logo

Index


Voormalig sluiswachtershuis F673

Geschiedenis sluiswachtershuis

In het kadaster van Asten over de periode 1811-1832 is er sprake van een huis bij de Zuid-Willemsvaart, hetgeen vermoedelijk het huis van de brugwachter moet zijn geweest:

Kadaster 1811-1832; F673:
Huis, groot 07 roede 70 el, de Zuidwillemsvaart, klassen 6.
Eigenaar: Domein.

Op de kadasterkaart zien we dit huis liggen aan de Lieropse kant van het kanaal en het huis is in eigendom van de domeinen:

01

Hieronder de bijbehorende kadastergegevens van dat huis:

02

Uit een gedetailleerde beschrijving van zeven generaties Witzel1 weten we dat Jan Hendrik Witzel de eerste sluiswachter was en dus ook bewoner van het huis:

Op zondag 22 juli 1787 wordt Johannes Henderikus (Henderikus) Witzel gedoopt in de grote gereformeerde kerk van 's-Hertogenbosch, als eerste zoon van de veertigjarige Johan Hendrik Witzel en zijn achtentwintigjarige vrouw Johanna van den Berkhof.

03

Het gezin verhuist enkele jaren later naar het Agterhuisje op de Kerkstraat in Helmond, waar Henderikus zijn hele jeugd zal wonen. Een jeugd die zich vrijwel helemaal afspeelt tijdens de Bataafse Republiek, een vazalstaat van Frankrijk waarin vooral Patriotten het voor het zeggen hadden. De gemiddelde Nederlander stond niet echt negatief tegenover deze Franse overheersing; maar, gezien zijn vaders achtergrond, moet het gezin Witzel tot de Orangisten worden gerekend. Ongetwijfeld zal de jonge Henderikus dit gedachtegoed thuis met de paplepel zijn ingegoten. Deze periode was voor een jong iemand in die tijd geen slechte omdat, dankzij de Fransen, onder andere het onderwijs enorm verbeterde. In 1801 kwam de eerste schoolwet in Nederland en daardoor heeft Henderikus (vanaf zijn veertiende) klassikaal leren lezen, schrijven en rekenen van gekwalificeerde onderwijzers. Doordat geen godsdienstonderwijs meer mocht worden gegeven (scheiding van Kerk en Staat) werd de invloed van de kerk veel meer beperkt tot de zondag.

Als oudste zoon zag Henderikus het huisje in Helmond steeds voller worden en zijn verantwoordelijkheid daarin langzaam toenemen. Zijn broertje Johan Willem (Willem) werd geboren toen hij nog geen drie jaar oud was. Net als een doodgeboren kindje een jaar later zal hij zich dit niet hebben kunnen herinneren. Vermoedelijk is hij zich wel bewust geweest van twee jong gestorven broertjes in zijn zevende en achtste jaar. Maar de geboorte van zijn zusjes Johanna Maria op zijn tiende en Maria Elisabeth op zijn dertiende heeft veel invloed gehad. De broers Henderikus en Willem zullen, als gebruikelijk in die dagen, al op jonge leeftijd aan de gezinsinkomsten hebben moeten bijdragen. En in Helmond is er dan een grote kans dat ze hebben gewerkt in de textielindustrie. Van Henderikus weten we dat hij in ieder geval tot 1817 in de textielnijverheid werkt want hij is dan fluweelband maker.

Hoewel de dienstplicht formeel nog niet was ingevoerd in Nederland dreigde altijd de kans in het Bataafse leger te moeten dienen. Iets dat broer Willem met de dood moet bekopen op 23 oktober 1808. Op zijn eenentwintigste is Henderikus daardoor behalve de oudste ook de enige zoon in het gezin Witzel. Op zondag 12 augustus 1810 trouwt Henderikus te Stiphout met de tweeëntwintig jarige Teunisje Peters van de Peppel, geboren te Wageningen op 20 januari 1788 gedoopt in de Nederlands Hervormde Gemeente als dochter van Peter van de Peppel en Geertruij Teunisse. Zij noemde zichzelf later ook Antonia:

04

Geheel boven de geboorteakte van Johannes Hendrikus Witzel uit het doopboek van de grote Gereformeerde Kerk van 's-Hertogenbosch en hierboven de geboorteakte van Teunisje Peters van de Peppel uit het doopboek van de Nederlands Hervormde Gemeente te Wageningen. Hieronder de trouwakte van Johannes Hendrik Witzel en Teunisje Peters van de Peppel uit het trouwboek van de schepenen van Stiphout:

