logo

Index


Voormalig huis G583

Dit betreft een rond 1675 gebouwd huis in eigendom van de erven van Johannes Punders. Johannes Mathijs Mennen, alias Punders, is geboren rond 1590 als zoon van Mathijs Peter Mennen en Peterken. Hij is getrouwd met Petronella en na haar overlijden hertrouwd met Catharina Jan Maes. Johannes Mathijs Mennen, alias Punders, is in 1656 te Asten overleden:

Asten Rechterlijk Archief 53; 26-06-1656:
De erfgenamen van Jan Mathijssen alias Punders en de erfgenamen van Percken, wijlen de eerste vrouw van Jan Mathijssen zijn geweest ten huyse oft sterffhuyse van Jan Mathijssen en Cathelijn, zijn vrouw en er is aan hen getoond een besloten testament, gemaeckt bij den selven Jan Mathijssen ende Cathelijn, sijn huysvrouwe, ende voor schepenen ondergeschreven gebracht, sijnde Peter Michiel Colen den ouden en Joost Roeffs over tselven als schepenen gestaen hebbende ende tselven sien sluytende. Zij, de schepenen, openen het testament in presentie van de weduwe Jan Mathijssen en de erfgenamen.

Catharina Jan Maes is op 29-07-1663 te Asten overleden. Het huis wordt door de erfgenamen, kleinkinderen, verkocht aan Wilhelmus Leenders van Heugten:

Asten Rechterlijk Archief 87 folio 45 verso; 12-03-1693:
Huybert van Maris, Antonis Peter Houben, Hendrick Willems, Willem Antonis, Michiel Damen getrouwd met Catalijn Dircx, te Deurne, Philips Dircx mede voor Jan Willems, te Deurne. Allen erven van Jan Matijssen, alias Punders. Zij verkopen aan Willem Leenders van Heughten huis, schop, hof en aangelag aan het Mercktvelt ontrent de Kercke ½ lopense, ene zijde de straat, andere zijde Gijsbert Hoefnagels, ene einde Jan Paulus, andere einde Michiel Willems. Laatste bewoner was Herman Volders. Koopsom ƒ 176,-.

Wilhelmus Leenders van Heugten is geboren te Asten op 05-11-1647 als zoon van Leonardus (Leendert) Joost van Heugten en Heijlgondis Henricks (zie Voormalig huis E508. Hij is op 21-11-1677 te Asten getrouwd met Margaretha Joannis Slaets, geboren te Asten op 18-12-1647 als dochter van Jan Willem Slaets en Marieke Goorts Verberne (zie Voormalig huis F1156):

Juncti sunt matrimonio Wilhelmus Linders van Heughten et Margareta Jois Slaets; testes Leonardus van Heughten et Wilhelmus Jois Slaets.

In huwelijkse echt verbonden Wilhelmus Linders van Heughten en Margareta Johannes Slaets; getuigen Leonardus van Heughten en Wilhelmus Johannes Slaets.

01

Het gezin van Wilhelmus Leenders van Heugten en Margaretha Joannis Slaets:

# Voornaam Geboorte Huwelijk Overlijden Referentie
1 Judocus Asten 15-09-1678 Ongehuwd Asten 11-06-1710
2 Johannes Asten 08-03-1680
3 Maria Asten 06-01-1682
4 Johanna Asten 13-07-1685
5 Henrica Asten 12-10-1687
6 Leonardus Asten 05-06-1692 Ongehuwd Asten 06-05-1715

Wilhelmus Leenders van Heugten woont zelf in een huis op de Diesdonk (zie Voormalig huis F1156) en wordt ontslagen als vierman en benoemd tot schepen:

Asten Rechterlijk Archief 9 folio 340; 26-01-1689:
Van hun eed als schepenen zijn ontslagen Frans Mathijssen de Groot en Jan Hendrick Ceelen.
Als viermannen zijn ontslagen Philips Dircx, Willem Leenders van Heughten en Marten Antonis.
Tot schepen zijn benoemd Philips Dircx en Willem Leenders van Heughten.
Tot viermannen zijn benoemd Marten Teunis, Jan Fransen Voermans en Antonis Frans Philipsen.

Wilhelmus Leenders van Heugten verhuurt dit huis aan derden, waarschijnlijk aan Johannes Alberti van Riet, die het huis in 1699 koopt:

Asten Rechterlijk Archief 88 folio 84; 07-03-1699:
Willem Leenders van Heughten verkoopt aan Johan van Riet huiske, hof en schuurke aan de Kerck in het Dorp ½ lopense, ene zijde en einde de gemeente, andere zijde Gijsbert Goorts, andere einde Joost Doensen.

Margareta Slaets is op 01-09-1701 te Asten overleden en Willem Leenders van Heughten is te Asten op 25-03-1705 te Asten overleden.

Johannes Alberti (Johan) van Riet is geboren te Son rond 1660 als zoon van Albertus van Riet en Wilhelmina en halfbroer van Gerardus Alberti van Riet (zie Markt 17 en 19). Hij is te Asten op 04-06-1691 getrouwd met Catharina Petri Massin, geboren te Maaseijk (B) op 17-12-1665 als dochter van Peter Massin en Margareta:

Conjuncti sunt matrimonio coram R. D. Gerardo Verschuren Joannes Alberti van Riet et Catharina Petri Massin; testes Hubertus Wilhelmi Bernaerts et Martinus Arnoldi van Hoek:

In huwelijkse echt verbonden voor pastoor Gerardo Verschuren Joannes Alberti van Riet en Catharina Petri Massin; getuigen Hubertus Wilhelmi Bernaerts en Martinus Arnoldi van Hoek:

02

Het gezin van Johannes Alberti van Riet en Catharina Petri Massin:

# Voornaam Geboorte Huwelijk Overlijden Referentie
1 Albertus Asten 19-03-1692 Asten 09-10-1718
Aldegonda van de Cruijs
Asten 26-09-1745 zie ook Jan van Havenstraat 1
2 Petrus Asten 11-10-1693 Asten 20-08-1714
Petronella van Eynt
Asten 14-05-1749
3 Martinus Asten 22-09-1695 Kind Asten < 1703
4 Gerardus Asten 02-11-1697 Ongehuwd Asten 15-10-1784
5 Wilhelmus Asten 01-05-1699 Beek en Donk 01-10-1724
Maria Eynhouts
Erp 10-08-1747

reydende commies van den groote
Brabantsche zwijgende landtol

6 Antonius Asten 18-04-1701 Asten 25-07-1734
Hendrina Aart Clemans
Asten 19-08-1752 zie Voormalig huis G427
7 Martinus Asten 01-08-1703 Ongehuwd Venray 29-05-1731 *

*  Martinus van Riet was controleur van de koning van Pruissen, was in 1724 nog in Asten en is op 29 mei 1731 te Venary overleden. Rechts zijn doodakte.

Over de ouders van Johannes Alberti van Riet lezen we het volgende1:

Aelbert van Riet is geboren rond 1630 te Zaltbommel en blijkens een 'Commissie van de Staten Generael der Verenigde Nederlanden', werd Aelbert van Riet als borgersoon van Bommel op 28-02-1659 benoemd tot 'Vorster tot Son ende Breugel in het quartier van Peelandt Meijerij van 's-Hertogenbosch'. Naast het ambt van Vorster, ofwel belastinginner en veldwachter, oefende hij het be­roep van koster en herbergier uit. Zijn eerste huwelijkspartner was ene Willemijn en van haar is alleen bekend dat zij voor 1662 is overleden en blijkens een kerkrekening te Son in de Grote Kerk werd begraven. In de hervormde kerkarchieven van Son lezen wij dat op 19-06-1664 betaald aan Aelbert van Riet de Vorster voor dagementen de somma van ƒ 2-10-6 en in 1670 voor het begraven in de kerk van Willemijn huisvrouw van Aelbert van Riet de Vorster, betaald aan Jan de Smit ƒ 6,-. Aelbert van Riet hertrouwde met Judith van Breystraeten, uit Son geboortig als de dochter van Geraerdt van Breystraeten, schoolmeester en koster te Son en van Catharina Thomasdochter van de Pol. Aelbert van Riet is overleden voor 02-071692 te Son, omdat op die datum zijn zoon tot opvolger benoemd werd.

In een Resolutie van 04-08-1685 wordt Aelbert van Riet als vorster van Son genoemd in verband met verstoring van de zondagsrust2:

Johannes Alberti van Riet was voor zijn huwelijk secretaris in Vlierden en wordt aangesteld als vorster in Asten:

Asten Rechterlijk Archief 9 folio 326; 26-11-1688:
Jan van Riet is aangesteld tot vorster.

Johannes Alberti van Riet koopt een hofstad in de Hemel:

Asten Rechterlijk Archief 87 folio 27; 16-05-1692:
Philips Dircx en Willem van Heughten, als collecteurs der verpondingen 1688-1691, verkopen, gelaten door wijlen Herman Rijcken, aan Johan van Riet een leegliggende hofstad in het Dorp 9 roede, ene zijde en einde Jan Dirck Fransen, andere zijde Lucas van der Loo, andere einde de straat. Koopsom ƒ 8,-.

Johannes Alberti van Riet koopt een huis in de huidige Emmastraat, maar moet het binnen een half jaar weer verkopen:

Asten Rechterlijk Archief 87 folio 27 verso; 19-05-1692:
Frans Matijssen van de Cruys, te Geldrop, verkoopt aan Johan van Riet huis, hof, aangelag en land ontrent de Verckensmerckt in het Dorp 2½ lopense, ene zijde Jan Jansen Swagers en anderen, andere einde Jan Dirck Fransen en anderen, ene en andere einde de wegen. Koopsom ƒ 525,-

Asten Rechterlijk Archief 87 folio 39 verso; 07-11-1692:
De koop van het huis, aan de Verckensmerckt, van Frans Mathijssen van de Cruys aan Johan van Riet op 19-05-1692 wordt ongedaan gemaakt. Dit omdat het huis leenroerig is aan het Huis van Asten. De verkoper is gehouden de koopgelden te restitueren.

Al zijn roerende goederen worden in beslag genomen en Johannes Alberti van Riet wordt gearresteerd:

Asten Rechterlijk Archief 10 folio 127; 17-11-1692:
Hendrick Ginhoven, deurwaarder, heeft bij arrest de dato 04-11-1692 van de Raad van Brabant op verzoek van Jenneke Goort Valcx in arrest genomen de persoon van Johan Aelberts van Riet alsmede zijn meubelen en verdere effecten.

Als vorster inspecteert Johannes Alberti van Riet de belastingen op vee:

Asten Rechterlijk Archief 109 folio 27 verso; 24-01-1693:
Mathijs van der Laeck, procureur, te Helmont, Henrick Ginhoven, deurwaarder, Johan van Riet, vorster, alhier en Hendrick Wagemans. Zij verklaren ter instantie van Peeter van Ekert, pachter van de hoorngelden en mergenthaler, te Asten dat zij op 20-01-1693, te Heusden, in nabeschreven huizen en stallen de bestialen gevisiteerd te hebben en bevonden hebben bij Peeter Peeters een hoornbeest hebbende vier brede tanden. Was aangebracht als een half hoornbeest. Bij Willem Jansen twee hoornbeesten hebbende ieder vier brede tanden. Waren aangebracht als twee halve hoornbeesten. Bij Philips Dircx twee hoornbeesten ieder vier brede voortanden. Waren aangebracht als halve hoornbeesten.

Johannes Alberti van Riet is ook jager en schiet hier een wolf in de Peel:

Asten Rechterlijk Archief 09 folio 69; 21-08-1694:
Aert Jansen de Zeger en Willem Thomas Canters hebben, op 14 juli 1694, in de Peel van Asten, een nest van vijf jonge wolven gevonden. Verder verklaren wij, schepenen, dat Jan van Riet, vorster, en Antonis Joosten de Smit, op 16 juli, rond 10 uur 's avonds, een oude moeyerwolf hebben geschoten, ter plaatse waar de jonge wolven waren uitgehaald.

Johannes Alberti van Riet koopt een steenoven op het Marktveld:

Asten Rechterlijk Archief 146; 26-12-1697:
Op 2 september 1699 soo is den steenoven op de Marcktvelt vercocht alwaer die clock is vergooten. Gekocht door Jan van Riet voor ƒ 17-10-0.

Ook de zusters van het klooster van Ommel moeten hun beesten opgeven aan vorster Johannes Alberti van Riet:

Asten Rechterlijk Archief 110 folio 43; 05-01-1699:
Schepenen, alsmede Johan van Riet, vorster, verklaren ter instantie van Abraham van Lent, pachter van de bestialen te Asten de dato 01-10-1698 dat zij zich hebben vervoegt in het Cloosterken van Ommel waar de voornoemde pachter was afvragende aen suster Maria Canters, procuratesse, van het voornoemde Cloosterke waer haer verckens waeren ende hoeveel verckens dat sij dit saysoen, sedert sijnen pacht, hadden geslaght. Wij, schepenen en vorster, verklaren hierop dat de voornoemde zuster daarop heeft gezegd: "Wij hebben vier verckens geslacht ende twee beesten in desen slachttijt". Hierop is haar gevraagd of zij daar briefkes van had gehaald bij de collecteur of aangegeven. Waarop zij weer antwoordde: "Neen, ick en hebbe daervan geen briefkens gehaelt ofte oock niet aengegeven, maer ick hebbe tselve aengeteeckent op een briefken". Zij heeft aangeboden dit briefke te overhandigen.

