als in zijn relatie tot genoemde suppliant en hij verzoekt dat de schoolmeester in deze gecorrigeerd mag worden, welke rekest wordt overhandigd aan de heren die in commissie op de verpachting van de tienden komen om zich over deze kwestie nader te informeren en een dusdanig besluit te nemen als zijn zelf vinden dat behoort

Een inkijkje in de inkomsten van de predikant en de schoolmeester:

Asten Rechterlijk Archief 107b folio 175; 05-05-1754:
De rentmeester is betaald over de ontvangsten à 5% per jaar. De predikant heeft een tractement van ƒ 750,- per jaar. De koster en schoolmeester, door de Raad van State aangesteld op een tractement van ƒ 250,- per jaar en nog van de gemeente, orologie, begraven, schoolgeld ƒ 80,- per jaar en vrij huishuur.

In 1757 stellen Gabriel van Swanenberg en zijn vrouw hun testament op, waarbij ze al hun bezittingen nalaten aan neven en nichten:

Asten Rechterlijk Archief 121 folio 33; 09-11-1757:
Gabriel van Swanenberg, koster en schoolmeester en Cornelia van Houten, zijn vrouw, testeren. Alle voorgaande makingen vervallen. Alles aan de langstlevende van hen beiden. Na het overlijden van de langstlevende stellen zij tot hun enige erfgenamen Maria Magrieta van Swanenberg, hun nicht getrouwd met Christiaan Ackermans, deurwaarder, te Woudrichem voor een staak. Govert van Swanenberg, appotheker, te Bergen op den Zoom, met zijn drie zusters, ook des testateuren neef en nichten ook voor een staak. De testateuren behouden zich het recht voor om wijzigingen in het testament te mogen aanbrengen.

Een nieuwe uitbesteding van het onderhoud van de kerk wordt door Gabriel van Swanenberg gegund aan Francis Knaapen:

Asten Rechterlijk Archief 121 folio 36 verso; 05-12-1757:
Het College van Asten bestelt aan Francis Knaapen, leydecker en glasemaker, alhier:
Het onderhouden, in goede reparatie, van de glazen en leiendak van de kerk en toren, alsmede van de pastorie en school. Condities:
Looptijd contract vanaf 01-12-1757, geduren tien achtereenvolgende jaren met vijf te mogen scheiden. De aannemer zal het gehele leiendak van de gemeentetoren van boven tot beneden met den omgang en het gehele dak van kerk en koor, met de stijpers en boven de muren en vorsten in goede dichte staat moeten houden. Ook de muren, waar nodig is, onder de eeuse als anders moeten bezetten. De loden goten en waar verder lood ligt zal hij moeten vast maken, souderen en onderhouden, evenals het klein torentje op de kerk. Op het kruiskoor van de kerk zal alle twee jaar een hoek van een roey, in het vierkant, moeten worden vernieuwd. Op het koor van de kerk zal ook alle jaren, een roey, vernieuwd worden. Te beginnen waar het meest nodig is. Iedere twee jaar zal de aannemer de kerk omhoog moeten zuiveren van spinrag en waar nodig de muren moeten bezetten en witten. Het koor en de raadkamer met de secretarie moet in het voorjaar aanstaande tweemaal gewit worden en voorts, om de twee jaar, de raadkamer eenmaal moeten witten. De besteders leveren alle voornoemde materialen, leien, nagels, kalk, lood, planken etcetera. De aannemer zorgt voor de arbeid en gereedschap alsmede het glas in lood. De aannemer zal, op de aanzegging van iemand van de gemeente, opgetreden defecten naar genoegen moeten repareren. De aannemer zal twee maal per jaar, of indien nodig meer, in het voor- en najaar, de kerk, koor, pastorie en school, moeten beklimmen en visiteren op defecten. De toren om de twee jaar. Van de gemeente zal hij voor de toren, koor, pastorie en school ontvangen ƒ 15,- per jaar en van de kerkmeesters voor de kerk en glazen ook ƒ 15,- per jaar.

Gabriel van Swaneberg en Cornelia van Houten passen hun testament aan en een nicht wordt de enige erfgename:

Asten Rechterlijk Archief 121 folio 61; 19-05-1758:
Gabriel van Swanenberg, koster en schoolmeester en Cornelia van Houten, zijn vrouw, testeren. Hij siekelijk na den lighaame. Alle voorgaande makinge vervallen en speciaal het testament van hen de dato 09-11-1757. Alles aan de langstlevende van hen beiden. Na het overlijden van de langstlevende wordt hun enige erfgename hun nicht Maria Magrieta Ackermans, deurwaarder, te Woudrichem. De testateuren behouden zich het recht voor om een nieuw testament te maken.

