logo

Index


Voormalig huis B56

In het cijnsboek van Helmond over de 16e en 17e eeuw wordt al melding gemaakt over de hoeve op de Ommelse Bosch:

Cijnsboek Heer van Helmond, Vlierden 1498-1589, post 49 folio 7:
Relicta et liberi 4
Rijnardus de Loen emptor
Relicta et Relicta et liber
Johannes et Geverardus IIo istorum VI pro medietate / Et Johanna relicta Petri unus VI pro alia medietate et unus liber
Ida relicta / et liberi sex
Johannes filius Johannis Theodorici / Joannes sex pro toto
Liberi III istorum VI habent / liberi II Gerardi filij Johannis Theodori predicti
Johannes fratris Liberi VI Theodori predicti
Novo Hogardus filius Jacobi de Loen
Dominus Gevaerdus de Loen presbyter ex parte Lamberti fili Johanni Tielmanni et sex eius liberorum ex hereditate de Loen quondam Johannis Lamberti de Loen. de veth 6 den.

Cijns Heer van Helmond, Vlierden 1645-1691, post 49
Mortuum anno 1636 Resignavit medietate
Anthonis Dries Reijnders Ende Den langen Neel habet filiam tot Someren
De 6 kijnderen ende 2 kints kijnderen van Frans Tijs Willem Tijssen
Frans soon Tijs Willem Tijssen solvit medietatem
De 2 kijnderen
Tijs Willem Tijssen
1 ort veth
Den selve 2½ den veth
Den selve 1 den ½ ort veth 14 den
Die 2 kijnderen
Anthonis Dries Rijnders ende Tijs Willem Tijssen
emptoris ex bonis de Eept 4 den veth 3½ ort
In 3 texten.

Jan Willem Tijssen verkoopt een huis aan Dirck Verheyden

Asten Rechterlijk Archief 73 folio 75; 18-08-1632:
Jan Willem Tijssen verkoopt aan Dirck soone Joost Peters Verheyden een huis metten houtwas en dat ter leet gehouden, hofstad en aangelag te Ommel, ene zijde Jan Willems van Heuchten, andere zijde erfgenamen Peter Dries, andere einde Philips Willem van Heuchten en anderen. Belast met 3½ vat rogge jaarlijks aan de pastoor alhier. Een de cijns van de grond in het boek van Helmont.

Volgens het cijnsboek en de verpondingen van 1662 is Frans Tijssen Willems (zie Voormalig huis B55) mede-eigenaar van het huis:

Cijnsboek Heer van Helmond, Vlierden 1621-1643, post 49 folio 7:
Frans soon Tijs Willem Tijssen.

Verpondingen 1662 XIV-68 folio44:
Frans Tijssen en Peeter Reijnders, gebruiker Aelbert Jansen, huijs.

Hij geeft het huis in huur aan zijn zwager, getrouwd met zijn zus Handerske (zie Voormalig huis B55):

Asten Rechterlijk Archief 108 folio 84; 04-11-1687:
Frans Matijssen de Groodt heeft aan Geerit Eymerts van Loon, zijn zwager, in huyringe ende jaerschaere gegeven een huis, land en groes in den Ommelsen Bosch 70 lopense. Huurtermijn van 6 jaar. Huursom ƒ 100,- jaarlijks en een tonneke booter van ontrent 30 pont. De huerlingh sal aen de verhuyrder doen alle potspijse soveel tot sijn nootdruft van doen heeft. Borg, Eymert Geerits van Loon. De verhuurder behoudt de camer in het huis voor zichzelf.

Verpondingen XIV-57; 01-06-1688 folio 22:
Frans Matijssen, gebruiker Gerit Eijmers.

De weduwe van de zoon van Frans Matijssen de Groot (zie Voormalig huis B55) en haar kinderen hebben een schuld te voldoen en ze verkoopt de helft van haar huis aan haar schoonzoon:

Asten Rechterlijk Archief 87 folio 39 verso; 27-11-1692:
Anneke weduwe van Matijs Fransen de Groodt, Jan Mathijssen, haar zoon en Aert Aert Tielen man van Elske Matijssen de Groodt, zijn schuldig aan Peter Dors, coopman, te Venloo ƒ 500,- wegens gekocht garen. Terug te betalen in 5 jaar, zonder intrest. In deze ƒ 500,- zijn begrepen alle nog lopende leningen.

Asten Rechterlijk Archief 87 folio 37 verso; 27-11-1692:
Anneke weduwe van Matijs Fransen de Groodt, verkoopt aan Aert Aerts, de helft van huis, hof, schuur, schop en aangelag aan de Ommelsche Bosch geheel 6 lopense, ene zijde weduwe Jan Fransen Verrijt, andere zijde Wilbort tot Lierop, ene einde de straat, andere einde De Laerstraet.

Aert Aerts Tielen verkoopt het huis aan Antonis Peters van der Linden:

Asten Rechterlijk Archief 88 folio 19; 23-03-1697:
Aert Aerts Tielen verkoopt aan Antonis Peters van der Linden een huis, hof en aangelag aan de Ommelsche Bosch 7 lopense, ene zijde Antony Josephs, andere zijde Aelbert Peters, ene einde kinderen Antony van de Cruys, andere einde Frans Verrijt.

Antonis Peters van der Linden is geboren rond 1655 en op 18-01-1684 te Asten getrouwd met Elisabeth Jan Mayen, geboren rond 1660:

Contraxerunt sponsalia Antonius Peeters et Elisabetha Jansen; testes Joannis Jansen et Franciscus Jansen van Ruth.

Ondertrouwd Antonius Peeters en Elisabetha Jansen; getuigen Joannis Jansen en Franciscus Jansen van Ruth.