Johannes Alberti van Riet inspecteert als schepen de herbergen van Asten en daaronder wordt ook genoemd dat hij een herberg bezit in het door hem in dit jaar gekochte huis:

Asten Rechterlijk Archief 167; 23-08-1699:
Op 23 augustus 1699 hebben wij, Jan van Riet en Joost Doensen, schepenen, op verzoek van Jan van den Bleeck, als pachter der bieren, wijnen, brandewijnen en gedistilleerde wateren over Asten de dato 01-10-1698 tot 30-09-1699, in bijwezen van Gijsbert Hendricx, collecteur , bezocht en gevonden bij de kinderen Marcelis Claes Daniels Berckers een half toen bruyn bier daer de kraen in steeckt ende een kan brandeweyn verclaert te continueert om te tappen; de weduwe Isbout Conincx verklaarde niets in huis te hebben; bij de weduwe Jacob van de Cruys een ton bier, waar de kraan in sta, alsmede een halve kan brandewijn; bij Elske weduwe Jan Nicolaes Spoorenbergh een halve ton bier en een halve ton bier waar de kraan in stak, een halve aam rijnse wijn waar de kraan instak en nog een vaatje brandewijn waar de kraan instak; bij Jan Willems Verbeeck een halve kan snevel; bij Mattijs Jansen Walravens een kan genever; bij Reynier van Geldorp niets gevonden; bij Peeter Jan Canters drie tonnen bier en een ton waar de kraan in stak, twee potten brandewijn; bij Bruysten Fransen zes tonnen bier en een halve ton waar de kraan in stak, twee potten brandewijn en hij verklaarde te tappen; bij Joost Doensen anderhalve ton bier en een kan brandewijn; bij Jan van Riet twee tonnen bier en een vaatje brandewijn in beide stak de kraan; Dirck Coolen verklaarde niets in huis te hebben; bij de kinderen Michiel Peeter Coolen den ouden blanco; bij Hendrick van den Bleeck zes halve tonnen bruin bier, een halve ton wit bier, een halve aam rinse wijn; bij Frans van Bussel blanco.
Nog enige andere tappers uit de periode 1695-1700.
1695: bij Antonis van der Linden, zeven kannen waggelder; Jan Spoorenbergh; Jacob van de Cruys; Hendrick Canters; Jonker Fierlandt; Antony Canters; Hendrick Lomans; kinderen Marcelis Claes Berckers; Huybert Jan Tielen; Jan Hoefnagel; Margriet weduwe Jan Roefs; Herman Volders; Wouter Hoefnagels; Aert Verrijt; Jenneken Hendrick Aert Mennen; Jan Hendrick Ceelen; Jan Willems van Mierlo.
1696: Aert van Rut; Jan Paulus.
1697 en 1698: geen nieuwe namen.

Johannes Alberti van Riet koopt een deel in de Wijtflietse tienden:

Asten Rechterlijk Archief 89 folio 30; 04-01-1701:
Antony Vrenghs en Peter Aerts als momboiren over de drie onmondige kinderen van wijlen Dominicus van den Broeck, met name Gerard, Johan Baptista en Catharina van den Broeck verwekt bij Maria Vrenhgs, te Turnhout, verkopen aan Johan van Riet en Peter Fransen 1⁄4e deel in een Clamptiende alsmede in de Smaltiende, rijdende met de tienden van Thomas Beresteyn en het Groot Gasthuys van 's Hertogenbosch. Belast met 1½ vat rogge per jaar aan het Convent van Ommelen in een meerdere rente van 12 vat per jaar voor schepenen Asten de dato 18-07-1668. Koopsom ƒ 1171,-.

Johannes Alberti van Riet treedt hier op als waarnemend drossaard:

Asten Rechterlijk Archief 110 folio 120; 18-11-1701:
Copie. Nicolaes Pauw, drossaard, te Asten, maakt gebruik van zijn recht om een bequaem stadhouder ofte substituyt aan te stellen. Hij benoemt Jan van Riet, vorster, om namens hem, in zijn afwezigheid, als zodanig op te treden. Actum 's Hertogenbosch.

Johannes Alberti van Riet wordt hier door Everard van Doerne, Heer van Asten, gevraagd om de freule van Doerne in Munsterbilsen (B) op te halen:

Asten Rechterlijk Archief 110 folio 124 verso; 16-06-1702:
Reynier Pepercorn, als gemachtigde van de drossard, Antony Canters en Philips Timmermans, schepenen certificeren mits deze dat Johan van Riet en Thomas Andriessen, beiden domestiquen van de Heer van Asten, willen gaan, met paard en kar en een persoon van hen te paard, naar het Adelijk Stift te Munsterbilsen, in de lande van Luyck, om op order van de Heer van Asten frulle de Doerne op te halen en haar te transporteren naar het kasteel van Asten. Wij verzoeken hen te laten passeren en repasseren.

Martinus van Hoek is collecteur van dranken onder vorster Johannes Alberti van Riet, waarbij laatstgenoemde het collecteboek beheert:

Asten Rechterlijk Archief 110 folio 127 verso; 05-09-1702:
Schepenen van Asten, Olifier van Hervelt, deurwaarder en Matijs Somers, ondervorster. Zij verklaren dat wij heden zijn geweest ten huize van Martinis van Hoeck, collecteur der bieren, wijnen, brandewijnen enzovoorts en daar hebben opgeëist het collecteboeck of de copiën daarvan. De collecteur heeft ons gezegd: "Ick sal het collecteboeck aen U Lieden niet geven ofte laeten sien". De deurwaarder heeft hiertegen protest laten horen: "Ick ben alhier met de schepenen ende sall het collecteboeck op de secretarye laeten". De collecteur heeft dan nogmaals geweigerd het boek af te laten geven of zelfs te laten zien dan alleen op order van Jan van Riet, de vorster, zijn meester, die hem aangesteld heeft en hem verboden heeft het aan iemand mee te geven.

Johannes Alberti van Riet wordt hier als jager genoemd en hij vraagt een paspoort aan:

Asten Rechterlijk Archief 110 folio 136; 22-01-1703:
Paspoort voor: Johan van Riet, vorster te Asten en jager van de Heer van Asten, hij is somwijlen vacerende en gaende buyten dese heerlijckheydt om sijne affaires te verrichten.

Johannes Alberti van Riet koopt nog een deel van de klamptiende van Asten:

Asten Rechterlijk Archief 89 folio 58; 16-03-1703:
Lambertus Houbus getrouwd met Peternella van den Broeck verkoopt aan Johan van Riet ¼e part in een smale clamptiende te Asten. Rijdende met de tiende van Thomas van Beresteyn en het Groot Gasthuys van 's Hertogenbosch. Belast met 1½ vat rogge per jaar aan het Convent van Ommel in een meerdere rente van 12 vat rogge per jaar, schepenen Asten de dato 18-07-1668. Koopsom ƒ 1175,-.

In de herberg van Johannes Alberti van Riet wordt het verplaatsen van fruitbomen door Huybert Abrahams aan de kaak gesteld:

Asten Rechterlijk Archief 111 folio 40 verso; 29-04-1707:
Joost Roefs, schepen, en Mathijs Somers, ondervorster, verklaren ter instantie van Louis de Caesteecker, drossaard, alhier terzake van seeckere discourssen ende woorden gesproocken op Vastenavondzondag de dato 6 maart laatstleden. Dat zij op die avond hebben gezeten in de herberg van Jan van Riet, vorster, alhier, en dat in hun gezelschap was Huybert Abrahams, wonende alhier, aan wie door Jan van Riet gevraagd is, wie hem, Huybert last had gegeven om de fruytboomkens in den hof achter het huis, toebehorende aan de Tafel van den Armen van Asten en eertijds gekomen van Abraham den Metser, weg te halen. Huybert heeft hierop geantwoord in substantie: "Waerom en soude ick die niet uythalen die mijn susters kinderen geplant hebben, die hebbe ick er uytgehaelt ende in mijnen eygen hof geset en daermee is niemant aengelegen". Waarop, zij attestanten, gehoord en gezien hebben dat Jan van Riet aanstonds antwoordde, deze woorden in kennis te nemen en tot teken van dien aan hem comparanten drie potten bier heeft getapt die sij attestanten tot memorie ten dien eynde verclaren, dat hebben helpen drincken. Zij, attestanten, zijn later nog ter instantie van Jan van Riet, in naam van het officie, in den hof geweest en daar een der kuilen bevonden waar de fruitboompjes in gestaan hadden, zoals Elisabet Goorts, daar ook present zijnde, aan hen heeft aangewezen.

Johannes Alberti van Riet neemt twee personen gevangen:

Asten Rechterlijk Archief 111 folio 58 verso; 28-11-1707:
Jan van de Cruys, 34 jaar, Jan Smits, 28 jaar, Michiel van de Cruys, 24 jaar. Allen wonende te Omel. Zij getuigen dat Meester Wolphaert Idelet, Jan van Riet, vorster en Jan Maes den ouden, wonende te Someren op vrijdag 30 september 1707, tussen Ommel en de watermolen van Bergelen, op Astens gebied, in de Bergen, aldaar, hebben gevangen twee personen; den eenen genaempt wordende in de wandelinge den scheelen Adam en sijn cammeraet desselfs naem onbekent. Zij zijn gevanckelijck weggevoerd.

Johannes Alberti van Riet handelt in zijn herberg ook in wijn:

Asten Rechterlijk Archief 12 folio 10; 16-02-1708:
Jan van Riet, aanlegger contra Bruysten Franssen, gedaagde. Betaling van ƒ 5-9-0 wegens door gedaagde gehaalde wijn.

Johannes Alberti van Riet verkoopt het huisje op de Hemel:

Asten Rechterlijk Archief 90 folio 76 verso; 02-02-1709:
Jan van Riet verkoopt aan Jan Marten Doensen huiske en hof in het Dorp 1½ copse, ene zijde de straat, andere zijde en ene einde Jacob Dirck Fransen, andere einde Lucas van der Loo. Verponding 10 stuiver per jaar. Koopsom ƒ 130,-.

Johannes Alberti van Riet treedt hier op als jachtopziener in dienst van de Vrouwe van Asten:

Asten Rechterlijk Archief 111 folio 134; 15-05-1708:
Johan van Riet, vorster, te Asten, verklaart, onder eede, ter instantie van Vrouwe Baronne de Boecop, Vrouwe van Asten, betreffende het jagen met snaphaen door de Heer van Helmont. Dat hij heeft gehoord dat Teunsvelt, tollenaer, te Helmont, zich kwalificerende als jaeghmeester van de Heer van Helmont geassisteerd met Jan Packner van Helmont, op zijn clompen gaende en een zoon van den overledene Heer Winteroye in 1707 met roers, honden, jagers en trompen hier zijn komen jagen en ten huize van hem, comparant, zijn komen eten en drinken en met groot geluid op de trompet geblazen. Hij, comparant, was niet thuis. Nadat hij thuisgekomen was, de jagers vertrokken zijnde, is hem door de Vrouwe opgedragen indien zij weer terug zouden komen, hen te becalangeren. Enige tijd later is hij weer het velt ingegaen, om deze of andere jagers op te zoeken en hen te bekeuren. Maar hij heeft ze nooit meer teruggezien. Hij verklaart verder dat hij, in de 19 jaar van zijn bediening, nooit enige jagers van de Heer van Helmont heeft bevonden. Wel heeft hij, twee à drie jaar geleden, in de Bergen een persoon gezien met honden en een met het roer, hem afwijkende waardoor hij ze niet heeft kunnen bekeuren of het roer afnemen.

Johannes Alberti van Riet is verantwoordelijk voor de belastingen op landbouwgrond en beestengelden:

Asten Rechterlijk Archief 148; 22-06-1711:
Condities en voorwaarden waarop Jan van Riet, voor ƒ 2,- per honderd, pacht, het collecteren van de besaeyde mergenthalen, hoorngelden, dranck en bestiaelen over het jaar 01-10-1711 tot en met
30-09-1712. Borgen Willem Loomans en Martinus Jansen.

Een certificaat voor Johannes Alberti van Riet als zijnde een goede vorster:

Asten Rechterlijk Archief 112 folio 136; 07-12-1711:
Certificaat voor Johan van Riet, vorster dat hij zich, gedurende zijn bediening van het vorsterambt, heeft gedragen en gekweten als een eerlijk vorster.

Johannes Alberti van Riet koopt een huis bij de kerk van Asten, dat hij verhuurt aan derden:

Asten Rechterlijk Archief 91 folio 60 verso; 25-05-1712:
Frans Cornelis van Weert cum suis borgemeesters, Sint Jan 1709-1710, Jan Anthonissen cum suis borgemeesters, Sint Jan 1708-1709. Zij laten tot verhaal van de dorps- en landslasten de goederen van wijlen Dirck Coolen getrouwd met Maria Janse Roefs, tegenwoordig zinneloos verkopen te weten:
Huis, koestallen en hof, zoals die afgepaald is neven den hof van het klein huiske met de ingang tussen beide deze twee huizen samen met de eigenaar en gebruiker van het neven het voorschreven huis liggende klein huiske, gelegen ontrent de Kerk, ene zijde Catalijn weduwe Antonis van Ruth, andere zijde en ene einde de straat, andere einde het klein huiske. Verponding 10 stuiver per jaar. Belast met ƒ 1-17-8 per jaar aan rentmeester des Tombes. Koper is Jan van Riet. Koopsom inclusief rente ƒ 333,25.
Zij verkopen aan Paulus Peter Canters het klein huiske bij de Kerk in het Dorp, ene zijde het straatje, andere zijde Jan van Riet, ene einde de straat, andere einde Catalijn, weduwe Anthonis van Ruth. Naast den hof van het grote huis liggende. Verponding 12 stuiver per jaar. Belast met ƒ 2-10-0 per jaar aan den Armen van Asten. Koopsom ƒ 106,-

In opdracht van Johannes Alberti van Riet worden bij de inwoners van Asten de paaseieren opgehaald; een traditie waarbij de opbrengst vaak voor de pastoor was:

Asten Rechterlijk Archief 114 folio 38; 18-06-1714:
Schepenen van Asten verklaren ter instantie van het officie dat het waar is dat Willem Tijs Somers ontrent of voor Paesschen 1713 met Maria van Weert, gewesene dienstmeyt van Jan van Riet, als doentertijt vorster van Asten wesende, voor deselve vorster bij de ingesetenen hebben opgehaelt de paesseyeren. Zij verklaren verder gehoort te hebben dat Willem Tijs Somers, in gebannen criminele vierschaer, op de examinatie van de drost openlijk bekende dat hij door Jan van Riet en Jacob Baessen, vorster, na dato dat Jan van Riet en Jacob Baessen, ondervorster, op hem waren uitgeweest om hem, Willem, te apprehenderen, door dezelfde Jan van Riet is aangenomen geweest om zijn paesseyeren op te halen.

