logo

Index


Monseigneur den Dubbeldenstraat 14 en 16

Helena Antoni Loomans is geboren te Asten op 12-03-1738 als dochter van Anthonius Willem Loomans en Catharina Peter Hombele (zie Voormalig huis G647 en G648). Zij woont in het ouderlijke huis gelegen aan het pad dat vanaf het huidige Koningsplein 12 noordwaarts loopt en bezit een huisplaats achter de kosterij, zoals blijkt uit onderstaand archiefstuk, waar zij de erfdeling regelt met haar zwager Hendrik Neervens:

Asten Rechterlijk Archief 127 folio 150 verso; 06-09-1793:
Hendrik Neervens getrouwd met Maria Janse Timmermans, weduwe Francis Loomans en Helena Antony Loomans geassisteerd met haar vader, Antony Loomans. Zij verdelen de goederen welke hen, deels bij transport van hun vader, Antony Loomans en deels met het overlijden van hun moeder, Catharina Homble, zijn aangekomen:
1e lot krijgt Hendrik de keuken met de stal en het achterste van het huis met het aangelag regt van de schoorsteen op den hof van de Costerij met de halve put en circa 1 lopense van het Aangelag met het klein hofke; land de Pasakker 2 lopense 4 roede; land Rootsakker 1 lopense 4 roede; 70 roeden van den Driehoek 2 lopense 8 roede; de helft van den Berg bij Goort Lomans 42 roede; groes Vrouwkesveltje 1 lopense 46 roede; groes Slootjesvelt 1 lopense 46 roede. Belast met ƒ 1-2-8 per jaar aan den Armen van Asten. De ontvanger van dit zal uitkeren aan het 2e lot ƒ 300,- à 3%.
2e lot krijgt Helena Antony Loomans de kamer van het huis, langs de brandmuur met het kamertje en het recht van turf te leggen en te halen met de helft van de put en het aangelag rechtdoor van de schoorsteen op de heg van de Costerij, met de huisplaats bij de moeshof met 40 roede van het aangelag naast Godefridus Sauve; groes int Rood 2 lopense 42 roede; 38 roeden van den Driehoek 2 lopense 8 roede; land in de Snijerskamp 1 lopense 15 roede; land Logtakker of Eyndepoel 1 lopense 47 roede; de helft van den Berg bij Goort Lomans 42 roede; groes Ostadensveld 2 lopense 2 roede. Belast met ƒ 0-1-10 per jaar aan het Huis van Asten. Te ontvangen van het 1e lot ƒ 300,- à 3%.

Helena Antony Loomans schenkt die huisplaats aan Willem Hendrik Verleysdonk:

Asten Rechterlijk Archief 104 folio 43; 22-07-1797:
Helena Antony Loomans, meerderjarige jonge dochter doneert aan Willem Hendrik Verleysdonk een huisplaats achter den hof van de Costerije ½ lopense, ene zijde Hendrik Neervens. Taxatiewaarde ƒ 15,-.

Een ander deel verkoopt Helena Antony Loomans aan Godefridus Sauve:

Asten Rechterlijk Archief 104 folio 69; 25-05-1798:
Helena Antony Loomans verkoopt aan Godefridus Sauve, president schepen de helft van den hof, recht door de middelpad, beginnende achterwaarts tegen erve van de Costerije, rechtdoor op het poortje aan, zoals het zelve is afgepaald nevens erve dit gedeelte, ene zijde de verkoopster andere zijde de koper met een deel van het aangelag samen ½ lopense. Aanvang nemende dit gedeelte, van de paal aan het poortje, rechtdoor tot omtrent aan de heg staande tegen erve van de weduwe Joseph Sauve en vandaar met een kromme elleboog nevens voorschreven heg ter breedte van circa 9 voet, tot op de pad uitschietende, welke pad zich strekt van het huis van de verkoopster tot van voren aan de straat tussen erve weduwe Joseph Sauve en Francis Meulendijk, zijnde dit tweede gedeelte van het aangelag gelegen neven, ene zijde de verkoopster, andere zijde Marcelis Koppens en weduwe Joseph Sauve. Verponding ƒ 0-5-0 per jaar. Koopsom ƒ 130,-.

In het huizenquohier over de periode 1798-1803 is sprake van een huis in bezit en bewoning van Willen Hendrik Verleysdonk:

Jaar Eigenaar nummer 37h Dorp Bewoners nummer 37h Dorp
1798 Willem Verlijsdonk Willem Verlijsdonk
1803 Willem Verlijsdonk Willem Verlijsdonk

Willem Hendrik Verleysdonk verkoopt samen met zijn broers en zus Helena het ouderlijk huis op de Beek aan zijn broer Jan en andere zussen:

Asten Rechterlijk Archief 105 folio 72; 01-09-1802:
Hendrik, Willem, Pieter en Helena Verlijsdonk, Francis Verlijsdonk, te Stratum en Antony Verlijsdonk, te Nuenen. Zij verkopen aan Jan, Jennemaria en Maria Verlijsdonk, bij den anderen, alhier, inwonende te weten de eerste comparant de helft, de vijf overige 5⁄16e deel, de overige 3⁄16e delen zijn in hun bezit, huis, hof en aangelag met het Heytveld gelegen aande Beek 3 lopense; land den Dollenakker 3 copse; land Luytehuyske 1 lopense; land de Heesch 2½ lopense; groes het hoog Hooyveld 1 lopense; groes het laag Hooyveld 2 lopense; groes het Weyveld 3 lopense. Conditie: Hun vader, Hendrik Verlijsdonk en hun zuster, Jennemaria Verlijsdonk, moeten gedurende hun leven gealimenteerd worden in kost, drank, kleding, voeding en na hun dood met een eerlijke begrafenis.

