logo

Voormalig huis G582

Deze pagina bevat de volgende hoofdstukken:

Geschiedenis tot 1810

Judocus Hendrix Doensen is geboren te Asten op 06-12-1649 als zoon van Henricus Henrici Doense en Joanna Judoci. Hij is op 10-04-1674 te Asten getrouwd met Johanna Huberts Jan Tielen, geboren te Asten op 12-05-1646 als dochter van Hubertus Joannis en Maria:

Contraxerunt sponsalia 1 Aprilis Joost Hendricks et Jenneke Joosten coram Jelis Joosten et Aert Derricks. Matrimonio 10 Aprilis coram Jacobus van de Loop et Flips Fransen.

Ondertrouwcontract op 1 april van Joost Hendricks en Jenneke Joosten voor Jelis Joosten en Aert Derricks. Huwelijk op 10 april voor Jacobus van de Loop en Flips Fransen.

01

Het gezin van Judocus Hendrix Doensen en Johanna Huberts Jan Tielen:

# Voornaam Geboorte Huwelijk Overlijden Referentie
1 Hendrick Asten 11-08-1674 Zevenaar?
2 Johannes Asten 14-04-1676 Asten 01-06-1710
Judoca Francis Hoefnagels
Asten 23-06-1733
3 Franciscus Asten 14-04-1678 Deurne 05-12-1700
Maria Peters van Breij
Meijel 10-08-1730
4 Judocus Asten 05-04-1681 ongehuwd Overschie 09-06-1718
5 Anna Asten 04-02-1683 Asten 12-07-1705
Franciscus Saris
Tongelre 25-02-1742

Joost Hendrick Doensen bewoont het huis aan het Marktvelt en vraagt een paspoort aan voor hem en twee van zijn zoons om zijn beroep van dierenhandelaar uit te oefenen:

Asten Rechterlijk Archief 110 folio 77; 15-03-1700:
Paspoort voor: Joost Hendrick Doensen, schepen, en zijn twee zonen om zijn coopmanschappe in het coopen en vercoopen van peerden ende bestialen en andersints te kunnen bedrijven buiten Asten.

Uit onderstaand archiefstuk blijkt zijn handel in paarden:

Asten Rechterlijk Archief 110 folio 121; 27-05-1702:
Jan Vogel, te Gemert, heeft op 20-05-1702, verkocht aan Joost Doensen een bruyn henstpeert met een blesse. Hij is hiervan deugdelijk, met blinkende en klinkende zilveren penningen, betaald geworden.

In het archief wordt gemeld dat schepen Joost Hendrick Doensen op 02-12-1703 te Asten is overleden:

Asten Rechterlijk Archief 11 folio 165; 02-12-1703:
Heden is Joost Doensen, schepen, gestorven. Op 3 dito begraven.

Joost Hendrick Doensen en zijn zoon Hendrick Joost Doensen hebben nog geld tegoed van de handelaren Hoyaux in het land van Luik:

Asten Rechterlijk Archief 110 folio 159; 04-04-1704:
Hendrick Joost Doensen verklaart ter instantie van Jean Hoyaux, coopman, te Hermee, in de lande van Luyck, dat hij, attestant, mede in coopmanschappe heeft gehandelt gehadt met vette bestialen neffen sijns attestants vader, wijlen Joost Doensen, wijlen Hendrick Hoyaux en Jan Hoyaux voornoemd en dat hij bij de laatste afrekening, 8 juli 1703, present is geweest ten huize van Jan Simons, te Helden. Attestant verklaart verder dat bij deze afrekening wijlen zijn vader en hijzelf een merckelijcke somme gelds was goet commende van wijlen Hendrick Hoyoux en Jan Hoyaux, sonder preciese te connen seggen hoeveel ter oirsaecke de reeckeninge geduyrende den tijt van de voorschreven coopmanschappe altijt is gereeckent ende geschreven met een boerenkreytie welcke reeckeninge altijt geschreven ende bereeckent wierdt bij Jan Hoyoux. Alle driften zijn onder elkaar met een boerenkreytie afgerekend. Nog, dat Jan en Hendrick Hoyoux aan Joost Doensen, zijn vader, van hun onderlinge handel soms wel 1000 patacons, min of meer, schuldig waren.

In het huis van de weduwe van Joost Doensen is een koop gesloten, die met drank wordt gevierd:

Asten Rechterlijk Archief 110 folio 193; 04-04-1705:
Hendrick Mathijssen, 49 jaar, Frans Huyberts, 40 jaar, Peeter Jan Paulus, 21 jaar.
Zij verklaren dat op maandag, 30 maart 1705, rond vijf uur in de middag, ten huize van Jenneke, weduwe Joost Doensen, waar nog andere aanwezig waren, dat Catalijn, de vrouw van Goort Hoefnagel, molenaar, te Someren die welcke doentertijt heeft gecocht van Hendrick Joost Doensen een swart merriepeert, voor het hooft hebbende een cleyn witte teecken en colle voor een som van 45 patacons tot een helfter gelt twee schellingen. Het paard is aanstonds overgedragen aan de koopster en deze heeft het meegenomen naar Someren. De twee laatste attestanten verklaren nog dat Hendrick Joost Doensen aan de koopster heeft gezegd: "Ghij cooperse moet weeten dat het vercocht peert ten comptoiren tot Helmont niet en is aengeteeckent ofte geregistreert. Ghij moet sorge draegen dat het aldaer wort aengeteeckent als sijnde tselve voorschreven merriepeert uytheems". Attestanten weten een en ander zo goed omdat ze aanwezig zijn geweest en ook de wijncoop mee hebben helpen drinken.

Er moet nog steeds geld zijn te vinden in een muur in Luik, waar Joost Hendrick Doensen 1000 patacons heeft ingemetseld:

Asten Rechterlijk Archief 110 folio 201; 10-10-1705:
Compareerde voor Louis de Caesteecker, drossaard, Hendrick Tho poel en Joost Roefs, schepenen Philips Timmermans, Jan Hickspoors, Joost van Heughten, Simon Isbouts ook schepenen alsmede Peeter Jan Baltus en Philips Dircx van Heughten oud schepenen.
Zij verklaren dat zij uytten mondt van Joost Doensen, in zijn leven ook schepen, gehoord hebben, dat hij te Luyck, een som van 1000 patacons had liggen om deze aan Gravin van Berloo te tellen in mindering van haar rente die zij had ten laste van de gemeente Asten. Hij heeft deze bekentenis verscheidene malen gedaan en dan er aan toevoegende dat hij deze 1000 patacons te Luyck in een muyr hadde gemetst ofte laeten metsen.

Joost Hendrick Doensen had een flinke schuld bij de gemeente en heeft er zijn nabestaanden mee opgezadeld:

Asten Rechterlijk Archief 110 folio 202; 16-10-1705:
Wijlen Joost Doensen had een schuld aan de gemeente Asten van ƒ 2000,-. In aanmerking genomen dat zijn erfgenamen door het afsterven van Joost Doensen niet in staat zijn om dit bedrag aanstonds te voldoen en ze niet met een proces te overvallen is een akkoord gemaakt:
De weduwe en erven zullen Kerstmis 1705 betalen ƒ 950,-. Zij zullen tot hun last aannemen een rente van ƒ 1050,- die Peeter Bitters, te Leende, ten laste van het dorp Asten heeft. Een en ander wordt aangenomen door Jenneke Huybert Jan Tielen, weduwe Joost Doensen en haar kinderen.

De weduwe van Joost Hendrick Doensen wil duidelijkheid over het af te lossen bedrag:

Asten Rechterlijk Archief 111 folio 7; 12-06-1706:
Alzo questie ende verschil was ontstaan tussen Jenneke, weduwe Joost Hendrick Doensen ter eenre en de regenten van Asten ter andere zijde ter zake van ƒ 2729-11-00 door Joost Hendrick Doensen aan de gemeente Asten verschooten. De weduwe heeft hierover de regenten gedaagd. De regenten wetende, dat Joost Hendrick Doensen reeds onder zich heeft ƒ 1435-0-0 en ƒ 840-0-0 en een en ander volgens de corten staet en dat de weduwe nog goed komt ƒ 427-1-0. Beide partijen akkorderen nu dat de regenten van Asten aan de weduwe Joost Doensen zullen betalen de voornoemde ƒ 427-1-0 en nog ƒ 53-0-0 om redenen parthijen daertoe moverende en dat bij deze betaling de weduwe drie diverse gecasseerde obligaties zal overhandigen, een ten bate van Francis Conincx van ƒ 600,-; een ten bate van de erven Mathijs van Hove ƒ 100,- en een ten bate van Jacob Feyen, te Nederweert ƒ 125,-. Nog is besproken dat in deze overeenkomst niet besproken zijn ƒ 112,-, ƒ 160,- en ƒ 30,- door Doensen en zijn zoon getelt aan Hendrick Canters. En alnog de 1000 rijksdaalders ten laste van de Vrouwe van Asten.
Naschrift: Volgens contract, hebben wij uit handen van schepenen ƒ 480,- ontvangen 06-06-1706.

