logo

De Vonder Homepagina


Voormalig huis B450 en B451

Joost Jansen Coopman wordt eigenaar van het huis en Jan Jan Everts is bewoner:

Asten Rechterlijk Archief 78 folio 55, 18-10-1656:
Johan Boomardts, griffier van zijn Koninklijke Majesteit van Spangien, int vernieuwen van de wetten der steden en kastelerijen van de provincie Vlaenderen zoon van wijlen Hendrick Boomardts, man van Maria Mennen, Peeter Anthonis Laetgen, zoon van Anthonis Laetgen man van Heylken Mennen. Nicolaes Gijsberts als momboir van de onmondige kinderen van wijlen Peeter Jan Mennen man van Maeyken Soetenwey. Zij verkopen aan Joost Jansen Coopman, een huis, hof, hofstad en twee stukjes land te Ommel, ene zijde Michiel Jacobs van de Cruys, andere zijde 't Convent van Ommel, ene einde de straat.

Verpondingen XIV-68 folio 44, 1662:
Joost Jansen, gebruiker Jan Jan Everts, huijs.

Joost Jansen de Coopman is geboren rond 1600 en rond 1633 getrouwd met Jenneke Hans Eyen. Na haar overlijden rond 1636 is Joost Jansen de Coopman rond 1640 hertrouwd met Jenneke Diepenbeecx, geboren te Asten rond 1613 als dochter van Huybert Jan Diepenbeecx en Mayken Lucas en weduwe van Jan Dircx (zie Busselseweg 5). De gezinnen van Joost Jansen de Coopman met Jenneke Hans Eyen en met Jenneke Diepenbeecx:

# Voornaam Geboorte Huwelijk Overlijden Referentie
1 Jan* Asten ±1634
2 Huybert Asten ±1640 >1686
3 Joost Asten ±1642 Kind Asten ±1642
4 Jan Asten ±1644 ±1670
Elisabeth Fredriks
Asten 07-11-1706
Lysebeth Thys Vermeulen
Asten 07-08-1732 zie ook Kloostereind 2 
5 Antony Asten 29-12-1646 Asten ±1665
Maria Jan Jacob Slaets
Asten 17-04-1720 zie ook Diesdonk 26
6 Maria Asten 29-12-1646 Asten 13-10-1675
Jan Peters van Geldrop
Asten 30-06-1680
Johannes Aerts Jansen
Asten 28-05-1688

*  kind uit het eerste huwelijk, hetgeen gebaseerd is op onderstaande archiefstukken:

Asten Rechterlijk Archief 78 folio 105 verso; 06-10-1659:
Jan Joost Jansen Coopman, zoon van Jenneken, dochter Hans Eyen, zijn vaders eerste vrouw, heeft ontvangen van zijn vader ƒ 200,- dit in volle voldoening en uitkoop van zijn kindsdeel, dat hem door overlijden van zijn moeder, van zijn vaders goederen toekomt. Dit is ook mede de betaling indien zijn vader komt te overlijden. Alzo zijn volledig kindsdeel en hij verklaart geen pretenties meer te hebben.

Asten Rechterlijk Archief 80 folio 13 verso; 25-08-1673:
Tussen Joost Janssen en Jan Joosten, zijn voorzoon, is in 1659 een contract gemaakt dat de voorzoon zou hebben enige preferentien. Er wordt een nieuw contract gemaakt met onder andere dat de nakinderen zullen ieder vooraf hebben ƒ 200,-.

Joost Jansen de Coopman woonde eerder in een nabijgelegen huis (zie Voormalig huis B453). Hij koopt en verkoopt land:

Asten Rechterlijk Archief 77 folio 123 verso; 27-03-1653:
Andries Bastiaens en Frans Joosten als momboiren van Sijken weduwe Teunis Bastiaens verkopen aan Joost Janssen alias Coopman land achter den Meulenberch 1 lopense naast Evert Peeters.

Asten Rechterlijk Archief 78 folio 151 verso; 20-08-1661:
Hendrick Jan Canters verkoopt aan Joost Jansen Coopman land achter 't Clooster te Ommel, ene zijde 't Convent, andere zijde en ene einde de koper, andere einde de weg.

Asten Rechterlijk Archief 78 folio 179 verso; 20-05-1662:
Joost Jansen Coopman verkoopt aan Cornelis Jansen Kemp land achter de Molendijck 1 lopense naast Evert Vesters.

Joost Jansen de Coopman wordt verdacht van het bedreigen van Meester Anthonie Canters en het stelen van hout:

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 19-07-1667:
Joost Janssen Coopman aanlegger contra Meester Anthoni Canters gedaagde.
Ik ondergeschreven verklaar op mijn mannenwaarheid en priesterschap dat ik met mijn vader ben gekomen uit het Dorp, gaande naar huis. Onderweg heeft Joost Janssen Coopman mijn vader gewecklacht met een blank mes in zijn hand en meende alzo mijn vader van achtere te doorsteecken als deze zich niet had gedefendeert. Francis Canters, priester.

Heren Schepenen gelieve te verhoren ter instantie van Meester Anthony Canters, Peeter Andriesse, 28 jaar, Anneke gehuwd met Peeter Andriessen, 48 jaar, Geeff Janssen van Rest, 56 jaar, Peeter Jan Canters, 36 jaar, Anthonis Jan Deynen, 50 jaar, Bruysten Franssen, 40 jaar, Cornelis Janssen Cemp, 43 jaar, Joris Willems, 43 jaar. Dits merk van Joris Willems.
Aan de eerste vier te vragen of het hun niet kennelijck is en of zij niet met eigen ogen hebben gezien dat Joost Janssen Coopman verscheidene reysen is gekomen van het Ommelsche Broeck met hiester ofte houdt dit dragende naar zijn huis, hoe dikwijls, waartoe hij het hout was gebruikende en of zij het hem hebben zien houwen?
Peeter Andriesse verklaart dat hij 15 of 16 jaeren herwaerts, drie ofte vier onbeheept, Joost Jansen Coopman over de straat enig hout naar zijn huis heeft zien dragen weet verder niet van hoe, wat, waar. Zijn vrouw Anneke verklaart dat zij gezien heeft, nu al vele jaren geleden, zittende in haar huis, spinnende, dat Joost Janssen Coopman daar voorbijgaande, dragende een hout. Zij heeft het maar eens gezien, niet wetende of het een heester was of hoe hij het zelve gebruikt heeft. Geeff Janssen van Rest heeft van het gevraagde egeene de minste kennisse. Peeter Jan Canters weet alleen dat hij, vele jaren geleden, Joost Janssen Coopman op het Ommels Broeck heeft sien houwen een heester, sonder te connen segen of hij de selve geheel afhouwde of niet. Hij heeft hem alleen zien kappen.
Aan de anderen te vragen of zij niet weten dat Joost Janssen Coopman de thiende op het land van Meester Anthony Canters heeft ontvoert en aan U heeft moeten restitueren, hoeveel hij U heeft moeten geven?
Bruysten Franssen weet dat, nu ongeveer twee jaar geleden, Joost Jansen Coopman een Geestelijke clamptiende hoogh Ommel heeft gepacht, gelegen naast de Geestelijke clampentiende van Cornelis Cemp en Joris Willems en dat Joost Jansen Coopman, van een akker van Anthonis Canters, groot circa 2 lopense, liggende in hun clamp, de thiende daarvan heeft gehaald. Aanvoerende dat het onder zijn pacht viel. Deponent cum suis hebben hierover Joost Jansen Coopmans aangesproken waarna deze afstand heeft gedaan en hen hun contentement gegeven. Cornelis Janssen Cemp en Joris Willems verklaren ongeveer gelijkluidend.
Aan Geeff Janssen van Rest te vragen of hij weet dat Joost Jansen Coopman tussen Omel en het Dorp heeft liggen wachten op Meester Anthoni Canters? Dat hij met een bloodt messe in de handt op U is toegesprongen en in de hand of duim gekwetst heeft. Dat hij daarna Meester Anthoni Canters is achtervolgd ook met het mes in de handt?
Geeff Janssen van Rest verklaart te persisteren bij zijn verklaring die hij in deze, nu omtrent 20 jaar geleden, heeft afgelegd. 

Joost Jansen de Coopman wil een achterstallige betaling innen:

Asten Rechterlijk Archief 6 folio 214; 09-12-1671:
Joost Jansen Coopman, te Ommel, aanlegger contra Frans Joost Scrubbers, gedaagde. Betaling van 11 gulden 14 stuiver eenen halven wegens huyshueringe ende gehaelt wassche. 

Joost Jansen de Coopman verkoopt een stuk groes:

Asten Rechterlijk Archief 81 folio 28 verso; 20-02-1680:
Joost Jansen Coopman verkoopt aan Thomas Jan Canters groes te Ommelen 1 lopense, ene zijde de straat, andere zijde en einde Frans Martens cum suis, ene einde de weduwe Peeter Canters. Verponding ƒ 0-10-0. Koopsom ƒ 100,-.

Joost Jansen de Coopman is op 19-07-1683 te Asten overleden en Jenneke Diepenbeecx wil de schulden innen:

Asten Rechterlijk Archief 8 folio 273; 28-06-1684:
Jenneke weduwe Joost den Coopman, aanlegger contra de weduwe Jelis Jansen, op de Leensel, gedaagde. Betaling van 2 gulden 2 stuiver wegens geleverd vlas presenterende Marie Joosten, dochtere van de aanlegster de deugdelijckheydt van de eysch, als boeckhoudersse met eede te bevestigen. Dezelfde aanlegster contra Peeter, gedaagde. Betaling van 3 gulden wegens geleend geld.
Dezelfde aanlegster contra Willem Goorts, gedaagde. Betaling van 3 gulden 19 stuiver van geleverd vlas.
Dezelfde aanlegster contra Philips Thomas, gedaagde. Betaling van 1 gulden 13 stuiver wegens geleverd vlas.
Dezelfde aanlegster contra Leendert Jan Coolen, gedaagde. Betaling van 2 gulden 3 stuiver wegens geleverd vlas.
Dezelfde aanlegster contra Peeter Leenders, gedaagde. Betaling van 1 gulden 13 stuiver wegens geleverd vlas.