05

Ze gaan vermoedelijk ook in Stiphout wonen want één week eerder had hij zijn borgbrief of ontlastbrief uit Helmond al ingeleverd; iets wat nodig was in die tijd om te mogen verhuizen. Hoewel de borgbrief op een verhuizing wijst naar Stiphout wordt het eerste kind geboren in Aarle-Rixtel en het tweede weer in Helmond. Stiphout, Helmond en Aarle-Rixtel liggen in een straal van enkele kilometers van elkaar dus kennelijk was men nog zoekende naar een vaste stek om zich te vestigen. Op dinsdag 18 februari 1812 wordt dochter Wilhelmina Johanna Petronella geboren. Door de Franse tijd staat in de akte de Franse naam Guillemette Jeanne Piternelle en bij het beroep van Henderikus 'Particuliere', een aanduiding dat hij toen zonder werk zat. Op donderdag 8 september 1814 wordt er een zoon geboren die ze Cornelis Hendricus noemen. Op donderdag 14 augustus 1817 wordt er nog een tweeling, Maria Elisabeth en Jan Adolf, geboren.

De jonge jaren van Henderikus waren een stuk minder onbezorgd dan die van zijn vader maar nieuwe mogelijkheden zouden zich spoedig aandienen. Met de dood van vader in het begin van 1818 werd Henderikus volledig verantwoordelijk voor het reilen en zeilen van het gezin Witzel. Nu de Fransen voorgoed uit Nederland waren verdreven bestond er behoefte aan herstel van de orde in het land en daarom werd de Koninklijke Marechaussee opgericht. Met name op de zandwegen tussen Helmond en Limburg waren verschillende roversbenden afkomstig uit Belgisch Limburg actief en bestond er grote behoefte aan een politiemacht. In februari 1819 wordt daarom overal in Brabant en Limburg, waaronder in Asten, kazernes opgericht en onze Henderikus wordt één van de eerste marechaussees van Nederland. Voor de baan van marechaussee zocht men namelijk Oranjegezinde ex-soldaten van protestantse huize. Verder was er de voorwaarde dat men in eigen kosten kon voorzien in de aankoop van kleding, uitrusting en eventueel een paard. De brigade van Asten behoorde tot de compagnie van 's-Hertogenbosch van de achtenveertig jarige kapitein Gregorius Frederik Leutner die zich met 132 man op 7 november 1818 bij de koning operationeel melde. Een echte ijzervreter die maar liefst zestien veldtochten, waaronder die naar Rusland, had weten te overleven.

Oude foto's van de Marechaussee kazerne op de hoek van de huidige Emmastraat en de Burgemeester Frenckenstraat.

06 07

Op zaterdag 11 maart 1820 verkoopt moeder Johanna van den Berkhof de oude inboedel voor 33 gulden en 40 cent en gaat de hele familie in Asten wonen, vermoedelijk gewoon op het kazerneterrein. Zonder de zussen die waarschijnlijk als dienstbode ergens inwoonden. Bij de verkoop van het Agterhuisje in Helmond in 1817 was de clausule opgenomen dat dit pand voor hetzelfde bedrag, plus vijf gulden rente per gepasseerd jaar, terug kon worden gekocht. Op 17 januari 1822 wordt van deze regeling gebruik gemaakt en het pand teruggekocht van de koopman Adriaan van Mol voor de afgesproken 150 gulden, om direct weer door te verkopen voor 327 gulden aan de Helmondse wever Arnoldus van der Stijlen. Er worden in Asten nog vijf kinderen geboren en het zal in Asten een gezellige en drukke bedoening zijn geweest met acht kinderen (vier jongens en vier meisjes), waaronder twee tweelingen, in leeftijd variërend van nul tot veertien jaar oud.

Als marechaussee had Henderikus als taak om de orde te handhaven in het nog jonge Koninkrijk. Maar dat viel in deze regio niet altijd mee omdat het steeds meer de scheidslijn werd tussen het armere traditioneel katholieke zuiden en het meer verlichte protestantse noorden. Om meer welvaart (en grip) op het zuiden te krijgen haalde men een oud plan van de plank om middels een kanaal de soms moeilijk bevaarbare Maas te omzeilen; een kanaal van 's-Hertogenbosch naar Luik nu bekend als de Zuid-Willemsvaart. Dit plan had veel tegenstanders en het was daarom nodig om de duizenden arbeiders (gravers, metselaars, timmerlui, pompers, et cetera) te beschermen. Deze taak lag bij de marechaussee en vanaf de start van de graafwerkzaamheden in 1823 zal Henderikus daar voltijd mee bezig zijn geweest. Mogelijk moest hij twee jaar eerder al optreden wanneer de paaltjes, neergezet door de uitzetters van het tracé, door slimme vooruitziende boeren werden verplaatst.

