logo

Index


Marktstraat 5

Dit huis dateert uit ongeveer 1675 en is in eigendom van Judocus Hendrix Doensen, geboren te Asten op 06-12-1649 als zoon van Henricus Henrici Doense en Joanna Judoci. Hij is op 10-04-1674 te Asten getrouwd met Johanna Huberts Jan Tielen, geboren te Asten op 12-05-1646 als dochter van Hubertus Joannis en Maria:

Contraxerunt sponsalia 1 Aprilis Joost Hendricks et Jenneke Joosten coram Jelis Joosten et Aert Derricks. Matrimonio 10 Aprilis coram Jacobus van de Loop et Flips Fransen.

Ondertrouwcontract op 1 april van Joost Hendricks en Jenneke Joosten voor Jelis Joosten en Aert Derricks. Huwelijk op 10 april voor Jacobus van de Loop en Flips Fransen.

01

Het gezin van Judocus Hendrix Doensen en Johanna Huberts Jan Tielen:

# Voornaam Geboorte Huwelijk Overlijden Referentie
1 Hendrick Asten 11-08-1674 Zevenaar
2 Johannes Asten 14-04-1676 Asten 01-06-1710
Judoca Francis Hoefnagels
Asten 23-06-1733
3 Franciscus Asten 14-04-1678 Deurne 05-12-1700
Maria Peters van Breij
Meijel 10-08-1730
4 Judocus Asten 05-04-1681 Ongehuwd Overschie 09-06-1718
5 Anna Asten 04-02-1683 Asten 12-07-1705
Franciscus Saris
Tongelre 25-02-1742

Joost Hendrick Doensen woont zelf in een ander nabijgelegen huis aan het Marktveld en is te Asten op 02-12-1703 is overleden. Johanna Huberts Jan Tielen als weduwe van Joost Hendrick Doensen is op 10-11-1715 te Asten overleden en de bezittingen worden verdeeld onder de erfgenamen, waarbij zoon Judocus Doensen het huis erft:

Asten Rechterlijk Archief 114 folio 151; 29-02-1716:
Hendrick Joost Doensse, Jan Doensse, Francis Doensse, Joost Doensse en Francis Saris getrouwd met Anneke Doensse. Allen kinderen van Joost Hendrick Doensse. Zij delen diens nagelaten goederen:
1e lot krijgt Francis Saris 't groot huis, aangelag en schuur aan de Kerck, in het Dorp 1 lopense, ene zijde Martinus Jan Paulus, andere zijde weduwe Jan Paulus, ene en andere einde de straat. Belast met 5 gulden per jaar aan 's Gravesande, rentmeester der Geestelijke Goederen; 2 gulden 10 stuiver per jaar aan de Kerk van Asten; groes de Vrouwkeskaris in de Karis 2 lopense; groes agter Ostade 5 lopense; land Jan Huybersacker aan de Pas 2 lopense 27 roede; land het Faassenackerken aan de Pas 1 lopense 2 roede. Belast met 1 penning per jaar aan het Huis van Asten; land den Schellingacker aan de Wintmolen 1 lopense. Ordinaire verponding 6 gulden 10 stuiver per jaar.
2e lot krijgt Joost Doenssen het klein huiske aan het Merckvelt, ene zijde Jan van Riet, andere zijde en ene einde de straat, ander einde kinderen Gijsbert Goorts; groes Jan van Rutvelt int Root 3 lopense 25 roede; land in de Heesackers 3 lopense 11 roede; land aant out Kerkenhuys 2 lopense 11 roede. Ordinaire verponding 5 gulden per jaar.
3e lot krijgt Hendrick Doenssen huis, hof en aangelag in het Dorp ½ lopense, waarin Jan Plenders woont ene zijde Jacob van de Loo, andere zijde Joris Alons, ene einde Jacob Matijssen, andere einde de straat; groes den Hogendries int Root 5 lopense; land in de Loverbosch 5 lopense; land in de Snijderscamp 1 lopense; land den Berg aant Dorp 1 lopense 12 roede. Ordinaire verponding 5 gulden 10 stuiver per jaar.
4e lot krijgt Francis Doensse groes het Bosvelt int Root 6 lopense; groes Heckepostvelt agter Ostade 2½ lopense. Ordinaire verponding ƒ 3-7-7 per jaar.
5e lot krijgt Jan Doensse groes de voorste Karis 2 lopense 27 roede. Ordinaire verponding: 1 gulden 10 stuiver per jaar.
Verder alle pretensen ende dote in verdere schulden, tsij van geleende als aangetelde gelden van wat naam of comenschap die oock soude mogen wesen en tot wiens laste die soude mogen staan, aan de voorschreven gelijcke condividenten vanwegens haar versterf van haar ouders verkregen verschult.

Zoon Judocus Doense is geboren te Asten op 05-04-1681 en volgens het archief van Asten vraagt hij een certificaat aan, waarschijnlijk om te reizen:

Asten Rechterlijk Archief 114 folio 110; 13-06-1715:
Certificaat voor Joost Joost Doensen, om hem voor een eerlijk persoon te erkennen.

Enkele jaren later is hij op 09-06-1718 te Overschie overleden en worden zijn goederen door zijn broer Jan getaxeerd:

Asten Rechterlijk Archief 162; 05-07-1718:
Taxatie van de onroerende goederen van Joost Doenssen overleden 9 juni 1718, te Auwerschi in Hollant. De taxatie is gedaan op verzoek van Jan Doensen, broeder van de overledene. Waarde:
Huiske en hof aant Mercktvelt ½ copse, ene zijde en einde de straat, andere zijde Jan van Riet, andere einde Hendrik Jan Hoefnagels ƒ 200,-
Groes int Root 2½ lopense ƒ 120,-
Land den Heesacker 3 lopense ƒ 50,-
Land in de Loverbosch 1½ lopense 11 roede ƒ 20,-
Totaal ƒ 390,-
20e penning is ƒ 19-10-0.

Hieronder zijn begraafakte van het gaardersarchief op de begraafplaats van Overschie:

02

Het huis wordt enkele jaren later verkocht aan Francis Saris:

Asten Rechterlijk Archief 107b folio 75 verso; 30-03-1724:
Jan Doensen verkoopt aan Francis Saris, president, te Tongelre een huiske en hof aan het Mercktvelt, ene zijde Jan Goort Hoefnagels, andere zijde de straat, ene einde Jan van Riet, andere einde het Mercktvelt; hooibeemd het Busvelt 7 lopense. Koopsom ƒ 350,-.
Een schepenobligatie van ƒ 300,- ten laste van Mattijs Hendrik Canters de dato 18-02-1717. Francis Saris zal betalen aan Francis Smits als wettige momboir over de onmondige kinderen van wijlen Jacob van der Meyden en Anna Maria Smits ten bate van die kinderen een schepenobligatie van
ƒ 600,- à 4% schepenen Eyndhoven de dato 21-02-1722.

Francis Saris is geboren te Tongelre rond 1680 als zoon van Bartel Jan Saris en Jenneke Peter Hendrik Borghouts. Hij is op 12-07-1705 te Asten getrouwd met Anna Joost Doense, geboren op 04-02-1683 te Asten als dochter van Judocus Hendrix Doensen en Johanna Huberts Jan Tielen:

03

Het gezin van Francis Saris en Anna Joost Doense:

# Voornaam Geboorte Huwelijk Overlijden Referentie
1 Reijnier* Tongelre ±1704 Luyksgestel 20-01-1732
Elisabeth Thomas Nijssen
Tongelre 13-09-1733
Johanna Van Houten
Tongelre 17-06-1779
2 Bartolomeus Tongelre 11-05-1706 Ongehuwd Tongelre 06-06-1769
3 Josephus Tongelre 26-09-1707 Nuenen 28-05-1730
Maria Petri Coolen
Tongelre 14-07-1778
4 Martinus Tongelre 07-08-1709 Kind Tongelre ±1709
5 Johannes Tongelre 13-09-1710 Tongelre 17-01-1733
Eva Maria Mickers
±1752
6 Johanna Tongelre 06-04-1712 Tongelre 29-10-1741
Hendrik van den Boomen
Tongelre 28-07-1753
7 Hendricus Tongelre 16-07-1716 Tongelre 18-01-1739
Theodora Mickers
Tongelre 19-08-1741
8 Martinus Tongelre 19-01-1718 Tongelre 19-05-1743
Francisca Petri Coolen
Tongelre 20-01-1787
8 Petrus Tongelre 13-07-1720 Kind Tongelre 30-07-1720
9 Petrus Tongelre 07-12-1721 Tongelre 21-02-1745
Cornelia van de Sanden
Tongelre 13-11-1767
10 Franciscus Tongelre 27-01-1724 Kind Tongelre 27-04-1726

* onechte zoon samen met Jenne Maria Snoecken; verklaring van Francis Saris dat hij zijn onechte zoon Reijnier Saris, verwekt bij Jenne Marie Snoecken, op mondige leeftijd 400 gulden zal betalen, 25-06-1705 sluiten NTI-10220-79, akte 8, Index Schepenbank Tongelre

Francis Saris is president-schepen te Tongelre en woont ook daar; hij verhuurt het huis aan derden. Zijn zwager Jan Joost Doense verzoekt hem om een bedrag van 1000 rijksdaalders te innen:

Asten Rechterlijk Archief 115 folio 1; 02-04-1718:
Jan Joost Hendrik Doense, oud borgemeester en een der vier geswoorens geeft procuratie aan Francis Saris, zijn zwager, te Tongelre, om te innen en te ontvangen 1000 rijksdaalders, als hem bij scheiding en deling, met zijn broeders en zwager, ten deel zijn gevallen en die Jean Hoaux, aan de vrouw van Jean Martel, coopman, te Luyck, op 06-11-1698, voor rekening van de Graven van Barlo heeft verstrekt.

Francis Saris heeft nog geld tegoed van Mathijs Hendrik Canters voor een verkocht paard en ook nog van een geleend bedrag:

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 01-10-1725:
Francis Saris, oud president te Tongelre, aanlegger contra Matthijs Hendrick Canters. Gedaagde heeft in 1717 een paard gekocht van aanlegger voor ƒ 54,-. Tot nog toe is dit niet betaald.

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 13-12-1728:
Francois Saris, aanlegger contra Mattijs Hendrik Canters, gedaagde.
Matijs Hendrik Canters is, sinds 18-02-1717, schuldig aan Jan Joosten Doensen ƒ 300,- à 4% te lossen binnen twintig jaar. Op 30-03-1724 heeft Jan Doensen, voor schepenen Eyndhoven, aan Francis Saris, president te Tongelre en aanlegger ondermeer de voorschreven obligatie verkocht. Sinds die tijd is de rente niet meer betaald geworden. Reden om in recht te gaan.

Francis Saris verkoopt het huis aan Joost Jan Hoefnagels:

Asten Rechterlijk Archief 94 folio 18 verso; 19-01-1734:
Francis Zaris, te Tongere, verkoopt aan Joost Jan Hoefnagels huis, hof en aangelag 5 lopense, ene en andere zijde de straat, ene einde Martinus Jan Paulus, ander einde erven Jan Paulus. Belast met
ƒ 2-10-0 per jaar aan de Kerk van Asten; ƒ 5-00-0 per jaar aan de rentmeester van de Beursen, te
's Hertogenbosch. Koopsom ƒ 125,-, ƒ 9,50 zijnde een pistol voor de vrouw van Francis Zaris. Lasten ƒ 187,50.

Francis Saris is op 20-03-1741 te Tongelre overleden en Anna Joost Doense is op 25-02-1742 te Tongelre overleden. Bij de verpondingen van 1713 wordt Joost Jan Hoefnagels vooruitlopend op bovengenoemde verkoop als eigenaar van een huis in het dorp genoemd:

Verpondingen 1713 XIV-60 folio 30 verso:
April 1739 Joost Jan Hoefnagels.
Aan van Frans van Ruth dat Draak aangeschreven was. In de bede ƒ 0-5-0.

Judocus Jan Hoefnagels is geboren te Asten op 06-12-1699 als zoon van Johannes Hoefnagels en Johanna Jansen Paulus. Hij is op 04-08-1720 te Asten getrouwd met Josijna Jansen Verleysdonck, geboren te Asten op 10-09-1685 als dochter van Johannes Jansen en Elisabeth Goort Hoefnagels. Zij is weduwe van Johannes Aerts, geboren te Vlierden rond 1676 met wie zij op 13-11-1712 te Asten getrouwd was. Na haar overlijden te Asten op 01-05-1733, is Judocus Jan Hoefnagels op 06-09-1733 te Asten hertrouwd met Ida Jansen van Dyck, geboren te Asten op 17-03-1690 als dochter van Johannes Goorts en Catharina Driessen en weduwe van Franciscus Reijnders. Uit dit huwelijk zijn geen kinderen bekend:

Juncti sunt matrimonio Judocus Jan Hoefnagels et Josijna Jois Verleijsdonck; testes Jan Peeters et Arnoldus Aerts.