Haar schoonzoon Johannes Aarts maakt de balans op voor de door hem voorgeschoten goederen:

Asten Rechterlijk Archief 145; 10-10-1684:
Specificatie van kosten die Jan Ardts heeft gedaan voor ons moeder Jenneke Coopmans: verschoten geld; verhaelde waren olie, peper, nootmuskaat, zeep, stijfsel; een blouwmuyser om haar struyfpan op te lappen; rode suiker, witter suiker. Totaal ƒ 36-3-6.

Jenneke Diepenbeecx, weduwe van Joost Jansen de Coopman, verhuurt het huis en verkoopt haar roerende goederen:

Asten Rechterlijk Archief 108 folio 3; 09-02-1685:
Jenneke, weduwe Joost Jansen Coopman heeft in huur uitgegeven aan Jan Jansen Coopman huis, hof, hofstad, aangelag, land en groes te Ommelen 6 lopense, zoals Jan Aelberts, met uitzondering van de Camp, het in huur heeft gehad. Huurtermijn 8 achtereenvolgende jaren. Huursom ƒ 20,- per jaar exclusief de lasten.

Asten Rechterlijk Archief 145; 28-12-1685:
Jenneke, weduwe Joost Janssen Coopman, zal verkopen meubelen, bestialen, hooy ende strooy. Totale bruto opbrengst ƒ 93-11-08

Asten Rechterlijk Archief 108 folio 37, 18-01-1686:
Jenneke weduwe van Joost Janssen Coopman geassisteerd met Joost, haar zoon, heeft in huur gegeven aan Jan Aerts, haar zwager een huis, hof, hofstad, aangelag, land en groes te Ommel 10 lopense. Zoals Jenneke tegenwoordigh in huyringe en gebruyck is hebbende. Hij zal Jenneke, zijn schoonmoeder, gedurende haar verdere leven onderhouden in kost en drank, op dezelfde wijze als hij leeft. Indien zij meer nodig heeft dan hij in huis heeft zal zij het zelf bekostigen. Jenneke zal geen goederen verkopen, tenzij dringend nodig. De lasten zijn voor de huurder.

Jenneke Diepenbeecx geeft haar zoon Huybert geld in plaats van zijn deel in de goederen en moet daarvoor geld lenen:

Asten Rechterlijk Archief 108 folio 43; 01-03-1686:
Jenneke, weduwe Joost Janssen Coopman, te Ommel, verklaart, om haar moverende reden, te hebben laten volgen aan Huybert Joost Coopmans, haar zoon, ƒ 275,- of de waarde daarvan. Dit in plaats van zijn houwelijcx ende patrimonie goet. Na de dood van zijn moeder zal hij geen rechten meer hebben op de nalatenschap van zijn ouders.

Asten Rechterlijk Archief 108 folio 43 verso; 01-03-1686:
Jenneke, weduwe Joost Jansen Coopman, geeft, uit kracht van testament schepenen alhier van 18-02-1683 tussen haar en haar man procuratie aan Jan Aerts, haar schoonzoon om namens haar, te 's Hertogenbosch, bij Anna van Mell ƒ 300,- op te nemen. Constituante en haar goederen staan borg.

Jenneke Diepenbeecx is als Jenneke Joosten de Coopman op 14-05-1688 te Asten overleden en hieronder de doodakten van Joost Jansen de Coopman en Jenneke Diepenbeecx:

Daarna wordt de erfenis verdeeld tussen zoon Antoni Joosten Coopman en schoonzoon Johannes Aerts Jansen:

Asten Rechterlijk Archief 108 folio 113, 30-11-1688:
Antony Joosten Jansen en Jan Aerts man van Maria Joost Jansen, kinderen en erven van wijlen Joost Jansen Coopman en Jenneke Diepenbeecx. Zij delen de nagelaten goederen.
1e lot krijgt Antony, de camer en de keucken, weefhuyske en de helft van de hof naast Johan van de Cruys scheidende op het gebont tussen de keuken en de koestal, staande te Ommel, ene zijde de straat, andere zijde Peeter Reynders, ene einde Jan van de Cruys, andere einde de delers; land de voorsten Bergh 2 lopense naast Antony Canters; de helft van de Camp geheel 2 1⁄2 lopense naast Peeter Reynders; land de cleyne Loo 1 1⁄2 lopense naast Huybert van Maris; groes het achterste Ven 2 lopense naast Catarina Horckmans. Belast met de helft van 5 stuiver per jaar aan rentmeester van Hurn; 4 penningen per jaar aan de Heer van Helmont.
2e lot krijgt Jan Aerts, de koestal met de schuur recht op het gebont tussen de keuken en de koestal met de schop, bakhuis en de helft van den hof de zijde van Hendrick Canters te Ommel, ene zijde Peeter Reynders, ene einde de delers, andere einde Meester Antony Canters; het huiske en aangelag met de Rijtacker geheel 4 lopense, ene zijde het Convent van Ommel, andere zijde Jacob van de Cruys, beide einde de straat; de helft van de Camp geheel 2 1⁄2 lopense naast Meester Antony Canters; land de Loo 7 copse naast het Convent van Ommel; land den Bergh 2 lopense naast de kinderen Tijs Bruystens; groes het voorste Ven 2 lopense naast Antony Josephs. Belast met de helft van 5 stuiver per jaar aan rentmeester Hurn; de pacht aan het Convent van Ommel; de cijns aan de Heer van Helmont. 

Ook willen zij de huur beëindigen met Jan Joosten Smit:

Asten Rechterlijk Archief 9 folio 349; 09-03-1689:
Jan Aerts en Antony Joosten, namens wijlen Jenneke, weduwe Joost Jansen Coopman, aanleggers contra Jan Joosten de Smit, gedaagde. Aanleggers hebben een huurcedulle de dato 09-02-1685 van ƒ 20,- per jaar. Zij verzoeken om directe betaling of deze ten laste van gedaagdes goederen executabel te stellen. 

In de verpondingen van 1680 en 1709 staat Antoni Joosten Coopman als eigenaar:

Verpondingen XIV-58 folio 13, 1680:
Antonij Joosten Coopmans.

Verpondingen XII-5 folio 19, 1709:
Antonis Joosten.

Zoon Antoni Joosten Coopman is geboren te Asten op 29-12-1646 en is op 04-01-1665 te Asten getrouwd met Maria Jan Jacob Slaets, geboren te Asten rond 1641 als dochter van Jan Jacob Slaets en Margriet Ceele (zie Diesdonk 26).

Anno 1665, Januarij 4; Anthoni Joosten, Marike Hendrix (?); testes Joost den Coopman, Jacob van de Cruys.

4 januari 1665; Anthoni Joosten, Marike Hendrix (?); getuigen Joost den Coopman, Jacob van de Cruys.

Het gezin van Antoni Joosten Coopman met Maria Jan Jacob Slaets:

# Voornaam Geboorte Huwelijk Overlijden Referentie
1 Adriana Asten 14-08-1665 Kind Asten ±1665
2 Adriana Asten 21-06-1666
3 Margriet Asten 13-10-1674 Asten 02-02-1702
Cornelius Driessen
Turnhout (B) >1709 *

*  dochter Margriet wordt nog genoemd in de archieven als zij geld tegoed heeft van haar oom Marcelis Jan Jacob Slaets en dat er borgvoor haar gestaan wordt, mocht zij tot armoede geraken:

Asten Rechterlijk Archief 86 folio 86; 12-01-1690:
Marcelis Jan Jacob Slaets is ook gehouden jaarlijks te betalen aan Margriet, dochter Antony Joosten Coopman ƒ 1,50 en als zij mondig wordt, uit te keren ƒ 30,- zijnde het kapitaal van deze ƒ 1,50,-.

Asten Rechterlijk Archief 112 folio 6 verso 31-05-1709:
Matijs van de Cruys en Peeter Canters, armmeesters, verklaren voor schepenen, dat zij zich borg stellen voor Margrieta, dochter Antony Joosten Coopman en Marie Slaets, geboren te Asten, welke getrouwd is met Cornelis Driessen, wonende te Turnhout. De borgstelling wordt gedaan voor Margrieta en de helft van haar kinderen uit dit huwelijk geboren of nog geboren wordende. 

Antoni Joosten Coopman woonde met zijn gezin eerst op de Diesdonk (zie Diesdonk 26). Maria Jan Jacob Slaets is als Maria Anthonis Joosten op 29-06-1686 te Asten overleden.

Antoni Joosten Coopman heeft een schuld bij zijn zwager Johannes Aerts Jansen:

Asten Rechterlijk Archief 86 fol 33vo 10-05-1687:
Antony Joosten de Coopman is schuldig aan Jan Aert Jansen, zijn zwager ƒ 100,- à 4%.