Het graven begon op verschillende plaatsten tegelijk. Rond de plaats waar de werkzaamheden plaatsvonden ontstond vaak een heel dorp dat zich langzaam door het landschap verplaatste. De werkers kwamen vaak niet uit de streek en die uit het noorden waren een welkome aanvulling voor de kleine hervormde gemeenten. Men werkte niet op zondag en veel arbeiders besteedden hun vrije tijd dan aan vrouwen, stropen en drinken. Men probeerde de arbeiders zoveel mogelijk weg te houden bij de plaatselijke bevolking en het was lokale herbergen verboden vreemdelingen onderdak te bieden. Bij het kampement trof men zogenaamde zoetelketen aan waar men vrijwel alles kon kopen.

Links een foto van kanaalgravers en rechts een foto van de Zuid-Willemsvaart.

08 09

Het kanaal moest in de 122½ kilometer tussen 's-Hertogenbosch en Maastricht een hoogteverschil van ruim 39 meter overbruggen. Dit werd gerealiseerd met 21 sluizen die simpelweg werden genummerd van 0 tot en met 20 beginnend in 's-Hertogenbosch. Voor het beroep van sluis en brugwachter werden veelal protestantse rijksambtenaren aangesteld die ook als veldwachter moesten optreden. Henderikus was hiermee de ideale kandidaat voor deze functie en op 28 februari 1827 werd hij dan ook de eerste sluiswachter van Sluis 10; een paar kilometer ten noorden van Asten. Bijna drie kilometer naar het zuiden lag Sluis 11, waarvan Willem Schoonhoven een half jaar eerder al de sluiswachter was geworden en eind 1828 werd Johannes Hendrikus de Visser de sluiswachter van de drieëneenhalve kilometer naar het noorden gelegen sluis 9. Op zondag 25 oktober 1828 om acht uur 's morgens overlijdt moeder Johanna van den Berkhof op vierenzeventigjarige leeftijd.
Als sluis / brugwachter, Sluis 10 was tevens de houten brug voor de verbindingsweg van Lierop naar Asten, verdiende Henderikus ongeveer 300 gulden per jaar, wat in die tijd geen slecht inkomen was. Hij moest daarvoor de sluisgelden innen, de sluis en brug schoonhouden, het waterpeil in de gaten houden en de orde handhaven rond de sluis. Hij was zelf gemachtigd een schipper een boete te geven indien deze bijvoorbeeld weigerde te betalen, het schip werd dan aan de ketting gelegd, en een deel van die boete mocht hij zelf houden. Sluiswachters stonden dan ook bekend om hun productiviteit in het bekeuren van schippers. Bovendien bood de sluis mogelijkheden tot een logement of café door het vele verkeer. Sluis 11 groeide op deze manier uit tot een compleet op zichzelf staand dorp. Ook moest hij toezien op de jaagpaden en de dijken langs het kanaal in de gaten houden, boeren werden regelmatig beboet omdat vee op de dijk aan het grazen was. De jaagpaden mochten niet worden gebruikt door niet-jagers of rijksambtenaren maar het was natuurlijk erg verleidelijk om de kortste route langs het kanaal te nemen. Henderikus diende ook een zogenaamd sluisboek of scheepvaartboek bij te houden waarin alle gegevens van ieder passerend schip werd opgeschreven.

In de Nederlandsche Staats-courant van 16-12-1828 wordt voor de verpachting van viswater in de Zuid-Willemsvaart de naam van Witzel genoemd:

10

Met 25 sluizen met hoge sluisgelden en 35 bruggen was de Zuid-Willemsvaart tot 1840 nog niet echt een concurrent van de oude route over de Maas. Henderikus zal het als sluiswachter dan ook niet druk hebben gehad. Stoomschepen waren er vrijwel nog niet dus was men aangewezen op zeilschepen, die overigens in de meeste gevallen moesten worden getrokken door paarden en / of mensen, vaak kinderen, doordat een kanaal bijna geen laveerruimte biedt. Henderikus zal vermoedelijk drukker zijn geweest met de onrust die er in dat gebied heerste rond de afscheiding van België die begon in 1830. De zuidelijke Nederlanden waren de Hollandse overheersing en de achtergestelde positie van katholieken en Frans sprekenden meer dan zat en dit leidde tot een burgeroorlog waarbij de kanaalroute precies tussen de twee kampen kwam te liggen. Met uitzondering van het bezette Maastricht verwelkomt Limburg, slechts tien kilometer zuidelijker, de opstandelingen namelijk met open armen. Met de tiendaagse veldtocht doet de Koning nog wel een poging het tij te keren maar met steun uit het buitenland wordt België een zelfstandig koninkrijk. Maar het zal tot 1839 duren voordat het eindelijk echt rustig is in de regio. Op maandag 9 mei 1836 wordt zoon Jan Adolf, hij is dan achttien jaar oud, in Asten geloot als milicien van het bataljon veldartillerie. Hij zal de onrust aan den lijve ondervonden hebben op dat grensgebied tussen Nederland en België. Henderikus maakt op zaterdag 1 september 1838 nog het huwelijk mee van zijn oudste dochter Wilhelmina met de zesentwintigjarige Bastiaan Verheij, een koopman geboren in Werkendam.

Links een foto vanaf de brug van Sluis X en rechts een foto van de turfvervoer op het kanaal.

11 12

Henderikus is in 1839 met hart en ziel verbonden aan de Zuid-Willemsvaart. Wellicht niet bijzonder geliefd bij de lokale bevolking maar het heeft er alle schijn van dat de familie Witzel aan 'het kanaal' een vaste plek heeft gevonden voor de komende generaties. Toch zou dit niet gebeuren want op zaterdag 4 mei 1839 om vier uur in de middag overlijdt onze Henderikus op eenenvijftigjarige leeftijd. Hij wordt de volgende dag als overleden opgegeven door zijn schoonzoon Bastiaan Verheij en de vijftigjarige deurwaarder Jan Dirk de Rijkend, een kennis. Gezien de hoge leeftijd van zijn vader en moeder en vrijwel al zijn voorvaderen, kan Henderikus haast niet van ouderdom zijn gestorven. Maar het is lastig te achterhalen wat dan wel zijn doodsoorzaak is geweest.

Hieronder de overlijdensakte van Johannes Hendrik Witzel:

13

Wie er daarna de sluiswachter werd, kunnen we opmaken uit de genealogie van de familie van Rees2:

Evert Brands van Rees, zoon van Dirk van Rees en Hendriena Brands Minne is geboren te Oosterbeek op 04-08-1789 en gedoopt op 9 augustus 1789 te Oosterbeek:

14

Hij trouwt op 15 september 1815 te Oosterbeek met Egberta Geertruida van Beem, dochter van Egbart van Beem en Wilhelmina Jan (Willemken) Elissen.

15

Afkomstig uit Oosterbeek, waar hij landbouwer / landman was, heeft hij zich gevestigd als sluis- en brugwachter bij Sluis 10 onder Asten aan de Zuid-Willemsvaart. Deze sluis is voorzien van een ophaalbrug. Jaarlijkse bezoldiging was ƒ 300,- met vrije woning volgens de Staat der Ambtenaren en Bedienden behoorende tot de Groote Weegen, Kanalen en Veeren in de Provincie Noord Brabant.

In de Instructie voor Sluiswachters kunnen we onder andere lezen dat de sluiswachters nuchteren en bekwame personen moeten zijn en dat zij zonder toestemming van de Directie geen vrij kunnen nemen, op straffe van onmiddellijk ontslag. Bovendien mag van een uur na zonnenondergang tot een uur voor zonnenopgang de sluis niet geschut worden. De Zuid-Willemsvaart is een kanaal in de Nederlandse provincies Noord-Brabant en Limburg en de Belgische provincie Limburg, die de Dieze te 's-Hertogenbosch verbindt met de Maas te Maastricht. Het kanaal is gegraven van 1822-1826 en heeft een lengte van 122 km, waarvan 43,5 km in België. Alleen al in Noord-Brabant zijn 14 sluizen. Het is bevaarbaar voor schepen tot 699 ton. Toen vanwege de toenemende industrialisatie het kanaal niet meer voldeed, is in de jaren 1925-1935 het Julianakanaal gegraven, dat voor zwaardere schepen toegankelijk is. Uit het huwelijk van Evert en Egberta worden 8 kinderen geboren, allen in de periode 1816-1831 te Oosterbeek onder de gemeente Renkum geboren. Evert Brands van Rees overlijdt te Asten op 23 april 1852, op de leeftijd van 62 jaar. Zijn vrouw Egberta van Beem is al eerder overleden op 18 oktober 1847 te Asten, 55 jaar oud.