Helena Antony Loomans is op 30-12-1805 te Asten overleden en haar goederen worden getaxeerd:

Asten Rechterlijk Archief 165; 09-01-1806:
Taxatie van de onroerende goederen van Helena Antony Loomans overleden op 30-12-1805. Waarde: De kamer van het huis, langs de brandmuur, met het kamerke en aangelag 40 roede naast Godefridus Sauve ƒ 150-00-00
Land den Driehoek 38 roede naast Hendrik Neervens ƒ 25-00-00
Land in de Sneyerskamp 1 lopense 15 roede naast Joost Hoebergen ƒ 50-00-00
Land de Logtakker 1 lopense 47 roede naast Joost Hoebergen ƒ 60-00-00
Groes den Berg 21 roede naast Hendrik Neervens ƒ 10-00-00
Groes Ostadensvelt 2 lopense 2 roede ƒ 100-00-00
Totaal ƒ 395-00-00
Belast met ƒ 0-1-10 per jaar aan het Boek van Asten in kapitaal ƒ 2-00-10
Rest ƒ 392-10-06
20e penning is ƒ 19-13-00.

Bij de verpondingen van 1810 staat het huis op naam van Willem Hendrik Verleysdonk:

Verpondingen 1810 XIVd-67 Dorp folio 193 verso:
Willem Hendrik Verleijsdonk bij donatie 22-07-1797.
Huijsplaats agter de kosterije.

Ook bij het kadaster van Asten over de periode 1811-1832 wordt dit huis met kadasternummer G668 genoemd:

Kadaster 1811-1832; G668:
Huis en erf, groot 00 roede 65 el, het Derp, klassen 9.
Eigenaar: Willem Verleijsdonk.

01

02

Willem Hendrik Verleysdonk is geboren te Asten op 27-09-1759 als zoon van Henricus Petri Verlysdonk en Petronella Petri Martens. Hij is van beroep spinder en ongehuwd op 13-01-1845 te Asten overleden en wordt aangegeven door zijn buurman Francis Seegers. Als enige erfgenaam wordt genoemd Wilhelmina Verrijt, geboren te Asten op 07-05-1820 als dochter van Peter Verrijt en Francina Rooijmans.

03

Wilhelmina Verrijt is op 07-09-1855 te Asten getrouwd met houtzager Jacobus Boerekamps, geboren te Asten op 04-05-1820 als zoon van Jan Boerenkamps en Joanna Verberne. In het bevolkingsregister van Asten over de periode 1859-1869 wonen zij in het huis met huizingnummer A161a:

04

Jacobus Boerekamps is op 22-12-1865 te Asten overleden en Wilhelmina Verrijt is op 06-06-1866 te Asten overleden. Hun zoon Peter Boerekamps, geboren te Asten op 30-05-1860 is erfgenaam en woont daarna in bij buurvrouw Petronella van Bree, geboren te Asten op 29-10-1794 als dochter van Antoni Petri van Brey en Petronella Reineri Peters op A161b:

05

Ook in de periode 1869-1879 wonen zij in het huis met dan huizingnummer A245 en de naastgelegen woning met huizingnummer A246 is onbewoond:

06

In 1873 vertrekt Petronella van Bree naar het Liefdehuis en Peter Boerekamps verhuist naar Lierop. Hij woont daarna nog op verschillende adressen in Vlierden en Asten en in de krant de Zuid-Willemsvaart van 23-06-1883 wordt het huis door Peter Boerekamps verkocht:

07

De koper van het huis is Martinus Leenen, geboren te Asten op 06-01-1839 als zoon van Dirk Leenen en Helena van Dijk. Het huis wordt rond 1883 herbouwd, waarbij de twee woningen worden samengevoegd en krijgt het kadasternummer G1667.

Hieronder is het kadasterplaatje te zien van de verandering van kadasternummer G668 naar G1667.

