logo

De Vonder Homepagina


Markt 1

Deze pagina bevat de volgende hoofdstukken:

Geschiedenis

Het oude raadhuis van Asten stamt uit 1801 en wordt voor het eerst beschreven door Adriaan Brock rond 18251:

Naar alle waarschijnlijkheid was de plaats van het raadhuis voor die tijd niet bebouwd en we weten inmiddels dat het blok huizen waar het op de kopse kant is gebouwd tot 1675 niet bebouwd was (zie Koningsplein). Het ligt aan het Marktveld, zoals we kunnen zien op de kadasterkaart van Asten uit de periode 1811-1832:

Kadaster 1811-1832; G577:
Raadhuis, groot 01 roede 39 el, het Derp.
Eigenaar: Gemeente.

01

02

Het raadhuis is in eigendom van de gemeente Asten en tot september 1801 werd het koor van de kerk, gelegen op het huidige Koningsplein, als raadkamer gebruikt, zoals ook bericht in onderstaand artikel2:

Nadat de kerken in gereformeerde handen waren overgegaan, werd het overigens wél weer mogelijk om in de kerk te vergaderen. In de protestantse visie had het kerkgebouw immers geen gewijde status. Vandaar dat in het reglement op het dorpsbestuur van Asten en Ommel in Peelland uit 1719 werd bepaald dat alle vergaederingen van Schepenen ende eetstaende mannen moeten geschieden in de Raetcamere, waertoe gedesigneert is den chore der kercke, waer inne alle gemeijns affairens, reeckeningen van borgemeesters, kerckmeesters ende heijligen geest reeckeninge sullen moeten geschieden, evenwel sonder dat in deselve plaetse eenigen wijn, bier, taback ofte brandewijn sal mogen getapt ofte gebruijekt worden. De ironie wil dat met de wisseling van het wereldlijk gezag in de zeventiende-eeuwse Meierij uitgerekend het voor katholieken heiligste der heiligen, namelijk het koor, werd aangewezen als de openbare vergaderplaats bij uitstek. Het tapverbod werd dan ook niet ingegeven door de angst voor ontheiliging, maar had ten doel onbehoorlijk bestuur en verstoringen van de openbare orde tegen te gaan.

Hieronder een pentekening van de kerk van Asten van Jan de Beijer uit 1739:

03

Hieronder een foto van het oude raadhuis:

04

Rond 1890 krijgt het raadhuis door een verenieuwing van de kadasterkaart kadasternummer G1736, zoals weergegeven op de kadasterkaart rechts.

 

Bij feesten te Asten werd het raadhuis vaak versierd, zoals bij het gouden burgemeesterjubileum van Godefridus Marcellus Frencken, hieronder gerapporteerd in de Limburger Koerier van 16-04-1894.

In 1939 is dit raadhuis afgebroken om plaats te maken voor het huidige gemeentehuis. In het maandblad voor de inrichting van de gemeente-administratie3 wordt nog een in memoriam van het oude raadhuis beschreven:

Met de bouw van het nieuwe gemeentehuis aan de Markt werd in 1940 begonnen en hiernaast een ontwerpschets4.

Er was een bedrag toegestaan van ƒ 37,600 en de opening was in 1941. Op de begane grond was toen ook een onderkomen voor de brandweer en twee arrestantencellen. Boven in het front is een steenreliëf met gemeentewapen geplaatst.

Geheel rechts de kadasterkaart met het nieuwe kadasternummer G2575, waaruit blijkt dat het op de plaats van hotel 'De Arend' is gebouwd.

Bij heemkundekring De Vonder lezen we over het gemeentehuis:

Object: Markt 1.
Bouwhistorie: Particuliere bouw, bouwjaar circa 1940, verbouwingen 1965 uitbreiding, 1985 uitbreiding, 1998 plaatsen twee dakkapellen.
Gebruikshistorie: Gemeentehuis van 1940 tot heden.
Eigenaren/bewoners: Gemeente Asten.
Interview: Absoluut geen uniek gebouw, omdat er in de regio veel van dit soort gemeentehuizen zijn gebouwd. Aanvang van de bouw is 1938 en de opening was in 1941. In het gebouw zat in het begin ook de brandweer.

Over architect Cornelis (Cor) Roffelsen lezen we in de archieven nog het volgende:

In de periode 1935-1955 bestond er in de architectuur een stroming, de 'Delftse school' genaamd, die een dominerende positie verkreeg. Deze school werd gekenmerkt door een oriëntatie op de traditionele Hollandse bouwkunst van de 17e eeuw. Enkele gemeentehuizen die Roffelsen in een aantal plaatsen in de regio Oost-Brabant ontwierp en bouwde, zijn in deze stijl opgetrokken. Bij de bouw van het gemeentehuis van Asten, kreeg Roffelsen zelfs advies van de bekende architect A. J. Kropholler, die toen als een vertegenwoordiger van de traditionele stijl gold. Enkele kenmerken van de gemeentehuizen in deze stijl zijn: een afwisselend gebruik van baksteen en natuursteen, de ronde bogen boven de deuren en ramen, de zadeldaken en trapgevels, de bordestrappen, het smeedijzeren sierwerk aan de gevels en de vensterluiken.

Hieronder een foto van het nieuwe gemeentehuis:

05

In de krant Zuid-Willemsvaart van 06-12-1941 een beschrijving van het nieuwe raadhuis met daaronder twee foto's van de rond 1940 vervaardigde glas-in-lood ramen van Willem Mengelberg; links van de Astense industrie en in het midden van het oude raadhuis, geheel rechts een foto van de door Jan van Bussel vervaardigde kroonluchter uit 1900:

06

07 08 09

Het gemeentehuis is aan de achterzijde uitgebreid, maar de voorzijde is vrijwel in tact gebleven. Hieronder een recente foto en een foto van het wapen van Asten dat zich aan de bovenzijde van het gemeentehuis bevindt:

10

11

Schouten, drossaards en burgemeesters van Asten

Het dorp Asten werd van oudsher bestuurd door schout en schepenen. De schout, in het begin schoutheyt of schouteth genoemd, werd eertijds aangesteld door de heer of vrouw van Asten en was aanvankelijk een ridder. In de tijden van de overheersing door de gereformeerden, van rond 1648 tot de inval van de Fransen in 1795, werd de benaming drossaard in plaats van schout gebruikt. Daarna sprak men weer over schout en vanaf 1810 wordt gesproken over burgemeester en wethouders. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de bestuurders van Asten, zoals deze tot 1800 in het rechterlijk archief van Asten worden genoemd en vanaf 1800 op wikipedia zijn vermeld:

Periode Schout / drossaard of burgemeester Geboorteplaats en datum Overlijdensplaats en datum
rond 1465 Art Berwout ±1478
rond 1472 Goyaert Dickbyer
rond 1476 Dirc van Aelst
rond 1492 Berthout van Kessel
rond 1518 Gillis van Cronenborch
rond 1532 Jacob van Hal
rond 1539 Goessen Reynen
rond 1545 Willem van Dinter
rond 1550 Peter Janszoon van Baerle Asten 08-04-1567
rond 1560 Bernart Peterszoon van Doerne
rond 1570 Nicolaas Deenen
1586-1602 Lambert Henricx Asten ±1565
1602-1637 Glaudius Ideleth Dilbeek (B) ±1570 Asten ±1637
1637-1651 Mathijs van Hove Asten ±1603 Asten 27-06-1674
1651-1664 Dirick van den Hoevel Nijmegen ±1610 ±1670
1664-1670 Johan van Hattem Wijk bij Duurstede ±1630 Asten 31-03-1678
1670-1673 Peeter van Lith Wijk bij Duurstede 14-06-1636 Asten 08-04-1713
1673-1697 Hendrick van Winteroy Woudrichem ±1630 Helmond 18-09-1697
1697-1701 Laurens Simons 's-Hertogenbosch ±1660 's-Hertogenbosch 02-11-1701
1701-1702 Nicolaes Pauw Amsterdam 05-05-1647 's-Hertogenbosch 26-09-1702
1702-1711 Louis de Caesteecker 's-Hertogenbosch ±1649 Deurne 22-05-1711
1711-1737 Pieter de Cort ±1670 Helmond 02-07-1737
1739-1796 Jacobus Losecaat Zevenbergen 09-02-1716 Asten 21-12-1797
1796-1802 Antony Goort Lomans Asten 31-12-1751 Asten 26-09-1815
1802-1810 Theodorus Johannes Sengers Nuenen 22-06-1752 Nuenen 29-05-1817
1810-1812 Peter Jan Coolen Asten 05-04-1784 Asten 07-05-1842
1812-1821 Jan George Frencken Weert 05-11-1781 Asten 24-05-1871
1821-1829 Abraham van Nouhuijs Sint Oedenrode ±1750 Asten 10-06-1829
1829-1830 Willem Verberne* Deurne 09-02-1771 Asten 16-03-1851
1830-1844 Jan George Frencken Weert 05-11-1781 Asten 24-05-1871
1844-1904 Godefridus Marcellus Frencken Asten 16-01-1818 Asten 07-06-1907
1904-1910 Johannes Leonardus Switzar Zundert 03-11-1876 Brussel (B) 06-07-1937
1910-1944 Wilhelmus Josephus Maria Wijnen Sint Oedenrode 22-09-1880 Someren 15-08-1944**
1944-1946 Wilhelmus Johannes van Golstein Brouwers* Asten 11-04-1889 Asten 24-01-1986
1946-1967 Antonius Johannes Baptist Ploegmakers Oss 09-01-1908 Nistelrode 09-09-2001

* waarnemend burgemeester
** doodgeschoten aan het einde van de Tweede Wereldoorlog

Hieronder zijn voor elke schout, drossaard en burgemeester vanaf 1460 tot en met 1967 betrokken archiefstukken bijeengezocht, die een tijdsbeeld geven van hun beroep.

Art Berwout, rond 1465

Art Berwout wordt in de oudste archieven beginnende bij 1463 als schout van Asten genoemd:

Asten Rechterlijk Archief 54 folio 34; 22-10-1765:
Voor ons zijn in een gebannen geding tot Asten gekomen Henric van Beeringen, Jan en Peter gebroers en Koerstken van Aken wettige man en momboir van Aleit ook hun wettige zuster, zijnde wettige kinderen van Jut Henrics wettige dochter was van Stakenborch, ze waren gericht met vonnis en met recht aan een beempt of eeusel gelegen in Asten, ene zijde en einde Willem van den Eynde, andere zijde Jan Wagemekers, andere einde Jan Celen. Overmits een achterstallige pacht van 14 lopens rog en een half en waarvan de betaaldagen verstreken waren zoals ze verklaarden en dat ze met schepenbrieven bewezen hebben. Voorts hebben Henric, Jan, Peter en Koerstken deze voornoemde erfenis in dit gerecht opgedragen en maohtig gemaakt Jan Janszoon van Diesdonck en Jan heeft het opgedragen aan Aert Berwout, schout tot Asten, om in het gericht voort te varen en zo dat hij dat verkopen mag zoals recht is.
Hierna is gekomen Aert Berwout als schout en heeft Jan Jans van Diesdonck tot koopman hieraf gemaakt en heeft hem deze aangerichte erfenis verkocht zoals dat vonnis uitwijst. De Heer van het landgaal Jan erfelijk beschermen zoals recht is.

Nog geen jaar later wordt er gesproken over Art Berwout.was, hetgeen betekent dat hij is overleden:

Asten Rechterlijk Archief 54 folio 46 verso; 01-07-1466:
Luytgart Henricsdochter van der Rijt die men noemt Luytgart sPaepen, heeft met haar momboir opgedragen aan Aert Berhout, schout tot Asten twee stukken erfs gelegen in gheen Kemenay te Asten en twee stukken erfs gelegen buiten die Kemenay. Deze erfenis was Luytgard aangestorven vanwege haar ouders. Aert Berthout Roelofszoon.was heeft beloofd als principaele schuldenaar wettelijk te betalen aan Luytgart Henricsdochter van der Rijt alle jaar op Onze Lieve Vrouwdag 17 lopense rog erfpacht uit twee stukken erf bij die Kemenay.

Art Berwout werd ook wel Art Berwout Roelofszoon genoemd en was betrokken bij het opstellen van de pacht van de molen die in eigendom was van Johanna van der Leck (zie Johanna van der Leck): 

Asten Rechterlijk Archief 54 folio 56; 1467:
Thijs Dirc Gheven Smollerszoon .was met hem Jan Janszoon van Diesdonck, Everaert ook Janszoon van Diesdonck, Jan Mercelis Cremerszoon, Goyaert Verbeersdonck, Ghevart Jan Ghevartszoon, Heyn die Hoeymeker, Goyaert Willem Hermenszoon.was en Jan die Smeet Verbeeck, hebben samen beloofd als principaele schuldenaar op hun goed aan Arnt Bertwout Roelofszoon.was tot behoef van Vrouwe Johanna van Heeswijk, Dinter en van Asten, dat zij geven en betalen zullen aan voornoemde Vrouwe haar jaarpachten van de molen tot Asten die Thijs voornoemd gepacht heeft voor een tijd van 6 jaren, deze tijd begint int hoogtij van Sint Philip en Jacobus apostelen aanstaande met een jaarpacht van 57 mud rog in vier termijnen elk jaar te leveren en betalen. Elk jaar zal de eerste betaaldag zijn op 1 augustus, 1 november, 1 februari en 1 mei en dat 6 jaar lang te leveren tot Asten volgens de brieven daar over, welcke moelen den voorschreven tijt duerende houden sal tot molners rechten ende oft geboerde dat die voorschreven moeien bij versumernyssen Thijs voorschreven aff bornde oft neder viel, dat dan Thijs voorschreven ende sijn mede gelovers die voorschreven moeien alsdan weder op maken sullen ende doen maken alsoe goet als Thijs die aenvaerden sal, behoudelijke Thijssen voorschreven of men aen die voorschreven moelen anders tymmeren moest dat Art voorschreven van der voorscheven Vrouwen wegen dat doen sal oft doen doen op hoeren cost sonder costen Thijs voorschreven ofte sijnen medegeloevers ende oft myds sulcker tijmmeringen die voorschreven moeien langer stylstaende dan drie daghe dat Thijs voorschreven dat afslach doen sal van den voorschreven pacht na avenant van der tijt.
Item Thijs voorschreven sal alle coren comen op ter molen dat men besurgen sal op ten huyse der Vrouwen voorschreven van Asten tot Asten gelegen den voorschreven thijt duerende malen sal sonder molster ende alle ander coren ten moeien voorschreven comende malen sal ofte molsteren dat 24ste deel ende al sonder argelyst.

In 1478 wordt Art Berwout genoemd als kastelein, ofwel hij was kasteelheer en woonde waarschijnlijk op het kasteel van Asten:

Asten Rechterlijk Archief 54 folio 83; 05-10-1478:
Art Gheldenszoon Vermeer en Joest Everaertszoon van Diesdonck, hebben beloofd gezamenlijk een voor al wettelijk te betalen aan Art Berwout castelleyn tot Asten op Onze Lieve Vrouwedag naastkomend 25 peters. 

Nader onderzoek naar Art Berwout toont aan dat hij ridder was, veelvuldig schepen in 's-Hertogenbosch en door Peter de Vertaing, neef van Johanna van der Leck (zie Peter de Vertaing), waarschijnlijk naar Asten is gehaald. Peter de Vertaing was in die tijd hoogschout over de stad 's-Hertogenbosch en over de Meierij. Hieronder het artikel in Taxandria en zijn schepenzegel5:

Art Berwout was getrouwd met Heilwich Roesmont en is in 1478 overleden.

Goyaert Dickbyer, rond 1472

Goyaert Dickbyer wordt rond 1472 als schout van Asten genoemd, stond ook bekend als kastelein en was eveneens betrokken bij de pacht van de molen van Johanna van der Leck, vrouwe van Asten (zie Johanna van der Leck):

Asten Rechterlijk Archief 54 folio 125 01-05-1472:
Jan Gheritszoon van der Hoven, Gherit Verhoven sijn vader, Art Gherits voorschreven soen Verhoven ende Jan Verhoven, Jan ende Everit gebruers Janssoen van Diesdonck.waeren, Art Gheldenssoen van der Meer.was, Heyn Heynen Duysterszoon.was ende Heyn Henrics Hanenzoon.was ende hebben geloeft gesamenderhant ende een voir al als principaele sculders op hon Goyarden Dicbier, casteleyn tot Asten tot behoef Ons edeler liever ende sonderlinghe zeer ghemynder vrouwen Vrouwe Johanna van der Leek Vrouwe van Heeswijc, van Dinter ende van Asten, dat sij wittelyc ende wael gheven ende betalen sullen deser ende onser voorschreven liever vrouwen voir die Jaerpachtinghe van honre molen tot Asten, die Jan Gheritszoon Verhoven voorschreven ghejaerpacht heeft teghen onse voorschreven Vrouwe enen tijt van acht Jaeren deen na den anderenvolgende welcken tijt beghinnen ende aengaen sal int hoechtijt van Sinte Philips ende Sint Jacops den apostelen naestcomende int jaer 1472 in elcken voorschreven jaer enen jaer pacht van 57 mud rogs der maten van Asten tot vier termijnen elcs jaers te leveren ende te betalen ende dair af sal wesen elcs jaers den iersten betaeldach altijt op den iersten dach der maent van augusto voir dat ierste vierde deel van den voorschreven pacht ende dat ander vierde deel opten iersten dach der maent van november ende dat derde vierde deel opten iersten dach der maent februario ende dat vierde vierde deel opten iersten dach der maent van meye ende soevoert die voorschreven spacie van acht jaeren duerende ende tot Asten te leveren mids ocsuyn der hueren van den voorschreven molen die Jan metten voorschreven voir ghenoempte gelovers teghen onse Vrouwe voorschreven ghejaerpacht heeft gelijc voorschreven is, welck molen voorschreven Jan voorschreven ons den voorschreven tijt duerende houden sal tot mollers rechten ende ofte geboerde dat die molen bij versuymenysen Jans voorschreven af borden of neder viel dat dan Jan ende sijn mede gelovers die molen als dan wederop maken sullen of doen maken alsoe goet als se Jan die molen aenvaen sal behoudelijcke Jannen voorschreven of men aen die molen anders tymmeren most dat dan Goyart voorschreven van onse liever vrouwen weghen dat doen sal of doen doen op hoeren cost sonder costen Jans voorschreven of sijn mede gelovers ende of mids sullen tymerenghen die molen langher stil stonde dan drie daghe dat dan dat Jannen voorschreven afslach doen sal van den voorschreven pacht navenandt van der tijt.
Item Jan voorschreven sal alle coren comende op den molen voorschreven dat men besurghen sal opten huyse der voorschreven vrouwe van Asten tot Asten gelegen den voorschreven tijt durende malen sal sonder molster ende alle ander coren totter voorschreven molen comende malen sal ende molsteren dat vier en twintichste deel ende al sonder enighe argelist.
Item Gherit van der Hoven Jan ende Art sijn soen hebben dees voorschreven megelovers geloeft quijt ende ongehauden te hauden van alle costen ende commer die hen van diere voorschreven geloefden tot engher tijt sal mogen comen op hon.

Goyaert Dickbyer ontvangt ketelgeld van de brouwers:

Asten Rechterlijk Archief 55 folio 20 verso; 1472:
Gherit van den Borlaer, Aert die Haen en Emont van der Ven verklaren dat Art Verhoeven beloofd heeft aan Goyart Dickbyer de casteleyn tot Asten dat hij hem betalen zal dat ketelghelt ten jaer ofte vyerdel jaers alsoe verre als die schouteth begeert off behoeft ende off dat sake weer dat Art voorschreven dat ghelt nyet gekrijgen en cost van der brouwer dat hem dan die Heer bijstant doen soude metten recht met Aert voerschreven die sal ierster en die ghene porren met recht die daer weer spenich in sijn Item die somme is 9 peters.
Item dese gheloefte is gheschyet Sintten Jacopsmys int jaer doen men screef twee entseventych.

Goyaert Dickbyer bemiddelt bij een erfdeling:

Asten Rechterlijk Archief 55 folio 31; 1474:
Henric Weynenzoon van Omel als man van Johanna zijn vrouw Heer Willems van Neerven wettige dochter was die hij wettig verkregen had bij Aleit Jansdochter van Os en Kathelijn natuurlijke dochter van Kathelijn ook Heer Willems en Aleyt voornoemd wettige dochter met momboir hebben samen begeert aan Goyart Dickbyer, schout tot Asten, te vragen een erfdeling van alzulke erfrogge als Heer Willem en Aleyt in bestorven zijn. Henric en Kathelijn zullen samen delen in de helft van de gehele erf rog. Henrick verklaart dat Kathelijn met hem zal delen de twee gedeelten van de ander helft van die erfrog en dat derde deel dat zal Eyken Ghijsbrechtsdochter van Wiset hebben die hij Ghijsbrecht wettig verkregen had bij Lysbet ook een wettige dochter van Heer Willem en Aleit voornoemd.

Naast de familie Dicbier in Mierlo leefde te 's Hertogenbosch een ander deftig geslacht onder dezelfde naam, waarvan meerdere leden in de 15e eeuw in de schepenbank zaten. Als stamvader verschijnt op het einde der 14e eeuw Goyart Dicbier. Deze Bossche Dicbier's voerden 3 heiblokken in hun wapenschild. De vermoedelijke nazaat Goyaert Dickbyer was ook een bekende van Peter de Vertaing (zie Peter de Vertaing) en wordt in 1484 genoemd als gasthuismeester. Linksonder deze referentie en rechtsonder zijn schepenzegel ten tijd dat hij sechepen van 's-Hertogenbosch was6.

Dirc van Aelst, rond 1476

In het rechterlijk archief van Asten wordt Dirc van Aelst genoemd als kastelein en schout van Asten:

Asten Rechterlijk Archief 55 folio 116 verso; 15-10-1476:
Beerthout van den Wyer, Ghoyart van Lanckvelt, Merten Clompemeker en Dirc van Aelst. Item Beerthout van den Wyer van Maestryecht ende heeft opgedragen ende overghegeven ghem echtych ende mechtych ghemaeckt Goyart van Lanckvelt, Merten Clompemeker ende Dircken van Aelst, casteleyn ende schouthet van Asten alle alsolken somme van pennynge metten scepen bryeven die hij daeraf hadde als Meester Jan Jans Smedssoen van Dyesdonck wilner was die men heyt Meester Jan die Clokmeester voortijds gheloeft hadde Claessen van Aebel oec van Maestryecht was in scepen bryeven van Asten, te weten die somme van hondert rijnsse gulden ende twelfte halven te betalen ende Beerthout voerschreven set Goyart voerschreven ende Merten ende Dircken voersschreven daeraf in sijn etat ts maenen ende te boeren ten selven daeghe nae utwijsen den Principaele scepenbrief daer Meester Jan voerschreven Claessen in gheloeft hadde die voerschreven.

In 1479 doet hij een belofte aan Heylwich:

Asten Rechterlijk Archief 56 folio 26 verso; 21-03-1479:
Dirc van Aelst heeft beloofd als principael schout te betalen aan Heylwich Arts huisvrouw Verberschit een mander rog jaarlycx op Onze Lieve Vrouwe dag zo lang als Heylwich leven zal en dan zal Dirc dat mander rog kwijten en afleggen met 10 peters. Datum 21 dagen in meert.

Verder onderzoek naar Dirc van Aelst heeft tot dusverre nog niets opgeleverd.

Berthout van Kessel, rond 1492

Berthout van Kessel is geboren rond 1440 als zoon van de Somerense Heer Johann van Kessel en Theodora van Baexen. Op basis van archiefgegevens had hij drie natuurlijke zonen:

# Voornaam Geboorte Huwelijk Overlijden Referentie
1 Willem ±1475 ±1508
Beatrix van Gerwen
±1541 zie Antoniusstraat 47
2 Gielis ±1477 Priester ±1550
3 Dirck ±1480 ±1510
Aleit Maesken Maes
±1550

Berthout van Kessel is maar kort schout van Asten geweest en komt slechts eenmaal voor in de archieven:

Asten Rechterlijk Archief 58 folio 6 verso; 21-02-1492:
Berthout van Kessel scoutheyt tot Asten ende rentmeester ons lieven ende zeer gemijnden joncker Berthout Back, heere tot Asten gedredt hom een conde in enen gebannen gedinghe aen Heer Weynen van Heze, priester, die daertoe gedaecht is van Philips Merceliss van den Borlaer, clerck ende coster tot Asten, van des archigaliens wegen van Ludiek, na inhoudt synen brieven ende aen Mercelis van den Borlaer clericus of sij daer nyet bij ende over gesten en hebben, dat Metken Wilm Swertsdochter was quyt gescouwen en heeft aen die handt Heer Henrics Bruynen, priester ende notarijs des hoefs van Ludiek, van hoeren magedom ende eren daer hij heef af heeft gehadt, als sij sede ende van alle toeseggen dat sij tot hom hadde ende dit gesciede int jaer ons heren 1491 den 25sten dach in sporkel of daer ontrent in oirconde der waerheyt. Soe hebben Heer Weyn voerschreven alst behoert ende Mercelis op sijnen eet getuycht dat sij daer bij ende over gestaen hebben, dat dit aldus gesciedt is vuyt maninghen des scoutheyden in enen gebannen gedynge anno 1492 den 21sten dach in sporkel, ut supra forma. Item sij ontfynck van Jan den moller 26 peters ende hoer moder 2 peters.

Berthout van Kessel is vermoedelijk kort daarna overleden.

Gillis van Cronenborch, rond 1518

Van Gillis van Cronenborch is slechts een archiefstuk bekend waarin hij schout van Asten wordt genoemd:

Asten Rechterlijk Archief 59 folio 9; 30-09-1518:
Anno 1518 zo heeft de schout van Asten Gillis van Cronenborch een vre geheyst ende begeert ut begeerte van partijen ende vanden Heer tusschen dien van Lier ende Jan Heynen kijnder eerst Tijsken Heynen ende die selve Tijsken dat weygerde in presentie die scepenen in de dinckbanck in october. Item binnen 14 dagen daernaer dien schoutet voornoemd bettende de vierscaer met sijn scepenen ende alle Jan Heynen en die schout aldoen wederom een vree geheyst ende die selve Jan Heynen alsdoen weygerde den Heer.

Verder is bekend dat hij een zoon met de naam Frans heeft:

Asten Rechterlijk Archief 60 folio 130 verso; 26-09-1536:
Frans Gieliszoon van Cronenborch heeft vertegen op alzulk goed, roerend en onroerend als deze Frans aangestorven mocht wezen van de dood Katharina Goort Melisdochter en dat tot behoef van Jan Janszoon van den Goer.

Jacob van Hal, rond 1532

Over Jacob van Hal is weinig bekend behalve dat hij in twee archiefstukken als schout van Asten wordt genoemd:

Asten Rechterlijk Archief 60 folio 44 verso; 21-07-1530:
Jacop van Hal, schout tot Asten, verkoopt aan Jan Jan Jacopszoon een huis, hof en hofstad int dorp, ene zijde Jan van Lierop, andere zijde Gerit Smollers, ene einde Gerit Dries Seelmans, andere einde de gemeynt. Vrij behalve een oort stuiver cijns en 25 stuiver jaarlijcx aan Hanrick Baten.

Asten Rechterlijk Archief 60 folio 82 verso; 05-09-1532:

De erfgenamen van Yken Honsnase geven procuratie aan Jacop van Hal, schout tot Asten, en aan Mercelis Alarts. Item nog zetten dezelfde erfgenamen in handen van Alart een mud rog dat Aert van Best en Aert Vernebben gilt moeten betalen en dat voor alle schrijfkosten als het nodig is.

Goessen Reynen, rond 1539

In het rechterlijk archief wordt Goessen Reynen genoemd als schout rond het jaar 1539. Hij is mogelijk dezelfde persoon als Goessen Reyners van den Venne, die kort daarvoor veelvuldig in de rechterlijke archieven van Someren voorkomt. In 1538 wordt hij de eerste keer als schout in Asten genoemd:

Asten Rechterlijk Archief 60 folio 147 verso; 08-02-1538:
Anna van Omel heeft geconstitueerd Meester Goesen Reynen, schout, en Joest Tripmekers.

Goessen Reynen is ook betrokken bij de verpachting van een stuk Peel door van Reinoud Brederode (zie Reinoud van Brederode) aan Vlierden:

Asten Rechterlijk Archief 60 folio 150 verso; 12-05-1537:
De schout tot Asten in de naam en vanwege Heer Jonker van Brederode en de schepenen, kerkmeesters, heilige geestmeesters en naburen van Asten, hebben verkocht aan het dorp Vlierden 20 1⁄2 lopense moers gelegen in de gemeente Asten zoals gemeten en getekend, om hon te torven ende bruycken eenen tijt van 20 jaer als naestcomende maent waeraf dat ierst jaer aen is gegaen int jaer 1537 ende soe voert vervolgen de 20 jaeren, met voorwaarde dat sij varen sullen oever die gemeynt ende niet doer die ecker ende oeck dat sij mogen op onsen gemeynten honnen torf setten tegen hon velt ende manierlich te varen ende drijven soe dat behoert. Item die baen die doer die velt geet is twe roeyen breet ende soe breet sullen sij die laten ende nyet onder hoelen en sallen al sonder arglist. Actum 12 mei 1537.

De laatste keer dat we Goessen Reynen als schout van Asten tegenkomen is in 1539:

Asten Rechterlijk Archief 60 folio 164; 1539:
Gerart van Lier Janszoon belooft aan Mathijs Jan Heynen alle kosten te voldoen daar Goesen Reynen, schout in Asten, volgens akte 19 juni 1539 voor schepenen.

Goessen Reynen woonde in Asten en komt nog voor in de archieven, maar onbekend is of dat in de hoedanigheid als schout is:

Asten Rechterlijk Archief 61a folio 78 verso; 1546:
Joest Goessenszoon van Vee verkoopt aan Goessen Reynen en Katlijn zijn vrouw, een lijfrente van 20 gulden jaarlycx op Onze Lieve Vrouwe Lichtmisdag verschijnend de een helft op Sint Jansbaptistendach in midsoemer alzoe lange als Goessen oft Katlijn voirschreven ennich van hen beyden leven sullen in menschelicker natueren ende nyet langer, van ende wuyt een huis, hof en erfenis omtrent die molen neven erfenisse Jan sHanen ten eender sijde ende erfenisse der kercken van Asten ten ander sijden, streckende van die gemeynen straten op erfenisse Maes Jan Geritszoon; een stuk land en groese aaneen gelegen, ene zijde Reyner Wychmoets, andere zijde en einde de weg, ene einde de Heer van Asten. De onderpanden zijn los zonder den cijns van den grond en 3 mud rog.

Willem van Dinter, rond 1545

Willem van Dinter wordt in 1555 genoemd als eerdere schout van Asten en verder is er niets over hem bekend:

Asten Rechterlijk Archief 63 folio 64 verso; 13-02-1555:
Op het verzoek dat Willem van Dinter gerechtelijk heeft gedaan aan de schepenen dezer bank aangaande Mathijs Jan Heynen. Zo heeft Willem begeert van de schout, dat hij de heren schepenen manen zoude, zodat hij tot voldoening zou mogen komen volgens het uitwijzen van de gelofte voor de schepenen gepasseerd zijnde en de schepenen gemaand zijnde hebben gewezen voor recht dat men Willem van Dinter, schout in zijnder tijd tot Asten, richten zou aan Mathijs Jan Heynen of zijn goederen ter plaatse alwaar hij ze vindt als recht is.

Peter Janszoon van Baerle, rond 1550

Op basis van onderstaand archiefstuk vermoed ik dat Peter Janszoon van Baerle rond 1550 schout van Asten is geweest:

Asten Rechterlijk Archief 63 folio 28; 04-04-1568:
Peter van Baerle schoutet in sijndertijd tot Asten is van leven ter doot gecomen den 8ste dach in april nae der noenen anno 1567 stilo van Brabant, gelijck wij schepenen tselve gesyen ende hebben hoiren leesen dat Jan Joesten custer van Asten in sijns dootboeck alsoe als voirschreven opgetekent hevet. Fecimus certificationen, actum den 4de april anno 1568 stilo van den Bosch.

Peter Janszoon van Baerle woonde in Asten blijkens onderstaande gegevens:

Asten Rechterlijk Archief 63 folio 81 verso; 14-05-1555:
Peter Janszoon van Baerle verkoopt aan Peter Andries Smolders een cijns van 6 vaten rog op Lichtmisdag, uit al zijn goederen, zijnde een huis, hof en hofstad int dorp, ene zijde Henrick, andere zijde en ene einde Jan Maes Danielszoon, andere einde de straat. Peter Andries Smolders belooft dat Peter Janszoon van Baerle mag lossen met 18 gulden.

Asten Rechterlijk Archief 61 folio 5 verso; 15-04-1556:
Peter Janszoon van den Baerle belooft te betalen aan Dirck op Houbraken de som van 52 gulden nu Sint Jansmis aanstaande te betalen; als Peter niet betaalt dan is hij schuldig om op Sint Jansmis over een jaar te betalen met een pacht van 6 gulden. Betaalt Peter nog niet, zo belooft Reyner Wijchmoets dat hij aan Dirck die 52 gulden zal betalen.

Peter Janszoon van Baerle was getrouwd met Sophia Reyner Wijchmoetsdochter en had zeven kinderen. Hij heeft zijn gezin in de steek gelaten en zijn zoon Jan is genoodzaakt om goederen te verkopen:

Asten Rechterlijk Archief 62a folio 98 verso; 25-02-1562:
Jan Peterszoon van Baerle mede sterk voor 6 kinderen achtergelaten en verwekt door Peter Jan Peterszoon van Baerle bij Sophia Reyner Wijchmoetsdochter en Anthonis Henrick Wijchmoets mede voor de 3 kinderen verwekt door Henrick Vissers bij Haedewich Reyner Wijchmoetsdochter en Anthonis Reyner Wychmoets zelf en ook voor Meester Adriaen van Vossenhoelen en voor Jan een broer van Adriaan, alles volgens een procuratie de dato 16-02-1562 stilo Brabant die dat allemaal inhoudt en samen met Maria Reyner voorschreven dochter, verkopen aan Anthonis Jan Gerardtszoon een huis, hof, hof stad, land int dorp, ene zijde Bonaventura Verweyden en anderen, andere zijde Dirck Wouter Loeyen en anderen, ene einde de Heer van Asten en Frans Wouter Loeyen, andere einde de straat; een stuk groese achter Onstaeden, ene zijde het Sint Aechten-altaar erfenis, andere zijde Henrick Jacops, ene einde Aert van Diepenbeeck, andere einde Joorden Claeuss; een stuk groese met land die Eynde, ene zijde Merchelis van den Eynde; andere zijde de Heer van Asten en anderen, ene einde de weg; een stuk groese in die Haesseldonck, ene zijde Henrick Jan Jacops en Ysbout Merchelis Ysbouts, andere zijde Jan van den Hoeck, ene einde de Aa, andere einde Pauwel Merchelis van den Eynde. Los behalve de cijns van de grond en 18 vaten rog aan de Heilige Geest tot Asten en nog de helft van 54 cop rog, met de wegen die daar met recht in geweegd zijn en ook met alzulke boeten aan de Heer van Asten staande en ook nog 4 1⁄2 gulden staande te lossen.

