logo

Index


Markt 17 en 19

Judocus Roefs is geboren rond 1610 en rond 1635 getrouwd met Petronella Peeters, geboren rond 1610 als dochter van Joost Peters en hieronder hun gezin:

# Voornaam Geboorte Huwelijk Overlijden Referentie
1 Petrus Asten ±1636 Kind Asten ±1636
2 Sophia (Lucia) Asten 26-10-1637 ±1660
Johannes Jansen Melis
±1680
Johannes Nicolaessen
3 Elisabeth Asten ±1639 Kind Asten ±1637
4 Johanna Asten ±1640 ±1662
Hendrick Gerits van Helmont
Asten 12-07-1706
5 Johannes Asten ±1641 Asten 23-11-1670
Margriet Goort van Gorcum
Asten 01-05-1692 Koningsplein
6 Judocus Asten ±1642 Asten 24-02-1664
Maria Willem Dircx
Asten 11-02-1717
7 Henricus Asten 26-04-1644 Kind Asten ±1644
8 Maria Asten 01-05-1645 Religieuse
9 Arnoldus Asten 05-03-1647 Kind Asten ±1644
10 Henrica Asten 26-08-1648 Asten 08-10-1673
Hendrick Peters Loomans
Asten 09-12-1700 zie ook Koningsplein 16
en Voormalig huis B714
11 Helena Asten 19-03-1651 Asten 09-02-1676
Paulus Jansen Coopmans
Asten 21-08-1696
Peter Hendrick Canters
Asten 09-07-1693 Emmastraat 5

Joost Joost Roefs koopt het erfdeel van zijn zwager Evert Jansen Lamberts (zie Dijkstraat 43) in een huis in het dorp:

Asten Rechterlijk Archief 74 folio 137 verso; 09-10-1638:
Evert Janssen getrouwd met Engelken, dochter Joost Peters verkoopt aan Joost Joost Roeffs, zijn zwager, zijn deel in huis, hofstad, schuur en schop in het Dorp naast Joost Jan Isermans. Koopsom ƒ 200,- à 5%. Marge: Gelost 03-01-1644.

Joost Roefs bezat grond in Ostaden en de Stegen en was kerkmeester, schepen en later president gedurende zijn leven sinds 1635:

Asten Rechterlijk Archief 78 folio 1; 15-05-1653:
Op heden, soo is Jan Teunis, schepen, ontslaegen van sijnen eedt ende in sijn plaetse aengestelt Meester Anthony Canters en in plaetse van Lambert Symons van Bon, die ende Pals woont, Peeter Wilborts van Bussel, die den eedt hebben afgelegt. In forma. Nomina scabinorum: Jan Michiels president; Joost Roefs, Dirck Franssen en Hendrick Gevers, schepenen; Jan Franssen, Meester Anthony Canters en Peter Wilborts van Bussel.

Joost Roefs verkoopt een stuk land aan zijn zoon Joost:

Asten Rechterlijk Archief 79 folio 108; 04-05-1669:
Joost Roefs verkoopt aan Joost, zijn zoon de helft van een hooibeemd int Root geheel 5 lopense, ene zijde en einde de verkoper, andere zijde Huybert Jan Tielen, andere einde de Aa. Koopsom ƒ 250,-.

Judocus Roefs is op 17-01-1675 te Asten overleden, getuige onderstaand archiefstuk en later blijkt dat hij door verdrinking om het leven is gekomen:

Asten Rechterlijk Archief 6 folio 434; 27-01-1675:
Joost Roefs, president schepen, is op 17 januari 1675 overleden.

Zijn weduwe Petronella Hendricks Peeters woont in een huis in het dorp en moet orde op zaken stellen, maar haar kinderen zijn op dat moment elders:

Asten Rechterlijk Archief 7 folio 263; 30-03-1678:
Marcelis Martens, aanlegger contra Peerke, weduwe Joost Roefs, gedaagde. Gedaagdesse verzoekt om dag te stellen zodat zij haar rekening, bewijs en reliqua kan doen. Dit omdat haar kinderen bij den anderen buyten deser heerlijckheyt woonende sijn.

Petronella Hendricks Peeters is op 29-01-1679 te Asten overleden en haar kinderen schenken 500 gulden uit de erfenis aan hun zus Maria, die religieuse is in het klooster van Achel:

Asten Rechterlijk Archief 81 folio 58; 11-02-1681:
Joost Roefs, Jan Roefs zij mede voor Hendrick Geerits van Helmont getrouwd met Jenneke Roefs, Johan Melisse getrouwd met Lijske, Hendrick Lomans getrouwd met Handerske, Paulus Jansen getrouwd met Heylke Roefs. Allen kinderen van wijlen Joost Roefs. Zij verkopen aan suster Maria Roefs en andere conventualen in het zustersklooster van Achelen de helft van een rente van ƒ 1000,- ten laste van het Corpus van Asten eertijds op 05-10-1658 geweest van Jan Jansen alias Jan Henskens en voordien op 19-05-1662 van Heer Peeter Claeuws. Daarna op 18-06-1665 is ze aangekomen aan Joost Roefs, president. Koopsom ƒ 500,-.

Ook moet de heer van Asten nog aan de erven van Joost Roefs geld betalen:

Asten Rechterlijk Archief 81 folio 95 verso; 01-12-1681:
Tussen mij, Heer van Asten enerzijds en Joost Roefs met Hendrick Geerits, zijn zwager zij mede voor Jan Melissen, Hendrick Peter Loomans en Paulus Jansen alias Coopman, anderzijds is afgerekend wegens het sterfhuis van wijlen Joost Roefs, president. Beide partijen hebben hun pretenties ingebracht. Ik, Heer van Asten, ben na deze afrekening nog schuldig aan het sterfhuis ƒ 134,- en casseer een obligatie van ƒ 540,- en een andere van ƒ 250,- in handen van Joost Roefs, hun broeder, zijnde.

In 1686 wordt de boedel verdeeld en komt het huis in handen van zoon Joost Roefs:

Asten Rechterlijk Archief 108 folio 46; 12-03-1686:
Peeter Melissen en Joost Joosten Roefs momboiren over de vier onmondige van wijlen Jan Melissen en Sijke Joost Roefs, Hendrick Gerits van Helmont getrouwd met Jenneke Joost Roefs, Joost Roefs, Jan Roefs, Paulus Jansen Coopman getrouwd met Heylke Joost Roefs. Allen kinderen van Joost Roefs en Peerke Joost Peeters. Zij verdelen de nagelaten goederen van wijlen hun ouders.
1e lot krijgen de vier onmondige kinderen de helft van het land aant Lielder naast Hendrick Peeters geheel 4 lopense; ƒ 400,- aan contanten uit het sterfhuis.
2e lot krijgt Hendrick Gerits van Helmont huis, hof en aangelag in het Dorp ½ lopense; land in de Snijerscamp lopense; de achterste helft van het Weyvelt int Root geheel 6 lopense. Belast met
ƒ 1-10-0 per jaar aan het Convent van Ommel.
3e lot krijgt Jan Roefs ƒ 150,- ten laste van de kinderen Evert Peter Dors; land aan de Pas 5 copse; land ter plaatse voorschreven 3 copse; groes in de Steegen 3 lopense.
4e lot krijgt Hendrick Peeter Lomans huis, schuur en aangelag in het Dorp 2 lopense; de helft van een akker int Lielder geheel 4 lopense; land in de Looverbosch 7 copse; land het Simpke 90 roede; groes int Lielder 7 copse; den drieskant aan de groote Pas 3 copse.
5e lot krijgt Joost Roefs huis en aangelag met den Berch int Dorp 2 lopense; land den Langenacker op de Lochte 3 lopense; de helft van het Weyvelt int Root
geheel 6 lopense.
6e lot krijgt Paulus Jansen Coopman de schuur, schop en hof int Dorp 1 copse; land ontrent 't Dorp 1 lopense; land de nieuwen Acker 7 copse; land int Root 3 copse; de helft van een groesveld int Root geheel 6 lopense. Belast met ƒ 1-10-0 per jaar aan het Convent van Ommel.
Verder is overeengekomen dat de rente aan rentmeester Hurnius gelijkelijk zal worden betaald. Paulus Jansen heeft enige percelen, zijnde Geestelijke Goederen, deze zullen ook samen worden goet gedaen. De deling is gedaan tijdens het leven van Jan Melissen, omdat deze buiten Asten woonde is deling van tijd tot tijd uitgesteld geweest.

Zoon Joost Joost Roefs is geboren te Asten rond 1642 en op 24-02-1664 te Asten getrouwd met Maria Willems Dircx, geboren te Asten rond 1636 als dochter van Willem Dircx en Weyndelien en weduwe van Peter Koninckx, molenaar te Stokkum:

Comparerende voor schepenen ondergenoemd Joost zoon Joost Roeffs sijnde in de ouderdom omtrent tweeëntwintig jaren geassisteerd met Joost Roeffs sijn vader ende Marije dochter wijlen Willem Dircx verscheijde weduwe wijlen Peter Koninckx in sijn leven molder geweest sijnde tot Stockem, in de ouderdom omtrent tweeëndertig jaren, beide woonende alhier, versoeckende de drie sondaaghse proclamatien om desselve gedaan sijnde in de houwelijckse staat te worden bevestigt. Actum 19 februarij 1664 coram Goort van Gorcum en Pieter Janssen, schepenen.

01

De gezinnen van Maria Willems Dircx en Peter Koninckx en van Joost Joost Roefs en Maria Willems Dircx:

# Voornaam Geboorte Huwelijk Overlijden Referentie
1 Helena* Stokkum ±1660 Asten 28-02-1683
Marcel Antonis Dielis van Bussel
Asten 16-11-1714
2 Maria* Stokkum ±1662 Asten 22-05-1689
Jan Aerts Coopman
Asten 08-12-1718 zie Markt 15
3 Petrus Asten 22-12-1664 Asten 30-09-1685
Antonia Thomas Canters
Asten 29-05-1713 Ommel
4 Elisabeth Asten 17-07-1667 Asten 30-09-1691
Mathias Jansen Cuijpers
Asten 24-12-1719
5 Judocus Asten 17-05-1670 Son 29-08-1700
Antonia van der Crabben
Someren 04-04-1734
Josyn Janssen
Someren 17-07-1745
6 Catharina Asten 25-09-1673 Kind Asten ±1673

* kinderen uit het eerste huwelijk

Maria als weduwe van Peter Koninckx verkoopt de molen die haar man had achtergelaten in Stokkum. Later ontvangt haar tweede man, Joost Joost Roefs, de rest van het geld.

Asten Rechterlijk Archief 78 folio 204 verso; 07-12-1663:
Maria, weduwe Peeter Coninx, in leven molder, te Stockheym, land van Luyck, verkoopt aan Andries Hendrix, molder, te Stiphoudt een windmolen met het molengereedschap, zowel binnen- als buitengereedschap staande op de Grindt, even buiten de Maespoort, te Stockheym. Koopsom 506 rijksdaalders à ƒ 2,50 per stuk. Comparante heeft heden 306 rijksdaalders ontvangen. De overige 200 rijksdaalders worden, heden, over een half jaar voldaan.
Marge: 28-08-1667 Joost Joosten Roefs getrouwd met Maria, weduwe Peeter Coninx, heeft deze 500 gulden ontvangen uit handen van Andries Hendricx, molder, te Stiphout.

Er worden afspraken opgesteld voor de erfenis van de kinderen uit de twee huwelijken van Maria Willems Dircx:

Asten Rechterlijk Archief 79 folio 64; 28-10-1667:
Joost sone Joost Roefs getrouwd met Maria, dochter Willem Dircx en weduwe van Peeter Conincx, molder te Stockheym. Zij akkorderen betreffende de kwesties en geschillen die later zouden kunnen ontstaan tussen beider nakinderen, geboren en nog geboren wordende en detwee voorkinderen van wijlen Peeter Conincx.

Joost en zijn broer Jan, wonende bij de kerk, waren kerkmeester, borgemeester, setter, vierman en schepen:

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 12-10-1695:
Joost Roefs, aanlegger contra Meester Issac Sauve, coster en schoolmeester, gedaagde. Gedaagde heeft van aanlegger in huur gehad land in het Dorp 2 lopense. Huurtermijn 3 jaar à 6 vat rogge per jaar. Lasten rekening huurder. Huurder is niet alleen de huur schuldig gebleven maar heeft ook nagelaten de dorpslasten en de verponding te betalen. Dit ondanks vele civiele aanmaningen. Aanlegger vraagt om gedaagde op te leggen de betaling van 18 vat rogge huur.

In 1699 stellen Joost Joost Roefs en Maria Willem Dircx een testament op om de erfenis eerlijk te verdelen tussen de kinderen uit de twee huwelijken:

Asten Rechterlijk Archief 110 folio 66 verso; 07-11-1699
Joost Roefs en Maria Willem Dircx, en weduwe Peeter Conincx, in leven geweest molder te Stockheyn. Zij maken een contract om alle verschillen te voorkomen tussen hun drie nakinderen en tussen de twee voorkinderen van Peeter Conincx met name Heylke getrouwd met Marcelis Antonis en Maria getrouwd met Jan Aerts Coopman. Alle goederen haef of erve die zij tegenwoordig bezitten en nog verkrijgen zullen zijn een goederen, die de beide contractanten zullen blijven behouden en bezitten en na hun beider dood zullen succederen op de twee voorkinderen en de drie nakinderen met name Peter, Joost en Elisabet om hoofdsgewijze te verdelen. De nakinderen zullen een uytsetsel ontvangen zoals de voorkinderen hebben gehad.

Joost Joost Roefs verklaart dat koster en schoolmeester Isaac Sauvé heeft toegezegd om onderwijs voor iedereen mogelijk te maken:

Asten Rechterlijk Archief 110 folio 88 verso; 10-09-1700:
Jan Jan Swagers, 66 jaar en Joost Roefs, 58 jaar. Zij verklaren dat enige jaren geleden, de preciese tijd niet meer wetende, door de vorster publicatie is gedaan, ter plaatse waar men dit gewoon is te doen, namens Meester Isaac Sauve, coster en schoolmeester, alhier, dat iedereen van de ingezetenen van Asten haar kinderen bij hem, Sauve, ter school kon bestellen en dat hij de kinderen van rijke personen zou laten leren voor het gewone schoolgeld en de arme kinderen zou hij voor niets of zonder enig schoolgeld laten leren.