Gabriel van Swanenberg is op 01-07-1758 te Asten overleden en hieronder zijn begraafakte:

07

Pieter Zijnen, 1759-1779

Petrus Claes (Pieter) Zijnen is geboren te Eersel op 07-03-1734 als zoon van Nicolaas Peters Zijnen en Johanna Laurens Bijnen. Hij is op 06-05-1760 te 's Gravenhage getrouwd met Angenees Radstak, geboren te Varsseveld rond 1730 als dochter van Gerrit Jan Radstak en Aaltjen Kraijenbrink:

08

Het gezin van Petrus Claes (Pieter) Zijnen en Angenees Radstak:

# Voornaam Geboorte Huwelijk Overlijden Referentie
1 Pieter Nicolaas Asten 19-04-1761 Rotterdam 20-05-1787
Maria Wilhelmina van Rein
Rotterdam 16-02-1829
2 Gerrit Johannes Asten 01-08-1762 Kind Asten ±1762
3 Johanna Catharina Asten 05-02-1764 Kind Asten ±1764
4 Gerrit Johannes Asten 24-08-1766 Rotterdam 12-11-1797
Wilhelmina van Eck
Rotterdam 20-04-1814
Elisabeth Musman
Rotterdam 16-07-1843
5 Alida Jacoba Asten 06-09-1767 Rotterdam 07-11-1802
Gerrit Jan Scharenburg
Rotterdam 09-01-1831

In 1758 legt Petrus Claes (Pieter) Zijnen de eed af:

Commissieboeken van den Raad van State. Rijksarchief te 's-Gravenhage 1723-1781:
21 Juli 1758, eed gedaan door Pieter Zijnen, schoolmeester te Asten en Ommelen, kwartier van Peelland, in plaats van overleden Gabriel Swanenburg.

In het rechterlijk archief wordt Petrus Claes (Pieter) Zijnen in 1759 als eerste genoemd en treedt hij op als voogd:

Asten Rechterlijk Archief 121 folio 117; 10-12-1759:
Gerrit van Riet, commies van de Tol en vorster, alhier en Anneke Vervooren zijn vrouw, Leendert van Riet, schepen, Anneke en Helena van Riet, meerderjarige kinderen en jonge dochters van Gerrit van Riet en Anneke Vervooren, geassisteerd met Pieter Zeynen, schoolmeester, alhier, hun geassumeerde momboir mede voor de verdere, absente, kinderen van de voornoemde eerste twee comparanten. Samen zijn zij als ouders, broers en zusters, erfgenamen van Alexander van Riet, die als soldaat voor de Kamer Zeeland, met het schip Ouwerkerk, in 1752, is afgevaren en nu overleden zijnde. Zij geven procuratie aan Johan Rudolph Thuys, te Middelburg, om namens hen ter camere van de Oostindische Compagnie van Zeeland, wesende in Middelborg, alwaar de voornoemde Alexander van Riet is afgevaren te informeren wat deze te goede heeft nagelaten, dit te innen en te ontvangen en de schulden te betalen.

In 1763 koopt Petrus Claes (Pieter) Zijnen een stuk groes:

Asten Rechterlijk Archief 98 folio 79; 11-01-1763:
Hendrik Dirk Timmermans getrouwd met Maria Verheyden en Anneke Verheyden verkopen de goederen, hen aangekomen bij deling de dato 14-02-1755. Zij verkopen aan Pieter Zeynen, schoolmeester groes het Busvelt 3 lopense. Belast met ƒ 1-5-0 per jaar aan den Armen van Asten. Verponding ƒ 1-10-0 per jaar. Koopsom ƒ 68,-.