01

Het gezin van Antonis Peters van der Linden en Elisabeth Jan Mayen:

# Voornaam Geboorte Huwelijk Overlijden Referentie
1 Petrus Asten 09-04-1685
2 Johannes Asten 24-06-1686 Asten 26-10-1710
Anneke Jansse van den Heuvel
Bakel 20-02-1735
Mary Jan Willems
Asten 28-06-1750
Helena Theodori van Hout
Asten 15-08-1767
3 Lambert Asten ±1688
4 Franciscus Asten 25-04-1690 Asten 01-09-1720
Elisabeth Reynders
Asten 29-09-1728

Antonis Peters van der Linden is op 27-05-1704 te Ommel bij Asten overleden en zoon Lambert verkoopt zijn kindsdeel in het huis aan zijn drie broers:

Asten Rechterlijk Archief 90 folio 10 verso; 11-04-1707:
Lambert Antonis van der Linden verkoopt aan Jan, Antonis en Francis, zijn broers, allen kinderen van Antonis van der Linden en Elske Jan Mayen zijn kindsdeel in huis en land aan den Ommelschen Bosch 10 lopense. Koopsom ƒ 25,-.

Volgens de verpondingen van 1709 is Jan Antonis van der Linden de eigenaar en Antonis Josephs de bewoner:

Verpondingen 1709 XII-5 folio16:
Jan Antonis van der Linden, Aert Aertsen, in gebruik van Antonis Josephs. 34-14-8-11-2.

Jan Antonis van der Linden is geboren te Asten op 24-06-1686 als zoon van Antonius Peters van der Linden en Elizabetha Jansen Mayen. Hij is op 26-10-1710 te Asten getrouwd met Anneken Jansen van den Heuvel, geboren te Meijel rond 1688. Anneken Jansen is op 18-11-1733 te Asten overleden en Jan Antonis van der Linden is op 20-02-1735 te Bakel hertrouwd met Mary Jan Willems, geboren te Bakel rond 1710:

02

De gezinnen van Jan Antonis van der Linden met Anneken Jansen van den Heuvel en met Mary Jan Willems:

# Voornaam Geboorte Huwelijk Overlijden Referentie
1 Franciscus Asten 04-10-1712 Kind Asten ±1712
2 Antonius Asten 25-02-1715 Kind Asten ±1715
3 Johannes Asten 01-11-1717 Kind Asten ±1717
4 Johannes Asten 09-11-1718 Bakel 20-02-1735
Maria Janssen
Bakel 29-10-1779 dochter Anneke
3 Petrus Asten 09-07-1722 Kind Asten ±1722
4 Antonius* Asten 08-02-1736 Geffen 11-05-1760
Maria Elisabeth Verhoeven
5 Anna Maria* Asten 23-05-1738 Asten 24-05-1777
Johannes van de Cruys
Asten 11-11-1784 zonen Cornelius en Henricus
6 Johannes* Asten 11-12-1740 Someren 07-05-1774
Anneke Jan Geven
Someren 26-04-1805
7 Jacobus* Asten 27-05-1743 Vlierden 23-01-1774
Jennemaria van den Broek
Asten 25-05-1803

* kinderen uit het tweede huwelijk

Volgens de hoofdgeldlijst van 1717 woont Jan Antonis van der Linden met zijn gezin in het huis:

Hoofdgeld XVIII-19; 05-03-1717:
Jan van der Linden, Anna de vrouw
Francis en Tonij.

Voor zijn tweede huwelijk maakt hij een inventaris op voor zijn kinderen:

Asten Rechterlijk Archief 117 folio 94; 17-02-1735:
Jan Toenis van der Linden weduwnaar van Anneke Janssen maakt ten behoeve van zijn drie onmondige kinderen een staat en inventaris. Hij wil hertrouwen met Mary Jan Willems, jonge dogter, geboren en wonende te Backel. Vaste goederen een huis, hof en aangelag 8 lopense, ene zijde weduwe Jan van den Broeck, andere zijde Jan Goort Loomans, ene einde Jan Maaris, andere einde Floris Pieter von Cotzhausen.

Bij de verpondingen van 1737 woont Jan Antonis van der Linden in het huis:

Verpondingen 1737 XIV-61 folio 55:
Jan Antonis van der Linden.
Huijs, hoff en aangelagh op de Ommelsen Bosch.

Mary Jan Willems overlijdt te Asten op 14-10-1747 en Jan Antonis van der Linden trouwt een derde maal op 28-06-1750 met Helena Theodori van Hout, geboren te Gemert en weduwe van Marcelis Hendriks van Beek. Daarvoor maakt hij opnieuw een inventaris op:

Asten Rechterlijk Archief 120 folio 18 verso; 13-06-1750:
Staat en inventaris van Jan Antonis van der Linden weduwnaar van Maria Jan Willems ten behoeve van Antoni, Jan en Jacobus, zijn kinderen. Hij wil in derde huwelijk treden met Helena Dirks van Hout, weduwe van Marcelis Hendriks van Beek, wonende te Bakel. Onroerende goederen een huis, hof en aangelag 6 lopense.

Volgens de bewoningslijst over de periode 1736-1761 is Jan Teunis van der Linden eigenaar en bewoner:

Jaar Eigenaar nummer 5 Ommelsche Bosch Bewoners nummer 5 Ommelsche Bosch
1736 Jan Toens van der Linden Jan Toens van der Linden
1741 Jan Teunis van der Linden Jan van der Linden
1746 Jan Teunis van der Linden Jan Teunis van der Linden
1751 Jan Teunis van der Linden Jan Teunis van der Linden
1756 Jan Teunis van der Linden Jan Teunis van der Linden
1761 Jan Teunis van der Linden Jan Teunis van der Linden

Jan Antonis van der Linden is op 15-08-1767 te Asten overleden en na het overlijden van zijn derde vrouw, Helena Theodori van Hout, vragen de kinderen zich af hoe het zit met de erfenis:

Asten Rechterlijk Archief 123 folio 11 verso; 02-02-1769:
Jan van der Linden, zoon uit het eerste huwelijk van wijlen Jan van der Linden, Francis de Greeff, getrouwd met Anneke van der Linden, zijnde een zoons dochter van wijlen Jan van der Linden uit het eerste huwelijk, wonende te Nunen, Antoni, zoon wijlen Jan van der Linden, te Gemert, Jan, zoon van de voornoemde Jan van der Linden, te Someren, Jan Peters Hobergen namens Jacobus van der Linden, te Gemert. Zijnde Antoni, Jan en Jacobus kinderen van de tweede vrouw van Jan van der Linden. En zijnde de derde vrouw, zonder kinderen, nagelaten die de nalatenschap heeft gelaten ten behoeve van de voornoemde comparanten. Zij verklaren door het hertrouwen van haar vader tot drie reyse, sterve van een kint vant eerste huwelijk, niet te regt te weeten hoeveel eenider in de nalatenschap sou competeren. Om onnodige kosten en disputen te voorkomen accorderen zij:
De twee eerste comparanten zullen behouden de helft van de gehele nalatenschap en dus voor de vaste goederen voor de helft te boek worden gesteld. Ook de helft van de opbrengst der verkochte roerende goederen zullen zij, na aftrek van de schulden ontvangen. De andere helft van de roerende en onroerende blijft aan de drie kinderen uit het tweede huwelijk.