Johannes Alberti van Riet is loslippig over het opvoeden van kinderen die zomaar bij de drossaard binnen stappen:

Asten Rechterlijk Archief 114 folio 54 verso; 01-10-1714:
Hendrick Jan Aerts, 21 jaar, Peeter Jan Aerts, 24 jaar en Jan Janssen van den Loverbosch, 20 jaar. Zij verklaren, onder eede, ten faveure van justitie, dat zij verleden zondagavond, tot 11 uur 's avonds, zijn geweest in de herberg van Jan van Riet, gewezen vorster, en verklaren de eerste en derde deponent gehoord te hebben dat Jan van Riet tegen Peeter Jan Aerts, in het gehele gezelschap zei: "Ick wenste dat den drost mijn soon in plaats van Peeter Jan Aerts hadde gehat, ick sou hem hebben laten sitten". En verder zei hij, Jan van Riet: "Peeter, ligt daar van verclaring, want het sal U connen verweten worden".
De tweede deponent verklaart op zondag, 23 september 1714, met Willem Jan Loomans te zijn gegaan naar het huis van de drossard, met de intentie om daar binnen te gaan, echter den deponent schripuel zijnde, verklaard, tegen Willem Jan Lomans gezegd te hebben: "Willem, mag men in sulcke huysen wel gaan?" Waarop Willem antwoordde: "Ja, waarom soude men dat niet doen mogen". Hierop is gebeld en de deur geopend zijnde, zijn zij tot in de keuken gegaan en van daar naar de achterkeuken. De drost, thuisgekomen zijnde, was daarover enigszins ontsteld. Hij, deponent, verklaart verder, gisteren, 30 september 1714, in de herberg van Jan van Riet geweest te zijn en dat Jan van Riet hem, deponent, over het gepasseerde ten huize van de drossard heeft aangesproken en in het gezelschap openlijk zei: "Ick wenste wel dat den drost een van mijn soonen in plaats van U hadde gehat, ick soude het hem wel geleert hebbe of moe gemaakt hebbe".

Johannes Alberti van Riet verwijt de schepenen van Asten dat zij een molendwangrecht hebben ingesteld:

Asten Rechterlijk Archief 114 folio 55 verso; 01-10-1714:
Schepenen van Asten verklaren ter instantie van Baronnes de Boecop, Vrouwe van Asten, dat voor ons zijn verschenen Hendrick Tho poel, president schepen en Jan Doensen, borgemeester. Zij verklaren, dat zij als gecommitteerde van deze heerlijkheid, op 13 september 1714, waren gecompareert te 's Hertogenbosch, om de verpachting der imposten te observeren. Zij waren gelogeerd in de herberg van Wouter van Vlockhoven, waar ook Jan van Riet, gewezen vorster, in de herberg was, welke tegen Hendrick Tho poel, eerste deponent, zei: "Gij doet de previlegien van Asten te niet". Waarop Hendrick Tho poel terug zei: "Ik en weet niet dat ik ietwes doen tegens de previlegien van Asten en veel min dat ik die teniet doe". Jan van Riet heeft hem dan verweten dat hij van de molen van Asten een dwanckmolen had gemaakt en dat dit nooit geen dwangmolen was geweest. Hendrick Tho poel zei hierop weer: "Wij, schepenen, hebben geen dwanckmolen gemaackt, maar wij hebben geseyt, dat als de ingesetenen behoorlijck werden gerieft dat sij dan geen reden hadden buyten ter molen te gaan. Hetwelk de tweede deponent confirmeerde. Waarop de gewezen vorster aanmerkte als of allent tselve ter complisantie van Mevrouw was geschiet: "Ick heb van mijn leven oock wel goet vrint van Mevrouw van Asten geweest, maar ick hebber den put en oven moeten laten, gij, president sult die daar oock wel moeten laten". De president heeft verder gezegd: "De gelijcke schepenen hebben de naburen daarbij geroepen en die hadden konnen spreken, maar die seyde, wij hebben geen reden om buyten ter molen te gaan als ons den mulder wel doet. Waarop Jan van Riet zei: "Gij hebt die naburen geroepen die gij er woude hebben, als eenen Teunis Josephs en eenige van den Dijck. Maar gij hebt er geen geroepen die daartegen waren". Wij schepenen, bovengenoemd, verklaren, dat Hendrick Tho poel, als president, in het een en het ander, als hem voorstaand is verweten, zich niet anders heeft gedragen als andere schepenen.

Johannes Alberti van Riet bemiddelt bij een meningsverschil:

Asten Rechterlijk Archief 114 folio 75; 16-01-1715:
Hendrick Tho poel, president en Philips van Heusden, oud president, verklaren ter instantie van Lijske Willems en Mattijs Willems, haar zoon, gedaagd te zijn om te getuigen inzake van het verschil, gerezen tussen Mattijs Willems en Willem Geven en Hendrina, zijn vrouw, nopende de societijt ende compagnie die sij onder malcanderen gehad hebben over het samen varen ende coophandelinge int leger der gealieerdens. Comparanten verklaren, dat zij weten dat de geassocieerden in het leger hebben gevaren, ook weten zij dat hun handelingen sijn gerekent en geliquideert geweest zonder echter te weten of er eenige reserveren geschiet of wederhouden te sijn geweest. Maar integendeel wel te weten dat aan de requiranten in deze eenige guldens sijn toegerekent. Hoeveel weten zij niet meer precies. Zij hebben als schepenen over deze regtsvervolginge gezeten welke gedaan werd op de opkamer in de herberg van Jan van Riet. Door bemiddeling van Jan van Riet is over de rekening geaccomodeert geworden.

Bij een diefstal door Willem Grootens wordt aan Johannes Alberti van Riet verzocht om het gestolen geld terug te geven en zijn vrouw getuigt nog in deze zaak:

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 19-08-1715:
Johan van Riet verklaart dat hij, door een voerman uit Boxtel, wiens naam hij vergeten is, verzocht is geworden om hem te assisteren en te helpen tot seekere buyl gelts die uyt sijne voermansvalies, liggende in de rosdoeck van de kar, staande op de plaats van de herberge, genaempt, 'De Blouw Hant', tot Stratum, nu int begin van dese somer daar uytgehaelt was. Hij deponent presumeert dat dit gedaan is door Willem Grootens, deze bestreedt dat aanvankelijk, doch na veel wisseling van woorden bekende deze Willem dat hij het gelt uyt de valise hadt getrocken, seggende, dat hij vermeende dat het nagels waren. Hij zou ze weer terug gelegd hebben als er geen volck was aangekomen. Deponent verklaart verder dat hem door Willem Grootens een open zak met geld is overhandigd en dat hij deze aan de voerman en zijn vrouw heeft teruggegeven.

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 114 folio 124; 03-10-1715:
Johan van Riet bevestigd, onder eede, zijn verklaring op 19 augustus laatstleden afgelegd. Hij voegt er aan toe dat ten tijde wanneer het geld door Willem Grootens aan hem werd overhandigd, het omtrent de week voor Pasen is geweest en dat het bedroeg honderd in de twintig gulden.

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 06-03-1716:
Compareerde voor Willem de With, notaris, te Eyndhoven, residerende te Asten, Catarina Massijn, vrouw van Johan van Riet, hospes en herbergier, te Asten. Zij verklaart, ter instantie van Frans Keels en Peeter Canters, dat op 10-10-1715, wanneer ten hare huize het getuigenverhoor plaats vond terzake Willem Grootens gezien te hebben dat Frans Jansen Keels dede buytenshuys ende deure roepen, den advocaet Ideleth, patronicerende Willem Grootens, als gedetineerde, en dat sij deselven advocaet Idelet, naerdat alvoorens buytenshuys metten voornoemde Frans Keels eenige discours hadde gehadt, wederom in huys comende heeft hooren seggen desen man is schrupuleus daer in. Maer men moet al wat doen om den grooten hoops wille. Denoterende daermede de andere persoonen die aldaer mede present waren om te getuigen voor Willem Grootens. Zij verklaarde verder dat dit is geschiedt in den avond, onder het drinken van verscheidene glazen of pinten bier ende het roocken van tabacq ten haren huize. En waar door de comparanten veel gepraet ende woorden gemaeckt wierden. Zij heeft niet kunnen verstaan wat ieder voor zich heeft gezegd. De zuster van Willem Grootens heeft het gelag van de requiranten en diverse andere personen betaald.

Zoon Albert van Riet heeft zijn aanstaande vrouw ontvoerd:

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 16-09-1718:
Agnes, weduwe Jacobus van de Cruys, geeft te kennen dat op 21 augustus 1718 's nachts om een uur, Alegonda van de Cruys, haar dochter, met haar clederen, lijwaet ende cleynodien heimelijk en in stilte uit haar, suppliantes, huis is vervoerd en met een kar gebracht naar Son. Alles buiten medeweten, kennis en weerwil van haar, suppliante. Inmiddels is op 26 augustus laatstleden Albert, zoon van Jan van Riet, gekomen te Ommel ten huize van haar ondergeschreven, vragende, of zij haar ontvoerde en ontleyde dochter aan hem wilde geen? Waarop zij heeft geantwoord: "Brenght mijn dochter eerst weder in mijn huys, dat ick se sien en sprecken can, dan sal ick U antwoorden ende ick staen den trouw niet toe, want het is teghen mijnen wil". Albert van Riet is daarop weer vertrokken naar Son en op 27 augustus laatstleden, samen met Alegonda verschenen voor schepenen van Asten, verzoekende om ingeschreven te worden in ondertrouw, blijkende uit Uw acte van insinuatie. Noch de suppliante, noch haar kinderen hebben Alegonda kunnen zien of spreken. En deze is op dezelfde dag, op een kar, met verscheidene gewapende personen, namelijk Albert van Riet en Jan van Riet, te paard geconvoyeert zijnde, weer weggebracht uit Asten. Zij waren voorzien van verschijde soorten schietgeweer. Suppliante wil als moeder en voogdes van Alegonda, niet dat deze trouwt met voorschreven Albert. Zij wijst ook op artikel 85 uit het Eghtreglement van Staten Generaal dat tijdens de ontvoering van enig vrouwspersoon haar trouwen nul en geender waarde is. Verder draagt zij om bestraffing van de ontvoerder.
Marge: De secretaris Draak verzoekt aan schepenen om eerst een accoord tussen de partijen trahcten te bereiken. Indien dit niet lukt, dan de zaak voor laten komen.

Uiteindelijk zijn zij tegen de zin van schoonmoeder Agnes Knippenbergh (zie Jan van Havenstraat 1) getrouwd en krijgen in Asten nog een kind. Albert van Riet werkt vanaf 1720 als commies in Overpelt, maar keert later terug naar Asten.

Johannes Alberti van Riet heeft nog geld van Joost Roefs te goed:

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 14 folio 83; 25-01-1723:
Johan van Riet, aanlegger contra Joost, zoon Joost Roefs, gedaagde. Betreft aflossing van een obligatie van ƒ 100,- ten laste van Joost Roefs. In de loop van de tijd is onduidelijk geworden van welke Joost Roefs, vader of zoon, hier sprake is.

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 115 folio 185; 07-06-1723:
Joost van Hugte, oud schepen, nu kerkmeester, verklaart ter instantie van Jan van Riet dat Joost soone Joost Roefs, die nu nog in leven is en woont in het Dorp, aant Mercktvelt, op 31 december 1708, aan Jan van Riet, voor hem en Philips van Heusden, toen schepen, heeft bekend schuldig te zijn ƒ 100,- wegens geleend geld. Van deze transactie is een obligatie gemaakt en behoorlijk ondertekend.

Asten Rechterlijk Archief 116 folio 21 verso; 27-05-1726:
Jan van Riet, als impetrant van executie en onwillig decreet contra Joost soone Joost Roefs geeft procuratie aan Meester N. Kervel, procureur, te 's Gravenhage, om de begonnen executie, voor de Raad van Brabant, namens hem voort te zetten.

Twee zonen van Johannes Alberti van Riet krijgen een paspoort om buiten Brabant te gaan werken:

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 115 folio 190 verso; 23-07-1723:
Paspoort voor Martinus van Riet, geboren alhier, jongman, schoenmakersgast, wil in andere landen gaan werken om zijn ambacht verder te leren.

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 115 folio 216 verso; 22-11-1723:
Paspoort voor Wilhelmus Jan van Riet, jongman.

Het collecteboek voor het hoofdgeld wordt overgedragen aan Johannes Alberti van Riet:

Asten Rechterlijk Archief 116 folio 2; 05-10-1725:
Heylke, weduwe Wouter Hoefnagels geassisteerd met Willem Jan Loomans, haar schoonzoon, draagt over aan Jan van Riet het collecteboek van Hoofdgeld ingegaan 01-10-1723, dat zij voor de helft moest collecteren, alsmede de andere helft die door Lijske, weduwe Hendrik Jan Hoefnagels gecollecteerd zou worden. Jan van Riet zal deze collecten verder innen en ontvangen en zal de overdragers daarvan kost- en schadeloos houden. Het beurloon is 6%.

Johannes Alberti van Riet heeft nog een schuld uitstaan, die na zijn overlijden door zijn weduwe Catharina Petri Massin wordt gelost:

Asten Rechterlijk Archief 93 folio 56; 21-06-1726:
Jan van Riet is schuldig aan Antony Jan Meujen ƒ 200,- à 4%. Marge: 07-12-1736 gelost door weduwe Jan van Riet.

Johannes Alberti van Riet koopt nog een klein huis bij de kerk:

Asten Rechterlijk Archief 93 folio 175; 01-10-1731:
Michiel de Gaase, deurwaarder, executeert ten behoeve van Goort Antonis van Bussel en Goort Canters, collecteurs der verponding, 1729, de goederen, zijnde 4⁄5e deel, welke toebehoren voor 3⁄5e deel aan Prins Johan Christiaan Zulspach Nomen Uxoris en voor 1⁄5e deel aan Gerrit van Oldersom hen aamgekomen volgens brieven van onwillig decreet van de Raad van Staten van Brabant de dato 30-07-1726. Hij verkoopt aan Jan van Riet een klein woonhuis, hof en aangelag bij de Kerk 1 lopense; groes int Lindert 1 lopense; groes int Lindert 25 roede; land int Lindert 2 lopense. Deze verkoop wordt gedaan ten laste van Gerrit Oldersom en deze aangekomen als voor. Koopsom ƒ 115,-.

Als Johannes Alberti van Riet ziek wordt, maken hij en zijn vrouw hun testament op:

Asten Rechterlijk Archief 116 folio 276 verso; 17-05-1732:
Jan van Riet en Catharina Massin, zijn vrouw, ontrent de Kerk, in het Dorp, testeren. Hij ziek, zij gezond. Alle voorgaande maakselen vervallen. Al hun goederen gaan naar de langstlevende van hen beiden. Indien echter de langstlevende weer in een ander huwelijk zou treden dan komt dit testament te vervallen en zullen de goederen volgens de reghten en costuymen locaal geërft worden.