In huwelijkse echt gebonden Judocus Jan Hoefnagels en Josijna Jois Verleijsdonck; getuigen Jan Peeters en Arnoldus Aerts.

04

Het gezin van Judocus Jan Hoefnagels en Josijna Jansen Verlensdonck:

# Voornaam Geboorte Huwelijk Overlijden Referentie
1 Johannes Asten 04-04-1721 Kind Asten ±1721
2 Margaretha Asten 08-02-1723 Vlierden 27-09-1744
Wilhelmus van der Sande
Vlierden 10-03-1804
3 Angela Asten 10-02-1725 Kind Asten ±1725
4 Johannes Asten 08-04-1728 Ongehuwd Asten 27-01-1777

Joost Jan Hoefnagels koopt voor die tijd al een huis van Gabriel Swanenbergh:

Asten Rechterlijk Archief 93 folio 211; 24-12-1732:
Gabriel Swanenbergh, koster en schoolmeester, verkoopt aan Joost Jan Hoefnagels huis, hof en aangelag 1½ lopense, ene zijde Peter Biemans, ene einde Jan Arts, andere einde de straat; de helft van een groesveld in de Root geheel 6 lopense, zijnde deze helft naast de zijde van Marten Marcelis met recht op te delen van de Aa tot op de erven van Jan Loomans; de helft in een groesveld in de Haseldonck geheel 4 lopense naast Willem van Weert met recht op te delen van de erven van Peter Hoefnagels tot op de erve van Willem Loomans; de helft in een groesveld aan Cruyskenswegh geheel 3 lopense naast de zijde van Peter Jan Smits met recht op te delen van de erve Peter Jan Arts tot op de erve van Paulus Hoefnagels; de helft in een groesveld te Ostaden geheel 2 lopense naast de Loop; de helft in een groesveld int Linder geheel 3 lopense naast de Loop; de helft van een akker op de Loghte geheel 5 lopense naast de zijde van Lijsbet Tielens; de helft in een akker aan de Molen geheel 3½ lopense naast Cornelis Manders; de helft in een akker te Ostaden geheel 4 lopense naast Aart Tielen; de helft van een akker aan de Wegen naast de kinderen Antony Verrijt; de helft in een akker int Berghslant geheel 1 lopense; land aan de Cruyskenswegh 1½ lopense. Verkoper is het aangekomen bij deling de dato 29-10-1726. Belast met: de helft van 2⁄3e deel van 2 vat rogge per jaar aan de Kempenaar; de helft van ƒ 1-7-8 per jaar aan de Heren van Asten. Joost Jan Hoefnagels blijft schuldig ƒ 150,- te betalen binnen een jaar. Marge: gelost 14-04-1738.

Voor zijn tweede huwelijk moet Joost Jan Hoefnagels nog een staat en inventaris opmaken en huwelijkse voorwaarden opstellen:

Asten Rechterlijk Archief 117 folio 38 verso; 20-08-1733:
Joost Jan Hoefnagels weduwnaar Josina Verlensdonck maakt ten behoeve van zijn minderjarige kinderen een staat en inventaris. Hij wil hertrouwen met Ida, weduwe Francis Reynders.
Onroerende goederen: groes onder Ostaden 6 lopense; land aan Vosserholen 3½ lopense; ¼e deel, onverdeeld, in zes percelen, door zijn ouders nagelaten; de goederen die door Gabriel Swanenbergh aan hem, comparant, zijn getransporteert.
Roerende goederen: twee bedden en toebehoren, beddelakens, tafellakens en handdoeken, twee eiken kisten, een kast en een broodkast, twee beddekoetsen, diverse ketels, potten, pannen, tobben, vier stoelen en een spinnewiel, enig tin, een hoge en een lage kar, ploeg en eg, een paard, vier koeien en twee lege beesten, wat klein landbouwgereedschap.

Asten Rechterlijk Archief 117 folio 39 verso; 20-08-1733:
Joost Jan Hoefnagels, weduwnaar Josina Jansen Verlensdonck, geassisteerd met Willem Verlensdonck, zijn neef bruidegom en Ida Jansen, weduwe Francis Reynders bruid. Zij maken huwelijkse voorwaarden. Beide partijen brengen al de goederen in die zij bezitten. De kin(deren) die uit dit huwelijk geboren worden zullen een zijn met de voorkinderen. Indien uit dit huwelijk geen kind(eren) geboren worden en de bruidegom komt te overlijden voor de bruid dan zal deze ontvangen ƒ 100,- en 25 vat rogge. Indien de bruid komt te overlijden voor de bruidegom dan zullen de door haar ingebrachte goederen aan de bruidegom blijven.

Joost Jan Hoefnagels heeft een voorval meegemaakt dat hem nog lang zal achtervolgen:

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 14-05-1733:
Pieter de Cort, drost, verzoekt aan schepenen om namens hem te verhoren Cristien Voermans, Willemyn Voermans, 20 jaar, Elisabet Hoefnagels, 17 jaar, meid van Cristina Voermans, Elisabet heeft geen eed willen afleggen, Jan Peeter Smits, Jan Willem Loomans, 20 jaar, Hendrick Vrients, 22 jaar, Tony Tony Franssen Voermans, 17 jaar, Arnoldus Molendijcx, de vrouw van Arnoldus Molendijcx.
Of Hendrick Halversmit, cirurgijn, alhier, op 11-01-1733, ten hare huize niet heeft verbonden van een quetsure in sijnen arm Jan Verdijsseldonck van Sommeren?
Christien weet dat Jan Verdijsseldonck en Hendrick Halversmit in het huis van Christien Voermans geweest zijn, doch heeft niet gezien dat Jan Verdijsseldonck verbonden werd. Zij had wel gehoord dat deze gequetst was. Omtrent den eedt verzoekt zij enig uitstel.
Willemijn heeft een en ander wel gezien.
Jan Willem Loomans en Hendrick Vrients weten van niets.
Op 12 mei 1733 legt Cristien Voermans den eedt af en persisteert bij haar voorgaande verklaring.
Willemyn Voermans persisteert bij haar voorgaande verklaring. Zij heeft echter niet gezien dat Halversmit de plaester daerop heeft geleyt maar wel dat hij de wonde uytmalcanderen doude en sijne smeerbusse op tafel opensettende eenige instrumenten gesien heeft.
Elisabeth verklaart dat zij gezien heeft dat Jan Verdijsseldonck van Somers een wonde had en dat de curigijn met sijn plaesterpot besig sijnde met plaester te maecken. Ook heeft zij gezien dat de wonde gevisiteerd werd en windels en doeken tot verband behorende.
Of zij, op de laatste dag van december 1732, ofwel, Nieuwjaar 1733, ten huize van de weduwe Frans Huyberts geweest zijn. En of daar niet met de caert speelende waeren onder andere Joost Jan Hoefnagels?
Tony Voermans zegt daar geweest te zijn en heeft Joost Jan Hoefnagels kaart zien spelen met Arnoldus, knecht van Piet van Dorren.
Jan Peeter Smits, Jan Willem Loomans en Hendrick Vrients beamen dit artikel.
Of er geen questie is ontstaan tussen Jan Peeter Smits en andere. En of deze toen niet bedreigd is geworden. Of Joost Jan Hoefnagels op Nieuwjaarsavond bij Arnoldus Molendijcx geen cruyt en loot heeft gekocht, hebbende een snaphaan in de hant?
Arnoldus Molendijcx verklaart dat op Nieuwjaaravond laatstleden, laat in den avond, zijn vrouw was al op bed liggende, in zijn huis is gekomen, Joost Jan Hoefnagels en die bij hem polver off bussecruyt heeft gekocht. Weet verder niets.
De vrouw van Arnoldus Molendijcx, op bed liggende, heeft gehoord dat Joost Jan Hoefnagels cruyt kwam halen. Weet verder niets.
Tony Voermans weet dat tussen Jan Peter Smits en Joost Jan Hoefnagels questie is geweest.
Op 27-01-1733 heeft Jan Peter Smits verklaart dat hij met Joost Jan Hoefnagels verschil van woorden heeft gehad en dat Joost Jan Hoefnagels toen zei: "Gaet gij door de voorste deure uyt, ick sal door de agterste deure uytgaen". En dat Joost Jan Hoefnagels hem tegen kwam op de hoek van het huis van de weduwe Frans Huyberts, zeggende: "Ik sal U schieten off gaet weg". Hij, deponent, is toen ook geschoten geworden door Joost Jan Hoefnagels. Bij het passeren deses zijn de doorschoten kleren getoond.
Jan Willem Loomans zegt dat Joost Jan Hoefnagels en Jan Peeter Smits verschil van woorden hebben gehad en dat Joost Jan Hoefnagels zei: "Gaet gij die deur uyt, ik sal die deur uytgaen".
Hendrick Vrients heeft geen verschil van woorden gehoord tussen voornoemde twee personen.
Op 12-05-1733 verklaart Tony Voermans dat hij heeft gezien dat Jan Peter Smits en Joost Jan Hoefnagels malcanderen sloegen en hantgemeyn waeren. Hij persisteert bij zijn voorgaande verklaringen.
Jan Willem Loomans verklaart dat hij heeft horen zeggen dat Jan Peter Smits is geschoten in sijnen buyck en verder dat wanneer Joost Jan Hoefnagels en Jan Peter Smits buitenshuis gegaan zijnde, hij een slag heeft gehoord, zonder te kunnen onderscheiden of het was een schiet off een slag op een deure.
Hendrick Vrients weet niets.
Op 12-05-1733 zegt Antony Antony Voermans gezien te hebben dat Joost Jan Hoefnagels een snaphaan in sijn hant hadde. En dat hij met Jan Peter Smits, buyten op de plaets, tussen de schuur en huysinge van de weduwe Frans Huyberts en Cobus Bartels sijnde, sijde, og siet toe hij heeft een snaphaen, laet ons gaen en Jan Peter Smits sijde dat hij den duyvel heeft en hij met Cobus weg gaende hebben aenstonts fuer gesien en eenen scheut gehoort en daerop uyt lopende hebben bevonden dat Jan Peter Smits in sijnen buyck was gequets, seggende, ik hebbe het nu genog en Joost Jan Hoefnagels naloopende hebben hem met een snaphaen bevonden dewelke sij hem hadde afgenomen.

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 21-09-1733:
Pieter de Cort, drost, aanlegger contra Joost Jan Hoefnagels, gedaagde.
Aanklacht: Poging tot moord.
Of het waar is dat gedaagde op de laatste dag van 1732 of op Nieuwjaarsnacht van 1733 is geweest, met onder andere Jan Peter Smits, ten huize van de weduwe Frans Huyberts en daar met de caert hebben sitten speelen. Dat hij, gedaagde, op Nieuwjaarsavond, is geweest bij Arnoldus Molendijcx, winkelier, en daar pulver off buscruyt heeft gekocht. Dat gedaagde met Jan Peter Smits questie heeft gekregen en dat ze elkander hebben geslagen. Dat gedaagde tegen Jan Peter Smits, zijnde in het huis van de weduwe Frans Huyberts, heeft gezegd: Gaat gij door de voorste deur uyt, ik sal door de agterste deur uytgaen". Dat gedaagde buiten de deur gegaan zijnde, Jan Peter Smits, op den hoek van het huis van de weduwe Frans Huyberts heeft ontmoet. zeggende, de gedaagde, tegen Jan Jan Peeters: "Ick sal U schieten" en met de snaphaen ook geschoten heeft?

Asten Rechterlijk Archief 20 folio 152; 24-08-1733:
Pieter de Cort, drost, aanlegger contra Joost Jan Hoefnagels, gedaagde. Gedaagde zegt dat hij nooit enig crimineel feit heeft begaan en staat erop te blijven in zijn goede reputatie en recht. Uit een gehouden verhoor zou blijken dat hij kruit heeft gekocht om met een snaphaan buitensdorps te gaan. Jan Peter Smits zou tegen hem gezegd hebben: "Gaet door die deur uyt, ik sal door de ander gaen".

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 16-02-1734:
Arnoldus Meulendijcx en zijn vrouw verklaren bij hun, op 19-01-1733, afgelegde getuigenis te blijven.
Zij bevestigen een en ander onder eede. Alvorende de eed afgelegd werd hebben ze gevraagd off Joost Jan Hoefnagels ontrent de raatcamer present was waarop de vorster neen heeft geantwoord.

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 19-05-1734:
Ter zake voorschreven, Tony Voermans dat hij persisteert bij zijn op 19-01-1733 en 12-05-1733 afgelegde verklaringen.