Johanna Huberts Jan Tielen als weduwe van Joost Hendrick Doensen is op 10-11-1715 te Asten overleden en de bezittingen worden verdeeld onder de erfgenamen:

Asten Rechterlijk Archief 114 folio 151; 29-02-1716:
Hendrick Joost Doensse, Jan Doensse, Francis Doensse, Joost Doensse en Francis Saris getrouwd met Anneke Doensse. Allen kinderen van Joost Hendrick Doensse. Zij delen diens nagelaten goederen:
1e lot krijgt Francis Saris 't groot huis, aangelag en schuur aan de Kerck, in het Dorp 1 lopense. Belast met 5 gulden per jaar aan 's Gravesande, rentmeester der Geestelijke Goederen; 2 gulden 10 stuiver per jaar aan de Kerk van Asten; groes de Vrouwkeskaris in de Karis 2 lopense; groes agter Ostade 5 lopense; land Jan Huybersacker aan de Pas 2 lopense 27 roede; land het Faassenackerken aan de Pas 1 lopense 2 roede. Belast met 1 penning per jaar aan het Huis van Asten; land den Schellingacker aan de Wintmolen 1 lopense. Ordinaire verponding 6 gulden 10 stuiver per jaar.
2e lot krijgt Joost Doenssen het klein huiske aan het Merckvelt; groes Jan van Rutvelt int Root 3 lopense 25 roede; land in de Heesackers 3 lopense 11 roede; land aant out Kerkenhuys 2 lopense 11 roede. Ordinaire verponding 5 gulden per jaar.
3e lot krijgt Hendrick Doenssen huis, hof en aangelag in het Dorp ½ lopense, waarin Jan Plenders woont; groes den Hogendries int Root 5 lopense; land in de Loverbosch 5 lopense; land in de Snijderscamp 1 lopense; land den Berg aant Dorp 1 lopense 12 roede. Ordinaire verponding 5 gulden 10 stuiver per jaar.
4e lot krijgt Francis Doensse groes het Bosvelt int Root 6 lopense; groes Heckepostvelt agter Ostade 2½ lopense. Ordinaire verponding ƒ 3-7-7 per jaar.
5e lot krijgt Jan Doensse groes de voorste Karis 2 lopense 27 roede. Ordinaire verponding: 1 gulden 10 stuiver per jaar.
Verder alle pretensen ende dote in verdere schulden, tsij van geleende als aangetelde gelden van wat naam of comenschap die oock soude mogen wesen en tot wiens laste die soude mogen staan, aan de voorschreven gelijcke condividenten vanwegens haar versterf van haar ouders verkregen verschult.

Johannes Joost Doensen komt er maar karig af bij de erfenis, waarschijnlijk had hij samen met zijn broer Joost nauwelijks bijgedragen aan de aflossing van de schulden. Hij woont wel in het huis dat zijn zus Anna heeft geërfd:

Zoon Johannes Judocus Doensen, geboren te Asten op 14-04-1676 is op 01-06-1710 te Asten getrouwd met Judoca Francisci Hoefnagels, geboren te Asten op 24-02-1683 als dochter van Franciscus Hoefnagels en Sophia Horckmans:

Juncti sunt matrimonio Joannes Doense et Josina Hoefnagels; testes Petronella van de Cruijs et Catharina van Doorne.

In huwelijkse echt gebonden Joannes Doense en Josina Hoefnagels; getuigen Petronella van de Cruijs en Catharina van Doorne.

02

Het gezin van Johannes Judocus Doensen en Judoca Francisci Hoefnagels:

# Voornaam Geboorte Huwelijk Overlijden Referentie
1 Johanna Maria Asten 07-04-1711 Ongehuwd Asten 16-10-1779
2 Judocus Asten 21-02-1713 Kind Asten ±1713
3 Judocus Asten 06-04-1714 Kind Asten ±1714
4 Judocus Asten 22-06-1716 Ongehuwd Asten 13-06-1783
5 Johanna Catharina Asten 02-05-1719 Kind Asten ±1719
6 Sophia Asten 17-10-1722 Ongehuwd Keizersveer 28-03-1763
7 Franciscus Asten 19-04-1725 Ongehuwd Asten 29-02-1756

Johannes Joost Doensen uit op niet mis te verstane wijze kritiek op secretaris Johan Draak:

Asten Rechterlijk Archief 114 folio 69 verso; 18-12-1714:
Schepenen van Asten verklaren ter instantie van Johan Draak, secretaris, dat wij op 3 december laatstleden in de herberg van Francis van de Loverbosch zijn geweest in aanwezigheid van Johan Draak en Jan Doense, borgemeester, en dat wij daar verscheidene woordenwisselingen hebben gehoord tussen Jan Doense en de secretaris. Onder meer heeft Jan Doensen gezegd: "Indien ik die borgemeestersboecken hadde geschreven, sij soude seggen dat ick droncken was geweest."

Johannes Joost Doensen en zijn vrouw moeten getuigen in een proces tegen een aantal belhamels, die soldaten hebben lastig gevallen, de ruiten van de schoolmeester mogelijk hebben ingegooid en geageerd tegen het gereformeerde gezag:

Asten Rechterlijk Archief; 10-12-1717:
Jan Joost Doensen en Josyna, zijn vrouw, alsmede Jacob Baessen, ondervorster, verklaren dat, op woensdagavond, 18 december 1717, rond half tien, een pistoolschot is gedaan, omtrent het Mercktvelt van Asten. Waarop de korporaal en twee soldaten hier op commando tot weringe van de moetwilligheden wesende en bij den eerste deponent gelogeerd zijnde, zijn uitgegaan.
Waarna de tweede deponent verklaarde gehoord te hebben dat er op het Mercktvelt een groot tumult was en dat er geroepen is geworden: "Neemt de soldaten 't geweer aff". Hierna is het volgens verklaring van de twee eerste deponenten geweest, dat het commando wederom in hun huis zijn gekomen, in arrest hebbende Martinus Jan Paulus. Dat op dat moment de deur van het huis gegrendelt was daerop met fortse geclopt is geworden, soodanigh dat de deur is opengesprongen en dat binnen zijn gedrongen Jan Jan Paulus en zijn vrouw, Jan Peter Smits en de vrouw met Jan, de zoon en veel meer andere. Er onstond een groot crackeel in huis, zonder dat dit verklaarbaar was.
Terwijl de tweede deponente alle devoiren aanwendde tot salveringe van haer cleyn kint.
Jacob Baessen verklaart dat er een grote oploop en krakeel in het huis is geweest en dat de soldaten in hun quartier zijn overrompeld. Ten bewijze hiervan toont hij een streen hair, getrocken uyt het hooft van den soldaat Baltis. Hebbende den corporael sijn uytgetrocken hair verbrant ende sijnde op den dagh van heden alnogh te sien dat den gemelten Baltis door het stooten van die vrouweluyden en andere aen sijn hals is verseert. Het is alsnog zo dat de gearresteerde Martinus Jan Paulus door het geweld uit het huis is geraakt.

Asten Rechterlijk Archief; 18-08-1719:

Flips van Heusden en Jelis Goorts verklaren onder eede, ter instantie van het officie, dat zij verscheiden malen hebben gezien, doch niet exact hoeveel maal, dat Jan zoon Jan Janssen Hoeffnagels vuur heeft gebragt in 't Heusdensbroeck en tselve daarmede op verscheyde plaatsen in brant gestoockenen daarnaar gesien dat den selven telckens de asschen door dat vuur gecomen met karren heeft weggehaalt. Ook Jan Hoefnagels den ouden zou hieraan mee hebben gedaan.

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 22-05-1722:

Ik, Jan Jansen Aarts, ondervorster, verklaar ter instantie van de drossard, Pieter de Cort, dat ik op order van hem en schepenen, niet alleen de wacht heb gehouden, maar ook gepatrouilleerd heb aan het huis van de schoolmeester van Asten en deze geassisteerd heb wanneer op zekere avond, nu enige dagen geleden Jan Janssen Hoefnagels, alias de molder, ten huize van de schoolmeester kwam, hebbende in een hand een mes en in de andere hand een stuk toeback, met dat mes de toeback snijdende en vragende om een pijp aan te steken de schoolmeester zei hierop: "Neen, gij niet Jan, gaat uyt mijn huys".
Jan de molder is toen, zonder enig molest te maken, weggegaan, zeggende: "Ick heb in alle gevalle U vuer niet van noode, ick heb mijn vuerslag in de sack". Verder gaande op straat is Jan de molder toen in 't zand gaan liggen wentelen, zeggende: "Wie sal mij dat beletten".
Op zondagavond, 10 mei 1722, ben ik, ingevolge mijn last, wederom 's avonds aan het huis van de schoolmeester geweest, toen omtrent twaalf uren de schoolmeester en de secretaris, Draeck, die bij de schoolmeester in huis woont, naar buiten is gekomen en tegen mij zei: "Jan, gaet uyt de straeten langs, naer van Hoecken en verders over 't Mercktvelt en siet eens voor mij wat volck op de straat is". Waarop ik gezegd heb: "Dat sal ick doen en dan sal ick wel weer aen U huys door dese straten comen". Waarop de schoolmeester zei: "Neen, gij behoeft in dese straet niet meer te comen. Blijft hier maer van doen". Ik ben gegaan zoals afgesproken en heb niemand gezien of gehoord. Doch 's maandagsmorgens hoorde ik dat de glaezen van de camer in het huis waren ingeslagen. Volgens de secretaris was dit gedaan 's nachts, rond twee uur. De groote swarte hont van de schoolmeester, sijnde seer quaet, heeft niet gebast.

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 18-06-1723:

Pieter de Cort, drossard, aanlegger contra Jan Janssen Hoefnagels alias de mulder, Jan Jan Peters Smits en Jan Lamberts, gedaagden. Het was de drossard ter kennisse gekomen dat de voornoemde personen haar niet en hadden ontsien tot misaghtingh van de gereformeerden te streecken, als andere onbehoorlijckheden te plegen. Schepenen hebben, na advies van onpartijdige rechtsgeleerden, op 26 april laatstleden, toegestaan om bovenstaande personen te dagvaarden tegens de criminele rolle die voor Heeren Schepenen van Asten gehouden staet te worden, op maandag, den 28 juny 1723, om elff uur.