Joost Joost Roefs staat borg voor de failliete boedel van zijn zwager:

Asten Rechterlijk Archief 148; 04-01-1704:
Aan het College,
Joost Roefs laat weten, dat Henrick Peter Loymans getrouwd met Handersken, dochter Joost Roefs, zijn zuster, onlangs is overleden, nalatende vijf onmondige kinderen. Deze kinderen moeten door hem en de broeder van Hendrick Peter Lomans gedirigeert ende aengeslagen worden. Dit omdat Henrick slechts weinige mobile als immobile goederen heeft nagelaten. Welke ook nog belast zijn met vele schulden. Hij, suppliant, noch iemand van de naaste vrienden, wil deze boedel voor de kinderen aanvaarden. Zodat deze voor verlaten moet worden beschouwd. Hij verzoekt, om iemand namens het College te deputeren om als crediteur alle goederen te verkopen ad opus jus habentium en de nalatenschap naar behoren af te wikkelen.
Naschrift: Joost Roefs wordt curator en naast hem Jan Lomans, als geboren en geede momboir, over de insolvente boedel.

Maria Willems Dircx is te Asten op 15-02-1704 overleden en kort daarna verdeelt Joost Joost Roefs de boedel, krijgt zijn zoon Joost het huis waar hij blijft inwonen en krijgt hij van iedere erfgenaam jaarlijks geld voor zijn onderhoud:

Asten Rechterlijk Archief 110 folio 214 verso; 27-03-1706:
Joost Roefs, schepen, Peeter en Joost, zijn zonen, Marcelis Anthonissen getrouwd met Heylke, Jan Aerts Coopman getrouwd met Marie kinderen van Peeter Conincx, Matijs Jansen Cuypers getrouwd met Elisabet, dochter Joost Roefs. Allen kinderen van Marie Willem Dircx en Joost Roefs, hun vader en stiefvader. Zij verdelen de nagelaten goederen zoals die door Joost en Marie bij hun huwelijk zijn ingebracht en tijdens hun huwelijk zijn verkregen. Alsook de goederen die door Joost, na de dood van Marie, nog verkregen zijn.
1e lot krijgt Joost Joost Roefs huis, schuur, hof en aangelag in het Dorp, alsmede de hof achter de heg en den hof tussen huis en schuur. Een en ander zoals nu in bewoning is bij de verkrijger, ene zijde Antony Cuypers, andere zijde Jan Aerts en weduwe Huybert Jan Tielen, ene einde het Merckvelt, andere einde Nicolaes van der Linden. Belast met de helft van 6 denier per jaar aan de Vrouwe van Asten in drie teksten; 1 gulden 6 stuiver per jaar aan rentmeester des Tombes; 2 gulden 16 stuiver per jaar in de ordinaire verponding; 5 rijksdaalders per jaar aan Joost Roefs, zijn vader, gedurende diens leven. Verder mag Joost Roefs senior de kelderkamer gebruiken à ƒ 4,-per jaar en in geval deze niet wil wonen op de voorkelderkamer dan mag Joost deze verhuren aan een ander. Het klein huiske mag ook gebruik maken van de put, mits het onderhoud mee te dragen.
2e lot krijgt Jan Aerts Coopman het klein huiske met de schop daaraan en den hof achter de schop tot de heg, ene zijde Faes Kerckels, andere zijde Joost Joost Roefs, ene einde het Marcktvelt. Verponding ƒ per jaar; ƒ 300,- ten laste van Marcelis Antonis, Peeter Roefs, en Matijs Jansen Cuypers.
Marge: 29-03-1706 Marcelis Antonis heeft ƒ 100,- voldaan; 31-12-1708 Peeter Roefs heeft ƒ 100,- voldaan.
3e lot krijgt Marcelis Antonissen groes het Weyvelt int Root 3 lopense; 1⁄3e deel van een akker de Snijerscamp int Root de zijde naast den Dijck geheel 8 lopense; hooiveld int Root 2½ lopense; de helft van een akker achter de Wintmolen 4 lopense; land tussen de Weegen 1½ lopense; het Campke ontrent de Wintmolen 7 copse. Verponding ƒ 3-13-4 per jaar. Belast met de helft van ƒ 0-7-8 per jaar aan de Kerk van Asten; de helft van 6 denier per jaar aan de Vrouwe van Asten; 6 denier en ¼e deel van een hoen per jaar in drie teksten. Te betalen ƒ 100,- aan Jan Aerts, zijn zwager; ƒ 16-13-4 per jaar aan Joost Roefs, zijn schoonvader, gedurende diens leven.
4e lot krijgt Matijs Jansen Cuypers land tegens malcanderen over aan de Pas 2 lopense; de helft van een akker achter de Wintmolen de zijde van de Wintmolen geheel 4 lopense; 1⁄3e deel van de Snijerscamp int Root naast Jan Dirck Fransen Cremers geheel 8 lopense; de helft van een akker achter de Pastorye naast Hendrick van den Bleeck 2½ lopense; beemd in de Steegen 3 lopense. Verponding ƒ 3-13-4 per jaar. Belast met ƒ 0-3-12 per jaar aan de Kerk van Asten; 2 vat rogge per jaar aan de weduwe van Stralen. Te betalen ƒ 100,- aan Jan Aerts, zijn zwager; ƒ 16-13-4 per jaar aan Joost Roefs, zijn schoonvader, gedurende diens leven.
5e lot krijgt Peeter Joost Roefs land in de Snijerscamp naast de kinderen Goort Lomans 2½ lopense; de Langenacker achter het Meulenhuys 2½ lopense; de helft van een akker tussen de Weegen geheel 2½ lopense; het Hooyvelt op den Aa-kant 5 lopense. Verponding ƒ 3-13-8 per jaar. Belast met 1 gulden per jaar aan rentmeester des Tombes; 10 stuiver per jaar aan de Kerk van Asten. Te betalen
ƒ 100,- aan Jan Aerts, zijn zwager; ƒ 16-13-4 per jaar aan Joost Roefs, zijn vader, gedurende diens leven.
Met de last van 20 rijksdaalder per jaar gedurende het leven van hun vader en stiefvader, Joost Roefs, uit te keren waarvoor deze voornoemde vier stukken hooi en groes zullen zijn en blijven verbonden.

Op zijn oude dag moet Joost Joost Roefs nog getuigen over een ijk- en waagmeester en zien we dat zowel hij als zijn vader elk meer dan 40 jaar in ambtelijke functies hebben gediend:

Asten Rechterlijk Archief 114 folio 170; 18-04-1716:
Joost Roefs, schepen, 78 jaar en Reynier van Geldrop, 70 jaar verklaren ter instantie van Anna Wilhemina Baronnesse de Doerne, Vrouwe van Asten, dat zolang zij weten en de eerste deponent altijd heeft gehoord van zijn ouders en de tweede deponent van zijn vrouws ouders dat de eyckmeester en waagmeester altijd zijn aangesteld door de Heer der heerlijkheid. Eveneens dat, volgens ordonnantie, deze altijd hier hebben geraempt en geeykt zonder ooit gezien of gehoord dat iemand anders, dan de door de Heer aangestelde, hebben geijkt. De eerste deponent is geboren te Asten en zijn vader, nu circa 40 jaar geleden overleden, heeft meenigte van jaren in regeeringe geweest en hij, deponent, ook wel 40 jaar of meer, in regeeringe geweest. Aan hen is bekend dat eenen Jan Somers hier ijkmeester is geweest en dat na diens dood, Jan Aarts is aangesteld, die nu nog ijkmeester is. De tweede deponent weet dat Jan Somers, zijnde geweest zijn vrouws vader niet alleen is geweest eyck- maar ook waagmeester door de Heer is aangesteld. Na diens dood is door de Heer aangesteld Jan Aarts, tot ijkmeester en dat de wage aan hem, deponent is gebleven. Hij voegt er aan toe dat niemand anders dan de door de Heer aangestelde hier heeft geeyckt of gewogen.

Joost Joost Roefs is op 11-02-1717 te Asten overleden.

Zoon Joost Joost Roefs is geboren te Asten op 17-05-1670 en op 29-08-1700 te Son getrouwd met Antonia Joannes van der Crabben, geboren te Son rond 1670:

Solemnizatus est matrimonium inter Judocus Roefs Astensis et Anthonia Jois van der Crabben Sonnensis, coram me Godefrido van Luijtelaer parocho, testibus Guililmo van der Crabben et Andrea Hendrix de Lieshout.

Voltrokken huwelijk tussen Judocus Roefs uit Asten en Anthonia Jois van der Crabben uit Son, voor mij pastoor Godefrido van Luijtelaer, getuigen Guililmo van der Crabben en Andrea Hendrix van Lieshout.

02

Het gezin van Joost Joost Roefs en Antonia Joannes van der Crabben:

# Voornaam Geboorte Huwelijk Overlijden Referentie
1 Johannes Lieshout 25-05-1701 Kind Lieshout ±1701
2 Henricus Lieshout 06-12-1702
3 Judocus Lieshout 21-03-1705 Someren 06-02-1734
Elisabeth Jan Bruijstens
Someren 18-12-1747
4 Maria Asten 15-05-1707
5 Johanna Asten 13-04-1710 Ongehuwd Someren 14-01-1740
6 Adriana Asten 07-03-1713
7 Johannes Asten 08-05-1716 Ongehuwd Asten 19-07-1756
8 Petrus Asten 26-12-1718 Ongehuwd Someren 07-05-1738

Joost Joost Roefs blijkt nogal moeite te hebben met betalen, zelfs zijn vader Joost Roefs moet hem dagen om zijn geld te krijgen:

Asten Rechterlijk Archief 12 folio 18; 12-03-1708:
Joost Roefs, Aanlegger contra Joost Joost Roefs de jonge, gedaagde. Betreft scheiding en deling der goederen.

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 23-04-1708:
Joost Roefs daagt Joost Joost Roefs terzake van twee verlopen pachten 1707 en 1708 samen ƒ 25,-.

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 24-09-1708:
Op 27 maart 1706, bij scheiding en deling van de goederen van Joost Roefs, aanlegger en zijn vrouw Maria Willem Dirckx is aan Joost Joost Roefs, gedaagde toegevallen huis, hof, schuur en aangelag in het Dorp met ondermeer als last dat de ontvanger, gedurende het leven van zijn vader aan deze vijf rijksdaalders per jaar zal uitkeren. De twee tot nu toe vervallen pachten zijn nog niet betaald zijnde ƒ 25,-. Aanlegger is voor zijn levensonderhoud hiermede op aangewezen. Gedaagde is bij minnelijke verzoeken tot nu toe weigerachtig gebleven te betalen.

Ook wordt terloops nog een schuld genoemd van Joost Joost Roefs aan Jan van Riet en die blijkt later voor flinke problemen te zorgen:

Asten Rechterlijk Archief 90 folio 74 verso; 31-12-1708:
Joost zoon Joost Roefs is schuldig aan Jan van Riet ƒ 100,- à 4%.

In 1706 tijdens de Spaanse Successieoorlog handelde Joost Joost Roefs in het leger en moet er nog een rekening vereffend worden:

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 07-12-1711:
Jan Janssen van Ruth, aanlegger contra Joost Joost Roefs, gedaagde. Aanlegger en gedaagde hebben, in 1706, samen gehandelt en gesoetelt in het leger als socy. Aanlegger heeft van gedebourseerde penningen aan spek, jenever en teergelt nog te goed van gedaagde ƒ 18-15-0 dit volgens afrekening, in gedaagdes huis, op 09-03-1707, gedaan.

Joost Joost Roefs verpacht een deel van zijn huis:

Asten Rechterlijk Archief 113 folio 118; 17-08-1713:
Joost Joost Roefs verpacht aan Gerit Vercuylen, wonende alhier zijn huis, hof een aangelag aent Merckvelt. Huursom ƒ 22,- per jaar. Indien de verhuurder op een andere plaats niet wel ter woon conde geraecken dan krijgt hij het recht om de grote kamer en kelderkamer van het huis voor zich te behouden. De huursom zal dan bedragen ƒ 12,- per jaar. Lasten voor de huurder. Indien de verhuurder in het huis blijft zal hij 1⁄3e deel van deze lasten op zich nemen. Huurtermijn 4 jaar. Te dekken ½ vim stro per jaar naar laetsrecht.

In een langslepend proces over een niet betaalde obligatie raakt Joost Joost Roefs zijn huis kwijt:

Asten Rechterlijk Archief 14 folio 83; 25-01-1723:
Johan van Riet, aanlegger contra Joost, zoon Joost Roefs, gedaagde. Betreft aflossing van een obligatie van ƒ 100,- ten laste van Joost Roefs. In de loop van de tijd is onduidelijk geworden van welke Joost Roefs, vader of zoon, hier sprake is.

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 25-01-1723:
Johan van Riet, aanlegger contra Joost Joost Roefs, gedaagde. Gedaagde is, sinds 1708, schuldig aan aanlegger ƒ 100,- à 4%. Tot nu toe is hij in gebreke gebleven deze af te lossen. Reden om hem te dagvaarden.

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 31-12-1708:
Joost Joost Roefs is schuldig aan Johan van Riet ƒ 100,- à 4%.

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 05-01-1723:
Gedaagde heeft al op 27-03-1706 zijn huis en roerende goederen aangedeeld gekregen scheiding en deling door de erven wijlen Joost Roefs. Gedaagde ontkent dat hem, op 31-12-1708, een obligatie van ƒ 100,- is gepasseert geweest. En is ook nooit de voorschreven Obligatie aan, hem, gerechtelijk, opgezegd.

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 07-06-1723:
Gedaagde heeft ter dezer zake nooit voor schepenen gecompareert en ook nooit een handtekening gezet. Er kunnen nog meer personen geweest zijn die Joost Roefs ofte Joost soone Joost Roefs zijn geheten. Ook de vader van gedaagde, gewezen schepen en borgemeester, is genaamd geweest Joost Roefs en Joost soone Joost Roefs dus evenzo als de gedaagde. Dus genaamd naar zijn vader, zijnde geweest de grootvader van deze gedaagde. En welke president schepen hier is geweest. Gedaagde slaat alle eisen van aanlegger af.

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 07-06-1723:
Joost van Hugten, 70 jaar, oud schepen en nu kerkmeester, verklaart ter instantie van aanlegger, zeer wel te weten dat Joost soone Joost Roefs, die nu nog in leven is en in het Dorp, aan het Mercktvelt woont, op 31 december 1708, aan Jan van Riet voor hem en Philips van Heusden, toen schepenen, heeft verklaart ƒ 100,- schuldig te zijn. Er is een behoorlijke obligatie van gemaakt en door hen, als schepenen, ter protocolle getekend.

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 12-07-1723:
Aanlegger en zijn vrouw willen onder eede verklaren dat niemand anders dan gedaagde de schuldbekentenis heeft gedaan. Door gedaagde en zijn vrouw zijn diverse intresten aan hem betaald.