Ondanks de zware aanklacht met genoeg bewijsmateriaal blijft het proces zich voortslepen en dat wordt nog verergerd door het overlijden van de advocaat van Joost Jan Hoefnagels:

Asten Rechterlijk Archief folio 179; 25-02-1735:
Gedaagde kan zich, mits het overlijden van zijn advocaat, niet fourneren.

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 22-06-1739:
Aan het College,
Joost Jan Hoefnagels is, in 1733, door, nu wijlen Pieter de Cort, in leven drossard, in rechten betrokken geweest ter zake van het quetsen of schieten van Jan Peter Smits. Er is in zoverre proces gevoerd dat de zaak is gerenvoyeerd op de rolle en hij voorlopig ontslagen is geweest. Doordat zijn advocaat inmiddels is overleden, waardoor hij niet tijdig in het bezit kwam van de stukken en hij dus onkundig bleef van de loop der procedure. Ook in aanmerking genomen dat Jan Peter Smits van zijn gepretendeerde quetsure nooit enig letsel heeft gehad en altijd zijn werk, als kleermaker, buitenshuis heeft gedaan.
De tegenwoordige drossard heeft de zaak weer op de rolle gebracht en voortgezet, zie vonnis interlocutoir de dato 20-05-1737. Suppliant is hier geboren, uit eerlijke ouders, opgevoed en nog wonende, zie attestaties van drie getuigen, hebbende een vrouw en drie kinderen en van geen vermogen zijnde om tegen de drossard te gaan procederen.
Ook in aanmerking genomen de dood van zijn advocaat, waardoor de stukken in het ongereede zijn geraakt en het overlijden van andere getuigen. Omdat ook een proces niet zo lang opgehouden dient te worden, verzoekt suppliant deze zaak civiel te verklaren.
Marge: 06-07-1739 gezien het bericht van de drost zal aan onpartijdige rechtsgeleerden advies worden gevraagd en zal daarna beschikt worden.

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 06-07-1739:
Gezien het request van Joost Jan Hoefnagels, welke in 1733 is betrokken geweest over het schieten off quetsen van Jan Peter Smits dat die saake soo verre is geloopen dat de suppliant ontslagen is geworden van de personeele comparitie en dat in die saak bij vonnisse interlocutoir van 20-05-1737. Het proces wordt weer opnieuw opgenomen.

Uiteindelijk volgt er ruim 7 jaar na de schietpartij een veroordeling en komt Joost Jan Hoefnagels er met een boete vanaf:

Asten Rechterlijk Archief folio 202; 18-01-1740:
Gedaagde Joost Jan Hoefnagels wordt opgelegd een boete van ƒ 200,- en de kosten van het recht dit ter taxatie van schepenen.

Hieronder een samenvatting met de betrokken personen en hun adressen in 1733 en het overeenkomende huidige adres:

Naam Geboortedatum Rol Adres 1733 Huidige adres
Pieter de Cort ±1670 drossaard Helmond
Joost Jan Hoefnagels Asten 06-12-1699 dader Dorp 101 Marktstraat 7-11
Jan Peter Smits Asten 29-12-1697 slachtoffer Dorp 95 Kleine Marktstraat 7
weduwe Frans Huyberts Asten 04-08-1671 eigenaresse herberg, Johanna Joris Dorp 98 Markt 12
Christina Tony Voermans Someren 15-02-1687 getuige, vrouw Tony Voermans Dorp 76 Burgemeester Frenckenstraat 47
Willemijn Tony Voermans Asten 30-05-1713 getuige Dorp 76 Burgemeester Frenckenstraat 47
Elisabeth Hoefnagels Someren 27-05-1716 getuige, dienstmeid Dorp 76 Burgemeester Frenckenstraat 47
Tony Tony Voermans Asten 22-02-1716 getuige Dorp 76 Burgemeester Frenckenstraat 47
Jan Willem Loomans Asten 08-06-1713 getuige Dorp 97 Markt G520
Hendrick Vrients Asten 22-10-1707 getuige Dorp 96 Kleine Marktstraat 5
Arnoldus Meulendijcx Vlierden 10-01-1689 getuige, winkelier Dorp 13 Emmastraat 37-39
vrouw Aert Meulendijcx Asten 10-05-1696 getuige, Anna Marcelis van Bussel Dorp 13 Emmastraat 37-39

Ook is er nog een voorval met deurwaarder Hoogerlinden, waarbij zijn zwangere vrouw wordt mishandeld:

Asten Rechterlijk Archief 117 folio 79 verso; 30-09-1734:
Willem Jan Loomans, Jan Goort Loomans, te Someren en Goort Willem Loomans verklaren ter instantie van Joost Jan Hoefnagels. Willem Jan Loomans heeft gezien en gehoord dat tussen Meester Hoogerlinden en Joost Jan Hoefnagels in de keuken van voornoemde Hoogerlinden verschil was ontstaan wegens kornwerck en dat Joost voorschreven het mesch sijne sakken hadde gevraeght. Waarop Hoogerlinden zei dat hij, Hoefnagels, de zakken op de zolder zou dragen. En zei Hoefnagels dat sijne sakken werom te hebben of met het mesch daardoor te schneyen. Dat Joost Jan Hoefnagels het mes van zijn broeder Ariaan Jan Hoefnagels vroeg doch dat deze geen mes gegeven had. Waarop den voornoemden Hoogerlinden uyt de keucken in de Camer loopende met twee pistolen in de handt hebbende waarvan in de keucke quaam ende de pan van de pistolen visiterende. Verders niet gesien te hebben dat eenigh handtgemeenschap geweest.
Jan Goort Loomans verklaart als voor, doch van de pistolen niets te weten.
Goort Willem Loomans verklaart als de eerste en gezien te hebben dat Hoogerlinden de pistolen in zijn zak stak.

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 28-12-1734 fragment:
Verhoor ten behoeve van Pieter van Hoogerlinden, deurwaarder, te Helmont, van Willem Jan Lomans, Francis en Peter Willem Loomans, Jan Goort Lomans en Goort Willem Lomans.
Of het niet waar is dat U, op 24-09-1734, ten huize van de requirant was en dat daar niet was Joost Jan Hoeffnagels met zijn broeder Adriaan Hoeffnagels?
Willem Jan Lomans zegt dat hij persisteert bij zijn verklaringen ter instantie van Joost Jan Hoefnaegels gegeven en heeft op de artikelen niet willen antwoorden, zeggende copy te willen hebben.
Francis en Peter Willem Loomans weten van niets.
Goort Willem Lomans zegt zijn verklaringen te hebben gegeven en vraagt om copie.
Of het niet waar is, dat op die 24e september, ten huize voorschrevene, Joost Jan Hoeffnagels niet heeft gezegd: "Ick sal door de sacken snijden", bedoelende daarmede de zakken, die in het huis, met granen gevuld waren liggende, en van zijn broeder een mes vragende, tegelijk naar de zakken toelopende. Of requirants vrouw, dit hem niet heeft willen beletten. En of hij niet, deze groff swangere vrouw op de zakken stootte, zodat de klaagde van de pijn?

Joost Jan Hoefnagels heeft een geschil met Jan Jansen van Dijk (zie Voormalig huis G783) met betrekking tot pacht van een klamptiende van Philippus Carolus van Dongelbergen (zie Busselseweg 7):

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 14-11-1735:
Joost Hoeffnagels, aanlegger contra Jan Jansen van Dijck. Aanlegger en gedaagde hebben, in 1725, een clamptiende competerende aan de Heer Philippus Carolus van Dongelbergen, te Blaerthem, aengeslagen en opgevoerd. Gedaagde heeft het koren daarvan geprovenieert en in zijn huis ontvangen en daarna ten gelde gemaakt. Om langdurige processen te voorkomen is gedaagde verzocht om verantwoording, bewijs en reliqua aan aanlegger te overleggen.Tot nu is dit niet gedaan. 

Joost Jan Hoefnagels heeft nog flink wat schulden te vereffenen en dat gebeurt soms met wapens:

Asten Rechterlijk Archief 14 folio 410; 29-10-1736:
Florens Pieter von Cotzhausen, secretaris, aanlegger contra Joost Jan Hoefnagels, gedaagde.
Gezien het request van Joost Jan Hoefnagels de dato 13-03-1737 aan het Corpus van Asten waarin ondermeer dat Joost Jan Hoefnagels is getrouwd geweest met Josina Verlensdonk. Uit kracht van een vonnis van U Eerwaarden was het zover gekomen dat aanlegger in deze, zijn, suppliants, roerende goederen op het punt stond te executeren. Om zijn totale ruin en de schande te ontlopen heeft gedaagde op 13-02-1737 aan zijn zwager, Jan Jansen van Dijk beleend groes aant Slootje tot Ostaden 6 lopense; land aan Vorsele 3½ lopense; land in de Nagtegaal 1 lopense met inbgrip van de lasten. Beleensom ƒ 200,- af te lossen in zes jaar. Hij verzoekt de belening goed te keuren. Na overleg met Peter Janse Verlensdonk, zwager van gedaagde, wordt toestemming gegeven op voorwaarde dat gedaagde en zijn tegenwoordige vrouw een behoorlijke acte passeren en dat de kinderen daarvan kost- en schadeloos gehouden worden.

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 29-10-1736:
Florens Pieter von Cotzhausen, secretaris, aanlegger contra Joost Jan Hoefnaegels, gedaagde.
Terzake van salaris, vacatie en voorgeschoten geld van en door aanlegger in de zaak van gedaagde contra Pieter de Cort 19-01-1733, Jan Jansen van Dijck 14-11-1735, Martinus Jan Paulus 24-12-1735. De gespecifeceerde kosten bedragen ƒ 107-0-8 Waarop betaald zijn 4 pistolen ƒ 38-0-0 rest nog
ƒ 69-0-8.

Asten Rechterlijk Archief 27 folio 82; 10-12-1736:
Aan Heren Schepenen, gezien de procedure vanwege Florens Pieter von Cotzhausen, secretaris, contra Joost Jan Hoefnagels, gedaagde rol de dato 29-10-1736. Gedaagde wordt opgelegd de gelibelleerde som van ƒ 69,- te voldoen.

Asten Rechterlijk Archief 118 folio 17; 27-07-1737:
Gerrit Willem van Cranenburg, deurwaarder, legt beslag op huis, hof en aangelag aan de Kerk, in het Dorp van Joost Jan Hoefnagels, om daaraan te verhalen een rente van ƒ 5,- per jaar aan Ewout Hendrik Storm van 's Gravensande, Ontfanger Generaal der Beursen, te 's Hertogenbosch.

Om uit de schulden te komen beleent Joost Jan Hoefnagels zijn goederen en die van zijn kinderen aan zijn zwager:

Asten Rechterlijk Archief 118 folio 8 verso; 05-04-1737:
Joost Jan Hoefnagels en zijn vrouw, Ida Jansen van Dijk, verklaren en accepteren de belasting, door de eerste comparant gedaan, op de goederen van zijn voorkinderen verwekt bij Josyna Verlensdonk tot ondersteuning van hun, comparanten, huishouden als anderszins gedaan met een belening van ƒ 200,- aan Jan Jansen van Dijk. De goederen zullen binnen de tijd van zes jaar weer worden vrijgemaakt. De voorkinderen van Joost Jan Hoefnagels en Josyna Jan Verlensdonk zullen van deze transactie kost- en schadeloos gehouden worden. Schepenacte de dato 13-02-1737.

Bij de verpondingen van 1737 en in de bewoningslijst over de periode 1736-1741 staat het huis nog steeds op naam van Joost Jan Hoefnagels en is hij ook de bewoner:

Verpondingen 1737 XIV-61 folio 210:
Joost Jan Hoefnagels.
Huijs, hoff en aangelagh 1 lopense. In de bede ƒ 0-5-0.

Jaar Eigenaar nummer 101 Dorp Bewoners nummer 101 Dorp
1736 Joost Jan Hoefnagels Joost Jan Hoefnagels
1741 Joost Jan Hoefnagels Joost Jan Hoefnagels en Jan van de Cruijs

Ook wordt er beslag gelegd op zijn rogge en boekweit:

Asten Rechterlijk Archief 118 folio 75 verso; 10-07-1738:
Gerrit van Riet, vorster, namens Joost Jan Hoefnagels, legt beslag op de schaare van rogge en boekweit staande op de erve van Joost Jan Hoefnagels en door Hendrik Frans Hoefnagels of namens hem bezaaid en aan Joost Jan Hoefnagels competerende om daaraan te verhalen de verschuldigde lands- en dorpslasten met de kosten van dien.