Antoni Joosten Coopman ruilt van huis met zijn zus en het huis waarin hij dan komt te wonen moet in de buurt hebben gelegen, maar is voordat het kadaster rond 1830 zijn intrede deed, verdwenen:

Asten Rechterlijk Archief 86 folio 84; 02-01-1690:
Jan Aerts, te Ommel heeft bij erfmangeling verkocht aan Antony Joosten Coopmans, zijn zwager huis, hof en aangelag te Ommel 1⁄2 lopense. Laatst in bewoning bij Jan Joosten, ene zijde Jan Aerts, andere zijde Jacob van de Cruys, ene einde het Convent van Ommel, andere einde de straat; land gelegen bij Huybert van Maris 2 lopense naast de erven Bruysten Tijs Colen. Koopsom ƒ 150,-.

Asten Rechterlijk Archief 86 folio 84 verso; 02-01-1690:
Antony Joosten Coopmans heeft bij erfmangeling verkocht aan Jan Aerts, zijn zwager de kamer met de keucken en het weefhuiske met de helft van de hof en aangelag te Ommel en waar, hij Antony, in woont 1⁄2 lopense, ene zijde Jan Aerts, andere zijde Johan van de Cruys, ene einde de straat, andere einde de kinderen van Meester Antony Canters; de helft van de Camp geheel 1 lopense naast Peeter Reynders; land den Bergh 1 1⁄2 lopense naast de weduwe Lambert Stevens. Belast met ƒ 0-2-8 per jaar aan rentmeester van Huiren. Koopsom ƒ 150,-

Maria Joosten Coopman is geboren te Asten op 29-12-1646 en is op 13-10-1675 te Asten getrouwd met Jan Peters van Geldrop. Na diens overlijden is zij op 30-06-1680 te Asten hertrouwd met Johannes Aerts Jansen, geboren te Asten rond 1640 als zoon van Aert Jansen. Maria Joosten Coopman is op 28-05-1688 te Asten overleden en Johannes Aerts hertrouwt op 22-05-1689 te Asten met Maria Petri Coninx, geboren rond 1661 te Stokkum (B) als dochter van Peter Koninckx en Maria Willems Dircx (zie Markt 17 en 19):

Conjuncti sunt matrimonio Joannes Aerts et Maria Joost Jansen; testes Franciscus et Arnoldus Jansen.

In huwelijk gebonden Joannes Aerts en Maria Joost Jansen; getuigen Franciscus en Arnoldus Jansen.

02

De gezinnen van Johannes Aerts Jansen met Maria Joosten Coopman en met Maria Petri Coninx:

# Voornaam Geboorte Huwelijk Overlijden Referentie
1 Johannes Asten 11-07-1682 Ongehuwd Asten 16-08-1756 **
2 Judocus Asten 01-09-1685 Asten 07-12-1710
Allegonda Aerts
Asten 20-11-1734
Mary Jansen
Asten ±1760 ***
3 Petrus* Asten 06-03-1690 >1714
4 Henricus* Asten 10-10-1691 >1714
5 Wilhelmus* Asten 04-06-1693 Helmond 15-02-1722
Maria Dielis
Asten 21-06-1739
Wilhelmina Willem Loomans
Asten ±1745 zie Markt 15
6 Cornelius* Asten 04-01-1696 Kind Asten ±1696

* kinderen uit het tweede huwelijk van Johannes Aerts Jansen
** Johannes Jansen Aerts wordt geregeld als ondervorster en nachwaker genoemd
*** zoon Judocus, die in Holland werkte, heeft geen onroerende goederen zoals blijkt uit onderstaand archiefstuk na het overlijden van zijn vader en de staat en inventaris bij zijn tweede huwelijk:

Asten Rechterlijk Archief 148; 20-01-1718:
Op 19-01-1718 ben ik, Jacob Baessen, ondervorster, in opdracht van Johan Doenssen cum suis borgemeesters Sint Jan 1714-1715, ter voldoening van ƒ 16-6-10, geweest bij Joost zoon wijlen Jan Arts den Coopman, als bezitter van de goederen van zijn vader, om hem te vragen welke panden in executie gedaan konden worden en deze aan te wijzen. In het huis heb ik geen goederen of panden gevonden. Hij heeft mij verder gezegd dat hij geen vaste goederen aan kon wijzen omdat hij die niet bezat en er ook niets van wist. Dit omdat hij het grootste deel van het jaar in Hollandt was verblijvende en wonende om sijnen cost te winnen tot sobre onderhoudt van sijn vrou ende twee kinderen. Ende als hij tot Asten was dat hij dan op een gehuert weeffgetouw most gaen weven. Hij had huisraad moeten lenen om te kunnen cooken en deze had hij inmiddels weer terug gebracht aan de eigenaren. Verder heeft hij gezegd dat hij in de Frunt off gijselplaetse niet zou komen. Ook zouden de borgemeesters, zijn huis en aangelag, achtergelaten door wijlen zijn vader en door hem gekocht gerust kunnen verkopen, want hij was toch niet in staat om het te bewonen en te onderhouden. Reden ook dat Draeck de veste van deze koop nooit aan hem had willen uitgeven.

Asten Rechterlijk Archief 117 folio 82 verso; 24-11-1734:
Joost Jansen, weduwenaar Aleke Aarts maakt ten behoeve van zijn twee minderjarige kinderen een staat en inventaris. Hij wil hertrouwen met Mary Jansen, jonge dochter, geboren te Helden en wonende te Asten.
Roerende goederen: een beddekoets, bed en toebehoren, een oud tafellaken, een weefgetouw met zes kammen, een pot, een pan een ketel, enige klein landbouwgereedschap, twee koperen en een ijzeren kandelaar, vier stoelen en een gootbank, zes tinnen schotels, een stand- en melktobbe.

Voor zijn tweede huwelijk moet Johannes Aerts Jansen huwelijkse voorwaarden opmaken:

Asten Rechterlijk Archief 108 folio 125; 17-05-1689:
Jan Aerts getrouwd geweest met Maria Joosten, aanstaande bruidegom geassisteerd met Aert Jansen, zijn vader en Jan Joosten Coopman, geëde momboir over de twee onmondige kinderen van Jan Aerts en Maria Joosten ter eenre en Maria Peeter Conincx, aanstaande bruid geassisteerd met Joost Roefs, haar stiefvader en Marcelis Antonis, zijn zwager ter andere zijde. Zij maken huwelijksvoorwaarden onder andere: Indien uit dit aanstaande huwelijk kind(eren) geboren worden, zullen zij met de twee voorkinderen, uit het eerste huwelijk, met name Jan Jansen en Joost Jansen zijn één kinderen. Indien bruid of bruidegom komen te overlijden, zonder kind(eren) uit dit huwelijk na te laten, zal de langstlevende van hen beide ƒ 50,- ontvangen. De inbreng van de overledene zal dan weer gaan naar de zijde vanwaar dit gekomen is. De goederen tijdens het aanstaande huwelijk verkregen zullen dan half / half verdeeld worden. 

Antoni Joosten Coopman verkoopt groes aan Johannes Aerts Jansen:

Asten Rechterlijk Archief 88 folio 14; 28-02-1697:
Antony Joosten den Coopman verkoopt aan Jan Aerts, zijn zwager groes het Ven te Ommel, ene zijde de koper, andere zijde Bastiaen Verhoeven.

Antoni Joosten Coopman verkoopt zijn huis en het is vooralsnog niet duidelijk waar hij daarna heeft gewoond al is dat op 66-jarige leeftijd nog wel in Ommel:

Asten Rechterlijk Archief 89 folio 50; 03-11-1702:
Antony Joosten Coopman verkoopt aan Hendrick Canters huiske, hofstad en aangelag te Ommel 1 1⁄2 lopense, ene zijde het Convent van Ommel, andere zijde Jan Aerts, ene einde de straat; land op de Loo 1 1⁄2 lopense naast de kinderen Huybert van Maris. Belast met 1 ort per jaar cijns aan het boek van Helmont. Koopsom ƒ 175,-.

Asten Rechterlijk Archief 113 folio 26; 04-05-1712:
Jan Antonis Deynen, 70 jaar en Antony Joosten Coopman, 66 jaar, beiden te Ommel. Zij verklaren dat Matijs Antonis Muyen een neef is van wijlen de Heer Antonis Mennen, in leven pastoor, te Swalmen, ontrent Rueremonde. En dat deze even na is verwant aan voornoemde Antonis Mennen als Laurens Bruystens, welke nu, sedert circa acht jaar, een jaarlijks inkomen van 16 patacons ontvangt uit de Beurse van Antonis Mennen. 

Antoni Joosten Coopman leeft dan wel in armoede:

Asten Rechterlijk Archief 114 folio 89; 02-03-1715:
Antony Joosten Coopman, geboren en wonende te Asten, welcke ons te kennen heeft gegeven dat hij tot het becomen van sijn lichaemsonderhout, alhier als elders, eenige coopmanschap van hoenderen, enden en genten is dirigerende en ofschoon deselve een seer geringhe coophandel is, dat hij echter des onaengesien in lantschappen is aengehouden geworden. Hij verzoekt om een attestatie. Deze wordt hem om zijn armoede pro deo verstrekt. En verzocht wordt hem te laten passeren en repasseren sonder aen hem, off sijne geringhe bijhebbende goederen schade te doen, maer integendeel hulp en bijstant te bewijsen. 

Maria Petri Coninx, de tweede vrouw van Johannes Aerts Jansen, wordt gelijk gesteld in de erfenis van haar moeder en stiefvader: 

Asten Rechterlijk Archief 110 folio 66 verso; 07-11-1699:
Joost Roefs en Maria Willem Dircx en weduwe Peeter Conincx, in leven geweest molder te Stockheyn. Zij maken een contract om alle verschillen te voorkomen tussen hun drie nakinderen en tussen de twee voorkinderen van Peeter Conincx met name Heylke getrouwd met Marcelis Antonis en Maria getrouwd met Jan Aerts Coopman. Alle goederen haef of erve die zij tegenwoordig bezitten en nog verkrijgen zullen zijn één goederen die de beide contractanten zullen blijven behouden en bezitten en na hun beider dood zullen succederen op de twee voorkinderenen de drie nakinderen met name Peter, Joost en Elisabet om hoofdsgewijze te verdelen. De nakinderen zullen een uytsetsel ontvangen zoals de voorkinderen hebbengehad.