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 04-08-1723:
Lieshout. Interrogatorium voor Joost van Heugten ter instantie Joost Joost Roefs. Dit verhoor heeft kennelijk plaats gevonden in Lieshout ondermeer hieruit:
Of hij, Joost van Heugten, kerkmeester, in het laatst van april 1723, niet is geweest in de Peel, achter Heusden, op de Weertsebaen en of daar niet bij hem is gekomen Joost Joost Roefs. De deponent antwoordt op de vraag dat hij deze Joost Joost Roefs, den requirant, nog in leven, bij het passeren van de gemelde schepenobligatie daar niet present heeft gezien. Maar wel daar present gezien te hebben, zijn vader, nu enige jaren geleden overleden. Hij verklaart verder dat hij naar zijn beste kennis, op 07-06-1723, ter instantie van Johan van Riet verzocht is geweest om binnen Asten een attestatie te geven betreffende het passeren van de voorschreven obligatie van ƒ 100,- dog dat hij als sijnde een man, out sijnde ontrent de 70 jaeren, die attestatie niet en hadde connen leesen, nogh oock tegenwoordig en can lesen maer alleenlijck ende simpelijck sijnen naem schrijven ende dat den Heer Johan Draeck, secretaris van Asten, van hem, deponent, hadde versoght die attestatie te onderteeckenen. Ende dat den secretaris alleenlijck hem hadde voorgehouden ende voorgelesen den inhout der voorschreven schepenobligatie, in 1708 gepasseert, en gevraeght oft hij die selve niet en hadde onderteekent, als sijnde schepenen van Asten en dat hij op die vrage alleenlijck hadde geantwoort: "Jae" ende daerop, ter goeder trouwe die voorschreven attestatie hadde onderteekent. Zonder echter ondervraagd te zijn, noch door de secretaris, noch door de schepenen, om te getuigen dat Joost Joost Roefs, deze requirant, die obligatie had gepasseert ten zijne laste. Na voorlezing persisteert getuige bij zijn verklaring. Ondertekend: Gijsbert Swinckels, Dirck van Moorssel, schepenen, W. van Alphen, secretaris.

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 18-01-1724:
De Raad van Brabant, ontzegt Joost Joost Roefs zijn verzoek om evocatie en om actie te institueren voor deze Raad.

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 1724:
Aanlegger zegt onder meer gedaagdes vader heeft men geen Joost soone Joost Roefs geschreven. De grootvader van gedaagde is al over de 47 jaar overleden, in een put verdronken op 17-01-1675. Dit ten tijde als de zoon was Joost Roefs. En de zoons zoon, de gedaagde dus, Joost soone Joost Roefs. Gedaagde blijft spelen met zijn eigen naam als Jan Potage met sijn muts en zoals het hem in zijn winkel te pas komt. Dat hij, op 27-03-1706, de goederen van wijlen Joost Roefs, zijn vader, in deling verkregen heeft. Zijn vader was toen echter al overleden. Hoe kan hij dan onder de naam Joost soone Roefs gecompareert zijn? Hoe kan die vader nog geld lenen onder verbinding van al zijn goederen als hij die al heeft afgestaan aan zijn kinderen. Een obligatie behoeft geen opzegging. Gedaagde heeft geen hemel en aarde bewogen om deze zaak voor Haar Edele Mogendheden te krijgen en afgewezen.

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 15-05-1724:
Jan Willem Vogels verklaart ter instantie van Jan van Riet, dat hij, op 2e Paasdag laatstleden, is geweest in de schrijfkamer van advocaat Swinkels en dat deze toen tegen hem heeft gezegd: "Ik heb nu evenwel gemaakt dat Joost Roefs pro deo tegens Jan van Riet wort bedient en Jan van Riet kant nu niet tegens hem houden want die salt nu wel moede worden, want Joost Roefs die hoeft nu geen duyt uyt te geven. Hij salt proces tegens Jan van Riet ligt wel verliesen, maar ik salt nog wel vijf of ses jaar hantdreyende houden en doen duren. En soo sal Jan van Riet wel moey worden". De verklaring wordt afgelegd onder eede.

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 16-05-1724:
Hendrik Thopoel, oud president, verklaart ter instantie van Jan van Riet dat hij, op 15-04-1724, in
's Gravenhage is geweest, in de herberg van Arnoldus van Dalen, waar toen ook was Joost soone Joost Roefs en dat deze openlijk gezegd heeft in substantie: "Den advocaat Swinckels heeft mijn geholpen dat ik bij den Raat van Brabant pro deo wordt geadmitteert om tegens Jan van Riet te procederen. Ik sal het Jan van Riet nu dol en moey genog maken. Het is waar dat ik eenige jaren den intrest van hondert gulden aan Jan van Riet heb betaalt, maar hij woude die hondert gulden soo op eenmaal weerom hebben. Die kost ik hem op een rijs niet weer geven maar ik heb hem toen gepresenteert, dat ik hem alle jaar 25 gulden, tot vier jaar toe, sou schieten. Als hij dat had willen doen dan was er geen proces nodig geweest". De verklaring wordt afgelegd onder eede.

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 27-05-1724:
Goort Royackers, schepen, te Beeck, is, op 05-04-1724, ook in de herberg van Arnoldus van Dalen, te 's Gravenhage, samengeweest met Hendrik Toppoel, uit Asten. Er was daar ook present een hem onbekend persoon, doch later hoorde hij dat dit Joost sone Joost Roefs was. Zijn verklaring komt verder overeen met die van Hendrik Thopoel. Hij heeft nog wel tegen de hem onbekende persoon gezegd: "Cameraet off vrient, waerom procedeerde gij dan, als gij den intrest betaelt ent capitael in termijnen presenteert te betaelen". Waarop die persoon antwoordde: "Dat is Jan van Riet coppigsheyts schult". De verklaring is onder eede bevestigd.

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 03-02-1725:
Schepenen van Lieshout, verklaren, ter instantie van Joost Joost Roefs, dat het waar is dat, op
04-08-1723, wanneer Joost van Heugten, kerkmeester, te Asten, te Lieshout gearresteerd en verhoord er geen advocaat of procureur bij aanwezig is geweest. Na collatie accoord bevonden: van Zutphen notaris Woensel.

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 19-03-1725:
Gedaagde legt een aantal stukken voor, waaruit blijkt dat zijn vader wel degelijk Joost soone Joost Roefs werd genoemd:
Asten Rechterlijk Archief 33-52; 24-11-1683; Goyaart van Gorcum, schepen, aanlegger contra Joost sone Joost Roefs, gedaagde. Gedaagde is aan aanlegger, als collecteur der imposten op de bieren, schuldig gebleven ƒ 40,25.

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 17-03-1727:
Extract uit de dingrolle onder andere 04-06-1725 Joost Joost Roefs heeft, op 23-10-1724, aan zijn zoon Jan Joosten Roefs een dotatie gedaan van een perceel erve. Dit mocht te Asten niet worden geregistreerd. 03-09-1725 Joost Joost Roefs is getrouwd met Antonet.

Asten Rechterlijk Archief 115 folio 185; 07-06-1723:
Joost van Hugte, oud schepen, nu kerkmeester, verklaart ter instantie van Jan van Riet dat Joost soone Joost Roefs, die nu nog in leven is en woont in het Dorp, aant Mercktvelt, op 31 december 1708, aan Jan van Riet, voor hem en Philips van Heusden, toen schepen, heeft bekend schuldig te zijn ƒ 100,- wegens geleend geld. Van deze transactie is een obligatie gemaakt en behoorlijk ondertekend.

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 03-01-1724:
Pieter de Cort, drossard, verzoekt aan schepenen, om namens hem te verhoren Joost Joost Roefs, Antonet getrouwd met Joost Roefs, Huybert Frans Huyberts, oud borgemeester, Antonet Hendrik Romers, Josyn, haar dochter, Marten Hendrickx, de zoon, Goort Willem Loomans, 22 jaar, Willem van Riet, Lavreyns Bruystens, 24 jaar, Arnoldus Janssen van den Wildenberg, 23 jaar.
Of het hun bekend is dat Jan Jan Peters, op nieuwjaarsdag 1724, is gekomen ten huize van Joost Roeffs en of hij daar geen dreigementen heeft gedaan?
Joost Joost Roefs, zijn vrouw Antonet, Goort Willem Loomans en Lavreyns Bruystens verklaren van niets te weten. Arnoldus Janssen van den Wildenberg verklaart van dit en de volgende artikelen geen kennis te hebben, omdat hij alleen in het huis van Joost Roefs is geweest, samen met Jan Jan Peters en toen geene de minste drijgementen van Jan Jan Peters gehoord te hebben. Maar wel dat Antonet Joost Roefs de voorschreven Jan Jan Peters, samen met haar zoon, bedreigde met deze woorden: "Wagt een half uur dan sal mijn soon tuys komen en die sal U opt lijf setten". Huybert Frans Huyberts verklaart wel woorden gehoord te hebben tussen Antonet Joost Roefs en Jan Jan Peters, doch geen dreigementen van Jan Jan Peters en dat deze met hem uit het huis is gegaan, dat was tussen licht en donker.
Of gij lieden, weet, gezien of gehoord hebt wie, op Nieuwjaarsdag 1724, 's avonds, tussen 8 en 9 uur, door 't glas van het huis van Joost Roefs geworpen of geslagen heeft?
Antonet de vrouw van Joost Roefs weet niets. Lavreyns Bruystens verklaart hiervan niets te weten. Hij was op die tijd in de herberg van Huybert Frans Huybers en dat Huybert binnenkwam en zei: "Hoor eens, daar worden tot Joost Roefs of tot Netjens de glasen ingeslagen of geworpen". Deponent heeft verder niets gezien of gehoord, hij zat in de kamer met de caart te spelen in gezelschap van Jan Jan Peter Smits, Willem van Riet en anderen. Joost Joost Roefs verklaart in huis geweest te zijn, naar niet te weten wie de glazen ingeworpen heeft. Goort Willem Loomans Verklaart als Lavreyns Bruystens, hij is toen met Martinus van Riet en Aart Jansse naar buiten gegaan, maar heeft verder niets gehoord of gezien.
Marten Hendrix verklaart ook als Lavreyns Bruystens.
Huybert Frans Huybers verklaart ontrent die ure voor sijn deur te sijn gegaan om sijn water af te slaan en alsdoen gehoort te hebben datter glasen wierden ingeslagen of geworpen aan de huysinge van Joost soone Joost Roefs en dat hij, deponent, door Antonet, vrouwe Joost Roefs, heeft horen roepen: "Sa, duyvel, slaat er maar door!". Op dat moment is hij weer in zijn huis gegaan en gezegd tegen het gezelschap dat ze bij Netje Roefs de glazen aan het inslaan waren.
En wort Ulieden gevraegt allen tgeene Ulieden wegens dreygementen en inslaen van glasen, soo bij Joost Roeffs, Jan van Riet en Willem Jan Loomans geschiet, gehoort en gesien hebt. Ulieden kennisse min of meer?
Joost Joost Roefs en zijn vrouw verklaren van niets te weten.

Asten Rechterlijk Archief 115 folio 278 verso; 07-05-1725:
Willem de With junior, deurwaarder, neemt, uit kracht van een executoriaal van de Raad van Brabant op een acte van taxatie de dato 05-09-1724 ten bate van Jan van Riet, in arrest huis, hof en aangelag aant Mercktvelt, ene zijde Jan Verhosen, andere zijde Willem Jan Aarts, ene einde Jan Smits, andere einde 't Mercktvelt. Dit ten laste van Joost soone Joost Roefs om daaraan te verhalen de inhoud van de voorschreven taxatie van ƒ 128-3-0.

Asten Rechterlijk Archief 116 folio 21 verso 27-05-1726:
Jan van Riet, als impetrant van executie en onwillig decreet contra Joost soone Joost Roefs geeft procuratie aan Meester N. Kervel, procureur, te 's Gravenhage, om de begonnen executie, voor de Raad van Brabant, namens hem voort te zetten.

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 10-04-1727:
Pieter de Cort, drost, verzoekt aan schepenen, om namens hem te verhoren Willem Goort Loomans en Joost Joosten collecteurs van 's landslasten.
Of zij geweest zijn ten huize van Joost Joost Roefs en zijn vrouw Antonetta, op donderdag, 10 april laatstleden, om 's landslasten te ontvangen. Of zij, Antonetta, toen niet geweygert heeft te betalen, maar ook gescholden heeft?
Joost Joosten verklaart dat zij haar collecteuren geweigerd heeft te betalen, omdat zij niet getapt zou hebben.
Of zij op heden, 10 april 1727, niet hebben gestaan in de buurt van het huis van Antonet Roefs en gezien hebben dat Antonet uit haar huis is gekomen en den drost, president en Marcelis Daendels, schepen, komende uit de raadkamer, aangesproken heeft over de lasten. Dat haar gezegd is, dat zij daarvoor in de raadkamer moest zijn en dat het lelijck stont op straet dat men soo schreuwt. Wat soude de menschen dencken daer soude te carnalieus trecken. Dat daarop Antonet, de drost en schepenen, heeft gezegd dat zij schelmen waren, dorpsvreters en carnalie?
Zij verklaren dat een en ander zo geweest is.

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 31-07-1727:
Namens Pieter de Cort worden onder eede verhoord Johan Draeck, secretaris, Jan Janssen Aerts, ondervorster, Catharina van der Linden, vrouw van Michiel van de Cruys, Jan van Helmont, schepen:
Of zij niet, op maandag, 2 juli laatstleden onder andere, zijn geweest, in gezelschap van Pieter Hogerlinden, schoolmeester, koster en deurwaarder, te Vlierden, in de herberg van Michiel van de Cruys?
Johan Draeck, is daar geweest en heeft daar gezien, advocaat Swinckels en Pieter Hogerlinden die samen een tictaxke speelden om een pintje wijn. Waarna Pieter Hogerlinden uit de kamer is gekomen, zeggende: "Ik wil bij dat carnalie en Janhagel niet meer sijn, roep mijn confrater Swanenberg, dat hij er ook uit komt". Een en ander menigmaal repeterende en hiermee doelende op Swinkels en Mattijs Canters.
Of Hogerlinden niet gesproken heeft over een uitzetting uit zijn huis van Joost Roefs, die door Antony van Riet was geregt en welke bij hem, als deurwaarder, zou hebben toegekomen?
Johan Draeck antwoordt dat Hogerlinden heeft verwijten gemaakt dat de uitzetting niet ordentelijk zou zijn gegaan met name dat dit geen ondervorster zou mogen doen, maar hij, als dienaar van de Raad van Brabant. Hij is toen in gesprek gekomen met Piet van Riet en heeft deze na enig discours gezegd dat dese smeelde op de religie en dit steeds maar weer herhaalde en waarop Piet van Riet dan weer terug zei: "Gij liegt het als een schelm". Deponent is daarop naar Hogerlinden gegaan en heeft deze een heuse vermaning en gezegd, dat van Riet niet schold op de religie. De overigen verklaren insgelijks. Hogerlinden heeft daarna nog Piet van Riet voor de deur op straat gedist.