Asten Rechterlijk Archief 62a folio 99 verso, 25-02-1562:
Jan Peterszoon van Baerle mede voor de 6 achtergelaten kinderen van Peter Jan Peterszoon van Baerle verwekt bij Sophia Reyner Wijchmoetsdochter verkoopt aan Jan Thomas Daniels een huis int dorp, ene zijde de koper, andere zijde de atraat, ene einde Henrick Touwens erfgenamen, andere einde de koper.

Peter Janszoon van Baerle is op 08-04-1567 te Asten overleden.

Bernart Peterszoon van Doerne, rond 1560

Bernart Peterszoon van Doerne is geboren te Deurne rond 1520 als zoon van Peter Gevardszoon van Doerne en Catharina Goyaerts Verbeersdonck7. Vanaf 1554 komt hij voor in de rechterlijke archieven van Asten:

Asten Rechterlijk Archief 63 folio 75; 20-03-1554:
Mechtelt Roefs met Jan Jacops als haar momboir verkoopt aan Bernard van Doerne 5 malder rog maat Zomeren, dewelke Jan Verstraeten nu geldende is en verder met alle brieven. Bernard Peterszoon van Doerren belooft dat hij aan Mechtelt Roefs nu Lichtmisdag aanstaande de som van 143 gulden zal betalen.

Het kan zijn dat Bernart Peterszoon van Doerne in Deurne is blijven wonen of hij woonde in het huis dat hij in 1557 kocht:

Asten Rechterlijk Archief 62 folio 4; 15-02-1557:
Henrick Wilmszoon van Goirl en Jan van Thoen beiden wettige erfgenamen van Wilm van Goirle en Agnes zijn vrouw hebben samen verkocht aan Bernard Peterszoon van Doeren een huis, hof en hofstad en erfenis int dorp zoals dat Peter Wilmszoon Vereynseldonck aan de voornoemde verkopers verkocht had en Peter die erfenis met vonnis en recht had opgewonnen. Vrij behalve de cijns van de grond en nog een sester rog; verder nog 3 gulden jaarlycx die Peter Vereynseldonck de verkoper daar jaarlijks in heeft.

In 1556 wordt Bernart Peterszoon van Doerne als schout van Asten genoemd:

Asten Rechterlijk Archief 63 folio 143 10-02-1556:
Frans Wouter Loeyen heeft bekend dat hij de schout van Asten, Bernard van Doerne, de som van 140 gulden schuldig is; de betalingsdag is verstreken.

Asten Rechterlijk Archief 63 folio 147 verso; 25-02-1556:
Heden zijn voor ons schepenen der dingbank van Asten verschenen de eerbare manspersonen Bernard van Doeren en Philips van den Eerghe respectievelijk schoutet en vorster der voorschreven bank en hebben gerechtelijk op hun eed die zij bij het aanvaarden van hun ambt afgelegd hebben, getuigd en verklaard naar aanleiding van zekere ondervragingen hen vanwege Joest Gerartszoon van de Goor schriftelijk voorgehouden, betreffend een arrestatie van Gerard van Brey. De schout en vorster voornoemd verklaren hierover dat Joest alhier in de heerlijkheid Gerard van Brey heeft laten arresteren op de vierde of vijfde dag van februari 1556 stilo brabant. Alsdoen Gerart den deurwerder met hem hadde gebrocht, welcke arrestamente geschiede aengaende zekere costen die Gerard voorschreven ten huize van Joesten voorgenoemd verteert ende afgesproecken hevet gehadt als Joest vercleerden, ende soe heeft Gerard ter selver tijt sijn vorste vingheren geleeght op die roede daer aenen sweerende endesekerende dat hij Gerardt ten naesten gerechtsdach wederomme inne soudt coemen in deze voorschreven bancken ende soude den gewijsden, ten eynde van den saeken voldoen ende is alsoe doer die uitgegaen ende gerelaxeert geweest ende want dan goddelyck ende redelyck is den waerheyt gethuigenisse te gheven.

Ook over de periode 1557-1560 is Bernart Peterszoon van Doerne schout van Asten:

Asten Rechterlijk Archief 62 folio 3, 09-03-1557:
Bernart Peterszoon van Doerren, schout tot Asten, als momboir en voogd over de onmondige kinderen van Joerden Broeckmans en Geertruy zijn wettige vrouw, verkopen samen aan Jan Jan Jacops onze mede-schepen een cijns van 2 gulden 5 stuiver en de helft van een rente van 4 1⁄2 gulden. Deze rente van 4 1⁄2 gulden was Geertruy en haar kinderen aangekomen van Joerden Broeckmans voornoemd. Joerden had die verkregen van Jan Jans Grootenzoon met de voorwaarde dat Joerden alle wettige schulden zou betalen, die Jan die Groot schuldig was samen met zijn zuster. Deze 4 1⁄2 gulden waren Jan aangestorven vanwege Margriet zijn zuster en Margriet had die van Anna haar dochter en Anna had die aangestorven gekregen van Lijske van Onstaeyen, staande en gegoed in een huis hof en hofstad te Omel met nog een beempt erbij, zoals dit blijkt uit een koopbrief waarin Henrick Aert Vrienszoon beloofd had die cijns te gelden. Testes Jan Thielis en Goort Daniels.

Asten Rechterlijk Archief 63 folio 183; 1558:
Bernart van Doerne, schout van Asten, en met hem Merten Ysbout Ceelenzoon verklaren dat Jan van Thoer gezegd had dat Ida weduwe Jan van Asten 3 achterstallige pachten schuldig en ten achter was.

Asten Rechterlijk Archief 62A folio 60; 27-11-1560:
Jan Joest Ysbouts verkoopt aan Bernard van Doerne, schout tot Asten, een stuk hooibeempt int Swartbroeck, ene zijde de verkoper, andere zijde Frans Wouter Loeyen, ene einde Willem Gobbels erfgenamen, andere einde Claes van Otterdijck erfgenamen. Bernart van Doeren belooft dat hij aan Jan Joest Ysbouts nu Lichtmis aanstaande voor elk lopense hooiveld de som van 36 gulden teynden maet teynden gelt zal betalen. Jan heeft daarop reeds 31 gulden ontvangen. Frans Wouter Loeyen verkoopt aan Bernart van Doeren schout tot Asten een stuk hooibeempt int Swartbroeck, ene zijde de koper, andere zijde de erfgenamen Dirck van Otterdijck en anderen en ofte ennighe cijns in gegront ware, altijt te corten daervan nae den 30sten penning. Frans Wouter Loeyen belooft aan Bernart van Doeren nu Lichtmis aanstaande over een jaar de som van 30 gulden te zullen betalen.

Bernart Peterszoon van Doerne wordt daarna tot 1569 in de archieven van Asten genoemd, al is het niet duidelijk of hij al die tijd schout van Asten geweest is:

Asten Rechterlijk Archief 62 folio 79; 04-11-1561:
Anthonis Peterszoon van Weerdingen belooft aan Bernard Peterzoon van Doeren van nu Kerstmis aanstaande over een jaar de som van 244 gulden te zullen betalen.

Asten Rechterlijk Archief 62A folio 163 verso; 1567:
Dirck Ghielis verkoopt aan Bernard van Doeren een stuk land aan die moeien, ene zijde Anthonis Joesten, andere zijde het erf van Onze Lieve Vrouwe-altaar, beide einden de gemeyn molenwegen.

Asten Rechterlijk Archief 65 folio 49 verso; 23-03-1569:
Eodem hebben de schepenen door manisse van de schout gewezen voor recht ter instantie en verzoek van Bernard van Doeren, dat hij mag inzien stukken over vonnis die Willem Jan Ysermans tegen Bernard had geproduceerd. Ten verzoek van Bernard van Doeren hebben de schepenen vonnis gewezen. 

Zeker het laatste archiefstuk doet vermoeden dat er een andere schout in Asten is en in het archief wordt Nicolaas Deenen genoemd.

Nicolaas Deenen, rond 1570

In 1573 wordt bij een transactie van de Heer van Asten, Reinhoud van Brederode, Nicolaas Deenen genoemd als schout van Asten:

Asten Rechterlijk Archief 66a folio 5 verso; 22-09-1573:
Onsse ghenadighe ende welgeboiren Heeren Reynhart gheboiren Heeren tot Brederoede, Cloetinghen der landen van Vossholl, Rewich en Asten heeft well wettelicken ende erffelicken vercoft opgedraegen ende midts eenen helmelinghe daerop vertijdende oever­gegeven Nicolaessen Deenen scholteth tot Asten, huys hoff ende hofstadt met allen, sijnen toebehoirten gelegen binnen der heerli­cheyt Asten ontrent der kercken met ter eender zijden beneffen den kerckhoff met ten andere sijden beneffen erffenisse Joachims Bolle­ken, streckende van der gemeynder straeten op erffenisse Dirck sVossen. Item alnoch een stuck lants daerontrent gelegen met ter eender sijden neffen erffenisse der vicarijen van Asten met ter andere sijden ende den eenen eynde dye ghemeynen straeten ende met ten anderen eynde streckende op erffenisse Peeters Haenen tot Soemeren floss ende vrij vuytgen drye vaeten rox daervoer jaerlicks vuytgaende. Ghelovende onsse ghenadigher ende welgeboiren Heere voirschreven 't voirschrevene vercoopen opdraegen oevergeven ende vertijden euwelich vast stedich ende van werden te halden ende werscappen super se et sua omnia habita et hab da prout in debita forma. Ita est Gort Wylem Gortssoen ende Jan Jan Thyelenssoen Kronenbroek (voormalig oud adellijkheid in Kennemerland bij Alkmaar).

Verder wordt hij niet bij name genoemd, behalve als overleden buurman van een huis in 1590. 

Lambert Henricx, 1586-1602

Lambert Henricx is geboren rond 1565 en rond 1590 getrouwd met Aleydis en hieronder hun gezin:

# Voornaam Geboorte Huwelijk Overlijden Referentie
1 Johannes Asten ±1593 Asten ±1620
Jenneken Jan Maes
Asten ±1640
2 Elisabeth Asten ±1598 Asten ±1620
Godefridus Gosewini
Asten 16-09-1676

Lambert Henricx woonde aan het huidige Koningsplein (zie Voormalig huis G591) en is rond 1600 schout van Asten geweest:

Asten Rechterlijk Archief 4 folio 476; 19-01-1600:
Lambert Henricx, schout, Willem Janssen van den Bergh, borgemeester, Jan Henrickx, Jan van Reest, Jan Houtvens en Marten Dericx, schepenen zij beloven, dat zij kost- en schadeloos zullen houd en, Mathijs Aerts, borgemeester, en Joost Verlynden, schepen, van het geld dat zij te Eyndhoven van Jan van den Hovel hebben opgenomen waarvoor Mathijs van Taterbeeck geloefft heeft. Lambert Verrijt vice secretaris 19-01-1600.

Claudius Ideleth, 1602-1637

Claudius Ideleth volgt Lambert Hendricx op als schout van Asten. Claudius Ideleth is geboren te Dilbeek (B) rond 1570 als zoon van Jan Ideleth en Anneken van Berkel Goessens. Hij is rond 1595 getrouwd te Dilbeek (B) met Anna Laureijs van Weremont, geboren te Dilbeek (B) rond 1570. Hieronder het gezin van Claudius Ideleth en Anna Laureijs van Weremont:

# Voornaam Geboorte Huwelijk Overlijden Referentie
1 Wolfert Asten ±1600 Asten ±1630
Elisabeth van Helmont
Asten 23-09-1674 schout van Someren
zie Voormalig huis G440
2 Jan Asten ±1606 Deurne ±1633
Anna Hens Peter Goossens
Deurne ±1637 van 1626 tot 1637
secretaris van Deurne

Op basis van onderstaande archiefstukken kunnen we opmaken dat Claudius Ideleth al in 1602 in Asten is komen wonen:

Asten Rechterlijk Archief 67 folio 127 verso; 27-04-1611
Thomas Ariaen Willems getrouwd met Anna, dochter Valentijn Severijns en Cristina. Hij verkoopt aan Claude Ideleth, schout, zijn deel in huis, hof, hofstad en land. Een en ander volgens de koopbrief waarin Anna en Cristina, haar moeder, het aan hem, schout, op 08-08-1605 verkocht hebben.

Asten Rechterlijk Archief folio 202 verso; 11-02-1613:
Jan Jacobs van de Cruys mede voor zijn vier kinderen verkoopt aan Anthonis Thonis Verhyndert land in de Stegen, ene zijde Jacob Jacobs van de Cruys, andere zijde die Koystraet, ene einde de verkoper, andere einde het Convent van Bynderen. En wordt betaald door de koper met ƒ 7,- per jaar. Welke op 11-05-1602 is verkocht door Willem Janssen van den Berch aan Glaudius Ideleth en op 19-03-1607 aan hem, verkoper, is overgedragen.

Het is vooralsnog niet bekend waar Claudius Ideleth in Asten heeft gewoond. Als schout moest Claudius Ideleth optreden tegen mensen die agressief werden als de belastingen werden geïnd:

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 12-04-1617:
Glaudy Ideleth, schout aanlegger contra Goyart Jan Goyaerts en Hendrixken, zijn vrouw gedaagden:
Nadat de thiendenaers naar behoren hadden getient alzo dezelfde tienden uitgezet is die voorschreven Hendrixke met furiusen gelaete ende bij feytelijcke voorstel coemen geloepen settende de selve thienden wederom bij dandere tijlen. Hendrixken is verder met haar man bij puer gewalt de selve thiendenaers, hebbende in henne handen een dorsvlegel daermede doende hen besten deselve thiendenaers te slaen, gelijck sij onttwijsselijck soude hebben gedaen soo verre sij nyet en waeren opgeheert geweest. Item accumulerende dene delicte alsoe op dandere en hebben hennen huyshont los gelaeten ende getroeft op deselve thiendenaers alsoe dat den selve hondt hen oyck in het beene heeft gebeten.

Claudius Ideleth kreeg ook te maken met een moordpartij tijdens een spelletje kegelen, omdat de dader in zijn oor was geknepen:

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 01-05-1620:
Claudi Ideleth, schout aanlegger contra Aert Jan Aerts delinquent. Getuigenverhoor op den dootsteeck die Aert Jan Aerts heeft gedaen aen Aert Gielis.
Of het waar is dat op 26 april 1620, na de middag, in Uw presentie met de keechelen hebben gespeelt, op die straet ontrent Aert Heer Martens Aert Jan Aerts den schoonsoon Roelant Dircx en den soon van Merry Aert Gielles, genoempt Aert. Dat sij tegen den anderen twistighe woirden gekregen hebben in het spelen om het verschil van den negenmenneken, dat Aert Jan Aerts heeft getrocken vuyt sijn boxen een voumes en heeft Aert Merry Gielenssoon een swaeren steeck gegeven in sijn rechterhant. Dit ter Uwer conde?
Jan Laureyns, oud ontrent 52 jaeren verklaart dat hij er bij is geweest en heeft gezien dat Aert Jan Aerts een voumes heeft gehadt in sijn hant dat hij sijnen duym hiel op het voumes dat nyet toe en soude vouwen. Hij heeft verder gezien dat Aert, de schoonzoon, van Ruelen Dircx de steek gaf aan Aert Merry Aert Gielis in zijn rechterhand, dat het bloed er uitsprong. Aert is metten steeck gaan lopen terwijl de dader riep: "Hadde ick hem noch hier ick soude hem voirts coudt maecken". Getuige verklaart verder dat Tuens Verhyndert soon Aert ook er bij stond en tegen hem, getuige, zei: "Ick sal nyet segghen dat ick gesien hebbe dat Aert den steeck heeft gegeven".
Cathelijn, vrouw van Aert Heer Aert Martens, 40 jaar heeft, gezeten voor haar deur, gezien dat haar neef Aert van Merry Aert Gielis, zeer bloedende, kwam voorbij gelopen achtervolgd door de schoonzoon van Ruelen Dircx met een bloot mes in sijn hant, soo haer dochter, dat sij viel in onmacht van haar selven.
Mathijs Joost Joachims, 30 jaar verklaart dat hij is gegaan naar het huis van de moeder van de gewonde en vandaar naar het huis van de moeder van degeen die het feit gedaan had. Dat hem daar gezegd werd dat die moeder in ommacht off beswijmt was, omdat zij de tijding had ontvangen dat haar zoon de steeck had gegeven. Doen voir die deure gekomen met den knecht Aert Jan Aerts, seggende: "Wat hebt ghij gedaen, dat ghij Aerden soo hebt gesteecken". Dat hij tegen mij seyde: "Hij hadde mij doir mijn oiren genepen, doen worde ick quaet ende naemp mij vaumes en ghaeff hem den steeck".
Merry Aert Gielens, 57 jaar verklaart dat zij op 30 april gegaen bij Ruelen Dircx, schoonvader van Aert Jan Aerts en hem gevraecht of hij den Meester begeerden te vreden te stellen van die quetsuur die Uwen schoonsoon mijnen soon heeft gegeven. Waerop Ruelen U antwoordde: "Het waer een kleyn saecke dat ick den meester betaelde en Uwe soon wat gave voor sijn smerdt ofte costen. Maer dan zoude den schouteth oyck nae sijn breuck staen, die wij nyet te wille en sijn. Zij blijft bij haer aendracht.
Van welcke wonde ende steecke is die voorschreven Aert Gillis deser werelt overleden opt en 18 juli 1620. Hierna is de delinquent gevlucht buiten de heerlijkheid en is dit tegenwoordig nog. De aanklager concludeert dat gedaagde zijn lijff heeft verbeurt. En sal worden geexecuteert tusschen hals en hooft dat er die doot navolght. Blijkens de dagvaarding de dato 14-10-1620 is Aert Jan Aerts op die datum fugitieff.
In de afrekening van deze zaak de nota van Claude Ideleth ƒ 15,32½, deze wordt goedgekeurd. Er is ook een soenbrieff geweest.

Ook moest Claudius Ideleth optreden bij dronkemansgevechten:

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 15-10-1631:
Claude Ideleth, schout, aanlegger contra Bonaventura Mathijssen, gedaagde. Getuigenverhoor ten behoeve van Jan Janssen, schepen.
Of zij 17 octobris 1630, dag van de injuriën, bij en vanwege Mathijs Tijssen, vader van de verweerder zijn geweest, om als schepenen te staan over een publieke akte en instrument van verweerders vader cum suis aangaande. Of toen die verweerder, zeer fulminerende en razende niet is gekomen in dit gezelschap, twist en kijvagie zoekende tegen zekere arbiters en commissarissen. Of die verweerder alsdan niet Jan Janssen in sijn aensicht heeft geslaeghen en gecrabt ende denselve gestoort heeft in sijn officie?
Marcelis Peter Jacobs, 61 of 62 jaar oud, verklaart dat zij bezig waren met zaken tussen de vader van gedaagde en Philips Peter Slaets. Dat gedaagde toen is binnengekomen drinckende, seer gestoort wesende, met veele woorden opsoeckende de ghene die alsdoen in de vuytspraecke van sijns vaeders saecke waeren doende geweest. Van het slaan en krabben heeft hij niet gezien.
Dirck Dirck Duyssen, 70 jaar; zijn verklaring komt overeen met vorige getuige.
Gielis van de Meulen verklaart het geheel eens te zijn met het tweede artikel.
Michiel Franssen, schepen, heeft onder andere gehoord dat gedaagde het gezelschap schalde voor schelmen en dieven. Ook het vattende en crabbende in sijn aensicht, soo dat Jan Janssen daervan gebloet was, heeft hij gezien. Hij heeft Bonaventura en Jan Janssen gescheiden en is met Bonaventura uit het huis gegaan.
Philips Peter Slaets, 40 jaar, zijn verklaring komt overeen met de andere.
Getuigenverhoor ten behoeve van gedaagde.
Of het niet waar is, dat zij deponenten ter liquidatie van een zeker verschil in oktober 1630 zijn geweest ten huize van de secretaris. Dat daar door Marcelis Peter Jacops een arbitrale uitspraak is gedaan. En de verschillen gedecideert zijnde samen nog drinckende waren waarbij onder andere was Jan Janssen, schepen van Asten. Of zij niet gezien hebben dat Jan Janssen geheel met den dronck bevanghen sijnde hem heeft vervoirdert Bonaventura Mathijssen, aldaer gecommen sijnde, sonder yet gedroncken te hebben, die met dese vuytspraeck nyet well te vreden was in sijne woorden te behelpen ende oyck gehoirt ende gesien te hebben dat den voorschreven Jan Janssen bij Marcelis Peter Jacops lopende ende een ende ander mael seggende dese off dyerghelijcke woorden: "Hoirt Marcelis, wat Bonaventura Ulieden seght. Hij seght, dat ghij een honsvot bent". Verweerder dit horende, is naar Jan Janssen gelopen en in sijn aenschijn geseeght onwaeraechtigh te wesen ende alsdoen terstont Jan Janssen de voorschreven Bonaventura aengepackt en dit is wederzijds gedaan. Zonder nochtans dat Bonaventura geslagen en gesmeten heeft?
Jan Goortssen, 55 jaar, wonende te Geldrop, verklaart dat het zo gegaan is. Wat er precies gezegd is weet hij niet meer.
Silvester Coppen, 64 of 65 jaar, wonende te Liessel, verklaart dat hij wel weet dat Jan Janssen alsdoen bevangen was metten dronck maar verder geen kennis heeft.

Het ging soms ook om overtreders van de zondagsrust:

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 04-02-1632:
Glaude Ideleth, schout, aanlegger contra Huybert van den Eynde, gedaagde. Betreft het doen van servile werken op zondag.
Gedaagde heeft zijn os geslacht, daags na het Hoogtijd van Kerstmis 1631, zijnde vrijdag, en het op zaterdag markt te Helmond zou zijn. Uit de omliggende dorpen en besunder die van Asten, coemen daer met alderhande goet en waren te merckt. Gedaagde heeft zijn os enige tijd op stal gehad en daarvan, op Kerstavond, de helft verkocht aan het Convent van Marienschoot, alhier. Gedaagde zou met de os, na het Hoochtijt op Helmont markt gaan staan, ware het niet dat aanlegger is gekomen om de os in arrest te nemen. Dit tot grote schade van gedaagde. Het is notoir dat men op Heiligendagen, overal in alle grote steden en andere plaatsen, wel beesten tot lijffneringe mag slaegen en in het vleeshuys en andere plaatsen ter markt mag brengen. Dit nadat den dienst Gods in de kerk gedaan is. Gedaagde heeft op de voorschreven dag, den dienst eerst gehoord hebbende, de os geslaegen om met de andere helft, daags daarna, te Helmont naar de markt te gaan. De Vrouwe van Asten heeft echter gezien, dat de vrouw van gedaagde, het ingewant off pensen van de geslagen os gewassen zou hebben. Dit moest echter toch gebeuren omdat anders het ingewant bedorven zou zijn.
Aanlegger is verabuseert als hij een en ander aanziet voor een delict of feit omdat het slaen is geschiedt tot nootdruft ende montcost van de menschen. Het is toch zo, als de meester en de vrouwe met hun familie voor de middag ter kerke zijn geweest en de maaltijd hebben gehad, zij allen wercken den ontcost der menschen aengaende totten naervolgende sondach en andere dagen wel moegen doen en veel beter is naer Godt, dan men inde herbergen den tijt ombrocht met alderhande achterclap, twist en kijvagie, gelijck gemeynlijck in de herbergen geschiet. Ook is het zo, dat in alle grote steden waar vleeshuizen zijn, deze op alle zon- en feestagen geopend zijn, men allerlei vlees tot ieders gerief kan kopen en wordt gedistribueerd. Ook dat verder allerlei eetwaer wordt aangeboden. Ook is het nog zo, dat gedaagde de sleger de vorige dag niet heeft kunnen krijgen. De voorschreven os is samen met anderen gemest. Alle hoevenaars te Lierop en elders, mesten jaarlijks ossen en andere beesten, welke zij thuis doende slaen en te Helmont, Weert of Eyndhoven geslagen ter markt brengen.
Gezien de actie van gedaagde de dato 04-02-1632 zegt aanlegger het eens te zijn met Mevrouwe van Asten en andere, die het delict ook gezien hebben en waarmee het geverificeert zal worden dat het notoir is dat dergelijke servile werken niet toegelaten behoren te worden bij dese coiuncture principalen des tijdts want zij zijn nadrukkelijk verboden door geestelijke en wereldlijke heren. Dat gedaagde de helft van de os naar de markt in Helmont zou brengen is frivool en onwaerachtich en negatyff omdat hij geen koopman is om dergelijk vlees ter markt te brengen maar hij is een hoevenaer en teulman. Ook op andere dagen brengt hij geen vlees naar de markt in Helmont. Wat hij gedaan heeft is tegen de geboden der Heilige Kerk. Onder servile werken worden verstaan dorsen, spitten enzovoorts en geschieden tot nootdruft en montcost der menschen maar mogen formeel niet op zon- en feestdagen gedaan worden. Het is ongeloofwaardig dat het vlees te Helmont naar de markt gebracht zou worden, want hoevenaars hebben veel personen aan het werk en moeten dit vlees wel hebben in hun eigen keuken.

Claudius Ideleth is in 1637 te Asten overleden.

Mathijs Thijssen van den Hove, 1637-1651

Mathijs van den Hove is geboren rond 1600 als zoon van Mathijs Thijssen van Hove en Peerke Tuerens van der Weyden (zie Voormalig huis E1101) en rond 1635 te Asten getrouwd met Jenneke Joosten. Hieronder het gezin van Mathijs van den Hove en Jenneke Joosten:

# Voornaam Geboorte Huwelijk Overlijden Referentie
1 Petronella Asten 01-06-1637 Kind Asten ±1637
2 Angela Asten 06-06-1638 Kind Asten ±1638
3 Josyna Asten ±1640 Asten 27-12-1661
Joost Goorts Hoefnagels
Asten 23-11-1723 zie Voormalig huis C112
4 Agnes Asten 09-02-1642 Kind Asten ±1642
5 Maria Asten 02-06-1644 Kind Asten 20-03-1661
6 Anna Maria Asten 10-06-1650 Asten 06-11-1674
Antony Canters
Asten 02-08-1690 zie Burgemeester Frenckenstraat 47

Mathijs Thijssen van Hove woonde op Bussel (Busselseweg 7) en kreeg als schout te maken met dorpsgenoten die boekweit hadden gestolen:

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 18-09-1643:
Daniel Thonis Loomans en met hem Meester Mathijs van den Hove, namens het officy, aanleggers contra Anthonis Janssen van der Aa, gedaagde.
Gedaagde heeft, op 16 september 1643, zijn knecht met paard en kar gestuurd naar Daniel Thonis Loomans en daar in het geheim de boekweit opgeladen. De knecht had assistentie van Cathalijn, de vrouw van Willem Corstiaens. De ondervorster, heeft op verzoek van Daniel, boekweit, paard en kar in beslag genomen. De knecht en Cathalijn zijn bij die gelegenheid, om inbeslagname te verhinderen, met blancke messe ende andere waepenen op de ondervorster ingevallen. Indien de schout, zelve te paard, en enige assistentie niet was gekomen dan zou het gelukt zijn het gestolen goed weg te brengen. De knecht aengetast door de schout om voor het gewelt gestraft te worden heeft zich geexcuseert en verklaart dat hij dit alleen maar heeft gedaan in opdracht van zijn meester. Het aantal ontvreemde gerwen boekweit was 220. Cathalijn heeft over enige daegen alsnog eens ontvreemd een karre boeckweyts metten selven perde ende nyet achtende op de arresten met gewelt den selven gevoert ten huyse of daerontrent van den gedaeghde. De aanleggers concluderen tot vervallen van paard en kar aan de Heer. Of dat gedaagde een zodanige peene zal worden opgelegd dat het berokkende leed enigszinds vergoed wordt.
Willem Corstiaens van Buel getrouwd met Cathalijn, gedaagde. Op 18 september 1643 gedaagt zegt hij in zo korte tijd niet te kunnen antwoorden. En moet eerst de verkoper van de goederen, Andries Lamberts, worden gesommeert met de verkoopcedulle, welke aanwezig is te 's Hertogenbosch.

Uit Liessel afkomstige oproerkraaiers, waarvan er een ook een moord heeft gepleegd, worden door Mathijs Thijssen van Hove berecht:

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 23-09-1643:
Meester Mathijs van den Hove, nomine officie, aanlegger contra Eymert Hendrick de Hart, delinquent. Dat delinquent, met andere jongezellen van Lyesel, op 9 augustus laatstleden zijnde Omelwijdinge, gekomen zijn te Ommel om daar de jongezellen van Asten te overmeesteren. De delinquent heeft op straat staande met een bloot messe in sijn mont ende een in sijn mauwe, met een houdt in sijn handt slaande en juballende iedereen uitgedaagd. Samen met sijn complicen is hij doende geweest of hij iedereen had willen vermoorden en het huis van Joost Janssen om verre werpen met stenen en andere gereedschappen. Hij heeft zich ook niet ontzien de vorster en ondervorster te injureren en te bedreigen toen die hem wilden onderichten en hem het gewelt beletten. Welk publiek geweld, straatschenderij en moorderij door de delinquent op straat bedreven, de aanleggers gehoord hebbende, heeft van officie wegen de schutten van Omel doen vergaderen om de daders alhier voor recht te brengen en daarover straf te doen. Omdat de aanleggers de delinquent meyden aen te tasten is hij niet alleen uit handen van justitie gekomen, maar hun ook gewelt gedaan, als slaande en werpende met stenen. De aanleggers en zijn dienaren zijn zo geschrokken van het geweld, waarbij het leek of ze vermoord gingen worden. Dit zou misschien ook wel gebeurd zijn als niet eenen Wilbort Silvesters, van Lyessel en enige inwoners van Asten, hun het gewelt ende invallinge belet hadden. Wilbort Silvesters is bij dit geweld, vekemente en invallinge door de delinquent en zijn complicen gedaan, zeer jammerlijk dood gebleven. In dier voege dat de delinquent principael autheur is geweest van de eerste straatschenderijen en openbaar geweld, alsmede van het geweld tegen de justitie gedaan met als gevolg deze doodtslagh is het notoir en claer dat hij behoort gestraft te worden. Aanlegger heeft ten dien einde de delinquent voor de rechter doen dagen aan de Kerk van Asten en ook een billet gezonden naar Deurne, aan de schout, om de delinquent hiervan inroepinge te doen. Tot nu toe heeft die schout daarvan geen relaes gedaan. Op 21 augustus zijnde de gestelde roldach is gedaagde niet verschenen, hoewel hij zeer wel op de hoogte is, temeer omdat hij zondag laatstleden andermaal is gedaagd. In deze zaak worden ook nog gedaagd Isbouts Joost Isbouts, Jan Gisbert Janssen en Jacop Gisbert Janssen allen te Liessel. Tegen hun is de aanklacht straatschenderij en publiek geweld nyemanden aensienden, jae, werpende en slaende met gewelt, juballende allen degenen die welcke over die straeten waeren passerende om hun devoten te gaen houden ende alsoo vilerende oft turberende den dienst Godts tot schandael van alle man.

Ook waren er dorpsgenoten die de inners van de belastingen op hun oogst bedreigden:

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 02-08-1644:
Meester Mathijs van den Hove, schout, aanlegger contra Jacop Dirck Coppens, delinquent.
Volgens de plakkaten en geschreven rechten zijn alle eigenaren en pachters gehouden hun granen op hopen te brengen zodat die thiendenaers hun deel, vooraf, kunnen nemen vooraleer de eigenaar of pachter mogen inschueren. De plakkaten en dergelijke zijn uitgegaan omdat veel eigenaren en pachters de thiendenaers hun deel niet lieten staan maer wel ter contrarie wilden sustineren dat den elften, twelfsten ende voordere gasten totten negenthienden souden connen gerekent worden voor thienden. De delinquent heeft in voorgaande jaren de thiendenaers met gewelt belet hun gerechtigheyt te halen. De aanlegger, op de hoogte van deze gang van zaken, heeft onlangs, getracht zijn gerechtigheyt te halen. Delinquent, wel wetende dat hij met geweld tegen het gezag niets zou bereiken, heeft zijn granen ongebonden in de stoppelen laten liggen tot deze droog waren en dan metterhaest met een karre tseffens opbindende, opgelaeden, laetende oock tusschenbeyde veele gerwen ongebonden liggen, opdat den aenlegger sijn deel er nyet soude connen voor vuythaelen. Aanlegger heeft dusdoende op een grote acker al meer dan vijf gasten verloren. De delinquent heeft op een akker in plaats van acht gerwen voor een dubbele gast doch er alleen zes of zeven laten staan en dan nog de kleinste en slechtste. En niet te gast off gasten welke den aanlegger volgens de plakkaten toekwamen. Er moet een voorbeeld worden gesteld, temeer die gerechtigheyt van de thiende bij Godt selve is innegestelt.

Er waren in die tijd ook veelplegers, bedreiging met mes, niet aflossen van een lening en illegaal turfsteken:

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 12-10-1644
Meester Mathijs van den Hove, schout, aanlegger contra Peter Michiel Colen de jonge, gedaagde. Gedaagde heeft, in 1638, zich niet ontzien ten huize van Cornelis Cornelissen moirdadelijck aan te vallen Bonaventura Mathijssen en hem swaerlijck met een messe te quetsen. Verder heeft hij zich verstout in september 1643 een sommatie van de vorster, welke ten verzoeke van aanlegger aan hem gedaan, ter voldoening van een breuck waarin hij was vervallen af te wijzen en hem mede te delen dat hij niets met de ordonnantien en mandaten van schout en schepenen te maken had en den bruy aen hun had. Ook is hij op publiek verkochte peelvelden met gewelt ingevallen en daar turf gaan steken. De turf is in beslag genomen en hem is een verbod opgelegd om deze nog weg te halen. Desondanks heeft hij dit toch gedaan en hij blijft zich met dreigementen inzetten om de door hem ingenomen plaats te blijven behouden. In een gereguleerde gemeente kan zoiets niet en het zou een totale ruyne worden als dit soort dingen wordt toegestaan.

Mathijs Thijssen van den Hove is op 27-06-1674 te Asten overleden en hieronder zijn begraafakte:

12

Dirick van den Hoevel, 1651-1664

Dirick van den Hoevel is geboren rond 1610 als zoon van Jacob van Hoevel en is op 02-05-1649 te Helmond getrouwd met Gijsberta Keijsers, geboren rond 1620.

2 maij 1649; contraxerunt matrimonium Theodorus van den Heuvel et Gijsberta Keijsers coram testibus Francisco van den Heuvel et Gerardo Francisco.

2 mei 1649; in huwelijkse echt gebonden Theodorus van den Heuvel en Gijsberta Keijsers voor getuigen Francisco van den Heuvel en Gerardo Francisco.

