logo

Index


Kasteellaan 6 tot en met 8

In de Bossche Protocollen wordt de hoeve van het kasteel en hun eigenaren (zie Kasteelruïne) genoemd:

Bossche Protocollen R1245 folio 131; 09-08-1476:
Goessen zoon wijlen Gerit van Berkel heer van Asten, bezit het dorp van Asten met het kasteel, met gragten, hof, grond, weijde en 1 bunder heijde, van gemeente van Asten die Goessen gekocht heeft van gemeijnt. En het hofgoedt voor het kasteel gelegen.

Bossche Protocollen R1260 folio 506; 11-05-1491:
Dirk zoon van wijlen Hendrick Baex en van wijlen juffrouw Margriet Hendrick van Broechoeven. Goossen van Berkel, heer van Asten, Goessen Janss Brecht man van Jonkvrouw Jenneke Marcelis van Uden. Een pacht uit de hoeve thofguet van Asten gelegen bij 't kasteel van Asten.

Dat de familie van Berkel nog tot in de 16e eeuw nog eigendom had in Asten, blijkt uit een akte van overdracht, verleden voor schepenen 's-Hertogenbosch, door Godefridus, zoon wijlen Johannes die Weer aan Rutgerus, zoon wijlen Gerardus van Berkel, van hoeve 'Op Huesden' bestaande uit huis, hof, erf en landerijen in Asten, gedateerd 1550 met schepenzegels Goeswinus van der Stegen en Paulus Raessen:

01

Er wordt over twee hoeven bij het kasteel gesproken als Wolfert van Brederode, echtgenoot van Adriana Back (zie Kasteelruïne), heer van Asten is:

Denombremente van Leenen, Coer feodale de Brabant pagina 22; 1531:
Ick Wolffarrt van Brederoeden Heere van Asten obedieronde zekere brieven van placcate onss Heeren des Keijsers opt overbringen van den leengoeden in Brabant nu onlancx gepubliceert, Certificere bij desen dat Ick van onsen voirszegde Heeren den Keijser als Hertoge van Brabant te leene houdende ben drie partien van leengoederen, die welcke inden name van Jouffrouwe Adriane Back mijner huijsvrouwe, wettige dochtere wijlen Heeren Jans Back in zijnen tijt Riddere bij zijnder aflivicheijt op mij gesuccedeert zijn, alsoe die hier nae volgen. In den Iersten tgeheel dorp van Asten mit allen zijnen toebehoirten, gelijck die voersaten des voirszegde Heeren Jans dat beseten ende gebruijct hebbende ende tselve hen bij Hertoge Wencelanus van Behen ende Vrouwe Johanna, Hertoge ende Hertoginne van Brabant, hooger memorien verleent is geweest, gelijck dat blijct bij eenen copien hier mede overgegeven, in welcken voirszegde dorpe staende ende gelegen in een steijnen huijs, omwatert mit dobbele grachten, met eenen voirgeborchte, dair inne staet eenen peertstal ende schuere mit andere huijsen, voire welcken huijs liggen twee Hoeven, genoemt te Hove, groot wesende al tsamen in ackeren, weijden, heijden ende beempden omtrent achtien bunderen, gelegen oistweerts aen die gemeijnte van Asten.

Ook bij Johanna van der Leck (zie Kasteelruïne) wordt nog over twee hoeven gesproken:

Archief Hövell tot Westerflier P3267⁄1 bladzijde 173; 02-06-1597:
Johanna van der Lecke, eertijds Vrouwe van Asten, bij testament een pacht van drie mud rogge jaarlijks gelegateerd aan Convent der Predikheeren binnen s' Hertogenbosch, voor de voldoening waarvan zij den windmolen van Asten, benevens twee hoeven aan het kasteel aldaar had verbonden. Heer Peter van Vertaing had voorts bij zijne opdracht der Heerlijkheid Asten voor schepenen van s' Hertogenbosch op 09-07-1476.

Philips Aeben is een van de eerst bekende pachters van een hoeve bij het kasteel:

Archief Hövell tot Westerflier P3267⁄1 bladzijde 339; 28-05-1618:
Heer Bernaerd van Merode, heer van Asten, verpacht aan Philips Aeben, de hoeve, landerijen ende weijvelden als in den weijer binnen den wal gelegen zijn.

Later koopt Philips Aeben de hoeve, maar maakt de koop een half jaar later weer ongedaan:

Asten Rechterlijk Ardchief 69 folio 8; 20-02-1619:
Bernaert van Merode, Heer van Asten, verkoopt aan Phlips Phlipssen Aben eene heerdstadt metten huyssen ende schuere, landerijen, weyen, bempden geheten de Wijer, ene zijde en einde de gemeente, andere zijde de waterlaet, andere einde den Hoeffschendijck. Marge: Op 01-10-1619 heeft Phlips Aben de koop weer terug gegeven.

Ook in 1661 toen de familie van Merode, heren en vrouwen van de heerlijkheid Asten waren (zie Kasteelruïne), is nog sprake van twee hoeven:

Archief Heerlijkheid Asten toegangsnummer 274-36; 04-07-1661:
Notaris Willem van Kuilenburgh notaris in Gravenhage, compareerde de heeren Jaecques van Aertssen ende mitsgaders Balthasar de Boudaer ende Matias Hessel van Dinter, Rade ende mannen van Leene op 25-06-1640 tegens vrouwe Catarina van Brederode, weduwe van Bernardt in zijn leven heer van Asten ende heer Floris de Merode deselve zoon met de heerlickheijt van Asten, met voren leggende twee hoeven genaampt te Hove, groot wesende tesamen, ackeren, weijden, heijden, beemden omtrent 18 bunder.

Aelbert Jaspers heeft rond 1660 de hoeve, ook bekend als het neerhuis, gepacht:

Asten Rechterlijk Archief 53; 24-04-1667:
Aelbert Jaspers, hovenier bij Mevrouwe van Asten, wonende in het neerhuis van het kasteel, testeert. Direct na zijn dood, aan alle kinderen waarvan hij peter is, uit te reiken een rijksdaalder. Het betreft kinderen die hij geheven heeft te Boxtel, Sint Michiel Gestel en Asten. Uit te reiken door zijn erfgenamen en komende uit zijn goederen te Boxtel gelegen. Te Asten uit zijn gerede goederen en uitgezette gelden door de curatoren uit te reiken aan Margriet, dogter Elias Peeters ƒ 10,- aan de kinderen van Merike, Jenneke, Neelken en Jenneken, zijn vier gewezen zusters en Adriaen Jaspers van den Heuvel, zijn halve broeder, hoofsgewijs, zijn stock en erfgoederen gelegen te Boxtel. Joost Roefs en Goiaert van Gorcum worden benoemd tot curatoren zij aanvaarden zijn biehal, obligaties, geld en kleren om daaruit de schulden en legaten te betalen. Het restant wordt daarna geschonken aan den Armen van Asten.

Aelbert Jaspers is geboren rond 1625 en op 22-05-1658 te Asten getrouwd met Margriet Laurenssen. Voor zover bekend zijn er geen kinderen uit deze relatie geboren, wel komt Aelbert Jaspers vier maal voor, onder de naam Aelbert den Hovenier, als doopgetuige. Aelbert Jaspers is op 27-05-1667 te Asten overleden en in het archief van Asten wordt Jelis Jansen nog genoemd als huurder van het neerhuis:

Asten Rechterlijk Archief 7 folio 182; 14-02-1677:
De Heer van Asten, aanlegger contra Jelis Jansen, pachter van het neerhuis van het kasteel, gedaagde. Betaling van ƒ 80,- wegens pacht van land, groes enzovoort volgens cedulle van 09-05-1672.

Egidius (Jelis) Jansen is geboren rond 1620 en rond 1645 getrouwd met Maria. Hieronder het gezin van Egidius (Jelis) Jansen en Maria:

# Voornaam Geboorte Huwelijk Overlijden Referentie
1 Franciscus Asten 20-11-1646
2 Johannes Asten 07-01-1649
3 Lambertus Asten 01-11-1651 Asten 09-07-1691
Antonia Lucas
4 Johanna Asten 20-09-1654
5 Agatha Asten 30-07-1659 Ongehuwd Asten 19-10-1686
6 Lyske Asten 18-02-1663
7 Hendrick Asten 25-12-1666

Egidius (Jelis) Jansen is in januari 1684 te Asten overleden en Maria is op 18-07-1694 te Asten overleden.

Het is vooralsnog onduidelijk wie er verder op de hoeve bij het kasteel heeft gewoond, het is niet onwaarschijnlijk dat de hoeven door verval tot 1734 onbewoond zijn gebleven, hoewel de volgende bewoner Mathijs Dirks al voor 1734 de tienden van de heer van Asten pachtte.

Archief Heerlijkheid Asten toegangsnummer 274 akte 48; 15-12-1734:
Zie verder op E800, daar vooren leggen twee hoeven, genaemt te Hove.

In 1735 wordt een uitgebreide inventaris gemaakt van de nodige te verrichten herstelwerkzaamheden aan het neerhuis van het kasteel:

Asten Rechterlijk Archief 117 folio 90 verso; 18-04-1735:
Eerste Capittel vant timmerwerck.
Neerhuijsinge aan de voorschreven poort van t' kasteel.
Het pannedak twee gordingen daer onder te leggen, lang te saam ses en seventig voeten, dik seven en seven duijm. En sal op ider balk twee stijlen moeten setten, onder de gordingen met pin en gat onder en boven in malkander werken, ofwel soo veel stijlen als er nodig sijn of hem aangewesen sal worden, en de opscheuten vast te maken en te rigten.
De plaijen, die van de muuren gesonken sijn, alsmede de opscheuten, die van de plaijen gesakt zijn, wederom op te setten en vast te maken. Verder de kap, die gesonken is, wederom op sijn rigt te brengen, so als het werk vereijscht of hem aangewesen sal worden. De latten te vernieuwen daar nodig is met grijne gesaagde latten tot t' pannedak.
Nog te maken een nieuwe muur plaeij, lang twee en twintig voeten, dik drie en ses duijm. Het houte verwulfsel van de kelder met duijmse grijne planken te bekleeden en te repareeren tot een hondert en agt en sestig voeten, de planken wel regt gesteeken en geploegt met veeren voorsien en digt tegen elkanderen gedreven en wel genagelt op alle de ribben, niet verder van den anderen als drie duijm, met vijftien ponders nagels.
Het caseijn int koeij huijs te repareeren met drie en twintig voeten hout, dik ses en vier duijm, met een venster daarin.
Het stroijdak aan de suijdsijde van de schuur te vernieuwen ter lengte van agt en vijftig voeten, soo hoog als het dak is, en repareeren daar nodig sal wesen of aangewesen sal werden, en verder het geheele dak daar nodig is. En de aanneemer sal daartoe moeten leveren stroij, banden en nagels daartoe nodig, dog de latten en roijen sullen hem gelevert worden.
Item vier deuren te vernieuwe met duijmse grijne planken, als twee aan de koeijstal en twee aan de schuur, en verder alle de deuren en vensters van t' kasteel, schuur, stallingen, bakhuijs van de neerhuijsinge en hoevens te repareeren, soo als het werk vereijscht of aangewesen sal worden, met een of twee wervels op ider binnen venster of glas raam na de eijsch.
De brug aan t' hop huijsje. Daar onder te setten ses nieuwe palen, ider lang negen voeten, dik negen en negen duijm, en die wel in de grot te heijen. De balken wederom op te werken met pin en gat, met houten pinnen op te sluijten, de ribben wederom daarop te leggen en vast te maken. En de vleugels regt te setten en met planken te voorsien, gelijk het oude geweest is. Daartoe te leveren tagtentig voeten anderhalve duijmse ijke planken,die alle wel vast te nagelen op alle ribben en paalen met vier duijmse nagelen, niet verder van den anderen als drie duijm.
De brug, waarmede men in de hof gaat. De aanneemer zal moeten maken ses paalen, ider lang tien voeten, dik tien en tien duijm, en die inde gront te heijen, gelijk het werk zal vereijsschen of hem aangewesen sal worden. Item twee balken, ider lang dertien voeten , dik negen en negen duijm. Zal deselve op de palen moeten werken met pin en gat, met houtpinnen op te sluijten en daarop werken seven ribben, ider lang tien voeten, dik vijf en ses duijm.
De ribben met ijke planken te bekleeden, dik ses vijfte voet, lang elf voeten, wel digt tegen malkanderen te voegen en wel te nagelen op alle de ribben met vier duijmse nagelen, niet verder van de anderen dan drie duijm. En met de oude planken voor tegens de oever wedersijts te palen te bekleeden, en daar nog bij te voegen en te leveren vijftig voeten ijke anderhalve duijms planken. En de gront naast den hof met aerde aan te vullen en met russen te voorsien. En de poort en hecken op de brug staende mette leenen daar nevens wederom soo en gelijk is of aangewesen sal worden te maken en te vernieuwen, soo en gelijck geweest is.
Het hecken aan t' eijnden van t' brouwhuijs te repareeren en gangagtig te maken, gelijk voor desen geweest is. Item alle het hout hier voorens gespecificeert tot de solders, vensters, deuren, ribben en caseijnen sal moeten sijn van droog ijke en wageschotten hout, int vierkant behouden en gesaagt, wel regt gesteeken en glad geschaaft, en wel in malkanderen gewekt met pinnen en gaten, veeren en rabatten daarin gewerkt, als mede met goede latijen daar aan te maken, soo en geljk het werk vereijscht of hem aangewesen sal worden.
Item de glas raamen sullen moeten werden gemaakt van droog wageschot, breet twee duijm, dik anderhalve duijm, alle wel regt gestreeken en glad geschaaft, en inde ramen te setten en gangagtig te maken, en wel in malkanderen te werken nan den eijsch of zoo hem aangewesen sal worden. Item al de vensters hier vooren genoemt sullen moeten wesen van droog en van het beste wageschot, dik drie quart duijms, alle met spigels te maken nan den eijsch vant werk, wel glat geschaaft en regt gestreeken en in malkanderen gevoegt met veeren.
Alle gehengen, duijmen, grendels, knipslooten als andersints daar aan vast te maken en te nagelen dat wel konnen sluijten. Item zal hij alle de vensters en deuren wel nagelen, op ider klamp ten minsten met vier rijen nagelen, niet verder van den anderen als twee duijm over ider klamp en de klampen breet agt duim, en die van de vensters in de benede kamers breet tien duijm en d' andere belegstucken breet vijf duijm, en den eijsch vant werk of soo als hem aangewesen sal worden.
In alle de caseijnen de rabatten soo diep te maken dat de vensters mette klampen daar in konnen, alsook de glas raamen allemaal van binnen en buijten gelijk. Item de bruggens sullen moeten bepekt en met hamerslag bestroijt werden, soo dik als nodig is of hem sal aangewesen werden.
Het derde capittel, rakende de leijdecker.
Het pannedak vande geheele neerhuijsinge te repareeren en met nieuw pannen te voorsien daar nodig is en de pannen wel aan te streiken, met de vorsten en hoeken wel te voorsien soo het werk vereijscht, gereserveert het brouwhuijs, dewelke niet behoeven bezet of bestreeken te worden, als wel met pannen te voorsien daer er uijt sijn, en de hoeken en vorsten wel te voorsien en aan te strijken.

Volgens het huizenquohier over de periode 1736-1746 is Mathijs Dirks de eerste bewoner van de opgeknapte hoeve:

Jaar Eigenaar nummer 1 Heusden Bewoners nummer 1 Heusden
1736 neer huijsinge Matteijs Dirx
1741 neer huijsinge Mattijs Dirk
1746 neer huijsinge Mattijs Dirks

Mathijs Dirks is geboren te Asten op 14-07-1674 als zoon van Dirck Michiels en Lyneke Dirx Smits (zie Voormalig huis E1101). Hij is op 12-09-1700 te Asten getrouwd met Johanna Philips Dircx van Heusden, geboren op 15-03-1677 te Asten als dochter van Philippus Dierix en Ida Dielis van Heughten (zie Voormalig huis E509). Johanna Philips Dircx van Heusden is op 22-05-1719 te Asten overleden en Mathijs Dirks is op 03-12-1719 te Asten hertrouwd met Maria Adriaans Verberne, geboren te Lierop op 31-12-1682 als dochter van Adrianus Wilhelmus Verberne en Mechtildis Geven. Maria Adriaans Verberne is op 09-11-1731 te Asten overleden en Mathijs Dirks is een derde maal getrouwd op 29-06-1732 te Asten met Lutgardis Antony Clijnens, geboren te Vlierden rond 1690 en weduwe van Mathijs Dirk Coolen. Uit dit laatste huwelijk zijn geen kinderen bekend:

10 bris 1719; 3. Juncti sunt matrimonio Mattias Diriks et Maria Teunis; testes Jan van Helmont et Paulus Teunis.

3 december 1719. In huwelijkse echt gebonden Mattias Diriks en Maria Teunis; getuigen Jan van Helmont et Paulus Teunis.

02

De gezinnen van Mathijs Dirks met Johanna Philips Dircx van Heusden en met Maria Adriaans Verberne en met Lutgardis Antony Clijnens*:

# Voornaam Geboorte Huwelijk Overlijden Referentie
1 Margareta Asten 02-05-1701 Kind Asten ±1701
2 Elisabeth Asten 16-06-1702 Asten 11-05-1732
Hendrick Willem Haese
Asten 13-12-1767 zie Voormalig huis E1101
3 Johanna** Asten 11-12-1720 Asten 12-11-1742
Dielis Claessen Verhoijsen
Someren 22-04-1796 zie Keizersdijk 6
4 Catharina** Asten 14-02-1723 Asten 21-01-1751
Arnoldus Tijs Slaats
Deurne 14-05-1791 zie Voormalig huis E294
5 Judoca** Asten 30-09-1728 Kind Asten ±1728

* uit het derde huwelijk zijn voor zover bekend geen kinderen geboren
** kinderen uit het tweede huwelijk

Mathijs Dirks deelt mee in een erfenis van de schoonouders van zijn eerste vrouw:

Asten Rechterlijk Archief 115 folio 232; 25-03-1724:
Mattijs Dircx getrouwd geweest met Jenneke Flips Dircx van Heusden namens zijn onmondige kind, Mattijs Rijnders getrouwd geweest met Dirske Flips Dircx van Heusden namens zijn onmondige kind, Jan Aarts getrouwd met Catelijn Flips Dircx van Heusden, Peeternel, dochter Flips Dircx van Heusden, meerderjarig. Kinderen en erven van Flips Dircx van Heusden en Ida Jelis van Hugten. Zij verdelen de nagelaten goederen:
1e lot krijgt Jan Aarts schop, schuur en 1⁄3e deel van het aangelag 3 lopense.
2e lot krijgt Mattijs Dircx het oude huis met het klein schopke en 1⁄3e deel van het aangelag 3 lopense; 1⁄3e deel van de Beeckacker 2 lopense; 1⁄3e deel van de Bosacker 2 lopense; de voorste 3 lopense van de Venacker 3 lopense; groes het Lanckvelt; de achterste helft van het Broeckvelt 2 lopense; de helft van een weiveld geheel 8 lopense, de andere helft komt toe aan Peternel. Belast met 2 vat rogge per jaar aan den Armen van Helmont in een meerdere rente; 37 stuiver 4 penningen per jaar cijns in verschillende teksten aan de Heer van Asten samen met Marcelis Daandels te betalen; ƒ 416-13-6 aan de Heer van Asten in een meerdere rente. Verponding ƒ 8-8-12 per jaar. Bede ƒ 2-5-15 per jaar.

Voor zijn derde huwelijk moet Mathijs Dirks een staat en inventaris opmaken:

Asten Rechterlijk Archief 117 folio 9; 18-09-1732:
Mattijs Dircx weduwnaar van Mary Adrians, te Lierop maakt ten behoeve van twee minderjarige kinderen een staat en inventaris. Hij wil in derde huwelijk treden met Luytien Antony Kleyn, laatst weduwe van Mattijs Coolen, te Deurne.
Onroerende goederen: huis, hof en aangelag op Huysden 2 lopense; land 4 lopense; groes 14 lopense; huis, hof en aangelag in de Wolfsbergh; land 13 lopense, groes 13 lopense.
Roerende goederen: vier bedden soo goet als quaat en toebehoren, zes laken, twee eiken kasten, een couche en een schaep, zes stoelen, diverse ketels, potten, pannen, emmers, tobben, vuurgerei, zes tinnen schotels en houten schotels, vijf biertonnen en twee bierkuipen, landbouwgereedschap, een hoge en een lage kar, vrouwenkleren.

Mathijs Dirks pacht de Heusdense en Loverbossche clamptiende en de Lammertiende:

Asten Rechterlijk Archief 153; 24-06-1735:
De rentmeester van de Heer van Asten verpacht de aan hen competerende tiendenvoor de oogst van 1735:
Een clamptiende, de Heusdense. Pachter Mattijs Dirx, 620 vat rogge, verponding ƒ 59-14-4 (tiende voor inning op gronden in Heusden).
Een clamptiende, de Loverbosche. Pachter Mattijs Dirx, 400 vat rogge, verponding ƒ 51-00-0 (tiende voor inning op grond in de Loverbosch).
Een clamptiende, de Middeltiende. Pachter Hendrik Halbersmit, 235 vat rogge, verponding ƒ 31-00-0 (tiende voor inning op grond)
De Novale tiende. Pachter Hendrik Willem Berkers, 152 vat rogge, verponding ƒ 10-00-0 (tiende op nieuwe gewassen of op nieuw ontgonnen land).
De Lammertiende van alle voorschreven clampen. Pachter Mattijs Dirx ƒ 24,- (tiende op pas geboren lammeren).

Mathijs Dirks verklaart dat hij voor 1734 deze tienden ook al van de heer van Asten heeft gepacht:

Asten Rechterlijk Archief 117 folio 130; 31-10-1735:
Mattijs Dirks verklaart ter instantie van Antony La Forme dat hij samen met Mathijs Slaat alsmede Jan van Helmont een aantal jaren, tot en met 1734, in pacht heeft gehad, de geëxecuteerde goederen van de Heer van Asten, de clamptiende de Loverbosch jaarlijks voor ƒ 50,-, 220 vat rogge en 110 vat boekweit per jaar alsmede 5 vijm stro vrij van lasten. Er is geen huurcedulle. Hij verklaart verder dat hij samen met Jan van Reyt van de geëxecuteerde goederen van de Heer van Asten in pacht gehad te hebben, tot en met 1734 een clamptiende de Heusdense jaarlijks voor ƒ 100,- en 312 vat rogge en 156 vat boekweit per jaar alsmede 8 vijm stro per jaar vrij van lasten en van een rente van ƒ 45,- per jaar aan rentmeester de Kempenaar.

Het onderstaande archiefstuk meldt dat Mathijs Dirks pachter is van het neerhuis:

Asten Rechterlijk Archief 117 folio 130; 31-10-1735:
Mattijs Dirks, verklaart ter instantie van Antony La Forme nog gepacht te hebben van de gewezen Heer van Asten het neerhuis van het Casteel voor ƒ 75,- per jaar, 108 vat rogge per jaar en de bede, verder vrij van lasten. Er is geen huurcedulle geweest

Mathijs Dirks koopt een stuk groes:

Asten Rechterlijk Archief 94 folio 107; 26-11-1736:
Antony Mennen verkoopt aan Matijs Dirx groes aan den Heusdensche padt 1½ lopense naast Francis Loomans. Koopsom ƒ 75,-.