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 19-08-1727:
Pieter de Cort, drossard, verzoekt om namens hem te verhoren Jan van Helmont, schepen, Johan Draeck, secretaris, Catarina getrouwd met Michiel van de Cruys, Jan Jansse Aerts:
Of zij persisteren op het interrogatorium ter instantie van requirant, hier voor schepenen, op
31-07-1727, gedaan, over het voorgevallene tussen Pieter Hoogelinde, deurwaarder, koster, voorgelezen en schoolmeester, te Vlierden en Pieter van Riet, kerkmeester, te Asten. Dit wegens het schelden op de religie der gereformeerden als anders, op 07-07-1727, ten huize van Michiel van de Cruys, president, alhier?
Allen persisteren.
Welke scheltwoorden heeft Pieter van Riet toen gesproken en wat is er voorgevallen?
Johan Draeck verklaart dat Pieter van Riet geen scheldwoorden op de religie heeft gesproken. Hij heeft wel gehoord, dat Pieter Hoogelinde zei tegen Pieter van Riet: "Gij smeelt op de religie". Waarop Pieter van Riet zei: "Meester Hoogelinde, gij lieget als een schelm; en legget in kennis". Waarop Hoogelinde verscheidene keren herhaalde dat van Riet op de religie smeelde. En van Riet steeds maar terug zei: "Meester, gij lieget als een schelm". Dit alleen heeft hij ervaren. Hij is voortdurend aanwezig geweest.
Jan van Helmont en Catarina van de Cruys verklaren ad idem.
Jan Jansse Aerts weet van dit artikel niets hij heeft wel gehoord dat Hoogelinde tegen van Riet zei: "Gij schelt de religie" hetgeene noyt en is geschiet. Waarop van Riet steeds weer terug zei: "Meester Hoogelinde, gij lieght het, dat ick op de gereformeerde religie hebbe gescholden of gesmeelt".

Het huis wordt uiteindelijk verkocht aan vorster Gerardus Alberts van Riet door zijn neef Antonius van Riet (zie Voormalig huis G583):

Asten Rechterlijk Archief 93 folio 95 verso; 08-02-1729:
Antony Jan van Riet verkoopt aan Gerit van Riet, vorster huis, hof en aangelag, ene zijde Jan Verhosen, andere zijde Willem Jan Aerts, ene einde het Mercktvelt, andere einde een pad. Verkregen bij koop van Joost Joost Roefs, bij brieven van decreet van den Edele Mogendheden Rade van Brabant, te 's Gravenhage, op 01-12-1726. Belast met ƒ 1-10-0 per jaar aan het Gemene Land, ten comptoire van de rentmeester de la Calmette, of zoals die daar betaald moeten worden, omdat in de brieven van de Raad van Brabant sprake is van maar ƒ 1-6-0 per jaar; 3 dernier per jaar is ƒ 0-1-4 per jaar aan het Huis van Asten. Koopsom ƒ 540,-. Lasten ƒ 39,06.

Asten Rechterlijk Archief 93 folio 96 verso; 07-02-1729:
Gerit van Riet is schuldig aan Antony van Riet ƒ 540,-. Te betalen: ƒ 150,- in 1729,- ƒ 100,- Pinksteren 1730, ƒ 290,- à 4%. Marge: 03-08-1733 gelost.

Joost Joost Roefs verhuist naar Someren en Antonia Joannes van der Crabben is op 22-10-1733 te Someren overleden. Joost Joost Roefs is op 04-04-1734 te Someren hertrouwd met Josyn Janssen, geboren te Someren rond 1690 en weduwe van Frans Walterus Verasdonck. Joost Joost Roefs is op 17-07-1745 te Someren overleden.

Gerardus Alberti (Gerrit) van Riet is geboren te Son rond 1686 als zoon van Albert van Riet en Judith van Breystraten en halfbroer van Johannes Alberti van Riet (zie Voormalig huis G583). Hij is op 06-11-1717 te Claaswaal ondertrouwd met Anneke Willem Vervoorn, geboren te Claaswaal rond 1690 als dochter van Willem Vervoorn.

03

Het gezin van Gerardus Alberti (Gerrit) van Riet met Anneke Willem Vervoorn:

# Voornaam Geboorte Huwelijk Overlijden Referentie
1 Wilhelmus Someren 02-04-1719 Bakel 26-06-1750
Allegonda van Ravensteijn
Budel 11-06-1778 Schoolmeester
2 Petronella Maria Someren 09-02-1721 Asten 22-02-1750
Huybert Kouw
Asten 18-01-1761
3 Alexander Someren 16-05-1723 Ongehuwd Indië 26-12-1757 Soldaat*
4 Michiel Asten 22-07-1725 Ongehuwd Indië 04-03-1761 Soldaat*
5 Johannes Asten 30-03-1727 Ongehuwd Asten 15-02-1782 Commies
6 Helena Asten 23-01-1729 's-Gravenhage 10-05-1767
Diederik Noijen
7 Anna Catharina Asten 17-04-1731 Someren 01-11-1767
Gerardus van Dremmen
Someren 29-01-1796
8 Gerardus Asten 19-04-1733 Nispen 04-01-1761
Maria Eleonora Huysmann
Roosendaal 26-11-1826 Tollenaar
9 Leonardus Asten 03-04-1735 Middelbeers 24-01-1776
Maria Catharina Backer
Asten 06-08-1814 Vorster
10 Heylke Asten 17-04-1737 Asten 29-12-1771
Balthasar van Schaijk
Deurne 26-04-1814 **

* soldaat in het toenmalige Nederlandsch Indië voor de Verenigde Oostindische Compagnie en hieronder het soldijboek1 van Alexander van Riet op het schip 'Ouwerkerk' en daaronder dat van Michiel van Riet op het schip 'Het Huys ten Donck' met rechts daarvan een afbeelding van het uit 1745 daterende schip:

In het rechterlijk archief van Asten wordt zijn overlijden genoemd:

Asten Rechterlijk Archief 121 folio 117; 10-12-1759:
Gerrit van Riet, commies van de Tol en vorster, alhier en Anneke Vervooren zijn vrouw, Leendert van Riet, schepen, Anneke en Helena van Riet, meerderjarige kinderen en jonge dochters van Gerrit van Riet en Anneke Vervooren, geassisteerd met Pieter Zeynen, schoolmeester, alhier, hun geassumeerde momboir mede voor de verdere, absente, kinderen van de voornoemde eerste twee comparanten. Samen zijn zij als ouders, broers en zusters, erfgenamen van Alexander van Riet, die als soldaat voor de Kamer Zeeland, met het schip Ouwerkerk, in 1752, is afgevaren en nu overleden zijnde. Zij geven procuratie aan Johan Rudolph Thuys, te Middelburg, om namens hen ter camere van de Oostindische Compagnie van Zeeland, wesende in Middelborg, alwaar de voornoemde Alexander van Riet is afgevaren te informeren wat deze te goede heeft nagelaten, dit te innen en te ontvangen en de schulden te betalen.

** over Balthasar van Schaijk schrijft Hendrik Nicolaas Ouwerling in 'Geschiedenis der dorpen en heerlijkheden Deurne, Liessel en Vlierden'2 in 1933:

Gerardus Alberti van Riet wordt in 1720 aangesteld als vorster van Someren3:

Gerardus Alberti van Riet is rond 1724 als commies van den tol, vorster en gerechtsbode in Asten komen wonen en houdt zich vooral bezig met aankoop, verkoop en executie van goederen, waarvan hieronder een voorbeeld:

Asten Rechterlijk Archief 156; 19-10-1724:
Rekening, bewijs en reliqua van Gerit van Riet, vorster, over de, bij executie, verkochte goederen van Hendrik Linders van Hugten, te Heusden. Ontvangsten: opbrengst van de geëxecuteerde goederen ƒ 382-00-00.
Uitgaven: volgen de kosten gemaakt in het executeren ƒ 94-05-06 onder andere voor een lindesak tot dese reekening om in deselve deser rekeninge en documenten te bewaren ƒ 0-6-0.
Rest: ƒ 287-14-10.

Ook bemiddelt hij samen met de drossaard en de president-schepen bij voorvallen in het dorp, zoals het onderstaande (zie ook Voormalige kerk G589):

Asten Rechterlijk Archief 116 folio 109; 26-05-1728:
Pieter de Cort, drost, Michiel van de Cruys, president en Gerit van Riet, vorster, verklaren ter instantie van Wendelina Coocke, dienstmeyt, bij Petrus Godefridus Josselin, predicant, wat wij gehoord en gezien hebben, tussen 10 en 11 uur, in den hof van de predicant dat Juffrouw Petronella Vermeer tegen ons zei en aanwees: "Dat hun linnen op de bleyck was leggende en dat eenige vant selve met swarte placken was besmet", zonder te kunnen zeggen waarmee. Wij zijn van de bleek gegaan en Juffrouw Vermeer heeft zich beklaagt dat 't een affront was, hetgeen zij erger vond dan de schade. Gekomen zijnde bij de geutdeur van het huis van Josselin is Josselin naar buiten gekomen, zeggende: "Juffrouw Vermeer, ik verwonder mij, dat gij soo een leven maeckt". Na enige wisselwoorden vroeg Josselin: "Hebben wij tgedaan of imant van ons huys?" Waarop Juffrouw Vermeer zei: "Mijnheer, ik seg niet van U, nog van U vrouw, maer U meyt is virryl en deugh niet. En U kinderen connen het niet gedaan hebben, die sijn te onnossel, tenzij dat die tgedaan hebben door inductie van U mijt".
Petrus Godefridus Josselin, predicant en Elisabet Regoot, zijn vrouw, verklaren ter instantie van Wendelina Cooke, hun dienstmeyt, van hetgeen, hedenmorgen, door Juffrouw Petronella Vermeer van haar, requirante, is gezegd. Dat, omtrent 10 uur in de morgen, in hun huis is gekomen Juffrouw Vermeer, die met veel hevighijdt zei: "Siet wat groot een afront mij daar geschiet is en hoe mijn goet op de blijckt is beplackt door Uw meyt met een witquast. En dat sal ick niet leyde. Ick sal het beleyen". Willende de dominee spreken. Zij werd hiervan weerhouden aangezien deze niet wel was en op bed lag. Hij, comparant, verklaart verder, dat, toen Juffrouw Vermeer, met de officier, president en vorster in sijnen hof was om de geledene of voorgewende schade te laten beleyen hij zich heeft aangekleed en naar den hof is gegaan. Na enige woorden gewisseld te hebben met Juffrouw Vermeer, terwijl er nog weinig goed, dat besmet was, op de bleek lag, heeft hij aan Juffrouw Vermeer gevraagd wie dat gedaan had en hoe zij de meid hiervan kon betichten. Zij heeft hierop gezegd: "Dat heeft U meyt gedaan met int, of die kinderen hebben tgedaan door indictie van de meyt, want die is vuyl en deugh niet".

Gerardus Alberti van Riet maakt in Someren het volgende mee3:

Dat eenige weken geleden, nadat enige schapen van Nederweert door den Vorster van Riet op den 17-10-1731 tot Someren waaren gearresteerd ende gebracht ter bewaringe in het huys van Peter Jan Miggiels, woonende omtrent de Roomsche Kerk aldaar, bij hem is gecoomen Gerrit Pauls Miggiels inwoonder tot Someren. Voorts vraegende: "Wat sal dat sijn dat er soo veel volk naar Den Bosche gedaaagt werdt over de affaire van de schaap?" Waarop hij deponent tegen hem seijde: "Dat moet gij weeten, want dat ik was als gij, ik sou een ander gat uytgaan". Dit met een vragende of seggende: "Hoe hebt gij die schaapen soo kunnen wegkrijgen of weghalen". Waarop de voorschreven Gerrit Pauls Miggiels tegen hem antwoor­dende: "Sijde dat had ik goet te doen, want den schutter sat te slapen en hep toen sijn snaphaen stillekens weggenomen en is kort daarnaar Gerrit van Riet voor den deure gecoomen, die ik voor sijnen kop schoot". Als wanneer geroepen weerdt: "Gerrit van Riet is doot of swaer gequetst", sodat niemant meer naar de schapen omsag en gemakke­lijck konden wegnemen, te beeter omdat ick enige uren tevooren de deuren uyt den haac hadde gelight. Verclaerende weijders dat Jan Bruygsten van Stork, inwoonder tot Someren en derselfe huysvrouwe, enige tijt geleden tegen hem, opponent hebbe gesseyt, dat Gerrit Paul Miggiels, voornoemd als hij de schaapen hadden weggebragt tegen haer hadde geseyt: "Ik had het goet doen die schaapen weg te halen, want ik schoot den Vorster eers voor sijn kop". Eindigde hij, deponent hiermede sijn waeraghtigen verclae­ringen en heeft na gedaene voorlesingen daerbij gepersisteert gevende voor redenen van welweetentheit 't gene voorschrevene alsoo gehoort en nog een goede geheugenis hebbende en heeft 't selve bevestigt met de woorden 'Soo waerlijck helpe mij Godt almaghtig'. Aldus gedaan en gepasseert op heden binnen Son den negentiende Januari 1732.

Welke straf de aanslagpleger heeft gekregen vermeldt de historie niet. Wel is zeker dat Gerrit het overleefd heeft en talloos zijn de keren dat de chirurgijn er aan te pas moest komen om onze dappere Vorster weer op te lappen.

Bij de verpondingen van 1737 en 1742 en in het huizenquohier van Asten over de periode 1736-1771 is hij eigenaar van het huis:

Verpondingen 1737 XIV-61 folio 200:
Gerrit van Riet.
Huijs, hoff en aangelagh 1½ lopense.

Verpondingen 1742 XIVd-62 folio 397:
Gerrit van Riet.
Huijs, hoff en aangelag aant martvelt 1 lopense.

Jaar Eigenaar nummer 60 Dorp Bewoners nummer 60 Dorp
1736 Gerrit van Riet Gerrit van Riet
1741 Gerrit van Riet Gerrit van Riet
1746 Gerrit van Riet Gerrit van Riet
1751 Gerrit van Riet Gerrit van Riet
1756 Gerrit van Riet Gerrit van Riet
1761 Gerrit van Riet Gerrit van Riet
1766 Gerrit van Riet Gerrit van Riet
1771 Gerrit van Riet Gerrit van Riet

Als Gerardus Alberti van Riet zijn tuin laat omspitten worden er mogelijk menselijk resten gevonden:

Asten Rechterlijk Archief 117; 07-02-1735:
Te verhoren Jan Verhoysen, Hendrik Jan Hendricx, 38 jaar, Jan van Beugen, 28 jaar en Hendrick Jan Canters, 23 jaar.
Of het niet waar is dat omtrent acht dagen geleden Gerit van Riet, vorster, de hof achter zijn huis heeft laten omschieten en leegen?
Allen, behalve Jan Verhoysen hebben dit werk uitgevoerd.
Of zij niet weten, gehoord en gezien hebben dat door het omgraven een dood lichaam naar boven is gekomen waervan den cop in den arm soude liggen?
Jan Verhoysen weet hier niets van, maar heeft echter wel geruchten gehoord. De anderen verklaren van dit artikel niet te weten, maar wel bevonden te hebben verotte schenckens daer sij mette schupp doorstacken.