Hieronder het gezin van Dirick van den Hoevel en Gijsberta Keijsers:

# Voornaam Geboorte Huwelijk Overlijden Referentie
1 Jacoba Helmond 16-05-1650*

*  dit is de doopdatum van de katholieke kerk, kort daarvoor was zij volgens de gereformeerde religie gedoopt

Dirick van den Hoevel woonde in Helmond en werd in maart 1651 aangesteld als schout als opvolger van Mathijs Thijssen van Hove. Hij moet hier optreden tegen een mishandeling, die wordt voorgelegd aan de rechtbank te 's-Gravenhage en geheel onderaan staat de opgelegde straf:

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 03-07-1652:
Dirick van den Hoevel, schout, aanlegger contra Jacob en Mathijs Henrick Bernarts, gedaagden. Nog gedaagd zijn: Thomas Willems, Fyken, zijn vrouw en Thomas Aerts.
Gedaagden hebben de vrouw van Peter Andries van Ruth, welke met de schapen onderweg was naar de beemden gewelt aengedaen. Diverse personen, in de akkers werkende, hebben dit gezien en gehoord jae, oock het slaen met houten ofte clippelen ende het grooten gerucht ende getier. Zij kenden echter noch de vrouw van Peter van Ruth, noch Peter van Ruth zelf. Peter van Ruth en zijn vrouw, begrepen hebbende dat de voorschreven Thomas Willems en Thomas Aerts het gewelt gezien en gehoord hebbende zijn hen gaan aensprecken ende aensoecken om in deze rechtveerdiche saecke een goede eerlijke getuigenis te geven van hetgene zij gezien en gehoord hebben. Niet om qualijck, falselijcken ende bedriegelijcken te getuigen maar om expresselijcken ende vrijmoedelijcken de waarheid te bekennen. Zij ontkennen dat zij zich hieraan te buiten hebben gegaan en de getuigen om een broot oft twee tot een valse getuigenis hebben aangezet. Ende voorts belangende den getuygenisse van Thomas Aerts, dient gedenoteert ende geweeten dat de voorschreven Thomas te voorens tegen de voorschreven Peter Andriessen van Ruth geseght heeft, te hebben gesien, dat de voorschreven gedaaghden mette macht ende slaende Margriet, de vrouw van Peter. Hij zou daarvan getuigenis doen.

Asten Rechterlijk Archief 78 folio 4 verso; 26-07-1653:
Alsoo questie en verschil was geresen tusschen Dirck van den Heuvel, schout, en uit klachten aan hem gedaan door Peeter Andries Reynders tegen Jacob en Matijs Hendrick Bernarts, als beklaagden, hetwelk zover was gegaan dat zij, beklaagden, bij vonnis van 02-07-1653 waren veroordeeld tot betaling der kosten gemaakt tijdens de afhandeling te 's Gravenhage. Om de zaak niet verder te laten escaleren is een absoluut akkoord gemaakt waarin ondermeer is overeengekomen dat beklaagden zullen betalen ƒ 280,- aan de schout, zoals hem bij vonnis ten reguarde was toegezegd; ƒ 50,- aan de secretaris; ƒ 50,- aan den oude schout; ƒ 125,- nog aan den oude schout; aan de oude secretaris, Volders hetgeen hij is pretenderende. Peeter Andries Reynders zal ontvangen een blaecxken erffve, de Schutkoye, 4 roede. Dit zal moeten worden getransporteert aan de voorschreven Peeter van Ruth. De kosten, heden en gisteren, gemaakt zullen half / half worden verdeeld. Daarmee zijn alle verschillen doot ende te niet.

Dirick van den Hoevel was in die periode ook schout van Helmond en had het niet zo op met de katholieken:

Resolutie Raad van State folio 430; 25-08-1663:
Request van Dirck van den Hoevel schout van de stad Helmond en de heerlijkheid Asten in verband met zijn opdracht om de superstitien van de paapsgezinden in zijn district in het oog te houden. Hij verzoekt hem toe te staan de in de plakkaten aangekondigde boeten ook te kunnen effectueren. Men gaat hier niet op in.

Dirick van den Hoevel treedt op tegen de priesterviering van Goort Hendrick Luycas8:

In 1664 neemt Dirick van den Hoevel ontslag als schout van Asten:

Asten Rechterlijk Archief 78 folio 219; 25-08-1664:
Dirck van den Hoevel, drossard van Asten en stadhouder van de Laet- en Leenbanck der zelfde heerlijkheid. Hij heeft beide ambten in handen gesteld van Everard de Doerne, Heer van Asten, omme de selve in conformite van des voorschreven van den Hoevels commissie te confereren aen en ten behoeve van Sr. Johan van Hattem.
Naschrift: Dirck van den Hoevel heeft ontvangen van Johan van Hattum, drossard ƒ 2000,- en een vereeringe in voldoening en betaling van het contract van resignatie van het drossardambt van Asten. Een en ander volgens contract voor schepenen van Asten de dato 17-08-1664.

Dirick van Hoevel is rond 1670 overleden.

Johan van Hattem, 1664-1670

Johan van Hattem is geboren rond 1630 te Wijk bij Duurstede als zoon van Pontiaan van Hattem en Margaretha van Wtenweerde. Het is niet bekend of hij getrouwd dan wel ongehuwd was noch of en waar hij in Asten woonde.

Johan van Hattem krijgt te maken met misbruik van de tienden:

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 31-10-1665:
Johan van Hattem, drossard aanlegger contra Henrick Jacobs gedaagde.
Gezien de plakkaten der Staten Generaal van de dato 24-05-1661 op de misbruiken der thienden vallende op het Gemene Land en geordonneerd op de specie van 100 gouden realen. Gedaagde heeft zich de laatste oogst tegen de placcate gedragen. En op een akker, genoemd de Boeschoet, bezaaid geweest met winterrogge, deze ongericht en ongethiend wezende opgeladen en weggevoerd. Gedaagde is dus vervallen in bovenstaande pene. En gehouden deze te namptificeren voor hij in oppositie kan gaan. Aanlegger stelt voor, het vonnis te houden op de voorschrevene 100 gouden realen, vooraleer in oppositie gegaan kan worden.

Ook vinden er in Asten in 1665 plunderingen plaats die door de Astenaren moeten worden betaald:

Resoluties Raad van Staten folio 184 verso; 11-02-1666:
Rekest van Johan van Hattem drossaard en Maarten van Lith secretaris van de heerlijkheid Asten van oktober 1665 verklarende dat door enige rovers te paard plunderingen zijn uitgevoerd. De regeerders van Asten wordt gevraagd de geleden schade te taxeren en die, conform de plakkaten, over de inwoners om te slaan.

In 1666 en 1669 worden de gelden van de kerkmeesters aan ondermeer Johan van Hattem voorgelegd:

Gemeentebestuur Asten 1142 XXVII/1-4; 1666; 1143 XXVII/1-5; 1669:
Rekening, bewijs en reliqua door de enige kerkmeester Martinus van der Lith, secretaris van Asten ten overstaan van de predikant G. Aelstius, de drossaard Johan van Hattem en in presentie der schepenen Joost Roefs en Goyaert van Gorcum en de substituut-secretaris P. van der Lith.
Rekening, bewijs en reliqua door de kerkmeesters Joost Roefs en Marcelis Martens ten overstaan van de predikant G. Aelstius, de drossaard Johan van Hattem en in presentie der schepenen Joost Roefs en Goyaert van Gorcum en de substituut-secretaris P. van der Lith

Ook bij een vechtpartij in een dorpsherberg moet Johan van Hattem recht spreken:

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 01-07-1668:
Johan van Hattem, drossard, contra Jan Teunis Deynen en Philips Gielen Jacobs de Seger. Te verhoren ten behoeve van de drossard Dries Peters, Hendrick Jacobs, Jan Jan Canters en Jan Goorts Hoeffnaegels.
Of zij op 1 juli laatstleden, aan of in huis van de weduwe Aert Jan Aelberts hebben gehoord of gezien dat naer ettelijcke injurien die welcken worden vuytgespoegen bij Jan Teunis Deynen tot last van Dries, soone van Jan Driessen van Ruth ende het ontkennen van den voorschreven Dries off gebruyckt hebbende het woort liegen, crackeel is gevolght tusschen die voorschreven twee litigante persoonen ende ten leste eyndelijck hebben gesien dat Jan Teunis Deynen met eene stoel off andere gewapent, heeft geslaegen naar Dries Jan Driessen?
Nog te verhoren Peter Huyberts van Maris, de dochter van Joost Laureyns, Meryken, de dochter van Styne, te Ommel, Metjen, de dienstmaagd van Steven Lamberts.
Of zij op 1 juli laatstleden aan of in huis van Aert Jan Aelberts weduwe hebben gehoord of gezien dat tussen Jan Jan Laureyssen en Philips Michiel Jacobs de Seger eenige injurieuse woorden gevallen sijnde oyck hebben gesien dat Philips heeft geslaegen ende gestooten Jan Laureyssen ende ten lesten soo verre gecoomen dat hij, Philips, sijn messe heeft getrocken?
Andries Peters, 20 jaar, verklaart tegenover Johan van Hattem, drossard, dat hij op 1 juli laatstleden is geweest in de herberg van de weduwe Aert Jan Aelberts, alwaar hij in een groot gezelschep zijn geld heeft verdronken. Onder andere waren daar ook aanwezig Jan Teunis Deynen en Dries Jan Driessen. En dat eerstgenoemde hem niet en heeft ontsien den voorschreven Dries Jan Driessen te slaen met een stoel, oock soo dat den voorschreven Dries Jan Driessen ter aerde viel, al off hij doot was. De verklaring wordt onder eede afgelegd.
Hendrick Jacobs, 27 jaar, verklaart als voor, hij sagh dat Dries Jan Driessen ter aerde viel met eenen stoel, sonder te connen seggen wie den stoel gesmeten hadde. Maer daernae gehoort te hebben, van die gene diewelcke mede in dat geselschap waeren, dat Jan Teun Deynen den voorschreven Dries hadde geslaegen met eene stoel, soo hart dat Dries ter aerde viel, al off hij doodt was. De verklaring wordt onder eede afgelegd.
Jan Jan Canters, 22 jaar, verklaart als voor, hij was buytenhuys wesende ende wederom in de camer comende, heeft hij hooren seggen dat Jan Teunis Deynen den voorschreven Dries Jan Driessen hadde geslaegen met ene stoel, dat deze ter aerde nederviel ende bleef liggen alsoff hij doodt was. De verklaring wordt onder eede afgelegd.

Johan van Hattem heeft nog te maken met de moord op Jan Laurens Volders in Asten:

Raad van Brabant 447.0080; circa 1669:
Johan van Hattem, ex-drossaard van Asten met betrekking tot moord op Jan Laurens Volders.

Johan van Hattem is op 31-03-1678 te Asten begraven en hieronder zijn begraafakte:

13.jpg

Peeter van der Lith, 1669-1673

Peeter van der Lith is geboren rond 1641 te 's Gravenmoer en op 09-09-1668 getrouwd met Maria van Gils, geboren te 's Gravenmoer rond 1645 als dochter van Hendrick Hendricxsen van Gils en Johanna Adriaen Sprangers. Het gezin van Peeter van der Lith en Maria van Gils:

# Voornaam Geboorte Huwelijk Overlijden Referentie
1 Adriana Asten ±1670 Mierlo 22-04-1691
Johannes van Laerhoeven
Mierlo 17-11-1702
2 Arnolda Asten ±1672
3 Lucia Asten ±1675
4 Adrianus Asten ±1677
5 Johanna Asten ±1680 Asten 12-08-1708
Johannes Draack
Mierlo ±1714
6 Godefridus Asten ±1682 Someren ±1710
Elisabeth Marcelis van Asten
Someren 02-11-1734
7 Hendrick Asten ±1684
8 Alexandria Asten ±1687 Deurne 03-05-1722
Joris van Schaardenburg
Nuenen ±1740
9 Hester Asten ±1689 Asten 05-01-1721
Johannes de Seelandt
Nuenen ±1740

Peeter van Lith woonde aan het huidige Koningsplein (zie Voormalig huis G591) en in 1669 staat hij als drossaard genoemd samen met de schepenen:

Asten Rechterlijk Archief 6 folio 1; 30-09-1669:
Peeter van der Lith, drossaard en secretaris; Joost Roefs, Goiart van Gorcum, Frans Mathijssen, Dielis Joosten van Heughten, Peeter Reynders, Andries Martens en Hendrick Jacobs schepenen.

Peeter van Lith neemt geld in beslag uit de erfenis van een schuldenaar:

Asten Rechterlijk Archief 6 folio 130; 20-12-1670:
Peeter van der Lith, drossard, aanlegger contra Dirck Wouter Dircx, gedaagde. Aanlegger heeft ter verzekering van de hem toekomende gelden het kindsdeel van gedaagde in arrest genomen.

In 1673 meldt het archief dat Peeter van Lith geen drossaard meer is, het is de tijd van de Hollandse oorlog, waarbij de Fransen de Nederlanden binnenvielen en vele steden veroverden:

Asten Rechterlijk Archief 6 folio 308; 13-12-1673:
Peeter van der Lith, gewezen drossard, aanlegger resument mits den oirlogh de saecke blijve stilstaen contra Marcelis Jan Jacob Slaets, gedaagde geresumeerde.

14

Peeter van Lith is op 08-04-1713 te Asten overleden en hieronder zijn begraafakte:

15

Hendrick van Winteroy, 1673-1697

Hendrick van Winteroy is geboren te Woudrichem rond 1630 als zoon van kapitein Floris van Winteroy en Dina van Galen. Hij is op 07-09-1663 te Reusel ondertrouwd met Anna Leonora van Braeckel.

Hieronder het gezin van Hendrick van Winteroy en Anna Leonora van Braeckel:

# Voornaam Geboorte Huwelijk Overlijden Referentie
1 Jeanette ±1664 Helmond 07-12-1698
Casparus Curtius
Nuenen ±1750 zie Casparus Curtius
2 Theodora ±1665 >1721 *
3 Albertus ±1666 Helmond ±1715
Cornelia Stercman
Helmond 31-03-1721
4 Hendrina ±1667
5 Dina Deurne 14-11-1669 Nuenen 06-01-1697
Boudewijn Curtius
>1721
6 Elisabeth Deurne 24-05-1671 >1726
7 Wilhelmus Deurne 05-07-1676 Helmond 12-02-1702
Catharina Roefs
Helmond 20-04-1720
8 Cornelia Deurne 16-10-1678
9 Floris Helmond 04-09-1682 Helmond 28-01-1742
10 Johannes Helmond 08-07-1684 >1726 Luitenant
11 Maria Louisa Helmond 02-07-1687 Helmond 30-12-1708
Hendrik van Rijp
<1726
12 Anna Emilia Asten 02-11-1690 Kind Helmond 22-05-1697
13 Folbert Asten 03-05-1693

*  Theodora van Winteroy, geboren rond 1665, gaat in 1685 naar 's-Hertogenbosch en wordt katholiek. Zij sticht daarna een katholieke school in Helmond en daar is het nodige over te doen9:

Hendrick van Winteroy was vanaf 1667 tot 1680 drossaard van Deurne en vestigde zich rond 1675 in het huis De Wiel in de Kerkstraat te Helmond. Hendrick van Winteroy neemt iemand in arrest:

Asten Rechterlijk Archief 7 folio 41; 07-09-1675:
Jan Peeters, op 't Brouwhuys, onder Vlierden, gearresteerde van Winteroy, drossard, verklaarde aan ons dat hij hantastinge gedaan heeft om altijd te komen als hij ontboden wordt door de drossard om hier te recht te staan.

Een boete wordt opgelegd aan leveranciers van kwanselbier voor een bruiloftsfeest:

Asten Rechterlijk Archief 7 folio 42; 25-09-1675:
Hendrick van Winteroey, drossard, heeft door zijn procureur de Haes tot tweemaal toe laten dagvaarden Meriken Marcelissen en Jan Hendricx omme dat de selve henne list ofte boeckhouden van de persoonen die tot hennen huyse hebben dous ofte quanselbier gedroncken met naemen ende toenaemen souden hebben over te leveren wie dat selve dousbieren hebben afgevordert, gedroncken ende voor wat persoone de selve sijn betaelt. Bij nalatigheid wordt de voornoemde twee personen een peene opgelegd van 3 gulden. Verslag te doen binnen acht dagen.

Ook wordt er een proces tegen Hendrick van Winteroy gevoerd:

Asten Rechterlijk Archief 108 folio 11; 28-04-1685:
Maria weduwe Jan Hendrick Aelberts geeft procuratie aan Johan de Meyer, advocaat, te Grave, om namens haar het proces te voeren, dat zij genoodzaakt wordt te vervolgen voor de Raad van Brabant tegen Hendrick van Winteroy, drossard, te Asten.

Hendrick van Winteroy heeft een bewijsstuk nodig voor een stuk land:

Asten Rechterlijk Archief 108 folio 18; 23-08-1685:
Schepenen van Asten verklaren dat Henrick van Winteroy, drossard, op 14 augustus laatstleden heeft gelast aan een der momboiren van de kinderen Joost Vreynsen dat zij zouden halen bij Meester Antony Canters de jonge, seecker briefken ter zake van een stuk groes of teulland rakende de voorschreven onmondige kinderen waarop een der momboiren er naar toe is gegaan en voor antwoord heeft gekregen: "Canters die leght noch te bedde en hij seght, dat hij dat briefke heeft". Op de tweede reyse heeft hij tot antwoord gekregen: "Canters sal het briefke opsoecken".

Hendrick van Winteroy wil als drossaard alles weten over een vechtpartij tussen de broers Roefs:

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 30-04-1687:
Hendrick van Winteroy, drossard, verzoekt aan schepenen om namens hem te verhoren Cornelis Cemp, 65 jaar, Matijs Colen, 40 jaar, Jan Jansen van Rut, 37 jaar, onder ander over:
Of, zij deponenten, op maandag, 28 dezer, niet sijn comen gaen van Someren naer Asten met de persoonen van Joost Roeffs en Jan Roeffs?
Cornelis Cemp en Mathijs Colen verklaren ja.
Jan Jansen van Ruth weet hier niet van.
Of zij niet hebben gehoord dat Joost en Jan Roeffs niet kijvende waren en den een den ander niet uitmaakte voor schelm, lieger en meer andere injureuse woorden?
Cornelis Cemp heeft geen redenen gehoord.
Mathijs Colen verklaart dat het zo is.
Jan Jansen van Rut weet van niets.
Of zij niet gezien hebben, dat na dit kijven Joost, met de stok, die hij in zijn hand had, Jan verscheidene malen heeft geslagen?
Cornelis Cemp antwoordt bevestigend.
Matijs Colen weet niets.
Jan Jansen van Rut antwoordt ja.
Of zij niet hebben gezien, dat nadat Joost Jan had geslagen van den Dijck af op het veld van Peer Jannis sprong?
Cornelis Cemp antwoordt ja doch niet wetende wiens veld het was.
Matijs Colen antwoordt ja in het veld van Canters.
Jan Jansen van Rut antwoordt ja in het veld van Peer Jannis. Jan is Joost gevolgd hebbende een bloot mes in sijn handt, in de buurt van Joost komende, heeft deze weer verscheidene reysen met zijn stok naar Jan geslagen zodat deze ter eerde stiet. Jan stiet of sneyde daarop met zijn mes naar Joost, zodat deze in sijn aensicht bloeyde.

Hendrick van Winteroy woonde rond deze tijd in de door hem aangekochte pastorie van Asten (zie Kerkstraat 2). Er wordt door Hendrick van Winteroy gevraagd om een kwitantie bij Meester Anthony Canters:

Asten Rechterlijk Archief 108 folio 148 verso; 13-09-1690:
Wij, Hendrick van Winteroy, drossard, en Gijsbert Hendricx, schepen, verklaren ter instantie van Jan Reynders van den Broeck, te Velthoven, dat zij zijn geweest bij Antony Canters, procureur, toen ziek, op 26 augustus 1690 en hem gevraagd hebben of hij, Canters, in opdracht van Jan Reynders van den Broeck eenige penningen soude hebben ontfangen van Jan Paulus ofte Hendrick van den Bleeck. Canters heeft hierop geantwoord: "Ick en hebbe het rechte woort niet in mijn gedachten, maer komt het in mijn gedachten dan kan ick hiervan attestatie geven". Maar wel dat hij penningen had ontvangen van Jan Reynders van den Broeck en dat hij daarvan een kwitantie had gegeven wegens zaken die hij voor van den Broeck had gedaan. Naschrift: De attestanten laten de attestatie van als het in mijn gedachten geheel voor rekening van Canters

Er wordt door Hendrick van Winteroy nog een malversatie met bier geconstateerd:

Asten Rechterlijk Archief 109 folio 19 verso; 01-10-1692:
Wij, schepenen van Asten, verklaren ter instantie van Wouter Hoefnagel, als collecteur van de bieren, wijnen, brandewijnen, te Asten dat wij ons op 27 september 1692, 's avonds tussen 10 en 11 uur, in bijzijn van Hendrick van Winteroy, drossard en Johan van Riet, vorster, zijn geweest ten huize van Hendrick Gijsberts van den Bleeck, herbergier, alwaar wij hebben bevonden in de camer een volle tonne witbier geteeckent met dit naervolgende teecken welcken voornoemde tonne witbier was buyten gebrouwen witbier. Deze tonne witbier was niet aangebracht aan Hoefnagels, als collecteur. Wij, attestanten en drossard, hebben ordre gegeven om het voorn. witbier te proeven waarop de bierton door de vorster ontsteecken is en door ons, attestanten het bier is geproefd en bevonden dat in de ton wit, buyten gebrouwen bier was. Wij hebben ons daarna in de kelder van van den Bleeck begeven en aldaar bevonden een tonne overeynde staende in de kelder daer bier ende gest onder lagh.

Asten Rechterlijk Archief 109 folio 22 verso; 28-10-1692:
Wij, Hendrick van Winteroy, drossard en Gijsbert Hendricx, schepen, verklaren ter instantie van Hendrick van den Bleeck, als collecteur der bieren, brandewijnen etcetera dat wij ons, na geroepen te zijn, hebben begeven naar het huis van Bruysten Fransen, brouwer en herbergier. Bij het huis zijn wij tegengekomen Bruysten Fransen, welke door Peeter Joachim, ondervorster, ter instantie van Hendrick van den Bleeck, en in aanwezigheid van hen, attestanten, werd becalangeert over het brouwen. Na deze calangie, zijn wij met vieren gegaan naar het huis van Huybert Jan Tielen diewelcke bij het vyer sat, treckende sijn koussen aen deze werd ook becalangeert omdat hij het gebrouwen bier niet had aengebracht. Hierop heeft deze verklaart dat zijn dochter het bier had aengebrocht. Wij zijn daarop naar het huis van Hendrick van den Bleeck gegaan en na aldaar een wijltijts stille geweest sijnde zijn gekomen Bruysten Fransen en Jenneke, dochter Huybert Jan Tielen, de vrouw van Joost Doensen die welcke quamen aangeven haer bier. Op dit aanbrengen heeft Hendrick van den Bleeck gezegd: "Het is nu te laet aengebrocht, de calangie is gesciet ende gedaen". De voorschreven personen zij toen weer het huis uitgegaan waarbij Bruysten Fransen sprak, in substantie: "Wij sullen evenveel tonnen ende laetent U aensien ende doet daertoe wat ghij niet gelaeten en cont".

Er wordt in Asten illegaal gebouwd en een sloot gegraven en Hendrick van Winteroy wordt door de schepenen op de hoogte gebracht:

Asten Rechterlijk Archief 110 folio 8 verso; 15-06-1697:
Schepenen, verklaren ter instantie van Hendrick van Winteroy, drossard, dat zij zijn geweest op Vordeldonck en daar gezien hebben dat op de grond van de gemeente tegenover het huis van de kinderen Marcelis Niclaes Berckers een schuur was gemaakt groot drie gebont. Door andere personen is verklaard dat de schuur is gezet en getimmerd in opdracht van de kinderen Marcelis Berckers. Wij zijn ook, in opdracht van. drossard, geweest op Vordeldonck, achter de torfschop van Aert Andriesse en daar bevonden hebben, langs het teulland van Hendrick Wilbordts Vervordeldonck, op de gemeente van Asten, dat een nieuwe sloot was gegraven, lang tussen de 80 à 90 screeden en een screede wijd of breed.

Hendrick van Winteroy is teruggekeerd naar Helmond en is aldaar op 18-09-1697 overleden, hieronder de mededeling in het Astense archief en daaronder de begraafakte:

Asten Rechterlijk Archief 11 folio 25; 18-09-1697:
Heden is te Helmond overleden Hendrick van Winteroy, drossard, te Asten. Begraven te Helmond op 22-09-1697.

16

De weduwe van Hendrick van Winteroy doet een verzoek met betrekking tot de kapel van Milheeze:

Schepenacte Helmond 3720379 #310; 18-01-1706:
Verzoekschrift van Mevrouw Anna Leonora van Braeckel, weduwe van Hendrick Winteroij, aangaande haar verzoek aan de Drost van Deurne om af te zien van zijn recht van ambtsbegeving betreffende de kapel van Milheeze en dit aan haar over te dragen.

Anna Leonora van Braeckel maakt eind 1721 haar testament op waarbij haar nog in leven zijnde kinderen worden genoemd10:

Anna Leonora van Braeckel is op 02-01-1722 te Helmond overleden en hieronder haar overlijdensakte:

17

Laurens Simons, 1697-1701

Laurens Simons is geboren te 's-Hertogenbosch rond 1660 en is op 15-05-1692 te Delft getrouwd met Johanna Pincxternakel, geboren te Delft:

18

Het gezin van Laurens Simons en Johanna Pincxternakel:

# Voornaam Geboorte Huwelijk Overlijden Referentie
1 Sara 's-Hertogenbosch 08-02-1693
2 Adriana 's-Hertogenbosch 09-07-1697
3 Anna 's-Hertogenbosch 10-03-1699
4 Cornelis 's-Hertogenbosch 06-02-1701

Gezien de bovenstaande geboortes woonde Laurens Simons in 's-Hertogenbosch en bestuurde hij Asten op een afstand. Laurens Simons kreeg in zijn ambtsperiode te maken met een moord:

Asten Rechterlijk Archief 110 folio 31; 04-10-1698:
Hendrick Canters, doctor medicijnen, te Helmont en Isaac Sauve, chirurgijn. Zij verklaren ter instantie van Laurents Simonts, drossard, dat zij op 28 september 1698 zijn verzocht om te visiteren de quetsure en wonde in het dode lichaam van Peeter Marten Doensen en waar wij bevonden hebben een wonde in de linckersijde tussen de corte ribbe de insigie ofte openinge gedaen hebbende is de voorschreven soo diep penetrerende bevonden dat niet alleen het pertoneum ende omentum oft het net was doorsteecken. Jae, tselve net twee drie vingerbreet en lanck buyten de wonde was uythangende maer oock den intestinum donoenum ofte twaelfvingerdarm was geraeckt aen den kant waer sigh den selven darm draeyt ende circumflecteert naer de linckersijde, waerom de patient continueelijck genootsaeckt was te braecken. Oock eenige arterievene en andere vaeties doorsteecken sijnde isse quantiteyt van bloet ende andere humeuren op de darmen gescooten ende daer niet conne ende circuleren maer door stille staen is een groote corruptie ende puterefactie geworden gelijck sulcx uyt den onvreyndelijcke stanck aen den presenten bekent genoegsaem can geprobeert worden. Sodat dese wonde niet alleen incurabel was maer de gequetsen de doodt seeckerlijck heeft gecauseert.

Laurens Simons wordt naar 's Gravenhage gestuurd om een request in te dienen:

Asten Rechterlijk Archief 10 folio 44; 21-01-1699:
Het Corpus van Asten geeft procuratie aan Laurens Simontz, drossard, om zich te 's Gravenhage te vervoegen en daar bij de Raad van Staten een request aan te bieden in conformite van de toegesondene en over te leveren memorie, alles breeder blijckende bij den selve ende voorts gemeenlijcken ende specialijcken den intrest ende het welvaren van dese gemeente voornoemd waer te nemen.

Nog een moord in de korte ambtsperiode van Laurens Simons:

Asten Rechterlijk Archief 110 folio 104 verso; 25-05-1701:
Henrick Canters, medicijne doctor, te Helmont, Isaec Sauve en Gerardt de Graadt, beiden chirurgen, alhier. Zij verklaren ter instantie van Laurents Symontz, drossard dat zij op 25 mei 1701 zijn verzocht om te visiteren de kwetsuur of wonde in de rechterzijde van het dode lichaam van Cornelis Hendricx van Bussel en bevonden in de rechtersijde van Cornelis een geschootene wonde, welcke was gelegen in de onderbuyck ofte ab domine, alsoo dese wonde aen de rechtersijde des onderbuyck ingegaen sijnde is door en door gepasseert soo dat niet alleen het dijsbeen alias heupbeen is doorscooten met versceyde vene en arterie soo gequest ende geraeckt soodat een stercke vloet des bloets in den onderbuyck is afgesackt soodat dit bloet door het stilstaen ofte stagnatie is gekomen tot een putrifactie welcke gecauseert heeft niet alleen inwendige continuele kortsen maer oock een formele intestinorum gangrena. Deze wonde wordt door alle medicinalis autores absoluut voor dodelijk gehouden.

De heer van Asten, Everard van Doerne, maant Laurens Simons om op te treden tegen Astenaren, die een voortvluchtige herbergen:

Asten Rechterlijk Archief 110 folio 106 verso; 08-06-1701:
Missive van Everard de Doerne, Heer van Asten, aan Laurens Symons, drossard van Asten, te
's Hertogenbosch: Ick heb verstaen hoe dat de vluchtende over het moortdadigh feyt, nu cortelinghs binnen Asten begaen, sigh verstouten met nacht en ontijden hun binnen de heerlijckheyt onder en tussen te laten vinden ende bij eenige particuliere hun alsdan ophouden. Dit kan niet ongestraft gebeuren.

Laurens Simons is op 02-11-1701 te 's Hertogenbosch overleden:

Asten Rechterlijk Archief 11 folio 141; 02-11-1701:
Laurens Simon, drossard, is heden overleden. Op 8 november 1701 te 's Hertogenbosch begraven.

Zijn weduwe verzoekt nog om afhandeling van de financiën:

Asten Rechterlijk Archief 110 folio 197; 12-05-1705:
Antony Antony Canters, president en Peeter van der Lith, secretaris, krijgen van het Corpus van Asten procuratie om te 's Hertogenbosch met Juffrouw Pincxternakel, weduwe Laurens Simons, in leven drossaard, te Asten, te liquideren de zaken tussen de gemeente Asten en wijlen haar man.

Nicolaes Pauw, 1701-1702

Nicolaes Pauw is geboren te Amsterdam op 05-05-1647 als zoon van Reinier Pauw en Adriana Jonckheijn. Het is onbekend of hij getrouwd was dan wel ongehuwd is gebleven noch of en waar hij in Asten woonde.

In het archief van Asten wordt Nicolaes Pauw als drossaard genoemd:

Asten Rechterlijk Archief 11 folio 146; 27-12-1701:
Heden heeft Nicolaes Pauw zijn commissie, zijnde van de dato 12-11-1701, als drossard vertoond.

Asten Rechterlijk Archief 110 folio 120; 16-11-1701:
N. Pauw, drossaard, te Asten, maakt gebruik van zijn recht om een bequaem stadhouder ofte substituyt aan te stellen. Hij benoemt Jan van Riet, vorster, om namens hem, in zijn afwezigheid, als zodanig op te treden. Actum 's Hertogenbosch 18 november 1701.

Asten Rechterlijk Archief 110 folio 122; 18-05-1702:
N. Pauw, drossaard, te Asten, stelt Reynier Pepercoorn aan als stadhouder of substituut. Actum
's Hertogenbosch 18 mei 1702.

Nicolaes Pauw is op 26-09-1702 te 's Hertogenbosch overleden:

Asten Rechterlijk Archief:
Op 26 september 1702 is Nicolaes Pauw, te 's Hertogenbosch overleden en op 30 september aldaar begraven.

Louis de Caesteecker, 1702-1711

Louis de Caesteecker is geboren te 's-Hertogenbosch rond 1649 en als drossaard en secretaris van Deurne rond 1680 getrouwd met Eva van Dalem. Na haar overlijden rond 1688 is Louis de Caesteecker op 12-02-1690 te Helmond hertrouwd met Margaritha van Brouckhuysen, geboren te Helmond:

19

De gezinnen van Louis de Caesteecker met Eva van Dalem en met Margaritha van Brouckhuysen:

# Voornaam Geboorte Huwelijk Overlijden Referentie
1 Francoise Louisa Deurne ±1681 Deurne 30-05-1705
Johannes Rauwers
Deurne ±1714
2 Elisabeth Cornelia Deurne 04-07-1685 Deurne 04-03-1708
Hermannus Kuypers
Mierlo ±1715
3 Johannes Francois* Helmond 14-01-1691 Kind Helmond ±1691

* kind uit het tweede huwelijk

Louis de Caesteecker was al vanaf 1682 drossaard van Deurne voor hij in november 1702 ook drossaard van Asten werd. Hij woonde in Deurne aan wat later de hervormde pastorie aan de Markt zou worden. In Deurne schreef hij over schoolmeester Willem van Esch aan de heer van Deurne:

Aengaende Meester Willem van Esch heb ick van den predicant hooren seggen, alsmede van den president, dat Meester Willem bij een ieder van haer int particulier bij haer is geweest ende hem geëxcuseert, maer ick nogh niemant van de andere in den Cerkenraet en heeft hij minsweten niet gesproeken seder Uw Hoogmogende Edelen vertreck van Deurne. Ick sal mijn uterste devoir doen, dat de heele saeck tot Doerne bij den Cercken Raedt wert afgedaen. De soon van Meester Willem is hier geweest ende in dien tijt sijn de glaesen van Antonij Evers in herberg den Leeuw ingeslaegen en de coeij van Abram van Hoeck op sijn stal met een mes door den hals gestoeken; doch can niet voor vast weten, wie dat het gedaen heeft, maer is seker dat de costers weijf haer seder dit voorval heeft bij diversche gaen beroemen op haeren soon Daniël, dat hij van die eijgen Natie was daer sij van was, dat sij als sij een man was in sulcken geval der op soude schieten. t'Is seker, dat Willem door dat weijf ongeluckigh is en hem tot alle dese gedaene quaede abueijsen gebracht heeft. Ick sal soo veel doen als ic ievers can by den Cercken raet tot syn voordeel maer den cerkenraet moet haer rechten bewaeren.