Petrus Claes (Pieter) Zijnen woonde in de kosterij en in die tijd was schoolmeester nog een belangrijke functie en werd de straat waarin je woonde na je vernoemd:

Asten Rechterlijk Archief 30 folio 146; 05-10-1768:
Jan Sabel, naghtroeper, is, in de nacht van 27 op 28 september laatstleden, rondgegaan om te klepperen en te roepen: "Twaalf uuren". Hij heeft zijn gewone weg genomen. Komende aan de Waterpoel, in het Dorp, tegenover Mattijs van Bussel, zag hij vier manspersonen staan, waarvan er maar een aan hem bekend was namelijk Jan Aarts, soldaat, de ander onbekend, maar daaronder was er een van lang postuur met een rok aan met zwarte opslagen. In het voorbij gaan is door een van hen met stenen geworpen en hij hoorde zeggen: "Daar komt weer meel van Someren en de kar komt daar al aan". Comparant is verder op weg gegaan naar zijn huis. Om een uur, toen de comparant weer rondgegaan is en gekomen in de straat waar de schoolmeester woont, om terug te gaan naar het Marktvelt, zag hij in het aangelag van Antoni Verreyt, twee manspersonen, waarvan een in hemdsmouwen welke, of een van hen, tot driemaal met een hout gooiden waarvan een stuk hem aan zijn hoofd raakte. De personen zijn weg gelopen in de richting van het huis van Antoni Lomans. De comparant is verder gegaan in het roepen, gekomen zijnde in de straat achter den hof van Lelie, kwam er een manspersoon uit de schuur van Francis Loverbosch, staande aan de hoek van de straat, zeer schielijk en overwagt uytspringen met een stok brengende hem daarmede een slag aan zijn hoofd. Comparant heeft daarop, met een bij zich hebbende lange stok, naar voornoemde geslagen. Deze is weggelopen, de straat in naar het huis waar Johannes Jansen woont. Voornoemde persoon was onherkenbaar omdat hij een bonte doek om zijn hoofd had gebonden, hij had eeen blauwe rok aan en was middelmatig van lengte. Een en ander wordt onder eede bevestigd.

Het onderhoud aan de school en de kerk wordt opnieuw uitbesteed aan de familie Knaapen:

Asten Rechterlijk Archief 123 folio 52 verso; 21-05-1770:
Schepenen van Asten verklaren opgedragen te hebben aan Hendrik Knaapen, leydecker en glasemaker, alhier, het in goede reparatie onderhouden van de glazen en leidak van de kerk en toren. Alsmede de glazen van de pastorie, kosterij en de school. Overeenkomend met de condities van 05-12-1757 tot en met 01-12-1769. Termijn: 10 jaar. Aanneemsom ƒ 15,- per jaar te betalen door de gemeente en ƒ 12,-per jaar te betalen door de kerkmeesters.

Petrus Claes (Pieter) Zijnen machtigt zijn zwagers in Varsseveld om de erfenis van zijn schoonouders af te handelen:

Asten Rechterlijk Archief 124 folio 114; 02-05-1777:
Pieter Zijnen getrouwd met Agnees Rastak, schoolmeester en schepen, verklaart, namens zijn vrouw te machtigen zijn zwager, Hendrik Willem Rastak, te Versevelt, om namens hen te aanvaarden en af te wikkelen de nalatenschap van zijn vrouw-ouders te weten Gerrit Jan Rastak en Jaaltje Crayenbrink, onlangs overleden te Versevelt.

Petrus Claes (Pieter) Zijnen is op 15-04-1779 te Asten overleden en Angenees Radstak is te Asten op 04-10-1779 overleden en hieronder hun begraafakten:

09

10

Voogden over de kinderen verkopen de bezittingen en de kinderen verhuizen naar Rotterdam:

Asten Rechterlijk Archief 32 folio 60 verso; 29-11-1779:
Antoni Ramaar, te Vlierden, en Johannes Zijnen, te Rotterdam van de naaste vrienden van wijlen Pieter Zijnen, schoolmeester, alhier, van de zijde van de vrouw, Agnees Rastack, is geen occasie zijn aangesteld tot voogden over, Pieter, Johanna, Johannes en Jacoba, onmondige kinderen van wijlen Pieter Zijnen en Agnees Rastack. Er is procuratie de dato 23-11-1779 gegeven aan Leendert van Riet, president, om de nalatenschap af te wikkelen.

Johannes Zijnen, castelijn van het wijnkopersgildehuys, te Rotterdam geeft procuratie aan Leendert van Riet, te Asten, om de nagelaten boedel van Pieter Zijnen en Agnees Rastaak af te wikkelen. Marten Reyndert van der Loeff, notaris, te Rotterdam, 29-11-1779.