Asten Rechterlijk Archief 28-06-1723:

Gedaagde Jan Jansen Hoefnagels:
Of het waar is, dat gedaagde, Jan Jansse Hoefnagels, op 8 december 1717, is gekomen in het huis van Jan Doensen, alwaar Martinus Jan Paulus, door de hier aanwezige soldaten, commando doende, in arrest zat?
Dat hij, binnenkomende, gezegd heeft: "Waar is mijn oom", tegelijk de korporaal vattende met het haar?
Gedaagde weet het niet, als hij het gedaan heeft zal hij wel dronken geweest zijn.
Of hij, gedaagde, van Gabriel Swanenburgh, Schoolmeester toen die hier kwam wonen hem niet ontsien en heeft aff te vorderen een corsayen hemtrock?
Hij ontkent.
Of hij gedaagde, op zogenaamde Sint Josephdagh, 1721, ten huize van de kinderen van der Linden, dezelfde schoolmeester niet heeft bejegend en gezegd: "Te sijn een Canefas"?
Hij zegt alleen maar in 't generaal gezegd te hebben 't woord Kanefas.
Of gedaagde, op zondag, 18 januari 1722, is gekomen ten huize van Jan Doensen, waar dezelfde schoolmeester en zijn vrouw ook waren en dat hij deze heeft verweten dat hij woonden in een arm huys en dat hij, gedaagde, armmeester was en dat de schoolmeester en zijn vrouw, haar bij hem in den cost conden bestellen. Dat de geusen lang genoeg hadden geregeert en nu sullen wij regeren en morgen sullen wij de capel afbreecken en desen avont sullen wij den canefas in sijn haar vliegen en door sijnen geusenbast schieten dat het dondert"?
Hij ontkent.
Dat ook de vrouw van Aart Willems, in die tijd bij Jan Doensen was en dat deze aan de vrouw van de schoolmeester een stoel inruymde. Dat gedaagde is gekomen en op deze stoel is gaan zitten, zeggende: "Wat zou die schutters vrouw daar op gaan zitten"?.
Hij ontkent.
Al deze zaken kunnen of mogen in een land van goede justitie niet worden toegestaan.

Asten Rechterlijk Archief; 28-06-1723:

Gedaagden, Jan Jan Peters en Jan Lamberts
Of het waar is dat gedaagden, Jan Jan Peters en Jan Lamberts, op 18 januari 1722, waren ten huize van Jan Doensen en dat eerstgenoemde heeft gezegd: "Mondu, mon man, ik moet desen avont pluckharen, daar is niemant in Asten die tegens mijn op can". En den schoolmeester en zijn vrouw aansprekend zei: "Sa, van het vuer, wij moeten speelen".
De tweede gedaagde heeft toen gezegd: "Speeld hier met de caert. Allons van den haert, de baen moet sijn claer gemaekt". Als Jan Hoeffnagels zei: "De geusen hebben lang genog geregeert, nu sullen wij regeeren". Dan, Jan Lamberts: "Ik wil dan de keers uytblasen"?
Zij ontkennen, zijn dronken geweest.
Of dat zij, gedaagden, hebben gezegd: "Laat ons den secretaris Draeck aan den armen bestellen" voegende daar aan toe: "Wij sullen de capel die voor gereformeerde godsdiensten werd gebruikt, affbreecken en dat de schoolmeester een canefas was, die sij van den armen wilden bestellen".
Zij ontkennen.
Al deze zaken kunnen of mogen in een land van goede justitie niet worden toegestaan.

Asten Rechterlijk Archief; 03-08-1723

Uit de recollectie van de getuigenverhoren.
03-08-1723; Aert Willems de Smit en Catryna, zijn vrouw,
20-09-1723; Gabriel van Swanenbergh,
09-10-1723; Cornelia de vrouw van Gabriel van Swanenbergh.
Zij allen persisteren bij hun eerder afgelegde verklaringen. Wordt nog gesuggereert, door monde van de drost, dat Jan Janssen Hoeffnagels een deserteur van de militie zou zijn.

Asten Rechterlijk Archief; 30-08-1723:

Pieter de Cort, drost, verzoekt aan schepenen om namens hem te verhoren Peter Verbeeck, 36 jaar, Jan Doenssen, schepen, Alegonda Frans Hoeffnagels.
Of het niet waar is dat, op maandag, 15 februari 1723, Jan Hoeffnagels is geweest ten huize van Jan Doenssen, schepen en of deze daar questie of rusie heeft gemaakt?
Peter Verbeeck verklaart, dat hij op die tijd en dag ten huize van Jan Doenssen is geweest. Hij weet dat deze tegen Jan Jan Hoeffnagels zei dat deze uit zijn huis moest gaan. Deponent is toen vertrokken zodat hij van het verdere geen kennis heeft.

Asten Rechterlijk Archief; 25-10-1723

Geertruy Andriessen de Seger, verklaart ter instantie van Jan Janssen Hoeffnagels, Jan Jan Peeters en Jan Lambers, dat zij ten tijde als wanneer de glaasen van Meester Gabriel van Swanenbergh werden ingeslagen, zijnde de dato 11-05-1722, 's morgens circa 2 uur, heeft gewoond, als dienstmaagd bij Swanenbergh. Dat even voor het inslaan der glaasen zij is gegaan in haar slaapkamer, latende Meester Swanenbergh met het licht in de keuken. Dat zij, deponente, staande voor haar bed, heeft gezien dat het licht in de keuken werd uitgedaan en zij heeft gehoord dat Swanenbergh, in plaats van bij zijn vrouw in bed te gaan, is geklommen naar de zolder, waar een groot zoldervenster is, staande boven de glazen die ingeslagen zijn geworden. Dat, zodra Meester Swanenbergh op de zolder was, zij deponente, nog staande voor haar bed, gehoord heeft dat de glazen werden ingeslagen, zonder dat zij het minste gerucht, geloop of geraas op straat of aan het huis gehoord heeft. En zonder dat Meester Swanenbergh, hoewel op de zolder zijnde, niet het minste gerucht heeft gemaakt. Hij heeft ook niet geklaagd dat zijn glasen werden ingeslagen. Alleen 's morgens, wanneer zijn vrouw was opgestaan en in de keuken was. Zij, deponente, is toen naar de president gestuurd om deze te verwittigen. Eindigende hiermee haar verklaring.

Asten Rechterlijk Archief; 01-11-1723

Extract uit de ceuren en breuken van de gemeente Asten.
Niemant en sal mogen vuyr dragen buyten die dreybomen of in de Peel of oock in denselven Peel verdragen op een peene van twaalff gulden te beheeren als voor. Boven de schaden goet te doen die welcke daardoor wort geleden, ter taxatie van de schepenen. En sullen die ouders voor haar kinderen en de meesters voor haar dienstboden instaan.

Asten Rechterlijk Archief; 1723

Deductie van gedaagden:
Gedaagden vinden de zogenaamde delicten waarvan de aanlegger ze beschuldigt, alhoewel tegens de waerheyt, zijn bejaard. Het heeft tien maanden geduurd eer hij het request heeft gepresenteerd. En weer vijf maanden om dit te vervolgen. Zes jaar na het eerste gepasseerde.
Het is dus met hande te tasten dat het maar beuselerije zijn, waarover Meester Swanenbergh zich heeft beklaagd.
Uit de verklaringen van de meyt van Swanenbergh, van deze zijde bijgevoegd, is duidelijk dat Swanenbergh sijn eygen glasen heeft ingeslagen gehadt om alzo een eerlijk mens te beschuldigen. Geen nieuwe gezichtspunten.

Gabriel Swanenberg twijfelt nogal of hij wel proces moet voeren:

Asten Rechterlijk Archief folio 91; 09-08-1723
Meester Gabriel Swanenberg is in de raadkamer gekomen doch heeft geweigerd zijn attestatie te recollecteren. Hij moest zich nog een bedenken, zeker tot in de volgende week.

Asten Rechterlijk Archief folio 96: 27-09-1723:

Na veelvuldig en ampel overleg heeft voornoemde Swanenberg heden gerecollecteert.

Asten Rechterlijk Archief folio 102; 03-01-1724:

Aanlegger zegt dat aan hem bij 't beleyden van het inslaan van de glasen van Joost Roefs door de vrouw van den selve in presentie van hare man, op den 3 januari 1724 clagten sijn gedaan.

Uiteindelijk worden de drie belhamels bestraft, maar de straffen vallen relatief laag uit:

Asten Rechterlijk Archief folio 104; 08-03-1724:
Uitspraak: Gedaagden worden veroordeeld ter zake van gepleegde baldadigheden, moetwillicheden, insolentien en het spreken tot verachtinge der gereformeerden mitsgaders ter saken van differente rijsen vuur te brengen in het Heusdensbroeck. De eerste gedaagde ƒ 50,- en de twee laatste gedaagden ieder ƒ 25,- te betalen aan de aanlegger. De kosten van het geding komen ten laste van de drie gedaagden.