Echter enkele jaren later zou de schoolmeester zich aan de dochters van Louis de Caesteecker vergrijpen11:

Zo legden op 18-02-1698 enige lieftallige jonge dames voor schepenen van Deurne een eerlijke verklaring af omtrent het functioneren van hun schoolmeester, in de periode dat ze zelf tot de schoolgaande jeugd behoorden. Degenen die voor de schepenbank aantraden waren allen dochters van protestantse ingezetenen, te weten: Juffrouw Françoise (17) dochter van Louis de Caesteker, Juffrouw Ida (17) dochter van de plaatselijke predikant A. Pannebecker, Adriana van Hoeck (17), Anna Maria Plaen (16), Anneken Peter Noyen (14), Anneken Diercx (18), Antonette Plaen (12), Juffrouw Elisabeth (13) dochter van Louis de Caesteker, Lijsbeth dochter van Antony Hurckmans (10).
De eerbaere Juffrouwe Françoise verklaarde dat 4 of 5 jaren geleden, den presissen tijt niet hebbende onthouden, zij op school kwam en voor de meester diverse malen haar les moest opzeggen. Tijdens de overhoring echter werd zij door des meesters hand aengeroert ende geraeckt op haer bloote lichaem, welcke hant hij door het sneijersgadt van haers rocken wist inne te steeken ende alsoo haer te voelen ende te hanttasten, telckens eenige tijt duerende.
Haar medeklasgenoot Ida wist er nog aan toe te voegen, wat Françoise overigens ook meteen beaamde, dat zij buyten de school sijnde bij een pannen ovenhuysken aldaer met een roede alsoettens ende spelende eenigen tijt lanck gijn gegesselt gewoorden, waer naer gebeurt is, dat als wanneer de mester haer wederom in de kleeren wilde tasten, dat sij doenmaels antwoorden aen den mester, dat hij sulcx soude laeten ofte sij soudent aen haers vaders seggen. Ze deden er echter voor de schepenen nog een schepje bovenop, want ze waren bovendien volgens hun zeggen present geweest ten tijde voorschreven ende hadden ook gesien dat den mester aen andere meijsjes, haer les opseggende, gelijcke voelinge ende hanttastinge heeft toegebraght.

In het archief de mededeling dat Louis de Caesteecker is aangesteld als drossaard van Asten:

Asten Rechterlijk Archief 11 folio 150; 10-11-1702:
Louis Caesteecker is aangesteld als drossard.

Louis de Caesteecker hoort dat een oud-schepen nog geld in een muur in Luik heeft gemetseld:

Asten Rechterlijk Archief 110 folio 201; 10-10-1705:
Compareerde voor Louis de Caesteecker, drossaard, Hendrick Tho Poel en Joost Roefs, schepenen, Philips Timmermans, Jan Hickspoors, Joost van Heughten en Simon Isbouts ook schepenen alsmede Peeter Jan Baltus en Philips Dircx van Heughten oud schepenen. Zij verklaren dat zij uytten mondt van Joost Doensen, in zijn leven ook schepen, gehoord hebben, dat hij te Luyck, een som van 1000 patacons had liggen om deze aan Gravin van Berloo te tellen in mindering van haar rente die zij had ten laste van de gemeente Asten. Hij heeft deze bekentenis verscheidene malen gedaan en dan er aan toevoegende dat hij deze 1000 patacons te Luyck in een muyr hadde gemetst ofte laeten metsen.

Louis de Caesteecker moet optreden als bij de predikant de ruiten zijn kapot geschoten:

Asten Rechterlijk Archief 110 folio 209; 23-02-1706:
Wij, Louis de Caesteecker, drossard, Antony Canters, Henrick Tho Poel, schepenen en Johan van Riet, vorster, zijn op heden, voor de middag, ter instantie van Wilhelmus Henricus Vermeer, predicant, in zijn huis geweest en bevonden en gezien dat de twee bovenste gelaesen staende in de kruysraem in de keucken naest de suydekant boven de twee houten vensteren tenemael onstucken waren, op vier à vijf ruyten naer. Naer alle waerschijnlijckheydt met een roer, geladen met buskruyt en hagel doorschooten, oock soodanigh gepenetreert dat de gardijn van binnen voor de voorschrevene doorschotene gelasen was hangende ingelijcx met hagel doorscooten was. Gelijckerwijs ons gebleecken bij verscheydene gaetiens die welcke in de voorschreven gardijn bevonden en gesien hebben. Mitsgaders verscheyde stucken van de doorschootene gelaesen in de keucken op de vloer ter aerden nederlaghen binnen de voors. huysinge. Jae, wat meer is, hebben wij, attestanten, oock van buyten gevonden in het middelste hout van de cruysraem boven de voorschrevene twee houten vensters verscheyde gaetiens met de hagel daerinne geschooten. Wij concluderen dat de gardijn groter onheil heeft voorkomen.

Samen met de vrouwe van Asten benoemt Louis de Caesteecker nieuwe schepenen:

Resolutieboeck voor Heeren Schepenen der Grondheerlijckheijdt Asten, bladzijde 3; 01-03-1706:
Op huijden den eersten martij 1706 soo sijn door ordre van de Barronesse van Asten door d'heer Louis Caesteecker drossaard tal hiervan haren eedt bedanckt ende ontslaegen als schepenen, Antonij Canters, Philips Timmermans en Simon Isbouts. Ende op dato voorscheven door ordre als voor wederom aengestelt als schepenen Philips van Heusden, Dirck Andriessen en Jan Jansen van Helmont soo dat nu schepenen sijn Philips van Heusden, Hendrick Tho Poel, Jan Hicspoors, Joost van Heughten, Joost Roefs, Dirck Andriessen en Jan Jansen van Helmont.

Louis de Caesteecker moet een straf uitspreken over het stelen van fruitbomen:

Asten Rechterlijk Archief 111 folio 40 verso; 29-04-1707:
Joost Roefs, schepen en Mathijs Somers, ondervorster, verklaren ter instantie van Louis de Caesteecker, drossaard, alhier terzake van seeckere discourssen ende woorden gesproocken op Vastenavondzondag de dato 6 maart laatstleden. Dat zij op die avond hebben gezeten in de herberg van Jan van Riet, vorster, alhier, en dat in hun gezelschap was Huybert Abrahams, wonende alhier, aan wie door Jan van Riet gevraagd is, wie hem, Huybert last had gegeven om de fruytboomkens in den hof achter het huis, toebehorende aan de Tafel van den Armen van Asten en eertijds gekomen van Abraham den Metser, weg te halen.
Huybert heeft hierop geantwoord: "Waerom en soude ick die niet uythalen die mijn susters kinderen geplant hebben, die hebbe ick er uytgehaelt ende in mijnen eygen hof geset en daermee is niemant aengelegen".
Waarop, zij attestanten, gehoord en gezien hebben dat Jan van Riet aanstonds antwoordde, deze woorden in kennis te nemen en tot teken van dien aan hem comparanten drie potten bier heeft getapt die sij attestanten tot memorie ten dien eynde verclaren, dat hebben helpen drincken. Zij, attestanten, zijn later nog ter instantie van Jan van Riet, in naam van het officie, in den hof geweest en daar een der kuilen bevonden waar de fruitboompjes in gestaan hadden, zoals Elisabet Goorts, daar ook present zijnde, aan hen heeft aangewezen.
Op 09-07-1707 verhoor door Louis de Caesteker, drossard van Huybert Abrahams, meester metser. Op alle vragen die hem gesteld worden geeft hij, of geen antwoord of zegt daarvan geen verstand te hebben. De conclusie is dat de gedaagde, ter zake voorschreven aenden lijffve, andere ter exemple, soodanigh condigne sal werden gestraft als naer rechten ende placcaeten dezer landen in goede justitie bevonden sal werden te behoorden.

Louis de Caesteecker is op 22-05-1711 te Deurne overleden en is in de Sint Willibrorduskerk van Deurne begraven:

Asten Rechterlijk Archief 12 folio 197; 23-05-1711:
Op 22-05-1711, circa 11 uur, is Louis de Caesteecker, drossard van Asten en Deurne, te Deurne gestorven. Onder het hoogkoor van de Sint Willibrorduskerk te Deurne bevindt zich een grafkelder die omstreeks 1500 gedurende enkele decennia gebruikt is als grafkelder voor de familie Van Doerne. Er zijn ook twee latere bijzettingen bekend; Wolphaart Evert van Wittenhorst, heer van Deurne van 1606 tot zijn dood in 1619 en Louis de Caesteecker, drossard van Asten en Deurne, waarvan het lichaam op 26-05-1711 in de kelder werd bijgezet in presentie van de schepenen van Asten en Deurne.

20

Margaritha van Brouckhuysen is op 03-12-1737 te Deurne overleden en hieronder haar begraafakte:

21

Pieter de Cort, 1711-1737

Pieter de Cort is geboren rond 1670 als zoon van Johannes de Cort en Maria van Bredijk. Hij doet op 21-05-1695 te Rosmalen zijn belijdenis en wordt ingeschreven als lidmaat van de gereformeerde kerk. Pieter de Cort is rond 1700 getrouwd met Margaretha Gerbade, geboren te Rosmalen rond 1675. Hieronder het gezin van Pieter de Cort en Margaretha Gerbade:

# Voornaam Geboorte Huwelijk Overlijden Referentie
1 Francis Hendrick Vlierden ±1701 Kind Helmond 20-09-1706
2 Johanna Catharina Helmond 31-12-1702 Kind Helmond 18-09-1706
3 Hermanus Helmond 19-10-1704
4 Albertus Helmond 10-09-1706 Kind Helmond 08-02-1711
5 Johannes Wilhelmus Helmond 25-01-1711 Ongehuwd Boxtel 26-08-1807

In juli 1711 wordt Pieter de Cort als drossaard aangesteld en hij was niet echt populair:

Asten Rechterlijk Archief 12 folio 203; 27-07-1711:
Pieter de Cort is aangesteld als drossard van Asten. Philips van Heusden is mits zijn hoge ouderdom afgegaan als president-schepen. Schepenen zijn nu Hendrick Tho Poel, Philips van Heusden, Jan Hicspoors, Joost van Heugten, Joost Roefs, Simon Isbouts en Frans van de Cruys.

Volgens de archieven schreef hij zich samen met zijn echtgenote in 1703 als lidmaat van de gereformeerde kerk te Helmond uit om in Asten te gaan wonen. De enige keer dat hij in het archief van Asten genoemd wordt, is als hij een tiende van Rosmalen bij de vrouwe van Asten pacht: 

Asten Rechterlijk Archief 110 folio 224; 16-04-1706:
Anna Constantie de Boecop, Vrouwe van Asten, verpacht aan Peeter de Cort, drost en secretaris van Vlierden de koren en smaltiende de Nooteboom, omtrent de Kerk van Roosmalen. Zoals Adriaen van der Horst deze in pacht heeft gehad. Pachttermijn 8 jaar. Pachtprijs 15 mud rogge per jaar, maat van 's Hertogenbosch, te leveren op het kasteel van Rouwenbergh, te Sint Michiels Gestel. Ende dat vrije van de ordinaire verpondinge, vijfde verhooging ende het oortie van den gulden. Alsmede vrij van den reele omslagh ende dat de vijandelijcke contributie jaerlijcx tot laste van dese tiende werden gevordert.

Of hij toen in Asten gewoond heeft, is vrij onzeker, mede gezien het feit dat zijn kinderen in Helmond worden geboren.

De classis van Peel- en Kempenland klaagt over het luiden van klokken in Ommel en Pieter de Cort en de schepenen onderzoeken dit:

Asten Rechterlijk Archief 113 folio 96 verso; 28-04-1713:
Schepenen van Asten doen conde dat de Classis van Peel- en Kempenlant bij de Raad van Staten geklaagd heeft over het luiden der klokken te Ommel, als anderszins. De voornoemde Raad heeft aan Diederick Vleugels, advocaat fiscael, gelast om een en ander te informeren. Wij schepenen verklaren dat te Ommel een klooster is gebouwd, dat ook op zekere dagen in het jaar ommegangen zijn gedaan maer niet in eenige jaren herwaerts omdat het Clooster, door Martinus de Tombes, als Geestelijk rentmeester, in 1707, te 's Hertogenbosch, publiek is verkocht. Sedert die tijd, tot op heden, hebben in het Clooster of enige huizen daaromheen, geen publieke godsdiensten plaatsgevonden, nog veel minder zijn enige ommegangen of zogenoemde superstitie gepleegd. Dit kon ook niet gebeuren, omdat drossard Pieter de Cort zich menigmaal te Ommel, vooral op de ordinaire feestdagen, heeft vertoond om een en ander te onderzoeken.
Verklarende verder dat in hetzelfde huis of Clooster wel Dochters wonen, hebbende knechts, meiden, paarden, beesten etcetra die in 's lands- en gemeentelasten terzake van hun huishouding en bouwerijen omtrent 500 gulden contributie moeten betalen. Wat betreft het luiden der klokken verklaren wij dat te Ommel geen andere klok of klokken zijn als een, die in de toren van de kerk van Ommel, zijnde de combinatie van Asten, hangt. Dat deze klok nooit anders is en werd geluid, dan op die dagen dat de predikant van Asten, te Ommel, in de combinatiekerk, staande naast het verkochte Clooster, komt preken en opdracht tot het luiden geeft. Ook werd de klok geluid op order van Mevrouwe van Asten, drossard en schepenen, gedurende een poos, alle dagen om twaalf uur 's middags, zoals op veel plaatsen in de Meyerij gebeurde, dit om de in het veld werkende te adverteren dat het twaalf uur is. De klok is ook getrokken, 's avonds van den 1e november tot Pasen, om half negen, zoals te Asten om half tien wordt gedaan. Hetwelk wordt gedaan om de lieden die de wacht hebben, om tegen de vagebonden te waken, te waarschuwen zich te vervaardigen. Een en ander verklaren wij zal de zuivere waarheid en wij kunnen verzekeren dat dit niet ter contrarie zal zijn van de predikant of anderen te Asten en Ommel.

In de classis van Peel- en Kempenland vervulde Pieter de Cort vele functies, zoals blijkt uit nevenstaande archiefstuk12:

Hij was dus drossaard in Asten, Mierlo, Beek en Croy, griffier en ouderling in Helmond.

Drossaard Pieter de Cort wil de proceskosten verhalen op de moordenaar Aelbert Jansen van den Wildenbergh:

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 01-08-1713:
Declaratie van de kosten die Pieter de Cort, drossard, aanlegger, gemaakt heeft contra Aelbert Jansen van den Wildenbergh, gedaagde.
Op 28 februari 1713, heeft gedaagde op een moorddadige wijze, met voorbedachte zin en boosaardigheid, zonder enig krakeel of kijfachtige woorden gehad te hebben Peter Anthonis gestoken, zodanig dat de darmen uit de wanden kwamen en hij binnen enige uren kwam te overlijden. Bij visitatie is gebleken dat er verscheidene dodelijke wonden waren toegebracht. De dader was fugitieff en is buiten de heerlijkheid gebannen op pene van doodstraf bij terugkeer. Op 6 maart 1713 is de acte van verhoor aan de Raad van Brabant, via proreur van der Horst, gezonden. Aelbert van den Wildenbergh bezit niet anders dan twee pertsveltiens en bij niet verschijnen worden deze verkocht.

Pieter de Cort pacht een huis in Asten om daar te gaan wonen (zie Emmastraat 6):

Asten Rechterlijk Archief 113 folio 100; 27-05-1713:
Peeter Jan Baltus verpacht aan Pieter de Cort, drossard een pannehuis met het klein huiske of keukentje en het schuurtje zoals in bewoning bij de drossard. Huurtermijn 8 jaar. Huursom ƒ 48,- per jaar. Het eerste jaar zal de helft van de pachtsom betaald worden de andere helft wordt gebruikt voor reparatie. Verponding ƒ 2-10-0 per jaar rekening pachter.

De beruchte moordenaar Willem Mathijs Somers slaat kort daarna zijn ruiten in:

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 27-06-1713:
Pieter de Cort contra Willem Mattijs Somers, gedaagde gevangene. Dat gevangene en zijn compagnon in dezelfde nacht, heeft ingeslagen, of helpen inslaan, de glazen van het huis van de drossard, alhier. Dat de gevangene en zijn consorten, op pene van een ton bier, heeft helpen bespreken om drossard, schepenen en al die in de raadkamer waren, daar uit te halen en te vermoorden. Dit was ten tijde dat vergaderd werd over de feiten begaan, omtrent het huis van Thomas Hoeffnagels.

Voor dit vergrijp en veel meer vergrijpen, waaronder moord, wordt Willem Mathijs Somers gegeseld:

Asten Rechterlijk Archief 113 folio 128 verso; 31-10-1713:
Pieter de Cort, drossard, aanlegger contra Willem Mattijs Somers, gedaagde.
Dat Willem Matijs Somers strengelijck gegeesselt zou worden. Dat echter de drossard, op verzoek van de majestaat deser plaetse in plaats van strengelijck heeft laten geeselen. Getuigende verder, dat nadat de geseling had plaats gevonden en Willem Mathijs Somers, den drost en schepenen, met gebogen knieën had bedankt voor de genadige cententie, wij hem terugbrengend naar het kasteel van Asten om daar zijn overbrenging, ingevolge de uitspraak, naar een tugthuys af te wachten onderweg hebben wij gehoord en gezien dat Willem Mattijssen met gramme gemoede uytberstende de volgende woorden sprak: "Jan van de Cruys of namelijck twee huysgesinnen tot Ommel hebben met valsche getuygenissen overtuygt". Zeggende verder: "Allent quade 'tgeene ick gedaen hebbe dat kan ick met een oortje betaelen, ick tart idereen die anders van mijn kan seggen". Passerende langs een herberg, riep Willem MathijsSomers: "Geeft, of schenckt mij een brandewijn". De drossard wilde echter doorgaan en niet stilhouden. Hierop is hij, Willem Mathijs Somers, weer uitgebarsten: "Wat, mordieu, waer wilde mijn brengen, heb ick niet genoegh uytgestaen. Ick wil los sijn en heeft hij, terwijl wij hem transporteerden, niet anders gedaan als geexclameert en uitgroepen: "Mordieu", die en dergelijcke expressien spreeckende sonder het minste berouw en leetwesen te hebben.

Drossaard Pieter de Cort is niet erg welkom in Asten, want zijn huis wordt beklad en zijn ruiten worden nogmaals ingegooid:

Asten Rechterlijk Archief 114 folio 4 verso; 04-01-1714:
Wij, Jan Hicxspoors en Symon IJsbouts, schepenen, doen conde dat wij beneffens onze secretaris zijn verzocht door Pieter de Cort, drossard, op de eerste dag van januari 1714, ofwel nieuwjaarsdag, om te komen en dan bevonden hebben dat op de deur, naast de straat van het huis van de drossard, met krijt was geschreven, deze woorden in verbis en dat in lopende hand: "Den drossard is een schelm".

Asten Rechterlijk Archief 114 folio 13; 21-02-1714:
Schepenen van Asten verklaren, dat, ofschoon de Heer Pieter de Cort, drossard, alhier, is een man bij ons en allomme bekent eerlijck in handel en wandel die niet anders en handelt als naar regt en justitie. Wij hebben echter bevonden, op de dato rond een uur in de middag, dat de glazen van de slaapkamer van de drossard met forse en gewelt ontstucken sijn geworpen en geslagen, ja soodanigh, dat de ijse spillen daar van sijn gebogen. Volgens de drossard en zijn huisgezin is het afgelopen nacht gedaan.

Voor zijn vele banen heeft Pieter de Cort een paspoort nodig:

Asten Rechterlijk Archief 113 folio 117; 04-08-1713:
Paspoort voor Pieter de Cort en zijn vrouw, Margrita Gerbade, drossard of ballieuw van Asten, Mierlo en Vlierden, secretaris van Vlierden, Baeckel en Milheese, commies, collecteur en distributeur van 't klein zegel in Peelland.

Opnieuw is Pieter de Cort slachtoffer van vandalisme, worden zijn ruiten ingegooid en wordt tot tweemaal toe een galg op zijn huis gekrijt en wordt zijn huis besmeurd:

Asten Rechterlijk Archief 113 folio 127; 18-10-1713:
Schepenen van Asten verklaren ter instantie van Pieter de Cort, drost, bij occulair inspectie bevonden te hebben dat door de bovenstaende glase van de eenigste raemglas staende op desselfs drossarts comptoir off schrijfcamer met force en gewelt is gesmeten off geslagen, en heeft den drost en die van sijne huyshoudinge ons verclaert dat de worp met een stuck backsteen is geschiet, op gisterenavont, ontrent de seven uren, welcke worp vehementen moet sijn geweest, ja, soodanigh dat het iseren glasespil door de vehemente worp de cragt van den selven worp heeft moeten breecken, alsoo tselve seer binnewaerts is geboogen ende aengesien den selven worp regt of tersijden over van de staende schrijflessenaer van den drossard is gecomen. Verklaren wij dat indien de worp niet gestut hadde denselve indien den drossard, aldaer hadde staen schrijven, naer alle gedagten aen sijn hooft hadde moeten treffen. De drossard heeft ons vertoond een stuck van eenen harden backsteen waerme de den gemelten drossard seyde den worp gedaen te sijn, gelijck men oock conde sien dat den selven steen een verse pleck hadde die apparent op tselve gestut sal sijn. De drossard verzoekt ons om acte in forma.

Asten Rechterlijk Archief 114 folio 52; 01-10-1714:
Schepenen van Asten verklaren ter instantie van Peeter de Cort, drossard, dat ofschoon deselve is een officier die niet anders en doet dan alleen hetgeene een officier behoort te doen en toestaat te doen. Tot ons leedwezen hebben wij deze morgen bevonden dat op de voordeur van de drossardwoning met krijt is geschreven een galge in het midden van de selve daaraan hangende de figure als ymant daar aangehangen was, sijnde mede de deur mitsgaris op de een seyde van het deurgebont als dulper besmeeten en bewurpen met menschendreck. Een en ander is door ons en andere passanten gezien.

Asten Rechterlijk Archief 114 folio 137 verso; 30-12-1715:
Schepenen van Asten verklaren dat wij op verzoek van Pieter de Cort, drossard, hebben geschouwd een seecker affront aan zijn huis gedaan. Wij hebben bevonden dat op de voordeur van zijn huis met krijt was geschreven of getrokken een galge. De drossard heeft hierover geprotesteerd.

Pieter de Cort woonde van 1698 tot circa 1702 in Vlierden, daarna in Helmond en in 1713 in Asten, maar verhuisde na de bedreigingen in 1716 naar de Binderstraat in Helmond. In 1717 wordt hij weer ingeschreven als lidmaat van de gereformeerde kerk in Helmond. Hij was nogal van de zware straffen, waar hij ook de ingezetenen van Asten als een volkstribunaal wilde betrekken, die echter weigerden:

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 29-04-1715:
Pieter de Cort, drossard, aanlegger contra Jacob de Lauwere alias Hans Jacob gevangene. Gevangene is geboortig van Bouchain en zijn doopnaam Jacob de Lauwere, zijn vader heette Hans Jacob. Hijzelf is ook bekend geraakt als Hans Jacob. Gevangene is in het leger van de Coninck van Spangien geweest en daaruit gedeserteerd. Hij heeft ook dienst gedaan onder de Coninck van Vranckrijck. Hij heeft te Spiers een wachtmeester de cop opgesabelt en alsdoen met volmontering gedeserteerd. Te Rijssel, of daaromtrent, heeft hij een duwel met iemand aangegaan waarbij de tegenpartij zodanig is gewond geraakt, dat hij daaraan is overleden. Gevangene, ziende, dat door twee doodslagen en twee deserties, alles fout ging, heeft het habijt van een heremiet, zonder daarvoor toestemming te hebben, aangetrokken en 't haar van 't hoofd geschoren. Zo heeft hij, ongeveer 18 of 19 jaar door het land gelopen, zowel hier als in andere landen. En heeft zich bezig gehouden met het afpersen van geld en koren. In 1697 tot februari 1698 heeft hij een knegt off sackendrager gehad, met name Dirck Adriaensen, geboren te Loemel, wonende te Achelen en ketelbuter van beroep. In die tijd hebben zij samen gelopen agter Sittert, in lant van Heyden, ontrent Aken, 't ampt Monfort, Spaens Gelderlandt en Kaldenkercken, al afpersende. Waarvan gevangene zegt dat hij menigmaal 200 rijksdaalders bij zich had. Dit geld werd voornamelijk omgezet in jenever en brandewijn. Menigmaal zijn zij in herbergen geweest, het laatst op Sint Thomasdag 1697, te Assenraey, bij Fedder Hensken en te Dalheym, in 't leyenhuis van Willem.
Int Munsterland heeft gevangene een tijd geleefd, als man en vrouw, buiten huwelijk met Margriet, weduwe van een wachtmeester. Hij zou toen naar Berlijn of Pruissen gaan. Met die Margriet, maar ook met andere vrouwen, heeft hij een ergerlijk leven geleefd. Gevangene is, op 22 februari 1712, te Brussel door de straten geleidt in habijt en kaal geschoren, met een papier op de borst, waarop in grote letters stond 'le faux heremite'. Hij heeft ook Loy Castermans, te Bilsen, gedwongen om met hem brandewijn te drinken in Vletingen, bij Mastrigt gelegen. Er volgen nog een aantal namen van personen uit de buurt van Maastricht, inbraak in twee kerken te Bilsen.

Asten Rechterlijk Archief 114 folio 107; 17-05-1715:
Schepenen van Asten verklaren, dat op de dato ingevolge seeckere sententie van schepenen alhier, de dato 15 mei 1715, eenen lantloper en dieff, genaemt Jacob de Lauwe, in de wandelingh genaemt Hans Jacobs met de coorden gestraft sullende werden. Tot assistentie van onsen drossard, die sonder roem gesproocken niet alleen in dese, maer in alle ondeugentheden te straffen alle devoiren en vigilantie is gebruyckende, waren geciteert uyt ider huys een man en den rinck tot het volbrengen van voorschreven executie gesloten wesende door de ingesetenen en de executie volbragt sijnde. Soo versogte den drossard als slaende eerst de hant aan de leer van de galg, dat de ingesetenen aldaer present, vermits die leer, hem drossard, te swaer was, hem gelieffde te assisteren, maer in tegendeel niettegenstaende dat menighvuldige ingesetenen aldaer present en den drost, de hant aen de leer geslagen hebbende, hem niemant der ingesetenen heeft willen helpen.
Waerop den drost, met goetvinden van ons, schepenen, aen de rotmeesters aenseyde, dat sij, rotmeesters, uyt ider rodt tot sijns, drossards, assistentie twee man souden hebben te commanderen. En dat aen de rotmeesters, door den ondervorster, Jacob Baessen, aengesegt sijnde, verclaren wij, dat des onaengesien niemant ter assistentie van drossardt is gecomen en hij, drossardt, aen Peeter Doenssen, inwoonder alhier, en rotmeester van 't Wolffberghsrodt gevraegt hebbende wie hij, rotmeester, gecommandeert hadde tot tgeene voorschreven dito rotmeester geseyt hadde dat hij onder andere daertoe gecommandeert hadde Francis Tonis, ingesetenen van Asten en gehoorende onder 't rodt van de Wolffsbergh, gelijck hij rotmeester ten passere deser alnogh bekent tot tgeen voorschreven Francis Tonis ondermeer gecommandeert te hebben hij drossard denselve Francis Tonis niet alleen iterative reysen om assistentie te doenen en de handt te leenen minnelijck heeft vermaent, maer dat niet willende helpen heeft de voorschrevene drossard, vermits hij daertoe onwilligh was en bleef, geprotesteert, door welcke weygeringe alle en een ider voet en fondament gegeven is geworden gelijck oock is geschiet, dat de voorschrevene drossard de leer niet conde van de galg becomen. En den drossard verlegen gelaten, sulcx dat wij, schepenen, siende de goede vrijantie van den drossard die den eersten is geweest die de handt aen de leer hadde gevlooden en van de ingesetenen geen hulp bewesen weerdende hebben wij, schepenen, tot het affnemen en opde kar leggen van de leer aen denselven drossardt onse assistentie bewesen. En want de selven drossardt vantgeen voorschreven versogte onse attestatie hebben wij deselve aen sijn Edele niet connen off willen weygeren maer om desselfs vigilantie en goede directie ten dienste vant gemeen geerne medegedeelt om hem daervan in andere voorvallen te bedienen, soo te rede opdat de justitie niet magh comen te verslappen en den drossard, alhier, die sonder hulp van de ingesetenen geen regt of justitie can doen floreren.

Drossard Pieter de Cort ruziet met de predikant over de hoogte van een stoel in de kerk voor de Heer van Asten:

Asten Rechterlijk Archief 114 folio 132 verso; 16-11-1715:
Schepenen van Asten verklaren ter instantie van Pieter de Cort, drost, dat zij weten dat op dinsdag, 5 november 1715, 's middags tussen twee en drie uur, tussen de requirant en Willem Hendrick Vermeer, predicant, over 't stellen van den eenen stoel in de kerck, vier vingerbreet hoger als den andere, hevige woorden sijn ontstaan.
Zij verklaren, dat de drost tegen de predikant zei: "Mijnheer, ik hadde dat geern. Vermits die stoel voor 't respect van den Huyse van Asten werdende geset, dat die vier vingerbreet hoger dan die van drost, schepenen en secretaris gestelt en geset mogte werden, dat versoeck ik en daer soude ik glorie in hebben. Ik laet mijn Heer Vermeer vrij omtrent den stoel van sijn familie te doen, soo als 't sijn Eerwaarde belieft". Waarop Vermeer antwoordde: "Neen". De drossard zei hierop: "Als drossard en eerte provisor ordonneer ik het, dat die vier vingerbreet hoger werden gestelt".
Verklaren verder onder andere gehoord te hebben dat de predikant tegen de drossard zei: "Een eerlijck man hout sijn woort en 't is niet soals het hoort dat men een remonstrantie of deductie tegens mij gemaeckt heeft en die aen dominee Cuypers en aen iedereen laet lesen". Den drost daarop antwoordende: "Dat is onwaer, ik laet aen een ider geen deductie lesen, maer tgeen ik heb, is een memorie van onse verwijderingh en dominee Cuypers sal niet seggen dat hij se oyt gelesen heeft". Vermeer heeft daarop gezegd: "Dat Cuypers mij dat heeft geseyt". Dit werd tegengesproken door de drost en staande gehouden door Vermeer waarbij de drost nog gezegd heeft: "Mijn Heer, dat lieg U".

Asten Rechterlijk Archief 114 folio 133 verso; 16-11-1715:
Schepenen van Asten zijn door Pieter de Cort, drossard, verzocht om met hem, de stoel die voor de magistraat is gesteld, staande in de kerk, naast de noordzijde, te visiteren. Wij schepenen verklaren, de stoel gezien te hebben en bevonden, dat deze met een ijseren boogh in een blauwe plavuys, met loot ingegoten, is vastgehecht. En verklaart de drossard als de eerste persoon van de magistraat met denselven stoel, soo als die jegenwoordig is, te nemen volcomen genoegen, sonder dat daeraen veranderinge vereyst off gedaen moet werden.

Vele Brabantse molens waren banmolens, waaraan het privilegie was verbonden, dat de ingezetenen van een gemeente of van een bepaalde kring (ban), waarin deze molens stonden, verplicht waren om hun granen daar en niet elders te laten malen, het dwangmolenrecht. Dit betekende voor die ingezetenen veelal een ongewenste dwang en de eigenaars van molens, die dat privilegie niet bezaten, voelden zich daardoor ernstig in hun bedrijf benadeeld. Geen wonder, dat dit zogenaamde recht van bannaliteit door hen veelvuldig miskend en geschonden werd. Hier wordt Pieter de Cort aangeklaagd door een molenaar uit Vlierden:

Eindhovensche Schepenprotocollen 92, folio 99 verso; 1717:
Jan Royackers, mulder te Vlierden, en de Barones Quaet van Lanscroon, vrouwe van Vlierden, die beiden ieder voor de helft de windmolen te Vlierden in eigendom bezaten, voerden proces voor de Raad van Brabant te 's Gravenhage tegen Cornelis Manders, mulder op de windmolen teAsten, alsmede tegen Pieter de Cort, drossaard, en de Barones van Doerne, grondvrouwe van Asten, die zijn partij kozen. Manders had 29 juli 1717, geassisteerd door de vorster en de schutter van Asten, van een Astense inwoner, toen deze met een kar meel, gemalen te Vlierden, naar huis voer, drie zakken meel aangeslagen en naar het huis van de vorster doen brengen en bovendien een boete van 50 gulden van hem geëist.

En klaagt Pieter de Cort een vierman aan wegens overtreding van het dwangmolenrecht13:

Ook jonge landlopers worden gestraft en worden aan de kaak gesteld:

Asten Rechterlijk Archief 20 folio 81;16-04-1723:
De schepenen geven toestemming aan de drossard om Jan Adolf Lodewijcx, Peeter Gallas en Anna Margriet Meyer, door Pieter de Cort, drossard, voor landlopers en vagebonden gehouden, in hechtenis te nemen en aan te klagen op onder andere:
De twee manspersonen hebben van de vrouw, op dinsdag 13 april, een boekje gekregen waarin enige collecten aangetekend waren. Ze zijn Daarop bij de predikanten om aalmoezen gaan ontvangen. Ook hadden zij enige attestaties bij zich waaruit zou blijken dat zij van de gereformeerde religie waren. Deze hadden zij ook van Anna ontvangen. Een en ander heeft zij ook toegegeven zo te zijn. Van de predikant van Aarle Rixtel hebben zij ontvangen 6 stuivers. Van de substituut Secretaris van Deurne, bij absentie van de predikant ieder 12 stuiver 8 penningen. Alnog van de predikantsvrouw van Asten 5 schellingen. Het boekje was door Anna verborgen. Naschrift: Gelet op de confessie van de gevangenen alsmede de jonge jaren van de twee manspersonen worden zij, ten voorbeeld van andere, driemaal om de kaak geleidt. Daarna Hebben zij, binnen een uur, het grondgebied van Asten te verlaten dit voor de tijd van 25 jaar.

Pieter de Cort wilde schoolmeester Swanenbergh niet als procureur hebben:

Asten Rechterlijk Archief 115 folio 229; 21-02-1724:
Wij, president en schepenen van Asten, verklaren dat Pieter de Cort, drossard, alhier, wonende te Helmont, het drostambt altijd dienstveerdig heeft waargenomen. Verklarende verder, dat, in het voorjaar 1723, ten regarde van schepenen in de raadkamer was gekomen, Gabriel Swanenberg, schoolmeester, die een rekest overgaf om tot procureur benoemd te worden. Dat dan de drossard zei: "Swanenberg, gij hebt voor enige dagen van Baron van Balen, opt casteel van Asten, versogt om voor procureur geadmitteert te werden, die het U geweygert heeft. Hoe derffsie dat nu van schepenen te versoecken"?
Waarover hij, Swanenberg, misnoegd was. Dat Swanenberg op een ordinaar genegt zonder permissie in de raadkamer was gekomen en dat de drost aan hem vroeg of hij wel wist waar hij was en ook in wat voor kwaliteit hij daar wel kwam?
Waarop advocaat Swinckels, waarvoor hij, Swanenberg, dikwijls is schrijvende zei: "Hij comt maer als eenen boode". Verder verklaren wij, in 1723, gehoord te hebben dat de drost tegen de vorster, Gerard van Riet, zei: "Ik heb U dickwels ordre gegeven om als gij cont Willem Tijs Somers te apprehenteren, nu seg ik U, in presentie van schepenen, dat gij, soo gij Willem Tijs Somers gewaar wort denselven sult apprehenderen sonder daarvan in gebreecke te blijven".