Piet Loomans heeft nog een schuld bij Mathijs Dirks:

Asten Rechterlijk Archief 23 folio 69; 20-02-1741:
Mattijs Dirks, aanlegger contra Piet Loomans, gedaagde. Aanlegger heeft van gedaagde nog te vorderen ƒ 6-17-0 wegens een afrekening, op 21-12-1738, gedaan met Zwanenberg.

Mathijs Dirks was medegebruiker van goederen van Marcelis Daniels (zie Voormalig huis E263), die worden verkocht aan vrouwe van Asten, Bregje van Ghesel en zij verkoopt ze weer door aan hem en aan Mathijs Slaats:

Asten Rechterlijk Archief 95 folio 207 verso; 03-03-1744:
Johannes de Merode verkoopt, namens de regeerders van Asten, de verhandligte goederen van wijlen Marcelis Daniels en Lijneke Jan Dirx, te Heusden, om daaraan te verhalen den renten en belastingen. De goederen zijn in gebruik geweest bij Mattijs Dirks, Jan Peters van Bussel en anderen. Koopster wordt Bregje van Ghezel, weduwe Pieter Valkenier. Schuur, hof en dries 2½ lopense naast Jan Slaats; land den Heycamp 5 lopense naast Jelis van Helmond; den Hoekacker 8 lopense nasst Jan Aarts; den Busseracker 7 lopense; groes het Hoyvelt 9 lopense; groes het Busveltje 3½ lopense; groes en hei het Weyvelt 30 lopense. Belast met ƒ 25,- per jaar, in kapitaal ƒ 625,- aan het Huis van Asten. Verponding ƒ 17-12-4 per jaar. Bede ƒ 4-18-8 per jaar. Deze goederen zijn ook nog belast met ƒ 300,- à 5% aan Francis Rooyers, te Leendert Strijp ten laste van Dirk Philips en Dirk Peters aan Leyske Hendrik Deentiens de dato 16-12-1666 schepenen Asten. Omdat zij bij de tweede verkoop nog geen geld mochten opbrengen is toen deze rente uitgeworpen. Daarna zijn ze voor ƒ 30,- verkocht aan de koopster.

Asten Rechterlijk Archief 95 folio 215; 11-05-1744:
Antoni La Forme, te Deurne, als rentmeester van Bregje van Ghezel, Vrouwe van Asten, verkoopt aan Matijs Dirx en Matijs Slaats, de goederen gekomen van Marcelis Daniels.

Mathijs Dirks pacht opnieuw met anderen de tienden:

Asten Rechterlijk Archief 119 folio 78 verso; 09-07-1744:
Antoni La Forme, rentmeester van Bregje van Ghezel, Vrouwe van Asten, verpacht aan Mattijs Dirks, Mattijs Slaats, Dirk Janse, Anna, weduwe Gerrit Kerkers en Dries Dirk van Hugten, allen hoevenaars van de Vrouwe van Asten, alsmede Goort Willem Loomans, molenaar op de windmolen, de volgende clampentienden en de smaltienden de Heusdense, de Loverbosche en de Middel. Huurtermijn 6 jaar ingaande oogst 1744. Mocht iemand van de voorschreven pachters de goederen, die hij in huur heeft van de Vrouwe van Asten, verlaten dan zal hij ook zijn aandeel in de tienden moeten verlaten. Huurprijs 935 vat rogge per jaar volgens de pegge van Helmond, zoals deze steken zal, zaterdag na Sint Andries en zaterdag na Lichtmis. Te betalen de helft op 07-12-1744, de helft op 24-02-1745 en zolang de pacht duren zal. Lasten de landsverpondingen voor de pachters, 9 vijm dakstro per jaar. De pachters moeten de tienden colligeren en inzamelen volgens de placcaten van 20-06-1670 en 23-05-1732. Dat de landerijen van de Vrouwe van Asten worden gebruikt door de hoevenaar van de Polder. Nog worden verpacht aan Hendrik Willem Berkers, Antoni Wilbert Coolen en Dirk Willem Haasen de Novaale clamptiende. Huurprijs 165 vat rogge per jaar en verdere condities als voor.

Hieronder een deel van het placcaet van 23-05-17321:

Mathijs Dirks wordt als 70-jarige vierman verhoord over de inningen van de tienden:

Asten Rechterlijk Archief 30 folio 30; 26-09-1744:
Verhoor van Mattijs Dirx, 70 jaar, vierman, pachter van de tiende van de Heer van Dongelbergen, Peter van Bussel, 60 jaar, borgemeester, als opzichter van de voornoemde tiende, Peter Verlensdonk, 56 jaar, armmeester, ook als opzichter van de voorn tiende, Willem Roefs, 52 jaar, pachter van de grove tiende van de Heer Beresteyn, Antoni Wilbert Coolen, 45 jaar, kerkmeester, als pachter van de smaltiende van de Heer Beresteyn, Hendrik Willem Berkers, 50 jaar en Dirk Hillem Haasen, 40 jaar samen met Antoni Wilbert Coolen, pachters van de Novale tiende.
Of hen bekend is dat door of wegens Hendrik Halbersmit een deel van een akker genaamd in den Berg naast Willem Roefs en Jan van de Loverbosch met vlas is bezaaid. Deze akker hoort onder de door hen gepachte clamptienden. Hendrik Halbersmit heeft dat vlas, rijp zijnde, geoogst en buiten de clamptienden vervoerd, zonder dat zij, pachters, daarvan iets wisten of dat de geregtigheyt van tiende voor dit jaar aan hen, pachters, is voldaan?
Zij verklaren daarvan geen kennis te hebben.
Of hen ook bekend is dat door voornoemde Halbersmit een stuk land of groes het Broekvelt, te Ommel groot 2 lopense naast de gemeente of het gemeentes broek is bezaaid met boekweit en gerst. Halbersmit heeft aan Peter van Bussel en Peter Verlensdonk alsmede aan Willem Roefs laten weten om op het voorschreven veld de boekweit te komen tienden. Zij hebben dit geweigerd omdat dit niet onder hun toezicht of pacht behoorde en dat het zolang het bezaaid is geweest door de pachters van de Novale tiende getient is geweest. Halbersmit heeft tegen hun wil de boekweit toch getiend?
Zij verklaren dat het tegen hun wil is gedaan of dat zij er geen weet van gehad hebben.
Of het voornoemde Broekvelt, sedert enige jaren dat daar vruchten ingezaaid zijn, door de pachters van de Novale tiende op verzoek van Halbersmit getiend is geworden. Evenals door dezelfde pachters, altijd is getiend geworden de vruchten die van tijd tot tijd gezaaid zijn geweest in een stuk groes, liggende op dezelfde hoogte naast het gemeene Broek en behorende aan de erfgenamen Jacob van de Cruys. Gebruiker was Antoni Wilbert Coolen, te Ommel?
De pachters van de Novale tiende verklaren dat zij het Broekvelt, sinds circa 6 jaar, getient hebben namens Hendrik Halbersmit. Ook verklaren zij het veld van de erfgenamen Jacob van de Cruys, sinds circa 12 jaar tot nu toe, altijd getient te hebben.

Mathijs Dirks en zijn derde vrouw maken hun testament op:

Asten Rechterlijk Archief 119 folio 178; 20-10-1747:
Mattijs Dirks en Luyt Antoni Cleenens, zijn vrouw, wonende op de neerhuizinge van het kasteel. Zij testeren. Alles aan zijn kinderen en kindskinderen die bij zijn overlijden in leven bevonden zullen worden. Zij zullen wel gehouden zijn, aan hun aangetrouwde moeder ƒ 250,- te betalen. De testatrice gaat accoord en na haar overlijden worden de voornoemde kinderen ook haar erfgenamen. Zij zullen wel gehouden zijn, aan haar broeder, Jan Antoni Cleynens ƒ 250,- te legateren. Bij eerder overlijden van deze te legateren aan den Armen van Asten ƒ 150,-.

Mathijs Dirks pacht de tienden, inclusief de smaltiende voor kleinvee, samen met andere hoevenaars van de vrouwe van Asten voor nog eens zes jaar:

Asten Rechterlijk Archief 119 folio 260 verso; 05-12-1749:
Antoni La Forme, rentmeester van Bregje van Ghesel, Vrouwe van Asten, verpacht aan Mattijs Dirks, Peter Slaats, Jan Aart Tielen, Dirk Jansen en Dries Dirk van Hugten, allen hoevenaars van het Huis van Asten alsmede aan Goort Willem Loomans, molenaar, op de windmolen de Heusdense clamptiende, de Loverbosche clamptiende, de Middeltiende alles met de smaltienden echter niet de Lammertiende. Gereserveerd de landerijen gebruikt door de hoevenaar van de Polder. Alles voor de tijd van zes jaar. Pachtsom 935 vat rogge per jaar. Verder wordt verpacht voor zes jaar de Novaale tiende aan Hendrik Berkers, Peter Wilbert Coolen en Dirk Willem Haasen voor 165 vat rogge per jaar.

Mathijs Dirks pacht ook nog de tienden van de heer van Blaarthem, Franciscus Hyacinthus van Dongelbergen (zie Busselseweg 7):

Asten Rechterlijk Archief 120 folio 12 verso; 25-05-1750:
Francis Hyacinthus Baron de Dongelbergen, Heer van Blaartem als eigenaar van verscheidene rijdende clamptienden, te Asten, verpacht aan Michiel van de Cruys, president schepen en Mattijs Dirks het ene jaar zeven clampentienden en het andere jaar acht clampentienden. Pachttermijn 10 jaar. Zij mogen niet onderverpachten of zelf smaldeelen zonder kennis van de verpachter. Pachtprijs 340 vat rogge per jaar, maat van Eyndhoven, te leveren op het kasteel van Blaartem, 150 vat boekweit per jaar. De lasten blijven voor de verpachter. De granen moeten gedorst en gezuiverd geleverd worden tot genoegen van de verpachter. De pachters zullen dan ook de smaltienden mogen genieten.

Mathijs Dirks wil zeker weten dat het door hem en zijn derde vrouw opgesteld testament wordt nageleefd:

Asten Rechterlijk Archief 120 folio 116 verso; 01-04-1754:
Mattijs Dirks en Luytje Antoni Cleenens egteluyden hebben, op 20-10-1747, een testament gepasseert en daarbij zijn door de eerste comparant tot zijn erfgenamen aangesteld zijn kinderen zonder onderscheid met oogmerk dat deselve egaal als eender kinderen soude deylen en erven de goederen die haar bij sijn overlijden mogte aankomen sonder onderscheyt van waar deselve gekomen sijn, met verder maakinge aan sijne voornoemde vrouwe. Een en ander in de verwachting dat dit, na zijn overlijden minnelijk zou worden nagekomen. Om daarvan zekerheid te hebben, hebben zij, comparanten, de kinderen bij hen ontboden en hen het testament voorgelezen en voorgesteld om op die wijze de nalatenschap egaal en minnelijk te deylen, even off het kinderen van eender bedde waaren. Gecompareert zijn Dielis Nicolaas Verhoysen getrouwd met Jenneke, dochter Tijs Dirks uit het tweede huwelijk, wonende te Someren, Arnoldus Slaats getrouwd met Catarina, dochter Mattijs Dirks ook uit het tweede huwelijk, wonende te Deurne, Elisabet weduwe Hendrik Haasen, dochter van Mattijs Dirks, uit het eerste huwelijk deze geassisteerd met Antoni Haasen, schepen, alhier. Zij beloven dat ze het testament zullen uitvoeren zoals het geschreven is.