Johannes Alberti (Johan) van Riet is op 07-09-1732 te Asten overleden en hieronder zijn begraafakte:

1734 7bris 7; obijt Jan van Riet, d.

7 september 1732; begraven Jan van Riet uit het dorp.

03

Zijn weduwe verhuurt het huis aan haar zoon Peter van Riet:

Asten Rechterlijk Archief 117 folio 14; 15-10-1732:
Catharina Massin, weduwe Jan van Riet geeft in huur aan Pieter van Riet, haar zoon huis, schuur en hof, land en groes waar zij nu woont ontrent de grote Kerck. Huurtermijn 12 jaar. Huursom ƒ 35,- per jaar; twee vim dakstro per jaar en alle lasten voor de huurder.

Catharina Petri Massin verkoopt ook enkele meubilaire goederen:

Asten Rechterlijk Archief 142; 29-10-1732:
Catharina Massin, weduwe Jan van Riet verkoopt enige gereede ofte mobiliaire goederen. Onder andere schoteltjes, vlootjes, boterpotten, kannetjes, schaaltjes, een partij oude stoelen, een comptoirtafel, een metalen pot, enige bedden voor ƒ 6,- per stuk, een grote koperen ketel à ƒ 10,50. Totale opbrengst ƒ 150,-.

Catharina Petri Massin draagt haar zoon Peter van Riet op om de kleren van zijn overleden broer Martinus van Riet in Venray op te halen:

Asten Rechterlijk Archief 117 folio 24; 02-01-1733:
Catharina Massin, weduwe Jan van Riet verklaart ter instantie van Peter van Riet, haar zoon dat zij, comparante, en haar man opdracht hebben gegeven aan hun zoon, Peter, om te gaan naar Venroy, Overpeell, om daar af te halen alle kleren en goederen die daar door het afsterven van hun zoon, Martinus van Riet, in zijn leven geweest contreleur van sijne conincklijcke Maiestijt van Pruyssen te Venroy zijn achtergebleven. Martinus is op 30 mei, te Venroy, begraven door zijn vader, Jan van Riet. Peter zou ook meteen de staat onderzoeken van hun overleden zoon en de gevonden goederen aan zijn ouders overleveren. Hij heeft alles, zoals hij het, op 29 juli 1731, te Venroy, heeft bevonden en afgehaald, aan ons overgedragen.

Hieronder de begraafakte van Martinus van Riet in het begraafboek van Venray:

04

Catharina Petri Massin verkoopt een huis in het dorp, een tiende en nog een huis bij de kerk om schulden af te lossen en in haar onderhoud te voorzien:

Asten Rechterlijk Archief 94 folio 4 verso; 27-05-1733:
Catharina Massin, weduwe Jan van Riet verkoopt aan Peter Willem Loomans huis, hof en aangelag in het Dorp 1 lopense, ene zijde de gemeente, andere zijde de goederen wijlen Jan Coolen. Verponding ƒ 1-1-0 per jaar. Koopsom ƒ 56,-.

Asten Rechterlijk Archief 94 folio 5 verso; 18-09-1733:
Catarina Massin, weduwe Jan van Riet, in leven commies van den toll, verkoopt aan Jan Goort Loomans, Goort van Bussel en Goort Canters 3⁄4e deel in 1⁄4e deel van een klamptiende alsmede de gerechtigdheid in de smaltiende, welke rijdende is met de tiende van Heer Beresteyn en het Groot Gasthuys van 's Hertogenbosch. Verder zoals deze tiende, op 04-01-1701, door Antony Vughts en Pieter Aarts als momboiren van de onmondige kinderen van wijlen Dominicus van den Broeck en Maria Vughts, te Thuernhout, aan Jan van Riet zijn verkocht. En waarvan het overig 1⁄4e deel in het 1⁄4e deel en het 1⁄4e deel in de gerechtigdheid der smaltiende hoort aan de kinderen Willem Goort Loomans getrouwd met Heylke Peter Fransen. Koopsom ƒ 1370,-.

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 25-07-1734:
Catarina Massyn, weduwe Johan van Riet, in leven commies van den Tol, te Asten, uit kracht van testament de dato 17-05-1733 zal op dinsdag, 24-08-1734, ten huize van Pieter van Riet, haar zoon, publiek, verkopen huis, hof en aangelag aan de Kerck, ene zijde Tony Muyen, andere zijde de straat; drie groesvelden aan de Aa naast den Astenschen Dijck naar Sommeren; een groesveld naast Goort Marten Doensen; een groesveld te Ostaden; een hooiveld in de Sneyerskamp; een akker int Root; een akker naast het Kerckenhuys; een hofstad int Berghslant.

Catharina Petri Massin verkoopt haar huis aan zoon Peter van Riet:

Asten Rechterlijk Archief 94 folio 7 verso; 10-10-1733:
Cataryna Massyn, weduwe Jan van Riet verkoopt aan Pieter, haar zoon huis, schuur en aangelag in het Dorp 3 copse, ene zijde en einde de gemeente, andere zijde Lowies Hoefnagels, andere einde Francis Zaris; land het Wortelvelt 20 roede. Koopsom ƒ 500,-.

Catharina Petri Massin moet nog een schuld aflossen:

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 23-03-1734:
Willem Jan Loomans, oud borgemeester, aanlegger contra Catarina Masyn, weduwe Jan van Riet, in leven commis van den Grooten Brabantsche zwijgende landthol, gedaagde. Wijlen de man van gedaagde is, sinds 24-07-1732, schuldig aan aanlegger ƒ 250,- à 4% met drie maanden op te zeggen. Aanlegger heeft nu zijn geld nodig en wil dit gerechtelijk opzeggen. Op 20-10-1734 volgt een daging.

Asten Rechterlijk Archief 27 folio 77; 27-11-1734:
Aan Heren Schepenen, gezien het verzoek van Willem Jan Loomans, oud borgemeester en aanlegger ten overstaan van Catarina Masyn, weduwe Jan van Riet, gedaagde, daging de dato 25-10-1734. Aangaande het verzoek van executie ingevolge een lening van ƒ 250,- à 4% door Jan van Riet de dato 24-07-1732. Op 16-03-1734 is deze gelofte aan gedaagde opgezegd. Op 08-11-1734 is door aanlegger een verzoek gedaan te mogen executeren. Naschrift: Gezien een en ander wordt hierin toegestemd.

Catharina Petri Massin verkoopt nog een door haar man gekocht huis aan de kerk van Asten:

Asten Rechterlijk Archief 94 folio 58 verso; 16-04-1735:
Catarina Massyn, weduwe Jan van Riet verkoopt aan Jan Willem Trouwen huis, hof en aangelag ontrent de Kerck van Asten 1 lopense, ene zijde Tony Muyen, andere zijde en einde de straat, ene einde Andries Verriet. Belast met ƒ 1-17-8 per jaar aan de Kempenaar. Koopsom ƒ 190,-.

Catharina Petri Massin is op 20-08-1737 als Catarina van Riet te Asten overleden en rechts haar doodakte.

 

Toch zijn er nog schulden van Catharina Petri Massin:

Asten Rechterlijk Archief 118 folio 109 verso; 09-05-1739:
Gerrit van Riet, vorster, namens Lambert van den Boomen, collecteur der verponding, 1736, heeft op, 14-10-1736, bij executie, verkocht de vaste goederen van de weduwe Jan van Riet, om daaraan te verhalen ƒ 3-12-14, in twee posten, wegens verschuldigde verponding over 1735 en de kosten vandien. Opbrengst ƒ 108,- welke geconsigneerd worden ten bate van de crediteuren. Een en ander volgens de Edelmogende Reglementen de dato 10-07-1727 en 10-10-1729.

Zoon Petrus Jois van Riet, geboren te Asten op 11-10-1693, is als schoenmaker op 20-08-1714 te Asten getrouwd met Petronella van Eynt, geboren te Sevenum op 19-08-1687 als dochter van Joannes van Eindt en Helena Michiels:

05

Het gezin van Petrus Jois van Riet en Petronella van Eynt:

# Voornaam Geboorte Huwelijk Overlijden Referentie
1 Johannes Asten 24-05-1715 Ongehuwd Asten 15-02-1782
2 Margaretha Asten 19-01-1717 Kind Asten ±1717
3 Maria Asten 06-10-1718 Kind Asten ±1718
4 Gerardus Asten 24-01-1721 Deurne 31-10-1751
Johanna Hoefnagels
Asten 13-10-1784 zie Voormalig huis G432
5 Johannes Carolus Asten 23-11-1722 Kind Asten ±1722
6 Wilhelmus Asten 15-08-1724 Kind Asten ±1724
7 Petronella Asten 09-01-1726 Kind Asten ±1726
8 Anna Maria Asten 09-01-1726 Asten 13-11-1763
Wilhelmus Corneli Knapen
Asten 12-10-1779 zie Julianastraat 17
9 Wilhelmus Asten 11-09-1728 Asten 24-05-1767
Adriana Johanna van Vessem
Asten 29-02-1808 zie Voormalig huis G415
10 Beatrix Asten 10-05-1731 Asten 21-11-1762
Petrus Gerardi van Loon
Asten 09-01-1809 zie Voorste Heusden 7

Petrus Jois van Riet is van beroep schoenmaker en vraagt een paspoort aan:

Asten Rechterlijk Archief 113 folio 116; 31-07-1713:
Paspoort voor Peeter van Riet, jongman, geboren en wonende alhier, schoenmaecker.

Petrus Jois van Riet is tevens van 1718 tot 1738 kerkmeester en moet hier getuigen betreffende een vechtpartij in het huis van zijn vader:

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 14-08-1725:
Pieter de Cort, drost, verzoekt aan schepenen om namens hem te verhoren Michiel van de Cruys, president, Martinus Jan Paulus, Willem Jan Lomans en Peeter van Riet, kerkmeester.
Of zij, op zondag 5 augustus laatstleden, niet hebben gezien, bij elkaar, Francis van de Loverbosch, Jan Goort Lomans en Mattijs Willems, in de Steegen?
Michiel heeft ze gezien ten huize van Jan van Riet en Peeter heeft ze gezien.
Of, op die 5e augustus, Jan van de Loverbosch en Mattijs Willems niet vechtende en haartrekkende waren en of dan niet is komen lopen Francis van de Loverbosch met en groot stuk hout in de hand en daarmee Mattijs Willems dreigde te slaan?
Michiel en Peeter hebben gezien dat deze vechtende en haarpluckende waren, dat Mattijs Willems onder lag en Jan van de Loverbosch boven op hem. Dit ten huize van Jan van Riet.
En of toen niet Jan Goort Lomans, Mattijs Willems, die op de grond lag, met de benen heeft vastgehouden en hem met zijn voeten gestoten?
Michiel en Peeter bevestigen dit.
Hoe is die kwestie begonnen en waar over, wat hebt gij gezien, gehoord en verstaan?
Michiel en Peeter refereren aan hun voorgaande verklaring.

Petrus Jois van Riet wordt beschuldigd van het schenden van de gereformeerde religie:

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 31-07-1727:
Namens Pieter de Cort worden onder eede verhoord Johan Draeck, secretaris, Jan Janssen Aerts, ondervorster, Catharina van der Linden, vrouw van Michiel van de Cruys, Jan van Helmont, schepen.
Of zij niet, op maandag, 2 juli laatstleden, onder andere, zijn geweest, in gezelschap van Pieter Hogerlinden, schoolmeester, koster en deurwaarder, te Vlierden, in de herberg van Michiel van de Cruys?
Johan Draeck, is daar geweest en heeft daar gezien, advocaat Swinckels en Pieter Hogerlinden die samen een tictaxke speelden om een pintje wijn. Waarna Pieter Hogerlinden uit de kamer is gekomen, zeggende: "Ik wil bij dat carnalie en Janhagel niet meer sijn, roep mijn confrater Swanenberg, dat hij er ook uit komt. Een en ander menigmaal repeterende en hiermee doelende op Swinkels en Mattijs Canters.
Te vragen of Hogerlinden niet gesproken heeft over een uitzetting uit zijn huis van Joost Roefs, die door Antony van Riet was geregt en welke bij hem, als deurwaarder, zou hebben toegekomen?
Johan Draeck antwoordt dat Hogerlinden heeft verwijten gemaakt dat de uitzetting niet ordentelijk zou zijn gegaan met name dat dit geen ondervorster zou mogen doen, maar hij, als dienaar van de Raad van Brabant. Hij is toen in gesprek gekomen met Piet van Riet en heeft deze na enig discours gezegd dat dese smeelde op de religie en dit steeds maar weer herhaalde en waarop Piet van Riet dan weer terug zei: "Gij liegt het als een schelm". Deponent is daarop naar Hogerlinden gegaan en heeft deze een heuse vermaning en gezegd, dat van Riet niet schold op de religie. De overigen verklaren insgelijks. Hogerlinden heeft daarna nog Piet van Riet voor de deur op straat gedist.

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 19-08-1727:
Pieter de Cort, drossard, verzoekt om namens hem te verhoren Jan van Helmont, schepen, Johan Draeck, secretaris, Catarina getrouwd met Michiel van de Cruys, Jan Jansse Aerts.
Of zij persisteren op het interogatorium ter instantie van requirant, hier voor schepenen, op de dato 31-07-1727, gedaan, over het voorgevallene tussen Pieter Hoogelinde, deurwaarder, koster, voorgelezen en schoolmeester, te Vlierden en Pieter van Riet, kerkmeester, te Asten. Dit wegens het schelden op de religie der gereformeerden als anders, op 07-07-1727, ten huize van Michiel van de Cruys, president, alhier.
Allen persisteren.
Welke scheltwoorden heeft Pieter van Riet toen gesproken en wat is er voorgevallen?
Johan Draeck verklaart dat Pieter van Riet geen scheldwoorden op de religie heeft gesproken. Hij heeft wel gehoord, dat Pieter Hoogelinde zei tegen Pieter van Riet: "Gij smeelt op de religie". Waarop Pieter van Riet zei: " Meester Hoogelinde, gij lieget als een schelm; en legget in kennis". Waarop Hoogelinde verscheidene keren herhaalde dat van Riet op de religie smeelde. En van Riet steeds maar terug zei: "Meester, gij lieget als een schelm". Dit alleen heeft hij ervaren. Hij is voortdurend aanwezig geweest.
Jan van Helmont verklaart ad idem. Catarina van de Cruys verklaart ad idem. Jan Jansse Aerts weet van dit artikel niets, hij heeft wel gehoord dat Hoogelinde tegen van Riet zei: "Gij schelt de religie", hetgeene noyt en is geschiet). Waarop van Riet steeds weer terug zei: "Meester Hoogelinde, gij lieght het, dat ick op de reformeerde religie hebbe gescholden of gesmeelt".