Antoni Ramaer, substituut secretaris, te Vlierden en Leendert van Riet, president, alhier de eerste als voogd, de tweede als gemachtigde van de tweede voogd met name Johannes Zijnen, te Rotterdam procuratie de dato 29-11-1779 Rotterdam notaris Marten Reyndert van der Loeff. Zij verkopen voor Pieter, Johanna, Johannes en Jacoba, onmondige kinderen van wijlen Pieter Zijnen, schoolmeester en Agnees Rastack den inboedel een zeer grote inventaris onder andere de kachel ƒ 9,-, een koperen wasketel ƒ 16,-, vijf bedden met toebehoren ƒ 110,-, een tin-glazenkast ƒ 13,-, een kleerkast ƒ 11,-, een kabinet ƒ 42,-, een huis-horloge ƒ 25,-. Totale opbrengst ƒ 745,-.

Hendrik Elbertsen Wildeman, 1779-1822

Hendrik Elbertsen Wildeman is geboren te Voorthuizen op 09-05-1751 als zoon van Elbert Willems Wildeman en Jannetje Hendriksen. Hij is op 05-02-1775 te Voorthuizen getrouwd met Henrikje Evertsz. Na haar overlijden rond 1777 is Hendrik Elbertsen Wildeman rond 1778 hertrouwd met Margaretha (Grietje) van der Meyden. Na haar overlijden te Asten op 14-04-1781, is Hendrik Elbertsen Wildeman te Asten op 01-12-1782 een derde maal getrouwd met Wilhelmina Ramaer, geboren op 10-01-1740 te Bergeijk als dochter van Johannes Ramaer en Maria van der Pol.

11

De gezinnen van Hendrik Elbertsen Wildeman met Grietje van der Meyden en met Wilhelmina Ramaer:

# Voornaam Geboorte Huwelijk Overlijden Referentie
1 Elbartus Hendrikus Asten 01-04-1781 Asten 18-09-1809
Catharina Noman
Zaltbommel 13-10-1814
Maria van Haaren
Dordrecht 24-01-1845
2 Wilhelmina Maria* Asten 02-01-1785 Asten 22-03-1807
Adolf August Schutter
Boxtel 21-05-1818
David van Bremen
Beek 20-07-1860

* kind uit het tweede huwelijk

Voor zijn tweede huwelijk moet Hendrik Elbertsen Wildeman een staat en inventaris opmaken:

Asten Rechterlijk Archief 125 folio 103 verso; 28-10-1782:
Staat en inventaris opgemaakt door Hendrik Elberse Wildeman, schoolmeester en koster, weduwnaar van Grietje van der Meyden ten behoeve van zijn onmondige kind, Elbertus Hendricus. Hij wil hertrouwen met Wilhelmina Ramaar. Uit de inventaris onder andere:
Een glazenkast ƒ 10,-, een kleerkast ƒ 10,-, zes stoelen ƒ 8,-, twee tafeltjes ƒ 1,80, twee emmers ƒ 1,50, diverse pannen ƒ 6,-, een beddepan ƒ 2,-, twee bedden met toebehoren ƒ 65,-, diverse gordijnen ƒ 12,-, een boek van der Kemp over de Cathegismus, Doddrodge over het gelooff, de ervaare huyshouster van J. Voet, gesange en nog eenige andere ƒ 12,-, divers aardewerk ƒ 13,-, divers porcelein ƒ 14,-, divers tin ƒ 15,75, divers koperwerk ƒ 9,50, twee bruine theeketels met comforen ƒ 5,50, twee houten theeblaadjes ƒ 4,-, een thee- en een tabakskistje ƒ 5,-, drie spiegels ƒ 5,-, een barometer ƒ 1,-, een koffer ƒ 5,-, divers goud- en zilverwerk ƒ 25,-, zes tafellakens en 24 servetten ƒ 40,-, negen slaaplakens ƒ 25,-, de kleren van de vrouw ƒ 80,-. Totaal ƒ 421,15.
Van deze inventaris competeert de helft aan hem, inventarisant en de helft aan zijn kind.

Hendrik Elbertsen Wildeman koopt een huis in het dorp:

Asten Rechterlijk Archief 101 folio 17; 21-05-1783:
Johannes Petrus Antonis de Cocq, chirurgijn, te Sint Oedenroode, verkoopt aan Hendrik Elberse Wildeman, schoolmeester huis, hof, stal en aangelag in het Dorp aan het huis van Peter Lomans en de straat 1 lopense. Belast met ƒ 8-1-10 per jaar in een meerdere rente van ƒ 24-5-0 per jaar aan het Gemene Land. Verponding ƒ 1,- per jaar. Den Driehoekacker ½ lopense. Verponding ƒ 0-2-8 per jaar. Bede ƒ 0-2-8 per jaar. Koopsom ƒ 160,-.