08

Samen met zijn zus Wilhelmina Leenen woont hij in de periode 1879-1890 als dagloner in het huis met huizingnummer A245a:

09

Ook in de periode 1890-1900 wonen zij in het huis met huizingnummer A260:

10

Wilhelmina Leenen is op 04-02-1900 te Asten overleden en Martinus Leenen verhuist naar de Wolfsberg. In de krant de Zuid-Willemsvaart van 07-02-1900 wordt de inboedel verkocht

11

Het huis wordt in 1900 verkocht aan Leonardus Wilhelmus Gregorius Hoefnagels, geboren te Asten op 12-03-1867 als zoon van Ludovicus Hoefnagels en Wilhelmina van de Mortel. Hij is als schoenmaker rond 1900 te Aken getrouwd met Anna Catharina Gertrudis Pontenagel, geboren te Ahaus (D) op 17-05-1860 als dochter van Daniel Pontenagel en Anna Catherina Gertruda Ubbing. In het bevolkingsregister van Asten over de periode 1900-1910 wonen zij in het huis met huizingnummer A276:

12

In 1902 ruilt Leonardus Wilhelmus Gregorius Hoefnagels van huis met zijn moeder Wilhelmina van de Mortel en verhuist naar A133 in de Tramstraat. Wilhelmina van de Mortel is geboren te Deurne op 05-02-1835 als dochter van Johannes van de Mortel en Elisabeth Franssen. Zij is sinds 16-04-1900 weduwe van Ludovicus Hoefnagels, geboren te Asten op 18-11-1837 als zoon van Leonardus Hoefnagels en Lucia Driessen, met wie zij op 11-05-1865 te Asten getrouwd was.

Rond 1906 verhuizen zij naar A144 en in het huis komt wonen Matheus Franciscus Aarts, geboren te Asten op 14-09-1881 als zoon van Antonie Aarts en Helena Hendrica Knapen. Hij is als kantoorbediende op 29-05-1906 te Asten getrouwd met Petronella Theodora Anna Maria Verberne, geboren te Asten op 10-08-1880 als dochter van Antonie Wilhelmus Verberne en Hendrika van den Eijnden.

Zij verhuizen eind 1906 naar Amsterdam en de nieuwe bewoner is Peter Johannes Derks, geboren te Oeffelt op 16-07-1877 als zoon van Hendrikus Derks en Theodora de Bruijn. Hij is als tramconducteur op 26-01-1904 te Woensel getrouwd met Elisabeth Wilhelmina Maria Mengde, geboren te Altenessen (D) op 21-05-1876 als dochter van Johann Hermann Mengde en Elisabeth Wilhelmina Hendrika Dekkers.

In februari 1908 vertrekken zij naar Woensel en daarna komt vanuit Schiedam in het huis wonen Hendrikus Pullens, geboren te Raamsdonk op 11-02-1860 als zoon van Andries Pullens en Huiberdina Loonen. Hij is als rijksambtenaar op 22-01-1889 te Rijsbergen getrouwd met Catharina Antoinetta Mathilde de Gier, geboren te Rijsbergen op 14-01-1865 als dochter van Mathijs de Gier en Regina van Dijck. In de Nieuwe Tilburgsche courant van 03-02-1908 de overplaatsing van Hendrikus Pullens naar Asten:

13

Ook in de periode 1910-1920 wonen zij in het huis met dan huizingnummer A317:

14

Zij verhuizen eind 1910 naar A312 (zie Monseigneur den Dubbeldenstraat 4) en in het huis komt wonen de eerder genoemde eigenaar Leonardus Wilhelmus Gregorius Hoefnagels. Hij is dan van beroep organist en Wim Nolens1 (zie ook Monseigneur den Dubbeldenstraat 27) heeft in zijn Astense verhalen nog het volgende opgetekend over Leonardus Wilhelmus (Nardje) Hoefnagels:

Een beslist niet-leugentje uit de gebeurtenissen in ons dorp moet ik toch nog even kwijt. In ons dorp woonde een gewezen schoenmaker, 'n zekere Nardje Hoefnagels. 't Was niet zo'n gewone schoenmaker. Hij was al op veertigjarige leeftijd met z'n stiel gestopt en wandelde sinds die tijd als heer verkleed met bolhoed en wandelstok parmantig door ons dorp. Wat was er namelijk gebeurd? Nardje was, toen hij even in Limburg was, 'n struise dame tegen het lijf gelopen; een Fraulein uit 't "grosze Vaterland" die na de kennismaking met ons Nardje al gauw in de gaten had, dat hij van z'n opgepotte centjes een aardig nestje had gekweekt. Het lukte haar zowaar onze vriend binnen zeer korte tijd aan de haak te slaan en werd de huwelijksband zeer kort nadien in Aken voltrokken. Vanaf die tijd was het uit met de schoenmakerij; leest en pekveters maakten plaats voor een keurig kostuum en een keurige bolhoed. Nu komt echter het grote nieuws. Op zekere dag deed in ons dorp het gerucht de ronde, dat Nardje benoemd was door koningin Wilhelmina als burgemeester van Sas van Gent. Het bleek inderdaad de waarheid te zijn. Het duurde slechts enkele dagen toen buren het echtpaar zagen vertrekken voor kennismaking met het gemeentebestuur van Sas van Gent. Toen een dag later een buurvrouw vrouw Hoefnagels tegenkwam en vroeg, hoe de kennismaking verlopen was, antwoordde de vrouw van de pas benoemde magistraat: "So freundlich ontvangen" en wat het meest getroffen had "O, zo'n eerbied voor 't gezag". De familie Hoefnagels is uit ons dorp vertrokken maar werd niet uitgeluid door de buurt. Nardje is slechts korte tijd burgemeester geweest. Ze hadden in Sas van Gent al spoedig in de gaten welk vlees zij in de kuip hadden. Zij hebben niet lang in Sas van Gent gewoond. Ik weet niet waar de familie Hoefnagels is gebleven en ook niet of Nardje z'n oude stiel weer heeft opgenomen. Misschien in het grosze Vaterland. Mochten jullie bovenstaand verhaal niet geloven, ga dan eens kijken in de archieven van de gemeente Sas van Gent, tussen de jaren 1910 en 1920. Het juiste jaar herinner ik mij niet, helaas.