Hieronder een lijst met personen die bij de verschillende baldadigheden een rol speelden:

Naam Geboortedatum Rol Adres
Pieter de Cort ±1670 drossaard Helmond
Gabriel Swanenbergh ±1685 schoolmeester G671 Burgemeester Wijnensstraat
Cornelia van Houten ±1685 vrouw van de schoolmeester G671 Burgemeester Wijnensstraat
Geertruij de Seger Asten 16-12-1701 meid bij de schoolmeester G671 Burgemeester Wijnensstraat
Jan Jansen Hoefnagels Asten 11-09-1693 gedaagde, neef van gevangene G593 Julianastraat
Jan Jan Peters Asten 14-06-1691 gedaagde E302 Heusden
Jan Lamberts Asten 19-03-1703 gedaagde G663 Burgemeester Wijnensstraat
Martinus Jan Paulus Asten 14-03-1681 gevangene, oom van 1e gedaagde C669 Voordeldonk
Baltis onbekend soldaat onbekend
Jan Jansen Aarts Asten 11-07-1682 ondervorster en nachtwaker B450 Ommel
Jan Joost Doensen Asten 14-04-1676 getuige van oproer en belediging G582 Markt
Josina Hoefnagels Asten 24-02-1683 getuige van oproer en belediging G582 Markt
Pieter Verbeek Gastel 29-10-1686 getuige van oproer knecht
Aart Willems de Smit Asten 21-11-1667 schutter G441 Prins Bernhardstraat
Catharina Loomans Asten 11-10-1681 vrouw van de schutter G441 Prins Bernhardstraat
Philips van Heusden Asten 10-06-1647 getuige van brandstichting E128 Heusden
Jelis Goorts Asten ±1660 getuige van brandstichting E492 Behelp

Over Gabriel Swanenberg zijn nog wat feiten bekend, die niet echt voor hem pleiten, eerst een request uit Hoogeloon waar hij de laan uit is gestuurd om zich daarna in Asten te vestigen:

Resolutie Raad van State folio 445 verso; maandag 1 augustus 1718:
Rekest van de regenten van Hoogeloon in kwartier Kempenland te kennen gevende dat Gabriel Swanenberg door haar Edele Mogendheden; in het jaar 1713 is aangesteld tot voorlezer en schoolmeester aldaar en zich sedert zijn aanstelling zowel tegen de regenten als tegen de ingezetenen altijd 'seer ongerust en moeijelijk heeft getoont' en dat zij, supplianten, om alle verschillen te voorkomen het schoolmeestershuis hebben verbeterd naar contentement van genoemde schoolmeester en op zijn verzoek er ook nog een nieuw schoolgebouw bij laten timmeren, maar dat Swanenberg in plaats van daarmee tevreden te zijn hij naderhand is overgegaan op tapnering zowel in het huis als in het schoolgebouw; dat hij bovendien in de taxatie, na proportie van andere tappers, in de impost van de dranken niet heeft willen contribueren; onlangs heeft hij aangenomen van Jan Antonis, borgemeester van het dorpshuishouden te Hoogeloon zijn collectboek, buiten kennis van de supplianten onder de hand te hebben opgesteld een gansch nulle en informeele autorisatie, veel min dat van die aanbesteding tzij bij publicatie of andersins eenige de minste kennis aan de supplianten als regenten of aan de ingesetenen is gegeven; dat den collect off maanboek aan de borgemeesters om op te halen, uijtgegeven bij den voorschreven schoolmeester, andermaal is uijtgeschreven, hebbende alsoo den borgemeester en schoolmeester over een en het selve jaar een collectboek, waarvan de een is berustende onder den borgemeester ende de andere onder den schoolmeester, die op de copie de penningen invordert en die wederom na sijn welgevallen uitdeelt, dat daarbij ook komt, dat de schoole volgens het reglement van haar Edele Mogendheden niet na behoren word gehouden of dat op het uurwerk en klok worden gepast, als continueel beesig zijnde met het ophalen van sijn boek; dat mede de borgemeester van 's lands comptoiren buijten staat word gestelt zijne penningen ter behoorlijker tijd den comptoire te konnen furneeren ter oorsake van de vreese en schrik die de voorschreven schoolmeester de ingesetenen door sijn continueele en subite afpandingen is aanjaagende en hem alsoo eerder als de borgemeester van 's lands comtoiren betaalen; dat ook bovendien de gemeene afpandingen dikmaals seer onordentelijk en niet na behoren geschieden en dat men oude actien koopt, om eenige luijden die niet na zijn humeur zijn, te overvallen en deselve tot de uijterste armoede en ruïne te brengen, als onlangs gebeurt is dat seker persoon aldaar wonende op die wijse van den schoolmeester sijne beesten afgepant zijnde, eeven voor het insamelen van den oogst en op een onbequame tijd de supplianten ter beede van den de geëxecuteerden niet hebben kunnen verwerven agt dagen uijtstel, niet tegenstaande iterativelijk beloofd wierd de verschulde penningen en executiekosten als dan te sullen voldoen; dat zij supplianten wijders van meergenoemde schoolmeester continueel gedreigt worden van haar te sullen quellen, agterhalen en haar alle dagen moeijelijk te sullen vallen met haar te doen overstaan als schepen over uijtpandingen en versoekende haar Edele Mogendheden goede geliefte zij het contract van aanneeming tussen den borgemeester en schoolmeester op een gans informeele wijse geschied, te verklaren voor nul en van onwaarde en den schoolmeester te gelasten van sig in toekomende niet meer te bemoeijen met soodanig collecteeren, mitsgaders wijders op al het geen voorschreven is soodanige voorsieninge te doen tot voorkominge van vexatien als haar Edele Mogendheden sullen vinden te behooren; het rekest wordt overhandigd aan de heren die in september in commissie langs de Maas gaan om na verhoor van zowel Gabriel Swanenberg als de regenten, te disponeren zoals zij vinden dat het behoort.

Ook in Asten is zijn gedrag niet onomstreden:

Resolutie Raad van State folio 1410 verso; maandag 14 juni 1745:
Rekest van Hermanus Alberts predikant te Asten klachten inhoudende tegen Gabriel van Swanenbergh schoolmeester koster en voorlezer te Asten vanwege diens wangedrag waar het gaat om het waarnemen van de kerk- en schooldienst als in zijn relatie tot genoemde suppliant en hij verzoekt dat de schoolmeester in deze gecorrigeerd mag worden, welke rekest wordt overhandigd aan de heren die in commissie op de verpachting van de tienden komen om zich over deze kwestie nader te informeren en een dusdanig besluit te nemen als zijn zelf vinden dat behoort

Gabriel van Swanenbergh is op 13-11-1747 te Asten overleden.

In 1730 dreigt Johannes Joost Doense zijn huis aan het Marktvelt te verliezen als zijn zus Anna Doensen en haar man Franciscus Saris het huis gaat verkopen:

Asten Rechterlijk Archief 144 10-12-1730:
Op 21-12-1730 zal Francis Saris getrouwd met Anna Doensen, wonende te Tongelre, publiek laten verkopen huis, stal, schuur, hof, aangelag en bijgelegen land en groes in het Dorp in gebruik en huur bij Jan Doense; huis, stal en hof in gebruik en huur bij Francis van Rijtt, schreynwercker, alhier. De verkoop zal gehouden worden ten huize van Michiel van de Cruys.

Het is er schijnbaar niet van gekomen en Johannes Joost Doensen is op 23-06-1733 te Asten overleden. Bij de verpondingen van 1737 zijn de vier in leven zijnde kinderen van Johannes Doensen eigenaar van het huis, dat door hun tante aan hen is verkocht:

Verpondingen 1737 XIV-61 folio 212:
Jennemaria, Joost, Sofia en Francis, kinderen Jan Doense transport 17-03-1738.
Huijs, hoff en aangelagh komt folio 209 ½ lopense.

Zus Anna Joost Doensen verkoopt het huis aan de kinderen van Johannes Doensen:

Asten Rechterlijk Archief 94 folio 141; 17-03-1738:
Anneke Joost Doensen gehuwd met Francis Zaris, geassisteerd met Jan van Stipdonk, haar geassumeerde momboir, verkoopt aan Jennemie, Joost, Sofia en Francis, kinderen van Jan Doensen getrouwd geweest met Josyn Frans Hoefnagels huis, hof en aangelag aant Merktvelt int Dorp ½ lopense, ene zijde kinderen Hendrik Jan Hoefnagels, andere zijde Peter van Riet. Verkoopster aangekomen bij koop. Koopsom ƒ 60,-.

Asten Rechterlijk Archief 94 folio 141 verso; 17-03-1738
Jennemie Jan Doensen, mede voor haar broers en zusters, is schuldig aan Francis Zaris, te Tongeren ƒ 75,- à 4%. Marge: 06-05-1763 gelost aan Hendrik van den Boomen, als mede-momboir van Peter Saris, Martinis Saris, Jan Saris, Jan van Stipdonk en Hendrik Saris.