Mathijs Dirks krijgt een voorstel om de erfenis, afkomstig van zijn tweede vrouw, te regelen:

Asten Rechterlijk Archief 120 folio 117 verso; 04-04-1754:
Mattijs Dirks, alhier, aan wie bij overlijden van zijn tweede vrouw, Maria Adriaan Verberne, van haar ouders, is aangekomen ¼e deel in huis, land en groes aan Vorselen, in bewoning bij de weduwe Aart Wilbers. ¼e deel is gegaan naar Willemyn Adriaan Verberne, weduwe Wilbert van Bussel, te Bakel. Nog is hen aangekomen de helft in een huis, land en groes, te Bakel, in bewoning bij de voorschreven weduwe Wilbert van Bussel. Nu is mede gecompareert Peter Wilbert van Bussel, zoon van voornoemde weduwe Wilbert van Bussel namens zijn moeder, procuratie, schepenen Bakel de dato 02-04-1754, en hierna geregistreerd. Zij verklaren een scheiding en deling te willen maken van de vaste goederen hier te Asten en te Bakel en gekomen van de tweede vrouwe ouders van de eerste comparant en van de voorschreven ouders van de weduwe Wilbert van Bussel, zijnde geweest, eigen zusters kinderen van Adriaan Verberne en Meggel Geven.

Mathijs Dirks is op 20-04-1754 te Asten overleden en hieronder zijn begraafakte:

03

In het archief van 1754 en in het huizenquohier over de periode 1751-1756 wordt de hoeve bewoond door Hendrik van Geffen:

Asten Rechterlijk Archief 107b folio 175; 05-05-1754:
De neerhuizing of hoeve in de bassecourt met land en groes 128 lopense met de Lammertiende is voor acht jaar verhuurd aan Hendrik van Geffen jaarlijks ƒ 158-00-00. Bede ƒ 3-10-00. Verponding ƒ 11-00-00. Reëel ƒ 11-00-00.

Jaar Eigenaar nummer 1 Heusden Bewoners nummer 1 Heusden
1751 neer huijsinge Hendrik van Geffen
1756 neer huijsinge Hendrik van Geffen
1761 neer huijsinge Hendrik van Geffen, de helft

Hendrik Lamberts van Geffen is geboren te Strijp op 23-09-1703 als zoon van Lambertus Everts van Geffen en Maria Jacobs van Couwenberg. Hij is op 01-02-1728 te Vlierden getrouwd met Joanna Maria Aarts Haenackers, geboren te Vlierden op 16-05-1707 als dochter van Aart Peters Joosten Hertberg van Haenacker en Geertruij Arnoldi Roeffen Franssen van de Kerkhof:

04

Het gezin van Hendrik Lamberts van Geffen en Joanna Maria Aarts Haenackers:

# Voornaam Geboorte Huwelijk Overlijden Referentie
1 Maria Helmond 13-01-1729 Asten 01-02-1750
Jan Bonaventure Loomans
Asten 24-11-1765
Antoni Sluijters
Helmond 06-09-1781 zie Koningsplein 16
2 Gertrudis Helmond 26-03-1730 Asten 27-09-1761
Johannes van de Westen
Asten 24-09-1802 zie Voormalig huis E1050
3 Anna Helmond 17-07-1731
4 Everardus Helmond 25-09-1732 Asten 19-01-1755
Gertrudis Pauli Hoefnagels
Asten 03-06-1808 zie Voormalig huis G773 en G774
5 Arnoldus Helmond 28-12-1733 Asten 31-05-1761
Elisabeth Aart Kuppens
Asten 13-04-1811 zie Dijkstraat 37 en 39
6 Petronella Helmond 09-02-1735 Ongehuwd Asten 24-12-1790
7 Joannes Helmond 29-05-1736 Kind Helmond 23-06-1736
8 Joannes Helmond 01-05-1737 Kind Helmond 04-05-1737
9 Catharina Helmond 24-10-1738 Ongehuwd Vlierden 23-02-1810
10 Lambertus Helmond 14-11-1739 Kind Helmond 30-08-1740
11 Jacoba Vlierden 03-11-1741
12 Anna Maria Vlierden 08-11-1742 Heeze 07-05-1780
Joannes van Gerwen
Heeze 11-05-1811
13 Lambertus Vlierden 30-03-1744 Someren 17-02-1771
Annemaria Antony Wijnen
Someren 22-01-1804
Johanna van Aalst
Someren 14-10-1823
14 Franciscus Vlierden 14-07-1745
15 Henrica Vlierden 17-03-1747

Op basis van onderstaand archiefstuk kunnen we opmaken dat Hendrik Lamberts van Geffen in Vlierden op de Hazeldonkse hoeve (zie Voormalig huis C166) heeft gewoond:

Asten Rechterlijk Archief 123 folio 20 verso; 05-06-1769:
Hendrik van Geffen, 67 jaar, verklaart ter requisitie van meester Gerard Pieter Diert, Heer van Melisant getrouwd met Freule Baronesse van Leeffdaal en van Freule Maria, Boronesse van Leeffdaal, dat hij van Antony Heycoop en Lambert Vervoordeldonk in huur heeft gehad, naar beste weten, in 1741 de hoeve en landerijen de Haseldonk, te Vlierden en deze in 1751 heeft verlaten. Hij heeft het heiveld van de Konijnenbosch tot de weg, lopende door de landerijen van Ruth naar Liessel, altijd gebruikt. Het heiveld aan de overzijde van de voorschreven weg heeft hij nooit in gebruik gehad of laten gebruiken, dit hoorde aan de hoeve van Ruth en is ook altijd door die hoevenaar gebruikt geworden.

Joanna Maria Aarts Haenackers is rond 1750 te Vlierden overleden en Hendrik Lamberts van Geffen verhuist met zijn gezin naar Asten. 

Hendrik Lamberts van Geffen verkoopt goederen, maar men is slecht met betalen:

Asten Rechterlijk Archief 143 24-11-1755:
Hendrik van Geffen, wonende op het neerhuis van het kasteel, verkoopt enige gereede goederen onder andere drie koeien ƒ 38,-, zes kalveren ƒ 33,-, 63 schapen ƒ 142,-, hooi en stro ƒ 62,-, rogge ƒ 12,-. Opbrengst ƒ 304,-.

Asten Rechterlijk Archief 16 folio 23; 12-07-1756:
Jacobus Losecaat, secretaris, heeft nog veel pretenties op, zowel kopers als borgen, wegens verschuldigde koopgelden van gekochte roerende goederen op de koopdag van Hendrik van Geffen de dato 24-11-1755 en betaaldag 01-05-1756.

Hendrik Lamberts van Geffen heeft de huur van het neerhuis van Matthijs Dirks overgenomen en in 1756 wordt een nieuw huurcontract opgesteld, waaruit blijkt dat het neerhuis in twee woningen is gesplitst (zie ook Kasteellaan 1 tot en met 5):

Asten Rechterlijk Archief 120 folio 175; 30-01-1756:
Jacobus Losecaat, drost en secretaris, namens Jan van Nievervaart en Cornelis van Hombroek, Heren van Asten, verpachten aan Hendrik van Geffen de oude neerhuizing bij het inkomen aan de rechterzijde van het kasteel met enige percelen land en groes, alsmede de gehele hof en boomgaard met uitzondering van een perk, bestaand, voor de casteleyn van het kasteel. Ook blijft het fruit uit den boomgaard en vis uit de grachten aan de Heren van Asten. Uit de verdere condities de beemd, langs het kasteel en laan, genaamd het Zeylveltje zal de pachter mede mogen gebruiken en mesten, hij zal echter aan de paarden van de Heren van Asten, hier zijnde, zoveel van zijn beste hooi en klaver geven als nodig is. De bassecourt zal gezamelijk, met de hoevenaar van het andere neerhuis van het kasteel, gebruikt worden. De noten van de grote notenboom moeten samen gedeeld worden. Aan de castelein zal hij jaarlijks vier à vijf karren goede mest leveren. Evenals de helft van de erwt- en boonstaken. Hij zal drie dagen per jaar, wanneer nodig, met paard en kar komen werken. Behalve de hoffdiensten die door de naburen gedaan worden. De pachter zal gehouden zijn, samen met Aalbert Verheyen, pachter van de nieuwe neerhuizing, de Heusdense tiende gade te slaan, de tiende opvaaren en dorsen en het koorn en andere vrugten schoon sijnde, alhier, moeten leveren daar het opgedragen wort en sulx voor het kaf en stro en alles doen gelijk dat behoort en gebruykelijk is, zolang deze huur duren zal. De pacht van de lammertiende van al de clampen, waarvan de Heren van Asten de rechten hebben om te tienden sal den pagter mede hebben zo lang deze huur duurt. Door het maken van twee woningen van de neerhuysinge die bij Hendrik van Geffen met alle aanhorende landerijen in huur en gebruik zijn geweest en die hij met de halve schaar van Mattijs Dirks heeft aanvaardt, is nu de andere helft verhuurd, zonder de helft van de oogst. En doordien de landerijen onder de pachters van de neerhuysinge zijn verdeelt, zo is daarbij aan Hendrik van Geffen gebleven de voorste Reyeacker en den Reukerdries, de helft van den ouden Hoff, naast de Aa, de helft van de Langeacker de zijde van de pad, den akker het Hopveltje bij den Eekelhoff, de twee voorste zeylen van de Heusdense Campacker, het Zeylveltje met alle Borgbeemden en het Weyvelt agter het Casteel, nevens de Aa tot aan de nieuwe laan naar den Heusdensecamp. Huurtermijn 8 jaar. Huursom ƒ 100,- per jaar. Bede, dorps- en landsverponding: ƒ 12-15-0 per jaar.

Hendrik Lamberts van Geffen en zijn zoon Evert hebben een schuld:

Asten Rechterlijk Archief 97 folio 127 verso; 16-07-1757:
Hendrik van Geffen en Evert van Geffen, zijn zoon, zijn schuldig aan Willemyn Fransen, weduwe Francis van den Boomen ƒ 100,- à 3%.

Hendrik Lamberts van Geffen pacht samen met andere hoevenaars van de heren van Asten de Heusdense klamptiende:

Asten Rechterlijk Archief 121 folio 205 verso; 15-07-1762:
Jacobus Losecaat, als rentmeester van de Heren van Asten, verpacht aan Aalbert Verheyden, Hendrik van Geffen, Joost Kerkers en Pieter Slaats een clamptiende de Heusdense tiende met de smaltiende met uitzondering van de Lammertienden. Pachttermijn 2 jaar. Pachtprijs 550 vat rogge per jaar.

Hendrik Lamberts van Geffen verkoopt zijn vee en andere goederen:

Asten Rechterlijk Archief 155; 01-12-1763:
Hendrik van Geffen, wonende op de hoeve, de neerhuysinge van het Casteel, verkoopt enige roerende goederen waaronder een os ƒ 35,-, drie koeien ƒ 70,-, vijf koeien ƒ 78,-, een os ƒ 20,-, zeven jonge koeien ƒ 53,-, hooi ƒ 127,-. Opbrengst ƒ 517,-.

Onderstaande tekening laat zien hoe het kasteel met de hoeven er ongeveer in die tijd heeft uitgezien. Rond 1756 is in opdracht van de toenmalige heren van Asten, Cornelis van Hombroek en Jan van Nievervaart de hoeve opgesplitst. Na de brug over de slotgracht is rechts van de ingangspoort het oude neerhuis (zie hieronder) en links van de poort het nieuwe neerhuis (zie verder in Kasteellaan 1 tot en met 5). Bij het binnengaan van de poort komt men op de bassecour die verder leidt tot het kasteel.