Asten Rechterlijk Archief 118 folio 79 verso; 14-07-1738:
Alsoo Joost Jan Hoefnagels, woonende alhier, geobtineert had decreet en authorisatie van Schepenen, alhier, om te mogen verkopen alle de te velde staande gewaasen, schaare van rogge en boekweyt, staande op de erve, gekoome van Gabriel Zwanenberg, koster, alhier en competerende aan voorschreven Joost Jan Hoefnagels om daaraan te verhaale 's lants- en dorps onbetaalde reeele lasten mette costen vandien. Soo is ten dage en tijde van de verkoopinge geaccordeert en geconvenieert dat Hendrik Frans Hoefnagels, woonende alhier, alle de ten agteren en onbetaalde 's lants- en dorpslasten zal voldoen en betaalen van voorschreven goederen verschult tot de jaare 1737 incluys en sulx binnen den tijt van drie maanden en mitsgaders 2⁄3e parten van de costen over het geene voorschreven gereesen en het resterende 1⁄3e part zal moeten voldoen en betaalen Joost Jan Hoefnagels met de loopende lasten over 1738 waartegen de voornoemde Joost Jan Hoefnagels de huure van de schaare, altans te velde, van de respective huurders zal genieten en profiteeren, over het geene voorschreven gereesen soo aan officier, schepenen, secretaris en vorster mitsgaaders den procureur Heycoop binnen den tijt van een maand daarvoor den voornoemde Hendrik Frans Hoefnagels is verbindende sijn persoon, gereede en erffhaaffelijke goederen. En ingeval de selve daarvoor mogte wese geexecuteert en gesleeten en voorschrevene lasten en costen nog niet betaald mogte wesen. Soo sijn mede gecompareert Jan Verberne, schepen, en Jan Goort Gerarts, beiden alhier, dewelke belooven het te cort comende van voorschreven lasten en costen alsdan te sullen voldoen en betalen, daarvoor sij comparanten sijn verbindende haare persoonen en goederen hebbende en verkrijgende.

Ida Jansen van Dyck is op 09-09-1739 te Asten overleden en er wordt gedreigd met beslaglegging van zijn huis en uiteindelijk verkoopt Joost Jan Hoefnagels zijn huis aan Antoni de Kuyper:

Asten Rechterlijk Archief 119 folio 5; 07-01-1743:
De regeerders van Asten verklaren ter instantie van Meester Ewout Hendrik Storm van 's Gravensande, Ontfanger Generaal der Beursen over de Stad en Meyerye van 's Hertogenbosch, dat wij ons geïnformeerd hebben over de goederen van Joost Jan Hoefnagels en dat deze bezit huis en hof in het Dorp, ene zijde Jan Paulus, andere zijde Martinus Jan Paulus. Hem aangekomen bij op 10-11-1734 van Francis Zaris.

Asten Rechterlijk Archief 95 folio 145; 31-01-1743:
Joost Jan Hoefnagels verkoopt aan Antoni de Kuyper huis en hof in het Dorp 3 copse, ene zijde Martinus Jan Paulus, andere zijde erven Jan Paulus. Belast met ƒ 5-00-0 jaarlijks ƒ 125-00-0 aan rentmeester 's Gravensande; ƒ 62-10-0 aan de Kerk van Asten. Verkoper aangekomen op 19-01-1734 van Francis Zaris. Koopsom ƒ 50,-.

Joost Jan Hoefnagels is op 08-05-1750 te Asten overleden en hieronder zijn begraafakte:

05

Antonius Jacob Cuypers is geboren te Asten op 03-02-1697 als zoon van Jacobus Martens en Petronella Jansen van Helmont. Hij is op 29-04-1731 te Asten getrouwd met Angela Peter Baltis, geboren te Asten op 24-01-1698 als dochter van Petrus Joannis Baltis en Helena Fransen. Zij is sinds 10-09-1729 weduwe van Antony Claessen Verhees, geboren te Vlierden op 02-07-1693 als zoon van Nicolaas Antonius Verhees en Joanna Joannis Coolen, met wie zij op 26-11-1719 te Asten getrouwd was:

06

De gezinnen van Angela Peter Baltis met Antony Claessen Verhees en met Antonius Jacobs Cuypers:

# Voornaam Geboorte Huwelijk Overlijden Referentie
1 Helena* Asten 18-10-1720 Asten 01-02-1750
Petrus Jansen Smits
Asten 27-08-1796 zie Emmastraat 6
2 Maria* Asten 25-12-1723 Kind Asten 10-06-1740
3 Petrus* Asten 24-02-1727 Ongehuwd Leende 18-06-1757
4 Antonius* Asten 14-01-1730 Asten 18-05-1794
Johanna Paulus Wilbers
Asten 08-04-1808 zie Voormalig huis F319
5 Antonia Asten 30-09-1732 Kind Asten ±1732
6 Antonia Asten 25-08-1737 Asten 26-01-1766
Johannes Cornelis Peters
Asten 24-10-1779 zie Voormalig huis F179

* kinderen uit het eerste huwelijk van Angela Peter Baltis en Antony Claessen Verhees

Voor haar tweede huwelijk moet Angela Peter Baltis nog een staat en inventaris opmaken:

Asten Rechterlijk Archief 116 folio 252; 26-04-1731:
Engel Peter Baltis, weduwe Antony Claessen Verhees maakt ten behoeve van haar vier onmondige kinderen een staat en inventaris. Zij wil hertrouwen met Tony Jacobs.
Onroerende goederen: huis, hof en aangelag in de Nagtegaal 2 lopense, ene zijde Paulus Geven, andere zijde erven Hendrik Canters; land het Haverlandt 1 lopense; land de Cruysacker; land den Berkenacker 3 lopense; land den Hoole 1 lopense; groes het Staartveltje 3 lopense; groes het Kerkeveltje 2 lopense; groes het Aa-veltje 3 lopense; groes het Weyvelt 6 lopense.
Roerende goederen: een bed en toebehoren, vier paar slaaplakens, twee kisten, een tafel, vijf stoelen, diverse ketels, potten en pannen, enige tobben, kuipen, tonnen, enig tin, enige landbouwwerktuigen, enige mannenkleren, vijf koeien, het paard, een hoge en een lage kar, 24 stokken bijen.

Antonius Jacob Cuypers is op 27-10-1747 te Asten overleden en in het huizenquohier over de periode 1746-1751 staat hij eerst als eigenaar en bewoner en later Angela Peter Baltis als zijn weduwe:

Jaar Eigenaar nummer 101 Dorp Bewoners nummer 101 Dorp
1746 Antoni de Kuijper Antoni de Kuijper
1751 weduwe en kinderen Antoni Kuijpers weduwe en kinderen Antoni Kuijpers en Marten Hendriks

Het huis in bewoning door Angela Peter Baltis wordt in beslag genomen en verkocht aan predikant Hermannus Alberts:

Asten Rechterlijk Archief 97 folio 9 verso; 24-02-1753:
Gerrit van Riet, vorster, executeert, namens Jacobus Losecaat, collecteur der verpondingen over, 1750 en van de coninxbede, van 17-09-1749 tot 16-09-1750, van de weduwe en kinderen Antony de Kuyper tot verhaal van ƒ 2-17-0. Hij verkoopt aan Hermannus Alberts, predikant een huis en hof in het Dorp 1 lopense, ene zijde Johannes Martinus Jansen, andere zijde erven Jan Paulus. Belast met ƒ 5-00-0 jaarlijks aan het Gemene Land, ten kantore van Dirk Lodewijk Wilhelmus Storm van 's Gravesande, Ontvanger Generaal der beursen van de Meyereij van 's Hertogenbosch; ƒ 2-10-0 jaarlijks aan de Kerk van Asten. Koopsom ƒ 30,-.

Angela Peter Baltis is op 25-10-1780 te Asten overleden.

Hermanus Alberts is geboren te Nijmegen op 13-12-1706 als zoon van Petrus Alberts en Sebilla Weerts. Hij is op 14-03-1737 te Rotterdam getrouwd met Johanna van Overschuur, geboren te Rotterdam rond 1717 als dochter van Stephanus van Overschuur en Catharina de Haas van der Dannen.

07

Het gezin van Hermanus Alberts en Johanna van Overschuur:

# Voornaam Geboorte Huwelijk Overlijden Referentie
1 Sybilla Catharina Asten 18-01-1738 Asten 14-11-1756
Roelof Christiaan Frederik Lilly
Asten 01-03-1799
2 Stephanus Asten 26-04-1739 Kind Asten 17-03-1750
3 Zoon Asten 29-03-1742 Kind Asten 29-03-1742
4 Zoon Asten 15-11-1744 Kind Asten 15-11-1744
5 Petrus Asten 08-10-1745 Kind Asten 15-01-1754

Bij de verpondingen van 1754 staat het huis op naam van Hermanus Alberts en uit de bewoningslijst over de periode 1756-1771 is hij eigenaar van het huis, maar verhuurt het aan derden en vanaf 1760 aan zijn schoonzoon Roedolf Lillie:

Verpondingen 1754 XIV-63 folio 273:
De heer Hermanus Alberts, predikant alhier. Bij transport 24-02-1735.
Nummer 101 huijs en hoff int Dorp 3 copse.

Jaar Eigenaar nummer 101 Dorp Bewoners nummer 101 Dorp
1756 heer Hermanus Albers Adriaan Cloen en vrouw van Jan Allons
1761 heer Hermanus Albers Roedolff Lilli
1766 heer Hermanus Albers Roedolff Lillie
1771 heer Hermanus Albers Roedolff Lillie

Met een van die huurders heeft Hermanus Alberts het onderstaande contract afgesloten:

Asten Rechterlijk Archief 121 folio 9; 02-04-1757:
Hermanus Albers, predikant, geeft in huur aan Jan Vrients huis, schuur en hof in het Dorp, tegenover de weduwe Pieter van Riet; een akker 1 lopense 1 copse. Huurtermijn 4 jaar onder conditie dat Jan Vrients het huis na sijn genoegen zal moeten repareren en onderhouden. Huursom is de daaruit jaarlijks uitgaande renten van ƒ 7-10-0, de lands- en dorpslasten en nog ƒ 1-10-0 per jaar. Nog is overeengekomen dat zodra Albers, de rente van ƒ 5,- per jaar uit het voorschreven, aan rentmeester 's Gravesande heeft gelost dat dan het voorschreven huis, hof en akker zal worden overgedragen aan Jan Vrients, voor ƒ 125,-. Dat dan ook deze acte zal vervallen. Marge: 08-01-1759 Hermanus Albers en Jan Vrients verklaren nevenstaande acte doot ende te niet te doen.

Hermanus Alberts woont zelf op de pastorie nabij de kerk van Asten. Johanna van Overschuur is op 11-01-1786 te Asten overleden en Hermanus Alberts is op 30-03-1786 te Eindhoven overleden.

Dochter Sybilla Catharina Aalberts is geboren te Asten op 18-01-1738 en op 14-11-1756 te Asten getrouwd met gepensioneerd luitenant Roedolf Christiaan Frederik Lilly, geboren op 27-06-1722 te Braunschweig (D) als zoon van Georg Wilhelm Lilly en Elisabeth Tuebert:

08

Het gezin van Sybilla Catharina Aalberts en Roedolf Christiaan Frederik Lilly:

# Voornaam Geboorte Huwelijk Overlijden Referentie
1 Joanna Margaretha Asten 19-04-1757 Veldhoven 02-02-1794
Johan Pieter Bruggeman
Eindhoven 10-11-1836
2 Hermanus Stephanus Asten 06-09-1758 > 1800 Militair
3 Willem Rudolff Asten 06-06-1761 Ongehuwd Asten 24-01-1801 Militair
4 Pieter Carel Asten 22-05-1763 Ongehuwd 's Hertogenbosch 31-07-1829 Militair
5 Reinier Frederik Asten 21-04-1765 Zutphen 07-02-1798
Arnolda J G Haesebroeck
Stratum 16-09-1831
6 Sibilla Elisabeth Asten 09-08-1767 Kind Asten ±1767
7 Sybilla Catharina Asten 16-04-1769 Asten 17-10-1802
Johan Coenraad Schrey
Someren 08-06-1840
8 Wilhelmina Christiana Asten 02-09-1771 Ongehuwd Westerhoven 04-06-1829
9 Hendrica Margaretha Asten 23-10-1774 Asten 09-01-1803
Arnold Jacob Antoon Schrey
Budel 05-12-1832 dochter Antonetta
10 Augustina Heindergeta Asten 31-03-1777 Kind Asten ±1777
11 Hedewig Augustina Asten 18-04-1779 Kind Asten 17-05-1779

Roedolf Christiaan Frederik Lilly komt omstreeks 1742 met het Regiment Waldeck naar Nederland, waar hij gediend heeft als luitenant en hij woont al sinds 1755 in Asten:

Asten Rechterlijk Archief 120 folio 162 verso; 30-10-1755:
Schepenen van Asten certificeren dat Rudolf Christiaan Fredrick Lilly, gepensioneerde lieutenant, onder het tweede battaillon van de Vorst van Waldeck, thans hier woont en voor zover wij weten niet geremplaceert is en nog andere bedieningen heeft. Idem voor Fredrick Ronstorff, gepensioneerde venderig van het tweede battaillon van de Vorst van Waldeck. Idem voor Ludewig Schenckel, gepensioneerde venderig van het eerste battaillon van de Vorst van Waldeck.