Er wordt gedacht dat dochter Sophia Doensen zwanger is en het kind heeft begraven:

Asten Rechterlijk Archief 30 folio 51; 02-08-1751:
Verhoor van Hendrien Frans Huybers getrouwd met Mattijs van Bussel, 35 jaar; Jacomyn Janse Smits, 40 jaar; Catarina Hombele getrouwd met Antoni Lomans, 40 jaar; Hendrien Clemens, 75 jaar; Sofia Huybert Abrahams, 32 jaar; Jenneke Janse Verleysdonk, weduwe Antoni de Kuyper, 50 jaar; Jenneke Hoefnagels, getrouwd met Francis van den Broek, 32 jaar.
Of Sofia getrouwd of ongetrouwd is?
Allen antwoorden dat zij ongetrouwd is.
Of Sofia de naam niet gehad heeft dat zij zwanger was en ook wegens de dikte heeft geschenen zwanger te zijn?
Allen hebben wel gehoord dat Sofia zwanger was.
Of zij wel gehoord hebben dat Sofia van een kind is verlost en waar en wanneer?
Hendrien Frans Huybers heeft van vertellen gehoord dat Hendrien Clemens gezegd zou hebben dat Sofia Doensen gekraamd had en dat het kind om hals was gebracht.
Jacomyn Janse Smits heeft horen zeggen van Maria, weduwe Jan Smits, de vrouw van Nol Smits en Griet Coolen dat Sofia gekraamd had, 's nachts, 17 op 18 juli laatstleden. Zij weet niet waar het kind is gebleven. Catarina Hombele en Hendrien Clemens weten niets. Sofia Huybert Abrahams, Jenneke Janse Verleysdonk en Jenneke Hoefnagels hebben horen zeggen dat Sofia gekraamd heeft in het huis van haar moeder.
Wie bij de verlossing is geweest en waar het kind is gebleven?
Jacomyn Janse Smits en Jenneke Hoefnagels hebben horen zeggen dat de vrouw van Mattijs van Bussel hierbij present is geweest. De rest weet van niets.
Of zij weten, dat circa 14 dagen geleden, 's avonds laat bij het huis van de weduwe Jan Doensen, moeder van Sofia, en waar deze thans woont, personen Hebben gestaan en ook niet een vrouw uit het huis hebben zien gaan. Wie waren dit?
Jacomyn Janse Smits heeft horen zeggen dat aan het huis omtrent 12 personen zouden hebben gestaan.
De rest weet van niets.
Wat die personen aan het huis gezien en gehoord hebben?
Jacomyn Janse Smits heeft horen zeggen dat die personen gehoord zouden hebben dat aan Sofia het spreken verboden werd. De rest weet van niets.
Of onder het volk, alhier en elders niet een gerucht ging en gezegd wordt dat Sofia onlangs heeft gekraamd en het kind in de stal zou begraven zijn?
Allen verklaren die geruchten wel gehoord te hebben doch verder van niets te weten.
Of zij nog iets meer weten, zonder iets te verzwijgen?
Jenneke Janse Verleysdonk heeft wel van horen zeggen van de vrouw van Jan Driessen, dat de vrouw
van Tijs van Bussel bij het kramen van Sofia Doensen geweest zou zijn. De rest heeft niets toe te voegen.
Allen bevestigen onder eede.

Francis Doensen verkoopt vlak voor zijn overlijden zijn deel in het huis aan Johanna Maria Doensen:

Asten Rechterlijk Archief 97 folio 93; 21-02-1756:
Francis Jan Doense verkoopt aan zijn zuster, Jennemie Jan Doense ¼e deel in huis en hof aan het Martvelt, ene zijde de straat, andere zijde weduwe Pieter van Riet, ene einde Louis Hoefnagels. Koopsom ƒ 20,-.

In het huizenquohier over de periode 1736-1761 staat het huis op naam van de kinderen van Johannes Doense en wordt het bewoond door Judoca Francisci Hoefnagels als weduwe van Jan Doensen:

Jaar Eigenaar nummer 103 Dorp Bewoners nummer 103 Dorp
1736 kinderen Jan Doense weduwe Jan Doense
1741 kinderen Jan Doense weduwe Jan Doense
1746 kinderen Jan Doense weduwe Jan Doense
1751 kinderen Jan Doense weduwe Jan Doense
1756 kinderen Jan Doense weduwe Jan Doense
1761 kinderen Jan Doense weduwe Jan Doense

De perikelen rond haar zwangerschap hebben Sophia Doensen naar Keizersveer gevoerd, waar zij is overleden:

Asten Rechterlijk Archief 164 folio 33; 06-05-1763:
Taxatie van de onroerende goederen van Sofia Doense overleden te Keyzerveer op 28-03-1763. Jennemie Doense is mede-erfgenaam. Waarde ¼e deel in huis en hof ƒ 30,-, ene zijde de straat, andere zijde Louis Hoefnagels, ene einde Jan van Riet. 20e penning is ƒ 1-10-0.

Judoca Frans Hoefnagels is te Asten op 22-01-1767 overleden en in de bewoningslijst staat het huis op naam van Joost en Johanna Doense:

Jaar Eigenaar nummer 103 Dorp Bewoners nummer 103 Dorp
1766 Joost en Jenneke Doense Joost en Jenneke Doense
1771 Joost en Jenneke Doense Joost en Jenneke Doense
1776 Joost en Jenneke Doense Joost en Jenneke Doense
1781 Joost Doense Joost Doense en Jacobus Hoefnagels

Nadat Johanna Maria Doensen op 16-10-1779 te Asten is overleden is Judocus Doensen als laatste van de vrijgezelle broers en zussen Doensen overgebleven:

Asten Rechterlijk Archief 164 folio 163 verso; 05-11-1779:
Taxatie van de onroerende goederen van Maria Doensen overleden, op 16-10-1779. Joost Doensen is broeder en mede erfgenaam van de overledene. De helft in een huis, stal en hof aant Martvelt ½ lopense ƒ 80,- ene zijde de straat, andere zijde Mattijs Herings.

Na het overlijden van Joost Doensen te Asten op 13-06-1783 wordt het huis door zijn erven verkocht aan Leendert Bots:

Asten Rechterlijk Archief 101 folio 3;4 11-08-1783:
Tomas Coolen man van Souvia Hendrik Hoefnagels, Willem Hendrik Hoefnagels overleden op
28-07-1783, Lucia Hendrik Hoefnagels weduwe van Joseph Verhorssert geassisteerd met Willem Kuypers, haar schoonzoon, wonende te Horst, Martinus Zaaris, zoon van Anneke Joost Doensen, wonende te Tongeren, Peter Francis Doensen, wonende te Roosmaalen in zijn plaats zijn zoon, Johannes Doensen, wonende te 's Hertogenbosch, Joost Francis Doensen, wonende te Meyl, Jan Simons man van Anna Doensen, wonende te Meyl, Francis Verstappen, zoon van Jennemie Doensen voor zijn moeder, wonende te Meyl. Allen erfgenamen van wijlen Joost Doensen. Zij verkopen aan Leendert Bots 7⁄8e deel in huis en stal met hof aan de Mart ½ lopense, ene zijde de straat, andere zijde Mattijs Herings, ene einde Marcelis van Bussel, andere einde het Martvelt.

Asten Rechterlijk Archief 101 folio 35 verso; 01-09-1783:
Tomas Coolen getrouwd met Sovia Hendrik Hoefnagels, Lusia Hendrik Hoefnagels, weduwe Joseph Verhorssert geassisteerd met Adriaan, haar zoon, te Horst. Zij verkopen aan Leendert Bots 1⁄8e deel in huis en hof aan de Markt geheel ½ lopense; 1⁄8e deel in een wortelveltje aan de Pastory, 6 roeden. Koopsom ƒ 38-2-8

Leonardus Dirk Martens Bots is geboren te Borkel op 17-04-1755 als zoon van Theodorus Martens en Antonetta Reijnerus Bodts. Hij is op 12-01-1783 te Asten getrouwd met Catharina Francis van de Vorst, geboren te Asten op 03-07-1762 als dochter van Franciscus Peters van de Vorst en Petronella Wilhelmi Roefs:

03

Het gezin van Leonardus Dirks Bots en Catharina Francisci van de Vorst:

# Voornaam Geboorte Huwelijk Overlijden Referentie
1 Francisca Asten 17-11-1784 Asten 16-02-1814
Johannes Bukkems
Asten 26-08-1860 Stegen
2 Dorothea Asten 09-02-1787 Someren 23-01-1819
Petrus Isbouts
Someren 24-02-1827
Joannes Weijlaers
Someren 21-12-1844
3 Antonius Asten 04-03-1789 Asten 23-04-1847
Joanna Maria Rovers
Asten 28-08-1874 Stegen
4 Wilhelmus Asten 30-08-1791 Asten 30-04-1824
Agnes van Hout
Asten 25-05-1862 Voreldonk
5 Anna Maria Asten 20-12-1793 Asten 07-07-1826
Petrus Dielissen
Heeze 07-06-1869 Lierop
6 Petrus Asten 06-06-1796 Asten 28-01-1825
Joanna Maria vd Eijnden
Asten 22-01-1862 Voreldonk
7 Johanna Asten 24-12-1798 Asten 11-04-1834
Joannes van Rijt
Asten 24-11-1871 Stegen
8 Helena Asten 07-07-1801 Kind Asten 16-11-1806 Stegen
9 Antonia Asten 29-05-1805 Asten 30-01-1835
Willem Van Oosterhout
Asten 22-10-1850

Leonardus Bots heeft een paard verloren tijdens de oorlog van de Fransen en krijgt het vergoed:

Asten Rechterlijk Archief 128 folio 155; 13-10-1796:
Gerrit Janse van Dijk en Francis Wilbert Aarts verklaren ter requisitie van Leendert Bots wiens paard in Franse dienst is gestorven dat zij de waarde schatten op ƒ 50,-.

In het huizenquohier over de periode 1798-1803 is het huis in bezit van Leendert Bots; hij woont zelf in de Stegen en verhuurt het huis aan Abraham van Nouhuijs:

Jaar Eigenaar nummer 103 Dorp Bewoners nummer 103 Dorp
1798 Leendert Bots Abraham van Nouhuijs
1803 Leendert Bots Abraham van Nouhuijs

Leonardus Dirk Bots is op 11-11-1815 te Asten overleden en Catharina Francis van de Vorst is te Asten op 17-06-1846 overleden. Bij de verpondingen van 1810 is het huis in bezit van Abraham van Nouhuijs:

Verpondingen 1810 XIVd-67 Dorp folio 224 verso:
Abraham van Nouhuijs bij transport van.
Leendert Bots.
Nummer 103 huijs, hof en aangelag aan Martvelt ½ lopense.