Asten Rechterlijk Archief  117 folio 93 verso; 10-02-1735:
Schepenen en drost van Asten zijn geweest in de hof van Gerit van Riet alwaar de drost aan Hendrick Jansen, die in de hof aan het werken was, vroeg de plaats aan te wijzen waar hij die schencken had gevonden. Na aanwijzing hebben zij zien liggen soo groote als kleyne schencken, agtien stuck en daaronder de gedaante van een kop van een koybeest. Marge: 16-05-1737 copie gemaakt voor advocaat van Wesele.

Asten Rechterlijk Archief  117 bijlage; 13-02-1735:
Men laet een ider bij dese weten dat den drossard van Asten op de gerugte alsoff in den hoff van Gerit van Riet, geregtsboode, alhier een doot menschenlighaem begraven bevonden soude sijn deswegen informatien en visitatie heeft genomen sonder dat een menschenlighaem is gevonden. Soo wort bekent gemaeckt dat diegeen die soodanig een doot lighaem weet aen te wijsen off waer 't selve gebleven is dat aen diegeen die sulx weet aen te wijsen een premie van vijftigh gulden sal worden gegeven en daerenboven sal desselfs naem worden gesecreteert. Den ondervorster sal dit publiceren op sondag den 13 februarij 1735. P. de Cort.

Gerardus Alberti van Riet en deurwaarder Hendrik Tempelaer (zie Voormalige kerk G589) treden op bij het illegaal maaien van graan:

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 24-07-1736:
Hendrik Tempelaer, deurwaarder en Gerit van Riet, gerechtsbode, verklaren dat zij, op maandag, 23 july 1736, op de geruchten dat de granen, staande op de erven van Jan Peeter Smits, welke voor de coninxbeede in beslag genomen waren, werden afgemeyt. Wij hebben ons vervoegd op de erven van Jan Peeter Smits, op den Diesdonck, en daar gezien dat de gearresteerde granen werden afgemaaid door Christoffel Pieck, zwager van Jan Peeter Smits, Willem en Francis Willems van den Eerenbeempt, voorzonen van de vrouw van Jan Peeter Smits. Op 24 juli heeft Jan Peeter Smits bekend dat het maaien in zijn opdracht was gedaan en dat hij order had gegeven om met het maaien op te houden. 

Hij wordt beschuldigd voor valsheid in geschrifte, maar wordt ondanks protest van drossaard Pieter de Cort uiteindelijk vrijgeproken:

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 01-10-1736:
Pieter de Cort, drost, verklaart dat hem in handen is gekomen een copie van een arrest van 31-10-1735 aan Jan van de Cruys en op 04-11-1735 uitgegeven en hetwelk was getekend door Jan Verberne en Antony Muyen, schepenen en Florens Pieter van Cotshuysen, secretaris. Het is nu zo dat deze acte van arrest niet door Floprens Pieter van Cotshuysen is ondertekend. En dat dit door Gerit van Riet, als vorster, is gedaan, welke zich als een publiek persoon schuldig heeft gemaackt aan een notoire falciteyt en dus hoogst strafbaar is. Een en ander noodzaakt mij dit aan U voor te leggen om ten opzichte van Gerit van Riet in goede justitie te kunnen oordelen.

Willem Jan Loomans vordert een schuld bij Gerardus Alberti van Riet van de munten 'Spaanse pistolen', ofwel do

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 28-01-1738:
Ick Gerrit van Riet bekenne ontfangen te hebben van Willem Jan Lomans de somme van sestien Spaanse die ik hem wederom sal geven als hem belieft.

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 21-04-1738:
Willem Jan Loomans, aanlegger contra Gerit van Riet, gedaagde. Gedaagde is schuldig aan aanlegger 16 gouden Spaense pistolen. Terug te betalen op afroep. Hij is tot nog toe al diverse malen verzocht geworden. 

Gerardus Alberti van Riet heeft bonje met predikant Alberts en getuigen worden verhoord: 

Asten Rechterlijk Archief 118 folio 62; 09-04-1738:
Interrogatorium voor Hermannus Alberts, predicant, van Asten en Ommelen, waarbij de Heer officier, schepenen en secretaris van Asten versogt worden om onder eede te hooren, examineeren, ondervragen en hen getuygenissen bij ider articul te annoteren de personen Willem Jan Loomans, oud collecteur en borgemeester en Marike Willem Loomans, 17 jaar. Of zij, op 13 maart 1738, of enige dagen daarvoor of daarna, niet  zijn geweest ten huize van Gerrit van Riet, vorster, alhier?
Beiden antwoorden bevestigend en Marike voegt toe dat zij haar vader kwam roepen.
Of Gerrit van Riet toen niet is thuis gekomen en Anneke, zijn vrouw, toen niet aan hem vertelde dat predicant, Hermannus Aalberts, aan hun huis was geweest en dat onder andere de voornoemde predicant misnoegd tegen hen was geweest. En of de vorster daarop niet antwoordde en uytbulderende met de woorden: "Ik heb den blixem van de predikant, ik scheyt in hem, ik ben soo goet als hij is?
Willem Jan Loomans verklaart Gerrit van Riet thuis gevonden te hebben en gehoord te hebben dat Anneke, zijn vrouw, tegen hem enige woorden zei, zonder te kunnen zeggen waaruit die bestonden en dat Gerrit van Riet daarop zei: "Ik geeff den duyvel van de predicant, ik scheyt in de predicant, ik ben soo goet als den  predicant". Marike verklaart hetzelfde.
Of de voorschreven van Riet terzelfder tijd de gemelde Hermannus Alberts niet had gedreigd en onder andere had gezegd: "Wagt laat het maar Paaschen zijn" en of hij niet verder had gezegd: "Wat mag hij meenen, ik meug in 's Hertogenbosch koomen, daar hij wel vandaan zal moeten blijven"?
Willem Jan Loomans verklaart dat hij geen dreigementen heeft gehoord en ook de naam van Hermannus Aalbers niet heeft horen noemen, maar wel dat Gerrit van Riet deese off diergelijke uitsprak. Marike verklaart hetzelfde.
Of het niet waar is dat een poos of een weynig tijts na die voorschreven injurieuse woorden de gemelte Gerrit van Riet en sijn vrouw tegen malkander seyden als den predicant aan den weet komt dat wij sulx van hem hebben gesegt dan sullen wij seggen dat wij dronken zijn geweest of zat?
Beiden verklaren van dit artikel niet te weten. Zij willen hun verklaring onder eede bevestigen.

In de herberg van Gerardus Alberti van Riet vinden geregeld vechtpartijen plaats:

Asten Rechterlijk Archief 118 folio 72 verso; 05-07-1738:
Interrogatorium voor Jan Jansen Paulus en Jelis Vrijnsen.
Of zij, deponenten, op tweede pinksterdag, 26 mei 1738, na de middag omtrent zes uur niet zijn geweest ten huize van Gerrit van Riet, vorster. En of toen niet bij hen is geweest Antoni den Kuyper, wonende alhier, en of deze toen geen woorden of questie maakte of kreeg met Willem Jan Loomans?
Beiden antwoorden bevestigend.
Wie aanleiding daartoe had gegeven en waaruit die questie heeft bestaan?
Jan Jansen Paulus verklaart niet te weten wie de aanleiding heeft gegeven, aangezien zij al woorden hadden toen hij daar in huis kwam. Jelis Vrijnsen weet niet wie aanleiding heeft gegeven en ook niet waarin de questie bestond.
Of zij niet niet gezien hebben dat Antoni den Kuyper zijn mes uit zijn zak trok en met dit bloote mes enige dreigingen heeft gedaan en of de vrouw van Gerrit van Riet hem toen uit het huis heeft gestooten?
Jan Jansen Paulus verklaart geen mes gezien te hebben en ook niet te weten op welke wijze  Antoni de Kuyper uit het huis is geraeckt. Wel heeft hij gezien dat Hendrik, gewezen voermansknecht van Willem Jan Loomans een stoel opnaam en heeft naar de voorschreven Antoni de Cuyper geslagen niet wetende of hij deze  geraakt had of niet. Verder heeft hij geen dreigementen gehoord. Jelis Vrijnsen verklaart hetzelfde maar verder dat hij Antony den Cuyper iets in de hand heeft zien hebben, maar niet wetende wat. Hij heeft niet gezien dat de  voornoemde knecht met een stoel naar den Cuyper heeft geslagen.
Of hij, Antoni de Kuyper, buiten de deur zijnde geen dreigementen heeft gedaan en toen ook door de glazen in het raam van de keuken van Gerrit van Riet heeft geslagen en daardoor in huis meende te klimmen. Of dit niet belet is geworden door de vrouw van Gerrit van Riet, die hem het mes afnam en hem daarna in huis heeft laten komen.
Jan Jansen Paulus verklaart hiervan niet te weten, hij heeft wel gehoord dat er glazen klonken en dat er in het voornoemde venster ruiten waren gebroken. Hij weet echter niet wie dat gedaan heeft omdat hij met Hendrik op de goot was gegaan om questie te voorkomen. Jelis Vrijnsen weet niets van dit alles.
Aldus gehoort, geexamineert en ondervraagt, den 5 juli 1738, te weten de twee eerste deponenten dewelke na haare gedeponeerde weygering bleeven om hetselve met eede te bevestigen. Waarover de geauthoriseerde tot het waarnemen vant officie wel expresselijk heeft geprotesteert dat denselve deponenten in faveure van justitie haaren eed op haare gegeven verklaaringe weygert te doen.

Asten Rechterlijk Archief 118 folio 76; 12-07-1738:
Compareerde voor schepenen van Asten Jan Bonaventura Loomans, 26 jaar en Antoni van Riet, 40 jaar, om te getuigen ter requisitie van het officie van Asten. Zij verklaren onder eede de eerste deponent dat hij op 2e pinksterdag, 26 mei 1738, na de middag, omtrent zes uur, is geweest ten huize van Gerrit van Riet, vorster, alhier, alwaar hij, deponent, ook gevonden heeft Willem Jan Loomans, Antoni de Kuyper, Jan Jansen van Dijk, Jan Janse Paulus en Hendrik de knecht van Willem Jan Loomans, allen wonende alhier, behalve de laatste, en alwaar Antoni de Kuyper harde en schellende woorden tegen Willem Jan Loomans voerde en had, hetwelk zover ging dat Antoni de Kuyper sijn mes uyttrok en daarop door de vrouw van Gerrit van Riet uit het huis is geset of gestooten. Waarop dezelfde Antoni den Kuyper weer binnen wilde komen door met zijn mes door de glasen van het keukenraam te steken, bij het binnenkomen, waarbij sijn lijff daaral halff in was geklommen wanneer hij, deponent, en Jan Janse Paulus met een stoel Antoni de Kuyper keerden en beletten binnen te komen. En in welke stoel Antoni de Kuyper met zijn mes al stoote of stak. Dat daarna hij, Jan Bonaventura Loomans, is gegaan uit het huis van Gerrit van Riet naar het huis van Antoni Voermans en dat kort daarop Antoni de Kuyper ook daarin huis is gekomen, welke daar, na een korte tijd gezeten hebbende, door hem naar huis gebracht zou worden. Samen zijn ze weg gegaan en bij het huiske van Catalijn Aarts gekomen zijnde heeft hij zonder dat zij enig verschil of woorden gehadt hebben een quetsuur of steek heeft bekoomen in sijn linkerarm. Jan Bonaventura Loomans verklaart dat wanneer hij de kwetsuur bekwam geen mes gezien te hebben en niet te weten op welke wijze het gebeurt is. Er is ook niemand bij hem geweest dan Antoni de Kuyper en twee van zijn kinderen. Nadat hij de verwonding bekomen had is hij weer het huis ingegaan van Antoni Voermans om daar een en ander te laten zien. Sanderdaags is hij naar Meester Hendrik Halbersmit, chirurgijn, te Ommel, gegaan die de verwonding verbonden heeft. Antoni van Riet verklaart dat hij op 2e pinksterdag, 26 mei 1738, 's avonds, gekomen is van zijn huis tot het huiske van Catalijn Aarts wanneer hij van verre komende hoorde Antoni den Kuyper en alsdoen sag dat denselve Antony de Kuyper een mes in de hand had en daarmede met sijn arm zwayde. Dat hij daarop hoorde dat Jan Bonaventura Lomans zei: "Ter duyvel Kuyper, gij steekt mij in den arm". Waarop den Kuyper zei: "Dat liegde gij, ik steek in den boom".  Jan Bonaventura Loomans bevestigd zijn verklaring onder eede. Antoni van Riet bevestigd een en ander op de eed die hij heeft gedaan als 's lantsrijdende comis.
En alsoo deze deponenten op den vierde deser gedaagvaart sijn geweest om op den vijffde deser getuygenis der waarheyt te geven als doen om haare affairen buyten dese heerlijkheyt waaren, soo sijn de selve gecompareert op den 12 july 1738 en hebben verklaart als bij ider articul is geannoteert op den interrogatorium en vraag articulen als hierna opnieuw is geregistreert, waarom dese alhier niet is gepasseert of ondertekent vermits de weygering van eed en non comparitie van de eerder genoemde deponenten. 