Een korte beschrijving1 van het regiment van Waldeck, waar Roedolf Christiaan Frederik Lilly luitenant was:

In de periode 1588-1795 dienen in de Republiek der Verenigde Nederlanden vele buitenlanders. Het leger bestaat volledig uit complete huurlegers en individuele vrijwilligers, zowel uit eigen land als uit het buitenland. Het Regiment Waldeck is een van de zogenaamde subsidietroepen, die in de 18e eeuw dienst doen in 'het Staatsche leger'. Een vergelijking met de legers in de huidige tijd is moeilijk, want de situatie, zowel in ons land als in de rest van Europa, is geheel anders. Er zijn niet alleen staatsrechtelijk vele verschillen, ook de politieke verwikkelingen zijn onvergelijkbaar.

Met de Europese oorlogsdreiging na de dood van de Oostenrijkse keizer Karel VI in 1740 wordt de militaire sterkte van de Nederlanden vergroot. Met de Vorst van Waldeck, Karel August Frederik van Waldeck (zie afbeelding rechts), worden in 1742 overeenkomsten gesloten voor de levering van Waldeckse troepen. Aanvankelijk zijn er twee bataljons en wordt de aanduiding regiment nog niet gebruikt. Het eerste bataljon gaat naar Nijmegen; het tweede naar Zwolle en twee jaar later wordt een derde bataljon Waldeck opgericht.

De vorst voert later zelf het commando over zijn troepen en is Generaal en Chef, commandeerende de auxiliaires Trouppes van den Staat, Resolutie Raad van State 22 april 1745. Met Waldeck hadden de Nederlanden langer ervaring, want al in de 17e eeuw leidt George Frederik van Waldeck de Nederlandse, Spaanse en Engelse legers in de Slag bij Fleurus tegen de Fransen. Deze slag wordt verloren, maar is overigens wel aanleiding tot een reorganisatie van de geneeskundige verzorging.

09

Hoe een regiment is samengesteld kan worden afgeleid uit een rangeerlijst. Daarin wordt van elke militair de naam, rang, lengte en leeftijd vermeld. Er zijn ook sterktestaten, die een indruk geven van de paraatheid en ziekte, maar daar staan geen namen van soldaten in. De servieslijst geeft eveneens inzicht in de opbouw van elke compagnie. Die lijst is een financieel overzicht van de betalingen. In een regiment van Waldeck staat een predikant op de lijst. De twee bataljons van het regiment hebben elk een eigen chirurgijn. In de servieslijst staan geen namen van soldaten, alleen van de commandanten. De soldaten blijven steeds voor een bepaalde periode in het regiment. Dat staat in het stamboek van het regiment, waarin ook vermeld wordt waar zij vandaan komen. Door de namen uit de rangeerlijst op te zoeken in het stamboek kan de herkomst van de militairen op enig moment in het regiment worden vastgesteld.

De uniformen van alle soldaten zijn vrijwel gelijk. De regimenten zijn herkenbaar door de kleur van kraag, borst- en mouwomslagen. De kleur van de Waldeckers is geel en dit betreft zowel de kraag, kleppen, opslagen als de voering en de biezen. Een aquarel van J. A. Langendijk in de Atlas van Stolk te Rotterdam toont 'Officieren van het Regiment Waldeck, 5e bataljon in 1797'.

Zij die dienst wilden nemen in de Bataafse armee moesten aan de volgende condities voldoen: niet jonger zijn dan 18 jaar en niet ouder dan 36, en een minimale lengte hebben van 5 voet en 4 duim Rijnlandse maat oftewel 1,67 meter. Jongemannen die nog in de groei waren, mochten 3 duim (ongeveer ruim 8 centimeter) korter zijn. Het dienstverband bedroeg minimaal zes jaar. Na het verstrijken daarvan kon men nog twee maal voor zo'n zelfde periode bijtekenen, mits de leeftijd dit nog toestond. Degenen die voortijdig de dienst wilden verlaten, konden zich uitkopen. Waren er nog geen drie jaar van de totale termijn verstreken, dan kostte hun dit 150 gulden.

De militairen krijgen naast hun soldij ook nog verblijfkosten, die door de staten worden gedragen. Dit serviesgeld wordt uitbetaald en soms aangevuld door de plaatsen waar zij gelegerd zijn. Elke compagnie ontvangt een bedrag, dat afhankelijk is van de het aantal mensen, de rang die zij hebben en de duur van het verblijf in die stad. Bij elke rang hoort een vast bedrag. De soldaten of gemeenen krijgen in 1783 voor een verblijf van 200 dagen een bedrag van 3 gulden 2 stuivers. Een gewone fuselier ontvangt per dag vijf stuivers soldij, dus 100 gulden per jaar. Een sergeant krijgt per dag acht stuivers meer. Een tweede luitenant verdient ongeveer twee keer zoveel als een sergeant. Een kapitein, commandant van een compagnie, ontvangt bijna zeven keer zoveel. Iedere militair moet van zijn inkomen nog wel de kosten van zijn voeding, onderdak en geneeskundige verzorging betalen.

10

In het begin van de Franse tijd moet het leger worden gereorganiseerd naar Frans model. Door de gevechtshandelingen rond de jaarwisseling 1794 is ook de sterkte van het leger afgenomen. Na een besluit van de Staten Generaal op 8 juli 1795 wordt een groot aantal regimenten opnieuw ingedeeld, waardoor vele bekende regimentsnamen verdwijnen. Hun soldaten worden ingelijfd in andere legeronderdelen. De twee regimenten en het 5e bataljon van Waldeck blijven bestaan in de Bataafse Republiek.

Napoleon Bonaparte maakt in 1806 van de republiek het Koninkrijk Holland met zijn broer Lodewijk Napoleon aan het hoofd. De Waldeck bataljons worden opgeheven ofwel ze gaan op in het 1e en 2e Regiment Infanterie. Met de opkomst van het patriottisme verdwijnen het Regiment Waldeck en andere vreemde troepen.

In de archieven duikt ook de naam Hendrick Lefevre de Forêt op als luitenant in het regiment van Pepin la Caille. Hij is op 22-09-1767 te Asten getrouwd met Engel Bartina van Coehoorn, geboren te Breda op 01-09-1743 als dochter van Coenraad Gideon van Coehoorn en Maria Alida Werts. 

Zij verhuizen na hun huwelijk naar Vierlingsbeek en later naar Stevensweert en Hendrick Lefevre de Forêt wordt nog als commandant van de citadel van 's-Hertogenbosch genoemd. Engel Bartina van Coehoorn is in 's-Hertogenbosch op 30-11-1789 overleden.

Ook de naam van Victor de Girard de Mielet, geboren te Chateau la Motte (F) op 25-01-1732 als zoon van Francois de Girard de Mielet en Anna de Girard de Balmemarri, komen we tegen in Asten. Hij is op 22-09-1761 te Sint Oedenrode getrouwd met Allegonda Petronella van Coehoorn, geboren te Maastricht op 12-05-1737 als dochter van Coenraad Gideon van Coehoorn en Maria Alida Werts en zus van bovengenoemde Engel Bartina van Coehoorn. Hij was een Waalse gereformeerde als luitenant-kolonel in dienst van het Staatse leger en zij woonden eerder in Deurne en van 1765-1772 in Asten alwaar drie kinderen werden geboren, waarna ze naar Leende verhuisden om in 1788 weer naar Deurne terug te keren. Victor de Girard de Mielet is in 1813 in Sint-Oedenrode overleden en Allegonda Petronella van Coehoorn is op 30-11-1819 te Deurne overleden. In de krant de Zuid-Willemsvaart van 22-05-1915 wordt Victor de Girard de Mielet in een artikel van Hendrik Nicolaas Ouwerling als beroemde Astenaar genoemd:

Hun dochter Anna Aleida Maria de Girard de Mielet, geboren te Deurne op 26-09-1762, is op 14-03-1787 te Leende getrouwd met haar neef Gideon Coenraad Gijsbert van Coehoorn, geboren te Sint-Oedenrode op 25-04-1756 als zoon van Johan Jacob van Coehoorn en Catharina Gualthérie. Zij woont eveneens in Asten en wordt in de archieven nog als mevrouw Mielet genoemd en is op 26-10-1792 te Deurne begraven. 

In het boek Das Regiment Waldeck in den Niederlanden van 19422 komen we de namen van Rudolph Lilly en zijn zoon Rudolph Wilhelm Lilly tegen:

In het naamregister der heeren militaire officieren: den capitein 1713-1792, Volume 413 komen we de militairen in de familie Lilly tegen. Met de wijzers van de klok mee: vader Roedolf Lilly, gepensioneerd leutenant, zoon Peter Carel, vaandrig, zoon Hermanus Stephanus, adjudant, zoon Reinier Frederik, adjudant:

11 12
13 14

Hermanus Alberts schenkt het huis aan zijn schoonzoon Roedolf Christiaan Frederik Lilly:

Asten Rechterlijk Archief 99 folio 219; 10-12-1772:
Hermanus Albers, emeritus predikant, te Eyndhoven, geeft over aan Roedolff Cristiaan Fredrick Lilly getrouwd met comparants enige dochter huis en hof in het Dorp 3 copse, ene zijde Johannes Jansen, andere zijde kinderen Jan Verreyt, ene einde de straat; land de Pasacker 1 lopense 1 copse. Belast met ƒ 5,- per jaar aan het Gemene Land, ten kantore van David Thomasse Theirssink, Ontvanger Generaal der Beursen over de stad en Meyerij van 's Hertogenbosch; ƒ 2-10-0 per jaar aan de Kerk van Asten. Koopsom schenking.

In het huizenquohier over de periode 1776-1803 is Roedolf Christiaan Frederik Lilly eigenaar van het huis en zoals we eerder gezien hebben, bewoont hij vanaf zijn huwelijk het huis:

Jaar Eigenaar nummer 101 Dorp Bewoners nummer 101 Dorp
1776 Roedolff Lillie Roedolff Lillie
1781 heer Roedolff Lillie heer Roedolff Lillie
1798 Roedolph Lillij Roedolph Lillij
1803 Roedolph Lillie Roedolph Lillie

Zijn zoon Willem Rudolph Lilly, geboren te Asten op 06-06-1761 heeft eveneens gediend als luitenant in het regiment van Waldeck:

Asten Rechterlijk Archief 129 folio 85 verso; 19-06-1798:
Willem Rudolph Lilly is van goed en eerlijk gedragen heeft buiten zijn pensioen, als gepensioneerd Luytenant van de Artillerie, geen andere middelen van bestaan. Zijnde geweest in de gewezen Compagnie van de Collonel Smeedeeken en, sedert 1773, cadet in het 1e Regiment Waldeck, 1785, cadet Bombardier, 1793, Luytenant bij de Artillerie en in 1795 gepensioneerd als Luytenant. Zijnde ongehuwd. Hij verklaart voor so verre sijne bekwaamheid en ziekelijk lighaams gesteldheid sulx sal toelaten dese republicq ten dienst te sullen staan, waar en wanneer het den dienst van dit, sijn dierbaar vaderland hetselve van hem sal hebben af te vorderen.

Sybilla Catharina Aalberts is op 01-03-1799 te Asten overleden en Roedolf Christiaan Frederik Lilly verkoopt een gedeelte van de tuin aan zijn zoon Reynier Frederik Lilly, die eveneens diende bij een regiment van Waldeck:

Asten Rechterlijk Archief 104 folio 145 verso; 20-01-1800:
Rudolph Christiaan Fredrick Lilly verkoopt aan zijn zoon, Reynier Frederik een gedeelte van de hof, langs de gevel, na de sijde van de erve van Pieter Troeyen, waarop thans, door of vanwege de getransporteerde, twee vertrekken en daarboven een kamer, ten genoege en met volle consent van de transportant gebouwd zijn, zonder dat de transportant daarop enig recht of eigendom meer komt te hebben of te behouden. Maar latende de voorschreven grond, met het gebouw daarop staande, volkomen aan zijn zoon. Koopsom ƒ 25,-.