Johannes Aerts Jansen wordt aangesteld als ijkmeester:

Asten Rechterlijk Archief 1 folio 109; 12-11-1700:
Jan Aerts, te Ommel, is aangesteld als eyckmeester.

Johannes Aerts Jansen erft een huis aan het Marktveld van zijn schoonouders:

Asten Rechterlijk Archief 110 folio 214 verso; 27-03-1706:
Joost Roefs, schepen, Peeter en Joost, zijn zonen, Marcelis Anthonissen getrouwd met Heylke, Jan Aerts Coopman getrouwd met Marie kinderen van Peeter Conincx, Matijs Jansen Cuypers getrouwd met Elisabet, dochter Joost Roefs. Allen kinderen van Marie Willem Dircx en Joost Roefs, hun vader en stiefvader. Zij verdelen de nagelaten goederen zoals die door Joost en Marie bij hun huwelijk zijn ingebracht en tijdens hun huwelijk zijn verkregen. Alsook de goederen die door Joost, na de dood van Marie, nog verkregen zijn.
2e lot krijgt Jan Aerts Coopman het klein huiske met de schop daaraan en den hof achter de schop tot de heg, ene zijde Faes Kerckels, andere zijde Joost Joost Roefs, ene einde het Marcktvelt. Verponding ƒ 1,- per jaar; ƒ 300,- ten laste van Marcelis Antonis, Peeter Roefs, en Matijs Jansen Cuypers. Marge: 29-03-1706 Marcelis Antonis heeft ƒ 100,- voldaan; 31-12-1708 Peeter Roefs heeft ƒ 100,- voldaan.

Twee zonen van Johannes Aerts Jansen worden verhoord:

Asten Rechterlijk Archief 114 folio 54 verso; 01-10-1714:
Hendrick Jan Aerts, 21 jaar, Peeter Jan Aerts, 24 jaar en Jan Janssen van den Loverbosch, 20 jaar. Zij verklaren, onder eede, ten faveure van justitie, dat zij verleden zondagavond, tot 11 uur 's avonds, zijn geweest in de herberg van Jan van Riet, gewezen vorster, en verklaren de eerste en derde deponent gehoord te hebben dat Jan van Riet tegen Peeter Jan Aerts, in het gehele gezelschap zei: "Ick wenste dat den drost mijn soon in plaats van Peeter Jan Aerts hadde gehat, ick sou hem hebben laten sitten". En verder zei hij, Jan van Riet: "Peeter, ligt daar van verclaring, want het sal U connen verweten worden". De tweede deponent verklaart op zondag, 23-09-1714, met Willem Jan Loomans te zijn gegaan naar het huis van de drossard, met de intentie om daar binnen te gaan, echter den deponent schripuel zijnde, verklaard, tegen Willem Jan Lomans gezegd te hebben: "Willem, mag men in sulcke huysen wel gaan?" Waarop Willem antwoordde: "Ja, waarom soude men dat niet doen mogen". Hierop is gebeld en de deur geopend zijnde, zijn zij tot in de keuken gegaan en van daar naar de achterkeuken. De drost, thuis gekomen zijnde, was daarover enigszins ontsteld. Hij, deponent, verklaart verder, gisteren, 30-09-1714, in de herberg van Jan van Riet geweest te zijn en dat Jan van Riet hem, deponent, over het gepasseerde ten huize van de drossard heeft aangesproken en in het gezelschap openlijk zei: "Ick  wenste wel dat den drost een van mijn soonen in plaats van U hadde gehat, ick soude het hem wel geleert hebbe of moe gemaakt hebbe".

Johannes Aerts Jansen is op 21-04-1716 te Asten overleden en Maria Petri Conincx maakt een inventaris:

Asten Rechterlijk Archief 114 folio 198 verso, 12-11-1716:
Inventaris gemaakt door Maria Peeter Conincx weduwe van Jan Aarts, van de goederen die ten tijde van het solemniseeren van haar huwelijk met Jan Aarts aanwezig waren in het sterfhuys van Maria Joosten dit ten behoeve van Joost en Johan, zoonen van Jan Aarts.
Onroerende goederen: een huis, stal, schuur en een agterhuysken met een hoofken te Ommel, ene zijde advocaat Swinckels, andere zijde erven Michiel van de Cruys, ene einde de straat, andere einde Hendrik Thopoel; groes 't Ven 2 lopense naast advocaat Swinckels en voor deze Antony Coopmans; land en groes een Camp aant eyntje van Ommel 2 lopense naast Hendrick Tho poel; land den Berg 2 1⁄2 lopense naast de erven Antony Kanters.
Uit deze goederen, of uit de navolgende Rijtacker gaat een pagtje aan rentmeester van Hurn. Van deze goederen, met uitzondering van 2 lopense groes int Ven, is de helft bezeten geweest door Jan Aarts en Maria Joosten, zijn eerste vrouw. En zoals Maria Peeters, weduwe Jan Aarts, in zijn leven, wel verstaan had, waren deze goederen belast met ƒ 400,- à 4 of 5 gulden per jaar ten bate van Niel, te 's Hertogenbosch. Dit ten tijde van het eerste huwelijk van Jan Aarts. Er schijnt veele jaren achterstand op te staan. Welke voorschreven wederhelft van de goederen door Antony Joosten Coopman, zwager van Jan Aarts aan Jan Aarts bij erfmangeling is opgedragen schepenen Asten de dato 02-01-1680.
Land de Rijtacker agter het gewesene Convent van Ommel 3 lopense naast de weduwe Jacobx Michiels van de Cruys. Belast met 1 gulden 5 stuiver per jaar aan de rentmeester der Geestelijke Goederen, te 's Hertogenbosch.
Land de Loo 7 copse naast het Convent, Maria Peeter Conincx en de erven Jan Aarts.
Allen welcke goederen en huysinge niet en sijn competerende geweest ofte beseten bij Jan Peeter Kanters, nog int geheel nog in gedeelte. Dog sijn beseten bij Jan Aarts voornoemd en Maria Joosten, maar te observeren dat op de dato voornoemt voor de wet van Asten, door Antony Joosten Coopman, bij erfmangeling overgedragen aan aan Jan Aarts, de kamer, keuken, het weefhuyske met de helft van de hof en aangelag te Ommel; de helft van de voorschreven Kamp; land den Berg de helft daarvan, volgens overdracht; groes int Swartbroeck aan de Loop te Ommel 3 1⁄2 lopense, welk perceel Jan Aarts en Maria Joosten in hun huwelijk samen hebben bezeten. Echter niet wetende uyt wat hoofde doch menende echter dat zij het bij koop hadden verkregen tegens welck perceel Jan Aarts, op 18-05-1695, schepenen Asten, bij erfmangelinge heeft becomen gehat.
Land op de Loo 2 lopense 35 roede naast Peeter Rijnders; een schepenobligatie van ƒ 100,- ten laste van Joost Jansse Coopman, ten bate van Jan Aart Janssen de dato 04-07-168, waarvan Mary Peeters echter niet weet of deze gelost of eventueel veragtert staat. Bij het overlijden van Maria Joosten waren er vier schuldboeken en een klein boekje van Jan Aarts. Deze boeken berusten nog in het sterfhuis. Hiertegenover stonden verscheidene borgemeesterslasten alsmede een bedrag ten bate van de Hey, te 's Hertogenbosch, wegen geleverde karsey en stoffen, hiervan is zij tot nog toe niet op de hoogte geweest omdat wijlen Jan Aarts de koophandel dirigeerde. Zoals ook nog een schuld resteerde wegens winkelwaren, te 's Hertogenbosch, in de winkel van "De drie Hoefijzers". Ook elders schijnen nog schulden te zijn, zonder dat weet hoeveel en waar.
Roerende goederen: deze goederen waren aanwezig ten tijde van het overlijden van Maria Joosten en welke ook wel, gedeeltelijk, zouden kunnen geweest zijn van Jan Kusters, onder andere twee melkkoeien, een trekos, een halve os, koperen pannen, ketels, keukengerei, luchters, trechters, tinnen schotels, lampen, kommen, mosterdpot, zoutvat, lepels, enige kasten, drie kisten, tafels, stoelen, bedden met hun toebehoren, twee winkelkasten, drie draagmarsen, textielwaren, knopen, band, koord, twee wagen, diverse maten, punders, pinten, twee spinnewielen, vuurgereedschap, klein landbouwgereedschap, gereedschap om koper te bewerken, werkbanken, een varken dat geslacht en gezouten is, elf speulpijpen alias fluyten en schermeyen, veertien brillen, 33 pond grof linnen garen, vier nieuwe seemse vellen, welke Jan Aarts een half jaar voor zijn dood heeft gekocht. Een en ander betreft zowel de huisraad, werkplaats, als winkelvoorraad. Maria Peeters verklaart nog dat bij het opmaken van deze inventaris het moeilijk was onderscheid te maken tussen de goederen van Jan Aarts, wijlen haar man, Jan Peeter Kusters en Maria Joosten. Wel wil zij haar eygen regt en actie nog reserveren.