Dit mooie verhaal van Wim Nolens wordt hieronder verder uitgewerkt:

15

In de nieuwe Tilburgsche Courant van 28-06-1906 wordt de belangstelling van Leonardus Wilhelmus Gregorius Hoefnagels voor de gemeenteraad al genoemd. In dagblad de Tijd van 19-12-1913 staat dat Leonardus Hoefnagels ook andere zaken om handen had zoals hier een commissariaat.

16

Leonardus Wilhelmus Gregorius Hoefnagels vertrekt uit Asten en van Henk Berkers van de stichting Hebeas ontving ik nog onderstaande prachtige advertentie, die getuigt van de humor in die tijd:

16a

In de Middelburgsche Courant van 30-07-1915 de benoeming van Leonardus Wilhelmus Gregorius Hoefnagels tot burgemeester van Sas van Gent. De Middelburgsche Courant van 27-12-1924 vraagt burgemeester Leonardus Wilhelmus Gregorius Hoefnagels een prijsopgave voor bestrating.

17 18

Bij de Heemkundekring Sas van Gent staat het volgende over Leonardus Hoefnagels opgeschreven:

Men beleefde het als een ramp dat iemand van buiten Sas in de plaats van Petrus (Peetje) Wauters tot burgemeester was benoemd. Dat was Leonardus Wilhelmus Gregorius Hoefnagels, afkomstig uit het Noord-Brabantse Asten. Niet zo lang na zijn komst is hij uitgetekend in een 57 pagina's tellende brochure, die als titel kreeg "Christen of phariseeër. Karakterbeeld van een valschen profeet in leven en daden geschetst voor stad- en tijdgenooten". De schets is gemaakt door "Fulgur Ardens", een niemand iets zeggende naam of pseudoniem. Ook niet voor de toenmalige "stad en tijdgenooten". 17 Augustus 1915, de dag zijner inhuldiging, wordt een historische dag voor Sas genoemd, maar schijn bedriegt zegt men, want verder in het geschrift is de viervoudige betekenis van Hoefnagels als mens, Christen, partijman en burgemeester, uit de doeken gedaan.

In het hoofdstuk dat handelt over "de mens Hoefnagels" wordt zelfs zijn vrouw, Anna Catharina Gertrudis Pontenagel, niet gespaard omdat ze van Duitse afkomst was. De schrijver leek zodanig met haat vervuld, dat zelfs de maaltijd die bij de installatie is aangeboden, over de hekel werd gehaald. In zijn verblindheid zag hij niet meer dat Hoefnagels aan de samenstelling van het menu part noch deel heeft gehad. De "Christen Hoefnagels" wordt in 't Huiselijk négligé afgespiegeld en als "partijman" komt hij er ook maar bekaaid vanaf als "acteur achter de coulissen". Zijn verleden als schoenmakerspatroon en een dienstbode-historie worden niet over het hoofd gezien, maar de kroon steekt uiteraard "Hoefnagels als burgemeester". Om aan te tonen hoe slecht mens hij wel was, wordt er zelfs de begrafenis van een burgemeester van Dordrecht bijgesleept. In die passage komt de zin voor: "Wat zal er gezegd worden in de gemeente, waar gij het gezag hadt Burgemeester Hoefnagels. En wat er dan van hem gezegd is?" Hij wilde wel carnaval afschaffen, maar toch werd er niet zo heel lang na zijn overlijden een belangrijke straat naar hem genoemd!

We zijn over schelden en scheld- of lapnamen enzovoort begonnen en kwamen daardoor terecht in een verhaal over burgemeester Hoefnagels. Als u ooit eens zou willen lezen hoe men ook in Sas eens geprobeerd heeft iemand kapot te schrijven en hem door het slijk te sleuren, dan moet u de hiervoor genoemde brochure maar eens lezen. De Heemkundige Kring verzorgde er in 1983 een herdruk van. Natuurlijk weet niemand wie de samensteller van het geschrift is geweest, wie de druk verzorgde of wie de kosten daarvan betaalde. De blauwe omslag zou in een bepaalde richting kunnen wijzen, maar ook toen waren de echte Sassenaars te heldhaftig om eerlijk en met open vizier te strijden. Hoefnagels evenwel bleef overeind als een rots in de branding en zijn aanzien als bestuurder steeg met de jaren.