Petrus Jois van Riet maakt een riem voor de kerkklok, maar deze wordt door de zoon van de schoolmeester vernield:

Asten Rechterlijk Archief 116 folio 127 verso; 28-08-1728:
Peter van Riet, kerkmeester, schoenmaker, Antoni van Riet, commies van den toll en Marte van Duerse. Zij verklaren ter instantie van het officie:
De eerste deponent, dat hij, als schoenmaker, op order van de regenten eenen riem tot het hangen van de klepel in de groote klocke heeft gemaeckt. En opdat deze secuur en duurzaam zou zijn, in overleg met Jan Vervoort, meester van het hangen van klocken, de riem naar behoren en extra ordinair doornayt heeft. Samen met Vervoort heeft hij, circa 7 of 8 maanden geleden, de klepel weer gehangen. Korte tijd later heeft hij, ook op aanraden van Vervoort, de riem weer nagekeken, of deze gerekt was, om de klok buyten perykel te houden. En toen bevonden dat de riem en klepel onder de klok op de grond lagen en, zo waarschijnlijk bleek, dat de riem doorgesneden was. Hij heeft dit ter kennis van de president, secretaris en drost gebracht die met hem op de toren gegaan zijn en hetzelve bevonden hebben.
Verklaren, hij, eerste en tweede deponent dat den soon van de koster meenighmaal met den sleutel van den tooren langs de straat heeft geloopen en ook gezien hebben dat dezelfde zoon, verschillende keren met andere jongens op den toren is geklommen. Hij, eerste deponent, heeft de jongen en degenen die bij hem waren, daarover bestraft, zonder dat het gelaten werd. Deponenten, alle drie omtrent de klok wonende, verklaren verder dat het horologie en vervolgens het klockslaan qualijck wierde gestelt maar wanneer sulcx door Laurens Bruystens in plaats van den coster is geregeert het horologie naar behoren altijt heeft gegaan. En verklaren de eerste en derde deponent dat hun kinderen bij Gabriel Swanenebergh op school gaan niet of weynigh hebben geleert, dat oock sij hunne kinderen gerne schoolen souden senden, indien maar school gehouden wert, hetgeen in eenigen tijt nabehooren niet en is gedaan.
De eerste deponent wijst ook nog naar zijn getuigenis de dato 22-07-1724 ter instantie van de drost hij persisteert hier nogmaals bij.

Petrus Jois van Riet neemt met de predikant en borgemeesters de schade op van een brand, waarbij vijf huizen in de omgeving van de huidige Monseigneur den Dubbeldenstraat zijn vernietigd:

Asten Rechterlijk Archief 117 folio 20 verso; 17-12-1732:
Cornelis Janssen, predicant, Pieter van Riet, kerkmeester, Jan Aart Smits, oud borgemeester en Peeter Janssen Verberne. Zij verklaren ter instantie van Andries Verriet, Jan Goort Gerardts, als momboir over de onmondige kinderen van Hendrik Hoefnaegels, Jan Goort Loomans, Francis Willem Loomans en Peeter Willem Loomans, dat zij op 13-09-1732, 's nachts, rond twaalf uur, hebben gezien dat de navolgende huizen, schuren, stallen en schoppen tot op de grond toe zijn afgebrand. Alsmede zijn alle mobilen en perdt verbrand.
Andries Verriet zijn schuur met omtrent 50 vijmen granen, hooi en boekweit.
De onmondige kinderen Hendrik Hoefnagels huis en schuur met omtrent 20 vijmen granen, hooi en boekweit, stallen en schop met de turf.
Jan Goort Loomans huis, schuur, stal en schop met omtrent 80 vijmen granen, hooi en boekweit alsmede de turf.
Francis Loomans het huis.
Peeter Willem Loomans huis, schuur en schop met omtrent 80 vijmen graan, mans hooi en boekweit alsmede nog 40 of 50 vijmen tienden.
De brand is vehement geweest en binnen de tijd van enige minuten was alles in brand.
Zij hebben alleen de vrouwen en kinderen en eenige, dogh wenige mobilien connen salveren. De schade bedraagt huns inziens wel 6 à 7000 gulden. In de registers van de verponding en beden staan deze goederen geboekt voor:
Andries Verriet Verponding ƒ 16-07-06 Bede ƒ 5-03-08 Totaal ƒ 21-10-14
Onmondige kinderen Hoefnagels Verponding ƒ 15-02-08 Bede ƒ 4-04-02 Totaal ƒ 19-06-10
Jan Goort Loomans Verponding ƒ 16-18-02 Bede ƒ 3-19-04 Totaal ƒ 20-17-06
Francis Loomans Verponding ƒ 5-06-00 Bede ƒ 1-02-08 Totaal ƒ 6-08-08
Pieter Willem Loomans Verponding ƒ 15-09-08 Bede ƒ 4-05-02 Totaal ƒ 19-14-10
Somma totalis ƒ 87-18-00
Francis en Peeter Willem Loomans betalen daarenboven nog ten comptoire der Geestelijke Goederen ƒ 16-03-06 uit een meerdere rente van ƒ 24-15-00. Jaarlijks wordt dus betaald ƒ 104-01-06.
Marge: Op 23-11-1743 en 19-05-1744 zijn copien ten behoeve van Jan Goort Loomans en Pieter Loomans gemaakt.

Petrus Jois van Riet wordt met brandstichting bedreigd:

Asten Rechterlijk Archief 117 folio 45; 08-10-1733:
Schepenen van Asten zijn op verzoek van Pieter van Riet, kerkmeester, geweest in zijn huis en hebben daar ondervraagd, Antony Antony Cuypers, knecht, 17 jaar en Jacobus Tomas Arts die gaande naar de Poel, om gewaterde reepen te halen en toen langs het huis van Pieter van Riet gekomen zijn en daar op straat hebben zien liggen, omtrent 1¼ voet van de deur van de schop van Pieter van Riet een ongebonden linne lonte, sonder vuur, dogh aangebrandt sijnde geweest naar uytterlijcke scheyn. Een en ander tussen 8 en 9 uur 's morgens.

Het gruitrecht, het recht om graan gemengd met bederfwerende kruiden te mogen produceren en verkopen, wordt toebedeeld aan Petrus Jois van Riet, die het echter doorverkoopt:

Asten Rechterlijk Archief 153; 24-06-1735:
De rentmeester van de Heer van Asten verpacht, voor de eerstkomende drie jaar, de gruyt van deze heerlijkheid. Pachter is Pieter van Riet. Pachtsom ƒ 43,-. Volgen de conditie en voorwaarden.
Naschrift: 12-09-1735 verklaren Jan Verhoysen, brouwer en de weduwe Paulus Hoefnaegels, brouwerse, dat zij de gruyt van Pieter van Riet overgenomen hebben.

Petrus Jois van Riet is gewond geraakt aan zijn schouder door Jan Jan Peter Smits:

Asten Rechterlijk Archief 117 folio 154; 04-07-1736:
Schepenen van Asten zijn ter instantie van en met Pieter de Cort, drost, geweest ten huize van Pieter van Riet, welke op bed lag en door de drost, namens het officie, is gevraagd, waar, wanneer en hoe zijn schouder ontstucken soude sijn geslagen. Deze verklaarde daarop dat hij op zaterdag, 30 juni, 's middags, is geweest ten huize van Antony Voermans en daar in de kamer is geweest met Jan Jan Peter Smits en Willemyn, dochter Antony Voermans die af en toe gaende was. En aldaar sijnde soo lange de kennis te waerheyt om een speciale wijn geraden tot datter een kan wijn te goede was ende den pot van Riet de laeste pot gesien hebben ondervonde dat deselve niet vol waere, doende daernaer deselve vol tappen waerover van Riet aen Jan Jan Peter Smits seyde dat het hem wel raeckde als sijne persoon en daerover door scheltwoorden kantgemeen geworden ende den genoemden van Riet door Jan Peeter Smits onder de voeten gesmeten sijnde, segde: "Laet mijn op" en opgecomen sijnde dat Jan Peeter voor een schelm schelden waerop den slagh door een vuyst op sijne schouder gekregen door denselven dusdanigh dat de scholder uyt malcanderen raekde en agterover viel. Verder is hem gevraagd, indien hij hierdoor zou overlijden, wie hij dan, anders dan Jan Smits, hiervan zou beschuldigen. Hij heeft hierop gezegd dat Jan Smits hem de slag heeft toegebracht.

Petrus Jois van Riet, zijn vrouw Petronella van Eynt en hun oudste zoon Jan worden ondervraagd omtrent een vechtpartij in hun herberg:

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 06-11-1736:
Pieter de Cort, drost, verzoekt aan schepenen, om namens hem te verhoren Peeter van Riet, Pieternel, getrouwd met Peeter van Riet en Jan Peeter van Riet.
Of het niet waar is dat Jan Janse Verrijt, Jan Hoefnagels en Paulus Biemans, op zondag, 21-10-1736, zijn gekomen ten hunne huize?
Allen antwoorden bevestigend.
Of Jan Verrijt dan niet veele brutaliteyten en geweldenarijen heeft gepleegt en waar die uit bestonden?
Peeter van Riet verklaart dat Jan Verriet Jan Hoefnagels heeft geslagen.
Pieternel zegt dat Jan Janse Verriet in huis gevecht ende geraest heeft zonder te kunnen zeggen wie geslagen heeft.
Jan Peeter van Riet heeft gezien dat Jan Janse Verriet allerhande actiens heeft gesocht. Hij heeft ook gezien dat Jan Hoefnagels nederviel zonder den slagh gezien te hebben.
Wat is verder nog bekend?
Peeter van Riet is door sijnen rock gestecken, op den ruch zonder te weten door wie.
Pieternel heeft Jan Janse Verriet buyten de deur sijnde alderhande scheltwoorden horen uitroepen.
Jan Peeter van Riet heeft nogh een schnee door sijnen hoedt gekregen zonder te weten van wie. Hij heeft vervolgens nog gezien Jan Janse Verriet Ariaen Hoefnaegels met een vuyst tegens sijn nars gestooten heeft dat de pijp in sijne mont braeck.
Of zij niet, samen met de andere personen daar in huis zijnde, genoodzaakt zijn geworden Jan Janse Verriet zijn mes af te nemen en hem, om verder onheil te voorkomen, uit het huis te stooten?
Peeter van Riet heeft Jan Janse Verriet uit huis gestooten en het mes dat viel in stukken gebroken.
Pieternel bevestigd een en ander.
Jan Peeter van Riet zegt dat als Jan Janse Verriet uit de deur gestooten zijnde, op de grond liggend, hij een voet op zijn arm heeft gezet en het mes dat hij in zijn hand had in stukken heeft gebroken. Er bleef nog een klein stukje in het heft zitten.
Als Jan Janse Verriet uit het huis was gezet en de deur gegrendelt en door de tweede deponente nog tegengehouden of Jan Janse Verriet dan niet op de deur heeft gestoten en geslagen, soodanig dat die opensprong en Jan Janse Verriet alsdoen incomende niet veele insolventien met snijden als anders heeft gepleegt?
Peeter van Riet zegt dat de deur gegrendelt en geslooten sijnde en door de vrouw tegengehouden opensprongh door de harde slagen erop. Hij weet echter niet wie er op geslagen had. Wel dat Jan Janse Verriet ingecomen is.

Bij de verpondingen van 1737 en in het huizenquohier over de periode 1736-1746 staat Pieter van Riet als eigenaar en bewoner van het huis:

Verpondingen 1737 XIV-61 folio 214 verso:
Pieter van Riet.
Huijs en hoff 1 lopense.

Jaar Eigenaar nummer 102 Dorp Bewoners nummer 102 Dorp
1736 Pieter van Riet Pieter van Riet
1741 Pieter van Riet Pieter van Riet
1746 Pieter van Riet Pieter van Riet

Petrus Jois van Riet heeft nog geld te goed:

Asten Rechterlijk Archief 22 folio 55; 20-10-1738:
Pieter van Riet, oud kerkmeester, aanlegger contra Hendrik Frans Hoefnagels, gedaagde. Gedaagde is nog schuldig ƒ 4,- wegens een jaarrente.

Asten Rechterlijk Archief 23 folio 23; 12-10-1739:
Pieter van Riet cum suis, collecteurs van de Gemene Middelen, october 1736, aanlegger contra Antoni Slaats nog schuldig ƒ 6-9-0; weduwe Jan Hendriks ƒ 1-0-0

Petrus Jois van Riet heeft als kerkmeester nog 250 gulden gespendeerd aan een welkom aan Caspar van Meerwijck, destijds de Heer van Asten:

Asten Rechterlijk Archief 95 folio 26 verso; 25-07-1740:
De regeerders van Asten zijn schuldig aan de Kerk van Asten ƒ 250,- à 3%. Op 05-07-1723 uitgezet door Pieter van Riet, kerkmeester, hetgeene hij bij slot van rekening was schuldig gebleven, tot
ƒ 248-2-13, zijnde, dezelve rekening, de dato 15-11-1728, en welke penningen zijn geemployeerd tot betaling van een bienvenue aan de Heer van Asten in 1723.

Petrus Jois van Riet is op 14-05-1749 te Asten overleden en hieronder zijn dood- en begraafakte:

06 07

Petronella van Eynt, als weduwe van Petrus Jois van Riet, koopt land en groes:

Asten Rechterlijk Archief 96 folio 188; 26-10-1750:
Jan Claassen van de Laar getrouwd met Catarina Joost Jan Hoefnagels, te Milheese, Willem van de Sande, te Vlierden getrouwd met Magrieta Jan Joost Hoefnagels, Jan Willem Manders, te Bakel getrouwd met Engel Joost Jan Hoefnagels, Jenneke Joost Jan Hoefnagels. Zij verkopen aan Pieternel van Ent, weduwe Pieter van Riet, groes in de Vloet 1½ lopense. Verponding ƒ 0-7-6 per jaar. Koopsom ƒ 15,-. Land de Linderseacker 2 lopense. Verponding ƒ 0-12-0 per jaar. Bede ƒ 0-11-8 per jaar. Koopsom ƒ 40,-.