De kinderen uit het tweede huwelijk verkopen hun deel in het huis aan hun broer Jacobus van der Linden:

Asten Rechterlijk Archief 99 folio 299 verso; 27-12-1774:
Antony van der Linden, wonende te Berghem, in 't Maasquartier, Jan van der Linden, wonende te Someren. Zij verkopen aan Jacobus van der Linden, wonende te Vlierden, ⅔e deel onverdeeld in de onverdeelde helft van de goederen gekomen van hun ouders een huis, hof en aangelag, te Ommel geheel 7 lopense.

Het andere deel dat toekomt aan dochter Anneke van der Linden, getrouwd met Francis de Greeff, wordt door het bestuur van Asten in arrest genomen:

Asten Rechterlijk Archief 125 folio 39 verso; 04-12-1781:
Jacobus van Ravesteyn, vorster, neemt, namens Gerrit Hampen, te Deurne, collecteur van de landsverpondingen en beden, 1778 en 1779, in arrest de vaste goederen van:
Francis de Greeff, te Nunen, de goederen aan den Ommelsche Bosch ƒ 11-09-00

Jacobus Jan van der Linden is geboren te Asten op 27-05-1743 en te Vlierden op 23-01-1774 getrouwd met Johanna Maria Jansen van den Broek, geboren te Stiphout op 12-12-1744 als dochter van Joannes van den Broeck en Joanna Jansse:

03

Het gezin van Jacobus Jan van der Linden en Johanna Maria Jansen van den Broek:

# Voornaam Geboorte Huwelijk Overlijden Referentie
1 Johanna Maria Asten 26-03-1777
2 Johannes Asten 23-05-1779 Ongehuwd
3 Christina Asten 14-07-1781
4 Johanna Asten 18-05-1783 Kind Asten 19-05-1783
5 Johannes Asten 09-01-1786 Kind Asten 28-07-1786
6 Johannes Asten 27-07-1787 Kind Asten 16-04-1789

In 1791 brandt het huis van Jacobus van der Linden af:

Asten Rechterlijk Archief 127 folio 55 verso; 11-08-1791:
Pro Deo. Schepenen van Asten verklaren dat op 23 juli laatstleden 's morgens omtrent 7 uur, alhier, is afgebrand een huis en stal waarvan eigenaar bewoner was Jacobus van der Linden; dat hij en zijn gezin daardoor in een deplorabele en seer armoedige staat gedompelt is en van zijn inboedel totaal beroofd is geworden vermits alles door de vlammen verteerd is geworden. Hij is hierdoor ook niet in staat om aan een nieuwe woning te geraken en zo verder de kost voor zichzelf en zijn huisgezin te verdienen tensij door mededogen de harte en mildadige handen daertoe gholpen werde. Waartoe wij alle ende een iegelijk die deese sal werden vertoont op het vrindelijkste sijn versoekende teneynde deese seer ongelukkige hierinne behulpsaam te willen weesen en deselven vrij en onverhindert te laaten passeren en repasseren sonder aan hem eenig hinder of belet doen of laten geschieden.

In de bewoningslijst over de periode 1766-1798 zijn Johannes en Jacobus van der Linden eigenaar en deels bewoner. Francis Adriaan de Greeff is op 29-01-1769 te Nuenen getrouwd met dochter Anneke van Johannes van der Linden:

Jaar Eigenaar nummer 5 Ommelsche Bosch Bewoners nummer 5 Ommelsche Bosch
1766 Jan van der Linden Jan van der Linden
1771 Jan Janse van der Linden Jan Janse van der Linden
1776 Jan en Jacobus van der Linden en Francis de Greeff Francis de Greeff
1781 Jan en Jacobus van der Linden en kinderen de Greeff Jan en Jacobus van der Linden
1798 afgebrand afgebrand

Het huis wordt opnieuw opgebouwd en deels verkocht aan Peeter en Nicolaas Royakkers:

Asten Rechterlijk Archief 105 folio 99 verso; 16-04-1803:
Cornelis van de Cruys, te Helmond, Joost Kuypers, te Stiphout, als voogd over het kind van Jan van de Cruys, uit diens eerste huwelijk met name Hendrik. Zij zijn te samen voor de helft eigenaar van de volgende vaste goederen aan den Ommelschen Bosch. Jacobus van der Linden is voor de andere helft eigenaar. Zij verkopen hun deel aan Peeter en Nicolaas Royakkers, land in 't Aangelag 2 lopense 8 roede met de woningen daarop.

Jacobus Jan van der Linden is op 25-05-1803 te Asten overleden en Johanna Maria Jansen van den Broek is op 05-05-1811 te Asten overleden.

Zoon Johannes van Jacobus van der Linden is betrokken bij een diefstal van een paard:

Asten Rechterlijk Archief 130 folio 146 verso; 25-06-1802:
Hendrik van den Burg, te Dinther, legt een acte over van schepenen Dinther de dato 24-06-1802 waarin onder eede verklaren Goyart van den Heuvel, Johannis van der Linden, Johannis Aart Willems en Johannis Smits, inwoners van Dinther, dat zij het paard van de comparant zeer wel kennen sijnde een swart merriepaard van vier jaaren, niet groot van postuur, met een kol voor de kop, aan de eene kant minder als aan de andere, een weynig kromme rug, ruym in de borst, van agter wat smal en kleyn van kop. Dat dit paard op maandag, 10 mei laatstleden, in den avond, door de comparant op het gemeente Broek, aldaar, in de wei was gebracht en dat dit paard des andere daags weg was. Comparant is gewaar geworden dat dit paard ten huize van de weduwe Willem Swinkels, op den Ommelschen Bosch was en heeft dit doorgegeven aan de officier die dit paard, in presentie van twee schepenen, voor oogen heeft doen brengen en bevonden dat dit het paard was volgens de getoonde acte. Comparant heeft dit met eede bevestigd aan handen van Theodorus Sengers, substituut drossard.