Als schoolmeester Swanenbergh daarna zijn gekochte huis niet in kan, zorgt Pieter de Cort er voor dat de eerdere bewoners moeten vertrekken:

Asten Rechterlijk Archief 116 folio 69; 09-05-1727:
Schepenen Verklaren dat de vorster, namens Gabriell Swanenbergh, schoolmeester, de drossard en ons schepenen, op woensdag, 7 mei laatstleden, heeft verzocht hem, Swanenbergh, met de sterke hand te assisteren in het uitzetten en uitruimen van het door hem gekochte huis en geweest van Hendrik Hoefnagels nomen uxoris. De drossard en wij, schepenen, zijn na visie van opdracht, gepasseert voor de Raad van Brabant, te 's Gravenhage, met de dienaren van justitie gegaan naar het voorschreven huis, waar op verzoek van Swanenbergh, de drossard door de dienaren van justitie de vrouw heeft gestelt uyt den huyse en de goederen doen ruymen en daarna Swanenbergh in de possessie gesteld.

Ook krijgt Pieter de Cort te maken met dode lichamen van onbekenden:

Asten Rechterlijk Archief 117; 13-02-1735:
Men laet een ider bij dese weten dat den drossard van Asten op de gerugte als off in den hoff van Gerit van Riet, geregtsboode, alhier een doot menschenlighaem begraven bevonden soude sijn deswegen informatien en visitatie heeft genomen sonder dat een menschenlighaem is gevonden. Soo wort bekent gemaeckt dat diegeen die soodanig een doot lighaem weet aen te wijsen off waer 't selve gebleven is dat aen diegeen die sulx weet aen te wijsen een premie van vijftigh gulden sal worden gegeven en daerenboven sal desselfs naem worden gesecreteert. Den ondervorster sal dit publiceren op sondag den 13 februari 1735. Pieter de Cort.

Asten Rechterlijk Archief 117 folio 148; 07-05-1736:
Schepenen van Asten verklaren dat zij op 1 mei laatstleden op de geruchten, dat op het kerkhof, alhier, bij het maken van een graf een dood lichaam was ontdekt ter plaatse zijn geweest en daar een oculaire inspectie hebben gedaan en bevonden een dood lichaam, met een hoofd gescheiden van het lichaam en dat de benen tot aan de knieën daaraf waren. De rechterhand lag op de borst en de linkerhand achter de hals. Het hoofd, met een wollendoek omwonden lag op het lichaam. Wij hebben opdracht gegeven, nadat het lichaam 24 uur was bewaakt, om het op het kerkhof wederom te begraven. Ter instantie van de drossard, die inmiddels uit 's Gravenhage was teruggekeerd, hebben wij het lichaam weer op laten graven en gebracht in het koor van de kerk en daar laten visiteren door Johan Grootenacker, medicijnen doctor en Hendrick van Keulen, chirurgijn, beiden te Helmont. Zij hebben Bevonden dat het dode lichaam al verscheidene jaren begraven moet zijn geweest.

Pieter de Cort is te Helmond op 02-07-1737 overleden en hieronder zijn begraafakte:

22

Na zijn dood vestigde zijn weduwe zich in Mierlo waar ze op 01-10-1737 overleed en hieronder haar begraafakte:

23

De schepenen verzoeken na ruim anderhalf jaar om de aanstelling van een nieuwe drossaard:

Asten Rechterlijk Archief 118 folio 102; 02-02-1739:
Schepenen van Asten schrijven aan Bregje van Ghesel, Vrouwe van Asten, weduwe Pieter Valkenier, schepen te Amsterdam, dat Pieter de Cort, oud drost van Asten, sinds 01-07-1737, is overleden en dat sindsdien het ambt van drossaard vacant is. Zij verzoeken om een nieuwe drossaard aan te stellen.

Familie van de weduwe van Pieter de Cort, neef Hieroniumus Gerbade advocaat bij het of van juystitie in 's-Hertogenbosch, moet de nalatenschap afhandelen:

Archief Schepenbank Helmond, folio 18; 14-05-1739:
Hieroniumus Gerbade qualitate quo van den boel en de natenschap van wijlen juffrouw Margreta Gerbade, weduwe van Pieter de Cort, in zijn leven drossard van Asten, Mierlo, Beek, Vlierden en Stiphout.

Jacobus Losecaat, 1739-1796

Jacobus Losecaat is geboren te Zevenbergen op 09-02-1716 als zoon van Anthonij Losecaat en Cornelia van de Meberg. Hij is op 21-09-1741 te Asten ondertrouwd en getrouwd te Deurne met Geertruida Hampen, geboren te 's Gravenhage op 11-11-1712:

24

Het gezin van Jacobus Losecaat en Geertruida Hampen:

# Voornaam Geboorte Huwelijk Overlijden Referentie
1 Anthonij Asten 22-09-1743 Ongehuwd Eindhoven 03-01-1829 secretaris Eindhoven
2 Cornelia Maria Asten 26-11-1744 Asten 09-07-1765
Petrus Molengraaff*
Amsterdam 26-10-1811 * predikant te Asten en Veghel
zie Petrus Molengraaff
3 Pieter Asten 20-03-1746 Eindhoven 11-08-1772
Antonetta van Esveld
Sint Michielsgestel 04-05-1801
Wilhelmina Eckringa van Sprang
Leiden 12-02-1825 jurist bij rechtbank te Breda
4 Gerhardina Asten 15-02-1750 Asten 02-03-1773
Jan Willem van Nouhuijs**
Sint Oedenrode 14-10-1821 ** notaris te Sint-Oedenrode
woonde op Kerkstraat 17
broer van Abraham van Nouhuijs
5 Balthasar Willem Asten 12-11-1752 Ongehuwd Nuenen 02-03-1797 hersenschade

Jacobus Losecaat huurde eerst een huis nabij het huidige Koningsplein (zie Julianastraat 2) en vanaf 1745 in de Burgemeester Frenckenstraat (zie Voormalig huis G511) en vanaf 1746 tot zijn overlijden (zie Voormalig huis G434).

Hieronder silhouetten en portretten van Jacobus Losecaat, dochter Cornelia Maria Losecaat, zoon Pieter Losecaat en dochter Gerhardina Losecaat14:

De aanstelling van Jacobus Losecaat als drossaard van Asten:

Asten Rechterlijk Archief 118 folio 102 verso; 03-03-1739:
Jacobus Losecaat, drossard en secretaris van Asten, verklaart, onder eede, dat hij de inhoud van het 9e artikel van het contract tussen hem en de Vrouwe van Asten de dato 07-02-1739 notaris Johannes Beukelaar, Amsterdam, zal nakomen.

In het Kerkelyc plakaatboek11 wordt Jacobus Losecaat, als drossaard van Mierlo gesommeerd om daar gereformeerde schepenen in Mierlo aan te stellen:

Waar op gedelibereerd zynde, is goedgevonden en verstaan, dat gemelde Drossard van Mierlo, Jacobus Lofecaat, zal worden aangeschreeven en gelast, zoo als hy gelast word mits deezen, de voornoemde Roomsche President en Vice-President af te stellen, en andere van de Gereformeerde Religie aan te stellen, binnen drie weeken na receptie deezes, en zig voortaan te reguleeren na het Reglement op de Politicque Reformatie van den 1 April 166o, en na haar Hoog Mogenden Resolutie van den 21 Maart 1687, zonder daar van in gebreeken te blyven, op poene van haar Hoog Mogenden nadere dispositie.

Er heeft een ongeluk plaatsgevonden waarbij een kind van 12 jaar is gedood:

Asten Rechterlijk Archief 20 folio 226; 15-11-1751:
Drossard Jacobus Losecaat, aanlegger contra Arnoldus Peter Sluyters, gedaagde. Omdat gedaagde, 17 jaar oud en dus minderjarig is, wordt Arnoldus van Hoek aangesteld als zijn curator. In aanmerking genomen hebbende het onvolkomen bewijs van de doodslag die de gedaagde in persoon zou hebben geperpreteert aan het jongetje van twaalf jaar, genaamd Antoni Verreyt. En op alles wel en rijpelijk gelet, mede gehad het prae advies van twee onpartijdige regtsgeleerdens genoomen de omstandigheeden van het voorval daarin niet voorkomt een toeleg tot een dootslag off ander swaare grievinge mede het gebrek van het nodige bewijs ter overtuiging van de gedaagde in persoon en alnog de jongheid van den selve gedaagde.
Mijn Heere Schepenen doende recht en absolveren Arnoldus Peter Sluyters van de eis van aanlegger.
Jacobus Losecaat kreeg ook te maken met landlopers en die kregen een forse straf:

Asten Rechterlijk Archief 30 folio 56 verso; 19-08-1752:
Op heeden, den negentiende Augusty 17c twee en vijftig, heeft Maria Mombers alias Stomvoetse Mie, alhier, den seventiende deser, gearresteert heeft op vraage aan haar gedaan geantwoordt, verklaart en geconfesseert ter requisitie van den Heer Jacobus Losecaat, Drossard, alhier, waar te weesen dat sij gebooren is te Lummen in Brabant bij Diest, out te sijn ontrent vier en veertig jaaren en haare regte naam te weesen Maria Mombers en bijgenaamt Mie Stomvoets, ook wel genaamt Dikke Maria, sijnde een bijsit geweest van Willem Christen, die haar verlaaten heeft, sonder te weeten waar hij gebleeven is. Twelk wel seventien jaaren geleeden is, sijnde ontrent twee jaaren daarna getrouwt geweest met Peeter Jansen, sonder te weeten dat hij een andere naam off toenaam gehat heeft, welke Peter te Stramproy is dootgeschooten door Wandels twelk was toegekoomen door een verschil over het caartspeelen twelk ontrent agt jaaren geleeden is. En hebbende zedertdien geen man gehadt off met geen manspersoon geconverseert, hebbende nog vier kindere int leven, sijnde den outse genaamt Peter, out ontrent twintig jaaren sijnde een soon van Willem voornoemd wesende Denselve Peter in Hollant bij de boere om te werken, hebbende te Belfert, agter Tigele, bij Venlo bij de boere de beeste gehoet. Sijnde haar tweede kint, genaamt Catarina Christen, out ontrent vijftien jaaren, waarvan de vader is voornoemde Willem, haar derde kint, genaamt Maria, out ontrent tien jaaren en vierde kint, Jacobus, out ontrent 7 jaaren van welke twee kinderen voornoemde Peter Janse vader is. Hebbende geen vaste woonplaats en heeft altijt voor haar en kinderen de kost gebedelt en over het lant gegaan Ontrent Tigele, Venlo, Sevenum, Roggel, ter Horst, Bree, Baaldere, Kessel, Helden en Meyl, ter Horst, Neer en daarontrent en jong sijnde ook wel in de Meyerij, dog nu in lange jaaren niet in de Meyerij geweest en te Meyl haare ordinaare opgang geweest bij Franse Willemke, woonende bij de Donk, hebbende te Meyl, ontrent twee maal gesien den Zwarten Nol en Arike van Turenhout, sijnde eenige jaaren geleeden.
Verder bekent sij, gearresteerde, dat sij voorleede Sondag, den heele dag te Meyl is geweest en 's nagts geslaapen onder Helden en Maandag te Baaldere, bij de Maas en 's nagts geslaapen in een schop op Rinkersvoort en Dynsdag wederom te Helden en desnagts geslaape te Meyl in een schop van Aalke, woonende in de Kalverstraat en daar gebleeve tot voorleede Donderdag, alwaar bij haar is gekoomen, een vrouwspersoon genaamt Maria en met deselve en haar dogter Maria gegaan na Liessel en op den Heydrik drinke gevraagt hebbende, te Liessel eete gevraagt en aldaar snuyff gekogt en gekomen op het Sant, onder Asten en aldaar van den boer gevraagt om meel tot struyff te backen en daar gebacken. Vandaar saame gekomen op de Leensel, mede onder Asten, alwaar sijn aangehouden door boere van Liessel en na Liessel gebragt en vandaar, alhier te Asten, gebragt. Sijnde de voornoemde Maria Mombers alias Stompvoete Mie, alhier, in presentie van de ondergeteekende schepenen gevisiteert en op haare rugge bevonden een teeken off gebrantmerkt was. Soo heeft deselve geconfesseert dat in de somer van den jaare 1750, sijnde geweest op Sint Laurensdag, te Boekent, int lant van Luyk, door de soldaaten gevange is geworden met drie kinderen van haar en vandaar gebragt te Bree en daar eene nagt geweest, als doen verder gebragt na Luyk, alwaar tien weeken heeft geseeten en heeft aldaar een brantmerk gekreegen omdat sij haar had bedient en ging met een valse attestatie off brieff die sij had gevonden te Breesel, bij Stramproy, off wel door haar soon Pieter in een kamtas gevonden. Sijnde geweest een geschreeve attestatie soo sij meent te Capelle, met een zegel daarop. Met welke attestatie ontrent tien dagen heeft gegaan.

Asten Rechterlijk Archief 20 folio 229; 28-08-1752:
Den drossaard, aanlegger contra Johannes Fulligers, 38 jaar, geboren te Westhoven in de Palz; Tiaart Eylens, geboren te Ezels, in Oost Vrieslant; Maria Mombers alias Stomvoet of dikke Mie, 44 jaar, geboren te Lummel, bij Diest, in Brabant; Maria Granits alias Sibbels Mie, 37 jaar, geboren te Maastrigt; Catarina, dogter van dikke Mie, 16 jaar oud; Anna Maria Scheffers, 27 jaar, geboren te Wickraad in het land van Gulick, eerst bijzit en daarna getrouwd met Johannes Antoni Corst gedetineert te Weert.
De eerste gedetineerde is geweest in dienst van de keurvorst van de Palts in het regiment van La Mark. De tweede gedetineerde is in dienst geweest in een bataillon Grenadiers van Zijne Koninklijke Majesteit van Pruyssen. Zij zijn hier, na desertie, gepasseerd zonder aan iemand overlast te hebben gedaan of gebedeld. Zij worden ontslagen uit detentie, moeten hier aanstonds verdwijnen zonder ooit terug te mogen keren.
De volgende vier gedetineerden hebben nergens een vaste woonplaats gehad, maar steeds gezworven. De drie eerste zijn bijsitten geweest van fameuse vagebonden en de derde is te Luyk gebrandmerkt. Uitgesproken wordt dat de drie eerste door de meester van de scherpen geregte strengelijk sullen worden gegeeselt en dat de vierde gedetineerde, Catarina, met de roeden om de hals sulx sal moeten aansien. Verder worden zij voor altijd uit de heerlijkheid gebannen.

Jacobus Losecaat is ook verantwoordelijk voor de overdracht van de heerlijkheid Asten aan de nieuwe eigenaren Jan van Nievervaart en Cornelis van Hombroek:

Asten Rechterlijk Archief 107b folio 173 verso; 10-07-1754:
Voor notaris Willem Jan Vos, te Amsterdam, compareerden Herman van Ghesel mede namens de verdere erfgenamen van Bregje van Ghesel, weduwe Pieter Valkenier, te Amsterdam ter eenre en Jacobus Losecaat, drossard en secretaris, te Asten mede namens Jan van Nievervaart, coopman, te Dordregt en Cornelis van Hombroek, coopman, even buiten Dordregt. Acte betreffende de verkoop van de heerlijkheid Asten.

Een paardenhandelaar uit België wordt beschuldigd van diefstal en wordt daarvoor gegeseld:

Asten Rechterlijk Archief 120 folio 184; 01-03-1756:
Op heeden, den eerste Meert 17c ses en vijftig, soo heeft Felix Benedictus Cosijn, alhier, gearresteerde, op de mondelinge vrage van den drossard bekent dat hij des nagts, tusschen Vrijdag en Donderdag laatstleden, is geweest te Lierop en aldaar bij twee boere twee paarde gekogt. En bij den eene desavonts gegeten en 's nagts geslapen bij den boer op een bet, latende den boer sijn vrouw bij de meyt slapen. En sijn broek, bij den boer, in een betsteede gehangen en ontkent iets uyt den boer sijn broek gehaalt te hebben. Segt ook te Buul, Weert en Somere veele paarde gekogt te hebben. Bekent nu ook de stevels die hij, alhier komende, aan hat, te Somere bekome te hebben en dus onwaar te sijn dat hij die te Weert gemangelt had. Dat ook de twee silvere gespe, die hij geseyt had in de stad Weert, bij een kooperslager gekogt te hebben, niet gekogt maar tegens andere gemangelt te hebben. Dat ook niet waar is hij voor knegt van Jan van Severe is uytgesonde geweest om peerde te koopen. Segt alnog van Antwerpen geboore te sijn, dog wel ses jaaren uyt Antwerpen geweest te sijn en zedert gewoont te hebbe in Vrankrijk en laast gewoont te hebbe te Brugge, bij Jan van Severe, een en een halff jaar, sijnde een koopman in peerde en beesten en aldaar, mits sijn siekte, uyt den dienst geraakt, ontrent tien weeken geleeden, en zedert ten plattelande omgeloopen.
Segt geen cammeraaten te hebben en alleen geloope en paarde gekogt om daardoor aan de kost te koomen. Segt nu, dat sijn vader doot is en een stieffvader heeft, genaamt Pieter de Klerk en sijn moeder mede doot te sijn. Heeft vier broeders en een suster, genaamt Pieter Cousijn, Jan Baptist, Lodewicus en Nicolaas en suster Isabella Cousijn, woonende te Antwerpen, gereserveert Pieter Cousijn, woonende te Lokere en aldaar getrouwt met Maria Johanna Coeyvoet. Woonende Jan Baptist mede te Lokere, bij een boer. genaamt Augustinus Allander. Wijders segt hij op den kleyne Breugel, int lant van Luyk, geweest te sijn en aldaar mede paarde gekogt en ook een van den Mulder, aldaar. En daar bij den selve een nagt geslapen te hebbe en aldaar de blauwe lakense broek, die hij nu aan heeft van denselve mulder aangedaan. En vandaar gegaan terwijle denselve mulder met sijn vrouw na de kerk waren, sijnde, soo hij verklaart, ontrent veertien dagen geleeden. Ontkennende dat in deselve gelt was off ook geen silvere gespe aan deselve was off in waaren. Wijders segt hij dat soo, alhier, niet aangehouden off gearresteert geworden, doorgegaan soude hebben om onder de Koning van Pruysen dienst te neemen. Aldus gedaan en door voornoemde gearresteerde hetgeene voorschreven verklaart en geconfesseert. waarbij na voorleesinge persisteert. Actum, op dato ut supra, coram de ondergeteekende schepenen.

Asten Rechterlijk Archief 120 folio 196; 12-03-1756:
Op heden, den twaalffde meert 17c ses en vijftig, soo is Felix Benedictus Cosin, op de nadere mondelinge ondervraginge vrijwillig in Collegio van Schepenen, alhier, geconfesseert en bekent dat hij bij den boer, te Lierop, alwaar hij over veertien dagen een paart had gekogt en dien nagt bij den boer geslapen alsdoen bij den selve boer uyt sijn broek gehaalt te hebbe een seeme beursje waarin waaren drie blamuyserstuckjes met eenige dubbeltjes off kleyn gelt, waarvan een blamuyserstukje, alhier te Asten, in de herberg bij Mattijs van Bussel, heeft uytgegeve, een aan den boer van Somere die sijne stevels gebragt heeft en een laten wisselen. Verklarende wijders dat hij de blauwe broek, die van de mulder van de kleyne Breugel heeft medegenomen en sijn broek, aldaar, in de plaats gelaten. Blijvende persisteeere dat hij in deselve broek geen gelt heeft bevonden. Dat ook niets anders heeft gestoole off medegenomen als voors. beurse met gelt, de broek en stevels van Someren, en dese gepasseerde winter geen vaste woonplaats gehat te hebbe, maar langs het lant geloopen, een aalmoes gevraagt en hier en daar paarde gekogt.
Hem wordt opgelegd dat hij strengelijk zal worden gegeseld door den meester van de scherpe geregte en voor altijd uitgebannen uit de jurisdictie van deze heerlijkheid.

Men was verplicht om zijn granen in de molens van Asten te laten malen en als dit niet gebeurde, legde drossaard Jacobus Losecaat een flinke boete op:

Asten Rechterlijk Archief 122 folio 111; 09-03-1765:
Jan Janse van de Leensel verklaart dat hij, op 1 maart laatstleden, door zijn knecht, Jan Hoobergen, op de molen van Someren heeft laten malen rogge en boekweit, alzo van buyten binnen Asten ingebragt het is door de drossard in arrest genomen en hem is een boete van ƒ 50,- gevraagt. En doordien den comparant niet geneegen is deselve boete vooralsnog te betaalen of den os met de kar over te geven en alsoo de os, een heerenpand, zijnde en om daarvan de kosten voor te komen verklaart hij, comparant, de voornoemde os en kar van de drossard, alhier, uit arrest te nemen, met belofte deze ten alle tijde, op vermaan, terug te zullen geven of een boete van ƒ 40,- boven de voorschreven ƒ 50,-.

Asten Rechterlijk Archief 112 folio 112; 14-03-1765:
Roedolf Graaf, ondervorster en schutter, alhier en Arnoldus Smits verklaren ter requisitie van Jacobus Losecaat, drossard, dat zij op 1 mart laatstleden, 's morgens rond acht uur, de requirant bij hen is gekomen, zeggende: "Mij is gezegt datter een boer van Heusden met een kar na Someren ter moolen was, waarop moet gaan letten of terugkomt". Waarop zij, comparanten, de weg naar Someren zijn opgegaan, naar de Somerse brug, liggende over de Aa, tussen Asten en Someren. Op de weg vandaar naar Asten hebben zij een kar, op Somerse grond, gezien, komende van de Somerse molen. Zij hebben deze op het oog gehouden en over de voorschrevene steene brug zien binnenkomen. De kar werd gevoerd door Jan Hoebergen, knecht van Jan Jansen van de Leensel, op Heusden. Volgt een breedvoerig verslag over de inbeslagname van os, kar en meel in het oog gehouden door de drossard die van verre en terzijde gevolgd was waarbij Jan Hoebergen aanvoerde dat de molen van Asten geen dwangmolen zou zijn.

Bij overspel deelde Jacobus Losecaat een straf aan beide partijen uit, waarbij de dader er vaak relatief gemakkelijk vanaf kwam:

Asten Rechterlijk Archief 20 folio 318; 10-10-1774:
Peternel, dochter Jan Hendriks, te Ommel, 19 à 20 jaar oud, verklaart dat zij vier à vijf jaar als dienstmaagd heeft gewoond bij Jan Janse van de Leensel, op de voorste Heusden. Voornoemde Jan heeft haar, door schone woorden als andere, zover weten te brengen dat hij, in 1773, vleesselijke conversatie gehad heeft tengevolge waarvan zij bevrucht is geworden. Dit is ruchtbaar geworden en vooral bij de vrouw van voornoemde Jan, zodat zij in het najaar uit de dienst is gegaan om weer bij haar ouders te gaan wonen. In december is zij door haar vader en Peter Roymans gebracht naar Roggel, lande van Luyk, om daar te kramen bij de zoon van Jan Crolisse.
Den drossard, aanlegger contra Jan Janse van de Leensel en Peternel Hendriks, gedaagden. Terzake van overspel speciaal volgens het 80e en 81e artikel van Hare Hooge Mogendheden egtreglement de dato 18-03-1656. Gedaagde wordt opgelegd een boete van ƒ 100,- wegens gepleegd overspel met gedaagdesse. De gedaagdesse wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van een maand op water en brood wegens overspel, gepleegd met gedaagde.

Asten Rechterlijk Archief 30 folio 171 verso; 14-06-1779:
Jenneke Hoefnagels getrouwd geweest met Francis van den Broek, vroedvrouw, Maria van Riet getrouwd met Wilhelmus Knapen, buren, Alegonda Coopmans getrouwd met Cornelis Lintermans, buren. Zij verklaren dat zij, op 18 december 1778, 's avonds, zijn geroepen om te assisteren bij de bevalling van Maria van Rest, getrouwd met Mattijs Gerrit van Brussel en dat deze verlost is van een zoon. Maria van Rest heeft tijdens het verlossen verklaart dat Marten Gerrit Van Hugten, een getrouwd man, geboortig van Asten en wonende te Nederweert, de vader van het kind is.
Den drossard, aanlegger contra Maria van Rest getrouwd met Mattijs Gerrit van Brussel, gedaagde. Terzake van artikel 79 en 80 van Hare Hoge Mogendheden egtreglement de dato 18-03-1656. Gedaagdesse heeft, op 24-01-1780, vrijwillig beleden dat zij met Mattijs voorschreven, nu circa zes jaar geleden is getrouwd. Deze heeft haar na enige maanden verlaten, zonder dat zij weet of hij dood of levend is. Zij heeft nooit enige tijding gehad. Op 18-12-1778 is zij verlost van een zoon die zij verkregen heeft van Marten Gerrit van Hugten, zijnde een getrouwd man en wonende onder Weert. Maria van Rest wordt voor altijd uit Asten gebannen.

Een vroedvrouw had de plicht om onwettige kinderen aan te geven en stelde daar samen met de drossaard een contract voor op:

Asten Rechterlijk Archief 32 folio 69 verso; 10-01-1781:
Helena Steenbackers getrouwd met Antonius van der Walle is aangesteld tot wijse moeder off vroedvrouw dezer heerlijkheid. Tractement ƒ 80,- per jaar. Vrijdom van lasten voor haar en haar man van hoofdgeld, dranken, slagt- en kleine speciën alsmede voor de dorps-personele omslag. Zij zal ten alle tijde tegen een redelijke off ordinaire beloning ten dienste staan van alle ingezetenen. De arme ingezetenen zullen voor niet geholpen worden alzo onder het tractement behorende. Zij zal zich niet buiten het dorp begeven als er vrouwen zijn die op het uyterste gaan een en ander zoals besproken. Zij zal er acht op moeten geven of het onegte of bastard kinderen en iemand aantreffende al die soo in als na het verlossen moete afvragen wie de vader van het kint is en daarvan ten eersten aan den drossard moeten bekent maken en daarna attestatie te passeren. Helena kan niet schrijven.

Bij het Palmbroek op Voordeldonk is een wolf geschoten:

Asten Rechterlijk Archief 124 folio 266 verso; 01-07-1780:
Pieter Klomp en Jan Timmermans verklaren ter instantie van Wilhelmus Knaape, dat zij en veel meer andere zijn geweest in het Palmbroek, naar de zijde van Vlierden, alwaar een wolf ontdekt was. Deze wolf is toen afgeschoten door Wilhelmus, zijnde geweest een oude reymelaar. De wolf is toen ook vertoond aan drossard Jacobus Losecaat.

Zoals op te maken valt uit onderstaand proces tussen Jacobus Losecaat en zijn latere opvolger Theodorus Sengers, hangt er verandering in de lucht. Echter Asten was zijn tijd ver vooruit, want het lozen van regenwater op gemeentegrond wordt bestraft:

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 18-02-1788:
Jacobus van Ravesteyn, vorster, ter instantie van Jacobus Losecaat, laat weten dat hij met assistentie van Hendrik Halthuysen, schutter, ingevolge de resolutie de dato 26 januari 1788 de straat is opgegaan om te zien of daaraan werd voldaan en op 4 februari laatstleden heeft gezien dat van off uyt huys en erve van Theodorus Zangers, woonende alhier aan het Martvelt, het water door off uyt een goot aan off onder de poort vant selve huys door een sloop verscheyde treede opt Martvelt afgeleyt en loopende was. Op de 9e dito, kort na de middag, was het lopende op een gelijke manier als voor. Ook op de 11e dito, 's morgens om acht uur, liep het water tot half op het Martvelt. Telkenmale is aanstonds aan voornoemde Zangers, ten zijnen huize, gecalangeert, om de boete van ƒ 3,-, van iedere keer, binnen drie dagen aan de drossard te betalen. Op 14 februari 1788 is Theodorus Zangers gedaagd wegens het in gebreke blijven van betaling der boeten. Op 29 februari 1788 wordt hij nogmaals gedaagd ter betaling van ƒ 6,- vanwege dezelfde constateringen op 13 en 18 februari 1788.
Theodorus Zengers heeft nog laten weten dat hij over die resolutie bij verschijde advocaten was geweest welke daarmede eens lachten. En versogt derhalven om een en ander ter rolle te brengen en aan hem copie en dag, onder reserve, om sodanige actie te institueren. De drossard blijft bij zijn eis. Ook de schepenen, willen ingevolge haar resolutie van 26 januari laatstleden doorgaan. Men moet wel voorzichtig zijn dat de zaak niet te klein is, want dan zou geen copie en dag nodig zijn. Het Marktvelt is op order van officier en schepenen opgehoogd. Men zou nu ook de greppel kunnen vullen en dan maar afwachten wat Sengers ermee gaat doen.

Asten Rechterlijk Archief 25 folio 80 verso; 03-03-1788:
Den drost, aanlegger contra Theodorus Zengers, gedaagde. Gedaagde wordt beboet met driemaal drie gulden wegens het op drie verschillende tijden te weten 4, 9 en 11 februair laatstleden het laten lopen van het water door een goot onder de poort van zijn huis tot op het Marktvelt. Een en ander was niet toegestaan ingevolge resolutie de dato 26-01-1788.
Jacobus van Ravesteyn, vorster, heeft, op 14-02-1788, Theodorus Sengers gedagvaard om, op 18-02-1788, een boete te betalen van ƒ 9,-. Sengers heeft tegen hem gezegd: "Die denk ik niet te betaalen. De patriotten sullen haast af komen met tweemaal hondert duysent man".

Geertruida Hampen is op 02-12-1788 te Asten overleden en hieronder haar begraafakte:

25

Jacobus Losecaat heeft nog te maken met een jongeman, wiens vader in Asten woont en door hem is verstoten, in de problemen raakt. Aan de jongeman wordt een flinke straf opgelegd, maar Prins Willem verleent hem gratie:

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 17-11-1790:
Drossard Jacobus Losecaat, aanlegger contra Hendrikus Gragtmans, gedaagde.
Pro Deo. Aan zijne Doorlugtigste Hoogheid den Prince van Orange en Nassau.
Hendrik Gragtmans, geboortig van Tongelre, omtrent 18 jaar, logerende op de Gevangepoort te 's Hertogenbosch en geassisteerd met de ondergetekenden, zijnde de voornaamsten van zijn familie. Dat de suppliant, nu twee jaar geleden, van zijn vader en stiefmoeder, welke zeer armoedige lieden zijn, die met weven de kost winnen en te Asten woonachtig, is geabandonneert. Dat hij genoodzaakt is geworden om te zwerven en met weven en schapen hoeden de kost te verdienen. Hij is, toen hij zonder werk was, zelfs naar Maastrigt gegaan, om te zien of hij daar tamboer kon worden. Dit mislukte echter. En hij heeft zich weer aan het weven en schapen hoeden moeten begeven en is eindelijk, in het laatst van juni laatstleden als schaapherder kunnen komen bij Jacobus van Baarschot, onder Bladel en is daar gebleven tot elf dagen voor zijn apprehensie, dus ruim drie maanden.
Op 19 september dezes jaar 1790 heeft hij aan van Baarschot permissie gevraagd om naar de Astense kermis te mogen gaan en zig te gaan biegten. Hij heeft aldaar kermis gehouden en heeft bij die gelegenheid kennis gemaakt met Jacob Schoenmakers, zeggende, soldaat te zijn te Steenbergen. De suppliant is door deze kennismaking met de soldaat en zijn vrouw int wilde geraakt sijnde en heeft niet derven bij zijn meester terugkeren en evenmin in zijn vaders huis, uyt hoofde van een ongemakkelijke stiefmoeder en is dan met Jacob Schoenmakers en zijn vrouw naar Stramproy gegaan. en heeft daar samen met hem een paard gestolen. Nu suppliant op de Gevangenpoort zit en met het grootste berouw van agteren ziet hoe hij zich door zijn onachtzaamheid zo ver heeft kunnen laten verleiden om in elf dagen zoveel droefheid te veroorzaken. Suppliant, geassisteerd met zijn familie, verzoekt aan Uw Hoogheid, in aanmerking genomen de jonge jaaren en vooral de overgroote onnooselheid en bekenning van schuld, om vergeving. Was getekend Jan van Westerveld, cipier, P. Hoefnagels, Jan van Dijk, Lindert Geeven, J. van Rooy en Mattijs Lodewijks.
Marge: Deze en de bijlagen gezonden naar den drossard van Asten om verdere informatie.
17-11-1790 's Gravenhage Prins van Orange namens deze B. J. de Larrey.

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 27-10-1792:
Jacobus Losecaat, aanlegger contra Hendrik Gragtmans, gedetineerde.
Volgen een aantal punten betreffende de hoogte der straf de galg of geseling, brandmerk en verbanning. Ten voordele van gedaagde wordt aangevoerd zijn jonge leeftijd, de duidelijke misleiding, zijn goed gedrag te Bladel, de langdurige voordetentie.

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 14-01-1793:
Gratieverlening.
Wij, Willem, Prins van Orange verlenen gratie aan Hendrik Gragtmans, geboren te Tongelre door de drossard van Asten gedetineerd in de Gevangenepoort, te 's Hertogenbosch wegens medeplichtigheid aan twee verschillende paardendieverijen. Hem worden al deze daden kwijtgescholden. Suppliant wordt voor de tijd van twee jaar geplaatst in een verbeterhuis op kosten van de familie, welke om deze gratie heeft verzocht. Hij zal daar zijn kost moeten verdienen met handarbeid. Na deze twee jaar, wordt hij voor altijd verbannen uit Asten en het hele district van de Generaliteit. De gegratieerde wordt veroordeeld tot het betalen van alle kosten. Specificatie van kosten, gemaakt door Abraham van Nouhuys, in de zaak tegen H. Gragtmans ƒ 53-5-8.

Op wikipedia lezen we nog een korte levensbeschrijving van Jacobus Losecaat:

Jacobus Losecaat was betrokken bij de koop van de heerlijkheid Asten in 1754 door de Dordtse industriëlen Cornelis van Hombroek en Jan van Nievervaart. Van 1749-1795 was hij rentmeester van deze heren, alsmede van hun voorganger Pieter Valkenier en van hun opvolgers, zoals Antonia Papegaaij. Jacobus Losecaat was bovendien drossaard en secretaris van Asten, drossaard van Mierlo, secretaris van Bakel en erfsecretaris van Lierop. Dit leverde hem voor die tijd aanzienlijke inkomsten op. Daarbij leverde hij schrijfmaterialen aan de gemeente, kreeg onkostenvergoedingen en een deel van de boetes die hij zelf oplegde. Hij was in 1758 en 1761 griffier van het kwartier Peelland en in 1763 rentmeester van Peelland. In 1795 legde hij, op 79-jarige leeftijd, het drostambt neer, wat verwikkelingen met zich meebracht, aangezien de Fransen ingrijpende bestuurlijke hervormingen doorvoerden.