16

Zijn zoon Dirk van Rees wordt geboren op 5 juli 1817 te Oosterbeek onder de gemeente Renkum. Tot hij in militaire dienst gaat, is hij boerenknecht. Hij vervult zijn dienstplicht tijdens de Belgische Oorlog (1830-1839). Tijdens de ligting van den jare 1836 wordt hij onder het trekkingsnummer 114 ingelijfd bij het 3e regiment infanterie. Zijn signalement luidt: "lengte: EL 560 strepen; aangezigt: rond; voorhoofd: breed; oogen: blauw; neus: gewoon; mond: gewoon; haar: bruin; wenkbraauwen: bruin; merkbare teekenen: gemis van twee snijtanden". Geregistreerd nummer 1374 Militaire Dienst Provincie Gelderland. Na 4 jaar wordt hij behoorlijk uit de dienst ontslagen. Dirk is arbeider als hij in 1847 aangifte doet van het overlijden van zijn moeder en particulier als hij in 1852 zijn vaders overlijden meldt. Na het overlijden van zijn vader volgt hij deze op als sluiswachter bij Sluis 10 onder Asten aan de Zuid-Willemsvaart. Jaarlijkse bezoldiging ƒ 300,-; huurwaarden der sluiswachterswoningen ƒ 25,-; vermeerdering der jaarlijkse bezoldiging ƒ 80,- volgens Archieven Rijkswaterstaat 083.04/529 Staat van Sluis- en Brugwachters Zuid-Willemsvaart 1854.

Na een rouwtijd van ruim een jaar treedt hij op 35-jarige leeftijd te Asten in het huwelijk met Catharina Gertruda Adams, een dienstmeid van 27 jaar. Ze trouwen op dezelfde dag op 28 mei 1853 als Johanna Elise van Rees, het jongste zusje van Dirk van 22 jaar.

17

Op het moment van het huwelijk woont Wilhelmina Adams de moeder van Catharina in Crefelt in Duitsland. Catharina is een onecht kind van Wilhelmina Adams, een 24-jarige katoenspinster werkzaam in de katoenfabriek van David Horn. Godefridus Peters heeft op 42-jarige leeftijd het kind aangegeven bij de burgerlijke stand. In het geval van een onecht kind geeft de vader de geboorte meestal alleen aan als hij het wil erkennen. Dat is niet het geval. Het kan zijn dat Wilhelmina in het huis van Godefridus bevallen is, dan is hij verplicht het kind aan te geven. Het is dus niet duidelijk hoe het zit, maar hoe dan ook de naam Godefridus leeft voort in de familie. Uit het huwelijk van Dirk en Catharina worden 4 kinderen geboren. Dirk verhuist rond 1855 naar Someren, vermoedelijk als sluiswachter bij Sluis 11 en in 1869 naar 's-Hertogenbosch en uiteindelijk met zijn gezin naar Nijmegen, waar hij op 25 augustus 1887 op 70-jarige leeftijd overlijdt. Catharina overlijdt op 20 april 1895, oud 69 jaar.

Zij woonden een tijd in de huidige Lindestraat (zie Voormalig huis G447) en hieronder foto's van Dirk van Rees en Catharina Adams:

18

Een andere zoon, Egbert Christiaan van Rees, geboren te Oosterbeek op 04-04-1816 pacht via de 'Maatschappij van Welstand' een boerderij op de Nachtegaal (zie Bergdijk 36).

Overzicht sluiswachters van sluis X

In verschillende andere huizen komen nog verschillende sluiswachters in beeld, zodat we de volgende reconstructie kunnen maken:

Periode Naam sluiswachter sluis X Geboorteplaats Geboortedatum Adres
1827-1839 Johannes Hendrikus Witzel 's-Hertogenbosch 22-07-1787
1839-1852 Evert Brands van Rees Oosterbeek 09-08-1789
1852-1855 Dirk Brands van Rees Oosterbeek 05-07-1817
1855-1869 Hendrik van de Vijver Ophemert 28-01-1813 B43
1869-1886 Pieter Hendrik van de Vijver Ophemert 16-02-1846 B47
1886-1907 Arnoldus Sanders Son en Breugel 20-08-1842 B47
1907-1909 Johannes Hermanus Hartman Rotterdam 16-03-1856 B43
1909-1913 Marcelis Wilhelmus van Son Schijndel 29-04-1857 B43
1913-1925 Antonie Gijsbert Schetselaar Woudrichem 23-10-1869 B42
1925-1938 Wouter Verbakel Beek en Donk 31-07-1874 B42