Cornelia van Duynhoven weduwe Willem Swinkels, geeft te kennen dat zij circa 5 weken geleden, het paard, hiervoor beschreven, heeft geruild teegens Jan sone Jacobus van der Linden, meede aan den Ommelschen Bosch woonagtig, op een koey, oud omtrent 14 jaaren, swart en blauw van hair beneffens een oud merriepaard, swartbruyn van hair en eenig gelt en levensmiddelen, saat etcetera ter waarde van omtrent 3 gulden 10 stuivers. Doordat Hendrik van den Burg, te Dinther, bij gerechtelijke acte Dinther de dato 24-06-1802 en onder eede voor het gerecht, alhier, heeft aangetoond dat dit zijn paard is. En alzo aan de eigenaar het paard moet teruggeven ingevolge artikel 2 titulo 2 der Costuymen van den Bosch vrij en los overgegeven en gerestitueert moet worden. De comparante verklaart afstand gedaan te hebben van het paard en dit aan Hendrik van den Burg, los en vrij, heeft teruggegeven.Jacobus van der Linden en Cornelia van Duynhoven, weduwe Willem Swinkels, zijn overeengekomen ten op sigtens het nadeel hetwelk de tweede comparante gehad heeft doordien zij het swart merriepaard hetwelk zij tegen Jan sone Jacobus van der Linden geruild had. Dit paard bleek gestolen te zijn en is aan de oorspronkelijke eigenaar teruggegeven. De eerste comparant zal overdragen het paard, bij hem thuis staande, en gekomen van Adriaan Jacobs, zijnde een wit oud ruin paard, een akker met haver of rogge ter waarde van ƒ 30,-, te taxeren door twee onpartijdigen, Peter Royakkers en Peter van der Laak. Onder die mits dat het hem, comparant, zal vrijstaan dat indien het getaxeerde maaibaar zal zijn het ook ingelost kan worden met ƒ 30,-.

Asten Rechterlijk Archief 130 folio 154 verso; 15-09-1802:
Willem van Eyhoud, te Uden en Gerard van Stiphout, te Erp, verklaren ter requisitie van Lambert van Stiphout, te Erp, dat zij het paard van de requirant zeer wel kennen. En door de requirant van de eerste comparant gekocht voor circa 54 gulden, in november 1801. En welk paard, waarvan zij, comparanten, gehoord hebben, dat door Jan Jacobus van der Linden, Jan Haanakkers, te Someren en Jacobus Verbakel, te Boekel, op 17 februari laatstleden, met geweld uit de stal van de requirant, met nog een tweede paard, is weggehaald.Lambert Peeter van Stiphout, te Erp, als eigenaar van het paard verklaart dat dat paard door Jan Jacobus van der Linden, alhier, Jacobus Haanakkers, te Someren en Jacobus Verbaakel, te Boekel, op 17 februari laatstleden, uit de stal van zijn huis, met nog een tweede paard, is weggehaald. Hij verwijst naar zijn verklaring de dato 04-03-1802 te Erp. Omdat comparant had vernomen dat het paard, hier, te Asten, door Jan Jacobus van der Linden was verkocht heeft hij, comparant, hiervan kennis gegeven aan de officier die hetzelve, in presentie van twee schepenen voor oogen heeft doen komen en hebben uit voorstaande verklaring en die van 04-03-1802 te Erp opgemaakt dat dit paard hetzelfde is en toebehoort aan voornoemde persoon. Marge: Lambert Peter van Stiphout heeft zijn paard, na herkenning, meegenomen.

Kaart van Brabant uit rond 18001 met daarin de genoemde plaatsen:

04

Jan Antony Bouwmans verklaart ter requisitie van het Officie dat hij, comparant, dit, zijn grauw ruin paardje, in de lente van dit jaar, 1802, van Jan Jacobus van der Linden gemangelt heeft tegen een oud paardje, eertijds gekomen van Pieter Verberne, alias Pieter Biemans, en daarop toegegeven heeft ƒ 10,-, een vat rogge, een vat eeven en 800 klot of turf. En welk paardje hij, comparant, tot nu toe in eigendom heeft gehad en daarmee zijn werk heeft gedaan.