Jacobus Losecaat is bijna 60 jaar drossaard van Asten geweest en is op 17-12-1796 overleden en op 21-12-1796 te Asten begraven en hieronder zijn begraafakte:

26

Rond 1795 liet de Franse revolutie ook zijn sporen achter in Asten en Jacobus Losecaat was de laatste verplicht benoemde gereformeerde drossaard. Er wordt een resolutie ingediend voor de benoeming van een nieuwe drossaard15:

BataafsBrabant1795.jpg

Antony Goort Lomans, 1796-1800

Antony Severinus Goort Lomans is geboren te Asten op 31-12-1751 als zoon van Godefridus Lomans en Maria Manders (zie Molenweg 23). Hij is als molenaar op 14-08-1780 te Roermond getrouwd met Maria Josepha Pellemans, geboren te Stevensweert op 11-02-1751 als dochter van Theodorus Pelmans en Maria Joost van den Broeck. Na haar overlijden te Asten op 17-02-1785 is Antony Goort Lomans op 17-04-1788 te Nuenen hertrouwd met Anna Catharina Sengers, geboren te Nuenen op 30-07-1757 als dochter van Joannes Sengers en Anna Teulings en zus van Theodorus Johannes Sengers:

Inierunt matrimonium Antonius Lomans et Anna Catharina Sengers; testes Jois van Duuren et Arnoldus Swinckels.

Getrouwd zijn Antonius Lomans en Anna Catharina Sengers; getuigen Jois van Duuren en Arnoldus Swinckels.

27

De gezinnen van Antony Severinus Goort Lomans met Maria Josepha Pellemans en met Anna Catharina Sengers:

# Voornaam Geboorte Huwelijk Overlijden Referentie
1 Catharina Asten 20-04-1781 Kind Asten 30-04-1781
2 Maria Asten 20-04-1781 Kind Asten 30-04-1781
3 Maria Asten 02-09-1782 Nuenen 24-02-1805
Francis van Deursen
Geldrop 30-12-1830
4 Godefrida Asten 09-11-1784 Kind Asten 10-01-1785
5 Maria Josepha* Asten 31-05-1789 Ongehuwd Geldrop 12-04-1859
6 Anna Catharina* Asten 11-12-1790 Geldrop 15-05-1824
Martinus Maas
Geldrop 02-04-1865
7 Theodorus Johannes* Asten 25-09-1792
8 Johanna Godefrida* Asten 13-03-1795 Geldrop 11-10-1818
Gregorius van den Heuvel
Geldrop 02-12-1859
9 Godefridus Antonius* Asten 06-09-1796 Kind Asten 05-01-1797

* kinderen uit het tweede huwelijk

Zij woonden in het nabij de molen gelegen molenhuis (zie Voormalig huis G312).

Maria Josepha Pellemans was voor een deel eigenaar van de molen van Vlierden:

Rechterlijk Archief Vlierden 21 folio 63; 26-03-1764:
Op heeden verscheenen voor den notaris Jan Hendrick Barbers, oopenbaer notaris ter standplaetse Ruremonde, Joannes Baptista van der Crabben en Catarina Janssens, eheluydens, die verclaeren afstand te doen van; aen de vrouw toebehoorende 1⁄6e gedeelte van eenen coorenwintmoolen binnen de Heerlijckheyt Vlierden alsmeede in den moolenhuysinge ende landerijen daer bij ende aengehoorende; aen hen aengecoomen van wylen Josephus van den Broek, alles nogtans in faveur ende behoeff van haere vrinden Johannes van den Broek ende Maria Joseph Pellemans, wettige dogter van Theodorus Pellemans. Getuygen hiervoor waeren Francys Wolters en Petrus Locknes.

Eind 1796 wordt Antony Goort Lomans als drossaard gekozen:

Rechterlijk Archief Asten 32 folio 114; 31-12-1796:
Door de stemgerechtigde ingezetene is ingevolge gedane inschrijving door de provisionele representanten des volks van Bataafsch Braband de dato 06-10-1795 om een bekwaam persoon tot provisioneel drossard te kiezen gekozen, bij meerderheid van stemmen, Antony Goort Loomans. Deze heeft de bediening aangenomen.

Antony Goort Lomans stelt zich borg voor secretaris Abraham van Nouhuys:

Rechterlijk Archief Asten 129 folio 72 verso; 19-01-1798:
Antony Goort Loomans, drossard, stelt zich borg voor de 40e en 80e penning die Abraham van Nouhuys, als secretaris van Asten en Lierop, zal komen te ontvangen. Abraham van Nouhuys verklaart, zijn borg, kost- en schadeloos te houden.

De Weertenaar Jacobus Leys bedreigt verschillende mensen waaronder Antony Goort Lomans:

Rechterlijk Archief Asten 33-52; 03-12-1798:
Antoni Lomans, drossard, laat weten dat alhier, is gearresteerd Jacobus Leys, 22 jaar, wonende te Weert, de kost verdienend met vaaren. Terzake van gepleegde brutaliteiten en dreigementen, alhier, gepleegd. De aangehoudene is, in het Raadhuis, met de wacht bewaakt. Hij heeft zich, uit informatie, schuldig gemaakt aan het dreigen met een blood mesch tijdens zijn aanhouding tegenover Pieter Bakers, alhier. Alsmede aan de persoon en goederen van de remonstrant. Jacobus Leys is bovendien zeer suspect van gedrag, zoals in het algemeen wordt gedebiteerd. De voorschreven misdaden zijn van dien aard dat dezelve ten exemple van andere behoorlijk gestraft dient te worden en voorlopig in bewaring moet blijven tot het proces tegen hem kan worden gehouden. Remonstant vraagt zich wel af of hij de juiste persoon is om tegen Jacob Leys te procederen, omdat de misdaden tegen hem bedreven zijn. Hij verzoekt uit dien hoofde, aan U, om autorisatie om Jacobus Leys, op een goede plaats, alhier, in verzekering te houden, mits het gebrek aan een goede gevangenis en het proces te gaan voeren.
Jan Saasen, Jacobus van de Goor, Jan Dirk Wilbers en Philips van Bussel hebben gehoord dat Jacob Leys, op 2 december laatstleden, in bewoordinge heeft gezegd den drossaard Antony Loomans dood te schieten.
Bonaventura Slaats en Jan Kuypers verklaren dat zij, op zondag, 2 december laatstleden circa 3 uur, gezien hebben dat Jacobus Leys, in de raadkamer in gijzeling zittende, met een blood mes Pieter Bakers dreigde, zonder dat Pieter daartoe enige aanleiding gegeven heeft.
Martinus Koolen verklaart dat Jacobus Leys, te paard zittende, hem, op de kerkhof staande, met een blood mes gedreigd heeft, zeggende: "Wat let mij, dat ik het mes niet in Uw ziel werp".
Gerrit Verberne is op dezelfde wijze bedreigd.

Rechterlijk Archief Asten 30 folio 219 verso; 02-01-1799:
Lambert Bemmelmans, Jan Goort Geeven en Hendrik Verrijt verklaren dat zij, op zondag 2 december, even na de middag, zijn geweest aan het huis van Antonie Goort Loomans, drossard, dit huis ligt buitenaf, gedeeltelijk van de andere gelegen. Dat de 3e comparant aan de drossard heeft gevraagd om een pintje bier, teneinde eens te drinken. Door de drossard is dit geweigerd. Dat daarop Willem Hendrik van de Ven, uit Someren en Jacobus Luys, thans in gijzeling, op de Bospoort, bij hen gekomen zijn. Dat zij gehoord hebben dat deze riepen: "Ik geef den duyvel, lijf en ziel als ik het huys van den drossard niet boven de kop in brand steek".

In 1800 wordt Theodorus Sengers als zijn vervanger aangesteld:

Rechterlijk Archief Asten 32 folio 121 verso; 12-05-1800:
Theodorus Sengers wordt aangesteld als substituut of stedehouder dit op verzoek van drossard, Antony Lomans, om tijdens zijn absentie het ambt waar te nemen.

Antony Goort Loomans verhuist een tijdje naar Nuenen en Anna Catharina Sengers is op 11-06-1802 te Nuenen overleden en hieronder haar begraafakte:

28

Antony Severinus Goort Lomans is op 26-09-1815 te Asten overleden en hieronder zijn overlijdensakte:

29

Theodorus Johannes Sengers, 1800-1810

Theodorus Johannes Sengers is geboren te Nuenen op 22-06-1752 als zoon van Joannes Sengers en Anna Teulings en broer van Anna Catharina Sengers. Hij is op 18-02-1781 te Asten getrouwd met Antonia Franssen Voermans, geboren te Asten op 12-05-1756 als dochter van Antonius Antoni Franssen Voermans en Anna Tielemans (zie Markt 14 en 16):

30

Het gezin van Theodorus Johannes Sengers en Antonetta Fransen Voermans:

# Voornaam Geboorte Huwelijk Overlijden Referentie
1 Joannes Antonius Nuenen 09-12-1781 Helmond 19-10-1827
Joanna Maria de Vocht
Asten 22-04-1858 Griffier
2 Anna Elizabetha Asten 30-04-1783 Ongehuwd Nuenen 03-02-1827
3 Jacobus Johannes Asten 10-08-1784 Ongehuwd Nuenen 02-03-1839 Molenaar
4 Cornelius Josephus Asten 10-03-1786 Kind Asten 22-05-1786
5 Maria Josepha Asten 05-04-1787 Ongehuwd Asten 10-02-1829
6 Johannes Franciscus Asten 08-02-1789 Ongehuwd Nuenen 17-01-1871 Boer
7 Wilhelma Catharina Asten 22-03-1791 Asten 12-02-1821
Johannes van de Meulen
Bree (B) 15-06-1824
8 Johannes Dominicus Asten 02-09-1793 Ongehuwd Nuenen 06-04-1817 Molenaar
9 Johannes Andreas Asten 19-04-1795 Nuenen 10-08-1831
Egidia Vogels
Nuenen 27-02-1872 Molenaar
10 Johannes Cornelis Asten 02-07-1796 Kind Asten 17-01-1798
11 Theodorus Johannes Asten 17-12-1797 Kind Asten ±1800

Theodorus Johannes Sengers woonde met zijn gezin in een tegenover het raadhuis gelegen huis (zie Markt 14 en 16) en had daar een brouwerij, herberg en winkel in levensmiddelen. 

Uit de 's Hertogenbossche Courant van 16-10-1798 blijkt al dat de vanaf 1783 in Asten wonende Theodorus Johannes Sengers oorspronkelijk van Megen afkomstig was:

31

Een beknopte levengeschiedenis van Theodorus Johannes Sengers kunnen we opmaken uit de geschiedenis van de Opwettense watermolen16:

Zijn vader Joannes Sengers wordt op 20-05-1739 genoemd als molenaar in een akte van de Opwettense watermolen. In de nacht van 10 op 11 november 1764 brandde de waterkoren en oliemolen met de daarbij staande boerenwoning, schuur en stalling af, zoals blijkt uit een akte op een verzoek van de eigenaar van de molen Johan Sengers om financiële hulp. De molens worden herbouwd zoals ze nu bestaan als korenmolen en houtzaagmolen, oliemolen en molenaarshuis.
Op 06-02-1802 verzoekt Theodorus Johannes Sengers aan de Ontvanger-Generaal en Rentmeester der Domeinen te 's-Hertogenbosch om antwoord op zijn verweer betreffende het schouwen bij de Opwettense watermolen en om terugzending van de bewijsstukken. Op 13-07-1810 wordt Theodorus Johannes Sengers door Napoleon benoemd tot lid van de Arrondissementsraad in Eindhoven en een jaar later op 03-07-1811 wordt hij in naam van keizer Napoleon benoemd tot 'Suppliant de juge de Paix', plaatsvervangend vrederechter' van het kantongerecht te Asten.

In de Binnenlandsche Bataafsche courant van 05-04-1803 de herbenoeming van Theodorus Johannes Sengers als schout van Asten:

32

Theodorus Johannes Sengers wordt op de hoogte gebracht hoe een wachtloper zijn plicht verzuimde door dronkenschap:

Rechterlijk Archief Asten 130 folio 128; 22-04-1802:
Jan Marcelis Verrijt, 16 jaar en Andries Gieren, 17 jaar, wonende te Asten en ter goeder naam en faam. Zij verklaren ter requisitie van het Officie, dat zij, comparanten, op 29 maart laatstleden, 's avonds voor 10 uur, gegaan zijn naar Marten Kolen, ook hier wonende, teneinde hem aan te roepen om met hen op de wagt te gaan. Dat zij, comparanten, ten huize van Kolen gekomen zijnde, bevonden, dat deze dronken was en heeft hij, Colen, als toen van zijn vrouw een mes gevraagd, hetwelk hem door de vrouw ook gegeven is, waarop Kolen tegen hen, comparanten, gezegd heeft, met het blood mes in de hand er uyt waarop zij, comparanten, toen uit het huis zijn gaan lopen. Dat zij, comparanten, en ook Marten Kolen in het wachthuis gekomen zijn en de drost, tussen 11 à 12 uur, de wacht is komen visiteren en toen bevonden heeft dat Marten Kolen wiens tour het was om rond te gaan nog in het wachthuis was en hem een en andermaal gezegd hebbende dat het zijn tour was, dat hij moest gaan. Doch niet anders doende dan vloeken en raasen dat hij, drost, eindelijk Marten Kolen in de boeten slaande en dat zijn tour niet ging. En waarop Marten Colen opspringende, met een riek in de hand dreigenderwijze tegen de drost opstond welke hem echter, onder zijn riek springende, den blanken deenen op de borst sette. Zij bevestigen een en ander onder eede, afgelegd in handen van de drossard, Theodorus Sengers.

Theodorus Johannes Sengers hield er van om zich strikt aan de wet te houden en deelde menige boete uit:

Rechterlijk Archief Asten 26 folio 1; 02-05-1803:
Theodorus Sengers, schout, aanlegger contra Jelis van Hugten, gedaagde. Van gedaagde is, op 11 april laatstleden een menigte sijner schapen in de beemden agter den Diesdonk bevonden. Verklaring van H. Althuys, schutter Zal de ƒ 3,- boete betalen.

Theodorus Sengers, schout, aanlegger contra Pieter Hendrik Verrijt, gedaagde. Bij de brandschouw de dato 18 april laatstleden is van gedaagde zijn lantaarn defect bevonden; boete ƒ 1-5-0. Bij niet voldoen gijzelneming. Op de zitting van 16-5-1803 is gedaagde niet verschenen en heeft de boete niet voldaan. Op de volgende zitting betalen of gijzelen.

Theodorus Johannes Sengers werd ook schout van Vlierden, zoals Hendrik Nicolaas Ouwerling heeft opgetekend17.

 

Theodorus Johannes Sengers geeft een geleend paard terug:

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 23-02-1809:
Pieter Klomp heeft, op 10-1-1808, aan Theodorus Sengers, schout, zijn paard in bewaring gegeven. Bij deze verklaart hij zijn paard wederom ontvangen te hebben. Met belofte hetzelve weer op eerste requisitie in bewaring te stellen. Als borgen treden nu op Thomas Rovers en Jan Dirk Wilbers.

De Heer van Vlierden heeft op Astense grond een bosje laten kappen en Theodorus Johannes Sengers wordt geraadpleegd:

Asten Rechterlijk Archief 31 folio 1; 09-05-1803:
Jan Brunas verklaart ter instantie Theodorus Sengers, schout, dat hij en Pieter Lomans, op 18-04-1803, tijdens de brandschouw, op order van P. J. M. d'Aumerie, Heer van Vlierden, wonende op de Haseldonk, aldaar, heeft geslegt en gevult een grippel en de buytensloot in deser gemeentens dennebosje, alhier, aan het Palmbroek tegens de erve van gemelde Heer van Vlierden gelegen. En een rabat waarop different gesaayd jong masthout stond, heeft gelijk gemaakten gemeld vasthout met de schup afgestoken, seggende gemelde Heer van Vlierden, dat sij sulx moesten doen op sijne risico. Zij hebben alzo gedaan.

Asten Rechterlijk Archief 31 folio 2; 25-05-1803:
Inspectie, betreffende vorige acte. Het perceel is onder de jurisdictie van Asten gelegen, echter in geen lasten aangeslagen. Het is nooit een uitweg geweest en voorschreven Heer is nooit gerechtigd geweest om hier zijn beesten over te drijven. De gemeentebosjes zijn gelegen naast een stuk groes dat hij verkregen heeft bij transport de dato 07-03-1803

Theodorus Johannes Sengers was een strenge schout, want als je niet luisterde werd je gevangen genomen en hieronder overkomt dat Wilhelmus Jansen van den Boomen (zie Bergdijk 36):

Asten Rechterlijk Archief 31 folio 3; 06-06-1803:
Dirk Leenen, Wilhelmus Verberne, Goort Bakers en Wouter van Buel verklaren ter requisitie van Theodorus Sengers dat zij, op 10 mei laatstleden, zijnde de jaarmarktdag, 's avonds om 10 uur met de requirant zijn gaan patrouilleeren en in de herbergen waar licht was zijn binnen gegaan om te laten weten dat gesloten moest worden. Dat zij, comparanten, geassisteerd, als voor, op het Marktveld gekomen sijnde een seeker persoon over straat sagen gaan, teegens welke den requirant, en wel tot driemaal toe geroepen hadde: "Werdaar", sonder dat door gemelde persoon eenig antwoord gegeven wierd en waarop den requirant hem heeft opgeleydt en opgesloten in een sogenaamde gevankenis, dog welk merendeels voor een turfhok gebruykt word. Alsnog is een persoon opgesloten, die na aangehouden te zijn zijn naam niet wilde noemen.

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 06-06-1803:
Willem Jan van den Boomen, namens deze van Schayk, aanlegger contra Theodorus Jan Sengers, gedaagde. Aanlegger is, ongeroemd gesproken, een eerlijk jongman, hier geboren, die zeker nooit iets heeft misdreven dat eenige corporeele apprehensie of personeele detensie of eenigerlei aanhouding van zijn persoon meriteerden of behoefden. Hij heeft ook nooit aan gedaagde iets misdaan, zeker niet op 10 mei laatstleden. Des heeft niettegenstaande de gedaagde, als schout civiel van Asten, zich op die 10e mei laatstleden 's avonds tussen 10 en 11 uur, zo zeer te buiten gegaan. In die zin, dat aanlegger, over de straat, omtrent het Marktveld, op de weg naar huis was; hij, gedaagde, kwaadaardig bij hem aankwam, aan zijn arm vastgreepen zo hinderde in het verder gaan. En hem dadelijk en willekeurig naar de diefkelder, keldergat of gevangenis onder het Raadhuis bracht en hem daar opsloot. En dit zonder enige reden, voorwendsel of pretext. Dat hij, eiser niet alleen zonder eten en drinken, maar ook zonder stoel of bank, bed of stro of enige legging of zitting in een onderaardse of lage kelder of gevangenis, het verblijven tot de volgende dag 's morgens. Aanlegger voelt zich door voornoemde smaad en affrontes zig daelijken atroselijk geinjureert en in zijn eer, goede naam en faam aangetast. Waarom hij, schoon onverplicht en ten overvloede noopens voorschreven ondergaane injurien en offesien aan den gedaagden doen insinueren en binnen tien daagen honorabele en proffitabele betering doen requireren. Gedaagde heeft daaraan geenszins voldaan. En aanlegger is tot reperatie van voornoemde daelijke insolentien, laesie en reeele injurie genoodzaakt den gedaagde in regten te betrekken. 

Wilhelmus Jan van den Boomen laat het er niet bij zitten 

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 30-04-1804:
Willem Jan van den Boomen, aanlegger namens deze van Schayk, procureur contra Theodorus Johannes Sengers, schout civiel, gedaagde. Getuigen: Dirk Leenen, 40 jaar, schepen, Wilhelmus Verberne, 33 jaar, armmeester, Hendrik Althuysen, 68 jaar, schutter.
Aan de eerste twee getuigen te vragen of zij present waren, 's avonds, 10 mei 1803, om 10 of 11 uur, omtrent het Marktvelt?
Dirk Leenen en Wilhelmus Verberne antwoorden bevestigend.
Of daar langs gekomen is, op weg naar huis, Willem Jan van den Boomen, geboren alhier?
Dirk Leenen en Wilhelmus Verberne zeggen: "Als deze toen gepasseert is, hem niet gekent te hebben".
Of dezelfde van den Boomen iets misdreef of aan iemand iets misdeed?
Dirk Leenen en Wilhelmus Verberne zeggen dat door de schout, tegen den persoon, welke later Willem Jan van den Boomen bleek te zijn, tot driemaal toe is geroepen: "Weerdaar" waarop deze persoon antwoordde dat hij een knecht of dienstbode was. Waarop de schout repliceerde: "Dat is niet voldoende, ik moet weten wie gij zijt". Waarop deze persoon weer riep: "Daar legt U niet aan gelegen".
Of het niet waar is dat de schout bij van den Boomen gekomen, hem met zijn arm pakkende en hem zo rukkende, leidde tot onder het Raadhuis en hem in een kelder of gat bracht en dat toesloot niettegenstaande dat van den Boomen zich niet verweerde?
Zij hebben gezien dat van den Boomen onder het Raadhuis 'in het Boterhuys' is gebracht. En later, na de ronde of patrouille gedaan te hebben, hebben gezien dat van den Boomen in het turfhok zat, met nog een tweede persoon, welke destijds bij Jan van Bussel, als dienstknecht woonde. Dirk Leenen heeft nog gezegd: "Dat het bedroefd was dat zij hun naam niet wilden noemen, want dat zij dan naar huis hadden kunnen gaan. Waarop geantwoordt is: "Dat zij niet naar huis gingen en daar bleven".
Aan Hendrik Althuysen te vragen of hij, op 11 mei 1803, om 9 uur, op het Raadhuis is geweest?
Hendrik Althuysen antwoordt: "Ja".
Of hij, aldaar zijnde, gezien heeft dat Willem Jan van den Boomen in het keldergat, diefkelder of gevankenis onder het Raadhuis opgesloten was, zonder stoel, bank, stro, bed en zonder eten of drinken?
Het opgesloten zitten wordt bevestigd. Hij weet echter niet of er eten en drinken was of niet.
Of hij toen hij de deur geopend heeft en Willem Jan van den Boomen is weggegaan?
Op order van de schout, heeft hij de deur geopend en er twee personen uitgelaten te weten van den Boomen en nog een, welke bij Jan van Bussel woonde. Zij zijn toen naar boven, naar het Raadhuis gegaan.
Of de drie deponenten van den Boomen kennen als een eerlijke en brave jongeman?
Zij verklaren van den Boomen niet verder te kennen. Zij bevestigen een en ander onder eede.

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 30-04-1804:
Volgt getuigenverhoor van Adriaan van Dueren, 58 jaar, smid, lid van het gemeentebestuur, Andries Timmermans, 69 jaar, bierbrouwer, lid van het gemeentebestuur, Maria Tijssen getrouwd met Andries Timmermans.
Of het, op 10 mei 1803, hier marktdag is geweest?
Allen antwoorden bevestigend.
Of zij die dag ook gehoord hadden dat naar gewoonte veel vreemden en dronken lieden in het Dorp waren geweest en dat er in de namiddag van diezelfde dag ten huize van Jan van den Heuvel, herbergier, ruzie was geweest en iemand aan zijn been gekwetst was geworden?
Adriaan van Dueren en Andries Timmermans hebben dit wel horen zeggen en Maria Tijssen weet dit niet.
Of Adriaan van Dueren, als schepen, op de avond van die dag geassisteerd met Dirk Leenen, schepen, niet aan het huis van Andries Timmermans is gekomen en aan deze te kennen heeft gegeven dat het nodig was om in het Dorp patrouille te lopen en om samen met hen naar de schout te gaan en deze te verzoeken om met hen de ronde te doen. De president heeft toegestemd doch is zelf niet meegegaan?
Adriaan van Dueren en Andries Timmermans bevestigen een en ander. Maria Tijssen zegt dat Adriaan van Dueren en Dirk Leenen, op die avond aan hun huis gekomen zijn en dat zij naar de president gevraagd hebben. Zeggende dat hij met hen mee moest gaan. Doch dat zij, deponente, voorgaf dat hij niet mee kon gaan want dat hij naar bed en ook dronken was, hetgeen echter onwaar was. Zij hielden echter aan om hem te spreken waarna zij eindelijk haar man geroepen heeft.
Aan Adriaan van Dueren te vragen of hij met Dirk Leenen niet naar de schout is gegaan om deze op te halen?
Adriaan van Dueren antwoordt bevestigend.
Of Dirk Leenen toen, in substantie, aan de schout niet gezegd heeft dat een ronde moest gedaan worden en dat men moest zien het volk uit de herbergen te krijgen?
Adriaan van Dueren zegt daar niet bij geweest te zijn.
Of hij toen ten huize van de schout niet bevonden heeft Wilhelmus Verberne, Goort Bakers en Wouter van Buul, die de wacht hadden?
Adriaan van Dueren zegt deze lieden toen niet gezien te hebben vermits hij terstond naar huis is gegaan.
Of de schout toen, in zijn kwaliteit, geassisteerd met Dirk Leenen en voornoemde personen de verzochte patrouille heeft gedaan?
Adriaan van Dueren zegt de schout toen niet gezien te hebben en ook geen patrouille.
Zij bevestigen hun verklaringen onder eede.

Asten Rechterlijk Archief 33-56; ongedateerd:
Deductie namens Theodorus Johannes Sengers. In deze verdediging worden vrij veel rechtswerken en / of geleerden aangehaald betreffende de materie van injurie, ondermeer het Romeins Wetboek, Pussendorf, Schumaker, Marius, Boekmer, professor Voet, Wassenaar, practicum.
Gedaagde heeft in deze niets verricht, als alleen in kwaliteit als schout civiel. Hij heeft ook uitdrukkelijk aangeboden een en ander onder eede te willen bevestigen. Dat, op 10 mei 1803, marktdag, als gewoonlijk, veel vreemdelingen en verscheidene dronken lieden in het dorp geweest zijn. 's Middags was er ruzie geweest waarbij iemand aan zijn been gekwetst was geworden. Om deze reden, waren de schepenen, Dirk Leenen en Adriaan van Duuren, 's avonds, naar president Andries Timmermans gegaan om met hem te overleggen om patrouille te laten lopen. Ze zijn samen naar de schout gegaan, welke ook accoord was, doch dat hij zelf niet meeging. Vervolgens zijn Dirk Leenen, Wilhelmus Verberne en twee personen, die gewoonlijk opgeroepen werden, met name Goort Bakers en Wouter van Buul met de gedaagde, in kwaliteit als schout civiel, 's avonds, tussen 10 en 11 uur, de ronde gaan doen inhoudende de herbergen, waar licht aan was, ingaande en de lieden die daar binnen waren, verzoekende naar huis te gaan. Het is dan geschiedt, dat op het Marktveld, niet ver van het Raadhuis, omtrent de Waterpoel, een hen onbekende persoon liep, die door gedaagde werd aangeroepen met: "Werda". Hetwelk door aangeroepene werd beantwoord met te zeggen: "Ik ben dienstbode of knecht".
Een en ander is geëscaleerd en gedaagde heeft de persoon opgeleidt naar het Raadhuis. Waar tevoren al een persoon naar toe was gebracht. Na afloop van de patrouille zijn gedaagde en de overige personen, hiervoor genoemd, naar het Raadhuis gegaan, om de gearresteerde te ontslaan. Door Dirk Leenen is nog gezegd: "Het is bedroefd dat jullie niet zeggen wilt wie gij zijt, dan konde naar huis gaan". Zij hebben hierop teruggezegd: "Wij zitten hier heel wel en blijven hier". Leenen heeft ze zelfs nog gevraagd om mee een glas bier te gaan drinken en dan naar huis te gaan. Men moet ook observeren dat gedaagde niet prive, maar in kwaliteit, niet om eigen voordeel, maar ten nutte van de veiligheid van het algemeen werkzaam is geweest.
En dat als aanlegger zijn naam had genoemd hij toch ook niet gearresteerd was geworden. Het is toch algemeen gebruikelijk, dat als de politie onbekende personen aanhoudt deze in gijzeling worden geplaatst tot het onderzoek te hunnentwege gedaan is. Als dit allemaal, redelijkerwijze, niet meer kan dan is het vlug met de politie in de Meyerije gedaan. En zal de officieren de handen gebonden zijn.
De kelder in het Raadhuis, zijnde een vertrek egaal met de vloer, welke hoger is dan de grond van het naast gelegen Marktveld. Van onder met een stenen vloer en van boven een zolder op houten ribben. De onderkant geblaffoneert hebbende aan het Marktveld een glasraam, zonder slot, ter grootte van circa 15 vierkante Rijnlandsche voeten, doch zijnde met een vaste ijzeren tralie voorzien. Dus zeker niet de akeligste kerker zoals door eiser is afgeschildert. Aanlegger is niet opgesloten door gedaagde alleen, maar ex offico en met goedkeuring van het gemeentebestuur.

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 02-09-1804:
Deductie namens aanlegger Willem Jan van den Boomen.
Het is opmerkelijk dat er een zeker slag mensen, die ambtenaar geworden zijn, de gedaante van hun leven veranderen. Honores mutant mores, ofwel Staat verandert gelaat. Schoon men sou seggen, dat verkeerdelijk veele ampten bediend worden, alsof sij voor haaren bediender en de bediender niet voor de ampten zou zijn. En zoo denkt men dat het onsen schout ook wilde maaken. Immers omdat hij zoo koppig is, om sig schout civiel bij antwoord ten deezen op te geeven.

Asten Rechterlijk Archief 131 folio 135 verso; 01-12-1804:
Dirk Leenen, schepen, Wilhelmus Verberne, armmeester, Goort Bakers en Wouter van Buul. Zij verklaren ter requisitie van Theodorus Johannes Sengers, schout dat het, op 10 mei 1803, te Asten, marktdag is geweest en dat op die dag, als gewoonlijk, veel vreemde en zo men zei, verscheidene dronken mensen in het Dorp geweest zijn. Er is in de namiddag ook ruzie geweest en iemand aan zijn been gekwetst geworden. Dat hij, Dirk Leenen, om die reden met zijn mede-schepen, Adriaan van Duuren, is gegaan naar de president om deze te laten weten dat er in het Dorp een patrouille gemaakt zou worden en hem verzocht om samen met hen naar de schout te gaan om mede de ronde te doen. De president heeft toegestemd in een en ander doch is zelf niet meegegaan. Dat hij, Dirk Leenen, met Adriaan van Duuren van de president is gegaan naar de schout en aan deze, in substantie, heeft gezegd dat er een en ander gedaan moest worden en dat men moest zien het volk uit de herbergen te krijgen. Edog dat hij, van Duuren, even te vooren na huys was gegaan. Dat Wilhelmus Verberne, Goort Bakers en Wouter van Buul bij de schout gekomen zijnde welke als nu beneffens Dirk Leenen en also gesamentlijk verklaaren dat zij ten einde die ronde te doen met de schout zich 's avonds van de 10e mei 1803, tussen 10 en 11 uur, op weg gegaan zijn. Zijnde de Goort Bakers en Wouter van Buul die 's avonds, als gewoonlijk, ter wacht gecommandeert en in de herbergen waar licht was, zijn binnengegaan. Zijnde de hospes en de lieden die in zodanige huizen woonachtig zijn door de schout verzocht en gemaand zijn om de personen die daar aanwezig waren naar huis te laten gaan omdat het na 10 uur was. Dat zij, comparanten, geassisteerd met de schout, gekomen zijn op het Marktveld, niet ver van het Raadhuis, zijnde het toen meer en meer donkerder geworden en omtrent de waterpoel hebben zij zien gaan seeker persoon hen onbekend. Dat de schout tegen die persoon heeft geroepen: "Werdaar" en dat deze persoon daarop zei: "Ik ben een dienstbode of knecht". Waarop de schout terugzei: "Dat is niet voldoende, ik moet weten wie gij seydt". Dat de persoon wederom aan de schout zei: "Daar legt Uw niet of om den blixem niet aangelegen". Dat de schout toen hierop die persoon opgeleydt heeft naar een kamer in het Raadhuis zijnde een vertrek, egaal met de vloer dewelke hooger is als de grond van het naast aangeleegen Marktveld en van onderen met een steene vloer, voorsien van booven met een solder op houte ribben van den onderkant geblaffoneerd. Hebbende aan het Marktveld een glasraam sonder slot, ter groote van circa. vijftien vierkante Rijnlandsche voeten, welke op- en toegedaan kan worden. Dog sijnde met een vaste eyser traalie voorsien en hem daarin geplaatst. Dat eerder door de comparanten nabij het Marktveld was gezien een ander persoon tegen wie de schout tot driemaal toe geroepen heeft: "Werdaar". Doch zonder dat die persoon reageerde. En dat deze toen door de schout naar de voorschreven kamer is opgebracht. Dat na het aflopen der ronde of patrouille de comparanten wederom gegaan zijn naar het Raadhuis om te horen wie die gearresteerden waren en om hen dan dadelijk te ontslaan. Dat toen door Dirk Leenen tegen de gearresteerden is gezegd: "Het is bedroefd, dat gij niet zeggen wilt wie gij sijt, dan konde naar huys gaan". Doch dat daarop door deze niet anders is gezegd dan: "Wij zitten hier heel wel". Zij bevestigen hun verklaringen onder eede.

Theodorus Johannes Sengers wordt benoemd tot commissaris om extra belasting te innen:

Asten Rechterlijk Archief 32a folio 18; 13-09-1803:
Theodorus Sengers, Andries Timmermans en Adriaen van Dueren, als commissarissen, worden door het departementaal bestuur van Brabant benoemd tot commissie van toezicht over de opbrengst der buitengewone belasting van 2% op de bezittingen.

Theodorus Johannes Sengers moest ook optreden bij vechtpartijen tussen dorpsgenoten:

Asten Rechterlijk Archief 31 folio 6; 05-05-1804
Leendert Bots verklaart ter requisitie van Theodorus Sengers, schout, dat Jelis Jan Aart Seegers, hedenmiddag, volgens zijn zoon, Antonie Bots, deze had gedreigd bijaldien hij nog meerder rus op of over het schoor kwame te leggen, leggende genoemde schoor over de Loop, tussen de erven van de weduwe Jan Aart Seegers en waarover hij met de karre moeste vaaren, hij, Jelis, dan sijnen voornoemde soon er soude ter needer slaan.
Dat hij. Leendert, daarop is gaan sien en hebbende Jelis Jan Aart Seegers ook aldaar gevonden met de riek in de hand. Waarop hij, comparant, tegen Jelis seyde: "Gij hebt mijnen jongen gedreygt te slaan. Slaat mij er dan in de plaats ter needer". Dat hij, Leendert, daarop een slag op het hoofd gekregen heeft, zonder dat hij weet hoe of op welke wijze omdat hij terstond ter aarde gevallen is en buiten kennis gelegen heeft.