De nieuwe eigenaar was Abraham van Nouhuijs, die de door de Fransen geïntroduceerde functie als notaris had en vermoedelijk is dit huis gedurende enige tijd door notarissen bewoond geweest.

Notarissen van Asten

Hieronder een overzicht van de notarissen die Asten van 1810 tot de Tweede Wereldoorlog gekend heeft.

Periode Notaris Geboortedatum en plaats Overlijdensplaats en datm Locatie
1810-1829 Abraham van Nouhuijs Sint Oedenrode 09-07-1750 Asten 13-05-1829 deze woning
1833-1835 Jan Willem van de Ven Eindhoven 29-07-1781 Helmond 08-04-1840
1835-1844 Cornelis Mari van der Goes Ravenstein 15-09-1806 Beek 29-12-1892
1846-1879 Fredrik Albert Rovers Aarle Rixtel 21-10-1812 Asten 27-01-1879 Voormalig huis G467
1879-1902 Adrianus Rovers Geldrop 27-12-1843 Asten 28-04-1902
1902-1920 Adrianus Franciscus Hubertus Hockers Helmond 24-03-1846 Asten 27-12-1920 Wilhelminastraat
1921-1956 Jacobus Berger Amsterdam 08-05-1874 Asten 02-05-1956 Wilhelminastraat

Abraham van Nouhuijs 1810-1829

Abraham van Nouhuijs is geboren te Sint-Oedenrode op 09-07-1750 als zoon van Goossen van Nouhuijs en Anna Maria de Jongh. Hij is op 29-01-1805 te Asten getrouwd met Cornelia Catharina Maria Mans, geboren te Middelbeers rond 1761 als dochter van Wilhelmus Adrianus Mans en Dorothea Backer:

04

Het gezin van Abraham van Nouhuijs en Cornelia Catharina Maria Mans:

# Voornaam Geboorte Huwelijk Overlijden Referentie
1 Anna Maria Dorothea Asten 04-04-1806 Asten 08-09-1825
Gerhard van Houweninge
Gorinchem 31-12-1856

Abraham van Nouhuijs was tot de Franse revolutie en de opheffing van de schepenbank in 1811, secretaris van Asten en is daarna van 1821 tot 1829 burgemeester van Asten geweest (zie Markt 1. Cornelia Catharina Maria Mans is op 02-11-1814 te Asten overleden en bij het kadaster van Asten over de periode 1811-1832 staat het huis op naam van Abraham van Nouhuijs:

Kadaster 1811-1832; G582:
Huis en erf, groot 01 roede 56 el, het Derp, klassen 3.
Eigenaar: Abraham Nouhuis.

05

06

In bovenstaande oospronkelijk aanwijzende tafel staat Abraham van Nouhuijs te boek als notaris, een nieuw beroep door de Fransen geïntroduceerd, maar het leek sterk op zijn eerder beroep als secretaris, zoals blijkt uit onderstaande citaat1.

Het notariaat kent een lange ontwikkelingsgeschiedenis. De oude Grieken en Egyptenaren kenden al openbare schrijvers. Via het Romeinse Rijk en het Longobardische koninkrijk ontwikkelde dit beroep zich tot het ambt dat we nu nog kennen. Ambt, want de notaris is een door de overheid aangesteld openbaar ambtenaar. Echter, anders dan de gewone ambtenaar, is de notaris ook ondernemer. Hij wordt dus niet door de overheid betaald, maar door zijn particuliere klanten.

Vanaf ongeveer 1200 verspreidde het notariaat zich over geheel Europa. In de Nederlanden worden notarissen vanaf het einde van de 13e eeuw gezien. Het waren toen vooral geestelijken. Deze notarissen konden toen zowel door de keizer als door de paus als door beiden aangesteld zijn. Sedert het begin van de 16e eeuw droeg de regionale overheid zorg voor de aanstelling. Sinds die tijd is het ambt steeds meer verwereldlijkt, hoewel de katholieke kerk de functie nog kent. Met de invoering van de Franse wetgeving in 1795 (België, Limburg en Zeeuws-Vlaanderen) en 1811 (rest van Nederland) is de aanstelling een kwestie van de nationale overheid en zijn de bevoegdheden van de notaris ingrijpend gewijzigd.

De taak van een notaris was en is deels nog steeds het officieel vastleggen van afspraken tussen personen onderling, bijvoorbeeld een huurovereenkomst waarbij de huurder verklaart het gebruik van een pand af te staan en de huurder verklaart daarvoor een vergoeding te geven of toezeggingen van een persoon aan derden, zoals bijvoorbeeld een testament.

Op dat terrein had de notaris niet het alleenrecht. Een belangrijke concurrent vormde de schepenbank. Burgers konden namelijk ook voor schepenen allerlei contracten en wilsbeschikkingen laten passeren. Dit werd vrijwillige rechtspraak genoemd. Een andere concurrent werd gevormd door de pastoors. Deze waren namelijk bevoegd om testamenten op te maken. Het erfrecht was namelijk sterk door de kerk (zie canoniek recht) beinvloed. In Nederland verdween deze laatste concurrent met de reformatie. De concurrentie met schepenen is echter tot de invoering van de Franse wetgeving blijven bestaan.

Vanaf circa 1520 werd in onze streken het notariaat steeds sterker door de burgerlijke overheid gereguleerd. Er werd bepaald dat er registers moesten worden aangelegd en dat deze registers na beeindiging van het ambt moesten worden overgedragen aan de overheid of aan opvolgers. Er werden regels gesteld voor de inrichting van de akten, de getuigen, etc. Daarnaast werd uitdrukkelijk aangegeven welke akten notarissen niet mochten passeren, namelijk: transportaktes, hypotheken, boedelscheidingen. Deze mochten alleen voor schepenen verleden worden. In sommige regio's was het de notaris bovendien verboden publieke verkopingen te houden.

Verwarrend is dat de 17e en 18e eeuwse notarissen, die geen transportakten mochten opmaken, wel koopcontracten van onroerend goed verleden. Met deze koopcontracten werd het onroerend goed niet overgedragen. Er werd alleen een verplichting geschapen tussen de verkoper en koper, waarbij de eerste zich verplichtte aan de overdracht van het goed voor de schepenbank mee te werken en de ander gehouden was de afgesproken koopsom te betalen. Overigens was de scheidslijn tussen notariaat en schepenbank in de praktijk veelal dunner dan in de regeling gesignaleerd. Veelal waren de secretarissen en klerken van de schepenbank tevens notaris. Zij hadden dan naast hun werkkring nog een privé-praktijk.

Overigens heeft zich het notariaat niet overal in de Nederlanden gelijk ontwikkeld. In Gelderland, Overijssel, Drente, Friesland en Groningen is het voor 1811 nauwelijks tot ontwikkeling gekomen. Elders verbreidde het zich veel ruimer, zelfs zo dat ook in de dorpen notarissen resideerden.

Met de invoering van het Franse systeem kwam een einde aan de vrijwillige rechtspraak door schepenen. Notarissen kregen met uitsluiting van anderen de bevoegdheid openbare verkopingen te leiden. Het overdragen en belasten van onroerend goed kon echter zonder tussenkomst van de notaris. Na instelling van de zogenaamde Hypotheekbewaarder, Franse wetgeving uit 1799, werd het alleen verplicht sommige hypotheekakten te laten registreren. Akten van overdracht konden geregistreerd worden, maar dat hoefde in eerste instantie niet. Pas in 1825 werd deze registratie verplicht gesteld. De verplichte overdracht voor de notaris bestaat in Nederland pas vanaf 1956. Daarvoor werd echter in verband met de rechtszekerheid al het leeuwendeel van de overdrachten notarieel verleden.

Een belangrijk verschil tussen overdracht voor de notaris en overdracht voor schepenen is, dat schepenen in beginsel alleen akten inzake onroerend goed mochten passeren voor goederen die binnen hun rechtsgebied gelegen waren. Notarissen kunnen vanaf de Franse tijd vrij binnen Nederland opereren.

Dat Abraham van Nouhuijs notaris was, blijkt uit onderstaande notariële akte en uit de advertentie in de Opregte Haarlemsche courant 08-05-1824:

Notarieel archief Asten 41-72; 28-08-1818:
Abraham van Nouhuijs scheiding en deling van Mattijs Jan Thijssen, bouwman, wonende te Asten en Jan Martinus Slaats, arbeider, wonende te Vlierden in huwelijk hebbende Petronella Jan Thijssen de welke bij deze verklaren te hebben verdeeld al de vaste onroerende goederen hun te samen in eigendom toebehorende en hun aangekomen door het overlijden van hun ouders in 1818 eerstelijk een huis en aangelag, gelegen binnen Asten ter grote van omtrent 2 lopense 14 roeden nevens erve van de kinderen Paulus Peters en de weg getauxeert op een somme van 366 gulden Item de helft van een parceel groese.

05a

Het huwelijk van zijn dochter staat opgetekend in de Opregte Haarlemsche courant van 13-09-1825:

05b

Abraham van Nouhuijs is op 13-05-1829 te Asten overleden en en hieronder zijn overlijdensakte:

05c

Voor zijn opvolging als notaris werd er in de Noord-Brabander van 12-11-1829 aan de orde gesteld of de verhouding tussen notarissen van protestantse en katholieke huize wel in orde was:

06a

06b

Het huis is verkocht aan David Horn die het hoogstwaarschijnlijk verhuurde aan de notarissen die Abraham van Nouhuijs opvolgden.