De overburen zijn getuige van een aangestoken brand bij Moses Lazarus:

Asten Rechterlijk Archief 30 folio 63 verso; 12-02-1753:
Willem Walraven en zijn kinderen, Jan en Jenneke, verklaren dat zij gistermorgen, zondag 11 februari rond 8 uur, in hun huis in het Dorp, tegenover weduwe Pieter van Riet, bij het vuur in de keuken zijnde door Moses den Jood, achter het huis aan de put zijnde, op het geklap als of er een snaphaan schoot, zijn geroepen, zeggende: "Willem, Johanna, God almagtig, vuur, vuur!! en daarop samen naar de achterdeur gelopen en bevonden dat in de hoek, waar de varkenskooi gestaan heeft, het onder het dak brandde. Zij hebben dit vuur met water uitgegoten en toen op het stro onder het dak gevonden een zakje van zeem met enig vlas daarin en ten dele verbrand. Zij weten niet hoe het zakje daar is gekomen of hoe de brand ontstaan is. Zij hebben tegen niemand argwaan of zijn ook nooit bedreigd geworden.

Asten Rechterlijk Archief 30 folio 64 verso; 23-02-1753:
Mosus Lasarus, geboren te Crooswintenheym, gelegen bij Meus en zich hier in het Dorp enige tijd ophoudende bij Willem Walraven. Hij legt een verklaring af ter zake van het begin van brand. De verklaringen komen overeen.

Bij de verpondingen van 1754 en in het huizenquohier over de periode 1751-1756 staat het huis genaamd 'den Roode Leeuw' op naam van de weduwe en kinderen van Petrus Jois van Riet en is de weduwe de bewoonster:

Verpondingen 1754 XIV-63 folio 271:
Weduwe Pieter van Riet.
Nummer 102 huijs met de schuur, stalinge en den hoff genaamd den Roode Leeuw 1 lopense.

Jaar Eigenaar nummer 102 Dorp Bewoners nummer 102 Dorp
1751 weduwe en kinderen Pieter van Riet weduwe Pieter van Riet
1756 weduwe en kinderen Pieter van Riet weduwe Pieter van Riet

Petronella van Eijnt verkoopt nog stukken land:

Asten Rechterlijk Archief 97 folio 62 verso; 18-01-1755:
Pieternel van Ent, weduwe Pieter van Riet, verkoopt aan Jan Souve, chirurgijn, land de Linderseacker 2 lopense. Verkoper aangekomen bij transport de dato 26-10-1750. Koopsom ƒ 60,-.

Asten Rechterlijk Archief 97 folio 202; 25-02-1760:
Pieternella van Ent, weduwe Pieter van Riet geassisteerd met haar twee zoons, Jan en Gerrit, mede voor Maria, Beaterix en Wilhelmus, haar drie andere kinderen. Zij verkoopt aan Antonetta Slaats, weduwe Hendrik Hendriks groes de Vunt aan de Astense Dijk 2 lopense. Gereserveerd 10 bomen, binnen 3 jaar te ruimen. Koopsom ƒ 175-10-0.

Petronella van Eynt is als Petronilla van Riet te Asten op 18-01-1761 overleden en de erfenis wordt verdeeld, waarbij zoon Johannes Peter van Riet, die in die tijd president-schepen van Asten is, eigenaar van het huis wordt:

Asten Rechterlijk Archief 98 folio 31; 28-03-1761:
Gerrit Pieter van Riet, Wilhelmus Pieter van Riet, Beateriks Pieter van Riet, Maria Pieter van Riet. Kinderen van wijlen Pieter van Riet en Peternel van Ent. Zij verkopen aan hun broeder, Jan Pieter van Riet, president schepen, 4⁄5e deel onverdeeld in huis, schuur, stal, brouwerij met den hof bij de Kerk genaamd 'De Roode Leeuw' 1 lopense, ene zijde de straat, andere zijde Louis Hoefnagels, ene einde kinderen Jan Doensen; een wortelveldje bij Jan Janse Paulus ½ lopense; land den Berg 3 lopense; groes Vestersvelt aan het Slootje 3 lopense; groes den dries agter Ostaden 3 lopense; groes in de Vloet 1½ lopense. Koopsom ƒ 200,-.

Johannes Peter van Riet is geboren te Asten op 24-05-1715 en is voor zover bekend niet getrouwd. Gedurende zijn jonge jaren wordt hij al geregeld gevraagd om de administratie waar te nemen:

Asten Rechterlijk Archief 118 folio 168; 18-12-1739:
Peter Joosten van Bussel en Daandel Peter Coolen, borgemeesters, Sint Jan 1739-1740. Zij zijn niet genegen, of in staat, de administratie van dat borgemeesterschap te voeren en zijn overeengekomen met Jan, zoon Pieter van Riet om deze voor hen waar te nemen. Volgen de voorwaarden. Jan Pieter van Riet zal ontvangen het collecteloon uit te betalen door de gemeente ƒ 215,- door de comparanten uit te betalen. Borg: Pieter van Riet.

Asten Rechterlijk Archief 119 folio 1; 04-01-1743:
Francis Timmermans en Jan Dirks van Hugten, borgemeesters, Sint Jan 1742-1743, zijn niet genegen de administratie van dat borgemeesterschap in persoon te voeren en zijn overeengekomen met Jan Pieter van Riet deze administratie voor hen waar te nemen tegen het geldende beur- of collecteloon.
Borgen: Pieter van Riet, zijn vader en Gerrit van Riet, zijn broeder.

Asten Rechterlijk Archief 119 folio 64; 01-02-1744:
Marten Jansen en Antoni Jacob Kuypers, borgemeesters, Sint Jan 1743-1744, zijn niet genegen de administratie van dat borgemeesterschap te voeren. Zij dragen dit over aan Jan Pieter van Riet tegen het geldende beur- of collecteloon. Borg: Pieter van Riet, zijn vader.

Johannes Peter van Riet koopt verschillende stukken land, hooiland en groes:

Asten Rechterlijk Archief 97 folio 95 verso; 13-03-1756:
Anna Maria Kuypers verkoopt aan Jan van Riet land het Stepke naast Jan Verberne 1 lopense 10 roede. Koopsom ƒ 12-16-0.

Asten Rechterlijk Archief 97 folio 102; 17-05-1756:
Andries Marcelisse, te Someren, verkoopt aan Jan van Riet, president de helft van een hooiveld in de Steegen de helft is 7 copse. Koopsom ƒ 25,-.

Asten Rechterlijk Archief 97 folio 102 verso; 17-05-1756:
Peter Marcelisse verkoopt aan Jan van Riet, president de helft van een hooiveld in de Steegen de helft is 7 copse. Koopsom ƒ 25,-.

Asten Rechterlijk Archief 97 folio 154 verso; 06-10-1758:
Jan van Riet, president, heeft, op 13-07-1742, aangekocht van Antoni van Riet groes in 't Root Koopsom ƒ 75,-. Op 12-7-1743 is dit stuk bij vernadering overgenomen door Hendrik Halbersmit. Er is tot nu toe geen afstand van gedaan. Nu wordt het overgedragen.

Johannes Peter van Riet koopt een obligatie op van Jan Verreyt:

Asten Rechterlijk Archief 97 folio 185 verso; 12-11-1759:
Jan Verreyt verkoopt aan Jan van Riet, president een obligatie van ƒ 150,- à 3,66% ten laste van Jan Joost Tielen de dato 04-12-1658. Wordt nu betaald door de weduwe Hendrik Aart Tielen. Verkoper aangekomen bij overlijden van zijn ouders. Koopsom ƒ 125,-.

Pieter Lomans wordt door Johannes Peter van Riet gemaand om belasting te betalen:

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 28-02-1763:
Jan van Riet, aanlegger contra Pieter Lomans, gedaagde. Gedaagde is ƒ 26-9-8 schuldig aan aanlegger wegens onbetaalde dorps- en landslasten over 1757 en 1759. Ondanks schoone beloften en woorden is deze som nog steeds niet betaald.

Johannes Peter van Riet treedt af als president-schepen van Asten:

Asten Rechterlijk Archief 32 folio 34 verso; 21-06-1766:
Jan van Riet, president, Hendrik Berkers en Wilhelmus Bruynen worden bedankt als schepenen. In hun plaats worden benoemd: Pieter Zijnen en Willem Verhaseldonk. Op 23 juni wordt alnog benoemd Jan Janse Coolen, aan Vorselen. Er wordt ook nog bedankt Jan Vervoordeldonk en in zijn plaats benoemd Antoni Fransen.

Johannes Peter van Riet is nog wel collecteur van de verponding:

Asten Rechterlijk Archief 24 folio 121 verso; 11-12-1769:
Jan van Riet, collecteur van de verponding, 1762, aanlegger contra Willem Roefs, gedaagde. Gedaagde is nog schuldig ƒ 5-8-8 wegens restant verponding over 1762.

In het huizenquohier over de periode 1761-1771 is Johannes Peter van Riet eigenaar en bewoner van het huis:

Jaar Eigenaar nummer 102 Dorp Bewoners nummer 102 Dorp
1761 Jan van Riet Jan van Riet
1766 Jan van Riet Jan van Riet
1771 Jan van Riet Jan van Riet en Antoni Timmermans

In 1776 verkoopt Johannes Peter van Riet het huis met de naam 'den Roode Leeuw' aan Marcelis Peter van Bussel:

Asten Rechterlijk Archief 100 folio 44 verso; 03-04-1776:
Jan van Riet, oud president, verkoopt aan Marcelis Peter van Bussel, te Someren huis, schuur, stal met een kleyn huysje daaraan alsook de brouwerije met den hoff genaamd "De Roode Leeuw", in het Dorp 1 lopense, ene zijde en einde de straat, andere zijde Mattijs Herings, andere einde Joost Doensen; een wortelvelt ½ lopense; land de Berg ten dele hof op de legger in twee posten samen 2½ lopense; groes aan het Slootje genaamd Vestersvelt 3 lopense; den Dries te Ostaden staande ten quohiere in drie percelen samen 3 lopense; groes in de Vloet de Meulenacker ½ lopense; de helft van een groesveld het Bosveltje 1½ lopense; land tegenover Adriaan Hoefnagels 3 lopense; land in de Snijerskamp 1½ lopense; land aan Kruyskesweg op de legger in twee percelen 1½ lopense en ½ copse; land het Stepke 1 lopense 10 roede; hooiveld in de Steegen 3½ lopense; groes de agterste Pas 1½ lopense. Belast met ƒ 0-1-2 per jaar aan het Huis van Asten uit de Pas. Bewoners van huis en kamer kunnen blijven wonen tot Pasen 1777, met name Cornelis Lintermans wordt genoemd als bewoner. Verkoper blijft gedurende zijn leven houden, vrij logement, in- en uitgang in het verkochte huis en vooral het Camertje, omdat daar zijn slaapplaats in is. Verder mag hij alle jaaren, vier off vijff reyse, naar zijn welgevallen, konne en mogen brouwen in de brouwerije. Ook gedurende zijn leven blijven gereserveerd 15 fruit- of andere bomen. Verkoper aangekomen bij overlijden van zijn ouders en bij koop. Koopsom ƒ 2810-8-0.

Asten Rechterlijk Archief 100 folio 47 verso; 04-04-1776:
Marcelis van Bussel, te Someren, is schuldig aan Jan van Riet, oud president ƒ 1500,- à 3% waarvan ƒ 1000,- gedurende de eerste tien jaar niet mag worden afgelost.
Marge: 28-04-1785; Pieter van Loon, getrouwd met Beatrix van Riet, Wilhelmus van Riet, Jacobus van Riet namens Jenneke Hoefnagels, weduwe Gerrit van Riet, erven van wijlen Jan van Riet. Zij verklaren dat Marcelis van Bussel heeft afgelost ƒ 250,-, ƒ 300,- en nu ƒ 850,- waarvan ieder zijn deel heeft gehad. De resterende ƒ 150,- zijn betaald aan Pieter Wilhelmus Knaape.

Asten Rechterlijk Archief 100 folio 67; 01-07-1776:
Marcelis Peter van Bussel verkoopt aan Antoni Losecaat, te Eyndhoven de helft van een groesveld het Bosveltje de helft is 1½ lopense. Verkoper aangekomen bij transport de dato 03-04-1776. Jan van Riet ontslaat dit perceel uit zijn verband. Koopsom ƒ 65,-.

Johannes Peter van Riet blijft nog wel in een deel van het huis wonen:

Asten Rechterlijk Archief 125 folio 4 verso; 03-04-1781:
Jan Pieter van Riet, oud president, wonende ten huize van Marcelis van Bussel, in het Dorp, ziek, testeert. Alle voorgaande makingen vervallen. Zijn erfgenamen worden zijn twee broeders, Gerrit en Wilhelmus en zijn zuster, Beaterix getrouwd met Gerrit Pieter van Loon, thans nog in leven zijnde. Zij zullen moeten uitkeren aan Pieter, de zoon van Wilhelmus Knaape getrouwd geweest met Maria van Riet, zijn, testateurs, overledene zuster ƒ 150,-. Dit zonder te korten op hetgeen al ooit aan zijn ouders betaald is geworden. Tesamen zal dit evenveel bedragen als de drie overige erfgenamen zullen ontvangen. De testateur stelt als voogd over Pieter Knaape, dit terzake van de dispositie van de ƒ 150,-, Gerrit van Riet. De intrest van de ƒ 150,- zal getrokken kunnen worden door Willem Knaapen. Dit zolang hij zijn zoon, Pieter, zal onderhouden.