05

Hieronder een hedendaagse beschrijving2 van het monument:

De goed bewaard gebleven, één bouwlaag hoge, in baksteen opgetrokken U-vormige bebouwing dateert, evenals de buitengracht, uit het eerste kwart van de zeventiende eeuw en werd vroeger als hofstede aangeduid. Het voormalig agrarisch gebruik wordt bevestigd door het voorkomen van de bebouwing en de historische benaming van de verschillende onderdelen. De langgerekte aaneengesloten bebouwing is, rondgaand van zuid naar noord: samengesteld uit de volgende naar oude functies benoemde onderdelen: In het zuidelijk deel een schop, een varkenskooi en een secreet, een brouwhuis en een schuur, een bedrijfsgedeelte, een voorstal en een keuken.
In het tussenstuk een opkamer, een stal, het poortgebouw en een opkamer. Het middelste gedeelte, dat asymmetrisch door de hoger opgetrokken poorttoren in twee delen wordt verdeeld, is goeddeels met pannen gedekt en bevat aan de binnenzijde te rechter zijde twee twintigruits vensters, een klein raampje, een dubbele getoogde deur en een vierruits spaakvenster. Te linker zijde van de poort een groot twintigruits venster.
In het noordelijk gedeelte een keuken, een voorstal, een bedrijfsgedeelte, een schaapskooi en een schop. Van de zuidelijke vleugel is het bovenste gedeelte van de kap met riet gedekt, daaronder met oud-hollandse pannen: het uiteinde is afgewolfd. Aan de zijde van de binnenplaats bevinden zich elf ramen, sommige met twintigruits verdeling, vijf rechte en vier getoogde deuren.
Het met een ingesnoerde piramidespits bekroonde poortgebouw is hoger opgetrokken dan de overige bebouwing en bevat aan de bovenzijde een gemetselde tandlijst. Aan de binnenzijde boven de getoogde poortdoorgang een rechthoekige opening. Aan de buitenzijde een gemetseld boogfries met vijf bogen, een ruitvormige opening boven de poort en duivengaten.
De noordelijke vleugel is met pannen gedekt en bezit aan de binnenzijde vier ramen, drie rechte en twee getoogde deuren, alsmede een dakkapel in het midden. De schaapskooi en de schop aan het uiteinde zijn vervangend door weinig aangepaste nieuwbouw. De gebouwen zijn thans voor het merendeel als woningen ingericht.

Hendrik Lamberts van Geffen verlaat het oude neerhuis en zijn buurman Aalbert Wilbers Verheijden (zie Kasteellaan 1 tot en met 5):

Asten Rechterlijk Archief 122 folio 80; 12-04-1764:
Jacobus Losecaat, als rentmeester van de Heren van Asten, geeft in huur aan Aalbert Verheyen, wonende op de neerhuizing van het Casteel de oude neerhuizing met schuur en stallen gelegen bij het inkomen aan de rechterzijde van de Bassecour van het Casteel waar Hendrik van Geffen heeft gewoond. Huurtermijn 8 jaar. Huursom ƒ 130,- per jaar inclusief de lasten. Te dekken 3 vijm dakstro per jaar.

Hendrik Lamberts van Geffen woont daarna in het dorp, waarschijnlijk bij een van zijn kinderen, en hij verkoopt nog enige goederen:

Asten Rechterlijk Archief 155; 05-12-1767:
Hendrik van Geffen, in het Dorp, verkoopt enige roerende goederen, waaronder een os ƒ 25,-, een koe ƒ 29,-, twee koeien ƒ 26,-, een hoge kar ƒ 13,-- een slagkar ƒ 7,-. Opbrengst ƒ 142,-.

Hendrik Lamberts van Geffen is op 22-01-1770 te Asten overleden en hieronder zijn begraafakte:

In de bewoningslijst van de neerhuijsinge van het kasteel over de periode 1766-1781 wordt het oude neerhuis bewoond door Aalbert Wilbers Verheijden en na diens overlijden door zijn weduwe:

Jaar Eigenaar nummer 1 Heusden Bewoners nummer 1 Heusden
1766 neer huijsinge Aalbert Verheijden
1771 neer huijsinge weduwe Aalbert Verheijden
1776 neer huijsinge weduwe Aalbert Verheijden
1781 neer huijsinge weduwe Aalbert Verheijden

Aalbert Wilbers Verheijden is geboren te Asten op 29-10-1715 als zoon van Willebrordus Aelbers en Agnetis Jansen (zie Brand 15). Hij is op 23-11-1755 te Asten getrouwd met Maria Johannes Wilberts, geboren te Asten op 18-12-1726 als dochter van Johannes Wilbers en Maria Jan Frans Berkers (zie Voormalig huis A214):

Het gezin van Aalbert Wilbers Verheijden en Maria Johannes Wilberts:

# Voornaam Geboorte Huwelijk Overlijden Referentie
1 Agnes Asten 05-02-1757 Asten 22-02-1778
Jelis van Lierop
Asten 17-10-1779 zie Kasteellaan 1 tot en met 5
2 Johannes Asten 24-01-1759 Asten 05-09-1784
Johanna Maria Petri Slaats
Asten 09-09-1819
3 Johanna Maria Asten 01-04-1761 Asten 23-01-1785
Johannes Thijs Slaats
Asten 28-07-1818 wonende te Vlierden
4 Johanna Asten 26-08-1764 Kind Asten ±1764
5 Anna Asten 30-11-1767 Asten 22-01-1786
Marcelis Petri Berkers
Asten 23-09-1842 zie Voormalig huis B54

Aalbert Wilbers Verheijden verkoopt het ouderlijk huis aan zijn broer Andries Wilbers Verheijden (zie Brand 15):

Asten Rechterlijk Archief 98 folio 122 verso; 06-01-1764:
Aalbert Verheyen verkoopt aan Andries Verheyen, zijn broeder, de onverdeelde helft in de goederen gekomen van zijn ouders huis, schuur, stal, hof en aangelag op Voordeldonk 6 lopense, ene zijde Antoni Martens en Dirk Bosmans, andere zijde de straat; Jan Goortsacker 2 lopense naast Antoni Martens; land het Rinkvelt 5 lopense naast Antoni Martens; de Loverboschacker 2 lopense naast Jan Vervoordeldonk; land de Vork 2 lopense naast Jan Vervoordeldonk en Huybert van Bussel; groes den Brant 10 lopense naast de gemeente; groes de Vork 1 lopense naast Peter Roymans. Belast met de helft van 1 vat rogge per jaar aan Catalijne-gulde ofwel de Heer Verster; de helft van ƒ 0-10-0 per jaar aan den Armen van Asten; de helft van ƒ 0-02-8 per jaar aan de Kerk van Asten; de helft van ƒ 1-05-0 per jaar aan het Gemene Land; de helft van ƒ 0-07-0 per jaar aan het Huis van Asten. Koopsom ƒ 250,-.

Na het overlijden van Aalbert Wilbers Verheijden op 14-10-1770 te Asten, woont zijn weduwe Maria Johannes Wilberts in het huis en sluit een pachtovereenkomst:

Asten Rechterlijk Archief 123 folio 129 verso; 15-11-1771:
Jacobus Losecaat, als rentmeester van de Heren van Asten, verpacht aan Maria Wilbers, weduwe Aalbert Verheyen wonende op de neerhuizinge van het kasteel. Deze woning met de schuur en stallen gelegen bij het binnenkomen aan de rechterzijde van de bassecour van het kasteel.
Zoals deze bij haar in bewoning en gebruik zijn. De weduwe, geassisteerd met haar broeder, Wilbert Jan Wilbers, te Ommel, neemt een en ander aan.
Tot de gehuurde goederen behoren huis, hof en boomgaard, de Borgbeemden neven de Aa en enig land daaraan, achter het kasteel met het weyvelt daaraan gelegen tot aan de dwarslaan agter den hof na Heusden, het Zeyveldje met het A-veltje en Reukerdries, den hele Reyenacker na de Wolfsberg, den halven Oudenhof neven de laan, den akker het Schaapsdrieske en de akker tusschen de Weyers. Huurtermijn 8 jaar. Huursom ƒ 136,- per jaar inclusief de dorps- en andere lasten.

Als dochter Agnes (zie Kasteellaan 1 tot en met 5) overlijdt, worden de financiën geregeld:

Asten Rechterlijk Archief 124 folio 224; 24-12-1779:
Maria Wilbers getrouwd geweest met Aalbert Verheyen, wonende op een der neerhuizinge van het kasteel geassisteerd met Jan Daandel Coolen, op Heusden ter eenre zijde en Jelis van Lierop, wonende op het andere neerhuis van het kasteel en welke in huwelijk heeft gehad Agnees Verheyen, dochter van de weduwe ter andere zijde. Agnees is onlangs overleden, zonder kinderen na te laten en geen testament hebbende, waardoor de helft van de boedel zou verstorven zijn op haar moeder. De tweede comparant zou daarentegen uit hoofde van zijn overleden vrouw kunnen vragen zijn deel in de nalatenschap van haar vader. De voornoemde weduwe heeft nog een en ander aan haar dochter meegegeven bij haar huwelijk en aan Jelis voornoemd ƒ 200,- geleend. Zij schikken een en ander mede om de liefde en vriendschap te onderhouden. Jelis betaald ƒ 250,- à 3%, bij prompte betaling 2½%. Marge 10-01-1788 Jan Verheyen, op de neerhuizing van het kasteel, Jennemie Verheyen getrouwd met Jan Slaats, te Vlierden, Anneke Verheyen getrouwd met Marcelis Berkers. Kinderen van Aalbert Verheyen. Zij stemmen toe in cassatie wegens voldoening.

Maria Johannes Wilberts sluit een nieuw contract voor de huur van het neerhuis:

Asten Rechterlijk Archief 124 folio 227 verso; 09-02-1780:
Jacobus Losecaat, als rentmeester van de Heren van Asten, geeft in huur aan Maria Wilbers, weduwe Aalbert Verheyen de neerhuizinge van het kasteel, zoals zij is bewonende, met schuur en stal. Zij is geassisteerd met Jan Daandel Coolen. Voorwaarden als in contract 15-11-1771.

Na het overlijden van Maria Johannes Wilberts te Asten op 20-09-1782 worden voogden aangesteld over de nog minderjarige kinderen. Er wordt een inventaris gemaakt waaruit blijkt dat er nogal wat schulden zijn en de voogden verzoeken om de kinderen nog bij elkaar in het neerhuis te laten wonen. De gemeente en de heren van Asten stemmen toe om het na een jaar te evalueren:

Asten Rechterlijk Archief 32 folio 75; 02-10-1782:
Andries Verheyen en Dirk Jan Wilbers worden aangesteld tot voogden over Jan, Jennemaria en Anneke, onmondige kinderen van wijlen Aalbert Verheyen en Maria Wilbers, deze is onlangs overleden en heeft gewoond op de neerhuizing van het kasteel.