Jan Willem van de Ven 1833-1835

Een opvolger van Abraham van Nouhuijs was Jan Willem van de Ven, geboren te Eindhoven op 29-07-1781 als zoon van Wilbertus van de Ven en Anna Christina Rommeling. Hij is als notaris op 23-05-1827 te Erp getrouwd met Catharina van de Werk, geboren te Erp op 17-08-1802 als dochter van Bastiaan van de Werk en Anna Rietman. Hieronder het gezin van Jan Willem van de Ven en Catharina van de Werk:

# Voornaam Geboorte Huwelijk Overlijden Referentie
1 Anne Christina Woensel 01-04-1828 Veghel 02-07-1851
Jacobus Vriezekolk
Erp 10-07-1862
Jan Marinus Broers
Leiden 05-03-1894
2 Albertina Bastiana Asten 09-06-1830 Erp 10-07-1862
Pieter Aarnout Broers
Nijmegen 11-10-1912
3 Elisabeth Philippina Asten 23-10-1831 Ongehuwd Erp 19-03-1915
4 Hendrica Johanna Asten 04-05-1835 Kind Helmond 17-01-1836
5 Hendrica Johanna Helmond 08-02-1837 Kind Helmond 20-01-1838
6 Jan Willem Helmond 20-07-1839 Kind Helmond 22-06-1840

Jan Willem van de Ven wordt benoemd tot plaatsvervangend vrederechter in Asten, zoals medegedeeld in de Nederlandsche staatscourant van 28-11-1833:

06c

In de Opregte Haarlemsche courant van 12-05-1835 de geboorte van dochter Hendrica Johanna:

06d

Zij verhuizen in 1835 naar Helmond. Jan Willem van de Ven is op 14-04-1840 te Helmond overleden en Catharina van de Werk is op 28-03-1873 te Erp overleden. Hieronder een portret van Jan Willem van de Ven, van Catharina van de Werk en van hun drie dochters2:

06e 06f 06g 06h 06i

In de Opregte Haarlemsche courant van 18-04-1840 het overlijden van Jan Willem van de Ven te Helmond:

06j

Cornelis Mari van der Goes 1835-1844

Volgens de Algemeene verzameling van decisien, arresten en vonnissen, Volume 9 van 18353 is Cornelis Mari van der Goes zijn opvolger als notaris:

06k

Als opvolger van Jan Willem van de Ven is aangesteld Cornelis Mari van der Goes, geboren te Ravenstein op 15-09-1805 als zoon van Frank van der Goes en Louisa Bauman. Hij is als notaris op 07-06-1844 te Oldebroek getrouwd met Maria Catharina Albertine Everdina Engelenburg, geboren te Oldebroek op 25-10-1809 als dochter van Frans Thomas Engelenburg en Ephraëmine Barthe Jeanne de la Sabloniere. Zij hadden en levenloos geboren kind, geboren en overleden te Beek op 03-05-1852.

De Nederlandsche staatscourant van 28-01-1836 meldt dat Cornelis Mari van der Goes benoemd is tot plaatsvervangend vrederechter:

In de Noord-Brabander van 07-08-1838, 05-10-1839, 20-02-1840 en van 02-11-1841 vier transacties waarbij notaris Cornelis Mari van der Goes betrokken is:

06l 06m
06n 06o

Cornelis Mari van der Goes wordt benoemd tot secundus lid van het hervormd kerkbestuur volgens de Nederlandse staatscourant van 27-01-1844:

06p

Volgens het Dagblad van 's Gravenhage van 21-06-1844 wordt Cornelis Mari van der Goes benoemd tot notaris in Beek bij Nijmegen:

06q

Eind 1844 verzoekt Cornelis Mari van der Goes voor eervol ontslag als plaatsvervangend kantonrechter, aldus het Algemeen Handelsblad van 04-11-1844:

06r

Cornelis Maria van der Goes vertrekt begin 1845 naar Beek bij Nijmegen. Maria Catharina Albertine Everdina Engelenburg is op 18-02-1884 te Beek overleden en Cornelis Mari van der Goes is te Beek op 26-12-1892 overleden.

In het Rotterdamsch nieuwsblad van 19-02-1884 en het Algemeen Handelsblad van 29-12-1892 staan hun overlijdensadvertenties. Rechts daarvan een foto van het echtpaar:

06s

06t

06u

Cornelis Mari van der Goes wordt opgevolgd door Frederik Albert Rovers, die op de toenmalige Molenstraat woonde.

Geschiedenis na 1845

Het huis is rond 1835 verkocht aan Joanna Maria Slaats, die het in eerste instantie deels verhuurde aan bovengenoemde notaris. Na zijn vertrek werd het huis volledig bewoond door Joanna Maria Slaats, geboren te Asten op 08-04-1795 als dochter van Antonie Peter Slaats en Johanna Martens (zie Lagendijk 7). Zij is sinds 27-01-1831 weduwe van Peter Wilbers, geboren op 02-03-1800 te Asten als zoon van Hendrik Theodori Wilbers en Anna Petri van Maris, met wie zij op 05-02-1820 te Asten getrouwd was. Na een huwelijk met Joannes Brekelmans is Joanna Maria Slaats is op 22-04-1841 te Asten hertrouwd met akkerbouwer Jan Bennenbroek, geboren te Someren op 20-03-1796 als zoon van Philip Francis Bennebroek en Catharina de Leeuw. In het bevolkingsregister van Asten over de periode 1859-1869 wonen in het huis met huizingnummer A2:

07

Joanna Maria Slaats is op 18-05-1869 te Asten overleden en Jan Bennenbroek woont als winkelier met kleinkinderen in het huis met huizingnummer A2:

08

Jan Bennenbroek is op 22-01-1879 te Asten overleden en zijn schoonzoon Lambertus Godefridus Michielsen, geboren te Asten op 06-01-1827 als zoon van Hendrik Michielsen en Petronella Kanters wordt hoofd van het huis. Hij is op 27-04-1858 te Asten getrouwd met Joanna Maria Wilbers, geboren te Asten op 13-01-1830 als dochter van eerder genoemde Peter Wilbers en Joanna Maria Slaats. In het bevolkingsregister van Asten over de periode 1879-1890 wonen zij in het huis met huizingnummer A2:

09

Joanna Maria Wilbers is op 24-08-1880 te Asten overleden en Lambertus Godefridus Michielsen verhuurt hij het huis aan Johanna Hendrika Reijnen, geboren te Wansum op 04-06-1835 als dochter van Joannes Christianus Reijnen en Petronella Henckens. Zij is sinds 07-08-1879 weduwe van Gerardus Gitsels, geboren te Venraij op 02-04-1827 als zoon van Pieter Gitsels en Margaretha Janssen. De weduwe Gitsels woont als logementhoudster met haar kinderen in het huis.
In de krant de Zuid-Willemsvaart van 24-03-1883 besluit Lambertus Godefridus Michielsen het huis te verkopen:

10

Lambertus Godefridus Michielsen woont daarna op verschillende plaatsen en krijgt in Dinther nog een gevangenisstraf voor het overtreden van de drankwet:

10a

Hij woont ook nog in Ravensteijn alvorens hij zich in 1892 in Mierlo vestigt, alwaar Lambertus Godefridus Michielsen op 30-06-1894 komt te overlijden.

Johanna Hendrika Reijnen verhuist naar A20 (zie Molenstraat 2) en de koper is Joannes van Hoek, geboren te Asten op 30-06-1841 als zoon van Jan van Hoek en Petronella van der Zanden. Hij komt vanuit de Marktstraat en is dan als kuiper op 28-10-1878 te Asten getrouwd met Petronella Hurkmans, geboren op 07-04-1841 te Someren als dochter van Francis Hurkmans en Johanna van den Broek.

Petronella Hurkmans is op 12-04-1889 te Asten overleden en Joannes van Hoek is op 29-05-1890 te Mierlo hertrouwd met Johanna Manders, geboren te Mierlo op 19-02-1855 als dochter van Antonie Manders en Johanna Maria van den Eijnden. In de periode 1890-1900 wonen Joannes van Hoek en Johanna Manders met kinderen uit beide gezinnen in het huis met huizingnummer A2:

In de Provinciale Noordbrabantsche en 's Hertogenbossche courant van 26-04-1879 vraagt Joannes van Hoek om kuipers die de groeiende vraag naar botervaatjes voor de margarinefabriek van Bluijssen kunnen maken:

11

12

Naast kuiper dreef Joannes van Hoek ook een herberg en in de Provinciale Noordbrabantsche en 's Hertogenbossche courant van 02-12-1887 worden zigeuners brood en koffie aangeboden:

12a

In het café van Joannes van Hoek wordt ook nog kaart gespeeld door vitale Astense ouderen zoals bericht in de Provinciale Noordbrabantsche en 's Hertogenbossche courant van 15-11-1889:

12b

Joannes van Hoek is op 04-09-1898 te Asten overleden en in de krant de Zuid-Willemsvaart van 12-10-1898 wordt de gehele inboedel en de kuipersgereedschappen te koop aangeboden:

Na de eeuwwisseling komt het huis in handen van dochter Anna Maria (Antje) van Hoek, geboren te Asten op 28-10-1875. Zij is te Asten op 10-04-1896 getrouwd met smid Johannes (Jan) Verdijsseldonck, geboren te Someren op 31-02-1866 als zoon van Anthonius Verdijsseldonck en Catharina Verspeek.