Asten Rechterlijk Archief 118 folio 77; 12-07-1738:
Interrogatorium voor Gerrit van Riet en Willem Jan Loomans.
Of zij, deponenten, op 2e pinksterdag, laatstleden omtrent zes uur, niet zijn geweest ten huize van Gerrit van Riet, vorster, en of daar niet present waren Willem Jan Loomans, Jan Ture Loomans, Antoni den Kuyper en Jan van Dijk?
Beiden antwoorden bevestigend en Willem Jan Loomans zegt dat hij daar op die tijd en plaats is geweest en aanwezig waren Jan Ture  Loomans, Jan Janse Paulus, Dielis Vrijnsen, Hendrick Speelman, zijn, deponents, gewezen knecht.
Of in dat gezelschap Antoni de Kuyper geen harde verschil woorden had of maakte tegen Willem Jan Loomans dat soo verre quaam dat hij, Antoni den Kuyper, daar op sijn mes uyt sijn sak trok?
Gerrit van Riet verklaart dat dit waar is, maar hij heeft geen mes gezien. Ook Willem Jan Loomans zegt dat dit waar is, en Hendrick Speelmans nam een stoel op, om hem, deponent, te assisteren.
Of de vrouw van Gerrit van Riet de voornoemde Antoni den Kuyper niet uit het huis heeft gezet, met het mes dat hij in zijn hand had?
Gerrit van Riet antwoordt bevestigend, maar hij heeft geen mes gezien en ook Willem Jan Loomans bevestigt dit.
Of zij niet gezien hebben dat Antoni de Kuyper weer in wilde wesen, met gewelt of anders en of hij toen niet met zijn mes de glazen in het keukenraam in stoote of sloeg?
Gerrit van Riet verklaart dat Antoni den Cuyper weer in huis wilde komen en dat hij met het half lijff door het venster lagh om weer binnen te komen. Hij is toen door Jan Ture Loomans met een stoel teruggehouden. Hij verklaart verder dat de glazen waren gebroken maar niet wetende of dat van buiten of van binnenuit is gedaan. Hij heeft ook geen mes gezien. Willem Jan Loomans verklaart dat Antoni de Cuyper met zijn mes de glasen instoote of sloegh, waarop Gerrit van Riet zei "Dat geven dootstuypen".
Of Antoni de Kuyper met zijn mes niet stoote of stak in de stoel waarmee hij terug werd gehouden?
Beiden weten dat niet.
Gerrit van Riet heeft zijn verklaring afgelegd op zijn eed als vorster gedaan en Willem Jan Loomans bevestigd zijn verklaring onder eede.

Gerardus Alberti van Riet was ook commies van de tol, 

Asten Rechterlijk Archief 118 folio 197 verso; 15-01-1740:
Gerrit van Riet, commis van den Tol, gerechtsbode, geeft procuratie aan Antoni Heycoop, procureur, om namens hem, in te vorderen van Jan Willem Loomans ƒ 200,- volgens obligatie de dato 16-06-1738.

In de herberg van Gerardus Alberti van Riet wordt zijn neef Willem van Riet (zie Voormalig huis G583) verzorgd:

Asten Rechterlijk Archief 118 folio 205 verso 21-03-1740:
Hendrik Halbersmit verklaart ter requisitie van Willem van Riet, commis, dat hij, op 8 februarij laatstleden circa elf uur 's avonds, ten huize van Gerrit van Riet, de requirant in dezen heeft onderzocht en bevonden verschillende wonden aan of op zijn hoofd en aan andere delen van zijn lichaam en dat op zijn hoofd verscheidene wonden die penetreerende waaren tot het percranium van welke kwetsuren de comparant de voornoemde requirant heeft gecureert en genezen.

Gerardus Alberti van Riet koopt een deel van de Braeselse en Wijtflietse tienden:

Asten Rechterlijk Archief 107b folio 152 verso; 28-06-1740:
Otto van den Boer, te Eyndhoven, verkoopt aan Gerard van Riet, commies van den Tol, te Asten een deel van de Braselse en Witveltse tiende. Zoals verkoper aangekomen, bij koop van Martinus Jan Paulus, transport 01-04-1735. Belast met 5 cop rogge per jaar uit een meerdere rente van 12 vat per jaar peelse maat aan het comptoir van de Kempenaar. Martinus Jan Paulus verklaart ook toe te stemmen in de verkoop en af te zien van de lossing binnen acht jaar, zie transport 01-04-1735. Koopsom ƒ 700-00-00. Lasten in kapitaal ƒ 29-18-02. Totaal ƒ 729-18-02 voor schepenen Eyndhoven.

De pachter van de groote Brabantsche zwijgende landtol inspecteert de door Gerardus Alberti van Riet in beslag genomen goederen:

Asten Rechterlijk Archief 119 folio 95; 17-06-1745:
De regeerders van Asten verklaren ter instantie van Antoni Hanswijk, te 's Hertogenbosch, dat zij mede aanwezig zijn geweest ten huize van Gerrit van Riet, commies van den Tol, alwaar Antoni Hanswijk aan ons te kennen gaf dat hij, als pachter van de Groote Brabantsche Swijgende landstol, geleide- en paardegeld over de steden, vrijheden en plaatsen in Braband, wilde visiteren enige goederen aldaar in de kamer staande en ten overstaan van ons daarvan een inventaris te maken. 

Zoon Johannes (Jan) van Riet, geboren te Asten op 30-03-1727 wordt soldaat en geeft zijn voermanschap op en machtigt zijn vader om dit te verkopen:

Asten Rechterlijk Archief 119 folio 230 verso; 16-01-1749:
Jan van Riet, te 's Hertogenbosch, geeft machtiging aan zijn vader, Gerrit van Riet, commis van de tol, alhier, om namens hem te verpachten of te verhuren het voermanschap, hem competerende alsook de karren, paarden en verdere goederen te verkopen. De prijs kan door de gemachtigde bepaald worden. De opbrengst hoeft niet afgerekend te worden omdat Gerrit van Riet de gelden tot aankoop van de goederen heeft voorgeschoten.

In onderstaand archiefstuk wordt de leeftijd van Gerardus Alberti van Riet genoemd:

Asten Rechterlijk Archief 119 folio 251; 21-08-1749:
Jenneke weduwe Jan van Duppen, 78 jaar, te Someren, Anneke weduwe Francis Maas, 70 jaar, te Someren, Gerrit van Riet, vorster, 63 jaar, te Asten. Zij getuigen ter requistitie van Maria weduwe Gerrit van Horik, te Someren. Jenneke dat het zeer wel kennelijk is dat de requirante en haar ouders sedert vijftig jaar rustig en vredig hun runderen hebben gedreven door de weg, lopende van de gemene straat tussen de erven van Aart Tielen Loomans, Peternella weduwe Marcelis van Gog en Nicolaas Francis Verhoysen, tot Someren naar haar groesveld achter de voorschreven erven gelegen. Anneke beaamt een en ander en weet dat dit al wel 46 jaar zo gedaan is. Gerrit van Riet zegt dat in de 32 jaar dat hij vorster is geweest te Someren nooit enige klacht over het voorschrevene heeft gehad. 

Als zijn zwager Leendert Vervoorn komt te overlijden, heeft Gerardus Alberti van Riet recht op een deel van de erfenis:

Asten Rechterlijk Archief 122 folio 95 verso; 01-10-1764:
Gerrit van Riet, commies van de Grooten Brabantsche Landtol, namens Anna Vervooren, zijn vrouw, geeft te kennen dat Leendert Vervoorn, broeder van zijn vrouw, in leven gewoond hebbende te Klaaswaal, in februari laatstleden is overleden. Zijn vrouw is voor 1⁄7e deel erfgenaam. Comparant heeft bij procuratie de dato 02-04-1764 machtiging gegeven aan Cornelis Arienz Vervoorn, te Westmaas en Jan van Wingeren, te Maarzeland om namens hem te treden in het sterfhuis van wijlen zijn vrouws broeder, de erfenis af te wikkelen en daarvan rekening en verantwoording te doen. Het schikt thans de comparant of zijn vrouw niet om bij het hooren, neemen en sluyten voor de rekening aanwezig te zijn. Hij geeft nu procuratie aan zijn zonen Jan van Riet, commies van de voormelde landtol en Leendert van Riet, schepen, alhier, om namens hen te compareren in de secretarie van Claaswaal, de te doene rekening te controleren en het batig slot te ontvangen.

De cijnzenlijst over de periode 1709-1761 vat de bewoningsgeschiedenis van het huis van Joost Roefs tot Gerardus Alberti van Riet samen:

Asten Cijnzen 1709-1761 bladzijde 178 folio 47:
Gerit van Riet bij coop 1729.
Antonij van Riet bij coop.
Den deurwaarder de Wit bij executie.
Joost soone Joost Roefs uyt sijne huijsinge, hoff ende aengelegn erffve onder Asten gelegen ter plaetse int Dorp. II d.
Den selven uyt de selve panden. III d.
Den selven uyt de selve panden. I d.

Gerardus Alberti van Riet en zijn vrouw geven toestemming voor het huwelijk van dochter Helena:

Asten Rechterlijk Archief 122 folio 185 verso; 06-04-1767:
Gerrit van Riet en Anna Vervooren, zijn vrouw, verklaren dat Helena, hun meerderjarige dochter, geboren te Asten, wil gaan trouwen met Diderick Noyen, jongeman, geboren te Rhenoy, wonende te 's Gravenhage. Zij stemmen toe.

Vlak voor zijn overlijden stelt Gerardus Alberti van Riet een testament op:

Asten Rechterlijk Archief 123 folio 169 verso; 21-09-1772:
Gerrit van Riet, aan de Mart, ziek en zijn vrouw, Anna Willemse Vervooren, gezond, testeren. Alle voorgaande makingen vervallen. Alles aan de langstlevende, om daarmee naar welgevallen te handelen, behoudens de legitieme portie aan de kinderen. Na het overlijden van de langstlevende van hen zal het aan hun zoon, Leendert, vrij staan voor hem alleen te mogen behouden huis, en hof waar zij, testateuren, in wonen. Hij zal hiervoor ƒ 1000,- uitkeren aan de overige erfgenamen. Omdat Leendert bij hen is blijven wonen en veel diensten heeft gedaan en nog doende is te doen hoeft hij niet de voorgeschoten gelden, ter verkrijging van het commies-ambt van den tol aan hen te restitueren. Dit temeer omdat zij, testateuren, daarvan de profijten hebben genoten. Doordat Leendert van hen, testateuren, geen uytsetsel zoals de andere kinderen heeft ontvangen zal hem dit door de langstlevende van hen beide bezorgd worden. En terwijl onder de voornoemde dispositie niet begrepen zijn de twee kinderen van hun overleden dochter, Maria en wijlen Huybert Kouw met name Alida en Anna, zullen deze een legaat ontvangen van ƒ 300,- boven hetgeen door hun ouders, ondermeer als uitzet, is ontvangen.
Hun erfgenamen worden, hun nu in leven zijnde kinderen, Aalbert, Willem, Helena, Jan, Gerrit, Anneke, Heylke en Leendert of diens kinderen. Zij, testateuren, stellen tot voogden over de minderjarige kindskinderen die er na hun overlijden mochten gevonden worden hun zonen Willem en Leendert met magt van assumtie en surrogatie tot dien uyteynde van de administratie uyt hoofde van dese dispositie te wagten.

Enkele maanden later meldt het archief de weduwe van Gerrit van Riet:

Asten Rechterlijk Archief 99 folio 219; 10-12-1772:
Hermanus Albers, emeritus predikant, te Eyndhoven, geeft over aan Roedolff Cristiaan Fredrick Lilly getrouwd met comparants enige dochter huis en hof in het Dorp 3 copse, ene zijde Johannes Jansen, andere zijde de kinderen Jan Verreyt, ene einde de straat; land de Pasacker 1 lopense 1 copse, ene zijde Mattijs van Bussel, andere zijde weduwe Gerrit van Riet. Belast met ƒ 5,- per jaar aan het Gemene Land, ten kantore van David Thomasse Theirssink, Ontvanger Generaal der Beursen over de stad en Meyerij van 's Hertogenbosch; ƒ 2-10-0 per jaar aan de Kerk van Asten. Koopsom is schenking.

Gerardus Alberti (Gerrit) van Riet is in 1772 te Asten overleden, er is echter geen dood- of begraafakte te vinden, en daarna is het huis in bezit van de weduwe en kinderen van Gerrit van Riet en in bewoning door haar en zoon Leendert:

Jaar Eigenaar nummer 60 Dorp Bewoners nummer 60 Dorp
1776 weduwe Gerrit van Riet weduwe Gerrit van Riet en Leendert van Riet

In de schuur van Anneke Willem Vervoorn worden in beslag genomen beesten in de stal gezet:

Asten Rechterlijk Archief 30 folio 160 verso; 13-02-1775:
Arnoldus van Gerwen en zijn vrouw, Josyna Lomans, wonende in het Dorp, aan de akkers, verklaren dat gisteravond laat, hun koe swart van hair met witteplacke en striep op het lijff op hun neere of stal was gebonden. De deur was dicht en de deur aan de zijkant, dichtgetast met hooi en stro, was vastgebonden. Deze morgen hebben zij bevonden dat deze deur toch open was, een gat in het scherm en dat de koe weg was. Zij weten niet wie dit gedaan heeft. De koe is gisteren verkocht aan Peter van Hugten, op de Leensel, voor ƒ 22-6-0 en hij heeft daarop vooruit ontvangen ƒ 1-0-0. Hij heeft de koe, kort na de middag, gebracht in de stal van de herberg van Cornelis Lintermans, in het Dorp, om aan Peter van Hugten af te leveren. Omdat Peter geen geld had en zij niet zonder betaling wilde leveren, hebben ze het beest weer meegenomen en in hun stal gezet. Verder verklaren zij dat zij hun beest, rond vijf uur vanavond, hebben zien staan op de stal van de weduwe Gerrit van Riet, in het Dorp. Een en ander wordt onder eede bevestigd.

Anneke Willem Vervoorn heeft recht op een aandeel in de weduwebeurs:

Asten Rechterlijk Archief 124 folio 113; 29-03-1777:
Anna Vervoore getrouwd geweest met Gerrit van Riet machtigt haar zoon, Leendert van Riet, president schepen, om voor haar bij te wonen de vergadering der leeden van de weduwebeurs, in 1750 opgericht, en welke, op 02-04-1777, te Eyndhoven, in tHoff van Holland gehouden zal worden. Ten einde met de andere leden de rekening op te nemen van de verkochte kapitalen dezer beurs en te ontvangen het aandeel der comparante, als trekkende weduwe daarin en de sociëteit te houden voor ontbonden.

Anneke Willem Vervoorn is op 24-01-1781 te Asten overleden en hieronder haar begraafakte:

Daarna wordt de erfenis verdeeld, waarbij de tienden verkocht worden aan Antoni Timmermans en zoon Leendert van Riet het huis koopt:

Asten Rechterlijk Archief 32 folio 71; 23-04-1781:
Leendert van Riet, president schepen en commies van de Tol, bij testamentaire dispositie de dato
21-09-1772 van wijlen zijn ouders, Gerrit van Riet en Anna Vervoren samen met zijn broer, wijlen Willem van Riet, schoolmeester te Budel, aangesteld tot voogden over de minderjarige kindskinderen van wijlen zijn ouders met de clausule van assumptie en surrogatie in de dispositie vermeld. Omdat hij niet tegen zichzelf kan delen stelt hij voor om in zijn plaats te benoemen, Dirk Dirks.

Asten Rechterlijk Archief 28 folio 11 verso; 30-05-1781:
President van Riet en Dirk Dirks, schepenen, als voogden van de onmondige kleinkinderen van wijlen Gerrit van Riet en Anna Vervoore, verkopen, op 05-06-1781 de nagelaten roerende en onroerende goederen. Zij verzoeken nog om authorisatie om dit ook te mogen doen namens het onmondige kind van wijlen Willen van Riet en Allegonda Ravesteyn met name Anna Francisca. Naschrift: Toestemming wordt verleend.