Asten Rechterlijk Archief 130 folio 167; 27-12-1802:
Lambert Thielemans, 36 jaar en Maria Gerit van der Weyst, zijn vrouw, 35 jaar, Geerit Lucas Verbakel, 40 jaar, Allen te Boekel, doch hier present en Lambert Peter van Stiphout, 28 jaar. Zij verklaren ter requisitie van Theodorus Sengers, substituut drossard. Lambert Thielemans dat hij, op woensdag, 17 februari 1802, 's avonds, aan het huis van de kinderen Jan van Stiphout een groot rumoer heeft gehoord, zo met slaan als anders. En dat zijn te zijner huize komen aanlopen of gevlucht, Peeter Jan van Stiphout en zijn vrouw, Lambert Peeter van Stiphout en Helena Peeter van Stiphout die seer bebloeyt was. Verder dat hij, comparant, op donderdag, den 18 dito, Jan Jacobus van der Linden en Jacobus Haanakkers heeft horen zeggen dat zij beiden berouw hadden. En zeggende hij, comparant, vervolgens tegen Jan Jacobus van der Linden: "Gaudief, gij hebt mijn kar gestolen, waarom brengt gij mij die niet terug". Waarop hij antwoordde: "Swijgt maar stil. Gij sult se vanavond weer terug hebben". Waarop hij, comparant antwoordde: "Dan ist goed".
Maria Geerit van der Weyst dat zij op woensdag, 17 februari 1802, 's avonds uit de deur gaande, aan het huis van de kinderen Jan Dirk van Stiphout een groot rumoer, zo met slaan als anderszins hoorde. Naar huis gaande, zei ze: "Bent so vrolijk niet, want daar is een groot rumoer op de Veluwe". En dat ten hare huize is komen gelopen of gevlucht Peeter Jan Dirk van Stiphout, zijn vrouw, Lambert Peeter van Stiphout en Helena van Stiphout die seer bloeyt was. Zij heeft toen verstaan dat hun hoogkar gestolen of meegenomen was. Zij comparante is op donderdag, den 18 dito, 's morgens, naar Boekel gegaan en gekomen ten huize van Jacobus Verbakel om naar de kar te informeren. Hebbende de kar, aldaar, buiten zien leggen en de raderen en karbeurden op de stal van Verbakel zien staan, alsmede de twee grauwe paarden van de kinderen Jan Dirk van Stiphout. Dan, vermits Verbakel niet thuis was, vroeg zij, comparante, aan Jan Jacobus van der Linden en aan Jacobus Haanakkers, welke daar present waren, om haar kar terug te hebben. Zij hebben aangenomen om 's avonds de kar weer bij haar terug te brengen. Dat Jan van der Linden met een zwart paard daarop naar de Veluwe is gereden en Jacobus Haanakkers te voet gegaan is, haar, comparants, man toen tegen Jan Jacobus van der Linden gezegd heeft: "Gouwdief, gij hebt mijn kar gestolen. Waarop die terug zei: "Swijgt maar stil, gij sult se vanavond weer terug hebben". Waarop haar man antwoordde: "Dan is 't goed".
Gerrit Lucas Verbakel dat, op Woensdag, 17 februari 1802, 's avonds, tussen licht en donker, zijn gekomen in zijn huis Jacobus Verbakel, uit Boekel, Jan Jacobus van der Linden, uit Asten en Jacobus Haanakkers, uit Someren, commanderende bij het inkomen een soopje jenever, seggende, stookt het ligt aan en vragende of sij de duyten so lang wouden poffen, als naar de meeusen gingen (wordende de kinderen Jan Dirks van Stiphout in de wandeling also genoemd). Waarop zijn, comparants, vrouw antwoordde: "Ja", en zijn voornoemde personen vervolgens de deur uitgegaan en enige tijd daarna weer terug gekomen zeggende: "De deur moet open blijven", en na enige tijd jenever gedronken te hebben en die betaald te hebben zijn voornoemde personen de deur uitgegaan. Hij, comparant, heeft toen voor zijn deur zien staan paard en kar en zo hem toescheen een wit of grauw paard in de kar en een dito achter de kar. Zij zijn er mee weg gevaren, hij weet niet waar naar toe. Hij heeft nog wel tegen hen gezegd dat is de kar van Lambert Thielemans. Dat een à twee dagen daarna Jacobus Haanakkers bij hem, comparant, is gekomen en gezegd heeft dat berouw hadde, dat hij wel een croon wilde geeven dat hij bij dat geval niet was geweest.Lambert Peter van Stiphout, 28 jaar dat, op woensdag, 17 februari 1802, 's avonds, in zijn huis, op de Veluwe, te Erp, tussen 6 en 7 uur, gekomen zijn Jacobus Verbakel of van Bakel, uit Boekel, Jan Jacobus van der Linden, uit Asten en Jacobus Haanakkers, te Someren, hebbende een grote hond bij zich en vragende, Jan van der Linden, na zijn zaal dat hem toebehoorde en hem direct ter hand is gesteld. Dat Jacobus Verbakel daarop zei: "Haalt een halve kan jenever", hetwelk werd geweigerd. Waarop Jacobus Verbakel zei: "Dat sij soude medeneemen alles wat in huys was en al die daartegen waaren, die soude hij vermoorden en het huys in vier hoeken in de brand steeken". Dat hij, comparant, vreesde de vlucht meende te nemen werd vervolgd en achterhaald door Verbakel dewelke hem met een stok of ander instrument een swaare slag toebragt dat in een sloot viel en vervolgens hem is ontvlugt. Dat hij, comparant, op de 18e dito, 's morgens, weer in huis gekomen is en toen tot zijn leedwezen ondervond dat hun twee paarden, zijnde twee grauwe paarden, weg waren alsmede de hoogkar en licht van Lambert Thielemans en de hagten van Peeter Kandelaars die hij van hem geleend had. Ook hun eigen kar, zadel en platte helfster. Dat op die dag Jan Jacobs van der Linden en Jacobus Haanakkers bij hen zijn terug gekomen, zeggende dat zij berouw hadden en begonnen te schreyen of kreyten, zeggende dat Jacobus van Baakel of Verbakel den belhamer was en dat zij hem eerst moesten spreken eer zij het weer terug konden geven. Dat hij, comparant, gewaar is geworden dat het ene paard, zijnde een klein grauw ruinpaardje, circa 14 à 14½ handen hoog door Jan Jacobus van der Linden, alhier, te Asten, was verruilt of verkocht. En dat dit paard door de voorschreven personen, op 17 februari, en nog een tweede paard, met geweld uit de stal bij hun huis is gehaald. Hij, comparant, heeft, heden, het paard na de verklaringen afgelegd te hebben, mee naar huis genomen.Willem van Exhout, te Uden, verklaart ter instantie van Theodorus Sengers, substituut drossard dat hij, comparant, het paard van Lambert van Stiphout zeer wel kent hij is namelijk eigenaar van het paard geweest als zijnde een klein grauw ruinpaardje, circa 14 à 14½ handen hoog. Hij heeft dit paard op 15 september laatstleden voor oogen doen brengen in presentie van schepenen, alhier, die het paard aan Lambert van Stiphout als het zijne hebben toegewezen.

Asten Rechterlijk Archief 130 folio 172 verso; 03-01-1803:
Gerard van Stiphout, te Erp, verklaart ter instantie van Theodorus Sengers, substituut drossard, dat hij, comparant, het paard van Lambert van Stiphout zeer wel kent, zijnde een klein grauw ruinpaardje, circa 14 à 14½ handen hoog.
Peeter Jan Dirks van Stiphout, te Erp, thans hier present, legt ter requisitie van Theodorus Sengers, substituut drossard, een verklaring af betreffende het gebeurde op 17 februari 1802 in zijn huis en omgeving.