Er bestond ook in die tijd al een rookverbod en als je de boete niet kon betalen, werd je zes weken op eigen kosten op water en brood vastgezet:

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 02-12-1805:
Schepenen van Asten, remonstreert Theodoris Jois Sengers, schout, te Asten dat Jan Loomans, op 9 februari 1805, met een brandende pijp in de schop van Pieter Brunas door de diender, Hendrik Althuysen, is bevonden en daarover gecalangeert was in een boete van drie gulden. Na mondeling verhoor van voornoemde diender en Jan Lomans, door schepenen, in naam en vanwege het Bataafsche volk, is gedaagde de boete van drie gulden opgelegd en de kosten van het vonnis. Gedaagde is door de vorster gerechtelijk op de hoogte gesteld om de boete aan hem te voldoen. Ook heeft de vorster tot driemaal toe presentatie van executie gedaan. Bij de derde presentatie heeft de vorster van de weduwe Andries Walraven, waar Jan Lomans inwoont, bekomen dat Jan Lomans niets in huis had dat het zijne was. En dus vervolgens niets in executie genomen kon worden. Mits welke ik Ulieden verzoek om Jan Lomans te veroordelen, ingevolge het 18e artikel van het reglement op het Justitiewezen van de dato 22-03-1803 voor de tijd van zes weken te worden gezet op water en brood, daags 1½ pond en twee kannen water. Dit op zijn kosten.

Theodorus Johannes Sengers trad op tegen vermeende ontucht en het wordt een langlopend proces, waaraan de koning na 4½ jaar een einde maakt en Theodorus Johannes Sengers het onderspit moet delven:

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 27-02-1806:
Theodorus Jois Sengers, schout, aanlegger contra Johanna van den Eerenbeemd, weduwe Jacobus Meulenberg, gedaagde. Dagvaarding tegen 03-03-1806 aanstaande om te aanhoren de eis en conclusie als aanlegger zal willen doen tot voldoening van een boete van ƒ 100,- of andere geldboete of straf, terzake dat gedaagde zich heeft schuldig gemaakt aan ontucht en hoererije en, op 02-06-1804, van een onecht kind is verlost. Zie insinuatie en calange de dato 12-10-1804

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 21-02-1807:
Margareta Robbers, vroedvrouw, verklaart ter instantie van Theodorus Johannes Sengers dat zij blijft persisteren bij haar verklaring van 10-09-1804 alhier, ter secretarie gedaan, namelijk dat zij, op 2 juni 1804, is geroepen naar de woning van Johanna van den Eerenbeemt, weduwe Jacobus Meulenberg, om haar in haar barensnood behulpzaam te zijn. Johanna wist niet wie de vader van dat onechte kind was want dat sij dat kind tussen hier en Helmond geraapt had en de persoon, waarmede zij te doen gehad had niet kende. De verklaring is gedaan ten huize van Margareta Robers, vermits dat deze wegens ziekte impotent is, ingevolge declaratoir van M. J. Aertnijs, medicijnen doctor, alhier de dato 18-02-1807.

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 07-02-1809:
In naam des Konings, gezien bij schepenen der civiele rechtbank van Asten de procedure tussen Theodorus Johannes Sengers, eiser en aanlegger tegen Johanna van den Eerenbeemt, weduwe Jacobus Meulenberg, gedaagde. Na alle papieren gezien te hebben wordt in naam van Zijne Majesteit de Koning de eiser en aanlegger zijn eis en conclusie tegen gedaagde gedaan ontzegt en de gedaagde daarvan ontslagen. De gedane kosten, worden om hun moverende redenen vergoed.

Theodorus Johannes Sengers was ook streng met het illegaal verkopen van bier, maar de schepenen zijn iets soepeler:

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 31-12-1806:
Weduwe Jan Jansen van den Eynden, op Heusden, gecalangeert, vermids, op 28-10-1806 hebben gegeven turfbier voor Willem Verhees, door de vorster, op 14 november voor een boete van tweemaal drie gulden volgens de resolutie van 30 december 1790 en placaat van Haere Hooge Mogendheden van 6 januari 1707. Schepenen gehoord de mondelinge eis van Theodorus Jois Sengers. Slaan denselven generalijk af, als sustineerende ongegront te sijn en dat de weduwe Jan Jansen van den Eynden met haar aangeboden drie gulden had kunnen volstaan.

In het Journal du deĢpartement des bouches du Rhin van 12-10-1810 meldt Theodorus Johannes Sengers dat een bewoner zonder testament is overleden:

34

Theodorus Johannes Sengers was de eerste schout die samen met de schepenen in het raadhuis van Asten (zie foto hieronder) vergaderden en rechtspraken.

33

Bij de inlijving van Nederland bij Frankrijk in het najaar van 1810 verloor Theodorus Johannes Sengers zijn functie als schout-civiel en zij verhuizen naar Nuenen. Antonia Franssen Voermans is op 05-08-1812 te Nuenen overleden en Theodorus Johannes Sengers is op 29-05-1817 te Nuenen overleden en hieronder zijn overlijdensakte:

35

Peter Jan Coolen, 1810-1812

Petrus Johannes Coolen is geboren te Asten op 05-04-1784 als zoon van Johannes Wilhelmus Coolen en Johanna Johannes de Laet (zie Voormalig huis G537). Hij is op 13-05-1810 te Asten getrouwd met Allegonda Antoni Leenen, geboren te Asten op 03-08-1780 als dochter van Antoni Petri Leenen en Isabella Joannes Vervoordeldonk (zie Voormalig huis C763):

36

Het gezin van Pieter Jansen Coolen en Allegonda Antonie Leenen:

# Voornaam Geboorte Huwelijk Overlijden Referentie
1 Isabella Johanna Asten 21-05-1811 Ongehuwd Asten 24-11-1873 zie Koningsplein 8
2 Johannes Antonius Asten 24-03-1813
3 Johanna Maria Asten 23-08-1815 Geldrop 31-12-1863
Godefridus Verhoeven
Asten 20-03-1900
4 Antonius Johannes Asten 26-05-1818 Ongehuwd Asten 23-08-1852
5 Wilhelmus Jacobus Asten 24-03-1821 Asten 29-05-1850
Joanna Maria Wilbers
Asten 06-01-1857 zie Voormalig huis G503
6 Petrus Jacobus Asten 25-07-1824 Asten 16-06-1854
Anna Catharina van de Mortel
Asten 12-05-1903 zie Koningsplein 2

Zij woonden later in een huis aan de huidige Emmastraat (zie Voormalig huis G521). Petrus Johannes Coolen is slechts korte tijd burgemeester van Asten geweest en in archieven is tot dusver niets terug gevonden. Petrus Johannes Coolen is op 07-05-1842 te Asten overleden en Allegonda Antoni Leenen is op 13-05-1847 te Asten overleden.

Jan George Frencken, 1812-1821 en 1830-1844

Joannes Georgius (Jan George) Frencken is geboren te Weert op 05-11-1781 als zoon van Laurentius Henricus Frencken Knepkens en Anna Maria Catharina Heiligers. Hij is op 30-07-1810 te Asten getrouwd met Anna Catharina Sauvé, geboren te Asten op 04-04-1783 als dochter van chirurgijn Godefridus Sauvé en Petronella Jansen (zie Burgemeester Wijnenstraat 13 en 15):

37

Het gezin van Joannes Georgius Frencken en Anna Catharina Sauvé:

# Voornaam Geboorte Huwelijk Overlijden Referentie
1 Maria Petronella Asten 25-08-1811 Ongehuwd Asten 10-04-1891
2 Maria Catharina Asten 02-03-1813 Asten 10-10-1849
Wilhelmus Bluijssen
Asten 09-02-1902 zie Voormalig huis G943
3 Laurentius Jacobus Asten 13-11-1814 Kind Asten 30-01-1815
4 Laurentius Franciscus Asten 09-01-1816 Ongehuwd Hilvarenbeek 18-12-1897 notaris
5 Godefridus Marcellus Asten 16-01-1818 Meijel 15-05-1865
Anna Christina Goossens
Asten 07-06-1907 zie Wilhelminastraat 24
6 Carel Antonius Asten 08-12-1819 Ongehuwd Asten 09-07-1842 theologant
7 Josephus Franciscus Asten 10-11-1821 Ongehuwd Breda 15-12-1906 wijnhandelaar
8 Joannes Josephus Asten 17-07-1824 Kind Asten 23-12-1827
9 Ludovicus Hubertus Asten 23-04-1827 's Hertogenbosch 08-06-1854
Maria Anna Wertenbroek
's Hertogenbosch 30-12-1915 koopman

Zij woonden in het huis waar ook Jacobus Losecaat heeft gewoond in de huidige Burgemeester Frenckenstraat (zie Voormalig huis G434). Joannes Georgius Frencken is burgemeester van Asten geweest van 1812 tot 1844 met een onderbreking van 1821 tot 1830 een periode waarin hij vrederechter was. In de Noord Brabander van 29-05-1830 de aanstelling van Joannes Georgius Frencken voor zijn tweede ambtstermijn:

38

Linksonder een foto van het raadhuis van Asten, waarin nog een gedenksteen met de inscriptie IGF 1842 en het gemeentewapen van Asten, waarvan rechtsonder een foto:

39 40

In zijn tussentijdse functie als vrederechter was hij volgens onderstaand artikel in de Opregte Haarlemsche Courant van 30-12-1826 ook executeur testamentair:

41

In het Algemeen Handelsblad van 28-10-1836 wordt de heerlijkheid Asten verkocht en is informatie te verkrijgen bij burgemeester Frencken:

42

In de Nederlandsche Staatscourant van 10-09-1838 zijn benoeming tot kantonrechter in Asten:

43

Na zijn tweede periode als burgemeester van 1830 tot 1844 wordt hij opgevolgd door zijn zoon Godefridus Marcellus Frencken, zoals te lezen in de Nederlandsche Staatscourant van 23-07-1844:

44

Daarna werd Joannes Georgius Frencken lid van de Provinciale Staten van Noord Brabant, zoals blijkt uit onderstaand artikel in de Noord Brabanter van 24-09-1850:

45

Op 30-07-1860 zijn Joannes Georgius Frencken en Anna Catharina Sauvé 60 jaar getrouwd en hun kinderen zetten dit in het Algemeen Handelsblad van 31-07-1860:

46

Er is nog een boek geschreven met als titel 'De gouden bruiloft van den edelachtbaren heer Joannes Georgius Frencken en mevrouw Anna Catharina Sauvé, gevierd te Asten den 30 Julij 1860' en in de Noord Brabanter van 09-08-1860 lezen we een verslag van de feestelijkheden:

47

Anna Catharina Sauvé is op 04-02-1863 te Asten overleden en in de Opregte Haarlemsche Courant van 15-07-1863 wordt aan Joannes Georgius Frencken ontslag verleend als kantonrechter in Asten:

48

In de Noord Brabanter van 09-01-1868 staat dat Joannes Georgius Frencken op 86-jarige leeftijd nog steeds een kwieke man is:

49

Joannes Georgius Frencken is op 24-05-1871 te Asten overleden en in de Provinciale Noordbrabantsche en 's Hertogenbossche courant van 27-05-1871 wordt zijn overlijden van gemeld:

50

Hieronder een portret en een foto van Joannes Georgius Frencken:

51 52

Onder een rouwadvertentie in de Provinciale Noordbrabantsche en 's Hertogenbossche courant van 01-06-1871 en rechts het bidprentje bij het overlijden van Joannes Georgius (Jan George) Frencken en zijn vrouw Anna Catharina Sauvé:

53

In de periode 1821-1830 was Joannes Georgius Frencken geen burgemeester en is een andere en een waarnemende burgemeester benoemd.

54

Abraham van Nouhuijs, 1821-1829

In de tussenperiode waarin Joannes Georgius Frencken geen burgemeester van Asten was, werd Abraham van Nouhuijs is geboren te Sint Oedenrode op 09-07-1750 als zoon van Gosewinus van Nouhuijs en Anna Maria de Jongh, burgemeester. Hij is op 29-01-1805 te Asten getrouwd met Cornelia Catharina Mans, geboren te Middelbeers rond 1761 als dochter van Wilhelmus Adrianus Mans en Dorothea Backer.

55

Het gezin van Abraham van Nouhuijs en Cornelia Catharina Mans:

# Voornaam Geboorte Huwelijk Overlijden Referentie
1 Anna Maria Dorothea Asten 06-04-1806 Asten 08-09-1825
Gerard van Houweningen
Gorinchem 31-12-1856

Abraham van Nouhuijs woonde in het huis naast het raadhuis (zie Voormalig huis G582) en was naast burgemeester ook notaris zoals blijkt uit onderstaande notariële akte en uit de advertentie in de Leeuwarder courant van 18-05-1824:

Notarieel archief Asten 41-72; 28-08-1818:
Abraham van Nouhuijs scheiding en deling van Mattijs Jan Thijssen, bouwman, wonende te Asten en Jan Martinus Slaats, arbeider, wonende te Vlierden in huwelijk hebbende Petronella Jan Thijssen de welke bij deze verklaren te hebben verdeeld al de vaste onroerende goederen hun te samen in eigendom toebehorende en hun aangekomen door het overlijden van hun ouders in 1818 eerstelijk een huis en aangelag, gelegen binnen Asten ter grote van omtrent 2 lopense 14 roeden nevens erve van de kinderen Paulus Peters en de weg getauxeert op een somme van 366 gulden Item de helft van een parceel groese.

56

Het huwelijk van zijn dochter staat opgetekend in de Opregte Haarlemsche courant van 13-09-1825:

57

Cornelia Catharina Mans is op 02-11-1814 te Asten overleden en hieronder haar overlijdensakte:

58

Abraham van Nouhuijs is op 10-06-1829 te Asten overleden en hieronder de overlijdensadvertentie uit de Opregte Haarlemsche courant van 23-06-1829 en daaronder zijn overlijdensakte:

58a

59

Willem Verberne, 1829-1830

Willem Verberne is een jaar lang waarnemend burgemeester geweest. Wilhelmus Johannes (Willem) Verberne is geboren te Deurne op 09-02-1771 als zoon van Johannes Judocus Verberne en Jacoba Joannis Hermans. Hij is op 28-01-1798 te Asten getrouwd met Johanna Maria Antoni Leenen, geboren te Asten op 13-10-1772 als dochter van Antonius Peeter Leenen en Isabella Jansen Vervoordeldonk (zie Voormalig huis C763). Na haar overlijden te Asten op 13-10-1800, is Wilhelmus Johannes Verberne hertrouwd op 17-03-1805 te Asten met Helena Adriaan van Duuren, geboren te Asten op 26-12-1776 als dochter van Adriaan van Dueren en Maria Francis van de Vorst (zie Voormalig huis G470):

60

De gezinnen van Wilhelmus Johannes Verberne met Johanna Maria Antoni Leenen en met Helena Adriaan van Duuren:

# Voornaam Geboorte Huwelijk Overlijden Referentie
1 Antonius Asten 25-10-1798 Asten 07-04-1826
Johanna Maria Michielsen
Asten 22-10-1872 zie Voormalig huis G579
2 Joannes Asten 09-01-1806 Asten 29-04-1840
Joanna Maria Bluijssen
Asten 24-05-1843

Wilhelmus Johannes Verberne woonde met zijn gezin aan het Marktveld (zie Markt 17 en 19) en gezien de korte periode van zijn waarnemend burgemeesterschap is er in de archieven tot dusver niets terug te vinden over burgemeester Willem Verberne. Helena Adriaan van Duuren is op 08-04-1846 te Asten overleden en Wilhelmus Johannes Verberne is op 16-03-1851 te Asten overleden en hieronder zijn overlijdensakte:

61

Godefridus Marcellus Frencken, 1844-1904

Godefridus Marcellus Frencken is geboren te Asten op 16-01-1818 als zoon van Johannes Georgius Frencken en Anna Catharina Sauvé (zie Voormalig huis G434). Hij is op 15-05-1865 te Meijel getrouwd met Anna Catharina Goossens, geboren te Meijel op 11-04-1828 als dochter van Joannis Bartholomeus Goossens en Maria Sophia Houben:

62

Het gezin van Godefridus Marcellus Frencken en Anna Catharina Goossens:

# Voornaam Geboorte Huwelijk Overlijden Referentie
1 Maria Sophia Johanna Elisabeth Asten 13-10-1868 Ongehuwd Grubbenvorst 04-03-1932
2 Johannes Laurentius Wilhelmus Josephus Asten 02-04-1871 Vught 13-08-1901
Maria Dorothea Wertenbroek
Helmond 24-02-1940

Godefridus Marcellus Frencken woonde in een nieuw gebouwd huis aan de toenmalige Torenstraat (zie Wilhelminastraat 24). Hij volgde in 1844 zijn vader op als burgemeester van Asten en in de Nederlandsche Staatscourant van 23-07-1844 de nieuw benoeming:

63

Godefridus Marcellus Frencken wordt in de Noord Brabanter van 26-07-1855 met ruime meerderheid herkozen als burgemeester van Asten:

64

Burgemeester Godefridus Marcellus Frencken boekt een succes met de goedkeuring van de aanleg van de Meijelscheweg:

65

In dagblad De Tijd van 27-11-1861 heeft burgemeester Frencken een vacature voor een doctor:

66

Ook bemoeit burgemeester Frencken zich met laster aangaande de handboogschutterij, volgens de Noord Brabanter van 07-09-1864:

67

In de Noord-Brabanter van 23-02-1869 staat een verslag van de feestelijkheden ten tijde van het 25-jarige jubileum van Godefridus Marcellus Frencken:

In dagblad De Tijd van 05-07-1870 zoekt Godefridus Marcellus Frencken een hulponderwijzer en rechts in de dezelfde krant van 15-12-1881 ontvangt hij een pensioen van de posterijen:

68 69

Burgemeester Frencken hield van jagen, getuige dit verslag in de Provinciale Noordbrabantsche en 's Hertogenbossche courant van 08-10-1872:

69a

In het Venloosch weekblad van 26-06-1880 heeft Godefridus Marcellus Frencken een boerderij, waarschijnlijk van zijn schoonouders, te huur:

70

In het Venloosch weekblad van 07-03-1885 en 06-05-1885 de vraag voor een onderwijzer en een hoofd der school van de nieuwe school in Ommel:

71 72

In de Peel- en Kempenbode van 11-04-1894 een verslag van het 50-jarige jubileum van Godefridus Marcellus Frencken als burgemeester van Asten:

73

Hieronder twee foto's van de Gardes d'Honneur in de grote optocht:

De commissaris van de Koningin in de periode 1894-1928, meester Arthur Eduard Joseph baron van Voorst tot Voorst, geboren op 13-12-1858 te Elden bij Arnhem als zoon van gedeputeerde Eduardus Ludovicus van Voorst tot Voorst en Barbara Catharina Jozephina Debets, bracht geregeld een bezoek aan Asten. Hij is te Arnhem op 04-08-1891 getrouwd met Clara Maria Theresia Joanna Helena Thijssen, geboren op 18-08-1864 te Arnhem als dochter van geneesheer Henricus Franciscus Thijssen en Clara Francisca Maria Heerkens. Rechts een foto van meester Arthur Eduard Joseph baron van Voorst tot Voorst

 

 

Hieronder het verslag van zijn bezoek aan Asten in 1896:

74

75

Den negenden Mei 1896 bezocht ik de gemeente Asten; om de streek, waar de betrokken tram door loopt, te zien, vertrok ik des ochtends om 6 uur van Den Bosch en kwam ik te 9.40 te Helmond aan. Ik vond daar mijn rijtuig, waarmede ik naar Asten reed.
Volgens den ouden Heer Bluijssen, lid van den raad te Asten, loopt de burgemeester te veel aan den leiband van een wethouder; die wethouder zorgt, dat de kroegen laat open blijven.
Omstreeks kwartier voor elf arriveerde ik aan het gemeentehuis, alwaar ik werd ontvangen door Burgemeesters en Wethouders. We bespraken de belangen van Asten, vooral de uitgebreide veenderij. Om kwartier ná elf gaf ik audiëntie; behalve de geestelijkheid verscheen daar nagenoeg niemand. De geestelijkheid toonde zich zeer ingenomen met het besluit van den gemeenteraad, bij hetwelk eene subsidie van ƒ 65.000,- verleend wordt aan het Roomsch Katholieke Kerkbestuur, bestemd voor den bouw eener nieuwe Katholieke kerk.
Na afloop der audiëntie ging ik met het Dagelijksch Bestuur eene nieuw gebouwde openbare school zien, een monument van bouw en inrichting, waarna ik afscheid nam van de wethouders, en met den burgemeester Frencken naar diens woning ging, waar ik even een broodje gebruikte. Mijn rijtuig kwam bij Frencken voor; ik reed eerst even naar den Heer Bluijssen, buitengewoon lid van Gedeputeerde Staten, die mij geschreven had, dat hij in geen vijf maanden buitenshuis was geweest, en dat hij daarom niet op mijne audiëntie kon komen; de champagne werd daar te mijner eer ontkurkt; ik heb er echter niet van gedronken.
De harmonie van Asten wachtte mij bij mijne komst op aan het gemeentehuis; later kwam diezelfde harmonie vóór het huis van den burgemeester nog eenige nummers ten beste geven. Van Bluijssen reed ik allen dus zonder Burgemeester langs de Zuid-Willemsvaart naar sluis XIII, om daar de groote veenderij van Griendtsveen te zien. De Heeren Van der Griendt, woonachtig te Rotterdam, waren opzettelijk overgekomen, om, als directeuren van de Maatschappij Griendtsveen, mij alles goed te laten zien. De Maatschappij Griendtsveen heeft een open kanaal gegraven, aanvangende even onder sluis XIII in de Zuid-Willemsvaart, en loopende tot aan hare turfstrooiselfabriek aan het begin der veenderij; dat kanaal, dat eene lengte heeft van ± 2.200 meter, moet later voor de gemeente Asten de gelegenheid geven, om het zwart veen te exploiteeren.
De oppervlakte, geschikt om te vervenen, is ± 630 hectare groot; de gemeente is begonnen met de bovenste laag te branden en in de asch boekweit te zaaien. Zulks heeft aan de gemeente verbazende baten opgeleverd; toen het veen niet meer geschikt was om te branden, en dientengevolge ongeschikt voor de cultuur van boekweit, heeft de gemeente 550 hectare verhuurd aan de Maatschappij Griendtsveen voor ƒ 425.000,-, om daaruit het grauwveen te steken en er turfstrooisel van te bereiden.
Als die Maatschappij het grauwveen er heeft afgehaald, ligt het zoogenaamde zwartveen aan de beurt van exploitatie; het zwartveen moet voor de gemeente later minstens evenveel opbrengen als het grauwveen; van het zwartveen moet later lange turf gemaakt worden voor de steenfabrieken. Is na verloop van jaren ook het zwartveen uitgestoken, dan blijft de ondergrond over, die dan of voor bouwgrond geschikt moet worden gemaakt, of wel tot bosch moet worden aangelegd, of wel tot heide moet terugkeeren. Het bezit van dat veen is dus voor de gemeente van onberekenbaar voordeel.
Het gemeentebestuur heeft de Maatschappij Griendtsveen zich bij contract doen verbinden, om geen woningen, zelfs geen keten te bouwen; dat is bedongen, opdat er geen overmatige aanwas voor arbeiders zou plaats hebben, welke zouden blijven zitten, als de ontgraving was afgeloopen. Opzichters worden nu door de Maatschappij in Nederweert onder dak gebracht; de Maatschappij bouwde een school, en bekostigt den onderwijzer ten behoeve der kinderen van hare geëmployeerden; de onderwijzer woont in de woning van den directeur staande aan de Zuid-Willemsvaart onder de gemeente Someren.
Omtrent de exploitatie valt weinig te zeggen; het veen wordt gestoken en te drogen gezet; wat voor 15 Juni gestoken wordt, kan in hetzelfde jaar nog tot turf verwerkt worden. De droge veenturven worden per ijzeren schuit naar de fabriek vervoerd, daar tot strooisel gemalen en vervolgens tot balen van ± 150 kilogram zwaarte geperst. Het geheele terrein is electrisch verlicht. 1% van het turfstrooisel blijft in ons land, 75% gaat naar Engeland en Amerika. De concurrentie is zóó groot, dat de Maatschappij kosteloos haar strooisel levert aan de trammaatschappij te Brussel, onder voorwaarde dat zij de mest later krijgt.
Niettegenstaande ik hen had laten weten, dat ik niets zou gebruiken, hadden de Heeren Van der Grint een diner voor mij laten bereiden; ik dankte hen echter voor hunne uitnodiging, om bij hen aan te zitten, omdat ik naar Den Bosch terug moest. De kamer, waar ik ontvangen werd, was keurig met planten en bloemen versierd.
Blijkens het deswege aan mij uitgebracht verslag liet de administratie van den ontvanger te wenschen over; het was blijkbaar niet de ontvanger, maar Burgemeester en Wethouders die bij hem alles in orde hielden en controleerden.

Anna Christina Goossens is op 03-06-1897 te Asten overleden en hieronder haar overlijdensakte:

76

Ook het tweede bezoek van de commissaris van de Koningin geeft een mooi kijkje in wat er allemaal in Asten afspeelde in het begin van de 20e eeuw:

Den 11den Mei 1900 bezocht ik weder deze gemeente; na in Helmond ontbeten te hebben in het hotel Küster-Rademaker kwam ik omstreeks 12 uur te Asten; ik bleef er tot half drie, en reed toen over Someren naar Heeze, vandaar 's avonds over Geldrop naar Eindhoven, alwaar ik in het hotel De la Poste van Madame Schellens een diner besteld had; ik kwam des avonds om half elf te
's Hertogenbosch terug.
Op het Raadhuis te Asten vond ik den kranigen burgemeester Frencken, 83 jaar oud, met zijne beide wethouders Eijsbouts en van Helmond. Ik vernam van hen dat de Maatschappij Grientsveen op het moment onder Asten niet werkte; de fabriek was overgebracht naar de Limburgsche gemeente Sevenum; de Maatschappij exploiteert daar eene veenderij; deze mag niet langer geëxploiteerd worden dan tot 1905; vandaar, dat van de Grient zorgt, vóór 1905 in Sevenum het veen verwerkt te hebben; in Asten heeft hij tijd tot 1909.
Op mijne audientie verscheen slechts één persoon, Bakens; hij kwam eene vergunning vragen om houtduiven te schieten op de nesten; volgens Burgemeesters en Wethouders deden de koolduiven enorm veel kwaad; 's winters kon men er niet bij komen; 's zomers moest men ze schieten.
Burgemeesters en Wethouders deelden mij mede, dat de Amsterdamsche Heeren in onderhandeling waren om concessie te verkrijgen tot het aanleggen van een tram van Helmond over een zandweg naar Vlierden; vandaar naar Asten; naar Meijel tot Roermond; in den laatsten tijd hadden ze er niet veel meer van gehoord. Bedoelde Heeren hadden een vergadering gehad met gecommitteerden uit diverse gemeentebesturen onder voorzitterschap van Meester Berenbrouck, den president van de Rechtbank te Roermond.
De toestand van de armen was gunstig, doordat de gemeente nog al laat werken en de fabrieken van Bluijssen druk werk geven. Na het overlijden van den ouden Heer Bluijssen is diens vermogen wel verdeeld tusschen zijn drie zoons, en zijne dochter, gehuwd met Ottenhof, den burgemeester van Groesbeek, maar de zaken worden door de drie zoons gezamenlijk voortgezet; een der zoons, gehuwd met jufvrouw van den Heuvel, zuster van Vincent van den Heuvel uit Geldrop, staat aan het hoofd van de manufacturenfabriek; de tweede dirigeert de margarinezaak; de derde, het Statenlid Willem Bluijssen, is altijd op reis, om de meer dan 100 winkels, zoowel in het binnen- als in het buitenland na te gaan. Zij accordeeren goed met den pastoor; vandaar, dat het mindere volk in Asten sterk onder den duim zit.
De oude Bluijssen was een vijand van notaris Rovers; vandaar, dat hij Rovers op alle mogelijke wijzen tegenwerkte, en notaris Hockers uit Someren bevoordeelde. De zoons van Bluijssen bemoeien zich niet met den notaris, vandaar, dat diens praktijk nu sterk vooruitgaat, terwijl notaris Hockers in Asten nu bijna niets meer te doen heeft, niettegenstaande burgemeester Frencken zijn oom is.
Ik liep met Burgemeesters en Wethouders de gemeente eens rond, en ging met hen de nieuwe Roomsche kerk zien, waaraan de gemeente ƒ 65.000,- subsidie gaf. Burgemeester Frencken is een kras oud heer; daags vóór ik te Asten kwam, had hij in de peel de Veluwe nog eene verpachting gehouden van strooisel tot een bedrag van ƒ 1.800,-; hij was, naar hij vertelde, van 's ochtends 8 tot 's middags 2½ op de been geweest, had natte voeten gekregen, maar wist er niets van. Hij had een ontbijt koffie met brood te zijner huize voor mij gereed staan, ik maakte daarvan geen gebruik; alleen stak ik bij hem een sigaar op.
Frencken heeft slechts één zoon, een jongen van 26 jaar, die te Amsterdam studeert in de rechten; zijn gezondheid schijnt slecht te zijn; studeeren schijnt ook niet veel te geven. In Asten woont nog een 87-jarige zuster van den burgemeester, weduwe Bluijssen, weduwe van een broer van den ouden Bluijssen, dien ik als buitengewoon lid van Gedeputeerde Staten gehad heb; die oude dame heeft geen kinderen.
De administratie van den ontvanger gaf geen aanleiding tot bedenkingen; die van den secretaris was in goeden toestand; de klapper op het bevolkingsregister was niet bijgewerkt, ten gevolge van de volkstelling; de witte vakken in de akten van den burgerlijken stand waren niet aangestreept.

In de krant de Zuid-Willemsvaart van 14-05-1904 het 60-jarige jubileum van Godefridus Marcellus Frencken:

77

Links de penning uitgegeven bij het jubileum van Godefridus Marcellus Frencken en rechts een foto van hem:

78 79

Hieronder een foto van versierde kiosk op het Marktveld ter gelegenhied van het 60-jarige jubileum van Godefridus Marcellus Frencken:

Het huis van Godefridus Marcellus Frencken destijds aan de Torenstraat vlakbij de toen nieuwe kerk van Asten:

80

Kort daarna bezoekt de commissaris van de koningin burgemeester Frencken voor de derde maal:

Vanuit Helmond bezocht ik den 25 Juni 1904 deze gemeente. De oude burgemeester Frencken heeft eervol ontslag gevraagd met ingang van 1 Augustus aanstaande; hij moest daartoe overgaan omdat hij uit eene hevige influenza eene doofheid heeft overgehouden, zoo erg, dat hij haast niet meer te beroepen is. Raadsvergaderingen kan hij niet meer leiden, doordat hij de debatten niet meer kan volgen. Naar mij bleek, is zijn geheugen ook veel minder, en weet hij zich zeer veel niet, of maar half te herinneren. De wethouder Eijsbouts deed meestal het woord, en verbeterde herhaaldelijk den burgemeester, wanneer deze zich blijkbaar vergiste.
Ik verleende audientie aan Frans van Lieshout; deze was van 1881-1901 ambtenaar ter secretarie; hij werd toen half blind. De raad benoemde hem toen tot gemeentebode op ƒ 225,- salaris. Van Lieshout kwam steun vragen bij den nieuwen burgemeester om meer loon en meer werk; hij heeft 4 kinderen, en kan met zijn gezin van ƒ 225,- onmogelijk rond komen.
De fabrikant J. H. S. Bluijssen-van den Heuvel vertelde mij, dat zijn broeder, die gehuwd was met Juffrouw Raaymaakers, voor 3 jaar overleden is; deze was het hoofd van de bontweverij; die zaak kon toen niet meer worden aangehouden. Hij kwam in de eerste plaats vragen om een vreemden burgemeester; in de gemeente was er niemand geschikt; vervolgens vroeg hij steun op een besluit van den raad, om een subsidie te geven van ƒ 900,- aan het burgerlijk armbestuur; dit bestuur steunde Vincentius, en Vincentius had dat tekort. De Vincentius-collecte bracht vroeger ƒ 2.800,- op, en thans slechts ƒ 1.500,-. Zou Vincentius te niet gaan, en de armenzorg alleen door het armbestuur moeten worden uitgeoefend, dan zou eene collecte door dat bestuur zoo goed als niets opbrengen; men zou alles aan de gemeente overlaten.
Notaris Hockers, de opvolger van notaris Rovers, kwam zijn opwachting maken; hij was zeer tevreden; in 1903 maakte hij 370 akten. Verdonschot wil aflezer worden van publicaties; nu doet de veldwachter zulks, terwijl het dezen bij zijne instructie verboden is. Ik wees Verdonschot de deur.
De bevolking van Asten ging achteruit, doordat enkele groote gezinnen naar Helmond trokken. De geestelijkheid en Bluijssen houden de menschen onder den duim; er komt geen 8% gedwongen huwelijken voor, 2% onechte geboorten. Dronkenschap komt wel voor, ook vechten, waarbij dan het mes getrokken wordt.
Bij de laatste raadsverkiezing trachtte dokter Panhuyzen de aftredende raadsleden, onder wie de burgemeester te doen vallen; de Heeren werden allen herkozen. De quaestie met den ontvanger Eysbouts was daarvan de oorzaak; Panhuyzen trok openlijk partij tegen den ontvanger (den broeder van den wethouder) inde irae [=latijn: vandaar de boosheid]. Toen kwam er ruzie met Burgemeester en Wethouders over het bedrag van de huur, door Panhuyzen van zijne woning aan de gemeente verschuldigd. Bij de openlijke breuk tusschen Burgemeester en Wethouders en Panhuyzen trok het publiek partij tegen den doctor, omdat deze zulke hooge rekeningen schreef. Het einde was, dat Panhuyzen aan den dijk werd gezet, en werd vervangen door Dokter Hoging uit Bemmel. Panhuyzen verliet de gemeente en vestigde zich te Kerkrade.
Asten heeft eene inschrijving van ƒ 561.600,- op het 2,5% grootboek N.W.S.; het bezit bovendien voor ƒ 50.000,- 3,5% schuldbrieven ten laste van Noordbrabant. Deze laatsten werden door gemeenteontvanger bewaard. Ik heb daarop aanmerking gemaakt, en geraden alles te deponeeren bij de Nederlandsche Bank.
Volgens Burgemeester en Wethouders zouden er bij de 3.747 hectare eigendommen geen gronden zijn geschikt tot boschcultuur; ik heb de Heeren aangeraden, om zulks door de Heide Maatschappij te doen onderzoeken.
Burgemeester en Wethouders sterk aangeraden, om het onderhoud der waterleidingen ten laste der gemeente te nemen. Burgemeester en Wethouders zouden dat alleen maar willen doen, wanneer de aangelanders de kosten betaalden; ik heb Burgemeester en Wethouders betoogd, dat zij dien laatsten eisch moesten laten vallen.
Verdijk vertelde mij later, dat de veldwachter eigenlijk klerkenwerk ter secretarie doet! Blijkens wat ik ter audientie vernam, is hij ook aflezer. De nieuwe burgemeester zal heel wat op te ruimen vinden!
Overtreding van de leerplichtwet kwam zeer veelvuldig voor; na ettelijke verbalen, gevolgd door veroordeeling, gaat het nu wat beter. Het herhalingsonderwijs wordt wel gegeven, maar valt niet erg in den smaak.
Behalve de industrie van Bluijssen, die aan ± 150 menschen werk geeft, zijn er geen fabrieken in Asten. Bluijssen betaalt zijn menschen per uur; de geest van de bevolking is goed. Armoede wordt niet geleden, behalve soms door de kleine keuterboertjes (met 1 à 2 koetjes), die te eergierig zijn om te vragen en het dikwijls hard te verantwoorden hebben.