Asten Rechterlijk Archief 100 folio 183; 24-07-1781:
Jan van Riet, te 's Hertogenbosch, Diederick Noyen getrouwd met Helena van Riet, te 's Gravenhage, Gerrit van Dremmen getrouwd met Anna van Riet, schoolmeester, te Someren, Gerrit van Riet, te Nispen, Balthazar van Schayk getrouwd met Helena van Riet, te Deurne, Leendert van Riet, president, te Asten, Anna Francina, dochter en Gerrit, zoon van wijlen Willem van Riet en Alegonda van Ravesteyn, in leven schoolmeester, te Buul. De eerste vijf kinderen en de laatste twee kindskinderen van wijlen Gerrit van Riet en Anna Vervoore.
Zij verkopen aan Antoni Timmermans 1⁄10e deel van een clamptiende, de Witveltse tiende rijdende tegen de Braselse tiende, zijnde grove en smalle tiende. Belast met 5 cop rogge per jaar in een meerdere rente van 12 vat per jaar, Bossche maat, aan rentmeester de Kempenaar. Verponding ƒ 6-2-8 per jaar. Koopsom ƒ 975,-. Land den Leenacker 2½ lopense. Verponding ƒ 0-12-0 per jaar. Bede ƒ 0-12-8 per jaar. Koopsom ƒ 80,-.
Zij verkopen aan Antoni Ramaar, te Vlierden groes of hooiland het Vondelvelt aan de Somerse brug 3 lopense. Verponding ƒ 1-16-0 per jaar. Een hooiveld daarnevens gelegen 1½ lopense deze twee percelen tot een gemaakt 4½ lopense. Verponding ƒ 0-11-2 per jaar. Koopsom ƒ 170,-.
Zij verkopen aan Leendert van Riet land het Delleke 1½ lopense. Verponding ƒ 0-6-0 per jaar. Bede ƒ 0-7-0 per jaar. Koopsom ƒ 51,-.

Asten Rechterlijk Archief 125 folio 15 verso; 24-07-1781:
Jan van Riet, te 's Hertogenbosch, Diederick Nooyen getrouwd met Helena van Riet, te 's Gravenhage, Gerrit van Dremmen getrouwd met Anna van Riet, schoolmeester, te Someren, Gerrit van Riet, te Nispen, Balthasar van Schayck getrouwd met Helena van Riet, te Deurne, Leendert van Riet, president, alhier deze mede namens Anna Francina, dochter Willem van Riet en Alegonda van Ravesteyn, in leven schoolmeester, te Buul en Gerrit, zoon Willem van Riet voornoemd. Allen kinderen en erven van Gerrit van Riet en Anna Vervoore, beiden overleden. Zij geven te kennen dat zij de boedel van hun ouders finaal geliquideert hebben zoo ook het huis, door Leendert van Riet, bij testament aangenomen en de ƒ 1000,- voldaan. Ieder der erfgenamen is tevreden.

Zoon Leonardus (Leendert) van Riet is geboren te Asten op 03-04-1735 en op 24-01-1776 te Middelbeers getrouwd met Maria Catharina Backer, geboren te Middelbeers op 15-03-1750 als dochter van Willem Backer en Dorothea Bijnen:

04

Het gezin van Leonardus (Leendert) van Riet met Maria Catharina Backer:

# Voornaam Geboorte Huwelijk Overlijden Referentie
1 Gerrit Asten 27-10-1776 Deurne 19-01-1800
Carolina Leonhardi
Deurne 07-02-1850
2 Willem Adrianis Asten 01-01-1778
3 Anna Asten 30-01-1780 Kind Asten 09-12-1782
4 Dorathea Asten 09-06-1782 Kind Asten 22-07-1784
5 Dorathea Asten 25-07-1784 Ongehuwd Asten 21-01-1816
6 Johannes Petrus Asten 10-06-1787 Kind Asten 01-05-1800
7 Cornelia Catharina Asten 01-01-1790 Asten 10-03-1817
Maurits van Eijmeren
Heusden 26-01-1858
8 Aalbertus Asten 24-06-1792 Asten 13-09-1816
Antonetta Wilhelmina de Gier
Bergen 09-07-1817

Leendert van Riet krijgt een paspoort voor koophandel in het buitenland:

Asten Rechterlijk Archief 127 folio 139; 16-04-1793:
Paspoort voor Leendert van Riet, president schepen, een man van eer, staande ter goeder naam en faam. Hij wil zich ter verrigting van affairen en coophandel begeven op een andere territoir.

Als president schepen is Leendert van Riet verantwoordelijk voor de inning van de tienden:

Asten Rechterlijk Archief 128 folio 84; 28-08-1795:
Eevert van Geffen, door Leendert van Riet als rentmeester, aangestelde collecteur over de thiendens, alhier, toebehorende aan de Heer en Vrouwe van Asten, verklaart dat hij op verzoek van de ingezetenen van Asten is beginnen te thienden de 6e augustus tot 23 augustus. Wanneer Leendert van Riet, als rentmeester, aan hem gezegd heeft om aan de ingesetenen welke bij hem kwamen om te tienden te antwoorden dat sij alevenwel de thiendens kwamen op te laden ofschoon deselve getient waaren. Dog is den 23e niemand bij hem, comparant, geweest om te versoeken dat veldvrugten mogten getient worden. De comparant verklaart verder dat hem, in kwaliteit als boven, geen kwaad is aangedaan door een of andere ingezetene. Op gisteren, de 27e, is hem door Leendert van Riet gezegd om niet meer te tienden.

Asten Rechterlijk Archief 128 folio 85; 12-09-1795:
Mattijs Pieter Slaats verklaart dat hem door Leendert van Riet, als rentmeester van de Heer en Vrouw van Asten, is opgedragen om de klamptiende bij hem, comparant, in pacht den Houterman genaamd in te gaan zamelen en op te varen zoals vanouds is gedaan. Pieter Kanters verklaart dat hij, op 20 augustus, gekomen is ten huize van Leendert van Riet en aan hem, als rentmeester van de Heer en Vrouwe van Asten, heeft gezegd dat hij, comparant, eenig koorn had staan onder de klampenthienden van de Heer en Vrouwe van Asten gehorende en dat hij gaarne dat koorn soude inhalen, wat hij met de thiende soude aanvangen, of hij, declarant, het selfs mogte thiende. Waarop Leendert van Riet aan hem, declarant, gezegd heeft dat hij naar Eevert van Geffen mocht gaan welke collecteur was.

Ook is hij rentmeester van de heren van Asten, zoals hier bij de verpachting van de molens in Asten en Vlierden:

Asten Rechterlijk Archief 130 folio 88; 23-09-1801:
Leendert van Riet, als rentmeester van Anthonia Papegaay, weduwe Cornelis van Hombroek en van Cornelis Melchior van Nievervaart, eigenaren van de korenwindmolen, alhier en van de korenwatermolen, den Belgerschen, te Vlierden, geeft in huur aan Martinus Jansen, te Weert de beide molens. Huurtermijn: 6 jaar met jaarlijkse opzegging mits vier maanden van te voren te doen. Huursom ƒ 900,-.Lasten voor de verhuurder. Onderhoud voor de huurder met uitzondering van het pericul en ongeluk dat blijft voor de voor de huurder mits dit niet te wijten is aan de huurder. De molens zullen voor het opgaan van de nieuwe huurder door twee onpartijdige molenmeesters door huurder en verhuurder te nomineren gevisiteerd en getaxeerd worden. Deze zullen hiervan voor het gerecht, alhier, een wettige acte laten passeren. Evenzo wordt gedaan bij het afgaan van de molens. De stenen op de molens zijn eigendom van Anthony Kievits en moeten aan hem betaald worden, te weten van de windmolen ƒ 15,- per duim en van de watermolen ƒ 12,- per duim.

Hij verleent als gecommitteerde van de gereformeerden ook assistentie bij de koop van een huis aan de predikant in de tijd dat de Rooms Katholieken hun kerk weer terug hadden gekregen:

Asten Rechterlijk Archief 106 folio 133 verso; 11-03-1807:
Willem van Asten, pastoir, Willem Berkers, Martinus van Bussel, Johannes Knaapen en Marcelis van Bussel, als kerkmeesters van Asten, verkopen aan C. Jansen, predikant, geassisteerd met Leendert van Riet, Hendrik van den Bosch en Abraham van Nouhuys, als gecommitteerden van de Gereformeerde Gemeente van Asten een huis, schop, washuis, sacristie, hof en aangelag genaamd de oude Pastoirswoning 1¼ lopense. Gelegen in zijn heggen en kerkmuur met de plaats waar te voren de oude kerk gestaan heeft. Zullende de buitenmuur aan de straat en aan de gevel naar het zuidoosten tot aan de heggen van den hof op die hoogte blijven, zoals bij de koop bepaald is. En de verkopers zullen verplicht zijn de muur daar, alwaar de glasramen gestaan hebben, zo hoog, met goede stenen en kalk behoorlijk op te metselen zodat de gehele muur op gelijke hoogte is. Ook zal de poort of ingang van de afgebroken kerk behoorlijk en vast toegemetseld worden tot op de hoogte van de voorschreven muur. De gevel van de afgebroken kerk is onder de koop begrepen en daarom mag daarvan niets afgebroken worden. Het Peelveld aan de Scheepersdijk zal tussen kopers en verkopers half / half worden verdeeld.
Koopsom ƒ 1200,-.

In het huizenquohier over de periode 1781-1803 en bij de verpondingen van 1819 staat Leendert van Riet als eigenaar en bewoner van het huis aan het Marktveld:

Jaar Eigenaar nummer 60 Dorp Bewoners nummer 60 Dorp
1781 Leendert van Riet Leendert van Riet
1798 Leendert van Riet Leendert van Riet
1803 Leendert van Riet Leendert van Riet

Verpondingen 1810 XIVd-67 Dorp folio 206:
Leendert van Riet.
Nummer 60 huijs en hof aant Martvelt 1 lopense.

Maria Catharina Backer is op 28-11-1811 te Asten overleden en Leendert van Riet schrijft onderstaand familiebericht in het Journal de département des bouches du Rhin van 10-12-1811:

Leonardus (Leendert) van Riet is op 06-08-1814 te Asten overleden en zijn zoon Gerrit van Riet verkoopt het huis aan Wilhelmus Verberne:

Notarieel Archief 43-87 Asten 08-11-1820:
Heer Gerrit van Riet, burgemeester der gemeente van Deurne, verkoopt aan Wilhelmus Verberne, een huis en hof te Asten ter plaatse genaamd het Marktveld, groot 1 lopen, ene zijde Andries Timmermans, andere zijde Pieter Verlijsdonk. Als last 2 gulden 7 stuiver 8 penningen aan Domeinen, en 1 gulden 2 stuiver 8 penningen aan de armen.

Bij het kadaster van Asten over de periode 1811-1832 staat het huis op naam van Wilhelmus Verberne:

Kadaster 1811-1832; G485:
Huis en erf, groot 04 roede 91 el, het Dorp, klassen 1.
Eigenaar: Wilhelmus Verberne.

05

06

Wilhelmus Johannes Verberne is geboren te Deurne op 09-02-1771 als zoon van Johannes Judocus Verberne en Jacoba Joannis Hermans. Hij is op 28-01-1798 te Asten getrouwd met Johanna Maria Antoni Leenen, geboren te Asten op 13-10-1772 als dochter van Antonius Peeter Leenen en Isabella Jansen Vervoordeldonk. Na haar overlijden te Asten op 13-10-1800, is Wilhelmus Johannes Verberne hertrouwd op 17-03-1805 te Asten met Helena Adriaan van Duuren, geboren te Asten op 26-12-1776 als dochter van Adriaan van Dueren en Maria Francis van de Vorst:

07

De gezinnen van Wilhelmus Johannes Verberne met Johanna Maria Antoni Leenen en met Helena Adriaan van Duuren:

# Voornaam Geboorte Huwelijk Overlijden Referentie
1 Antonius Asten 25-10-1798 Asten 07-04-1826
Johanna Maria Michielsen
Asten 22-10-1872
2 Joannes* Asten 09-01-1806 Asten 29-04-1840
Joanna Maria Bluijssen
Asten 24-05-1843

Helena Adriaan van Duuren is op 08-04-1846 te Asten overleden en Wilhelmus Johannes Verberne is op 16-03-1851 te Asten overleden. Het huis wordt in 1852 verkocht aan Antonius Wilhelmus Verberne, die het doorverkoopt aan zijn zwager Theodorus Strijbosch.

Zoon Joannes Verberne is geboren te Asten op 09-01-1806 en op 29-04-1840 te Asten getrouwd met Joanna Maria Bluijssen, geboren te Asten op 29-01-1812 als dochter van Antonie Bluijssen en Maria Catharina Coolen. Joannes Verberne is op 24-05-1843 te Asten overleden en Joanna Maria Bluijssen is te Asten op 09-05-1847 hertrouwd met bakker Theodorus Strijbosch, geboren op 11-11-1814 te Sint Oedenrode als zoon van Lambertus Strijbosch en Adriana van der Hagen. Hieronder de gezinnen van Joannes Verberne met Joanna Maria Bluijssen en van Joanna Maria Bluijssen met Theodorus Strijbosch:

# Voornaam Geboorte Huwelijk Overlijden Referentie
1 Antonius Wilhelmus Asten 06-03-1841 Asten 14-07-1873
Hendrika van den Eijnden
Sint-Michielsgestel 14-09-1905
2 Johannes Hubertus Asten 24-04-1843 Pastoor Escharen 19-06-1894 **
3 Ludovicus Hubertus Asten 24-04-1843 Pastoor Geffen 27-02-1910 **
4 Lambertus Wilhelmus* Asten 28-07-1848 Pastoor Uden 05-07-1923 ***
5 Carolus Johannes* Asten 03-02-1851 Asten 10-07-1876
Isabella Maria Leenen
Asten 09-03-1940
6 Petrus Antonius* Asten 15-09-1853 Heeze 19-10-1880
Goverdina Deelen
Heeze 25-10-1931 Burgemeester van Heeze

* kinderen uit het tweede huwelijk van Joanna Maria Bluijssen met Theodorus Strijbosch

** De Noord-Brabanter van 24-09-1868 meldt de unieke gebeurtenis dat Johannes Hubertus Verberne en Ludovicus Hubertus Verberne, als tweeling geboren te Asten op 24-04-1843, tegelijk tot priester worden gewijd:

Linksonder het bidprentje bij het overlijden van Johannes Hubertus Verberne en rechtsonder een foto van Ludovicus Hubertus Verberne:

*** ook halfbroer Lambertus Wilhelmus Strijbosch, geboren te Asten op 28-07-1848, wordt in 1874 tot priester gewijd en in de Provinciale Noordbrabtnsche en 's Hertogenbossche courant van 06-07-1923 staat zijn in memoriam:

In het bevolkingsregister van Asten over de periode 1859-1869 wonen Theodorus Strijbosch en Joanna Maria Bluijssen met Antonius Wilhelmus Verberne (de twee andere zonen zijn bezig met hun priesteropleiding) en de drie zonen Strijbosch in het huis met huizingnummer A68:

08

Theodorus Strijbosch maakt nog wat mee met zijn huisdieren, zoals bericht in de Noord-Brabanter van 19-06-1869:

Ook over de periodes 1869-1879 en 1879-1890, Joanna Maria Bluijssen is op 07-06-1889 te Asten overleden, en in de periode 1890-1900 woont Theodorus Strijbosch met gezin en / of bediendes in het in 1882 opnieuw opgebouwde huis met kadasternummer G1577 met achtereenvolgens huizingnummer A104, A110 en A111:

09

Theodorus Strijbosch is op 08-10-1895 te Asten overleden en rechts het bidprentje bij zijn overlijden. In de krant de Zuid-Willemsvaart van 28-01-1896 wordt zijn inboedel verkocht:

Het huis wordt verkocht aan zoon Petrus Antonius Strijbosch, geboren te Asten op 15-09-1853. Hij was van 1900 tot 1925 burgemeester van Heeze. Joanna Maria Bluijssen is op 07-06-1899 te Asten overleden en geheel rechts het bidprentje bij haar overlijden. 