Asten Rechterlijk Archief 125 folio 99 verso; 12-10-1782:
Staat en inventaris opgemaakt door Andries Verheyen en Dirk Jan Wilbers, als voogden over Jan, Jennemaria en Anneke, onmondige kinderen van Aalbert Verheyen en Maria Wilbers, beiden overleden, gewoond hebbende op de neerhuizing van het kasteel.
Onroerende goederen: 1⁄6e deel in huis en hof aan de Kerk in het Dorp ½ lopense ene zijde en einde Mattijs Muyen, andere zijde weduwe Joseph Sauve, andere einde de straat.
Roerende goederen: twee bedden met toebehoren ƒ 25,-; twee dito ƒ 10,-; 32 slaaplakens ƒ 30,-; twee gordijnen ƒ 2,50; een koperen koeketel ƒ 25,-; divers koperwerk ƒ 20,-; twee kisten ƒ 5,-; divers tin ƒ 1,-; zes Delftse schotels en acht borden ƒ 3,-; drie ijzeren ketels ƒ 3,-; drie spinnewielen ƒ 4,50; enige kasten ƒ 11,50; drie biervaten en een olievat ƒ 3,-; vuurgerei ƒ 4,-; tien tafellakens en tien servetten ƒ 5,-; nog aan geld ƒ 200,-; een paard en getuig met de kar ƒ 120,-; zeven melkbeesten ƒ 210,-; twee ossen ƒ 50,-; acht jonge beesten ƒ 70,-; divers landbouwgereedschap ƒ 12,85; de oogst in de schuur 80 vijm ƒ 332,-; zestig vat booekweit ƒ 30,-; acht vijm gerst à ƒ 1-10-0 per vijm ƒ 12,-; 36 karren hooi ƒ 180,-; 25 vijm haverƒ 37,50.
Uitstaand geld: aan Jelis van Lierop ƒ 150,- à 3%; aan Peter Jelisse ƒ 50,- à 3%; aan Paulus Peters, op de Leenzel ƒ 50, à 3%; aan Andries Verheyen  ƒ 125,- à 2½%; aan Jan van Hout  ƒ 100,- à 3%; aan weduwe Hendrik Peter Driessen ƒ 100,- à 3%; aan Joost van Hugten, in de Wolfsberg ƒ 100,- à 3%; aan Lambert Cornelis ƒ 50,- à 3%; aan Jan van Dijk, te Ommel ƒ 100,- à 3%; aan Philip Peters van Bussel ƒ 50,-  à 3%; aan Marcelis van Bussel ƒ 100,- à 3%. Totaal ƒ 2367,85

Asten Rechterlijk Archief 28 folio 113 verso; 04-11-1782:
Gezien het request van Andries Verheyen en Dirk Jan Wilbers, als voogden over Jan, Jennemaria en Anneke, onmondige kinderen van Aalbert Verheyen en Maria Wilbers, beiden overleden, gewoond hebbende op de neerhuizing van het kasteel. Zij hebben de nagelaten goederen geïnventariseerd en de waarde daarvan bepaald, mede om te zien of deze kon verbeteren of verergeren als de kinderen met de boedel in een huis zouden blijven. Jan, de oudste zoon, wordt 24-01-1783, 24 jaar, Jennemie, op 01-04-1783, 22 jaar en Anneke, op 30-11-1782, 15 jaar. De supplianten zouden graag zien, en de kinderen ook, dat zij bij elkaar zouden blijven. Zij vragen toestemming. Naschrift Fiat onder andere moet, op 12-10-1783, een staat worden overlegd om te zien of de boedel beter off erger geworden is.

Asten Rechterlijk Archief 125 folio 107; 18-11-1782:
Jacobus Losecaat, als rentmeester der Heren van Asten, verklaart dat de hoeve de Neerhuysinge met alle landerijen, zoals die bij de weduwe Aalbert Verheyen in huur en gebruik is geweest en met haar overlijden het de Heren van Asten vrij staat om die hoeve aan hen te behouden. Echter op verzoek van de voogden en oudste zoon, Jan, en met toestemming van de Heren van Asten wordt de huur van de voorschreven hoeve met een jaar verlengd om die door de drie kinderen van de weduwe Aalbert Verheyen te laten bewonen. Een en ander volgens conditie de dato 09-02-1780 en ter verantwoording en aansprakelijkheid van de voogden, Dirk Jan Wilbers en Andries Verheyen. 

Het is kennelijk allemaal goed gegaan en een jaar later wordt het neerhuis aan Jan Aalbert Verheijden verpacht:

Asten Rechterlijk Archief 125 folio 164 verso; 16-10-1783:
Jacobus Losecaat, als rentmeester van de Heren van Asten, geeft in huur aan Jan Aalbert Verheyen, wonende op de neerhuizinge van het kasteel de neerhuizing, schuur, stallen enzovoorts waarop hij met zijn twee minderjarige zusters woont. Volgen de voorwaarden. Huurtermijn 8 jaar. Huursom ƒ 150,- per jaar inclusief de lands- en dorpslasten. Borgen zijn Andries Verheyen en Dirk Jan Wilbers. Tot de gehuurde goederen behoren het voornoemde huis, hof en boomgaard, de Borgbeemden neven de Aa met enig land daaraan achter het kasteel met het Weyvelt daaraan gelegen tot de Dwarslaan achter den hof naar Heusden, het Zeylveltje met het Aa-veltje en Reukerdries, den Reyacker na de Wolfsberg, den halven Oudenhoff neven de laan, het Schaapsdrieske en den akker tussen de Weyers.

In 1785 verdelen de voogden over de kinderen de goederen, terwijl zoon Jan Aalbert Verheijden het huis blijft bewonen:

Asten Rechterlijk Archief 126 folio 28 verso; 06-08-1785:
Andries Verheyen en Dirk Jan Wilbers zijn, in 1782, door het gerecht aangesteld als voogden over Jan, Jennemaria en Anneke, onmondige kinderen van wijlen Aalbert Verheyen en Maria Wilbers gewoond hebbende op een der neerhuizinge van het kasteel. Jan Verheyen is in 1784 getrouwd, Jennemaria is getrouwd met Jan Mattijs Slaats in januari 1785. Op 12-10-1782 is door de voogden een inventaris opgemaakt van de boedel. De boedel is toen intact gelaten en de goederen weer een jaar ingehuurd dit met toestemming van het gerecht. Na dat jaar heeft Jan Verheyen, inmiddels meerderjarig, de goederen gehuurd, doch de boedel is nog in gemeenschap gebleven. Met assistentie van hun oom Jan Daandel Coolen is nu een verdeling gemaakt vande boedel.
1e lot krijgt Anneke een kast, een bed met toebehoren, enige lakens. Enige andere goederen zijn overgegeven aan haar broer Jan voor ƒ 20-00-00; het 1⁄3e deel van paard, karre-os of melkbeesten, kalveren en bouwgereedschap is aan Jan, haar broeder overgegeven voor ƒ 195-00-00; 1⁄3e deel van het hooi idem aan Jan à ƒ 0-15-0 geeft ƒ 67-10-00; 1⁄3e deel van het stro idem aan Jan 25 vijm à ƒ 1-10-0 geeft ƒ 27-10-00; 1⁄3e deel van de rogge, 105 vaten, is verkocht 50 vat à ƒ 0-19-8 en 55 vat à ƒ 0-18-0 geeft ƒ 99-12-08; 27 vat haver, haar aandeel verkocht à ƒ 0-10-0 geeft ƒ 13-10-00; 1⁄3e deel in de oogst te velde aan Jan ƒ 130-00-00; 1⁄3e deel aan het gerede geld ƒ 64-00-00-. Van het uitstaande geld krijgt zij ten laste van Philip van Hout nu de kinderen à 3%; ƒ 100-00-00; ten laste van Andries Verheyen ƒ 150-00-00; ten laste van Jan van Dijk, te Ommel ƒ 25-00-00. Nog van het huis in het Dorp, hetwelk onverdeeld is gebleven 1⁄3e deel van de weduwe van Hoorn ƒ 15,-. Totaal voor de onmondige ƒ 902-02-08.
2e lot krijgt Jan Verheyen. Deze heeft zijn deel gehad en krijgt nog van het uitstaandegeld ten laste van Peter Jelisse ƒ 50-00-00, ten laste van de weduwe Hendrik Peter Driessen nu Goort Lomans ƒ 100-00-00; ten laste van Lambert Cornelisse ƒ 50-00-00; ten laste van Jan van Dijk, te Ommel ƒ 25-00-00; ten laste van Philips Peters van Bussel ƒ 50-00-00. Totaal ƒ 275-00-00.
3e lot krijgt Jan Mattijs Slaats. Deze heeft zijn deel ontvangen, behoudens 1⁄3e deel van de oogst te velde, waarvan Jan Verheyen 2⁄3e deel zal ontvangen. Van het uitstaande geld heeft hij gehad ten laste van Paulus Peters, op de Leensel ƒ 50-00-00; ten laste van Joost van Hugten ƒ 100-00-00; ten laste van Jan van Dijk, te Ommel ƒ 25-00-00; ten laste van Marcelis van Bussel ƒ 100-00-00; Totaal ƒ 275-00-00.
Staat te weten dat ten laste van Jelis van Lierop nog ƒ 150,-op de inventaris staan deze zouden gelost en verdeeld zijn.

In het huizenquohier van Asten over de periode 1798-1803 staat het neerhuis te boek als bewoond door Jan Aalbert Verheijden:

Jaar Eigenaar nummer 1 Heusden Bewoners nummer 1 Heusden
1798 neer huijsinge Jan Verheijden
1803 neer huijsinge Jan Verheijden

Zoon Jan Aalbert Verheijden, geboren te Asten op 24-01-1759, is op 05-09-1784 te Asten getrouwd met Johanna Maria Petri Slaats, geboren te Asten op 21-07-1762 als dochter van Petrus Slaets en Johanna Joannis van Dyk (zie Voormalig huis E856). Johanna Maria Petri Slaats is op 22-02-1794 te Asten overleden en Jan Aalbert Verheijden is te Asten op 14-09-1794 hertrouwd met Johanna Maria Petri van Bussel, geboren te Asten 27-09-1758 als dochter van Peter Marcelis van Bussel en Maria Marcelis Berkers (zie Voormalig huis C803):

06

De gezinnen van Jan Aalbert Verheijden met Johanna Maria Petri Slaats en met Johanna Maria Petri van Bussel:

# Voornaam Geboorte Huwelijk Overlijden Referentie
1 Maria Asten 06-07-1785 Asten 23-01-1814
Petrus Haasen
Asten 03-05-1821
2 Johannes Asten 16-12-1787 Ongehuwd Vlierden 30-03-1839
3 Catharina Asten 18-02-1791 Kind Asten 11-09-1810 **
4 Albertus Asten 06-02-1794 Kind Asten ±1794
5 Johanna Maria* Asten 27-07-1795 Asten 26-01-1821
Johannes van Gogh
Vlierden 02-02-1878
6 Petronella* Asten 03-05-1797 Ongehuwd Vlierden 20-07-1853

* kinderen uit het tweede huwelijk
** bij haar overlijden wordt genoemd dat zij gewoond heeft aan het kasteel van Asten:

Jan Aalbert Verheijden en zijn zusters Johanna Maria en Anna zijn als erfgenamen van hun tante Jenneke Jan Wilbers samen voor 1⁄6e deel eigenaar van een huis in het dorp (zie Koningsplein 4), dat verkocht gaat worden:

Asten Rechterlijk Archief 101 folio 150 verso; 20-01-1786:
Dirk Jan Wilbers, Jan Daandel Coolen en Dirk, zijn zoon, Tomas Roovers getrouwd met Maria Wilbers, Pieter Wilbert Wilberts, Johannes Wilbert Wilberts, Jan Slaats getrouwd met Jennemaria Verheyen, Jan Verheyen en Anna Verheyen die gaat trouwen met Marcelis Berkers. Zij verkopen aan Jacobus van de Goor, te Nederweert huis en hof in het Dorp ½ lopense, ene zijde en einde Marcelis Koppens, andere zijde de weduwe Joseph Sauve, andere einde de straat. Koopsom ƒ 350,-.