Op basis van onderstaande beschrijving ligt de school in de buurt van de kerk:

Asten Rechterlijk Archief 101 folio 89; 07-10-1784:
Godefridus Sauve verkoopt aan Willem Hendrik Verberne een hoekje groes van de Jan Muldersdries 3 copse, deze hoek achter hof en huis van Peter Wagemans en dus ene zijde de straat naast de school, andere zijde de verkoper, Pastory en straat. Koopsom ƒ 150,-

Hendrik Elbertsen Wildeman heeft het hondje van Maria Vervoordeldonk doodgeschoten en moet 2 patacons als schadevergoeding betalen:

Asten Rechterlijk Archief 25 folio 79 verso; 05-02-1787:
Maria Vervoordeldonk, weduwe Francis Fransen, te Vlierden geassisteerd met Jan, haar zoon, aanlegster contra Hendrik Elberse Wildeman, schoolmeester, gedaagde. Terzake van het doodschieten van een hondje aan eiseres toebehorende. Het hondje was tijdens het jachtseizoen, 1786, met haar zoon, Jan, op de gemeente van Vlierden, omtrent de Heesse Bergen, waar de voornoemde schoolmeester het hondje met een snaphaan heeft doodgeschoten. Schade twee ducaton.

Met de komst van de Fransen verkopen Hendrik Elbertsen Wildeman en zijn zwager Anthony Ramaer, geboren op 19-11-1741 te Bergeijk als zoon van Johannes Ramaer en Maria van der Pol, een huis op de Ommelsche Bosch en grote stukken land:

Asten Rechterlijk Archief 103 folio 150 verso; 28-07-1796:
Anthony Ramaer, secretaris te Vlierden en wonende te Helmond en Hendrik Elberse Wildeman, schoolmeester en koster, verkopen aan Marcelis Berkers huis, stal, schuur, hof en aangelag te Ommelsche Bosch 8 lopense 47 roede; land de Vlinkert 2 lopense 20 roede; land de Horsakker 40 roede; land de Kamp 1 lopense 23 roede; land Voorakker 5 lopense 17 roede, waarvan 1 lopense groes; land Meerakker 2 lopense 39 roede; groes Jacobsveltje 2 lopense 34 roede; groes den Blukker 4 lopense 34 roede; groes den Blukker 5 lopense 39 roede; groes het Weyvelt 6 lopense 36 roede; groes groote en kleyne Weyvelt 4 lopense 49 roede; groes de Donk 3 lopense 25 roede; groes Hoogendries 4 lopense; land Jacobsakker 2 lopense 19 roede. Belast met ƒ 0-7-8 per jaar aan den Armen van Asten; ƒ 0-2-0 per jaar aan de Heer van Helmond; ƒ 0-8-0 per jaar aan het huis van Asten. Koopsom ƒ 1785,-. Waarvan ƒ 1000,- à 4%. Gecasseert de dato 19-07-1802.

Schoolmeester Hendrik Elbertsen Wildeman treedt nog op als executeur bij de erfenis van Agneta van Ravesteijn:

Asten Rechterlijk Archief 130 folio 97 verso; 02-11-1801:
Agneta van Ravesteyn, ziek, testeert. Alle voorgaande testamenten vervallen. Haar enige erfgenamen worden de kinderen van wijlen Leendert van de Poll, te Leende voor een staak; de kinderen Block, te Eersel voor een staak; Willem van Heyst, te Valkenswaard voor een staak; Matthijs Anthony van Heyst voor een staak; Wilhelmina, dochter Hendrik Elberse Wildeman, schoolmeester, alhier voor een staak. Zij stelt Hendrik Elberse Wildeman aan als executeur van haar nalatenschap welke een waarde heeft van ƒ 600,-.