Hieronder een foto van dansende kinderen ter gelegenheid van de inhuldiging van koningin Wilhelmina in 1898 voor hotel "De Arend":

12c

Hieronder uit de krant de Zuid-Willemsvaart van 05-02-1902 een verkoop, waaruit blijkt dat het echtpaar Verdijsseldonck-van Hoek ook een herberg runt.

Rechts een bericht dat Johannes Verdijsseldonck ook een fietsenwinkel begint, volgens de krant Het nieuws van de dag van 18-03-1907.

13

14

In het bevolkingsregister van Asten over de periode 1900-1910 wonen zij in het huis met huizingnummer A2:

15

In de herberg van Jan Verdijsseldonck werden ook biljartwedstrijden gehouden, zoals hier gemeld in de Provinciale Noordbrabantsche en 's Hertogenbossche courant van 23-04-1902. Frans Knaapen en Bertje "de Post" delen nog in de prijzen. 16

17

Boven een foto van Jan Verdijsseldonck op de praalwagen ter ere van het 50-jarige burgemeesterschap van Godefridus Marcellus Frencken in 1904. Hieronder een foto uit 1906 van het gezin van Jan Verdijsseldonck en Antje van Hoek met van links naar rechts de kinderen Anna Catharina Maria, Petronella Jacoba, Petrus Jan en Antonie Jan:

18

In 1906 had nog een brandje plaats door een ontploffende gaslantaarn, zoals gemeld in de krant de Zuid-Willemsvaart van 27-01-1906:

18a

Hieronder in de krant de Zuid-Willemsvaart van 05-02-1910 lezen we over twee gebeurtenissen in Asten, afscheid van burgemeester Switzar en twee wereldreizigers die overnachten in hotel "De Arend". In de krant de Zuid-Willemsvaart van 21-02-1914 verkoopt Jan Verdijsseldonck wat spullen:

19 20

Over de periode 1910-1920, Johannes Verdijsseldonck is op 24-01-1919 te Asten overleden en oudste zoon Antonie Jan Verdijsseldonck neemt het vak van rijwielhersteller van zijn vader over terwijl Anna Maria van Hoek als hotelhoudster te boek staat.

In de krant de Zuid-Willemsvaart van 16-02-1918 de verandering van smederij in rijwielwinkel en in de krant de Zuid-Willemsvaart van 24-06-1922 vraagt de weduwe Verdijsseldonck een dienstbode:

21 22

Over de periode 1920-1930 woont het gezin Verdijsseldonck-van Hoek in het huis met huizingnummer A2, ook bekend staand als Markt 2.

23

In het Eindhovensch dagblad van 09-03-1929 de overdracht van de rijwielzaak van Anna Maria van Hoek naar haar zoon Antonie Jan Verdijsseldonck:

24

25

Boven en onder foto's van hotel "De Arend" uit het begin van de 20e eeuw:

26

Ook in de periode 1930-1938 woont Anna Maria van Hoek in het huis tot haar vertrek rond 1938 naar Dijkstraat 3. Haar zoon Antonie Jan Verdijsseldonck is dan verhuisd naar Molenstraat 25 en later naar Prins Bernhardstraat 4:

27

Hieronder een foto van de rijwielzaak van Verdijsseldonck:

28

Het vertrek van de voetbalclub NWC uit het café van de weduwe Jan Verdijsseldonck kondigt het einde van hotel de Arend aan, zoals medegedeeld in de krant de Zuid-Willemsvaart van 04-08-1938:

Hotel "De Arend" is opgekocht door de gemeente Asten en daarna afgebroken in verband met de bouw van het nieuwe gemeentehuis, zoals blijkt uit deze artikelen in de krant de Zuid-Willemsvaart van 16-12-1938, 31-12-1938 en 18-09-1939:

28a 29

30

Hieronder een foto genomen net na de afbraak van hotel "De Arend":

30a

Anna Maria (Antje) van Hoek is op 17-07-1959 te Asten overleden en hieronder de overlijdensakte van Johannes (Jan) Verdijsseldonck en rechts het bidprentje bij het overlijden van Anna Maria (Antje) van Hoek:

31 32

Hieronder een foto van de familie Verdijsseldonck op de Dijkstraat met links Antje Verdijsseldonck:

33

Overzicht bewoners

Huis in het Derp
Jaar Eigenaar Geboorte Hoofdbewoner Geboorte
1674 Joost Hendrick Doensen Asten 02-12-1649 Joost Hendrick Doensen Asten 02-12-1649
1703 weduwe Joost Doensen Asten 12-05-1646 weduwe Joost Doensen Asten 12-05-1646
1716 Jan Joost Doensen Asten 14-04-1676 Jan Joost Doensen Asten 14-04-1676
Dorp huis 103
Jaar Eigenaar Geboorte Hoofdbewoner Geboorte
1736 kinderen Jan Doense Asten 22-06-1716 weduwe Jan Doense Asten 24-02-1683
1741 kinderen Jan Doense Asten 22-06-1716 weduwe Jan Doense Asten 24-02-1683
1746 kinderen Jan Doense Asten 22-06-1716 weduwe Jan Doense Asten 24-02-1683
1751 kinderen Jan Doense Asten 22-06-1716 weduwe Jan Doense Asten 24-02-1683
1756 kinderen Jan Doense Asten 22-06-1716 weduwe Jan Doense Asten 24-02-1683
1761 kinderen Jan Doense Asten 22-06-1716 weduwe Jan Doense Asten 24-02-1683
1766 Joost en Jenneke Doense Asten 22-06-1716 Joost en Jenneke Doense Asten 22-06-1716
1771 Joost en Jenneke Doense Asten 22-06-1716 Joost en Jenneke Doense Asten 22-06-1716
1776 Joost en Jenneke Doense Asten 22-06-1716 Joost en Jenneke Doense Asten 22-06-1716
1781 Joost Doense Asten 22-06-1716 Joost Doense en Jacobus Hoefnagels Asten 22-06-1716
1798 Leendert Bots Borkel 17-04-1755 Abraham van Nouhuijs Sint-Oedenroede 09-07-1750
1803 Leendert Bots Borkel 17-04-1755 Abraham van Nouhuijs Sint-Oedenroede 09-07-1750
Kadasternummer G582
# Periode Naam hoofdbewoner Geboorte Tweede persoon Geboorte Vertrek
G582 1830 David Horn Waldniel (D) ±1762
G582 1835 Joanna Maria Slaats Asten 08-04-1795
Markt 2
# Periode Naam hoofdbewoner Geboorte Tweede persoon Geboorte Vertrek
1803-1814 Abraham van Nouhuijs Sint-Oedenrode 09-07-1750 Cornelia Catarina Mans Middelbeers ±1761 02-11-1814
1814-1829 Abraham van Nouhuijs Sint-Oedenrode 09-07-1750 met kinderen 13-05-1829
1830-1835 Jan Willem van de Ven Eindhoven 29-07-1781 Catharina van de Werk Erp 17-08-1802 Helmond
1835-1844 Cornelis Mari van de Goes Ravenstein 15-09-1802 Maria Catharina Engelenburg Oldebroek 25-10-1809 Beek
1844-1859 Jan Bennenbroek Someren 20-03-1796 Joanna Maria Slaats Asten 08-04-1795
A2 1859-1869 Jan Bennenbroek Someren 20-03-1796 Joanna Maria Slaats Asten 08-04-1795 18-05-1869
A2 1869-1878 Jan Bennenbroek Someren 20-03-1796 met familie 22-01-1879
A2 1878-1879 Lambert Michielsen Asten 06-01-1827 Johanna Maria Wilbers Asten 13-01-1830
A2 1879-1880 Lambert Michielsen Asten 06-01-1827 Johanna Maria Wilbers Asten 13-01-1830
A2 1880-1883 Lambert Michielsen Asten 06-01-1827 Johanna Maria Wilbers Asten 13-01-1830 24-08-1880
A2 1883-1890 Johanna Hendrina Reijnen Wansum 14-06-1835 weduwe Gitzels naar A20
A2 1890-1900 Joannes van Hoek Asten 30-06-1841 Johanna Manders Asten 19-02-1855 04-09-1898
A2 1900-1910 Jan Verdijsseldonck Someren 31-02-1866 Anna Maria van Hoek Asten 28-10-1875
A2 1910-1920 Jan Verdijsseldonck Someren 31-02-1866 Anna Maria van Hoek Asten 28-10-1875 25-01-1919
A2 1920-1930 Anna Maria van Hoek Asten 28-10-1875 weduwe Verdijsseldonck
2 1930-1938 Anna Maria van Hoek Asten 28-10-1875 weduwe Verdijsseldonck
Referenties
  1. ^Het notariaat (https://geneaknowhow.net/faq/recht/notariaat.htm)
  2. ^Van de Ven, portretten (http://pentalpha.nl/van-de-ven-portretten)
  3. ^Algemeene verzameling van decisien, arresten en vonissen, Volume 9 van 1835 (googlebooks.nl)

De meest gebruikte referenties staan in de introductie vermeld

Laatst bijgewerkt op 7 september 2021, 12:47:11

XS
SM
MD
LG
XL

Heemhuis, Molenstraat 10 Someren
Open op dinsdag van 9 tot 12 uur en op donderdag van 19 tot 21 uur.


Archeologiehuis, Molenstraat 14 Someren
Open na afspraak met een van de bestuurleden.

Printen