Vanaf dat moment woont Antonius Wilhelmus Verberne, zoon uit het eerste huwelijk van Joanna Maria Bluijssen, in het huis. Hij is sinds 28-01-1890 weduwnaar van Hendrika van den Eijnden, geboren te Asten op 06-06-1845 als dochter van Gerard van den Eijnden en Petronella Leenen, met wie hij op 14-07-1873 te Asten getrouwd was. Ook in de periode 1900-1910 woont bakker Antonius Wilhelmus Verberne met zijn kinderen in het huis met huizingnummer A124:

10

In 1902 raakt Antonius Wilhelmus Verberne failliet en volgens de krant de Zuid-Willemsvaart van 04-01-1902 moet hij zijn huisraad verkopen:

11

Volgens de Provinciale Noordbrabantsche en 's Hertogenbossche courant van 20-01-1902 kon je bij Antonius Wilhelmus Verberne nog medicinale watten kopen en in de krant de Zuid-Willemsvaart van 05-02-1902 moet hij een stuk land verkopen:

12 13

Antonius Wilhelmus Verberne verhuist zelf in augustus 1902 met zijn kinderen naar A6 aan de Marktstraat ( zie Voormalig huis G871) en verhuist later in 1905 naar Sint Michielsgestel waar hij op 14-09-1905 is overleden.

Vanuit Someren komt in het huis wonen notaris Adrianus Franciscus Hubertus Hockers, geboren te Helmond op 24-03-1846 als zoon van Peter Hockers en Johanna Catharina Swinkels. Hij is te Someren op 15-01-1896 getrouwd met Arnoldina van Riet, geboren te Someren op 06-01-1852 als dochter van Frederik Willem Adriaan van Riet en Aleeta van Loon. Hij was de opvolger van notaris Adrianus Rovers (zie Voormalig huis G467 en voor het overzicht van notarissen van Asten zie Voormalig huis G582).

In de krant de Zuid-Willemsvaart van 30-08-1902 de vestiging van notaris Hockers in het voormalige woonhuis van Antonius Wilhelmus Verberne. Rechts daarvan in diezelfde krant van 03-09-1902 zoekt hij een notarisklerk en daaronder in die krant van 24-10-1903 regelt hij de verkoop van bomen voor de gemeente Asten.

14

Rechts een foto uit 1903 met geheel achter het huis met de luiken het woonhuis van notaris Hockers.

15

De krant de Zuid-Willemsvaart van 18-01-1905 meldt dat een nieuw huis voor Adrianus Franciscus Hubertus Hockers wordt aanbesteed:

In de Limburger Koerier van 10-06-1905 biedt notaris Hockers dit huis te koop aan:

Daarna verhuist het gezin Hockers-van Riet naar het nieuwe huis A256b in de Wilhelminastraat en wordt dit huis verkocht aan en bewoond door Hendricus van Stratum, geboren te Asten op 20-02-1853 als zoon van Christiaan van Stratum en Johanna Leijssen. Hij is als landbouwer op 03-02-1888 te Asten getrouwd met Francijna Schepers, geboren te Asten op 23-05-1854 als dochter van Laurens Schepers en Hendrina Haasen. Ook in de periode 1910-1920 wonen zij in het huis met dan huizingnummer A133:

16

Hendrikus van Stratum houdt aan huis ook een café en in de krant de Zuid-Willemsvaart van 07-01-1911 bericht notaris Hockers in dat café over een verkoop van dieren:

17

Hendrikus van Stratum is op 25-09-1920 te Asten overleden en zijn dochter Johanna van Stratum, geboren te Asten op 16-02-1889 is op 28-11-1911 te Asten getrouwd met bakker Johannes Henricus Eijsbouts, geboren te Asten op 01-12-1886 als zoon van Johannes Eijsbouts en Anna Catharina van den Eijnden. In de krant de Zuid-Willemsvaart van 23-11-1912, 08-03-1913 en 10-05-1913 biedt Jan Eijsbouts snoepgoed, kaas, groenten en koeken te koop aan:

18 19 20

Wijn was in die tijd ook een geneesmiddel, zoals blijkt uit deze advertentie in de krant de Zuid-Willemsvaart van 13-04-1912 en in de krant de Zuid-Willemsvaart van 06-10-1915 zoekt Jan Eijsbouts een bakkersknecht:

21 22

In 1927 is het huis door successie in handen gekomen van Johannes Henricus Eijsbouts, die naast bakker ook gemeenteontvanger was.

In het bevolkingsregister van Asten over de periode 1920-1930 zien we twee gezinnen op dit adres wonen. Het eerste gezin betreft Wilhelmus Martens, geboren te Asten op 23-11-1895 te Asten als zoon van Willem Martens en Antonia Koolen. Hij is als opzichter op 03-02-1921 getrouwd met Maria Snoeijen, geboren te Waalre op 17-06-1896 als dochter van Hendrikus Snoeijen en Anna Catharina van de Moosdijk. In het bevolkingsregister van Asten over de periode 1920-1930 wonen zij in het huis met huizingnummer A155, ook bekend staand als Markt 17:

23

In de Nederlandsche staatscourant van 24-02-1921 wordt aan Wilhelmus Martens vergunning verleend voor het schenken van sterke drank in zijn voorkamer:

23a

Wilhelmus Martens is later koopman en is op 22-04-1930 overleden. Maria Snoeijen vertrekt met haar gezin naar Markt 6 (zie Markt 6) en het huis wordt daarna samengevoegd met het naastgelegen deel van het huis. In dat deel wonen Johannes Henricus Eijsbouts en Johanna van Stratum met hun gezin op huizingnummer A154 en staat ook bekend als Markt 17-19:

24

Schoonmoeder Francisca Schepers woont bij hun in en is op 13-06-1925 te Asten overleden en hieronder de bidprentjes van haar overleden man Hendrikus van Stratum en van Francisca Schepers:

25 26

In de krant de Zuid-Willemsvaart van 06-06-1921 en van 16-05-1925 de geboortes van zoon Gerardus en dochter Theresia:

27 28

Over de periode 1930-1938 woont het gezin Eijsbouts-van Stratum nog in het huis op Markt 19:

29

Naast bakkerij was het huis ook in gebruik als café Eijsbouts. Johanna van Stratum is op 15-02-1956 te Asten overleden en Johannes Henricus (Jan) Eijsbouts is op 10-05-1958 te Asten overleden. Hieronder de bidprentjes bij hun overlijden met rechts een foto van het echtpaar:

30 31

Het café is in 1947 in gebruik genomen door Cor Clevis waarover we bij het in memoriam van Cor Clevis bij de dambond lezen:

Cor Clevis werd geboren op 05-12-1917 te Grubbenvorst. In 1945 kort na de oorlog vestigde hij zich in Asten waar hij samen met Karel Verhaeg, geboren te Meerlo op 18-09-1918 ten huize van Cortenbach in de Emmastraat een kleermakerij begon. Daar leerde hij Jana van Empel kennen met wie hij in 1947 in het huwelijk trad. Samen namen ze in dat jaar het café Eijsbouts over op de Markt in Asten. Ook de kleermakerij verhuisde naar een achter het café gelegen ruimte.

Cor toverde het café om tot een echt verenigingscafé met de toepasselijke naam: De Sportvriend. Behalve voetbalclub Nooit Opgeven Altijd Doorgaan Wilhelmina Combinatie (NWC), waarvan hij lid werd in 1945 en enige tijd voorzitter was, hadden onder andere de schaakclub, de damclub, de bridgeclub, handboogvereniging Willem Tell, de kanarievereniging daar hun thuisbasis. Ook was er een biljartvereniging, aangezien Cor zelf de keu ook aardig wist te hanteren. De Eerste Astense Dambclub (EAD) had sinds haar oprichting in 1940 de clubavond bij café Eijsbouts en toen Cor het overnam werd hij lid van de EAD. Hij ontwikkelde zich tot een degelijke speler en in zijn beste jaren werd hij in de interne competitie 1 keer tweede en 3 keer derde. Het lukte hem dus net niet kampioen te worden.

In 1958 is het café overgenomen door de brouwerij Artois uit Dommelen.

Bij heemkundekring De Vonder lezen we over deze woning:

Object: Markt 17-19
Bouwhistorie: Particuliere bouw, bouwjaar circa 1880, verbouwingen: 1957, 1972 vergroten schietbaan Wilhelm Tell, 1988 bouwen van overkapping, 1993 veranderen van de voorgevel.
Gebruikshistorie: Woning van 1880 tot heden.
Soort woning: Dubbelwoning.

Hieronder foto's uit 1930 en 1975 en een streetview uit 2015:

32 33

34

Overzicht bewoners

Huis in het Derp
Jaar Eigenaar Geboorte Hoofdbewoner Geboorte
1640 Judocus Roefs Asten ±1610 Judocus Roefs Asten ±1610
1686 Joost Joost Roefs Asten ±1642 Joost Joost Roefs Asten ±1642
1706 Joost Joost Roefs Asten 17-05-1670 Joost Joost Roefs Asten 17-05-1670
1729 Gerrit van Riet Son ±1690 Gerrit van Riet Son ±1690
Dorp huis 60
Jaar Eigenaar Geboorte Hoofdbewoner Geboorte
1736 Gerrit van Riet Son ±1690 Gerrit van Riet Son ±1690
1741 Gerrit van Riet Son ±1690 Gerrit van Riet Son ±1690
1746 Gerrit van Riet Son ±1690 Gerrit van Riet Son ±1690
1751 Gerrit van Riet Son ±1690 Gerrit van Riet Son ±1690
1756 Gerrit van Riet Son ±1690 Gerrit van Riet Son ±1690
1761 Gerrit van Riet Son ±1690 Gerrit van Riet Son ±1690
1766 Gerrit van Riet Son ±1690 Gerrit van Riet Son ±1690
1771 Gerrit van Riet Son ±1690 Gerrit van Riet Son ±1690
1776 weduwe Gerrit van Riet Claaswaal ±1690 weduwe Gerrit van Riet en Leendert van Riet Claaswaal ±1690
1781 Leendert van Riet Asten 03-04-1735 Leendert van Riet Asten 03-04-1735
1798 Leendert van Riet Asten 03-04-1735 Leendert van Riet Asten 03-04-1735
1803 Leendert van Riet Asten 03-04-1735 Leendert van Riet Asten 03-04-1735
Kadasternummer G485
# Periode Naam eigenaar Geboorte Opmerking Verandering
G485 1832 Wilhelmus Verberne Deurne 09-02-1771

Markt 17-19

# Periode Naam hoofdbewoner Geboorte Tweede persoon Geboorte Vertrek
1803-1811 Leendert van Riet Asten 03-04-1735 Maria C Backer Middelbeers 15-03-1750 28-11-1811
1811-1814 Leendert van Riet Asten 03-04-1735 met kinderen 06-08-1814
1814-1820 kinderen van Riet Asten 24-06-1792
1820-1846 Wilhelmus Verberne Deurne 09-02-1771 Helena Adriaan van Duuren Asten 26-12-1776 08-04-1846
1846-1851 Wilhelmus Verberne Deurne 09-02-1771 met kinderen 16-03-1851
1851-1859 Theodorus Strijbosch Sint Oedenrode 11-11-1814 Johanna Maria Bluijssen Asten 29-01-1812
A68 1859-1869 Theodorus Strijbosch Sint Oedenrode 11-11-1814 Johanna Maria Bluijssen Asten 29-01-1812
A104 1869-1879 Theodorus Strijbosch Sint Oedenrode 11-11-1814 Johanna Maria Bluijssen Asten 29-01-1812
A110 1879-1890 Theodorus Strijbosch Sint Oedenrode 11-11-1814 Johanna Maria Bluijssen Asten 29-01-1812 07-06-1889
A111 1890-1896 Theodorus Strijbosch Sint Oedenrode 11-11-1814 met kinderen 08-10-1895
A111 1896-1900 Antonie Wilhelmus Verberne Asten 06-03-1841 met kinderen
A124 1900-1902 Antonie Wilhelmus Verberne Asten 06-03-1841 met kinderen naar A6
A124 1902-1906 Adrianus Franciscus Hockers Helmond 24-03-1846 Arnoldina van Riet Someren 06-01-1852 naar A256b
A124 1906-1910 Hendrikus van Stratum Asten 20-02-1853 Francijna Scheepers Asten 23-05-1854
A130 1910-1920 Hendrikus van Stratum Asten 20-02-1853 Francijna Scheepers Asten 23-05-1854 25-09-1920
A154 1920-1930 Johannes Eijsbouts Asten 01-12-1886 Johanna van Stratum Asten 16-02-1889
17-19 1930-1938 Johannes Eijsbouts Asten 01-12-1886 Johanna van Stratum Asten 16-02-1889

De meest gebruikte referenties staan in de introductie vermeld

Laatst bijgewerkt op 23 juni 2022, 15:27:18

XS
SM
MD
LG
XL
Heemhuis, Molenstraat 10, 5711 EW, Someren
Open op dinsdag 9-12 uur en donderdag 19-21 uur
Het archeologiehuis is open voor bezoekers
Bel (0493) 49 10 77 of (06) 38 06 71 63 voor het maken van een afspraak
Printen