Asten Rechterlijk Archief 130 folio 177 verso; 26-03-1803:
Johannis Meulendijk, te Vlierden, ter goeder naam en faam, verklaart ter instantie van Theodorus Sengers, substituut drossard, dat nadat Wilbert van Bree zijn kar en paard was weggehaald te zijner huize is gekomen Jan van der Linden en wel daags te voren, als de wacht van Vlierden gecomdemneert was om wacht te houden aan de Watermolen teneinde, was mogelijk, Jan van der Linden aan te houden. Welke Jan van der Linden, aldaar, onder meer verklaarde in substantie dat hij het huis van Wilbert van Bree, te Vlierden, in vier hoeken in brand zou steken, zo hij zijn woorden niet herriep. Hij verklaart een en ander onder eede.
Wilbert van Bree, te Vlierden, van goeder naam en faam, verklaart ter requisitie van Theodorus Sengers, substituut drossard dat, op 22 december 1802, door hem, op een publieke verkoping, was gekocht drie zakken haver ten huize van Jan van Bussel, alhier, op het Marktveld. Dat hij, comparant, naar huis gegaan zijnde om zijn kar en paard te halen teneinde de gekochte haver naar Vlierden te brengen en zijn knecht. Johannis Verbakel, daarom meegenomen had naar Asten. Dat hij, comparant, aan het huis van Jan van Bussel, tussen 5 en 6 uur 's avonds, gekomen zijnde, met zijn knecht, welke het paard aan de lindeboom bij het huis van van Bussel, had vastgebonden, in huis gegaan is en dat zij de gekochte haver hebben helpen meten. Door zijn knecht is deze daarna op de kar gedragen. Hebbende toen een drupke jannever gecommandeert en ook gedronken. Waarna de knecht, buitenkomende, bemerkte dat paard en kar weg waren. Dat hij, comparant, na veel zoeken, eindelijk daags voor Kerstmis met Jan van Bree en Thomas Slaats verseldt zijnde zijn paard bij zekere boer, onder Erp, in de Poort genaamd heeft teruggevonden. De boer vertelde dat hij het paard op de Meulenweg had vinden staan. Dat enige tijd later Jan van der Linden bij hem, comparant, te Helmond, op de Steenweg, is gekomen en toen gevraagd heeft of hij het hem vergaf. Waarop hij, comparant, antwoordde: "Ja". Zij zouden samen op het stadhuis, aldaar, een loopje gaan drinken. Onderweg heeft Jan van der Linden toen tegen hem gezegd dat er stukken van zijn kar terug zouden komen en dat die kar stond op den Boekelschenberg. Hij verklaart een en ander onder eede.
Jacobus Verbakel, wonende als knecht bij Wilbert van Bree, te Vlierden, ter goeder naam en faam, verklaart ter requisitie van Theodorus Sengers, substituut drossard, dat hij, comparant, op 22 december 1802, in de namiddag, tussen 5 en 6 uur, paard en kar van zijn baas en met zijn baas verselt zijnde, gekomen is ten huize van Jan van Bussel, alhier, om haver te laden. Dat hij, comparant, de haver heeft helpen opladen en daarna een drupke gedronken ten huize van van Bussel. Weer buiten komende bleek kar en paard verdwenen te zijn. Hij heeft het paard met het seel dubbel om den boom, aan het huis van Jan van Bussel staande, wel en degelijk vastgebonden. Hij verklaart een en ander onder eede.
Helena Antony van Hout getrouwd met Francis Jacobs, te Vlierden, ter goeder naam en faam, verklaart ter requisitie van Theodorus Sengers, substituut drossard dat ten hare huize, nadat Wilbert van Bree zijn paard en kar was kwijtgeraakt en wel daags tevoren als de wacht van Vlierden opgedragen was om wacht te houden aan de Watermolen teneinde, indien mogelijk, Jan van der Linden gekomen is en onder meer andere dreigementen heeft uitgedrukt dat hij het huis van Wilbert van Bree, te Vlierden, in vier hoeken in de brand zou steken bijaldien hij sijn woord niet herriep of restitutie deede. Zij verklaart een en ander onder eede.
Peternel Jacobs getrouwd met Willem Manders, te Vlierden, van goeder naam en faam, verklaart ter requisitie van Theodorus Sengers, substituut drossard dat zij, nadat Wilbert van Bree zijn paard en kar was kwijtgeraakt, Jan van der Linden ten huize van Johannis Meulendijk, heeft horen tieren, raasen en blasphemeeren zonder dat zij, comparante, weet waar die woorden in bestaan hebben. Zij heeft later wel horen zeggen dat die woorden uit dreigementen bestonden. Zij verklaart een en ander onder eede.

In het Vlierdens Verleden van Henk Beijers en P. Koolen2 lezen we hier nog over:

Om vervolgens verder onheil te voorkomen en om de verdachte te kunnen oppakken werd bij de Belgerense watermolen dag en nacht wacht gehouden.

Hoe het met Jan Jacobus van der Linden is afgelopen is niet duidelijk want zijn naam komt daarna niet meer in de archieven voor.

Na het overlijden van zijn broer Nicolaas, hij is op 03-02-1804 te Asten begraven, wordt Peter Royakkers volledig eigenaar van het huis:

Asten Rechterlijk Archief 101 folio 78 verso; 31-01-1804:
Nicolaas Royakkers, ziek, testeert. Aan Hendrik Royakkers, te Vlierden, zijn broeder ƒ 25,-. Aan de kinderen van wijlen Goort Royakkers ƒ 25,-. Zijn broeder, Peter Royakkers, bij wie hij woont, wordt zijn enige erfgenaam. Naschrift: Niet gepasseert wegens de schielijke dood.

Asten Rechterlijk Archief 131 folio 94; 19-04-1804
Peeter Rooyakkers, Hendrik Rooyakkers, te Vlierden, Maria Francis Meulendijk, weduwe Goort Royakkers, te Deurne namens haar minderjarige kinderen. Zij verdelen de nagelaten goederen van Nicolaas Royakkers:
1e lot krijgt Peeter Rooyakkers die de wederhelft der hierna te noemen goederen reeds bezit, de helft van de Grootenakker geheel 2 lopense, 33 roede; de helft van de Venakker geheel 1 lopense, 16 roede; de helft van Jacobsdries geheel 17 roede; de helft van de Horsick geheel 44 roede; de helft van de Kamp geheel 4 lopense, 44 roede; de helft van het Aangelag geheel 3 lopense, 17 roede met de daarop staande woning; de helft van het Mortelke geheel 18 roede; de helft van het Weyvelt met het Horstje geheel 9 lopense, 7 roede; de helft van den Ossenkamp geheel 2 lopense, 20 roede. Het geheel is belast met: ƒ 0-1-12 per jaar aan het Boek van Helmond. De ontvanger van dit lot zal uitkeren aan de ontvangers van de overige loten elk ƒ 108-6-10.
2e lot krijgt Hendrik Royakkers, te Vlierden ƒ 108-6-10.
3e lot krijgt Maria, weduwe Goort Royakkers, te Deurne ƒ 108-6-10.