De kinderen uit het eerste huwelijk verkopen de roerende en onroerende goederen:

Asten Rechterlijk Archief 136, 04-12-1716:
Jan en Joost, zoonen Jan Aarts zullen publiek verkopen de roerende goederen gestaan en gelegen te Ommel. Voorwaarden onder andere de kopers zullen moeten betalen van iedere gulden, zowel van de slagen als kooppenningen 7 oortiens voor schrijfgeld, afhanger en wijncoop. Opbrengst ƒ 120-10-12, kosten ƒ 8-13-02, netto ƒ 112-03-10.

Asten Rechterlijk Archief 92 folio 91 verso, 28-12-1716:
Joost Jansen en Jan Jansen verkopen aan en ten behoeve van Joost Jansen, een huis, hof en aangelag te Ommel 1 lopense, ene zijde advocaat Swinckels, andere zijde Gevard van Doerne, andere einde Hendrick Tho poel. Koopsom ƒ 360,-.

Maria Petri Coninx vertrekt met haar zoon Wilhelmus naar het dorp (zie Markt 15) en is te Asten op 27-08-1726 overleden. Hieronder de doodakten van Johannes Aerts Jansen en Maria Petri Coninx:

Volgens de hoofdgeldlijst en het rechterlijk archief uit 1718, 1719 en 1728 komen de goederen uiteindelijk in het bezit van advocaat Arnoldus Swinkels (zie ook Voormalig huis G440):

Hoofdgeld XVIII-19, 05-03-1717:
De heer advocaat Theodorus Swinkels, Marij en Marij de meijden.

Asten Rechterlijk Archief 114 folio 253 verso, 22-01-1718:
Jacob Baassen, ondervorster, verklaart, na gedane insinuatie van schepenvonnis, sommatie, renovatie, presentatien en executien. Mitsgaders naar afvragingen en opsoekingen van panden ten woonhuyse van Joost zoon van wijlen Jan Aart den Coopman ter requisitie van Jan Doense cum suis borgemeesters Sint Jan 1714-1715 gedaan en geen panden, gereede ofte erfhaaffelijcke goederen aldaar gevonden hebbende, ter instantie van voorsschreven Jan Doensse en Peeter Hendricx, oud borgemeesters, in presentie van twee schepenen, in arrest te nemen een huis, hof en aangelag te Ommel 1 copse, ene zijde advocaat Swinckels, andere zijde Gevert van Doorne, ene einde de straat, andere einde Hendrik Tho poel.

Asten Rechterlijk Archief 92 folio 142 verso; 23-05-1718:
Jan Doense en Peeter Hendrix, borgemeesters, Sint Jan 1714-1715 verkopen, wegens achterstallige borgemeesterslasten, de goederen van de overledene Jan Aarts den Coopman aan Meester Arnoldus Swinkels, Agnees weduwe Jacobus van de Cruys en Maria Peter Roefs huis hof en aangelag te Ommel 1 lopense, ene zijde advocaat Swinkels, andere zijde Gevert van Doerne, ene einde Hendrik Thopoel, andere einde de straat; land de Camp 5 copse naast Hendrik Thopoel; wortelveld den Berg 3 copse naast Jan van de Cruys; land de Rijtacker 3 lopense 11 roede naast de weduwe van de Cruys, belast met ƒ 1-5-0 per jaar geestelijke pacht; land 7 copse naast het gewezen Convent; land de Loo 2 lopense 35 roede naast Marcelis Peeters; groes 't Ven 2 lopense naast advocaat Swinkels; groes 't Ven 2 lopense naast 't voorste Ven en Hendrik Kanters; de helft van huis en hof in 't Bergslant, de andere helft van den Armen van Asten. 

Asten Rechterlijk Archief 115 folio 4, 26-07-1718:
Symon IJsbouts en Frans van Weert, schepenen en Jacobus van den Berge, ondervorster, verklaren dat Francis van de Loverbosch, of zijn vrouw, aan hen te kennen hadden gegeven dat men voor gaf dat Jacob Baassen, een der ondervorsters, alhier, ter instantie van Jan Doense cum suis, oud borgemeesters, de persoon van Joost Jan Aarts, zoon van de overledene Jan Aarts den Coopman, te Ommel en erf-genaam van zijn vader had gesommeert, renoveert en in executie gepresenteert alsmede zijn meubilaire goederen had gepant, om die te vercoopen om daaraan verscheidene borgemeesterslasten van de goederen Jan Aarts den Coopman te verhalen. Zij zijn ter instantie en op verzoek van Francis van de Loverbosch, samen met Jacobus van den Berge, kort nadat de voorschreven pandinge aan de goederen zou zijn gedaan, geweest ten huize van Jan Aarts den Coopman en daar gevonden dat op den neren of koeystal waren sijne koeybeesten zoals hij altijd heeft gehad en dat zijn huis nog was gemeubileerd met bedden, potten, ketels, kist, kast en verdere meubelen zoals andere ingezetenen ook in hun huizen hebben. Zij hebben ook nog een weefgetouw met toebehoren gevonden dat Jan Aarts nog bezit.

Asten Rechterlijk Archief 15 folio 4 verso; 29-07-1718:
Antony Flipse en Jenneke Cornelis, zijn vrouw, Anneke Jan Rijnders en Frans van Rut, naaste naburen van Joost Jan Aarts den Coopman en van goeder naam en faam verklaren ter instantie van Francis van de Loverbosch, dit bij absentie van vorster en ondervorster, en Hendrik Thopoel dat in januari laatsleden, de vrouw van Joost Jan Aarts in hun, deponenten, huizen is gekomen, zeggende: "Wij hebben gehoort dat den ondervorster, Jacob Baassen, wegens Jan Doense, ons sal comen panden en ons is geraden dat wij ons goet soude wegdoen en vlugte. So versoeck ik, of gij ons beesten op Uwen neren ofte koeystal wel wylt laten staan totdat de pandinge is geschiet". Zij verklaren dat de koeien van Joost Jan Aarts, een moment voor Jacob Baassen kwam panden door Joost en zijn vrouw, in het huis van de eerste deponent zijn gebracht en hebben deze, nadat Jacob Baassen weer vertrokken was, weer naar hun huis terug gebracht. De derde deponent voegt er nog aan toe dat de vrouw van Joost Jan Aarts tegen haar heeft gezegd: "Dat advocaat Swinckels aan haar hadde geseyt, als Jacob Baasse bij U komt pande, soo beschenckt hem maar braaf met jenever of brandewijn". De vierde deponent verklaart nog dat nadat de panding was gedaan de vrouw van Joost Jan Aarts tegen hem zei: "Doen Jacob Baasse in ons huys quam om te panden, seyde, nu vint ik hier niemendal, want al 't vlees en speck is weg en dat hij, Jacob Baasse, alsdoen op den koeystal is gegaan en doen seyde: "Hier vint ik ook niet, mij dunckt alles is weg, wat sal ik hier panden". Alsmede dat Swinckels aan haar, de vrouw van Joost Jan Aarts, had gezegd: "Als Jacob Baasse bij U compt om te panden, dan tracteert hem wel en dat sij daarop deswegen soude moeten gaan koken". Wijders verklaren de eerste en vierde deponent dat de vrouw van Joost Jan Aarts tegen hen had gezegd: "De advocaat Swinckels heeft mijn geseyt, ik sal U tijts genog waarschouwen, als wij U wegens Jan Doensen sullen laten panden en dan kunt gij U goet voor die tijt tijts genog aan de hant doen". Alsmede dat Joost Jan Aarts en zijn vrouw aan hen, deponenten, verscheyde rijsen hadden gezegd dat zij het geld van hun verkochte erffelijcke goederen nooit hadden gehad maar dat Swinckels dit nog onder zich had en in het Klooster te bewaren had gelegd.

R 115 fol. 6vo 29-07-1718:
Frans van Rut en Hendrik Everts verklaren, ter instantie van Francis van de Loverbosch. De tweede deponent verklaart dat hij seker granen, ontrent de sestalf loop, behalvenden boekweyt, gestaan hebbende op den gront bij Joost en Jan Jan Aarts den Coopman, van haar ouders geerft in den jare 1716, alhier tot Asten, publiek en voor alle man door haar vercocht. Deselve granen, te weten de auxt of gewas vant voorlede jaar 1717, opt versoeck van de vrouwe van Joost Jan Aarts gemeyt te hebben. De tweede deponent verklaart dat hij met zijn paard en kar, samen met het paard en kar en de knecht van Swinckels, de oogst ten huize van Joost Jan Aarts, gevaren en gebracht heeft

Asten Rechterlijk Archief 115 folio 20, 01-10-1718:
Jan Bosmans en Jacob Janssen verklaren ter instantie van Hendrik Thopoel. De eerste deponent, dat, eind februari of begin maart laatstleden, Joost Jan Aarts den Coopman aan Jan Peeter Wollifs heeft verkocht de materialen van een afgebroken schop en schuurke, gestaan hebbende achter het huis van Joost Jan Aarts, te Ommel, ene zijde advocaat Swinckels, andere zijde Gevert van Doorne.

Asten Rechterlijk Archief 148, 08-01-1719:
Jan Doense en Peeter Hendrix, borgemeesters, Sint Jan 1714-1715 verkopen, wegens achterstallige borgemeesterslasten, de goederen van de overledene Jan Aarts den Coopman aan Meester Arnoldus Swinkels, Agnees weduwe van Jacobus van de Cruys en Maria Peter Roefs een huis hof en aangelag te Ommel 1 lopense, ene zijde advocaat Swinkels, andere zijde Gevert van Doerne, andere einde Hendrik Thopoel.