Reynier Frederik Lilly woont later waarschijnlijk in Valkenswaard, want in de Opregte Haarlemsche courant van 28-01-1826 zet hij daar zijn huis te koop:

15

Als zoon Willem Rudolph Lilly ziek wordt, stelt hij zijn testament op:

Asten Rechterlijk Archief 130 folio 12; 24-12-1800:
Willem Rudolph Lilly, ziek, testeert. Alle vorige testamenten vervallen. Aan zijn neef, Jan Willem Brugman, zoon van Johanna Maria Lilly, te Eyndhoven ƒ 20,-. Zijn enige erfgenamen worden zijn zusters met name Elisabeth, Maria en Christiana Lilly, alhier. Zij moeten wel uit zijn nalatenschap de legitieme portie aan zijn vader voldoen. Hij stelt als executeur over zijn nalatenschap aan Hendrik Elberse Wildeman, schoolmeester. De waarde der nalatenschap is ƒ 300,-.

Willem Rudolph Lilly is op 24-01-1801 te Asten overleden.

16

Roedolf Christiaan Frederik Lilly laat zich keuren door een arts, verklaart dat hij geen dienst meer kan doen en stelt zijn testament op:

Asten Rechterlijk Archief 130 folio 38 verso; 19-02-1801:
Michiel Aart Nijs, medisch docter, verklaart ter instantie van Rudolf Christiaan Frederik Lilly, eerste Luytenant onder het Regiment van Waldeck dat deze thans is laboreerende aan een verouderde borstkwaal veselt met een verval van kragten gevolg van zijnen hoogen ouderdom, welke hem buyten staat stelt eenige militaire diensten te doen.

Asten Rechterlijk Archief 130 folio 39; 19-02-1801:
Rudolph Christiaan Fredrick Lilly, eerste Luytenant onder het Regiment van Waldeck op een tractement van ƒ 500,- per jaar, oud 79 jaar, van goeder naam en faam, sinds 1779 hier wonende verklaart onder eede, dat hij sedert 1742, hier te lande onder het bovengenoemde regiment dienst heeft gedaan en dat hij geen genoegsame middelen heeft om buiten de dienst te kunnen bestaan. Hij is ten alle tijde bereid, om naar vermogen, te vaderland bij te staan.

Asten Rechterlijk Archief 130 folio 51 verso; 28-03-1801:
Rudolph Christiaan Frederick Lilly, testeert. Alle voorgaande testamenten vervallen. Zijn enige erfgenamen worden zijn dochters met name Sebilla Catharina Elisabeth, Christiana Wilhelmina en Hendrika Magreta Maria vermits de anderen allen tot staat gekomen zijn en deze bovengenoemde dochters niets hebben noch ook geen vooruytsigt na sijn, comparants, dood. Soo dat hij in gemoede sig daartoe verpligt vind om also ook sijn ziel gerust te stellen teneynde wel te kunnen sterven. Zij kunnen beschikken over al zijn goederen en ook over het tegoed hebbende tractement of pensioen. Echter zullen zij aan zijn zonen en dochter met name Margareta Maria getrouwd met Jan Brugman, te Eyndhoven, de hen toekomende legitieme portie moeten uitkeren met korting van hetgeen zij aan de boedel schuldig zijn. Hij wil dat zijn drie dochters tot een half jaar na zijn dood in de boedel zullen blijven zitten om een en ander te regelen. Daarna zullen zij deze ontruimen en verlaten. Tot executeuren van zijn boedel stelt hij aan Caspar Jansen, predikant, alhier en Hendrik Elberse Wildeman, schoolmeester.

In de nieuwe Haagse Nederlandsche courant van 11-05-1801 wordt vermeld dat Roedolf Christiaan Frederik Lilly is gepensioneerd:

17

Het gemeentebestuur van Asten geeft een verklaring af waarop Roedolf Christiaan Frederik Lilly zijn pensioen mag ontvangen:

Asten Rechterlijk Archief 130 folio 136; 24-05-1802:
Het gemeentebestuur van Asten verklaart ten behoeve van Rudolph Christiaan Fredrik Lilly, gepensioneerd 1e luytenant onder het 1e regiment Waldeck. Dat hij is stemgerechtigd burger en zijn maatschappelijke plichten door het bijwonen der grondvergadering, buiten wettige verhindering, ijverig nakomt en dus niet valt in de termen van het 14e artikel van de staatsregeling. Alsmede dat hij onder eede heeft verklaart onvermogend te zijn om van zijn eigen middelen te bestaan of dieswegens nog in geen ruimere omstandigheden te verkeren als wanneer aan hem het pensioen achtervolgens de vereiste staatslening gevordert was toegestaan.

Roedolf Christiaan Frederik Lilly herziet zijn testament:

Asten Rechterlijk Archief 130 folio 183; 21-04-1803:
Rudolph Christiaan Lilly Fredrick Lilly, testeert. Alle voorgaande testamenten vervallen, speciaal dat van 28-03-1801 schepenen Asten. Aan Christiana Wilhelmina, zijn bij hem inwonende dochter ƒ 250,- als legaat. Zijn enige erfgenamen worden al zijn kinderen. Als testamentaire executeuren stelt hij aan Caspar Jansen, predikant, alhier en Hendrik Elberse Wildeman, schoolmeester.

Buurman Pieter Troeyen verkoopt een deel van zijn tuin aan zoon Renier Fredrik Lilly:

Asten Rechterlijk Archief 105 folio 111 verso; 26-05-1803:
Pieter Troeyen verkoopt aan Reynier Frederick Lilly, capitain ten dienste van de Bataafsche Republiecq een deel van zijn hof, nevens of tegen de gevel van des getransporteerdens woonhuis lang 38 voet en ter breedte van voren en aan de straat 7 voet en van achter 6 voet van de gevel dezer gemelde woning. Zo is afgepaald en met vrije toegang en gebruik van de put. Mocht de koper een heg planten dan moet deze geplaatst worden juist in het midden van de afscheiding en deze heg wederzijds mogen afscheren en repareren op zijn kosten. Koopsom ƒ 25,-.

Opnieuw herziet Roedolf Christiaan Frederik Lilly zijn testament:

Asten Rechterlijk Archief 131 folio 83 verso; 14-03-1804:
Rudolph Christiaan Fredrick Lilly, testeert. Alle voorgaande testamenten vervallen, speciaal die van 28-03-1801 en 21-04-1804. Aan zijn dochter, Christiana Wilhelmina, bij hem inwonende ƒ 200,-. Aan Johanna Margareta, zijn dochter, te Eyndhoven ƒ 20,-. Staat te weten dat zijn dochters, Sebilla Catharina Elisabeth en Hendrika Margareta Maria, bij hun trouwen ieder hebben gehad ƒ 25,-. En dat Christiana Wilhelmina dus ƒ 25,- uit de boedel moet trekken. Zijn enige erfgenamen worden zijn dochters: Sebilla Catharina Elisabeth, Hendrika Margareta Maria en Christina Wilhelmina. Omdat zijn zonen Reynier Frederick en Pieter Carel hebben gerenuntieert en afgezien van de boedel en Hermanus, waarvan men niet weet of hij dood of levend is aan de comparant ƒ 57,- schuldig is wegens kostgeld. Alsmede zijn dochter Johanna Margareta, uit deze testamentaire dispositie uitgesloten zijn is het de wil van hem, testateur, dat zijn drie zonen en dochter worden voldaan de legitieme portie na scherpheid van regten hierin competerende dit met korting van hetgeen zij aan de boedel schuldig zijn. Testamentaire executeuren worden Caspar Janse, predikant en Hendrik Elberse Wildeman.

In dit testament wordt nog gerefereerd dat er over zijn zoon Hermanus Stephanus Lilly niet bekend is of hij dood of levend is. In 1800 is hij in elk geval nog in leven getuige zijn pensioenaanvraag voor de Eerste Kamer:

Op de 8e januari laatsleden behaagde het Ulieden in handen der decreete Commissie tot het werk der pensioenen te stellen ene nadere requeste van Hermanus Stephanus Lilly, gepensioneerd Adjudant van het eerste Regiment Waldeck, in dienst deezer republiek, verzoekende met de continuatie van het aan hem in 1792 toegezegde pensioen te worden begunstigd, ofwel hem in den een of andere post ten dienste van den Lande te employeeren.
Daar wy Ulieden op den 29 November des gepasserde jaars op een vorig verzoek van den Requestrant ten dien opzichte declinatoir hebben moeten adviseeren, en aldan ook dien conform is geconcludeerd, en by deeze nadere Requeste geene de minst Stukken en bewyzen worden overlegd, maar in tegenstelling door de Requestrant volmondig wordt geadvoueerd.
Dat hy tot zyn leedwezen moet bekennen in den jaare 1787 uit Gorinchem naar Nymegen te zyn gemarcheerd en daar door te hebben gemanqueerd aan datgene 't welk by Articul 4 van de Publicatie van 7 April 1798, zo expresselyk wordt gerequireerd, zyn ons ook geene de minste motiven voorgekomen waarom wy Ulieden ten zynen opzichte nu eene meer gunstige dispositie zouden proponeren.

In de Rotterdamsche courant van 26-12-1801 wordt Hermanus Stephanus Lilly nog verzocht contact op te nemen met J. C Mogk, die hem iets belangrijks heeft mede te delen:

18

Bij de verpondingen van 1810 staat Roedolf Christiaan Frederik Lilly nog als eigenaar van het huis:

Verpondingen 1810 XIVd-67 Dorp 223 verso:
De heer Roelolf Christiaan Frederick Lilij.
Nummer 101 huijs en hof int Dorp ¾ lopense.

In 1811 en 1812 verkoopt hij het huis en dat van zijn zoon aan Johannes Francis Knaapen:

Notarieel Archief 34-13 Asten 10-04-1811:
Rudolf Christiaan Frederik Lillij verkoopt aan Francis Knaapen een huizinge en hof in het Dorp, ene zijde Jan van den Heuvel, andere zijde Renier Frederik Lillij en Jan van den Eijnden. Koopprijs ƒ 550,-.

Notarieel Archief 35-27 Asten 04-05-1812:
Heer Pieter Carel Lilly gemachtigd door zijn broer Reijnier Frederik wonende te Nijmegen verkoopt aan Johannes Francis Knaapen een huisje bestaande in twee woningen en een bovenvertrek nummer 426, ene zijde verkrijger. Koopsom ƒ 240,-.

In de Nederlandsche Staatscourant van 24-12-1819 staat dat luitenant Roedolf Christiaan Frederik Lilly nog recht heeft op een achterstallig pensioen:

19

Roedolf Christiaan Frederik Lilly is op 21-02-1820 te Asten op 98-jarige leeftijd overleden.

In de Opregte Haarlemsche courant van 04-08-1829 wordt nog het overlijden van zoon Pieter Carel Lilly genoemd en in diezelfde krant van 24-09-1831 het overlijden van zoon Rudolph Frederik Lilly:

20 21

Koper van het huis Johannes Francis Knaapen is geboren te Asten op 18-09-1755 als zoon van Franciscus Knapen en Catharina Francisca Vriens. Hij is op 19-09-1784 te Asten getrouwd met Johanna Judoci Voermans, geboren te Asten op 19-12-1762 als dochter van Judocus Petri Antonis Voermans en Joanna Joannis van Bussel. Na haar overlijden te Asten op 02-01-1793 is Johannes Francis Knaapen op 18-05-1794 te Helmond hertrouwd met Anna Elisabeth Mathei Roefs, geboren te Helmond op 11-04-1768 als dochter van Mattheus Roefs en Gertrudis Segers:

22

De gezinnen van Johannes Francis Knaapen met Johanna Judoci Voermans en met Anna Elisabeth Mathei Roefs:

# Voornaam Geboorte Huwelijk Overlijden Referentie
1 Franciscus Asten 21-08-1785 Geldrop 14-10-1810
Maria van Stratum
Geldrop 06-12-1861 Burgemeester**
2 Judocus Asten 02-09-1787 Geldrop 01-02-1816
Petronella van Gaal
Geldrop 03-02-1841 Glazenmaker
3 Catharina Asten 29-03-1790 Kind Asten 26-04-1792
4 Johanna Asten 26-09-1791 Kind Asten 28-08-1792
5 Johanna* Asten 13-03-1795 Ongehuwd Asten 05-06-1855
6 Catharina* Asten 21-06-1796 Ongehuwd Asten 28-07-1857
7 Gertrudis* Asten 27-12-1798 Geldrop 03-10-1823
Franciscus Beuijssen
Geldrop 19-10-1850
8 Henrica* Asten 29-01-1801 Kind Asten 18-02-1805
9 Mattheus* Asten 02-11-1802 Someren 13-04-1826
Everdina Francisca Stevens
Asten 22-08-1851 Verver, dochter Helena
10 Henricus* Asten 12-02-1804 Asten 09-06-1834
Petronella Sauve
Asten 15-04-1867 Bakker A96
11 Lamberta* Asten 03-05-1807 Ongehuwd Valkenswaard 04-04-1861 Dienstmeid

* kinderen uit het tweede huwelijk

** Franciscus Knaapen was van 17-03-1834 tot 12-11-1854 burgemeester van Geldrop en Zesgehuchten. Hij is op 06-12-1861 te Geldrop overleden en hieronder het bidprentje bij zijn overlijden.