In 1795 vallen de Fransen Noord Brabant binnen en veranderen er zaken met betrekking tot de godsdienst, het bestuur en het onderwijs. Voor het onderwijs citeren we het volgende circulaire van de Agent van Nationale Opvoeding van 11 februari 1799[1]:

Het eerste landelijke overzicht van de toestand van het onderwijs stamt uit 1799. Enige jaren daarvoor had de Bataafse Republiek een einde aan het gewestelijk en stedelijk particularisme van de Republiek van de Verenigde Nederlanden gemaakt en de eenheidsstaat uitgeroepen. Van de inwoners werd verwacht dat zij hun oude bindingen opgaven en zich zouden identificeren met de cultuur van de nieuwe staat. Om de eenheidsgedachte te stimuleren nam de overheid diverse maatregelen. Het onderwijs werd als hét middel om een bijdrage aan de fundering van de nationale staat te leveren, gezien. Van staatswege zou aan de herinrichting een reorganisatie van het gehele onderwijs leiding worden gegeven. In 1798 belastte de overheid een Agent van Nationale Opvoeding met deze taak.

In een advertentie in de Bataafsche Courant van 27 maart 1798 maakte de eerste Agent van Nationale Opvoeding, Theodorus van Kooten, zijn benoeming officieel bekend. Aan hem was, zo deelde hij mee, door de landsregering het oppertoezicht over alle scholen toevertrouwd. Het gehele onderwijs viel onder hem en niemand anders mocht er zich voortaan mee bemoeien.

's Gravenhage, den 11 February 1799. Het vyfde Jaar der Bataafsche Vryheid. Medeburgers!
Het toevoorzicht over het Nationaal onderwys is van enen zoo uitgebreiden omvang, en de onderwerpen van het zelve staan met elkander in een zo nauw verband, dat er voor het zelve geen geregeld gebouw kan worden opgetrokken, zonder alvorens ene nauwkeurige kennis te bezitten van den tegenwoordige staat aller tot het onderwys betrekkelyke inrichtingen, die er in dit Gemeenebest bestaan. Het is op dezen grond, dat ik, gemagtigd door het Uitvoerend Bewind, U by dezen verzoek, om de respective Municipaliteiten in Uw Lieder Gewest aan te schryven en te gelasten, om zo dra mogelyk en uiterlyk binnen den tyd van twee maanden, aan myn Agentschap in te zenden ene nauwkeurige opgave van de Staat der Nederduitsche Scholen in het Departement van de Dommel.

Plaats Zielen Schoolmeesters Jaarwedde Emolumenten Fonds Schoolgeld Leerlingen Fondsen
Asten 2281 I bezoldigd
H. E. Wildeman
Oud 48 Jaren
ƒ 272,- Vrije wooning ƒ 250,- Comptoir
ƒ 18,- Dorpskas
ƒ 4,- Armkas
Elk in 3-5 stuiver 's winters 60
's zomers 30
ƒ 4,- uit Armkas

Door de Schoolwet van 1806, waarvan hieronder een citaat[2], kwam er ook in Asten een openbare school, maar verder ging alles op de oude voet verder:

Wet van den 3 april, 1806.
Aan hun Hoog Mogende, Vertegenwoordigende het Bataafsch Gemeenebest, allen, dengenen, die deze zullen zien of hooren lezen, Salut! Doen te weten: Vooreerst: Dat door Ons Ontvangen en goedgekeurd zijnde de Voordragt van den Raadspensionaris, daartoe gedaan, dien ten gevolge is besloten te arresteren, gelijk wordt gearresteerd bij dezen de navolgende Wet voor het Lager Schoolwezen en Onderwijs, in de Bataafsche Republiek.
Het bijzonder opzigt over den staat en de inrigting der Lagere Scholen, als mede over geheel het Lager Onderwijs, is, onder het oppertoezigt van den Raadpensionaris, of van den Secretaris van Staat voor de Binnenlandsche Zaken namens denzelven, en onder toevoorzigt van het Departementaal en Landschaps-Bestuur, alomme in dit Gemeenebest, opgedragen aan Personen, onder den naam van Schoolopzieners, welke (waar zulks vereischt wordt) dit opzigt oefenen onder medewerking van of gecombineerd met andere Personen en Commissiën of Collegiën, naar den aard der Scholen.

Rechts een pentekening van de oude kerk van Asten, waarbij de oude school ongeveer gelegen moet hebben achter het houten schuurtje rechts van de kerk.
12

Hendrik Elbertsen Wildeman bleef nog tot 1822 les geven in de kleine school dichtbij de kerk en in de archieven komt hij ook nog als rentmeester voor. Als zijn vrouw Wilhelmina Ramaer te Asten op 21-07-1822 komt te overlijden, stopt Hendrik Elbertsen Wildeman als schoolmeester.