Johannes Peter van Riet is op 15-02-1782 te Asten overleden en hieronder zijn begraafakte:

08

Marcellis (Marcel) Peter van Bussel is geboren te Asten op 14-10-1747 als zoon van Peter van Bussel en Maria Berkers (zie Voormalig huis C803). Hij is als timmerman op 11-09-1774 te Someren getrouwd met Anna Antoni Scheerders, geboren te Someren op 30-01-1743 als dochter van Antonius Bernardus Scheerders en Johanna Theodorus van Driel. Na haar overlijden te Asten op 05-03-1784 is Marcellis (Marcel) Peter van Bussel als grutter en brouwer te Asten op 24-04-1785 hertrouwd met Elisabeth Maria Fransen, geboren op 10-02-1762 te Vlierden als dochter van Francis Fransen en Maria Vervoordeldonck en sinds 13-05-1782 weduwe van Arnoldus Toro, met wie zij te Vlierden op 27-05-1781 getrouwd was:

09

De gezinnen van Marcellis Peter van Bussel met Anna Antoni Scheerders en met Elisabeth Fransen:

# Voornaam Geboorte Huwelijk Overlijden Referentie
1 Kind Someren 04-08-1775 Kind Someren 04-08-1775
2 Johanna Maria Asten 12-12-1776 Kind Asten 23-07-1786
3 Antonius Asten 20-01-1779 Kind Asten 02-06-1783
4 Wilhelmina Asten 15-05-1781
5 Arnoldus* Asten 15-09-1786 Asten 27-01-1815
Maria Berkvens
Vlierden 01-07-1860 Baarschot
6 Antonius* Asten 12-11-1787 Ongehuwd Asten 25-10-1811
7 Franciscus* Asten 12-06-1789 Udenhout 09-05-1828
Johanna Bertens
Asten 20-12-1853
8 Elizabetha* Asten 02-03-1791 Kind Asten 21-04-1792
9 Maria* Asten 30-08-1792 Kind Asten 22-08-1793
10 Maria* Asten 04-03-1794 Kind Asten 08-04-1794
11 Petrus* Asten 26-04-1795 Asten 20-01-1826
Johanna Berkvens
Asten 19-12-1863 zie Voormalig huis G586
12 Lambertus* Asten 16-02-1797 Kind Asten 25-10-1797
13 Elisabetha* Asten 24-09-1798
14 Maria Josepha* Asten 23-02-1800 Kind Asten 02-05-1802

* kinderen uit het tweede huwelijk

Voor het tweede huwelijk moet Marcelis Peter van Bussel nog een staat en inventaris opmaken en huwelijkse voorwaarden opstellen:

Asten Rechterlijk Archief 126 folio 8 verso; 09-04-1785:
Staat en inventaris opgemaakt door Marcelis van Bussel weduwnaar van Anna Antoni Scherders ten behoeve van Jennemaria en Willemyn, de kinderen. Hij wil hertrouwen met Elisabet Fransen weduwe van Arnoldus Thoro.
Onroerende goederen: een huis en een klein huisje, met stal, brouwerij en hof gelegen in het Dorp genaamd de Roode Leeuw 1 lopense; een wortelveltje, nu hof, gelegen bij Antoni Timmermans ½ lopense; land den Berg ten dele hof in de legger twee posten 2½ lopense; groes Vestersvelt gelegen aant Slootje 3 lopense.; groes den Dries te Ostaden in het quohier drie percelen zijnde 3 lopense; groes in de Vloet 1½ lopense; den Meulenacker 1½ lopense en land 3 lopense; land in de Sneyerskamp 1½ lopense; land aan de Kruyskesweg 1½ lopense op de legger in twee percelen; land het Stepke 1 lopense 10 roede; een Hoyvelt in de Steege 3½ lopense; groes den agterste Pas 1½ lopense; een acker op den Berg in het kohier twee percelen te weten den Berg en Hoogenacker 5 lopense. Belast met ƒ 0-1-2 per jaar cijns, verponding ƒ 12-04-0 per jaar, bede ƒ 3-17-6 per jaar.
Roerende goederen: vijftig tinnen en Delftse borden en schotels; drie tafels, vijftien stoelen, een kast, een staand horloge met kast, drie bedden met toebehoren; diverse ketels, potten en pannen en vuurgerei; landbouwgereedschap; brouwerijgereedschap; timmermansgereedschap te weten een schaafbank, een draybank, een ax, een deessel, spanzaag, enige byndels, boore en effers, schaave; vier melkbeesten.
Schulden: een restant van custingbrief van ƒ 1500,- à 3% van de koop van een huis en vaste goederen van Jan van Riet de dato 03-04-1776. Nu nog te betalen ƒ 1000,-; Antoni Berkers, schepenbrief de dato 25-04-1782 ƒ 300,- à 3½%.

Asten Rechterlijk Archief 126 folio 13; 09-04-1785:
Marcelis van Bussel, weduwnaar Anna Antoni Scherders geassisteerd met zijn vader, Peter van Bussel, dit ten behoeve van zijn kinderen, Jennemaria en Willemyn en Elisabet Fransen, geboren en wonende te Vlierden, weduwe Arnoldus Thoro, kinderloos, geassisteerd met Jan Thoro, haar schoonvader, te Deurne. Zij gaan trouwen en maken huwelijksvoorwaarden:
Zij brengen beiden alle goederen in die zij bezitten. Dat van de ene helft der goederen die Marcelis met zijn overleden vrouw heeft bezeten en wat er tijdens dit huwelijk nog bij mocht komen de togte komt aan zijn aanstaande vrouw, indien zij de langstlevende mocht wezen. Na haar dood zullen de goederen egaal worden verdeeld over de voor- en eventuele nakinderen. Indien echter iemand der kinderen zou willen vertrekken uyt de huysinge, voor hem, van Bussel, nu bewoont, met verdere goederen als dan de zodanige van voorschreve goederen niet meer zal konne pretenderen dan de legitieme portie, na scherpheyt van regten, aan zijne gemelde voorkinderen competerende.

Marcelis Peter van Bussel koopt enkele jaren later nog een huis in de buurt van zijn brouwerij:

Asten Rechterlijk Archief 101 folio 237 verso; 12-11-1788:
Francis van de Loverbosch verkoopt aan Marcelis van Bussel huis en hof aan het Kerkhof ½ lopense, ene zijde de Kerkhof, andere zijde de verkoper; klein huiske en schuur over de straat enige roeden, ene zijde de straat, andere zijde weduwe Antony van de Cruys; een akkerke of hof agter de Pastorye ½ lopense; land den Berg 2 lopense; land de Pastoryakker 1 lopense; den hof aan het huis 3 copse; land het Cranenbroekske 3 copse; land het Beemdakkerke 6 roeden. Belast met ƒ 400,- à 3% ten laste van Francis van de Loverbosch en ten behoeve van Dirk van de Loverbosch de dato 09-10-1766 en ƒ 1,- per jaar aan het Gemene Land. Koopsom van ƒ 1700,- waarvan ƒ 800,- à 3%. Marge 16-05-1794 gelost en 10-03-1796 heeft de koper alsnog een korting van ƒ 100,- ontvangen.

In 1793 verkoopt hij samen met zijn broer Anthony enkele roerende goederen, welke afkomstig zijn van zijn ouders en daarna verdelen zij de erfenis, waarbij Marcelis Peter van Bussel een bedrag ontvangt:

Asten Rechterlijk Archief 155; 10-07-1793:
Marcelis van Bussel, alhier en Anthony van Bussel, te Eyndhoven, zullen verkopen staande horologie met speelwerk, taafelhorologiewerken welke agt dagen loopen, cabinet, tafels, stoelen, raamhout, vellingtafelen, eyke- en lindeboomen, planken, swaare gekapte en nog wassende eykeboomen, brandhout, vaatwerk cabinet ƒ 42,-; horloge met speelwerk opgehouden op ƒ 205,-; tafelhorloge ƒ 37,-; schaven, draaibeitels, vijlen, zagen, effers; orgeltje ƒ 7,-; planken brandhout. Totale opbrengst bedraagt ƒ 285,-.

Asten Rechterlijk Archief 128 folio 2; 14-11-1793:
Anthony van Bussel, te Eyndhoven, Marcelis van Bussel, Martinus van Bussel, Pieter van Bussel, Jan Peters van Maris getrouwd met Helena van Bussel, Jennemaria van Bussel. Erven van Pieter van Bussel en Maria Berkers, beiden overleden. Zij verdelen de nagelaten goederen. Marcelis krijgt ƒ 466-13-6.

10

Marcelis Peter van Bussel verkoopt het wortelveld:

Asten Rechterlijk Archief 103 folio 155 verso; 25-07-1796:
Marcelis van Bussel verkoopt aan Godefridus Sauve, president schepen land het Wortelvelt 20 roede naast weduwe Jan Jansen. Koopsom ƒ 85,-.

Bij de Resolutien van de representanten van het volk van Bataafsch Braband van het tweede jaar van de Bataafsche vrijheid, 1796, lezen we dat Marcelis van Bussel heeft verzocht om de kerk van Ommel voor de katholieke godsdienst te mogen gebruiken:

11

Naast Marcelis Peter van Bussel wordt ook Mattheus Greven genoemd. Op basis van zijn doodakte te Asten op 04-01-1807 weten we dat hij:
- ongehuwd was
- in het dorp woonde, mogelijk inwonend bij Marcelis van Bussel in zijn herberg
- geboren is rond 1765 en hij was in 1787 in Asten nog als getuige Matthias Cornelii Greven

De gemeente Asten is geld schuldig aan kerkmeester Marcelis Peter van Bussel, nu de kerk weer in handen is van de katholieken:

Asten Rechterlijk Archief 104 fol. 44 09-08-1797
Het Corpus van Asten is schuldig aan Johannis Knaape en Marcelis van Bussel, als kerkmeesters van de Groote of Parochiekerk, te Asten, ƒ 100,- à 4%. Deze som is afkomstig van lening van 30-06-1796 ten bate van het Corpus door Willemina Jan Slaats nu getrouwd met Johannis Manders.

In de Provinciale Noordbrabantsche en 's Hertogenbossche krant van 08-05-1798 en van 29-10-1805 staan advertenties en biedt Marcelis Peter van Bussel samen met zijn broer Anthony roerende goederen te koop aan en verhuren ze het huis op het Marktveld en biedt Marcelis Peter van Bussel later een huis bij de kerk te koop aan:

12

13

Die laatste verkoop is als het dit huis betreft niet doorgegaan want in het huizenquohier over de periode 1776-1803 is het huis in bezit van Marcelis Peter van Bussel en na het overlijden van de bewoners Cornelis Lintermans te Asten op 05-08-1781 en Jan van Riet te Asten op 15-02-1782 is hij ook bewoner van het huis:

Jaar Eigenaar nummer 102 Dorp Bewoners nummer 102 Dorp
1776 Marcelis van Bussel Wilhelmus van Riet en Cornelis Lintermans
1781 Marcelis van Bussel Marcelis van Bussel en Jan van Riet
1798 Marcelis van Bussel Marcelis van Bussel
1803 Marcelis van Bussel Marcelis van Bussel

Bij de verpondingen van 1810 staat herberg 'den Roode Leeuw' op naam van Marcelis Peter van Bussel:

Verpondingen 1810 XIVd-67 Dorp folio 224:
Marcelis Peter van Bussel.
Nummer 102 huijs met schuur, stallinge en den hof genaamd den Roode Leeuw 1 lopense.

Elisabeth Maria Fransen is te Asten op 09-03-1818 overleden en Marcelis Peter van Bussel is te Asten op 12-11-1822 overleden. Bij het kadaster van Asten over de periode 1811-1832 is hun zoon Francis Marcelis van Bussel de eigenaar en zoon Petrus Marcelis van Bussel van een ander deel van het huis met kadasternummer G586 (zie Voormalig huis G586):

Kadaster 1811-1832; G583:
Huis en erf, groot 01 roede 77 el, het Derp, klassen 4.
Eigenaar: Francis Marcelis van Bussel.
Opmerking: genaamd den Roode Leeuw.

14

15

Zoon Francis Marcellis van Bussel is geboren te Asten op 12-06-1789 en is op 19-05-1828 te Udenhout getrouwd met Johanna Bertens, geboren te Udenhout op 30-07-1802 als dochter van Judocus Gerardus Bertens en Anna Maria Burgmans:

16

Francis van Bussel heeft rond 1825 als timmerman gewerkt bij de bouw van de sluisdeuren en bruggen bij de aanleg van de Zuid-Willemsvaart. Die aanleg leidde naast werkgelegenheid ook tot de instroom van vele andere werklieden in het westelijk deel van de Peel. De bedoeling was om vanuit 's Hertogenbosch de Peel te bemesten, iets wat de Peelbewoners aan het eind van de 20e eeuw met varkensstallen ruimschoots zelf deden. Hij woonde in het dorp van Asten, in dit huis vlakbij de oude kerk, dat zijn vader in 1776 heeft aangekocht. Ook beschikte hij nog over een ander huis (kadasternummer G569, zie kaart hieronder en Kleine Marktstraat 13) dat zijn vader in 1788 had aangekocht en het is mogelijk dat hij daar ook heeft gewoond.

Francis van Bussel wordt bij een transport van land en in het notarieel archief van Deurne genoemd:

Deurne Archief Notaris van Riet, akte 2543; 26-01-1847:
Publieke verkoop van roerende goederen ten verzoeke van Peter van Bussel, timmerman te Asten, Francis van Bussel, timmerman te Asten, Arnoldus van Bussel, Francis Fransen, Renier Rovers, weduwnaar van Johanna Fransen met zijn kinderen Arnoldus, Maria, Peter en Johanna, Hendrina Fransen, vrouw van Hendrik Goossens, winkelier, Elisabeth Fransen, vrouw van Johannis van de Mortel, timmerman te Deurne, Johanna Merkelbach, vrouw van Cornelis van Genk, heel- en vroedmeester te Zundert, Johannes Merkelbach, looijer te Dungen, Francis Merkelbach, zadelmaker te Sint Oedenrode. De opbrengst van de roerende goederen is ƒ 307,60.

Deurne Archief Notaris van Riet, akte 20; 18-02-1852:
Publieke verkoop van roerend goed op verzoek van Wilhelmina Wijnen, weduwe van Willem van de Waarzenburg, landbouwster te Vlierden. Onder andere worden verkocht een koe aan Francis van Bussel uit Asten voor ƒ 36,-, een wanmolen aan de Vlierdense winkelier Hendrik Goossens voor ƒ 18,-, en oud ijzer aan de Vlierdense kramer Jan Mikkers voor ƒ 0,80. De opbrengst is ƒ 138,70.