Asten Rechterlijk Archief 115 folio 187; 16-07-1727:
Johan Draak, secretaris, verklaart ter instantie van Francis van de Loverbosch, dat hij persisteert bij zijn eerder afgelegde verklaring de dato 24-01-1719 ten overstaan van Willem Aart Smits en Symon IJsbouts, schepenen wegens zekere veranderingen die Swinckels, advocaat, aan hem deponent, verzocht te doen in een conditie van een verkoping der erfelijke goederen van Jan Aarts den Coopman en door Jan Doensen cum suis, op 29-03-1718, verkocht. Hij voegt er nog aan toen dat Swinckels hem die veranderingen verzocht te maken, de volgende en de dagen daarna, zijnde de dagen na 29-03-1718, de dag van de verkoping en dat hij, deponent, verscheyde malen om soo een onbehoorlijck versoek den advocaat Swinkels tot den dage des uytgaans vant hoogsel des voorschreven goederen, geweest sijnde, op den 20e april 1718, heeft gemeynt en ontgaan uyt vrese dat wel had horen seggen indien men den advocaat Swinkels sin niet wilde doen dan soude hij imant wel een proces aandoen.

Asten Rechterlijk Archief 93 folio 89 verso, 23-08-1728:
Johan Goort Hoefnagels, geboren te Asten man van Maria Roefs, molenaar, te Halder, verkoopt aan Meester Arnoldus Swinkels de helft van huis, hof en aangelag te Ommel geheel 1 lopense, ene zijde Meester Arnoldus Swinkels, andere zijde Gevert van Dorne, andere einde Elske van de Cruys, weduwe Hendrik Thopoel. Hem aangekomen van zijn vrouwe ouders. Koopsom ƒ 150,-.

Na het overlijden van Arnoldus Swinkels op 02-09-1734 wordt Michiel van de Cruys eigenaar:

Asten Rechterlijk Archief 142, 29-09-1734:
Catarina, Jan van Eersel, Michiel van de Cruys mede namens anderen. Allen erven ab intestato van wijlen Meester Arnoldus Swinckels. Zij verkopen alle roerende goederen, meubilen en huysraed zoals bevonden in het sterfhuis. Onder andere 12 snaphanen, 5 pistolen, 8 degens, 2 koeien, een aantal kopen oude lappen en vodden, 15 schilderijen 12 stuiver stuk, kousen, schoenen, rokken, broeken, handschoenen, kammesolen (kousen), japonnen, behangsel voor een bed, het schouwkleed, tafelkleed, kuipen en tonnen, huishoudelijke artikelen, servetten, tafellakens, hemden en laken, 3 kastenƒ 35,- per stuk, 4 tafels ƒ 13,- per stuk, 12 stoelen ƒ 12,- per stuk, peper en zoutvaten, koffie en theepotten, koffiemolen. Totaal opbrengst ƒ 800,-.

Asten Rechterlijk Archief 162a, 15-10-1734:
Taxatie van de onroerende goederen van Meester Arnoldus Swinckels overleden op 02-09-1734 en begraven te Ommel. Een huis en een klein huiske, hof, schuur en aangelag te Ommel 3½ lopense ƒ 225,-, ene zijde het Broeck, andere zijde Jan van Rest.

Asten Rechterlijk Archief 94 folio 129 verso, 12-09-1737:
Miggiel van de Cruys, president schepen, man van Catarina van der Linden, Jan van der Linden, Johan van Eersel, wonende te Woensel, Adrianus van Osch, wonende te Eyndhoven, namens zijn moeder. Zij verkopen aan Miggiel van de Cruys een huis en hof ½ lopense, ene zijde Marten van de Loverbosch, andere zijde weduwe Gevard van Doerne.

Verpondingen XIV-61 folio 204 verso, 1737:
Miggiel van de Cruijs transport 12-09-1737, tot Ommel
Huijs en hoff van folio 77 verso ½ lopense in de bede ƒ 1-4-0.

Michiel van de Cruys is geboren te Asten op 24-08-1682 als zoon van Jacobus van de Cruys en Agnetis Knippenbergh (zie Jan van Havenstraat 1). Hij is op 04-05-1721 te Asten getrouwd met Anna Catharina van der Linden, geboren te Asten op 09-09-1686 als dochter van Nicolaus van der Linde en Margareta Idelet (zie Voormalig huis G440).

Juncti sunt matrimonio Michael van de Cruys et Catharina van der Linde, testos Jois van der Linde et Maria Petri Roefs.

In huwelijkse echt gebonden Michael van de Cruys en Catharina van der Linde, getuigen Johannes van der Linde en Maria Petri Roefs.

03

Het gezin van Michiel van de Cruys en Anna Catharina van der Linden:

# Voornaam Geboorte Huwelijk Overlijden Referentie
1 Aldegonda Asten 03-08-1722 Asten 15-08-1745
Wilhelmus de Bruyn
Asten 08-10-1803 zie Jan van Havenstraat 1
2 Maria Elisabeth Asten 03-07-1725 Ongehuwd Asten ±1760 *

*  oom Henricus van de Cruys is als 'pastor in Helden' doopgetuige

Anna Catharina van der Linden is op 02-10-1749 te Asten overleden en Michiel van de Cruys is te Asten op 11-02-1755 overleden. Onder de bewoningslijst van 1736 tot 1755, waaruit blijkt dat het huis in eigendom van Michiel van de Cruys, maar door anderen wordt bewoond:

Jaar Eigenaar nummer 8 Ommel Bewoners nummer 8 Ommel
1736 erfgenamen Swinckels Francis Antonis
1741 Michiel van de Cruijs Joost Jansen
1746 Michiel van de Cruijs onbewoont
1751 Michiel van de Cruijs Hendrik Verleijsdonk

Michiel van de Cruys woont zelf in het dorp (zie Voormalig huis G440). Door vererving komt het huis in het bezit van schoonzoon Wilhelmus Bruynen, geboren te Geldrop op 11-10-1723 als zoon van Henricus de Bruyn en Maria van Dijck. Het huizenquohier toont het eigendom van het huis van Wilhelmus de Bruijn van 1755 tot 1772, dat hij verhuurt aan derden:

Jaar Eigenaar nummer 8 Ommel Bewoners nummer 8 Ommel
1756 Wilhelmus de Bruijn Jan Noijen
1761 Wilhelmus de Bruijnen Jan Noijen
1766 Wilhelmus de Bruijnen Willem van Leent en Francis Slaats
1771 Wilhelmus de Bruijnen Willem van Leent en Hendrik Roijmans

Bewoner Johannes Wilhelmus Noyen is geboren te Deurne op 24-10-1725 als zoon van Wilhelmus Andrici Noeyen en Helena Janssen Golis. Hij is op 21-10-1753 te Deurne getrouwd met Anna Adriani van der Blommen, geboren te Deurne op 10-04-1726 als dochter van Adrianus Petrus van der Bloemen en Antonia Verdeysseldonck. 

Het gezin van Johannes Wilhelmus Noyen en Anna Adriani van der Blommen:

# Voornaam Geboorte Huwelijk Overlijden Referentie
1 Antonius Asten 19-05-1754 Kind Asten ±1754
2 Antonia Asten 05-03-1756
3 Johannes Franciscus Asten 12-02-1759
4 Franciscus Deurne 01-10-1762
5 Antonius Deurne 09-08-1766

Johannes Wilhelmus Noyen kwam voor zijn huwelijk al eens naar Asten, maar dat was voor een verwonding bij een vechtpartij:

Asten Rechterlijk Archief 120 folio 84; 08-01-1753:
Jan Willem Noyen, te Deurne, ter instantie van Antoni La Forme, drossard, te Deurne, alhier, geciteert om te getuigen alsmede Hendrik Halbersmit, chirurgijn, alhier, ook geciteert door de drossard van Deurne, dewelke heeft verklaart dat het waar is dat, op dinsdag, 2 januarij laatstleden, met een kar van Deurne is gebracht, zo hem verteld is door Tomas Manders, te Deurne, Jan Willem Noyen ten huize van de weduwe Joost Verberne, alhier, welke Jan Willem Noyen gequest zijnde aan Hendrik Halbersmit, als chirurgijn, heeft gevraagd naar zijn kwetsuur te kijken zoals hij, deponent, ook gedaan heeft en bevonden een wonde eerst aan de regtersijde van sijn hooft, ontrent de temperaale, ontrent een halve vinger lang en een quetsure aan de linkersijde van sijn hals bijna of ontrent een vinger lank en ten derde een quetsuure op de hant, mede ontrent een vinger lang. De kwetsuren zijn zo het hem, deponent, voorkomt met een mes of ander scherp instrument veroorzaakt. Bij het aanleggen van het eerste verband heeft hij, deponent, aan Jan Willem Noyen, wie, op wat plaatse en in wiens presentie hij die kwetsuren had bekomen. Deze heeft geantwoord dit niet te weten, maar dat hij deze bekomen had bij het uitgaan van een huis te Deurne. Deponent heeft de kwetsuren nog onderhanden om te cureren en te genezen. Schepenen van Asten verklaren verder dat Jan Willem Noyen hier ook gecompareert zijnde en door de drost van Deurne ondervraagd is heeft geweigerd de eed af te leggen.