Rond 1855 komen Hendrik van de Vijver en Ida Slangen vanuit Maastricht naar Sluis X en wonen vanaf 1859 in het huis met huizingnummer B43 en vertrekken in 1869 naar Mierlo om vervolgens in 1882 terug te keren in het naastgelegen huis (zie Voormalig huis F837). Hendrik was sluiswachter en hun zoon Pieter Hendrik van de Vijver, geboren te Ophemert op 16-02-1846, neemt in 1869 het huis over. Hij is op 11-06-1869 te Asten getrouwd met Anna Maria Verhagen, geboren op 28-09-1842 te Asten als dochter van Peter Verhagen en Johanna van Bussel. In het bevolkingsregister van Asten over de periode 1859-1879 wonen zij dan op huizingnummer B47:

19

20 Links de aanstelling van Pieter Hendrik van de Vijver als sluiswachter op Sluis 10 aan de Zuid-Willemsvaart in de Noord Brabanter van 23-01-1869 De genoemde A. van Lith was sluiswachter op Sluis 2 te Berlicum.

Ook over de periode 1879-1890 wonen zij in het huis tot hun vertrek in 1886 naar Someren. Pieter Hendrik van de Vijver overlijdt te Someren op 01-12-1906 en Anna Maria Verhagen overlijdt te Someren op 11-09-1911. Het huizingnummer van het huis is dan B47:

21

In 1881 komt sluisknecht Paulus van Oort, geboren te Berlicum op 25-07-1862 als zoon van sluiswachter Gerardus van Oort en Maria van Eindhoven, op verdachte manier om het leven. In het Venloosch Weekblad van 20-08-1881 wordt dit gemeld en daaronder zijn overlijdensakte:

21a

21b

In het huis komt wonen Arnoldus Sanders, geboren te Son op 20-08-1842 als zoon van Johannes Sanders en Maria Damen. Hij is op 19-02-1873 te Helmond getrouwd met Joanna Maria Philipsen, geboren te Someren op 25-10-1840 als dochter van Everardus Philipse en Johanna Maria van Kreij:

22

Sluisknecht Stoffel van der Weele (zie Voormalig huis F1900) woont bij het gezin in.

Ook over de periodes 1890-1900 en 1900-1910 woont het gezin van sluiswachter Arnoldus Sanders en Joanna Maria Philipsen in het huis met achtereenvolgens huizingnummer B46 en B43 tot hun vertrek in 1907 naar Mierlo. Daarna komt sluiswachter Johannes Hermanus Hartman, geboren te Rotterdam op 16-03-1856 als zoon van Johannes Gerardus Hartman en Maria Consul, in het huis wonen. Hij is op 11-05-1887 te Rotterdam getrouwd met Wilhelmina Angenita van der Pol, geboren op 15-12-1867 te Rotterdam als dochter van Andries van der Pol en Anna Maria Poelman.

Zij vertrekken in 1909 naar Zwartsluis, zoals ook is medegedeeld in de Peel- en Kempenbode van 15-09-1909:

Het huis wordt overgelaten aan sluiswachter Marcelis Wilhelmus van Son, geboren te Schijndel op 20-04-1857 als zoon van Hendrikus Antonie van Son en Adriana Maria Brekelmans. Hij is op 04-04-1894 te 's-Hertogenbosch getrouwd met Elisabeth van Wordragen, geboren te Helmond op 05-01-1862 als dochter van Henricus van Wordragen en Sophia Saulle:

23

Marcelis Wilhelmus van Son vertrekt met zijn gezin in 1913 naar 's-Hertogenbosch en het huis wordt daarna bewoond door Antoni Gijsbertus Schetselaar, geboren te Woudrichem op 23-10-1869 als zoon van Frans Schetselaar en Flora Schreuders. Hij is op 14-11-1892 te Veghel getrouwd met Jenneke Blommers, geboren te Gameren op 22-03-1868 als dochter van Aart Blommers en Willemina van Lopik. Het huizingnummer van het huis over de periode 1920-1930 is B42:

24

Linksonder in de krant de Zuid-Willemsvaart van 08-11-1924 verkoopt Antoni Gijsbertus Schetselaar zijn duiven en rechtsonder in diezelfde krant van 21-11-1924 vraagt hij zijn pensioen aan.

24a 24b

Na zijn pensionering als sluiswachter in 1925 verhuist Antoni Gijsbertus Schetselaar met zijn gezin van het huis met huizingnummer B42 naar het Sint Jozefplein 8 en overlijdt te Asten op 20-08-1933 en Jenneke Blommers is op 29-04-1947 te Asten overleden.