Jan Aalbert Verheijden verlengt zijn contract met de heer van Asten voor de huur van het neerhuis:

Asten Rechterlijk Archief 127 folio 95 verso; 03-03-1792:
Jacobus Losecaat, als rentmeester van de Heer en Vrouwe van Asten, geeft in huur aan Jan Aalbert Verheyen, wonende op de eerste neerhuizinge van het kasteel dezelfde woning, schuur en stal zoals hij reeds in bewoning heeft. De huurder zal de bassecour met de hoevenaar van de andere woning samen gebruiken. Ook de stal, achter de bakoven, waar Jelis van Lierop zijn brand in legt, samen te gebruiken dit in plaats van de schop die hij gehad heeft en die nu blijft aan Baron Torck de huurder van het kasteel. De beemd langs het kasteel en laan genaamd het Zeyveltje zal de huurder mee gebruiken en moeten bemesten en zuiveren waarvoor hij aan de paarden van de Heer of Vrouwe van Asten, welke in die tijd hier mochten komen, zo- veel hooi en klaver zal leveren als deze nodig hebben. Aan de zijde van het Zeyveltje, nog neven den Oudenhoff zal geen schaarhout mogen staan of wassen, doch dit zal weg gedaan moeten worden. Tot de goederen, behalve het huis, behoren de Borgbeemden nevens de Aa en enig land daaraan agter het Casteel met het Weyvelt ook daaraan gelegen tot aan de Dwarslaan agter den hof na Heusden; het Zeyveltje met het Aa-veltje en Reykerdries; de Reyenakker na de Wolfsberg; den halven Oudenhof neevens de laan; den akker; het Schaapsdrieske en den akker tussen de Weyers. Huurtermijn 8 jaar. Huursom ƒ 150,- per jaar inclusief de landsverponding en koningsbede. 

Voor zijn tweede huwelijk moet Jan Aalbert Verheijden een staat en inventaris opmaken en worden huwelijkse voorwaarden vastgelegd:

Asten Rechterlijk Archief 128 folio 49 verso; 30-08-1794:
Staat en inventaris opgemaakt door Jan Verheyen, weduwnaar Jennemaria Slaats, ten behoeve van zijn drie kinderen, Maria, Jan en Catharina. Hij wil hertrouwen.
Roerende goederen: een paard en getuig, twee hoogkarren, een slagkar, een ploeg, drie eggen, klein landbouwgereedschap, zeven melkkoeien, een trekos, elf jonge beesten, melk- en karngereedschap, vier lopense boekweit, 3000 pond hooi, diverse ketels, potten, pannen, vuurgerei, diverse bakken en kuipen, een bed met toebehoren, een kast, een kist, twee schaapkens of eetenskaskes, vier biezen stoelen, zeven houten stoelen, twee tafels, divers tin, divers aardewerk, twee spinnewielen, een boek met zilverbeslag.
Vorderingen: ƒ 250,- van twee particulieren.

Asten Rechterlijk Archief 128 folio 57 verso; 30-08-1794:
Jan Verheyen weduwnaar Jennemaria Slaats bruidegom ter eenre en Jennemie Pieter van Bussel, jonge dochter bruid ter andere zijde. Zij maken huwelijksvoorwaarden. Zij brengen beiden de goederen in die zij bezitten. Indien uit dit huwelijk kind(eren) worden geboren zullen deze een zijn met de voorkinderen en tot staat gekomen zijnde ieder een behoorlijke uitzet, naar vermogen, ontvangen. Indien de bruidegom voor de bruid, zonder kind(eren)uit dit huwelijk na te laten, komt te overlijden dan zal de ene helft van de nalatenschap van de bruidegom gaan naar de bruid en de andere helft naar de voorkinderen. Indien de bruid komt te overlijden voor de bruidegom, zonder kind(eren) uit dit huwelijk na te laten dan zal de ene helft van haar goederen gaan naar de bruidegom en de andere helft naar de erfgenamen van haar, bruid

Jan Aalbert Verheijden erft goederen gelegen op Voordeldonk van de ouders van zijn tweede vrouw (zie Voormalig huis C803):

Asten Rechterlijk Archief 129 folio 14c; 10-06-1797:
Antony van Loon getrouwd met Helena van Bussel en twee kinderen in een eerder huwelijk van Helena met Jan Peter van Maris, Jan Verheyen getrouwd met Jennemaria van Bussel. Zij verdelen de volgende goederen:
3e lot krijgt Jan Verheyen het werkhuis met de halve schop op Voordeldonk de grond blijft voor Antony van Loon; een nieuw huis en het land het Nieuwvelt waar het huis op staat 2 lopense 44 roede naast Nol van Geemert; land het Boonvelt 25 roede naast de weduwe Francis Berkers; 4 lopense 8 roede van Braakwinkel naast Antony Berkers; de helft van land aan de Koeystraat geheel 3 lopense 35 roede naast Pero Swinkels; land en groes den Eekelhof 3 lopense 43 roede naast de weduwe Peter Berkers; de helft van de Roetert geheel 4 lopense 8 roede naast de weduwe Francis Berkers; 2½ lopense van Hansmansakker met circa 7 lopense van het Eeusel geheel 15 lopense 9 roede naast de weduwe Peter Berkers; land aan de Loverbosch 2 lopense 9 roede naast de kinderen Thijs Haasen; groes het Hooyvelt 2 lopense 38 roede naast de weduwe Francis Berkers; de helft van de Plomp geheel 5 lopense 17 roede naast de weduwe Francis Berkers; groes de Schaapsdries 1 lopense 19 roede naast Peter Roymans. Belast met 2⁄3e deel van 1 vat rogge per jaar aan Verster en Dekkers, te 's Hertogenbosch te Deurne te betalen; ƒ 0-2-7 per jaar aan het Huis van Asten. Dit lot zal uitkeren, ter egalisatie, aan Martinus van Bussel ƒ 500,-

Jan Aalbert Verheijden zit opgezadeld met flinke schulden:

Asten Rechterlijk Archief 106 folio 54 verso; 10-05-1805:
Jan Aalbert Verheyen is schuldig aan Hendrik Vinken ƒ 400,- à 3% wegens lening de dato 06-11-1798.

Asten Rechterlijk Archief 17 folio 54; 01-07-1805:
Pastor en kerkmeesters van de oude Roomsche Kerk, aanleggers contra Jan Aalbert Verheyen, gedaagde. Betaling van ƒ 388,- volgens schuldbekentenis de dato 05-01-1804.

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 01-07-1805:
Pastor en kerkmeesters van de oude Roomsche Kerk, te Asten, aanleggers contra Jan Albert Verheyen, gedaagde. Betreft terugbetaling van een lening van 05-01-1804 ad ƒ 385-17-0, zonder intrest. Het komt hen niet langer gelegen deze som uit te laten staan. De lening was onderhands zonder opzegtermijn.

Asten Rechterlijk Archief 106 folio 85 verso; 31-12-1805:
Jan Aalbert Verheyen is schuldig aan Adriaan Hendrik Rombouts, te Lith en Johanna Rombouts, te Breugel ƒ 400,- à 5%. Borgen zijn Pieter Mathijs Slaats en Jelis Peter Jelisse.

Ook in 1807 moet Jan Aalbert Verheijden een schuld voldoen:

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 06-05-1807
Abraham van Nouhuys, aanlegger. Contra Jan Verheyen, hoevenaar op het neerhuis van het kasteel, gedaagde. Betreft ƒ 40,10 die gedaagde heeft geleend van aanlegger, op zondag 12-04-1807, en die hij op 14 of 15 april 1807 zou terugbetalen.

Jan Aalbert Verheijden heeft nog meer schulden en besluit het huis op Voordeldonk (zie Voormalig huis C803) te verkopen:

Asten Rechterlijk Archief 17 folio 91; 15-02-1808:
Gerrit van de Mortel, aanlegger contra Jan Aalbert Verheyen, gedaagde. Betaling van ƒ 47-10-0 wegens aankoop de dato 14-01-1807 van een stuk groes op Voordeldonk.

Asten Rechterlijk Archief 17 folio 76; 15-02-1808:
Willem Kanters, te Helmond, aanlegger contra Jan Verheyen, gedaagde. Betreft betaling van ƒ 46,- wegens aankoop van een jong paard of veulen in october 1807.

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 21-03-1808:
Martinus van Dremmen, te Someren, aanlegger contra Jan Albert Verheyen. Gedaagde is, sinds 24-02-1806, aan aanlegger ƒ 83-4-0 schuldig welke som, op 26-02-1806, zou worden afgelost. Op die datum is echter maar ƒ 50,- afgelost. Zodat nog rest ƒ 33-4-0.

Asten Rechterlijk Archief 107a; 22-08-1808:
Jan Aalbert Verheyen verkoopt aan Jelis Peter Jelisse huis met de halve schop op Voordeldonk, 2 lopense 44 roede. Samen met land en groes zoals verkoper aangekomen bij deling op 10-06-1797. Koopsom ƒ 825,-.

Jan Aalbert Verheijden erft ook nog land en groes gelegen aan de Dijk van de ouders van zijn eerste vrouw (zie Lagendijk 7) en dat wordt direct verkocht:

Asten Rechterlijk Archief 132a; 03-10-1808:
Antonie Pieter Slaats, Jan Mattijs Slaats namens zijn moeder, Hendrien Verberne weduwe Mattijs Slaats, Antony van Lierop namens zijn moeder, Maria Pieter Slaats weduwe Jelis van Lierop, Jan Verheyen weduwnaar Jennemaria Pieter Slaats mede voor zijn minderjarige kinderen, Marcelis Berkers weduwnaar Catharina Pieter Slaats mede voor Pieter Johannes van den Eynden getrouwd met Petronella Marcelis Berkers. Zij verdelen de hen competerende goederen.
2e lot krijgen Hendrien Verberne, Jan Verheyen, Marcelis Berkers en Peeter Johannes van den Eynden 5 lopense 10½ roede van de Busselkensakker geheel 10 lopense 21 roede; land Hegakker 3 lopense 19 roede; de voorste 4 lopense 16 roede van het Wijvelt geheel 9 lopense 16 roede; groes Magerenbeemt 3 lopense 18 roede; land het Ouland 2 lopense 36 roede; de voorste 3 lopense 25 roede van de Beverschoot geheel 6 lopense 49 roede; de voorste 3 lopense 31 roede van het Vondervelt geheel 7 lopense 15 roede; land en groes de Kamp 5 lopense 6 roede; 2 lopense van het Aangelag geheel 5 lopense 48 roede. De ontvangers van dit lot zullen ƒ 400,- ontvangen van het 1e lot Antonie Pieter Slaats en Maria Pieter Slaats.

Asten Rechterlijk Archief 107a; 12-10-1808:
Jan Verheyen weduwnaar Jennemaria Pieter Slaats mede voor zijn minderjarige kinderen, Jan Mathijs Slaats mede voor zijn moeder Hendrien Verberne weduwe Mattijs Pieter Slaats en voor zijn minderjarige broeders en zusters, Marcelis Berkers weduwnaar Catharina Pieter Slaats en Pieter Johannes van den Eynden getrouwd met Petronella Marcelis Berkers.Zi j verkopen aan:
Ida Vlemminx, weduwe Antony van Dijk, te Lierop de voorste 3 lopense 25 roede van den Beverschoot geheel 6 lopense 49 roede. Koopsom ƒ 160,-.
Joost Janse Smets 2 lopense van het Aangelag geheel 5 lopense 48 roede. Koopsom ƒ 144,-.
Hendrik Mattijs Aarts de voorste 3 lopense 31 roede van het Vondervelt geheel 7 lopense 15 roede. Koopsom ƒ 86,-.
Antony Peter Slaats 5 lopense 10½ roede van den Busselkensakker geheel 10 lopense 21 roede. Koopsom ƒ 274,-.
Marcelis Goort Peters:- land het Ouland 2 lopense 36 roede. Koopsom ƒ 152,-.
Jan Eysbouds land den Hegakker 3 lopense 19 roede. Koopsom ƒ 220,-.
Jan van Helmond groes den Maagenbeemd 3 lopense 18 roede. Koopsom ƒ 250,- en land en groes de Kamp 5 lopense 6 roede. Koopsom ƒ 300,-.
Martinus Andriessen de voorste 4 lopense 16 roede van het Wijvelt 4 lopense 16 roede. Koopsom ƒ 154,-.
Totale opbrengst bedraagt ƒ 1740,- 

Jan Aalbert Verheijden is te Asten op 09-09-1819 overleden en Johanna Maria Petri van Bussel is op 13-07-1839 te Vlierden overleden. Bij het kadaster van Asten over de periode 1811-1832 staat het oude neerhuis in eigendom van Cornelis en Leendert Dupper:

Kadaster 1811-1832; E802:
Huis, schuur en erf, groot 05 roede 30 el, Kasteel, klassen 7.
Eigenaar: Cornelis en Leendert Dupper.