Johannes Francis Knaapen is op 18-08-1822 te Asten overleden en bij het kadaster van Asten over de periode 1811-1832 staat het huis op naam van de weduwe van Jan Francis Knapen:

Kadaster 1811-1832; G573:
Huis, schuur en erf, groot 02 roede 32 el, het Derp, klassen 5.
Eigenaar: Jan Francis Knapen.

23

24

Anna Elisabeth Roefs is op 26-11-1838 te Asten overleden; in 1835 is het huis gesplitst in twee woningen met kadasternummer G870 en G871 (zie Voormalig huis G871).

De bewoning van deze huizen vanaf 1835 tot het begin van het bevolkingsregister in 1859 is vooralsnog onbekend. Rond 1855 zijn beide huizen gekocht door Hendrikus Schellings, geboren te Dinther op 27-07-1819 als zoon van Wilhelmus Schellings en Adriana van Eenbergen. Hij is te Asten op 06-11-1850 getrouwd met Anna Catharina van den Eijnden, geboren te Asten op 04-05-1822 als dochter van Johannes van den Eijnden en Johanna Maria Kuijpers.

Na het overlijden van Anna Catharina van den Eijnden te Asten op 05-02-1855 is Hendrikus Schellings op 28-06-1856 te Asten hertrouwd met Maria van Dijk, geboren te Nuenen op 25-04-1821 als dochter van Antonie van Dijk en Christina van Heerbeek. Zij wonen in A139 in de huidige Julianastraat en verhuren de huizen aan derden.

In het huis met kadasternummer G870 woont vanaf 1859 Franciscus Eijsbouts, geboren te Asten op 02-02-1831 als zoon van Hendrik Eijsbouts en Maria Josepha Reijskeij. Hij is als kleermaker te Asten op 08-02-1861 getrouwd met Petronella Peters, geboren te Asten op 15-05-1831 als dochter van Christiaan Peters en Maria van Lierop. In het bevolkingsregister van Asten over de periode 1859-1869 wonen zij in het huis met huizingnummer A5:

25

Inwonend is broer Arnoldus Hubertus Eijsbouts, geboren te Asten op 30-12-1827. Hij is als koperslager op 16-04-1866 te Asten getrouwd met Maria Elisabeth Hoefnagels, geboren te Asten op 29-08-1832 als dochter van Johannes Hoefnagels en Maria Voermans. Zij verhuizen aan het einde van de periode naar A92 en in de periode 1869-1879 wonen Franciscus Eijsbouts en Petronella Peters met hun gezin in het huis met huizingnummer A5:

26

Zij verhuizen in 1872 naar A127 en in het huis komt wonen Augustinus Johannes Knaapen, geboren te Asten op 02-12-1835 als zoon van Mathijs Knaapen en Everdina Francisca Stevens. Hij is als kantoorbediende op 21-05-1872 te Asten getrouwd met Maria Lambertina Fransen, geboren te Horst op 17-09-1848 als dochter van Jan Christiaan Franssen en Johanna Janssen.

Zij verhuizen in 1873 naar A20 en in het huis komt wonen Ferdinandus Martinus Bossehart, geboren te Boom (B) op 22-02-1825 als zoon van Adrianus Henricus Boschart en Anna Maria Broumels. Hij is als rijksambtenaar op 16-02-1870 te Geertruidenberg getrouwd met Maria Wilhelmina Schaap, geboren te Capelle op 04-05-1835 als dochter van Pieter Schaap en Pieternella Wessels.

In 1874 verhuizen zij naar A218 en de nieuwe bewoner is Johannes Hubertus van Bussel, geboren te Asten op 16-03-1844 als zoon van Francis Marcelis van Bussel en Johanna Bertens. Hij is als koperslager op 27-04-1874 te Leende getrouwd met Johanna van der Laak, geboren op 08-08-1845 te Leende als dochter van Wouter van der Laak en Petronella Vlassak.

Johannes Hubertus van Bussel is in Helmond bij Wilhelmus Fredericus van Beek in de Ameidestraat opgeleid tot koperslager. Hij heeft rond 1867 nog dienst gedaan als pauselijke zouaaf en was daarmee een van de ruim 3000 Nederlandse zouaven die vochten aan de zijde van paus Pius IX tegen de koning van Italië. Na zijn terugkeer in Asten is hij in Leende getrouwd en heeft in Asten als koperslager de kost verdiend. Hieronder foto's van Johannes Hubertus van Bussel als zouaaf (achterste rij, tweede van links) en over zijn vak als koperslager.

27

28

29

Bij wikipedia lezen we het volgende over de zouaven:

In het Nederlands taalgebied is het regiment Zuavi Pontifici, "Zoeaven van de Paus", het bekendst. Dit bestond uit katholieke vrijwilligers die onder de regering van paus Pius IX de Kerkelijke Staat verdedigden tegen de aanvallen van Victor Emanuel II, koning van Italië, en diens bondgenoot Giuseppe Garibaldi, een antiklerikaal liberaal-nationalist. Deze paus had een oproep aan de gehele katholieke wereld gedaan om jonge, ongehuwde mannen te zenden om hem bij te staan teneinde de dreigende verwoesting van Rome te voorkomen. De snit van hun uniformen was bijna gelijk aan die van de Franse zoeaven, zij het dat tuniekjasje en broek waren uitgevoerd in grijs met rode biezen. Als hoofddeksel droegen de pauselijke troepen een kepie, een fez werd gezien als te islamitisch voor de katholieke strijders. In totaal kende het regiment 11.000 man, waaronder 3181 Nederlanders (het merendeel), 2964 Fransen, 1634 Belgen (voornamelijk Vlamingen), 700 Italianen en 500 Canadezen.

Van 1861 tot 1866 probeerden de zoeaven Garibaldi's troepen te verjagen of binnenlandse onlusten te onderdrukken. Eind 1866 werden de Franse troepen, die tot dan de zoeaven hadden ondersteund, uit Rome weggehaald, waarna het aantal Italiaanse aanvallen steeg. Hierop waren de Fransen genoodzaakt om weer troepen te sturen naar Italië. De Franse legers en de zoeaven versloegen Garibaldi op 5 november 1867 te Mentana, wat de situatie zou doen stabiliseren tot in 1870, wanneer Frankrijk zijn troepen terug riep, omdat het zojuist de oorlog had verklaard aan Pruisen. Na de val van het Tweede Franse Keizerrijk op 1 september 1870, had Italië niets meer te vrezen. Op 20 september 1870 had de Inname van Rome plaats. Een dag later werd het pauselijk leger ontbonden en werden de soldaten huiswaarts gestuurd.

Ook in de periode 1879-1890 wonen Johannes Hubertus van Bussel en Johanna van der Laak met hun gezin in het huis met dan huizingnummer A5:

30

Zij verhuizen in 1882 naar A122 in de Tramstraat en de nieuwe bewoner van het huis met dan kadasternummer G1517 is Laurens Jacobus van den Dungen, geboren te Oosterwijk op 13-05-1831 als zoon van Hendrik van den Dungen en Adriana van Hesewijk. Hij is als rijksambtenaar te Roosendaal op 10-11-1863 getrouwd met Adriana Cornelia Bartels, geboren op 19-06-1841 te Roosendaal als dochter van Walterus Bartelen en Anna Maria Linders. In de Tilburgsche courant van 15-10-1882 de benoeming van Laurens Jacobus van den Dungen in Asten:

31

Hij is verre familie van Francis Wilhelmus van den Dungen, geboren te Helmond op 07-12-1834 als zoon van de Helmondse burgemeester Franciscus Wilhelmus van den Dungen en Maria Prinzen. Francis Wilhelmus van den Dungen is op 21-05-1867 te Helmond getrouwd met Aldegonda Helena Huberta Maria Coovels, geboren te Helmond op 02-06-1840 als dochter van Gerardus Josephus Coovels en Maria Anna Bots. Zij woonden in de Sint Wilbertshove met het huidige adres Stationstraat 69 in Deurne. In de Tilburgsche courant van 16-07-1871 zijn benoeming tot kantonrechter in Asten en rechts daarvan een foto van hem:

32 33

In de Tilburgsche courant van 05-10-1884 de overplaatsing van Laurens Jacobus van den Dungen naar Deurne:

34

Zij verhuizen in 1884 naar Deurne en in het huis komt wonen Anna Maria van Hooff, geboren te Mierlo op 30-11-1821 als dochter van Jan van Hoof en Johanna Maria Verhagen. Zij is sinds 21-11-1879 weduwe van Johannes van Driel, geboren te Eindhoven op 03-07-1820 als zoon van Pieter van Driel en Catharina Hermans, met wie zij op 27-05-1858 te Mierlo getrouwd was.

In 1886 verhuizen zij naar Helmond en de nieuwe bewoner is Jacobus van Valenberg, geboren te Bergeijk op 23-11-1850 als zoon van Johannes van Valenberg en Elisabeth Vlijmings. Eerst woont hij met zijn moeder Elisabeth Vlijmings, geboren te Leende op 28-03-1810 als dochter van Petrus Vlijminks en Catharina Habraken, in het huis. Daarna is hij als rijksambtenaar op 19-05-1888 te Deurne getrouwd met Maria Johanna van Welie, geboren te Druten op 21-05-1857 als dochter van Hendrikus van Welie en Grada Aalbers. Ook in de periode 1890-1900 wonen zij in het huis met huizingnummer A5:

35

In het Venloosch weekblad van 21-06-1890 de overplaatsing van Jacobus van Valenberg naar Sittard:

36

Hun zoon Hendrikus Josephus van Valenberg, geboren te Asten op 19-03-1890, is op 06-06-1914 tot priester gewijd en wordt in 1925 benoemd tot bisschop van het vicariaat Borneo (Indonesië), aldus het Koloniaal Missie-tijdschrift, jaargang 18, 15-02-1935:

Hij stond bekend onder de naam bisschop Tarcisius en keerde in 1974 terug naar Handel, zoals we kunnen opmaken bij het terug krijgen van zijn Nederlanderschap4:

 Hendrikus Josephus van Valenberg is op 19-12-1984 te Nijmegen overleden.

In juli 1890 verhuizen zij naar Sittard en het huis wordt daarna bewoond door Franciscus Jacobus Smit, geboren te Utrecht op 13-12-1824 als zoon van Franciscus Jacobus Smit en Elisabeth Genoveva Weusman. Hij is als meubelmaker op 14-07-1852 te Rotterdam getrouwd met Maria Catharina Diemel, geboren te Leiden op 10-04-1817 als dochter van Johannes Diemel en Gerritje van Zoest.

Eigenaar Hendrikus Schellings is op 30-01-1870 te Asten overleden en als zijn tweede echtgenote Maria van Dijk op 15-02-1894 te Asten komt te overlijden, valt het huis ten deel aan hun dochter Antonia Catharina Schellings, geboren te Asten op 19-05-1860.

Franciscus Jacobus Smit en Maria Catharina Diemel verhuizen in 1895 naar A223 en vanuit Stramproij komt in het huis wonen Antonetta van Bussel, geboren te Asten op 04-07-1830 als dochter van Petrus van Bussel en Johanna Berkvens (zie Voormalig huis G586). Zij is op 13-05-1867 te Asten getrouwd met commies Paulus Peter van de Wiel, geboren te Nuenen op 08-05-1837 als zoon van Johannes van de Wiel en Mechtildis Lijssen. Paulus Peter van de Wiel werkt als commies elders in het land, zoals gemeld in de Nieuwe Tilburgsche courant van 10-04-1887:

37

De Haagsche courant van 02-09-1895 meldt dat Paulus Peter van de Wiel van zijn pensioen kan gaan genieten:

38

Antonetta van Bussel verhuist na de pensionering van haar man naar A18 en het huis wordt daarna bewoond door Maria Elisabeth Lammers, geboren te Someren op 05-09-1834 als dochter van Antonie Lammers en Maria Anna Vermeer. Zij is sinds 06-03-1887 weduwe van Peter Antonie Berkers, geboren op 25-10-1827 te Asten als zoon van Francis Berkers en Catharina Agnes Verhoijsen, met wie zij op 28-01-1867 te Someren getrouwd was. Zij komt met haar gezin vanuit A109 (zie Voormalig huis G489 en G490) in het huis wonen.

Zij verhuizen in 1899 naar A110 en de nieuwe bewoner is Johannes (Jan) Verdijsseldonck, geboren te Someren op 31-02-1866 als zoon van Anthonius Verdijsseldonck en Catharina Verspeek. Hij is als smid te Asten op 10-04-1896 getrouwd met Anna Maria (Antje) van Hoek, geboren op 28-10-1875 te Asten als dochter van Joannes van Hoek en Petronella Hurkmans. Zij komen vanuit het nabij gelegen hotel 'de Arend' tijdelijk in het huis wonen, mogelijk vanwege een verbouwing.