25

Vanuit Sluis X 3 (zie Voormalig huis F1900) komt in het huis wonen sluiswachter Wouterus Ambrosius Verbakel, geboren op 31-07-1874 te Beek en Donk als zoon van Johannes Verbakel en Johanna Maria Verbakel. Hij is op 16-02-1914 te Helmond getrouwd met Johanna Maria Schonenburg, geboren te Heeze op 18-07-1880 als dochter van Adam Schonenburg en Goverdina Neijssen. In het bevolkingsregister van Asten over de periode 1920-1930 wonen zij in het huis dat bekend staat als Sluis X nummer 9:

26

Johanna Maria Schonenburg is op 04-02-1927 te Asten door een noodlottig ongeval overleden, zoals bericht in het Rotterdamsch nieuwsblad van 08-02-1927:

Wouterus Ambrosius Verbakel is op 25-10-1928 te Asten hertrouwd met Francisca van Dijk, geboren te Helmond op 11-01-1895 als dochter van Adrianus van Dijk en Johanna Maria Vesters. In het bevolkingsregister van Asten over de periode 1930-1938 wonen Wouterus Ambrosius Verbakel en Francisca van Dijk met hun gezin in het huis op Sluis X nummer 9:

27

In de krant de Zuid-Willemsvaart van 27-05-1932 en van 26-05-1934 de geboortes van zonen Aloysius en Franciscus en dochter Wilhelmina Verbakel:

28 29

Wouterus Ambrosius Verbakel verhuist rond 1938 naar Helmond en is aldaar op 14-02-1952 overleden.

Tot slot nog een verhaal over de laatste sluiswachter Theo Bakermans uit het Eindhovens Dagblad van 12-02-2008:

Als de kinderen vroegen of pa naar z'n werk was, kregen ze steevast als antwoord: "Nee, die is naar de sluis". Theo Bakermans vertelt het met een knipoog, maar in de kern klopt het wel. Hij heeft het goed gehad als sluiswachter. Het was natuurlijk zijn werk, maar hij deed het met veel plezier. Na meer dan veertig jaar zet de Somerenaar er deze maand een punt achter. Sluiswachter, dat is in veel gevallen een familiebaan, zo ook bij Bakermans. Theo's vader was sluiswachter, twee broers en een zwager zitten in dezelfde hoek. Theo kwam er bij uit toen in 1965 het A67-viaduct over de Zuid-Willemsvaart werd aangelegd. Hij bediende er de tijdelijke scheepvaartlichten. Een jaar later kon hij aan de slag bij Rijkswaterstaat, waar hij op zijn brommertje van hot naar haar langs het kanaal reed om sluispersoneel te vervangen. Van Sluis 13 naar Sluis 4, behalve Sluis 0 heb ik ze tot aan Den Bosch allemaal gehad. Later kreeg hij zijn eigen sluis, onder meer lange tijd Sluis 10.

Zowel het vak als de binnenvaart zouden in de loop van de tijd flink van karakter veranderen. In het begin was het een drukte van belang, met wel honderd passerende schepen per dag. Oude, kleine scheepjes, het was heel gewoon als je er vier in de sluis had, terwijl er nu praktisch nog maar één schip in gaat. Die nieuwe schepen hebben wel een veel grotere laadruimte, geen 150 à 200 ton maar vaak het dubbele. Met die schaalvergroting en technische vernieuwingen werd het voor de sluiswachters een stuk rustiger. Dat gaf tijd voor wat hobbywerk, de tuin rondom de sluis bijhouden, het werkhokje netjes maken, kleine reparaties. Ik ben iemand die altijd wat te doen moet hebben. Het klinkt zo gek nog niet, op je gemak wat klussen aan het water, maar voor Bakermans betekenden de moderniseringen niet louter vooruitgang. De nieuwe tijd bracht ook meer verzakelijking. Het gebruikelijke praatje met de schipper was er vaak niet meer bij, het ging er allengs gejaagder aan toe. Dat merkt de sluiswachter ook aan reacties van fietsers en automobilisten die bij hem voor de brug moeten wachten. Ze staan te grommen aan de slagboom en je krijgt nogal eens het middelvingertje.