Aangezien Johannes van Gogh in 1820 als buurman aangever was bij het overlijden van Johanna Maria Peter Tijs Slaats (zie Kasteellaan 1 tot en met 5), wonende op het nieuwe neerhuis, is het zeer aannemelijk dat hij in het oude neerhuis gewoond heeft.

Dochter Johanna Maria Verheijden is geboren te Asten op 27-07-1795 en op 26-01-1821 te Asten getrouwd met Johannes van Gogh, geboren te Asten op 26-12-1797 als zoon van Petrus Joannis van Gogh en Maria Joannis Kolen (zie Voormalig huis E1101). Het gezin is rond 1827 naar het Kloostereind te Vlierden verhuisd en Johannes van Gogh is te Vlierden op 07-02-1869 overleden en Johanna Maria Verheijden is op 02-02-1878 te Vlierden overleden.

Naar alle waarschijnlijkheid is vanaf 1827 Hendrikus Berkers in het oude neerhuis komen wonen. Hij was net getrouwd en zocht een hoeve om zijn gezin in onder te brengen.

Hendrikus Berkers is geboren te Asten op 29-03-1801 als zoon van Egidius Martini (Jelis) Berkers en Francisca Henrici van Heugten (zie Voormalig huis E509). Hij is op 04-05-1827 te Asten getrouwd met Francisca Kolen, geboren te Asten op 19-05-1801 als dochter van Theodorus Joannis Kolen en Elisabeth Francisci Smits (zie 't Hoekske 8). Francisca Kolen is op 30-10-1834 te Asten overleden en Hendrikus Berkers is op 19-11-1840 te Asten hertrouwd met Catharina van Bussel, geboren te Asten op 07-06-1803 als dochter van Hendrik Henrici van Bussel en Joanna Maria Wilhelmi van Heugten (zie Behelp 2A). In het bevolkingsregister van Asten over de periode 1859-1879 wonen zij op huizingnummer D55:

07

Hendrikus Berkers verhuist in 1862 naar D95 (zie Voormalig huis E393) en is op 22-01-1871 te Asten overleden en Catharina van Bussel is op 17-05-1877 te Asten overleden. In het huis komt wonen Christina Berkers, geboren te Aarle Rixtel op 15-12-1826 als dochter van Hendrikus Berkers (geen directe familie) en Maria Croijmans. Samen met haar zuster Maria Berkers, geboren te Aarle Rixtel op 07-07-1830 en knecht Wilhelmus Ceelen met huizingnummer D55.

Christina Berkers is op 17-04-1867 te Asten overleden en haar broer Antonie Berkers, geboren te Aarle Rixtel op 05-05-1835, komt in het huis met dan huizingnummer D76 wonen. Hij is op 29-01-1864 te Asten getrouwd met Antonia van Loon, geboren te Asten op 20-11-1833 als dochter van Johannes van Loon en Petronella van Bussel (zie Voormalig huis E65). Het huizingnummer van het huis is dan D76 en ook over de periode 1879-1890 wonen zij en zuster Maria Berkers in het huis met dan huizingnummer D82:

08

Antonie Berkers overlijdt te Asten op 18-10-1885 en Antonia van Loon woont ook over de periode 1890-1900 en in de periode 1900-1910 in het huis met achtereenvolgens huizingnummer D82 en D98:

09

Linksonder een mooi ingekleurde ansichtkaart uit 1906 laat zien dat de hoef van het paard van zoon Hendrikus (Driek) Berkers wordt verzorgd door Gerardus (Gerrit) van Eersel. Hendrikus Berkers, geboren te Asten op 07-06-1878 is als landbouwer op 17-02-1911 te Asten getrouwd met Anna Maria van Lierop en woont op Voordeldonk (zie Voordeldonk 80). Vanaf 1919 wonen zij op de Keizerstraat 11 in Someren en is daar op 04-04-1962 overleden.

10

Hieronder de verkoop van bomen bij Theodorus Lemmen en Johannes Mennen in de Provinciale Noordbrabantsche en 's Hertogenbossche courant van 21-02-1899:

Dochter Hendrica Berkers, geboren te Asten op 13-12-1864 is op 10-04-1891 te Asten getrouwd met Johannes Mennen, geboren op 04-01-1859 als zoon van Francis Mennen en Anna Maria Bogers. Hendrica Berkers is op 24-12-1904 te Asten overleden en in het bevolkingsregister van Asten over de periode 1910-1920 woont Johannes Mennen met zijn kinderen, tante Maria Berkers, schoonmoeder Antonia van Loon en enkele van haar kinderen in het huis op huizingnummer D87:

11

Tante Maria Berkers overlijdt te Asten op 07-07-1918 en linksonder het bidprentje bij haar overlijden. Rechts daarvan in de krant de Zuid-Willemsvaart van  21-12-1912 levert Johannes Mennen informatie bij de verkoop van eikenbomen bij het kasteel van Asten:

Schoonmoeder Antonia van Loon is op 06-04-1918 te Asten overleden en rechtsboven de mededeling in de krant de Zuid-Willemsvaart van 20-04-1918. Linksonder de overlijdensakte van schoonvader Antonius Berkers en rechtsonder het bidprentje bij het overlijden van schoonmoeder Antonia van Loon.

In het bevolkingsregister van Asten over de periode 1920-1930 woont Johannes Mennen met zijn kinderen op huizingnummer D82, ook wel bekend staand als Kasteel 2:

12

Linksonder een schets van het kasteel met op de achtergrond het neerhuis en rechtsonder een foto van de toegangspoort met rechts het oude neerhuis:

Johannes Mennen is op 18-03-1932 te Asten overleden en hieronder het bidprentje bij het overlijden van Hendrica Berkers en de overlijdensakte van Johannes Mennen:

Zoon Francis Mennen, geboren te Asten op 12-05-1898, is daarna in het huis komen wonen. Hij is op 29-04-1927 te Asten getrouwd met Petronella van Tilburg, geboren te Asten op 29-12-1897 als dochter van Paulus van Tilburg en Hendrika Meulendijks. In de krant de Zuid-Willemsvaart van 04-08-1934 staat het overlijden van dochter Henrica en in de krant de Zuid-Willemsvaart van 09-12-1941 staat de geboorte van zoon Henricus:

13 14

Ook over de periode 1930-1938 wonen Francis Mennen en Petronella van Tilburg met hun gezin in het huis op Kasteel 2:

15

Hieronder een foto uit 1932 van het huis:

Linksonder een foto van Frans Mennen en Nel van Tilburg en rechtsonder een foto uit 1935 aan de binnenhof van het neerhuis met links zoon Paul Mennen en rechts zoon Jan Mennen:

16

Francis (Frans) Mennen 10-06-1965 te Asten overleden en Petronella (Nel) van Tilburg is te Helmond op 28-05-1985 overleden. Hieronder het bidprentje bij het overlijden van Nel van Tilburg:

17

Hieronder een foto uit 1963 van het huis met het huidige adres Kasteellaan 6 en 8:

Overzicht bewoners

Hoeve op Heusden
Jaar Eigenaar (heren van Asten*) Geboorte Hoofdbewoner Geboorte
1618 kasteelhoeve Philips Aeben
1660 neer huijsinge Aelbert Jaspers Asten ±1625
1667 neer huijsinge Jelis Jansen Asten ±1620
1684 neer huijsinge bewoning inbekend
1730 neer huijsinge Matteijs Dirx Asten 14-07-1674
Heusden huis 1 (Oude Neerhuis)
Jaar Eigenaar (heren van Asten*) Geboorte Hoofdbewoner Geboorte
1736 neer huijsinge Matteijs Dirx Asten 14-07-1674
1741 neer huijsinge Mattijs Dirk Asten 14-07-1674
1746 neer huijsinge Mattijs Dirks Asten 14-07-1674
1751 neer huijsinge Hendrik van Geffen Strijp 23-09-1703
1756 neer huijsinge Hendrik van Geffen Strijp 23-09-1703
1761 neer huijsinge Hendrik van Geffen, de helft Strijp 23-09-1703
1766 neer huijsinge Aalbert Verheijden Asten 29-10-1715
1771 neer huijsinge weduwe Aalbert Verheijden Asten 18-12-1726
1776 neer huijsinge weduwe Aalbert Verheijden Asten 18-12-1726
1781 neer huijsinge weduwe Aalbert Verheijden Asten 18-12-1726
1798 neer huijsinge Jan Verheijden Asten 24-01-1759
1803 neer huijsinge Jan Verheijden Asten 24-01-1759
Kadasternummer E802
# Periode Naam eigenaar Geboorte Opmerking Verandering
E802 1832 Cornelis Leendert Dupper
Kasteel 2 (eigenaren heren van Asten)
# Periode Naam hoofdbewoner Geboorte Tweede persoon Geboorte Vertrek
1803-1819 Jan Verheijen Asten 24-01-1759 Anna Maria van Bussel Asten 03-04-1774 09-09-1819
1819-1827 Johannes van Gogh Asten 26-12-1797 Anna Maria Verheijen Asten 27-07-1795 naar Vlierden
1827-1834 Hendrikus Berkers Asten 01-03-1801 Francisca Koolen Asten 19-05-1801 30-10-1834
1834-1859 Hendrikus Berkers Asten 01-03-1801 Francisca Koolen Asten 19-05-1801
D55 1859-1862 Hendrikus Berkers Asten 01-03-1801 Catharina van Bussel Asten 07-06-1803 naar D52
D55 1862-1869 Christina Berkers Aarle 15-12-1826 met familie 17-04-1867
D76 1869-1879 Antonie Berkers Aarle 05-05-1835 Antonia van Loon Asten 20-11-1833
D78 1879-1890 Antonie Berkers Aarle 05-05-1835 Antonia van Loon Asten 20-11-1833 18-10-1885
D82 1890-1900 Antonia van Loon Asten 20-11-1833 weduwe Berkers
D98 1900-1910 Antonia van Loon Asten 20-11-1833 weduwe Berkers
D87 1910-1920 Johannes Mennen Asten 04-01-1859 met kinderen
D82 1920-1930 Johannes Mennen Asten 04-01-1859 met kinderen 18-03-1932
2 1930-1938 Francis Mennen Asten 12-05-1898 Petronella van Tilburg Asten 29-12-1897

* voor eigenaren de heren van Asten zie Kasteelruïne

Referenties
  1. ^Groot placaet-boeck, vervattende de placaten, ordonnantien ende edicten van de Staten Generael der Vereenighde Nederlande, 1796 (https://www.delpher.nl/nl/boeken1/gview?query=tienden+23+meij+1732&coll=boeken1&identifier=FYPN7f8qDJYC)
  2. ^Beschrijvingen van Nederlandse monumenten (https://rijksmonumenten.nl/)

De meest gebruikte referenties staan in de introductie vermeld
Gecontroleerd door Piet Aarts

Laatst bijgewerkt op 18 september 2022, 17:03:52

XS
SM
MD
LG
XL
Heemhuis, Molenstraat 10, 5711 EW, Someren
Open voor bezoekers op dinsdag van 9 tot 12 uur
(0493) 472 423 hkkdevonder@xs4all.nl
Het archeologiehuis is na afspraak open voor bezoekers
Bel hiervoor Peter van Bussel op (0493) 49 10 77 of (06) 38 06 71 63
Printen