In 1900 wonen Johannes (Jan) Verdijsseldonck en Anna Maria (Antje) van Hoek weer met hun gezin in hotel 'de Arend'. Het huis wordt daarna bewoond door Antonie Mikkers, geboren op 18-06-1870 te Asten als zoon van Johannes Mikkers en Theodora Hurkmans. Hij is als slachter op 15-06-1896 te Nederweert getrouwd met Maria Antonetta van Heugten, geboren te Nederweert op 17-01-1873 als dochter van Joannes van Heugten en Petronella Simons.

In 1901 verhuizen zij naar A180a en de nieuwe bewoner is Wilhelmina Maria Schellings, geboren te Asten op 06-01-1852 als dochter van Hendrikus Schellings en Anna Catharina van den Eijnden. Zij is halfzus van de eigenaar Antonia Catharina Schellings en is sinds 18-11-1900 weduwe van Josephus Aloysius Petrus Simons, geboren te Reek op 26-08-1847 als zoon van Johannes Hendrikus Simons en Petronella Wilbers, met wie zij op 25-07-1882 te Asten getrouwd was:

Ook in de periode 1900-1910 woont Wilhelmina Maria Schellings met haar gezin in het huis met huizingnummer A5:

39

Wilhelmina Maria Schellings verhuist met haar gezin in 1905 naar A254a en het huis wordt daarna bewoond door Johannes Loonen, geboren te Oosterhout op 01-04-1871 als zoon van Rochus Loonen en Hendrica Blewanus. Hij is als commies op 25-09-1905 te Bergen op Zoom getrouwd met Adriana Geertrui Frens, geboren te Dongen op 20-08-1875 als dochter van Anthonie Marinus Frens en Wilhelmina Mechelina Heijmans. In de krant het Nieuws van de Dag van 28-09-1908 het vertrek van commies Johannes Loonen naar Uden en de komst van commies Lambertus Sprenkels naar Asten:

40

Zij verhuizen in november 1908 naar Uden en het huis wordt samen met G871 (zie Voormalig huis G871) en deels samen met huis G574 (zie Marktstraat 1) opgesplitst in drie woningen G2043 (zie hieronder), G2044 (zie Marktstraat 9) en G2045 (zie Voormalig huis G871).

In dit deel van het huis komt vanaf 1911 wonen Friedrich Georg Landfritz, geboren op 13-02-1868 te Gunzenhausen (D). Hij is als werkmeester rond 1895 getrouwd met Rosa Moll, geboren te Luczbach Baden (D) op 20-08-1870. In het bevolkingsregister van Asten over de periode 1910-1920 wonen zij in het huis met huizingnummer A5:

41

Zij verhuizen in 1912 naar Elberfeld (D) en daarna komt in het huis wonen Johannes Cornelis (Johan) Lammers, geboren te Someren op 28-12-1878 als zoon van Lambertus (Lambert) Lammers en Maria van Hoek. Hij is als koopman te Bemmel op 28-05-1912 gehuwd met Johanna Gerarda (Anna) Nas geboren op 27-12-1879 te Bemmel als dochter van Willem Nas en Maria Geertruida Sanders. Zij verhuizen aan het eind van de periode naar A349.

Het huis wordt door Antonia Catharina Schellings, geboren te Asten op 19-05-1860 als dochter van Hendrikus Schellings en Maria van Dijk, in de krant de Zuid-Willemsvaart van 01-10-1921 samen met meerdere andere huizen te koop aangeboden:

42

De koper van het huis met dan kadasternummer G2270 is Johannes (Jan) Werts, geboren te Asten op 05-04-1891 als zoon van Petrus Werts en Wilhelmina Ceelen. Hij is als brievenbesteller te Asten op 28-10-1919 getrouwd met Gerarda van Bussel, geboren te Asten op 31-06-1893 als dochter van Petrus van Bussel en Allegonda Lammers. Hieronder een afbeelding van de intronisatie van het Heilig Hart, ofwel de toewijding van het huis en huisgezin aan het Heilig Hart, van Jan Werts en Gerarda Werts van Bussel:

In het bevolkingsregister van Asten over de periode 1920-1930 komen zij vanuit A321 in het huis met huizingnummer A5, ook bekend staand als Marktstraat 7, wonen:

43

In het Eindhovensch dagblad van 10-09-1921 en in de krant de Zuid-Willemsvaart van 01-04-1924 de geboortes van dochter Allegonda en zoon Wilhelmus:

44 45

Ook in de periode 1930-1038 wonen Johannes Werts en Gerarda van Bussel met hun gezin in het huis aan de Marktstraat 7:

46

Johannes Werts heeft boxers en fazanten te koop in de krant de Zuid-Willemsvaart van 05-11-1932 en van 16-09-1933:

47 48
Rechts een foto van het gezin van Johannes Werts en Gerarda van Bussel omringd door hun kinderen met de klok mee beginnend links van Johannes Werts Allegonda Lamberta Maria (Goen), Wilhelmina (Mien), Petronella Louisa Maria (Nel), Lena Johanna Maria (Leen), Maria (Mia) en geheel onder Petrus Bonifacius Maria (Piet).

Gerarda van Bussel is op 17-08-1939 te Utrecht overleden en drie jaar daarna viert Jan Werts zijn 25-jarige jubileum als postbode, volgens de krant de Zuid-Willemsvaart van 30-06-1942:

49

In de krant de Zuid-Willemsvaart van 07-12-1939 wint Jan Werts de vierde prijs met het kweken van kanaries en volgens het Peelbelang 21-04-1945 is zoon Petrus Werts een vulpen verloren:

50 51

Johannes Werts is op 22-04-1949 te Asten hertrouwd met Johanna Maria (Maria) van Stratum, geboren te Asten op 21-01-1895 als dochter van Francis van Stratum en Elisabeth Jansen en weduwe van Henricus Cortenbach. Johannes Werts is te Asten 27-03-1977 overleden en Johanna Maria (Maria) van Stratum is op 03-10-1980 te Geldrop overleden. Hieronder de bidprentjes bij het overlijden van Gerarda van Bussel, Johannes (Jan) Werts en Johanna Maria (Maria) van Stratum:

52 53

54

Op de plaats van het huis staat nu een winkel met als adres Marktstraat 5, waarvan de oudste delen uit rond 1900 stammen. Linksonder een foto rond 1910 met huis ongeveer ter plaatse van de twee deur van links en rechtsonder een streetview van de huidige Marktstraat 5:

55 56

Overzicht bewoners

Huis in het Derp
Jaar Eigenaar Geboorte Hoofdbewoner Geboorte
1675 Judocus Hendrix Doensen Asten 06-12-1649
1703 weduwe Joost Doensen Asten 12-05-1646
1716 Joost Doensen Asten 05-04-1681
1718 erven Joost Doensen Asten 04-02-1683
1724 Francis Saris Tongelre ±1680
1734 Joost Jan Hoefnagels Asten 06-12-1699 Joost Jan Hoefnagels Asten 06-12-1699
Dorp huis 101
Jaar Eigenaar Geboorte Hoofdbewoner Geboorte
1736 Joost Jan Hoefnagels Asten 06-12-1699 Joost Jan Hoefnagels Asten 06-12-1699
1741 Joost Jan Hoefnagels Asten 06-12-1699 Joost Jan Hoefnagels en Jan van de Cruijs Asten 06-12-1699
1746 Antoni de Kuijper Asten 03-02-1697 Antoni de Kuijper Asten 03-02-1697
1751 weduwe en kinderen Antoni Kuijpers Asten 24-01-1698 weduwe en kinderen Antoni Kuijpers en Marten Hendriks Asten 24-01-1698
1756 heer Hermanus Albers Nijmegen 13-12-1706 Adriaan Colen en vrouw Jan Allons
1761 heer Hermanus Albers Nijmegen 13-12-1706 Roedolff Lilli Brunswijk 27-06-1722
1766 heer Hermanus Albers Nijmegen 13-12-1706 Roedolff Lillie Brunswijk 27-06-1722
1771 heer Hermanus Albers Nijmegen 13-12-1706 Roedolff Lillie Brunswijk 27-06-1722
1776 Roedolff Lillie Brunswijk 27-06-1722 Roedolff Lillie Brunswijk 27-06-1722
1781 heer Roedolff Lillie Brunswijk 27-06-1722 heer Roedolff Lillie Brunswijk 27-06-1722
1798 Roedolph Lillij Brunswijk 27-06-1722 Roedolph Lillij Brunswijk 27-06-1722
1803 Roedolph Lillie Brunswijk 27-06-1722 Roedolph Lillie Brunswijk 27-06-1722
Kadasternummer G573
# Periode Naam eigenaar Geboorte Opmerking Verandering
G573 1832 Anna Elisabeth Roefs Helmond 11-04-1768 weduwe Knaapen
Marktstraat 7
# Periode Naam hoofdbewoner Geboorte Tweede persoon Geboorte Vertrek
1803-1811 Roedolf Christiaan Lilly Brunswijk 27-06-1722
1811-1822 Johannes Francis Knaapen Asten 18-09-1755 Anna Elisabeth Roefs Helmond 11-04-1768 18-08-1822
1822-1835 Anna Elisabeth Roefs Helmond 11-04-1768 weduwe Knaapen 26-11-1838
1835 huis opgesplitst in twee woningen
1835-1859 bewoning onbekend
A5 1859-1869 Franciscus Eijsbouts Asten 02-02-1831 Petronella Peters Asten 15-05-1831
A5 1869-1872 Franciscus Eijsbouts Asten 02-02-1831 Petronella Peters Asten 15-05-1831 naar A127
A5 1872-1873 Augustinus Knaapen Asten 02-12-1835 Maria Lambertina Fransen Horst 17-09-1848 naar A20
A5 1873-1874 Ferdinand Bossehart Boom 22-02-1825 Maria Wilhelmina Schaap Capelle 04-05-1835 naar A218
A5 1874-1879 Joannes Hubertus van Bussel Asten 16-03-1844 Joanna van der Laak Leende 08-08-1845
A5 1879-1882 Joannes Hubertus van Bussel Asten 16-03-1844 Joanna van der Laak Leende 08-08-1845 naar A122
A5 1882-1884 Laurens van den Dungen Oisterwijk 13-05-1831 Adriana Cornelia Bartels Rozendaal 19-06-1841 naar Deurne
A5 1884-1886 Anna Maria van Hooff Mierlo 30-11-1821 weduwe van Driel naar Helmond
A5 1886-1890 Johannes van Valenberg Bergeijk 23-11-1850 Maria Johanna van Welie Druten 21-05-1857 naar Sittard
A5 1890-1895 Franciscus Jacobus Smit Utrecht 13-12-1824 Maria Catharina Diemel Leiden 10-04-1817 naar A223
A5 1895-1896 Antonia van Bussel Asten 04-07-1830 Paulus van de Wiel Nuenen 08-05-1837 naar A18
A5 1896-1899 Maria Elisabeth Lammers Someren 05-09-1834 weduwe Berkers naar A110
A5 1899-1900 Jan Verdijsseldonck Someren 31-02-1866 Anna Maria van Hoek Asten 28-10-1875 naar A2
A5 1900-1901 Antonie Mikkers Asten 18-06-1870 Maria Antonetta van Heugten Nederweert 17-01-1873 naar A180a
A5 1901-1905 Wilhelma Schellings Asten 06-01-1852 weduwe Simons naar A254a
A5 1900-1908 Johannes Loonen Oosterhout 01-04-1871 Adriana Geertrui Frens Dongen 20-08-1875 naar Uden
huis gesplitst in drie woningen
A5 1911-1912 Friedrich Landfritz Gunzenhausen (D) 13-02-1868 Rosa Moll Luzbach (D) 20-08-1870 naar Elberfeld
A5 1912-1920 Johannes Cornelis Lammers Someren 28-12-1878 Johanna Gerarda Nas Bemmel 27-12-1879 naar A349
A5 1920-1930 Johannes Werts Asten 05-04-1891 Gerarda van Bussel Asten 31-06-1893
7 1930-1938 Johannes Werts Asten 05-04-1891 Gerarda van Bussel Asten 31-06-1893

De meest gebruikte referenties staan in de introductie vermeld

Laatst bijgewerkt op 31 mei 2022, 19:19:54

XS
SM
MD
LG
XL
Heemhuis, Molenstraat 10, 5711 EW, Someren
Open voor bezoekers op dinsdag van 9 tot 12 uur
Het archeologiehuis is na afspraak open voor bezoekers
Bel hiervoor Peter van Bussel op (0493) 49 10 77 of (06) 38 06 71 63
Printen