De idylle werd ook met regelmaat verstoord door ernstige ongelukken, zowel op de Kanaaldijk als in het water. Op Sluis 11 was het voorheen wel vier keer in de week te doen. Je zag het soms gebeuren, dan vlogen ze door de lucht. Afgrijselijk. Daar was ik dan wel even van ondersteboven. Maar het kon ook uitmonden in euforie, als hij er bijvoorbeeld in slaagde een drenkeling op het droge te krijgen. Dat zijn dingen die je nooit vergeet. Tegenwoordig is sluis 8 de werkplek van Theo Bakermans, een van het slinkende aantal locaties waar nog een sluiswachter te vinden valt. Het vak zoals de Somerenaar dat heeft uitgeoefend, is aan het uitsterven. De bediening van bruggen en sluizen gebeurt steeds meer vanuit enkele centrale locaties, zoals sluis Helmond in de kanaalomleiding. Per beeldscherm en computer. Er is steeds minder personeel nodig. Bij de sluis staat niemand meer aan de kant om een draadje aan te pakken en een praatje te maken. Het eigen baas zijn gaat eraf. Maar die mooie tijd heb ik ruim 41 jaar meegemaakt. Het was een prachtbaan, de baan van mijn leven.

Het sluiswachtershuis bestaat niet meer en ongeveer op de plaats van het huis ligt nu de provinciale weg.

Overzicht bewoners

Kadasternummer F673
# Periode Naam hoofdbewoner Geboorte Tweede persoon Geboorte Vertrek
F673 1832 Domein
Sluis X 9
# Periode Naam hoofdbewoner Geboorte Tweede persoon Geboorte Vertrek
1827-1839 Johannes Hendrikus Witzel 's-Hertogenbosch 22-07-1787 Teunisje Peters van de Peppel Wageningen 20-01-1788 05-04-1839
1839-1852 Evert Brands van Rees Oosterbeek 09-08-1789 Egberta Geertruida van Beem Oosterbeek 15-07-1792 18-10-1847
1837-1852 Evert Brands van Rees Oosterbeek 09-08-1789 23-04-1852
1852-1856 Dirk Brands van Rees Oosterbeek 05-07-1817 Catharina Gertruda Adams Asten 31-10-1825 naar Someren
1856-1859 Hendrik van de Vijver Ophemert 28-01-1813 Ida Slangen Meersen 05-06-1815
B43 1859-1869 Hendrik van de Vijver Ophemert 28-01-1813 Ida Slangen Meersen 05-06-1815 naar Mierlo
B47 1869-1879 Pieter Hendrik van de Vijver Ophemert 16-02-1846 Maria Verhagen Asten 28-09-1842
B47 1879-1886 Pieter Hendrik van de Vijver Ophemert 16-02-1846 Maria Verhagen Asten 28-09-1842 naar Someren
B47 1886-1890 Arnoldus Sanders Son 20-08-1842 Joanna Maria Philipsen Someren 25-10-1840
B46 1890-1900 Arnoldus Sanders Son 20-08-1842 Joanna Maria Philipsen Someren 25-10-1840
B43 1900-1907 Arnoldus Sanders Son 20-08-1842 Joanna Maria Philipsen Someren 25-10-1840 naar Mierlo
B43 1907-1909
Johannes Hermanus Hartman Rotterdam 16-03-1856 Wilhelmina Angenita van der Pol Rotterdam 15-12-1867 naar Zwartsluis
B43 1909-1910 Marcelis Wilhelmus van Son Schijndel 20-04-1857 Elisabet Wordragen Helmond 05-01-1862
B42 1910-1913 Marcelis Wilhelmus van Son Schijndel 20-04-1857 Elisabet Wordragen Helmond 05-01-1862 naar 's-Hertogenbosch
B42 1913-1920 Antoni Gijsbert Schetselaar Workum 23-10-1869 Jenneke Blommers Someren 22-03-1868
B42 1920-1925 Antoni Gijsbert Schetselaar Workum 23-10-1869 Jenneke Blommers Someren 22-03-1868 naar Dorp
B42 1925-1930 Wouterus Verbakel Beek 31-07-1874 Francisca van Dijk Helmond 11-01-1895
9 1930-1938 Wouterus Verbakel Beek 31-07-1874 Francisca van Dijk Helmond 11-01-1895
Referenties
  1. ^Zeven generaties Witzel (https://www.witzel.nl/witzel/nieuweopzet/2.htm)
  2. ^Genealogie van de familie van Rees (https://reesh.home.xs4all.nl/GenealogieVanRees.pdf)

De meest gebruikte referenties staan in de introductie vermeld

Laatst bijgewerkt op 28 juli 2022, 14:09:28

XS
SM
MD
LG
XL
Heemhuis, Molenstraat 10, 5711 EW, Someren
Open voor bezoekers op dinsdag van 9 tot 12 uur
Het archeologiehuis is na afspraak open voor bezoekers
Bel hiervoor Peter van Bussel op (0493) 49 10 77 of (06) 38 06 71 63
Printen