Maar we keren terug naar de Hoefnagels zoals wij die gekend en beleefd hebben. Op een goeie dag gooit van den Hemel flink roet in het eten. En nog terecht ook. De burgemeester had de rare gewoonte om zich op het stadhuis te laten knippen en scheren. Met dat scheren hadden we niets uitstaande, maar als meneer geknipt was, dan pakte de kapper zijn koffertje en verdween, de restanten latende voor wie er interesse in had. De bel ging twee maal, dus van den Hemel verscheen op het appèl. De burgemeester vroeg hem het afgeknipte haar op te ruimen, maar van den Hemel zei dat hij dat niet deed. Daar was hij niet voor ingehuurd. De burgemeester boos maar van den Hemel hield stand en alle dreigementen die aan zijn adres geuit werden, werden netjes voor kennisgeving aangenomen. Hij ging wel de wethouders Neeteson en Marquinie informeren, die hun plezier om het gebeurde niet onder stoelen of banken staken. Toen Hoefnagels met zijn klachten in de vergadering van Burgemeester en Wethouders voor de dag kwam, moest hij snel bakzeil halen. Het secretarie-personeel is voor altijd van het karwei ontslagen gebleven.

Burgemeester Hoefnagels was geen bangerik. Bij de staking bij de Stijfselfabriek (later C.P.C.) in 1929 was het nogal eens rumoerig op straat. Er waren onderkruipers of ratten uit eigen streek, maar ook Belgen meenden er zich mee te mogen bemoeien. Dat werd allemaal zoveel als mogelijk belet en dat gaf uiteraard spanningen en rellen. De Marechaussee te paard probeerde dan de orde te herstellen en gebruikte daarvoor de blanke sabel. Tussen al dat gewoel kon je ook de burgemeester vinden. Met zijn ambtsketen om, zoals dat behoort in woelige tijden, kwam hij zich persoonlijk van de zaken op de hoogte stellen. Van schelden of vloeken trok hij zich niets aan. Uiterlijk bleef hij zelfs heel kalm. Minder rustig bleef hij toen Pastoor Doens hem eens op kantoor kwam opzoeken. Bij de ontvangst stond de burgemeester op van zijn stoel, begroette de pastoor en reikte hem de hand. Meneer pastoor reageerde met de opmerking: "Een draaier geef ik geen hand". Daarmee was meteen de sfeer bepaald.

19

Foto boven: Burgemeester Hoefnagels bij de staking in 1929

Hoe snel Hoefnagels van de kaart was of hoe boos hij zich kon maken, bleek nog eens toen hij in Middelburg voor de ambtenarenrechter moest verschijnen in een zaak die door Paul Hamelijnck, als ontslagen directeur van het arbeidsbureau, daar was aangedragen. Paul's zoon Frans, die een functie vervulde bij de Raad van Arbeid in Den Bosch, had zich het geval van zijn vader aangetrokken. Toen hij bij de gemeente geen gelijk kon vinden, bracht hij de zaak aan bij de ambtenarenrechter. Hij vertegenwoordigde ook daar zijn vader en moet het in zijn pleidooi gehad hebben over "Het dorpje Sas van Gent". Dat sloeg bij Hoefnagels zó aan dat hij zelfs nog op de terugweg in Vlissingen op de verkeerde boot stapte en in plaats van in Terneuzen, in Breskens terecht kwam. Nu voor ons heel gewoon, maar toen een groot verschil, want in Breskens ontstond er wel een groot vervoersprobleem en een taxi huren was een te dure zaak.
Over burgemeester Hoefnagels kun je hele verhalen ophangen. Hij was bijvoorbeeld Roomser dan de Paus, miste geen dag in de kerk, controleerde onze kerkgang, enzovoorts Als hij iets schreef, een ontwerp voor een brief of redevoering bijvoorbeeld, dan stond er boven aan het papier steevast: A.M.D.G. als afkorting van "Ad majorem Dei gloriam", hetgeen zoveel betekent als "Tot meerdere eer en glorie van God". Wij hadden daarvan gemaakt: Alle meisjes dansen graag, of, iets minder duidelijk: Alle meisjes doen 't graag. Je typte natuurlijk al hetgeen je opgedragen werd, maar dat A.M.D.G. vergat je straffeloos.
De secretaris met een stoel in de hand in de achtervolging van de burgemeester, was ook in Sas een niet alledaags verschijnsel. Hoe dat kwam?
Op een goede dag gaf burgemeester Hoefnagels de vloeiboeken terug met de mededeling dat hij één brief niet had getekend, omdat de inhoud daarvan niet juist was. "Zeg dat maar tegen de secretaris, dan weet hij wel wat ik bedoel". Die boodschap werd braaf overgebracht waarop de secretaris reageerde met zoiets van: "Dat ie oploopt, die rotvent". Een uurtje later vraagt de burgemeester wat de secretaris gezegd heeft. Dat kon je natuurlijk niet navertellen en daarom kreeg hij te horen "dat hij het wel eens zou bekijken". Toch werd de sic ingelicht over dat verzoek, met als antwoord: "Dat ie stikt". 's Middags wilde de burgemeester weten of die brief al was overgetikt. Dat was niet het geval, waarop de opdracht volgde aan de secretaris te vragen wat haast te maken, want die brief moest de deur uit! Met hangende pootjes weer naar de sic met de boodschap dat de burgemeester weer naar die brief gevraagd had en gezegd had dat er haast bij was. Opnieuw wat gegrom, maar er gebeurde niets. Nou zat de secretaris nogal eens in de raadszaal te werken en de burgemeester kon niet naar het toilet zonder die ruimte te passeren. Op het moment dat het zover was schoot de sic uit z'n slof en wilde weten wat dat eigenlijk was met die brief. De burgemeester reageerde met: "Dat is weer zo'n laffe streek van u". Het scheelde maar haar of draad of de sic had een andere streek uitgehaald. Een paar dagen later is er een brief verzonden met een inhoud die geheel aan de wensen van de burgemeester voldeed!
De burgemeester noemde je nooit bij je naam. Je was altijd "vrind". Dat gold voor ieder personeelslid. Zijn opvolgers waren daarin heel anders, bij hen was je gewoon wie je was. Burgemeester Dusarduijn ging daarin het verste en noemde je bij de voornaam, hetgeen de prettigste indruk maakte. Maar ik vernoem al de laatste opvolger van Hoefnagels, terwijl er voor hem nog anderen waren, die overigens niet in de voetsporen van Hoefnagels zijn getreden.