In de Maasbode van 28-06-1904 wordt bericht dat burgemeester Godefridus Marcellus Frencken eervol ontslag wordt toegekend op 01-08-1904:

81

In de provinciale Noordbrabantsche en 's Hertogenbossche courant van 19-01-1906 staat de 88e verjaardag van Godefridus Marcellus Frencken en in de krant de Zuid-Willemsvaart van 07-07-1906 neemt hij ook afscheid van de gemeenteraad:

82 83

Godefridus Marcellus Frencken is op 07-06-1907 te Asten overleden en in de krant de Zuid-Willemsvaart van 08-06-1907 wordt hij herdacht:

84

85

Johannes Leonardus Switzar, 1904-1910

Johannes Leonardus Switzar is geboren te Zundert op 03-11-1876 als zoon van Willem Frederik Switzar en Louisa Maria Sterkens. Hij is op 17-01-1911 te Breda getrouwd met Maria Mathilda Anna Henrica Josephina Bluijssen, geboren te Asten op 10-03-1885 als dochter van Antonius Cornelis Adrianus Bluijssen en Maria Antonia Henrietta Raijmakers.

86

Het gezin van Johannes Leonardus Switzar en Maria Mathilda Anna Henrica Josephina Bluijssen:

# Voornaam Geboorte Huwelijk Overlijden Referentie
1 Willem Frederik Dongen 04-01-1915 ±1991
2 Antonius Cornelis Dongen 17-07-1916 Kind Dongen 11-02-1917
3 Maria Antonia Dongen 03-11-1917 ±1998
4 Louis Marie Dongen 01-01-1920

Johannes Leonardus Switzar woonde tijdens zijn tijd als burgemeester in hotel Sengers (zie Markt 14 en 16) of hotel Gitzels (zie Voormalig huis G1644). In de krant de Zuid-Willemsvaart van 08-10-1904 de installatie van burgemeester Johannes Leonardus Switzar:

87

Links in de krant de Zuid-Willemsvaart van 30-09-1905 de aankondiging van de jaarmarkt in Asten, rechtsboven in Provinciale Noordbrabantsche en 's Hertogenbossche courant van 10-01-1906 de benoeming van Johannes Leonardus Switzar bij de gezondheidscommissie en rechtsonder in de krant de Zuid-Willemsvaart van 08-05-1907 wordt hij voorgedragen als kandidaat voor de Provinciale Staten:

88

89

90

Op 2 april 1907 bezoekt de commissaris van de Koningin, baron van Voorst tot Voorst Asten en hieronder zijn verslag:

Den 2 April 1907 kwam ik weer in Asten; per trein naar Helmond en vandaar per tram naar Asten; ik bezocht later nog Someren, vanwaar ik naar Helmond terugreed. Ik verleende audientie aan Jan Bluijssen, die hoopt later burgemeester of minstens secretaris te worden; hij was op het gymnasium te 's Hertogenbosch en zakte in 1905 voor het eindexamen. Thans werkt hij als volontair op de secretarie van Heusden.
Een zekere Wouters kwam zich beklagen, dat hem geen machtiging tot het schieten van schadelijk gedierte uitgereikt was. Bij raadsverkiezingen wordt er bijna altijd gestemd; bijzondere drukte is er op zoo'n stemdag in de gemeente niet; ook niet in de herbergen; met drank wordt er niet gewerkt. De tram Helmond-Asten doet geen nadeel aan de Astensche huurkoetsiers; vanuit Asten bezoeken thans heel wat reizigers de omliggende dorpen, die dat vroeger deden met een rijtuig uit Helmond.
Hoewel Burgemeesters en Wethouders beweerden, dat de secretaris thans beter zijn best deed dan vroeger, hoorde ik later van Verdijk, dat het werk ter secretarie weinig verbeterd was. Aan het Raadhuis waren enkele goede verbeteringen aangebracht; de raadkamer is vergroot en netjes in orde gemaakt; die kamer ziet er thans zeer behoorlijk uit, en wordt door burgemeester tevens gebruikt als kamer voor zichzelf, en als vergaderkamer voor Burgemeesters en Wethouders. Onder de raadkamer werd een vertrek ingericht als archiefkamer; ook dat vertrek, dat bijna gereed is, belooft zeer goed te worden.
Oppositie tegen het gemeentebestuur wordt voortdurend gevoerd door Berkers, eertijds klerk ten kantore van notaris Rovers; na diens overlijden vestigde hij zich als zaakwaarnemer. Omdat hij als zoodanig niets te doen had, begon hij, zonder van drukken verstand te hebben, eene drukkerij; daarin verloor hij veel geld; hij nam toen als associé een jongen Verbunt uit Ravenstein; nu is zijn zaak eene maatschappij op aandeelen.
Het laatste beschikbare 100 hectare grauwveen benevens het laatste beschikbare 200 hectare zwartveen voor een prijs per jaar aan van de Griendt verhuurd, die daarvan jaarlijks ƒ 7.000,- betaalt. Dat geld wordt besteed voor ontginning; de Heide Maatschappij maakte een plan tot ontginning van een complex van 450 hectare, die gedeeltelijk natuurweide, gedeeltelijk bouwland en verder bosch moeten worden. De Heide Maatschappij is thans met zes ossen aan het ploegen.
Een van de firmanten Bluijssen, Jan Bluijssen-van de Heuvel, maakt misbruik van drank, en is soms 14 dagen achter elkaar aan de rol in de gemeenste kleine kroegjes; hij geeft een uiterst slecht voorbeeld, en zal, naar Burgemeesters en Wethouders vreezen, de oorzaak worden, dat op den duur de geheele zaak der familie Bluijssen opgeheven wordt.
Men is zeer tevreden, dat het onderhoud der waterleidingen aan de gemeente kwam; men is thans bezig om met behulp der Heide Maatschappij de hoofdwaterleidingen in orde te maken. Er is al weer een nieuwe doctor; de vorige, Hoying, leed aan bloedvergiftiging en moest daarom zijne uitgebreide praktijk er aan geven.
De burgemeester, Switzar, maakte mij een zeer goeden indruk; de wethouders, met wie hij heel aardig omspringt, verweten hem, dat hij nooit, na eene vergadering van Burgemeesters en Wethouders, met hen in een herberg een borrel wilde gaan drinken, hij kwam nooit in een herberg!

In de Peel en Kempenbode van 26-02-1908 het beschikbaar stellen door de gemeente Asten van een stuk bos voor de schietvereniging in wat we nu kennen als de Schietbaanse bossen:

91

In de Nieuwe Tilburgsche courant van 25-09-1909 wordt Johannes Leonardus Switzar aangesteld als consul van de Algemene Nederlandsche Wielrijdersbond afdeling Noord Brabant:

92

In de Leeuwarder courant van 18-01-1910 staat de mededeling dat Johannes Leonardus Switzar tot burgemeester van Dongen is benoemd en afscheid neemt als burgemeester van Asten:

93

Johannes Leonardus Switzar is op 06-07-1937 te Brussel (B) overleden, zoals wordt bericht in de Nieuwe Tilburgsche courant van 09-07-1937:

94

Links een foto van Johannes Leonardus Switzar en rechts een foto uit 1904 van een optreden van de Astense jeugd bij de installatie van burgemeester Switzar:

95 95a

Maria Mathilda Anna Henrica Josephina Bluijssen is op 20-02-1958 te Brussel (B) overleden.

Wilhelmus Josephus Maria Wijnen, 1910-1944

Wilhelmus Josephus Maria (Willem) Wijnen is geboren te Sint Oedenrode op 22-09-1880 als zoon van Gerardus Wijnen en Clasina Alberdina Kemps. Hij is op 06-07-1909 te Veghel getrouwd met Carolina Jacomina Hubertina Maria Maussen, geboren te Veghel op 23-09-1882 als dochter van Hubertus Lodewijk Maussen en Jacomina Gerbrandts:

96

Hieronder de foto gemaakt bij het huwelijk van Willem Wijnen en Carolina Maussen:

97

Het gezin van Wilhelmus Josephus Maria Wijnen en Carolina Jacomina Hubertina Maria Maussen:

# Voornaam Geboorte Huwelijk Overlijden Referentie
1 Lidwine Jacomine Nicoline Maria Asten 14-02-1911 Asten 13-08-1934
Bonaventura J Eijsbouts
Asten 12-04-1978
2 Gerard Felix Louis Marie Asten 16-10-1913 Henriette L Hafkemeijer 's-Hertogenbosch 06-01-1995
3 Silvia Charlotte Albertina Maria Asten 19-02-1916 Willy Hasenbos Weert 18-05-1988
4 Ewald Hubert Joseph Marie Asten 27-03-1917 Phil Kampers Weert 31-12-1999
5 Gaston Louis Leo Marie Asten 10-05-1919 Kind Asten 03-06-1919
6 Gaston Felix Joseph Marie Asten 28-03-1925 Tilly Koolen Dordrecht 27-12-1997

Wilhelmus Josephus Maria Wijnen woonde eerst in de toenmalige Molenstraat (zie Burgemeester Wijnenstraat 25) en later in het burgemeesterswoning op het Koningsplein (zie Koningsplein 10). In de Nederlandsche Staatscourant van 14-03-1910 staat de benoeming van Wilhelmus Josephus Maria Wijnen als burgemeester van Asten:

98

In 1911 is er al een plan voor de bouw van een nieuw raadhuis, waarop nogal wat commentaar komt, zoals te vinden is in de krant de Zuid-Willemsvaart van 22-07-1911:

99

Wilhelmus Josephus Maria Wijnen was ook president van de Harmonie Sint Cecilia en in de Provinciale Noordbrabantsche en 's Hertogenbossche courant van 02-07-1919 wordt hun 25-jarig jubileum beschreven:

100

De gezondheidscommissie, waarvan burgemeester Wijnen lid was, beschrijft in de krant de Zuid-Willemsvaart van 30-03-1921 een verbetering, maar de regio blijft nog steeds achter bij de rest van het land:

101

Links in de Nieuwe Venlosche courant van 01-07-1921 staat Wilhelmus Josephus Maria Wijnen als ere-voorzitter van de Burgerwacht en rechts in de krant de Zuid-Willemsvaart van 24-04-1923 staat dat burgemeester Wijnen prijzen wint met zijn jachthonden:

102 103

Bij Regionaal Historisch Centrum Eindhoven vinden we de onderstaande beschrijving bij het zilveren jubileum van burgemeester Wijnen:

Op zaterdag 18 mei 1935 werd zijn zilveren jubileum als burgervader gevierd; vanwege de heersende crisis soberder dan bij zijn installatie. Asten liet dit jubileum niet aan zich voorbijgaan, want alom was er lof en dankbaarheid voor het werk dat haar burgemeester in die 25 jaar verzet had. Peelbelang en Nieuws- en Advertentiebron brachten elk een feestnummer. De halve voorpagina van de Helmondse krant de Zuid-Willemsvaart van 5 april was gewijd aan het jubileum en de verdiensten van Wijnen. Op 20 mei deed de krant nog uitgebreider verslag van het feest de zaterdag ervoor. Ondanks de malaise mocht dat er zijn voor een dorp van ruim 6.000 inwoners. Het was voorbereid door een feestcomité onder leiding van schoolhoofd Gerard Remery en verder bestaande uit de heren Gloudemans (secretaris), Rey (penningmeester), notaris Berger, dominee Denée en Bax. De dag van het feest werd om 8 uur begonnen met het uitsteken van de vlaggen en klokkengelui. Tussen een haag van bruidjes werd de jubilaris door de gemeenteraad, het ere- en het feestcomité de kerk ingeleid, waar om 9 uur de plechtige Heilige Mis begon. In de raadzaal vond om 11 uur de huldiging plaats met aansluitend een receptie tot 1 uur. Om 3 uur brachten de Astense kinderen de burgemeester en zijn echtgenote een hulde en een uur later was het aan de Astense bevolking. In de Molenstraat, nu de Burgemeester Wijnenstraat, stelden de Astense verenigingen zich op voor een defilé. Voorop speelde zíjn harmonie Sint Cecilia, waarvan Wijnen voorzitter was, gevolgd door de Jonge Wacht, het Jongenspatronaat, de Sobriëtasclub, de Katholieke Jeugd Vereniging en de Rooms Katholieke Boerinnenbond. Fanfare Sancta Maria uit Ommel ging vooraf aan voetbalvereniging Nooit ophouden, altijd doorgaan, Wilhelmina Combinatie, de Rooms Katholieke Jonge Boerenstand, de Rooms Katholieke Middenstandsbond en de Rooms Katholieke Boerenbond. De laatste vrolijke noten werden geblazen door de Heusdense fanfare Sint Antonius met in hun kielzog de Rooms Katholieke Werkliedenvereniging Sint Jozef en het Rooms Katholieke Astens Mannenkoor. Krijgshaftig sloten de Vrijwillige Landstorm en de Astense Burgerwacht de rij.

104

Onmiddellijk na dit defilé volgde tegenover de burgemeesterswoning de onthulling van de leeuwenfontein, het geschenk van de Astenaren aan hun jubilerende burgemeester. "Een geschenk, dat ingevolge uw uitdrukkelijken wensch zal bijdragen tot verfraaiïng van ons dorp", aldus comitévoorzitter Remery tijdens zijn toespraak. De fontein was gemaakt door de beeldhouwers Franssen en Van Rooij uit Eindhoven voor ƒ 372,42. Astenaar Embert van Deursen had het bassin gemaakt voor ƒ 128,10 en Astense ondernemers hadden kleine onderdelen geleverd; de firma Bonaventura Eysbouts de sproeier, de firma A. H. Strik-Ockhuizen voor 60 cent de bloempotten en H. v.d. Einde de verlichting. In totaal had de fontein ruim 500 gulden gekost; de replica kostte in 2005 ruim tachtig keer zoveel. Maar het feest kostte ook nog een aardige duit, zodat er meer nodig was, dan de ingezamelde ƒ 421, 81. De provincie was al akkoord met een gemeentelijke bijdrage van 300 gulden. De gemeenteraad wilde echter 200 gulden meer beschikbaar stellen. "Waar intusschen echter gebleken is, dat van alle bevolkingsgroepen, zelfs van de behoeftige klasse, op de meest spontane wijze vrijwillige bijdragen voor het feest zijn toegevloeid, moet naar het oordeel van de raad, een gemeentelijke subsidie van slechts ƒ 300,- ten overstaan van een dergelijke vrijgevige bevolking, als een onsympathieke daad geacht worden", aldus de gemeenteraad. Remery memoreerde in zijn toespraak aan de gulheid van de Astenaar en verplichtte die naar de toekomst. "Arm en rijk schonk gaarne zijn bijdrage voor de monumentale fontein, die nog in verre toekomst zal getuigen van de hoogachting en genegenheid, waarmede Asten's volk voor u is bezield. Aan die verre toekomst leek dus in 1999, vanwege wanbeheer en vandalisme, een einde te zijn gekomen.

Hieronder een foto van de versiering van het gemeentehuis van Asten:

Hieronder een foto van de gemeenteraad ten tijde van het 25-jarige ambtsjubileum van burgemeester Wijnen met van links naar rechts Wilhelmus Johannes (Willem) van Golstein Brouwers, Hendrikus Cornelis (Driek) Koolen, Gerardus (Gerard) Bukkems, Johannes Antonius (Hannes) van der Laak, secretaris Antonius Petrus Josephus (Antoon) Raijmakers, Godefridus (Fried) Loverbosch, Petrus (Piet) Aarts. Rechts daarvan nog Antonius Franciscus (Antoon) Berkers en van Heugten:

In de krant de Zuid-Willemsvaart van 24-09-1937 wordt de eerste fokveedag in Asten gehouden, waarvan burgemeester Wijnen de opening verricht:

105

Hieronder een foto van het oude raadhuis van Asten, dat in 1938 is afgebroken:

106

De krant de Zuid-Willemsvaart van 12-11-1938 bericht over een nieuw te bouwen gemeentehuis ongeveer op de plaats van het oude raadhuis; de inzet toont de door Andreas Hoock in 1802 gegoten brandklok, die in het torentje van het oude raadhuis hing:

107

Hieronder een foto van het nieuw gemeentehuis van Asten:

108

In de Provinciale Noordbrabantsche en 's Hertogenbossche courant van 22-07-1941 staat dat burgemeester Wijnen secretaris wordt van de ruilverkavelingscommissie:

109

In de Helmondsche courant van 14-08-1945 een beschrijving van de vermoorde burgemeester Smulders van Someren en burgemeester Wijnen van Asten:

110

Rechts het monument in 1949 en hieronder de vernieuwde versie uit 1975 aan de Kanaaldijk Zuid in Someren nabij Sluis XIII, waar de beide burgemeesters zijn vermoord.

111

Linksonder in de Nieuwe Brabantsche courant van 17-08-1944 het overlijden van burgemeester Wijnen en rechts in het Helmondsch Dagblad van 14-10-1944 het overlijden van zijn vrouw, die bij de bevrijding van Asten zwaar gewond raakte

112 113

Wilhelmus Josephus Maria (Willem) Wijnen 15-08-1944 te Someren overleden en Carolina Jacomina Hubertina Maria Maussen is op 27-09-1944 te Geldrop overleden. Hieronder de bidprentjes bij hun overlijden:

114 115
116 117

Wilhelmus Johannes van Golstein Brouwers, 1944-1946

Wilhelmus Johannes (Willem) van Golstein Brouwers is geboren te Asten op 11-04-1889 als zoon van Frans van Golstein Brouwers en Petronella Maria Huberta van Griensven (zie Voormalig huis G415). Hij is op 12-01-1921 te Asten getrouwd met Gerarda Henrica Eijsbouts, geboren te Asten op 02-03-1892 als dochter van Johannes Eijsbouts en Anna Catharina van den Eijnden (zie Voormalig huis G440). Na haar overlijden op 08-02-1949 te Asten, is Wilhelmus Johannes van Golstein Brouwers hertrouwd met Elisabeth Gouka, geboren te Haarlem op 14-04-1897 als dochter van Willem Gouka en Elizabeth Achterberg:

118

Het gezin van Wilhelmus Johannes (Willem) van Golstein Brouwers en Gerarda Henrica Eijsbouts:

# Voornaam Geboorte Huwelijk Overlijden Referentie
1 Frans Marie Hubert Asten 18-10-1921 Berth Delhoofen Venlo 27-02-1995
2 Johannes Petrus Marie Asten 27-05-1923 ±1956
Anna Verzijlbergen
Geldrop 13-09-1988
3 Petrus Hubertus Maria Asten 25-11-1924 Kind Asten 08-03-1926
4 Antonius Petrus Wilhelmus Maria Asten 04-01-1927 Priester Nijmegen 03-06-1995
5 Gerrit Willem Marie Asten 19-09-1929 Mariet Cuppens Geldrop 26-01-2004

Wilhelmus Johannes (Willem) van Golstein Brouwers woonde in de Emmastraat (zie Voormalig huis G415) en was ad interim burgemeester. Burgemeester Van Golstein Brouwers doet in het Peelbelang van 04-11-1944 een oproep om militaire goederen in te leveren:

119

De burgemeester brengt de dankbetuiging van de Engelse militairen over aan de Astenaren in het Peelbelang van 25-11-1944 en in het Peelbelang van 23-12-1944 roept hij op dat duivenmelkers aangifte moeten doen :

120 121

Burgemeester Van Golstein Brouwers is op zoek naar kasgeld volgens het Peelbelang van 27-01-1945 en er worden persoonsbewijzen uitgereikt volgens het Peelbelang van 10-02-1945:

122 123

Met de benoeming van de nieuwe burgemeester in 1946 treedt ad interim burgemeester Van Golstein Brouwers af.

Elisabeth Gouka is op 17-04-1962 te Asten overleden en Wilhelmus Johannes (Willem) van Golstein Brouwers is op 24-01-1986 te Asten overleden. Hieronder de bidprentjes bij het overlijden van Gerarda Henrica Eijsbouts, Elisabeth Gouka en Wilhelmus Johannes van Golstein Brouwers:

124 125
126 127

Antonius Johannes Baptist Ploegmakers, 1946-1967

Antonius Johannes Baptist (Tonny) Ploegmakers is geboren te Oss op 09-01-1908 als zoon van Joannes Franciscus Ploegmakers en Petronella Jacoba Maria Holten. Hij is op 26-04-1940 te Oss getrouwd met Joanna Wilhelmina Maria Francisca (Annie) Thien, geboren op 01-02-1912 te Zaltbommel als dochter van Theodorus Johannes Thien en Maria Regina Akkerman:

128

Het gezin van Antonius Johannes Baptist (Tonny) Ploegmakers en Joanna Wilhelmina Maria Francisca (Annie) Thien telde drie kinderen.

Hieronder een foto van het gezin Ploegmakers-Holten met geheel rechts Tonny Ploegmakers en Anna Thien:

129

In het Peelbelang van 29-06-1946 een interview met burgemeester Ploegmakers:

130

In het Peelbelang van 06-07-1946 de herdenking van burgemeester Wijnen, het afscheid van waarnemend burgemeester Van Golstein Brouwers en de installatie van burgemeester Ploegmakers:

131

Hieronder een artikel uit dagblad De Tijd van 02-06-1951 en rechts daarvan een foto uit 1951 van een carillon van firma Eijsbouts in Asten, waarbij burgemeester Ploegmakers als gastheer optreedt:

132 133

Burgemeester Ploegmakers is met zijn auto in de Zuid-Willemsvaart gereden, waarbij zijn vrouw verdronk; hun twee kinderen en nog een lifter brachten het er levend van af. In het Vrije Volk van 28-08-1957 wordt het ongeluk beschreven:

134

Joanna Wilhelmina Maria Francisca (Annie) Thien is op 30-08-1957 te Asten door verdrinking overleden en linksonder het bidprentje bij haar overlijden en rechts een foto van burgemeester Ploegmakers bij Martinus (Tinus) van den Boomen, die zijn zilveren jubileum als raadslid viert:

135 136

In dagblad De Tijd van 03-10-1968 staat de mededeling dat aan burgemeester Ploegmakers eervol ontslag is verleend en in het Limburgsch Dagblad van 06-11-1968 lezen we dat hij om gezondheidsredenen met vervroegd pensioen is gegaan en wordt zijn opvolger aangesteld:

137 138

Antonius Johannes Baptist (Tonny) Ploegmakers is hertrouwd met Adolfina Gertrud Maria (Maria) Frije, geboren te Amsterdam op 21-03-1911. Zij staat ingeschreven in het zusterhuis aan de Ruijterstraat in Tilburg en vertrekt in september 1936 naar het zusterhuis aan de Choorstraat in 's-Hertogenbosch.

Antonius Johannes Baptist (Tonny) Ploegmakers is op 09-09-2001 te Nistelrode overleden en Adolfina Gertrud Maria (Maria) Frije is op 24-04-2006 te Nistelrode overleden. Hieronder de bidprentjes bij hun overlijden:

Gemeentebestuur

Naast de schout, drossaards en burgemeesters, bestonden er vroeger ook functies als schepen, secretaris, borgemeesters, vorster, collecteurs, setters, viermannen, kerkmeesters en armmeester.

Secretaris: Secretaris is afgeleid van het latijn 'secretare' ofwel geheim houden. Hij is verantwoordelijk voor de verslaglegging en de opvolging van de daaruit voortvloeiende acties. Naast het notuleren van de verslagen van de bestuurders en de rechtspraak, had de secretaris toentertijd ook de taak van wat we nu een notaris noemen. Hij was betrokken bij de overdracht van goederen, het taxeren van goederen, het opstellen van huwelijkse voorwaarden en van testamenten. 

Schepen: Schepen is afgeleid van Latijn 'scabino', later oud-Saksische 'skeppian' en betreft een openbaar bestuurder op plaatselijk niveau. De functie is vergelijkbaar met die van een wethouder in Nederland. De schepen maakt deel uit van het college van schout en schepenen. In een gemeente wordt tevens een president-schepen aangewezen, deze schepen is dan de plaatsvervanger van de schout tijdens diens afwezigheid. De schepenen spraken op rechtszittingen van de schepenbank hun oordeel uit. Het proces van waarheidsvinding was gebaseerd op wat de partij van de klagers en die van de aangeklaagden verklaarden en op wat volgens rechtsgewoonte de norm was. De rechters die uit deze feiten het recht 'vonden' ('vonnis') schiepen het recht. Aangezien er geen scheiding der machten was, hadden de schepenen meestal ook bestuurlijke taken.

Borgemeester: De borgemeester was de beheerder van de dorpsfinanciën en assisteerde daarmee de schout en de schepenen in hun bestuurstaken. De naam is afgeleid van 'borche' in de betekenis van borg zijn. Alle inkomsten en uitgaven van het dorpsbestuur liepen via de borgemeesters en werden door de heer van het dorp benoemd uit de meest draagkrachtigen van het dorp. Na afloop van het jaar maakte de secretaris van het dorpsbestuur de borgemeestersrekening op. Stonden er nog posten open dan moesten de afgetreden borgemeesters alsnog zorg dragen voor inning of betaling. Lukte het hen uiteindelijk niet om de rekening van hun ambtsperiode sluitend te krijgen, dan moesten zij zelf het tekort aanvullen. Een borgemeester stond dus met zijn persoonlijk vermogen borg voor eventuele gemeentelijke tekorten. Het ambt van borgemeester was daarom niet erg geliefd, maar kon niet geweigerd worden. Als loon ontving de borgemeester een percentage van de ontvangsten.

Vorster: De naam vorster is afgeleid van het Germaanse 'vorsen' in de betekenis van onderzoek doen. Een vorster had onder meer de functie van deurwaarder; hij moest dagvaardingen bezorgen namens de schepenbank. Ook las de vorster vaak de besluiten van autoriteiten, zoals de hertog of de hoogschout, en had aldus de functie van gerechtsbode. Vaak was de vorster tevens een soort ordebewaarder en assistent van de schout. Na de opheffing van het feodale stelsel werd een deel van de functies van de vorster overgenomen door de veldwachter.

Collecteur: Collecteur is afgeleid van het Latijn 'colligere', hetgeen verzamelen of innen betekent.

De collecteur moest belastingen op onroerende goederen innen en werden vaak verpondingsbeurders of borgemeesters van Sint Jan genoemd. De verponding was een belasting in de Nederlanden op onroerende goederen die jaarlijks moest worden opgebracht. De hoogte werd bepaald op basis van de behoefte van de overheden, wat een voortdurende stijging tot gevolg had. De registratie van de onroerende goederen werd in Noord-Brabant in het maatboek opgetekend. Ook inden zij de bede of koningsbede, Met de invoering van het Franse kadasterstelsel in 1810 kwam er een einde aan de verponding en bede.

 

Bij de procollen van Helmondse notarissen lezen we nog het archiefstuk rechts over borgemeesters10:

Setter: De naam setter is afgeleid van de oude rechtsterm 'zetten' in de zin van benoemen. Setters waren inwoners die onder ede stonden, 'gezworenen', en zorgden voor de inning van accijnzen op bier, wijn, graan en vee en het hoofdgeld, een belasting voor elk gezinslid. In een aantal gevallen werden deze taken ook aan collecteurs toegewezen. 

Vierman: De naam komt van een college van vier mannen, wier voornaamste taak het is mede te werken aan het afhoren en sluiten van de dorpsrekeningen. Zij komen uit vier hoekpunten van een gemeente en hun functie dient ter controle of schout, schepenen en overige regeerders wat betreft financiën enkel ten voordele van de gemeente hebben gehandeld. In feite komt een woordelijke verwijzing naar de financiële functie alleen voor in het door de heer van Asten ontworpen en door de Raad van State in 1666 vastgestelde reglement met de woorden: 'in materije van finantien' (zie Everard Van Doerne).

Armmeester: Deze staan bekend onder de naam Heilige Geestmeester en was verbonden aan de 'Tafel van de Heilige Geest', de armenzorg zoals die was ontstaan in de Nederlanden in de Middeleeuwen. De Heilige Geest werd toen gezien als de Vader der Armen. Anders dan de naam doet vermoeden was de Heilige Geestmeester geen kerkelijke, maar een wereldlijke functionaris. De Heilige Geestmeesters hadden tot taak het beheren van de bezittingen van de 'Tafel van de Heilige Geest' ook wel Armentafel genoemd, zoals huizen en voorraden graan, en het houden van toezicht op de uitdelingen van bijvoorbeeld brood aan de armen. Meestal werden twee Heilige Geestmeesters aangesteld en beëdigd door de de plaatselijke heer.

Kerkmeester: De kerkmeester inde belastinggeld op land dat in eigendom is geweest van de kerk of waar een erfelijke rente aan de kerk is verschuldigd en goederen die aan de kerk werden geschonken, werden ook vaak door hem aanvaard. Hij was ook verantwoordelijk voor het kerkgebouw en hetgeen daartoe behoorde, zoals onderhoud en reparaties. Als er belangrijke financiële mededelingen waren, deed meestal de kerkmeester dit. In tegenstelling tot de bovengenoemde functies waren kerkmeesters geen lid van het gemeentebestuur, behalve onder de Republiek, waarin staat en gereformeerde kerk nauw waren verweven, en de kerkmeester in dienst van de plaatselijke vroedschap was. Aangezien hij de inkomsten beheerde, stond hij ook in voor de betaling van de predikanten, koster en voorganger. Deze functie verdween eind 18e eeuw na de hervormingen van de Fransen. De kerk kon vanaf dan geen beroep meer doen op het dorpsbestuur voor financiële tekorten en dergelijk.

Overzicht bewoners

Kadasternummer G577
# Periode Naam eigenaar Geboorte Opmerking Verandering
G577 1832-1890 gemeente Asten
G1736 1890-1941 gemeente Asten vernieuwing kaart
G2575 1941 gemeente Asten nieuwbouw
Referenties
  1. ^Beschryving van de Meyerij (http://www.bhic.nl/integrated?mivast=235&mizig=210&miadt=235&miaet=1&micode=1715&minr=12853220&miview=inv2)
  2. ^Gerard Rooijakkers, rituele repertoires (https://repository.ubn.ru.nl/bitstream/handle/2066/145844/mmubn000001_187378991.pdf)
  3. ^Maandblad van de Inrichting voor Gemeente-Administratie, jaargang 55, 1940, no. 1, 01-01-1940 (https://www.delpher.nl/nl/tijdschriften/view?identifier=MMNA12:164789002:00001&query=%22j+g+frencken%22+asten&coll=dts&sortfield=date&rowid=9)
  4. ^Het R.K. bouwblad; officieel orgaan der Algemeene Katholieke Kunstenaarsvereeniging jaargang 12, 1941 (https://www.delpher.nl/nl/tijdschriften/view?identifier=dts:11121:mpeg21:0007&query=%22raadhuis+te+asten%22&coll=dts&rowid=1)
  5. ^Taxandria; tijdschrift voor Noordbrabantsche geschiedenis en volkskunde, jaargang 3, 1896 (https://www.delpher.nl/nl/tijdschriften/view?identifier=MMUBTB01:001549001:00015&coll=dts&sortfield=date&query=berwout+asten&rowid=7)
  6. ^Taxandria; tijdschrift voor Noordbrabantsche geschiedenis en volkskunde, jaargang 7, 1900 (https://www.delpher.nl/nl/tijdschriften/view?identifier=MMUBTB01:001555001:00015&query=dickbier+asten&coll=dts&sortfield=date&rowid=10)
  7. ^Singers welt, stamboom van Doerne (http://julia-singer.de/Singers_Welt/Ahnen.html)
  8. ^Bossche bijdragen; bouwstoffen voor de geschiedenis van het Bisdom 's-Hertogenbosch, 1922-1923, Deel 5, 1922 (https://www.delpher.nl/nl/tijdschriften/view?identifier=MMKB26:000188001:00135&coll=dts&query=asten&facets%5BalternativeFacet%5D%5B%5D=Bossche+bijdragen&sortfield=date)
  9. ^Helmond in het verleden (https://www.delpher.nl/nl/boeken/view?identifier=MMKB18C:082238000:00262&query=%22drossaard+van+asten%22&coll=boeken&sortfield=date&rowid=1)
  10. ^abDe protocollen der Helmondsche notarissen in de periode 1595-1798, 1890 (https://www.delpher.nl/nl/boeken1/gview?query=%22pieter+de+cort%22&coll=boeken1&identifier=I_HDHgXr8voC&rowid=1)
  11. ^abHenk Beijers, d'n Uytbeyndel (https://www.heemkundekringdevonder.nl/uytbeyndel.php)
  12. ^Maendelyke uittreksels, of de Boekzael der geleerde werrelt, 1730 (https://www.delpher.nl/nl/boeken1/gview?query=%22pieter+de+cort%22&coll=boeken1&identifier=2-5dAAAAcAAJ&rowid=3)
  13. ^Noordbrabantsche almanak voor het jaar 1891 (https://www.delpher.nl/nl/tijdschriften/view?identifier=MMUBTB02:000862001:00209&query=%22van+santvoort%22+asten&coll=dts&sortfield=date&page=2&rowid=2)
  14. ^Silhouetten en portretten van de familie Losecaat (https://www.alweer-een-vermeer.nl/losecaat/losecaat.htm)
  15. ^Resolutien van de provisioneele representanten van het volk van Bataafsch Braband, genomen in den jaare 1795 (https://www.delpher.nl/nl/boeken/view?objectsearch=asten&coll=boeken&identifier=dpo:7113:mpeg21:0470)
  16. ^Opwettense watermolen (http://www.watermolenopwetten.nl/)
  17. ^Geschiedenis der dorpen en heerlijkheden Deurne, Liessel en Vlierden, 1933 (https://www.delpher.nl/nl/boeken/view?coll=boeken&identifier=MMKB05:000032056:00756&objectsearch=sengers&query=brouwerij+sengers+asten)

De meest gebruikte referenties staan in de introductie vermeld

Laatst bijgewerkt op 5 februari 2024, 15:52:38

Heemhuis, Molenstraat 10, 5711 EW, Someren
Open voor bezoekers op dinsdagochtend van 9 tot 12 uur en op donderdagavond van 19 tot 21 uur (0493) 472 423 hkkdevonder@xs4all.nl


Archeologiehuis, Molenstraat 14, 5711 EW Someren
Open na afspraak, bel hiervoor Jacques van Ooijen op 06-36 14 12 02 of mail gewoonjacques@gmail.com


Deze website maakt geen gebruik van cookies

ADM

XSSMMDLGXL

Printen