Francis Marcelis van Bussel is op 20-12-1853 te Asten overleden en Johanna Bertens is te Asten op 06-01-1863 overleden. Hieronder een kaart met de bezittingen van de kinderen van Marcelis Peter van Bussel:

17

Het huis is rond 1846 verkocht aan het echtpaar Hummelinck-Schreij. Antonetta Henrica Julia Schreij is geboren te Budel op 26-09-1813 als dochter van Arnold Jacob Antoon Schreij en Hendrica Margaretha Maria Lilly (zie Marktstraat 5). Zij is op 07-10-1837 te Budel getrouwd met rijksambtenaar Maurits Daniel Wagenaar Hummelinck, geboren te Zelhem op 31-08-1801 als zoon van Dirk Wagenaar Hummelinck en Antonetta Johanna Theodora Geertruid Nies. Zij wonen sinds de aanstelling van Maurits Daniel Wagenaar Hummelinck als ontvanger der belastingen in 1842 in Asten, zoals beschreven in de Nederlandse Staatscourant van 01-06-1842:

18

Maurits Daniel Wagenaar Hummelinck is op 10-04-1849 te Asten overleden en in de Nederlandsche Staatscourant van 21-11-1849 krijgt Antonetta Henrica Julia Schreij haar pensioen toebedeeld:

19

In het bevolkingsregister van Asten over de periode 1859-1869 woont Antonetta Henrica Julia Schreij met haar twee kinderen in het huis met huizingnummer A4:

20

Antonetta Henrica Julia Schreij wordt nog genoemd in een rouwadvertentie bij het overlijden van haar vader Arnold Jacob Antoon Schreij in de Opregte Haarlemsche Courant van 04-01-1860:

21

Ook in de periode 1869-1879 wonen zij in het huis met huizingnummer A4:

22

Antonetta Henrica Julia Schreij vertrekt in 1873 met haar twee kinderen naar Hummelo en is daar op 04-06-1875 overleden. Daarvoor heeft ze in de Provinciale Noordbrabantsche en 's Hertogenbossche courant van 19-11-1872 het huis met de tuin te koop gezet:

23

Het huis wordt gekocht door Joannes van Hoek, geboren te Asten op 30-06-1841 als zoon van Johannes van Hoek en Petronella van der Zanden (zie Voormalig huis G547). Hij is als kuiper op 07-01-1869 te Asten getrouwd met Petronella van Heugten, geboren te Asten op 01-07-1843 als dochter van Johannes van Heugten en Anna Bukkems (zie ook Voormalig huis B431 en Voormalig huis E274). Na het overlijden van Petronella van Heugten op 15-02-1878 te Asten, is Johannes van Hoek op 28-10-1878 te Asten hertrouwd met Petronella Hurkmans, geboren op 07-04-1841 te Someren als dochter van Francis Hurkmans en Johanna van den Broek.

In de Provinciale Noordbrabantsche en 's Hertogenbossche courant van 26-04-1879 vraagt Joannes van Hoek om kuipers die de groeiende vraag naar botervaatjes voor de margarinefabriek van Bluijssen kunnen maken:

24

Ook in de periode 1879-1890 wonen Joannes van Hoek en Petronella Hurkmans met hun gezin in het huis met huizingnummer A4:

25

In 1884 verhuizen zij naar A2 (zie Voormalig huis G582) en vanuit een nabijgelegen huis (zie Voormalig huis G871) komt Antonie Aarts, geboren te Helmond op 27-03-1848 als zoon van Peter Aarts en Peternel Thijssen, in het huis wonen. Hij is als sigarenmaker op 07-09-1878 te Asten getrouwd met Helena Hendrica Knaapen, geboren te Someren op 30-10-1838 als dochter van Mathijs Knaapen en Everdina Francisca Stevens (zie ook Marktstraat 5).

Rond 1890 krijgt het huis kadasternummer G1738, zoals te zien is op nevenstaande kadasterkaart. Het naastgelegen met kadasternummer G1737 is dan ook in bezit van wordt wordt bewoond door Johannes van Hoek en Petronella Hurkmans (zie Voormalig huis G582).

 

 

 

Ook in de periode 1890-1900 wonen Antonie Aarts en Helena Hendrica Knaapen met hun gezin in het huis met dan huizingnummer A4:

26

Volgens de Nieuwe Tilburgsche courant van 25-12-1898 had Antonie Aarts toentertijd al een zaal waarin een zangwedstrijd wordt georganiseerd:

Eigenaar Johannes van Hoek is op 04-09-1898 te Asten overleden en zijn weduwe en kinderen bieden het huis en werkplaats te koop aan in de krant de Zuid-Willemsvaart van 12-10-1898:

In 1899 verhuizen Antonie Aarts en Helena Hendrica Knaapen met hun gezin naar een nabij gelegen huis (zie Voormalig huis G560 en G561).

Kuiper Peter Johannes van Hoek, geboren te Asten op 18-01-1871 als zoon van eerder genoemde Joannes van Hoek en Petronella van Heugten, wordt eigenaar en bewoner van het huis. Hij is als kuiper op 14-04-1899 te Asten getrouwd met Hendrica Peeters, geboren te Asten op 03-12-1872 als dochter van Petrus Peeters en Hendrina van de Vijfeijken (zie Emmastraat 69).

Het huis en de werkplaats krijgen dan kadasternummer G1881, zoals te zien is op nevenstaande kadasterkaart.

Ook in de periode 1900-1910 wonen zij in het huis met huizingnummer A4:

27

In de krant de Zuid-Willemsvaart van 11-02-1905 de geboorte van zoon Hendrikus Johannes en in de krant de Zuid-Willemsvaart van 29-07-1905 het overlijden van Peter Johannes van Hoek:

28 29

Peter Johannes van Hoek is op 23-07-1905 te Asten overleden en in de periode 1910-1920 woont Hendrica Peeters als herbergierster met haar kinderen in het huis met huizingnummer A6:

30

Hendrica Peeters is op 04-05-1920 te Asten hertrouwd met nachtwaker Johannes Hubertus van Empel, geboren te Asten op 06-12-1889 als zoon van Johannes van Empel en Johanna Maria Verberne (zie Voormalig huis G230). Over de periode 1920-1930 wonen zij, Johannes Hubertus van Empel is dan elektricien, in het huis met huizingnummer A6, ook bekend staand als Marktstraat 2:

31

Volgens de krant de Zuid-Willemsvaart van 31-07-1920 vindt een concours plaats in het café van Johannes Hubertus van Empel en in de Provinciale Noordbrabantsche en 's Hertogenbossche courant van 10-08-1920 de uitslag:

32 33

In het Eindhovensch dagblad van 14-12-1920 een toernooi kegelbaan, barak en kruisboog en in de krant de Zuid-Willemsvaart van 10-03-1924 een toernooi van kegelbaan en barak in het café van Johannes Hubertus van Empel:

34 35

In de krant de Zuid-Willemsvaart van 02-01-1923 het verzoek en in het Eindhovensch dagblad van 09-02-1923 het eervol ontslag van Johannes Hubertus van Empel als nachtwaker:

36 37

In de krant de Zuid-Willemsvaart van 27-04-1929 de inschrijving van het café van Johannes Hubertus van Empel aan de toen nog Korte Kerkstraat:

38

Ook over de periode 1930-1938 wonen Johannes Hubertus van Empel en Hendrica Peeters met de kinderen van Hoek in het huis aan de Marktstraat 2:

39

Het Peelbelang meldt in 1930 wat allemaal in het café van Johannes Hubertus van Empel plaatsvindt en rechts in de krant de Zuid-Willemsvaart van 20-11-1937 een schietwedstrijd van de Burgerwacht en Landstorm in het café van Empel, opgericht om revolutionaire woelingen te weerstaan:

40 41

In de krant de Zuid-Willemsvaart van 18-09-1939 wordt nog melding gemaakt van een brand bij Johannes Hubertus van Empel:

42

Links in het Peelbelang van 12-05-1945 bedanken Johannes Hubertus van Empel en Hendrica Peeters voor de belangstelling bij hun zilveren huwelijksfeest en rechts in het Peelbelang van 26-05-1945 heeft de postduivenvereniging zijn thuisbasis in het café van Johannes Hubertus van Empel:

43 44

Hendrica Peeters is op 07-12-1954 te Vught overleden en Johannes Hubertus van Empel is te Asten op 29-02-1956 overleden. Hieronder de bidprentjes bij hun overlijden:

45 46

Het café is nog overgenomen door Hendrikus Johannes (Harrieke) van Hoek, geboren op 08-02-1905 te Asten als zoon van Peter Johannes van Hoek en Hendrica Peeters. Hij is als schoenmaker rond 1945 getrouwd met Maria (Marie) van Helden, geboren te Meerlo op 22-02-1907 als dochter van Marie Gerard van Helden en Maria Tecklenburg.

Hieronder een foto van de Marktstraat rond 1945 met rechts het nieuwe gemeentehuis van Asten en daarvoor de nieuwe brandweerauto, die destijds daar ook werd gestald. Links op de foto achter de brandweerauto het café van Harrieke van Hoek:

47

Hendrikus Johannes (Harrieke) van Hoek is op 02-07-1988 te Asten overleden en Maria (Marie) van Helden is op 18-04-1997 te Geldrop overleden. Hieronder de bidprentjes bij hun overlijden:

48

49

Het huis is in 1971 afgebroken voor de uitbreiding van het gemeentehuis van Asten.

Overzicht bewoners

Huis in het Derp
Jaar Eigenaar Geboorte Hoofdbewoner Geboorte
1675 kinderen Mathijs Punders
1693 Willem Leenders van Heugten Asten 05-11-1647 Johannes Alberti van Riet Son ±1660
1699 Johannes Alberti van Riet Son ±1660 Johannes Alberti van Riet Son ±1660
1732 Petrus Jois van Riet Asten 11-10-1693 Petrus Jois van Riet Asten 11-10-1693
Dorp huis 102
Jaar Eigenaar Geboorte Hoofdbewoner Geboorte
1736 Pieter van Riet Asten 11-10-1693 Pieter van Riet Asten 11-10-1693
1741 Pieter van Riet Asten 11-10-1693 Pieter van Riet Asten 11-10-1693
1746 Pieter van Riet Asten 11-10-1693 Pieter van Riet Asten 11-10-1693
1751 weduwe en kinderen Pieter van Riet Sevenum ±1694 weduwe Pieter van Riet Sevenum ±1694
1756 weduwe en kinderen Pieter van Riet Sevenum ±1694 weduwe Pieter van Riet Sevenum ±1694
1761 Jan van Riet Asten 25-05-1715 Jan van Riet Asten 25-05-1715
1766 Jan van Riet Asten 25-05-1715 Jan van Riet Asten 25-05-1715
1771 Jan van Riet Asten 25-05-1715 Jan van Riet en Antoni Timmermans Asten 25-05-1715
1776 Marcelis van Bussel Asten 14-10-1747 Wilhelmus van Riet en Cornelis Lintermans Asten 11-09-1728
1781 Marcelis van Bussel Asten 14-10-1747 Marcelis van Bussel en Jan van Riet Asten 14-10-1747
1798 Marcelis van Bussel Asten 14-10-1747 Marcelis van Bussel Asten 14-10-1747
1803 Marcelis van Bussel Asten 14-10-1747 Marcelis van Bussel Asten 14-10-1747
Kadasternummer G583
# Periode Naam eigenaar Geboorte Opmerking Verandering
G583 1832-1846 Francis Marcellis van Bussel Asten 12-06-1789
G583 1846-1872 Maurits Hummelinck Zelhem 31-08-1801
G583 1873-1890 Joannes van Hoek Asten 30-06-1841
G1738 1890-1899 Joannes van Hoek Asten 30-06-1841 vereniging
G1881 1899-1920 Peter Johannes van Hoek Asten 18-01-1871 vereniging
G1881 1920-1938 Johannes Hubertus van Empel Asten 06-12-1889
Marktstraat 2
# Periode Naam hoofdbewoner Geboorte Tweede persoon Geboorte Vertrek
1803-1818 Marcelis Peter van Bussel Asten 14-10-1747 Elisabeth Maria Fransen Vlierden 10-02-1762 09-03-1819
1818-1822 Marcelis Peter van Bussel Asten 14-10-1747 met kinderen 12-11-1822
1822-1846 Francis Marcellis van Bussel Asten 12-06-1789 Johanna Bertens Udenhout 30-07-1802 20-12-1853
1846-1849 Maurits Hummelinck Zelhem 31-08-1801 Antonetta Henrica Schreij Budel 26-09-1813 10-04-1849
1849-1859 Antonetta Henrica Schreij Budel 26-09-1813 weduwe Hummelinck
A4 1859-1869 Antonetta Henrica Schreij Budel 26-09-1813 weduwe Hummelinck
A4 1869-1873 Antonetta Henrica Schreij Budel 26-09-1813 weduwe Hummelinck naar Hummelo
A4 1873-1879 Joannes van Hoek Asten 30-06-1841 Petronella Hurkmans Someren 07-04-1841
A4 1879-1884 Joannes van Hoek Asten 30-06-1841 Petronella Hurkmans Someren 07-04-1841 naar A2
A4 1884-1890 Antonie Aarts Helmond 27-03-1848 Helena Hendrica Knaapen Someren 30-10-1838
A4 1890-1899 Antonie Aarts Helmond 27-03-1848 Helena Hendrica Knaapen Someren 30-10-1838 naar A148
A4 1899-1900 Peter Johannes van Hoek Asten 18-01-1871 Hendrica Peeters Asten 03-12-1872
A4 1900-1905 Peter Johannes van Hoek Asten 18-01-1871 Hendrica Peeters Asten 03-12-1872 23-07-1905
A4 1905-1910 Hendrica Peeters Asten 03-12-1872 met kinderen
A6 1910-1920 Hendrica Peeters Asten 03-12-1872 met kinderen
A6 1920-1930 Johannes Hubertus van Empel Asten 06-12-1889 Hendrica Peeters Asten 03-12-1872
2 1930-1938 Johannes Hubertus van Empel Asten 06-12-1889 Hendrica Peeters Asten 03-12-1872

De meest gebruikte referenties staan in de introductie vermeld

Laatst bijgewerkt op 20 januari 2023, 14:49:23

XS
SM
MD
LG
XL
Heemhuis, Molenstraat 10, 5711 EW, Someren
Open voor bezoekers op dinsdag van 9 tot 12 uur en op donderdag van 19 tot 21 uur
(0493) 472 423 hkkdevonder@xs4all.nl
Het archeologiehuis is na afspraak open voor bezoekers
Bel hiervoor Jacques van Ooijen op 06-36 14 12 02 of mail gewoonjacques@gmail.com
Printen