20

Met streetview is te zien dat in Sas van Gent een straat naar burgemeester Hoefnagels is vernoemd.

De Banier vermeldt op 30-08-1933 dat Leonardus Wilhelmus Gregorius Hoefnagels een lintje krijgt. In de Telegraaf van 23-01-1935 het overlijden van Leonardus Wilhelmus Gregorius Hoefnagels. Zijn vrouw Anna Catharina Gertrudis Pontenagel is op 07-07-1925 te Terneuzen overleden.

21 22

Het verhaal van Wim Nolens klopte dus niet helemaal en Leonardus Wilhelmus Gregorius Hoefnagels is tot zijn dood burgemeester van Sas van Gent geweest en heeft er ook al die jaren gewoond.

Keren we terug naar het huis in de periode 1910-1920 met huizingnummer A317 waar Leonardus Wilhelmus Gregorius Hoefnagels heeft gewoond. Hij vertrekt in september 1915 naar Sas van Gent en de nieuw bewoner is Gerardus Hermanus Mutter, geboren te Rheden op 20-05-1865 als zoon van Hendrikus Mutters en Wilhelmina Noij. Hij is te Asten op 02-06-1908 getrouwd met Johanna Maria Sengers, geboren te Asten op 27-12-1877 als dochter van Antonius Dominicus Sengers en Johanna Antonia van den Eijnden.

Zij verhuizen in 1919 naar Heerlen en in de krant de Zuid-Willemsvaart van 12-04-1919 wordt het huis door Leonardus Wilhelmus Gregorius Hoefnagels te koop aangeboden als herenhuisje in de toenmalige Nieuwe Kerkstraat:

23

Gerardus Hermanus Mutter vertrekt in 1919 naar Heerlen en daarna komt Jacob Marris, geboren te 's Gravenhage op 31-12-1876 als zoon van Jacobus Hendrikus Marris en Catharina Hendrika Horn, vanuit Nijmegen in het huis wonen. Hij is als bedrijfsleider rond 1910 getrouwd met Ida Louisa Wittkowsky, geboren te Wackersleben (D) op 30-08-1878 als dochter van Herman Wittkowsky en Henriette Tesquet. Zij verhuizen aan het einde van de periode naar A217 en in 1922 naar Nijmegen, zoals bericht in de krant de Zuid-Willemsvaart van 21-01-1922:

24

Het huis is gekocht door Petronella Eijsbouts, geboren te Asten op 25-06-1875 als dochter van Theodorus Eijsbouts en Huberta Jacobs. In het bevolkingsregister van Asten over de periode 1920-1930 woont zij samen met verloskundige Maria Bruijnen, geboren te Helden op 18-11-1895 als dochter van Christiaan Bruynen en Johanna Christina Houben, in het huis met huizingnummer A385:

25

Petronella Eijsbouts is op 28-01-1924 te Asten getrouwd met tabakshandelaar Franciscus Janssen, geboren te Beesel op 01-12-1853 als zoon van Joannes Janssen en Hendrina Rutten. Franciscus Janssen is sinds 15-03-1915 weduwnaar van Anna Catharina Huijs, geboren op 13-03-1846 te Maasbree als dochter van Hendrik Huijs en Gertrudis Bruijen, met wie hij als lattenzager te Tegelen op 25-05-1885 getrouwd was. Maria Bruijnen verhuist naar A35 op de Molenstraat 15 en Petronella Eijsbouts is op 16-02-1924 te Asten overleden. Linksonder het bidprentje bij haar overlijden:

26 27

Franciscus Janssen vertrekt in augustus 1924 naar Horst en is aldaar op 12-12-1931 overleden, waarvan rechtsboven de overlijdensakte. Het huis is verkocht aan Petrus Cornelis van Heugten, geboren te Helmond op 13-05-1895 als zoon van Antonius van Heugten en Wilhelmina Elisabeth de Wit. Hij is als fabrikant op 12-10-1920 te Someren getrouwd met Francina Petronella Peels, geboren te Ginneken op 18-08-1895 als dochter van Henricus Peels en Wilhelmina van Neerven. In het bevolkingsregister van Asten over de periode 1920-1930 komen zij in 1924 vanuit Helmond in het huis met huizingnummer A385, ook wel bekend als Prins Hendrikstraat 12, wonen:

28

Petrus Cornelis van Heugten was eigenaar van de strohulzenfabriek in de Fabriekstraat met de naam Elephant Strawworks en later bekend als de Elephant fabrieken, waar ondermeer autopeds, rijwielen en aanhangwagens geproduceerd werden. Ook in de periode 1930-1938 wonen zij in het huis aan de Prins Hendrikstraat 12:

29

In de krant de Zuid-Willemsvaart van 23-03-1935 biedt Petrus Cornelis van Heugten het huis te koop aan:

30

Petrus Cornelis van Heugten verhuist met zijn gezin naar Eindhoven. De koper van het huis is Hubertus Marinus (Hub) Berkers, geboren te Asten op 18-01-1899 als zoon van Antonie Francis Berkers en Johanna Maria van den Eijnden. Hij is als huisschilder op 01-05-1934 te Someren getrouwd met Hendrika Berkers, geboren te Someren op 28-10-1904 als dochter van Johannes Berkers en Petronella Smits. In het bevolkingsregister van Asten over de periode 1920-1938 komen zij vanuit Prins Hendrikstraat 6 (zie Monseigneur den Dubbeldenstraat 6) in het huis op Prins Hendrikstraat 12 wonen:

31

Van Henk Berkers van de stichting Hebeas ontving ik de volgende beschrijving en foto's van Hub Berkers:
Hub Berkers was huis- en decoratieschilder en vergulder, hij had zes knechten in dienst. In die tijd was dat een aanzienlijk getal en hij had zich toegelegd op een heel bijzonder soort werk. De uurwerken die Eijsbouts klokkengieterij maakte voor torens van over de gehele wereld werden door hem van kostbaar bladgoud voorzien. In een zeer oud kasboek lezen we dat Hub vanaf 1912 boek heeft gehouden van alle opdrachten die voor de uurwerkenfabriek werden uitgevoerd. Als kanttekening heeft hij de plaatsen van bestemming opgeschreven en ik doe zo maar een greep: Amsterdam, Sprang-Capelle, Sassenheim, Steenwijk, Brazilië, Curaçao, Indië, Amerika, België.

32 33

In 1937 wordt bij het huis een werkplaats gebouwd. In de krant de Zuid-Willemsvaart van 10-12-1938 en van 04-09-1942 de geboortes van zonen Hendrikus en Hubertus:

34 35

Van de stichting Hebeas kreeg ik onderstaande foto uit 1950 van het gezin van Hubertus Marinus (Hub) Berkers en Hendrika (Drika) Berkers met boven van links naar rechts Richardus Franciscus Antonius (Richard), Petronella Johanna Maria (Nel), Johannes Maria Franciscus (Jan) en onder van links naar rechts Hendrikus Elisa Franciscus (Henk), Hubertus Johannes Maria (Hub), Gerardus Johannes Maria (Geert), Marinus Johannes Gerardus (Rini)

36

Rond 1961 wordt het adres van het huis Monseigneur den Dubbeldenstraat 14-16 en het huis wordt eigendom van vennootschap Hubertus Marinus Berkers en zoon Richardus Franciscus Antonius Berkers.

We eindigen met een artikel uit het Eindhovens dagblad van 21-07-1999 bij de honderdste geboortejaar van Hub Berkers:

37

Hubertus Marinus (Hub) Berkers is op 24-03-1972 te Asten overleden en het huis komt in eigendom van boekhandelaar Hendrikus Elisa Franciscus Berkers. Hendrika Berkers is op 06-08-1981 te Helmond overleden en hieronder de bidprentjes bij het overlijden van Hubertus Marinus Berkers en Hendrika Berkers:

38 39

40

Linksonder een luchtfoto van de Monseigneur den Dubbeldenstraat met linksboven het witte huis aan de Monseigneur den Dubbeldenstraat 14-16 en rechtsonder een foto van het huis gemaakt rond 1990:

41

Linksonder een foto uit 1935 van het uit 1880 daterende huis met rechts een recente streetview:

42

Overzicht bewoners

Dorp huis 37h
Jaar Eigenaar Geboorte Hoofdbewoner Geboorte
1798 Willem Verlijsdonk Asten 27-09-1759 Willem Verlijsdonk Asten 27-09-1759
1803 Willem Verlijsdonk Asten 27-09-1759 Willem Verlijsdonk Asten 27-09-1759
Kadasternummer G668
# Periode Naam eigenaar Geboorte Opmerking Verandering
G668 1803-1845 Willem Verleysdonk Asten 27-09-1879 13-01-1845
G668 1845-1859 Wilhelmina Verrijt Asten 07-05-1820
Prins Hendrikstraat 12
# Periode Naam hoofdbewoner Geboorte Tweede persoon Geboorte Vertrek
1803-1845 Willem Verleysdonk Asten 27-09-1879 13-01-1845
1845-1855 Wilhelmina Verrijt Asten 07-05-1820
1855-1859 Jacobus Boerekamps Asten 04-05-1820 Wilhelmina Verrijt Asten 07-05-1820
A161a 1859-1865 Jacobus Boerekamps Asten 04-05-1820 Wilhelmina Verrijt Asten 07-05-1820 22-12-1865
A161a 1865-1866 Wilhelmina Verrijt Asten 07-05-1820 weduwe Boerekamps 06-06-1866
onbewoond
A161b 1859-1866 Petronella van Bree Asten 29-10-1794
A161b 1866-1869 Petronella van Bree Asten 29-10-1794 inwonend Peter Boerekamps Asten 30-05-1860
A245 1869-1873 Petronella van Bree Asten 29-10-1794 inwonend Peter Boerekamps Asten 30-05-1860 naar Liefdehuis
A245 1873-1875 Peter Boerekamps Asten 30-05-1860 naar Lierop
onbewoond en samen met A161a gesloopt
A245a 1883-1890- Martinus Leenen Asten 06-01-1839 met zus Wilhelmina
A260 1890-1900 Martinus Leenen Asten 06-01-1839 met zus Wilhelmina 04-02-1900
A260 1900-1900 Martinus Leenen Asten 06-01-1839 naar Wolfsberg
A260 1900-1900 Leonardus Hoefnagels Asten 12-03-1867 Anna Catharina Pontenagel Ahaus (D) 17-05-1860
A276 1900-1902 Leonardus Hoefnagels Asten 12-03-1867 Anna Catharina Pontenagel Ahaus (D) 17-05-1860 naar A133
A276 1902-1906 Wilhelmina van de Mortel Deurne 05-02-1835 weduwe Hoefnagels naar A144
A276 1906-1906 Matheus Franciscus Aarts Asten 14-09-1881 Petronella Verberne Asten 10-08-1880 naar Amsterdam
A276 1906-1908 Peter Johannes Derks Oeffelt 16-07-1877 Elisabeth Mengde Altenessen (D) 21-05-1876 naar Woensel
A276 1908-1910 Hendrikus Pullens Raamsdonk 11-02-1860 Catharina Antoinetta de Gier Rijsbergen 14-01-1865
A317 1910-1910 Hendrikus Pullens Raamsdonk 11-02-1860 Catharina Antoinetta de Gier Rijsbergen 14-01-1865 naar A312
A317 1910-1915 Leonardus Hoefnagels Asten 12-03-1867 Anna Catharina Pontenagel Ahaus (D) 17-05-1860 naar Sas van Gent
A317 1915-1919 Gerardus Hermanus Mutter Rheden 20-05-1865 Johanna Maria Sengers Asten 27-12-1877 naar Heerlen
A317 1919-1920 Jacobus Marris 's Gravenhage 31-12-1876 Ida Louisa Wittkowsky Wackersleben (D) 30-08-1878 naar A217
A385 1920-1923 Petronella Eijsbouts Asten 25-06-1876 Maria Bruijnen Helden 18-11-1895
A385 1923-1924 Franciscus Janssen Beesel 01-12-1853 Petronella Eijsbouts Asten 25-06-1876 16-02-1924
A385 1924-1930 Petrus Cornelis van Heugten Helmond 13-05-1895 Francisca Petronella Peels Ginneken 18-08-1895
12 1930-1935 Petrus Cornelis van Heugten Helmond 13-05-1895 Francisca Petronella Peels Ginneken 18-08-1895 naar Eindhoven
12 1935-1938 Hubertus Marinus Berkers Asten 18-01-1899 Hendrika Berkers Someren 28-10-1904
Referenties
  1. ^Astense verhalen van Wim Nolens (http://www.nolens.info/flierefluiter.htm)

De meest gebruikte referenties staan in de introductie vermeld

Laatst bijgewerkt op 13 januari 2023, 10:59:10

XS
SM
MD
LG
XL
Heemhuis, Molenstraat 10, 5711 EW, Someren
Open voor bezoekers op dinsdag van 9 tot 12 uur en op donderdag van 19 tot 21 uur
(0493) 472 423 hkkdevonder@xs4all.nl
Het archeologiehuis is na afspraak open voor bezoekers
Bel hiervoor Jacques van Ooijen op 06-36 14 12 02 of mail gewoonjacques@gmail.com
Printen