Peter Hendrick Rooijakkers is geboren te Stiphout op 24-07-1756 als zoon van Hendrik Rooijakkers en Gordina Manders. Hij is op 18-02-1786 te Asten getrouwd met Martina Petri van der Laak, geboren te Mierlo op 21-12-1764 als dochter van Petrus van der Laack en Catharina van Cuijlenborgh en zus van Huybert van der Laak (zie Voormalig huis B63):

05

Het gezin van Peter Rooijakkers en Martina Petri van der Laak:

# Voornaam Geboorte Huwelijk Overlijden Referentie
1 Henrica Asten 01-02-1787 Asten 16-02-1814
Theodorus van den Eijnden
Asten 06-06-1848
2 Johannes Asten 04-06-1789 Kind Asten 25-04-1792
3 Johannes Asten 08-02-1793 *
4 Henricus Asten 04-08-1796
5 Godefridus Asten 26-05-1799 Asten 28-06-1821
Joanna Maria Hurkmans
Asten 20-11-1863 zie Voormalig huis B98

* Johannes Rooijakkers heeft gediend in het 27e Regiment Infanterie van Linie onder Napoleon, hij komt niet meer in de archieven voor en is waarschijnlijk gesneuveld.

Martina van der Laak is op 20-02-1804 overleden en haar broers en zus kopen nog een huis en hof:

Asten Rechterlijk Archief 106 folio 28 verso; 07-11-1804:
Rijnder Muyen verkoopt aan Jan en Huybert van der Laak, Geerit van Dijk getrouwd met Isabella van der Laak, Peter Royakkers, weduwnaar Martyn van de Laak, namens zijn minderjarige kinderen een huis en hof aan den Ommelschen Bosch 1 lopense, ene zijde de koper. Koopsom ƒ 99,-.

De verpondingen van 1810 vatten de bewoningsgeschiedenis van het huis samen:

Verpondingen 1810 XIVd-67 Ommelsche Bosch folio 50 verso:
Peter Roijakkers bij deling 09-04-1804. Erven Nicolaas Roijakkers ½ getaxeerd. Bij overlijden
03-02-1803. Peter en Nicolaas Roijakkers bij transport 16-04-1803. Jacobus van der Linden ½ Francis de Greef te Nunen ½. Cornelis en Hendrik van de Cruijs met haar vader Jan van de Kruijs gehuwd met Anna van der Linden ¼. Nummer 5 huijs, hof en aangelag 7 lopense.

Peter Rooijakkers is op 31-07-1829 te Asten overleden, maar wordt nog wel genoemd in het kadaster van Asten over de periode 1811-1832, waarvan hieronder de kadasterkaart en bijbehorende gegevens:

Kadaster 1811-1832; B56:
Huis, schuur en erf, groot 04 roede 6 el, Ommelsche bos, klassen 8.
Eigenaar: Peter Rooijakkers. Opmerking: circa 1791 afgebrand daarna weer opgebouwd.

06

07

Dochter Henrica Rooijakkers, geboren te Asten op 01-02-1787 is op 16-02-1814 te Asten getrouwd met Theodorus van den Eijnden, geboren te Asten op 06-03-1782 als zoon van Johannes van den Eijnden en Maria van der Putten (zie Voormalig huis B68). Zij woonden na het overlijden van Peter Rooijakkers in het huis. Henrica Rooijakkers is op 06-06-1848 te Asten overleden en Theodorus van den Eijnden is op 05-11-1857 te Asten overleden.

Het huis wordt daarna bewoond door hun zoon Johannes van den Eijnden, geboren op 07-10-1806 te Asten. Hij is op 24-01-1852 te Asten getrouwd met Petronella Vlemmix, geboren op 09-09-1827 te Asten als dochter van Hendrik Vlemmix en Elisabeth van Duuren. In het bevolkingsregister van Asten over de periode 1859-1879 wonen zij in het huis met huizingnummer B89 en vanaf 1869 nummer B93:

08

Ook over de periode 1879-1890 woont het gezin van Johannes van den Eijnden in het huis met dan huizingnummer B91 tot zijn overlijden op 30-04-1890. Petronella Vlemmix woont daarna met de kinderen over de periodes 1890-1900 en 1900-1910 in het huis met achtereenvolgens huizingnummer B92 en B88:

09

Petronella Vlemmix overlijdt te Asten op 17-04-1902 en haar zoon Hendrikus van den Eijnden, geboren te Asten op 15-04-1860 neemt het huis over. Hij is op 11-05-1903 te Asten getrouwd met Maria Aarts, geboren te Asten op 02-07—1858 als dochter van Paulus Aarts en Petronella Berkers. Maria Aarts is op 01-03-1914 te Asten overleden en voor zover bekend hadden zij samen geen kinderen. Over de periodes 1910-1920 en 1920-1930 woont Hendrikus van den Eijnden met dienstknechten in het huis met achtereenvolgens huizingnummer B86 en B88. Het laatste staat ook bekend als Deurnescheweg 14:

10

Volgens de krant de Zuid-Willemvaart van 09-03-1926 overkomt Hendrikus van den Eijnden nog een ongeluk als zijn paard schrikt:

11

Het is ook in die tijd dat door een dijkbreuk de weilanden langs de Aa op de Ommelse Bos onder water komen te staan, zoals de Provinciale Noordbrabantsche en 's Hertogenbossche courant van 28-12-1929 weet te melden:

12

Ook in de periode 1930-1938 woont Hendrikus van den Eijnden in het huis op de Deurnescheweg 14 tot zijn verhuizing naar de Stationsstraat 29 in Asten:

13

Hendrikus van den Eijnden verhuist rond 1935 naar de Stationsstraat in Asten en is op 14-02-1936 te Asten overleden. In de krant de Zuid-Willemsvaart van 28-01-1933 verkoopt hij al vele bezittingen.