Hendrik Elbertsen Wildeman is als rentmeester te Nijmegen op 22-08-1826 overleden en hieronder zijn overlijdensakte:

13

Op basis van onderstaand bericht in het Dagblad der Provincie Braband van 12-08-1814 blijkt echter dat er in die tijd ook een Franse kostschool in Asten is geweest:

14

De overlijdensakte van Jacob de Graaff is getekend door Jan Timmermans en Adriaan van Werkhoven, die schoolonderwijzer was. Adriaan van Werkhoven is op 20-05-1781 geboren te Amsterdam als zoon van Willem van Werkhoven en Anna Margaretha Engel. Hij is op 15-06-1816 te Helmond getrouwd met Cornelia Jacoba Wilhelmina Hamel, geboren te Amsterdam op 17-08-1781 als dochter van Gerrit Christiaan Hamel en Elizabeth Maria de Rooij. Het is vooralsnog niet duidelijk of hij de stichter van de school was of een hulponderwijzer. Adriaan van Werkhoven is op 24-10-1842 als schoolhouder te Leiden overleden en Cornelia Jacoba Wilhelmina Hamel is op 16-08-1859 te Leiden overleden.

Hendrik Klaas Gelling, 1822-1831

Hendrik Klaas Gelling is geboren te Kloosterterapel op 05-08-1792 als zoon van onderwijzer Klaas Gelling en Ellegien Luitjes. Hij is als schoolonderwijzer op 21-10-1824 te Bellingwolde getrouwd met Antje Berend Dethmers, geboren te Bellingwolde op 04-09-1803 als dochter van bakker Berend Dethmers en Klaasien Harm Lunsinga.

15

Het gezin van Hendrik Klaas Gelling en Antje Berend Dethmers:

# Voornaam Geboorte Huwelijk Overlijden Referentie
1 Nicolaas Bernardus Asten 12-09-1825 Kantens 07-05-1854
Anje Knol
Leek 23-06-1864 kastelein
2 Bernardina Engelina Asten 26-10-1826 Bellingwolde 06-09-1856
Luurt Timmer
Nieuwe Schans 03-02-1911
3 Ellechina Johanna Asten 11-08-1828 Bellingwolde 10-04-1852
Luken Lukens
Bellingwolde 29-11-1855
4 Klasina Asten 09-02-1830 Vlagtwedde 04-08-1858
Harm Pik
Vlagtwedde 09-07-1870
Jans Eemsing
Bourtange 06-11-1918

Hendrik Klaas Gelling stamt af van een protestantse onderwijzersfamilie afkomstig uit Groningen en hij gaf gedurende tien jaren les in Asten in het krakkemikkige schooltje binnen de kerkmuren. In 1831 verhuizen Hendrik Klaas Gelling en Antje Berend Dethmers met hun gezin terug naar Groningen en in 1833 staat hij geboekt als onderwijzer in Bourtange. Hendrik Klaas Gelling is op 19-09-1865 te Wedde overleden en Antje Berend Dethmers is op 21-03-1883 te Onstwedde overleden en hieronder de overlijdensakte van Hendrik Klaas Gelling:

16

Op de kadasterkaart van Asten over de periode 1811-1832 staat de school nog afgebeeld als een klein gebouw binnen de kerkmuren:

Kadaster 1811-1832; G590:
School, groot 00 roede 87 el, het Derp.
Eigenaar: Gemeente

17

18

Met de komst van Franciscus Hoebens als nieuwe hoofdonderwijzer wordt in 1832 een nieuwe openbare school gebouwd voor het perceel met kadasternummer G585, precies gelegen tussen de kerk en het raadhuis en krijgt kadasternummer G875 (zie Voormalige school, G875). De school bij de kerk is kort daarna afgebroken en bij het kerkhof gevoegd.


Referenties:
  1. Resources Huygens (http://resources.huygens.knaw.nl)

  2. Onderwijs in de 19e en 20e eeuw (http://www.remery.nl/sm-remery/wetten/w1806-1846mr.html)


De meest gebruikte referenties staan in de introductie vermeld
Laatst bijgewerkt op 9 mei 2019, 09:55:02

Heemhuis, Molenstraat 10 Someren, open op dinsdag van 9 tot 12 uur en op donderdagavond van 7 tot 9 uur.
Voor bezoek aan het Archeologiehuis, Molenstraat 14 Someren, dit vragen in het heemhuis.