14

Vanuit de Leensel komt in het huis wonen Marinus van de Warenburg, geboren op 04-09-1903 te Someren als zoon van Theodorus van de Warenburg en Johanna Maria van Meijl. Hij is te Someren op 05-05-1930 getrouwd met Maria Johanna van Col, geboren te Beek en Donk op 18-09-1905 als dochter van Johannes van Col en Maria Voets. In het bevolkingsregister van Asten over de periode 1930-1938 wonen zij met hun gezin in het huis op Deurnescheweg 14:

15

In de krant de Zuid-Willemsvaart van 26-11-1936 en die van 15-01-1941 staan de geboortes van zoon Wilhelmus en dochter Maria:

16 17

Zij verhuizen in april 1941 naar Someren en Marinus van de Warenburg is op 06-12-1974 te Someren overleden. Maria Johanna van Col is op 19-06-1990 te Someren overleden en hieronder en hieronder de bidprentjes bij hun overlijden:

18 19
20 21

Het huis is na de bewoning door van de Warenburg tot 1957 bewoond door Piet en Koos Verberne samen met hun kinderen Jan, Mia en Martien. Het huis is daarna deels afgebroken in verband met het rechttrekken van de Deurneseweg. Vervolgens heeft Johannes (Hanneske) Timmermans (zie Oostappensedijk 50) er nog jaren gewoond totdat Christianus Theodorus (Janus) Leenders een nieuw huis heeft gebouwd op de Ommelse Bos.

Overzicht bewoners

Hoeve op Ommelsche Bosch
Jaar Eigenaar Geboorte Hoofdbewoner Geboorte
1632 Dirck Verheyden
1662 Frans Mathijssen de Groot ±1600 Aelbert Jansen ±1630
1688 Frans Mathijssen de Groot ±1600 Gerit Eymert van Loon ±1650
1697 Antoni Peter van der Linden ±1655 Antoni Peter van der Linden ±1655
1707 Jan Anthonis van der Linden Asten 24-06-1686 Jan Anthonis van der Linden Asten 24-06-1686
Ommelsche Bosch huis 5
Jaar Eigenaar Geboorte Hoofdbewoner Geboorte
1736 Jan Toens van der Linden Asten 24-06-1686 Jan Toens van der Linden Asten 24-06-1686
1741 Jan Teunis van der Linden Asten 24-06-1686 Jan van der Linden Asten 24-06-1686
1746 Jan Teunis van der Linden Asten 24-06-1686 Jan Teunis van der Linden Asten 24-06-1686
1751 Jan Teunis van der Linden Asten 24-06-1686 Jan Teunis van der Linden Asten 24-06-1686
1756 Jan Teunis van der Linden Asten 24-06-1686 Jan Teunis van der Linden Asten 24-06-1686
1761 Jan Teunis van der Linden Asten 24-06-1686 Jan Teunis van der Linden Asten 24-06-1686
1766 Jan van der Linden Asten 11-12-1740 Jan van der Linden Asten 11-12-1740
1771 Jan Janse van der Linden Asten 11-12-1740 Jan Janse van der Linden Asten 11-12-1740
1776 Jacobus van der Linden en Francis de Greeff Asten 27-05-1743 Francis de Greeff Nuenen 31-07-1741
1781 Jacobus van der Linden en Francis de Greeff Asten 27-05-1743 Jan en Jacobus van der Linden Asten 27-05-1743
1798 afgebrand afgebrand
1803 opgebouwd Peter Rooijackers Stiphout 24-07-1756 Peter Rooijackers Stiphout 24-07-1756
Kadasternummer B56
# Periode Naam eigenaar Geboorte Opmerking Verandering
B56 1832 Theodorus van den Eijnden Asten 06-03-1782
Deurnescheweg 14
# Periode Naam hoofdbewoner Geboorte Tweede persoon Geboorte Vertrek
1811-1829 Peter Rooijakkers Stiphout 24-07-1756 met kinderen 01-08-1829
1829-1859 Theodorus van den Eijnden Asten 06-03-1782 Henrica Rooijakkers Asten 01-02-1787 05-11-1857
B89 1859-1869 Jan van den Eijnden Asten 07-10-1806 Petronella Vlemmix Asten 09-09-1827
B93 1869-1879 Jan van den Eijnden Asten 07-10-1806 Petronella Vlemmix Asten 09-09-1827
B91 1879-1890 Jan van den Eijnden Asten 07-10-1806 Petronella Vlemmix Asten 09-09-1827 30-04-1890
B92 1890-1900 Petronella Vlemmix Asten 09-09-1827 weduwe Jan van den Eijnden
B88 1900-1910 Petronella Vlemmix Asten 09-09-1827 weduwe Jan van den Eijnden 17-04-1902
B86 1910-1920 Hendrikus van den Eijnden Asten 15-04-1860 Maria Aarts Asten 02-07-1858
B88 1920-1930 Hendrikus van den Eijnden Asten 15-04-1860 met anderen
14 1930-1935 Hendrikus van den Eijnden Asten 15-04-1860 14-02-1936
14 1935-1938 Marinus van de Warenburg Someren 04-09-1903 Maria Johanna van Col Beek 18-09-1905
Referenties
  1. ^Informatie over Eindhoven en omgeving (https://www.eindhoveninbeeld.com/)
  2. ^Vlierdens Verleden (http://www.henkbeijersarchiefcollectie.nl/)

De meest gebruikte referenties staan in de introductie vermeld
Gecontroleerd door Helmi Loomans

Laatst bijgewerkt op 30 september 2022, 17:22:34

XS
SM
MD
LG
XL
Heemhuis, Molenstraat 10, 5711 EW, Someren
Open voor bezoekers op dinsdag van 9 tot 12 uur en op donderdag van 19 tot 21 uur
(0493) 472 423 hkkdevonder@xs4all.nl
Het archeologiehuis is na afspraak open voor bezoekers
Bel hiervoor Jacques van Ooijen op 06-36 14 12 02 of mail gewoonjacques@gmail.com
Printen