Asten Rechterlijk Archief 120 folio 87; 12-01-1753:
Jan Willem Noyen, te Deurne, en thans alhier logerende, verklaart dat hij, deponent, op 1 januarij laatstleden is geweest ten huize en herberge van Willem Jan Goossens, herbergier, op de Zijlberg, waar ook waren de jongelieden uit die hoek en dat hij, deponent, in de avond, rond negen uur, enige woorden en verschil heeft gehad met Tomas Manders over het bestellen vant jonge gelag dat daarop of kort daarna zij te samen achter uit het huis zijn gegaan en dat hij, deponent, daarop, voor de deur zijnde, door Tomas Manders op zijn hoofd is geslagen. Hij dacht eerst met een vuist, zeggende tegen Tomas Manders: "Gij sneyt mijn en ik heb geen mes". Waarop Tomas zei: "Dat liegde gij, want ik heb ook geen mes". Hij, deponent, had echter verscheidene kwetsuren bekomen achter in de hals, aan het hoofd en aan zijn hand zonder te weten dat hem die iemand anders had toegebracht dan Tomas Manders. Omdat niemand anders buiten was. Tomas Manders is weggegaan zonder dat hij, deponent, weet waar hij was gebleven. Hij, deponent, is toen ook gegaan naar het huis van Joost Manders en daar een nacht gebleven en de volgende dag met een kar naar hier is gebracht doorTomas Manders, om door de chirurgijn Halbersmit te worden behandeld. Hij bevestigd een en ander onder eede. 

Johannes Wilhelmus Noyen en Anna Adriani van der Blommen zijn met hun gezin rond 1760 naar Deurne vertrokken. Johannes Wilhelmus Noyen is op 03-05-1776 te Deurne overleden en en Anna Adriani van der Blommen is op 16-06-1783 te Deurne overleden en hieronder hun begraafakten:

De nieuwe bewoner Wilhelmus Fransen van Leend is geboren te Helmond op 11-06-1733 als zoon van Franciscus Joannes van Leende en Joanna Willem van Dijck. Hij is op 29-01-1758 te Helmond getrouwd met Cornelia Hendrix, geboren te Asten op 26-04-1737 als dochter van Hendrik Aert Vrients en Johanna Maria Vloeimans (zie Voormalig huis G432). Cornelia Hendrix is als Cornelia Wilhelmi van Leenden op 10-02-1770 te Asten overleden en Wilhelmus Fransen van Leend hertrouwt op 17-01-1773 te Lierop met Jenneke Michiel Verstarren, geboren te Lierop op 27-06-1746 als dochter van Michael Versterre en Catharina Theyse:

Het gezin van Wilhelmus Fransen van Leend met Cornelia Hendrix en met Jenneke Michiel Verstarren:

# Voornaam Geboorte Huwelijk Overlijden Referentie
1 Henrica Asten 13-11-1759 Mierlo 18-05-1783
Johannes Corstiaan Ackers
Mierlo 09-05-1844 **
2 Franciscus Asten 03-12-1761
3 Anna Maria Asten 17-05-1764 Mierlo 18-01-1784
Johannes Akkers
Mierlo 22-03-1819
4 Johannes Asten 10-11-1765
5 Helena Asten 14-08-1767 Kind
6 Henricus Asten 14-01-1770 Kind
7 Cornelius* Asten 25-11-1773
8 Michael* Asten 09-10-1775
9 Catharina* Asten 16-02-1777 Ongehuwd Asten 04-06-1831

*  kinderen uit het tweede huwelijk
** had als dienstmeid een onecht kind met Andries Walraven (zie Voormalig huis B700)

Voor zijn tweede huwelijk moet Wilhelmus Fransen van Leend een staat en inventaris opmaken:

Asten Rechterlijk Archief 123 folio 179 verso; 11-11-1772:
Staat en inventaris opgemaakt door Willem van Leent, weduwnaar Cornelia Hendrik Nelissen ten behoeve van Jennemie, Hendrien, Francis en Jan, zijn kinderen. Hij wil hertrouwen met Jenneke Versterren, te Lierop.
Roerende goederen: een kaske, slegt en kleyn, een ijzeren keteltje, een koperen keteltje, en linnen bedje met een deken en twee lakens, drie stoelen, een slegte bedkoets, drie houten lepels, twee vorkette, een riek en een schop. 

Getuigt het bovenstaande al van armoede, in onderstaand archiefstuk worden de kinderen door de armmeeesters bij andere gezinnen ondergebracht:

Asten Rechterlijk Archief 152; 22-02-1775:
Op heden, zullen Cornelis Peters en Jan Berkers, armmeesters voor alleman aan de minst aannemende bestelle de nagenoemde arme kinderen in cost en logement. Voorwaarden zijn onder andere dat den aannemer de persoon of kind naar hun staat moet bezorgen logement, eten, drinken, reinigen, wassen, bestoppen en benaaien der kleren. En zal den aannemer dezelve naar vermogen ten zijne diensten gebruiken en hen laten doen wat redelijk is. De aangenomene zal gewillig en gehoorzaam zijn:
Hendrien van Leent, 16 jaar bij Jan Royackers, op Rut, te Vlierden ƒ 6-00-0 per jaar. Op 22-02-1776 naar Andries Walraven gegaan ƒ 10-00-0 per jaar.
Francis van Leent, 14 jaar bij Jan Verreyt ƒ 5-10-0 per jaar.
Jan, zoon Willem van Leent, 10 jaar bij Dirk Leenders ƒ 12-10-0 per jaar. Op 22-02-1776 naar Joost Koppens ƒ 10-00-0 per jaar.

Wilhelmus Fransen van Leend is op 03-09-1793 te Asten overleden en is op 17-02-1819 te Asten overleden. Hieronder de doodakte van Cornelia Hendrix, de begraafakte van Wilhelmus Fransen van Leend en de overlijdensakte van Jenneke Michiel Verstarren, waarbij aangetekend moet worden dat de foutieve ouders zijn opgenomen:

Eigenaar Wilhelmus de Bruijn is op 06-07-1787 te Asten overleden. Het huis wordt al in 1772 verkocht aan Dirk Leenders, die het een jaar later doorverkoopt aan zijn schoonvader Cornelis Peters:

Asten Rechterlijk Archief 99 folio 191, 26-03-1772:
Wilhelmus Bruynen verkoopt aan Dirk Leenders huis en hof bij de Capel te Ommel 1½ lopense, ene zijde de straat, andere zijde Wilbert Jan Wilbers, ene einde Jan Coolen, andere einde Hendrik Halbersmit; land den Berg ½ lopense, ene zijde Wilbert Jan Wilbers, andere zijde Mattijs Muyen, ene einde de straat. Verponding ƒ 1-5-0 per jaar. Koopsom ƒ 306-6-0 à 3%. Marge 22-11-1773 gelost.

Asten Rechterlijk Archief 99 folio 238, 06-09-1773:
Dirk Leenders verkoopt aan Cornelis Peters huis en hof te Ommel bij de Capel ½ lopense, ene zijde de straat, andere zijde Wilbert Jan Wilbers, ene einde Jan Coolen, andere einde Gerrit Evers; land den Berg ½ lopense, ene zijde Wilbert Jan Wilbers, andere zijde Mattijs Muyen, ene einde de straat, andere einde Tomas Coolen. Belast met ƒ 200,- aan Wilhelmus Bruynen de dato 26-03-1772. Koopsom ƒ 100,-.

Cornelis Peters is geboren te Asten op 04-12-1706 als zoon van Petrus Nelis Duysten en Maria Peeter Reynders (zie Hoekstraat 4). Hij is op 24-08-1732 te Asten getrouwd met Peternel Wilberts van Lijssel, geboren te Asten op 20-01-1710 als dochter van Willebrordus Peeters van Lyssel en Maria Peters (zie Voormalig huis G132):

04

Het gezin van Cornelis Peters en Peternel Wilberts van Lijssel:

# Voornaam Geboorte Huwelijk Overlijden Referentie
1 Johannes Asten 08-01-1734 Asten 26-01-1766
Antonia Antoni Cuypers
Asten 04-06-1780
Francisca Fransisci Zegers
Asten 10-06-1804 zie Voormalig huis F179
2 Maria Elisabeth Asten 05-03-1737 Asten 26-01-1766
Antoni Claasen van der Heyden
Asten 31-01-1817 zie Voormalig huis G132
3 Antonius Asten 18-03-1741 Kind Asten ±1741
4 Willibrordus Asten 25-05-1744 Asten 24-10-1784
Maria Berkers
Asten 24-11-1821 zie Voormalig huis G554
5 Johanna Maria Asten 12-11-1748 Asten 28-04-1771
Theodorus Leenders Lambers
Asten 20-09-1779 bewoner van dit huis;
na 1789 zie Berken 7

In het huizenquohier van Ommel rond 1776 staat Cornelis Peters als eigenaar genoemd en verhuurd het huis aan derden. Zelf woont hij op het Laarbroek (zie Voormalig huis G132) en het huis wordt onder meer bewoond door zijn schoonzoon Theodorus Leenders (Dirk) Lambers:

Jaar Eigenaar nummer 8 Ommel Bewoners nummer 8 Ommel
1776 Cornelis Peters Jan Antoni Verreijt en Dirk Lambers

Peternel Wilberts van Lijssel is op 22-08-1774 te Asten overleden en Cornelis Peters is op 03-04-1783 te Asten overleden en na hun overlijden wordt de erfenis verdeeld:

Asten Rechterlijk Archief 32 folio 78 verso, 07-08-1783, 125 folio 149, 20-08-1783:
Jan Cornelisse is aangesteld tot toeziende voogd, om samen met zijn zuster, Maria Cornelisse, weduwe Antoni Claase van der Heyde voor de drie onmondige kinderen, met name Maria, Peternel en Nicolaas. Een en ander om de scheiding en deling van de grootouderlijke goederen te regelen.
Jan Cornelissen, Wilbert Cornelissen, Maria Cornelissen, weduwe van Antoni van der Heyden, Dirk Leenders man van Jennemie Cornelis Peters, waarbij een kind met name Johanna. Kinderen en kinds-kinderen van Cornelis Peters en Peternel van Lijssel, beiden overleden, verdelen de nagelaten goederen:
1e blinde lot krijgt Jan Cornelis het oude huis, stal, hof en de helft, middendoor van het aangelag 3 lopense 1 copse, ene zijde Peter Vermeulen, andere zijde 2e lot, ene einde de weg, andere einde Willem Bruynen; het Hoyvelt 2 lopense; den Meulenacker 1 lopense, 7 roede. Verponding ƒ 2-17-06 per jaar; bede ƒ 1-03-14 per jaar; belast met de helft van 2⁄3e deel van ƒ 5,- per jaar aan den Armen van Asten.
2e blinde lot krijgt Maria Cornelissen het nieuwe huis, schuur, schop en de helft middendoor van het aangelag, 3 lopense, 1 copse, ene zijde het 1e lot, andere zijde Peter Vermeulen, ene einde kinderen Hendrik Berkers, andere zijde de weg; land den Hengst 1 lopense; groes de Karis 2½ lopense. Verponding ƒ 2-17-06 per jaar, bede ƒ 1-03-14 per jaar; belast met de helft van 2⁄3e deel van ƒ 5,- per jaar aan den Armen van Asten.
3e blinde lot krijgt Wilbert Cornelissen huis en hof te Ommel ½ lopense, ene zijde de straat, andere zijde en einde weduwe Wilbert Wilbers, ene einde Gerrit Evers. Uit de boedel nog te ontvangen ƒ 75,-.
4e blinde lot Johanna Dirk Linders ƒ 325,-.

Wilbert Cornelis verkoopt het huis door aan Gerrit Antoni Eevers:

Asten Rechterlijk Archief 101 folio 165 verso, 20-07-1786:
Wilbert Cornelis verkoopt aan Gerrit Antoni Eevers een huis, hof en aangelag te Ommel ½ lopense, ene zijde Dirk van der Weerden, andere zijde weduwe Wilbert Jan Wilbers.

Gerrit Antoni Eevers is geboren te Asten op 16-03-1742 als zoon van Antonius Vreynse Everts en Catarina Geraerts Kerkers (zie Dijkstraat 43). Hij is op 12-02-1764 te Asten getrouwd met Anneke Lambert Verheyden, geboren te Asten op 24-04-1742 als dochter van Lambert Verheyen en Maria Teunis Colen (zie Oostappensedijk 54):

05

Het gezin van Gerrit Antoni Eevers en Anneke Lambert Verheyden:

# Voornaam Geboorte Huwelijk Overlijden Referentie
1 Catharina Asten 17-01-1765 Vlierden 01-11-1789
Jan Joost Smulders
Vlierden 03-11-1796
2 Maria Asten 05-02-1767 Asten 08-02-1795
Hendrikus Timmermans
Asten 22-07-1840
3 Johanna Asten 14-10-1769 Kind Asten 22-09-1779
4 Johanna Maria Asten 03-03-1772 Vlierden 29-04-1798
Godefridus Wilhelmus van Dijck
Asten 09-02-1807 * zus Elizabetha is
getuige bij hun huwelijk
5 Antonia Asten 20-09-1774 Kind Asten 19-02-1780
6 Elizabetha Asten 05-07-1777 Deurne 16-01-1803
Johannes Lambert Bankers
Deurne 29-11-1808
7 Lambertina Asten 25-07-1781 Kind Asten 09-01-1787

Gerrit Antoni Eevers heeft op 15-jarige leeftijd nog een brand veroorzaakt toen hij scheper was bij Willem Frans Kels (zie Stegen 76).

Gerrit Antoni Eevers stond borg voor Laurens Verleysdonk en moet dat nu bekopen:

Asten Rechterlijk Archief 25 folio 67 verso; 15-03-1784:
Den drost, aanlegger contra Gerrit Evers, gedaagde. Als borg voor Laurens Verleysdonk, op de koopdag van Peter Roymans hij schuldig ƒ 11-18-4.

Anneke Lambert Verheyden is op 09-09-1786 als Joanna Gerardus Everts te Asten overleden en Gerrit Antoni Eevers is nog getuige bij een vechtpartij:

Asten Rechterlijk Archief 74 folio 181; 07-04-1788:
Verhoor van Dirk van der Weerden, 47 jaar, herbergier.
Of, op gisteren 6 april, rond half acht 's avonds, niet in zijn huis gekomen zijn Hendrik Mennen, Pieter Wilbert Jan Wilbers, Lambert Hendrik Timmermans, Johannes Wilbers en Hendrik Arnoldus Timmermans de knecht van hem, deponent?
Dirk van Weerden antwoordt: "Ja".
Of zij lang in huis zijn geweest, wat zij gedronken hebben en of van die personen iemand dronken is geweest?
Dirk van der Weerden: "Ze zijn circa een half uur binnen geweest en aldaar drie dropjes jenever gedronken. Hij heeft geen van hen dronken gezien".
Of de voornoemde personen in zijn huis geen woorden hebben gehad en waaruit die bestonden. Waar zij samen toen naar toe gegaan zijn?
Dirk van der Weerden heeft gemerkt dat er iets was tussen Hendrik Mennen en Lambert Hendrik Timmermans en dat er questie ontstond. Ook dat Hendrik Mennen Lambert Timmermans met zijn hand tegen het hoofd sloeg. Hij dacht dat dit speels gebeurde. Ze zijn terstond zijn huis uitgegaan, doch weet niet waar naar toe.
Wie tegen hem is komen zeggen dat er actie of ruzie was, of dat er iemand buiten op den dries lag. Of hij Hendrik Mennen op den dries heeft gevonden en wie daar bij waren?
Dirk van der Weerden dacht dat Jennemie Hendrik Timmermans en Maria Jan Deenen geroepen hadden. Dat hij met Pieter Wilbert Jan Wilbers naar den dries is gegaan en daar voornoemde Hendrik Mennen vonden.
Of hij van verre ook niemand heeft zien staan en wie hij dacht dat het was. En of hij voornoemde Hendrik in zijn huis heeft gebracht?
Dirk van der Weerden heeft niemand zien staan en samen met Pieter Wilbers voornoemde Hendrik in huis gebracht.
Wie er toen in zijn huis waren en of Hendrik niet uit zijn neus bloedde en overgaf?
Dirk van Weerden antwoordt: "Johannis Francis Slaats en Gerrit Eevers zijn binnengekomen. Hendrik bloedde uit zijn neus en gaf over".
Of hij niet aan Hendrik heeft gevraagd wat hem mankeerde en wat er gedaan was?
Dirk van Weerden heeft dit wel gevraagd, doch Hendrik wist dit ook niet.
Of hij van zijn knecht, Hendrik Arnoldus Timmermans, niet vernomen heeft of er van te voren verschil was ontstaan en tussen wie en waarover?
Dirk van Weerden antwoordt: "De knecht heeft wel eens gezegd dat Lambert Timmermans en Hendrik Mennen niet meer zulke goede vrienden waren nadat ze eens te Voordeldonk waren geweest. Verder is hem niets bekend".
Een en ander onder eede bevestigd.

Asten Rechterlijk Archief 30 fol. 184; 07-04-1788:
Verhoor van Hendrik Arnoldus Timmermans, 24 jaar.
Of hij, op zondag 6 april, niet is geweest ten huize van Gerrit Eevers, samen met Johannis en Pieter Wilbers, Lambert Hendrik Timmermans en Hendrik Mennen?
Hendrik Arnoldus Timmermans antwoordt: "Ja".
Of zij kaart gespeeld hebben en of er ruzie is ontstaan?
Hendrik Arnoldus Timmermans antwoordt: "Ja, doch weet van geen ruzie".
Of zij om half acht naar Dirk van der Weerden zijn gegaan?
Hendrik Arnoldus Timmermans antwoordt: "Ja".
Of Hendrik Mennen en Lambert Hendrik Timmermans toen geen woorden hebben gehad en waarover?
Hendrik Arnoldus Timmermans antwoordt: "Zij kregen woorden over iets dat meer dan een jaar geleden te Voordeldonk was voorgevallen".
Of zij, nadat Hendrik Mennen, Lambert Timmermans had geslagen niet samen de deur zijn uitgegaan den dries op?
Hendrik Arnoldus Timmermans antwoordt: "Ja. Hij deponent is ook naar buiten gegaan en bij de put van Dirk van der Weerden blijven staan".
Of hij toen niet gehoord heeft dat tussen hen beiden gevochten werd en waarmee?
Hendrik Arnoldus Timmermans heeft alleen gehoord dat door een van de twee geroepen werd: "Dat hij liever zijn leeven daar wilde laaten dan terug gaan".
Of zij niet te hulp zijn gekomen?
Hendrik Arnoldus Timmermans is terstond het huis ingegaan.
Een en ander onder eede bevestigd.

Asten Rechterlijk Archief 30 folio 186; 07-04-1788:
Gerrit Eevers verklaart dat hij, op 6 april, 's avonds om 8 uur van Someren, met de kar thuis gekomen zijnde, hij rond zijn huis ofwel op den dries van Dirk van der Weerden, zijn buur, vernam dat er ruzie was. Nadat hij zijn kar uitgespannen had wilde hij gaan zien wat er te doen was. Dat toen door Dirk van der Weerden of zijn knecht gezegd werd: "Gaat maar wederom, het is al te laat om te schijden, want daar legt er al eenen". Hij, comparant, is toen weer naar huis gegaan om het paard het getuig af te doen en daarna weer naar het huis van van der Weerden en heeft daar gevonden Hendrik Mennen en aan hem gevraagd wie gewonnen had en waar hij het gekregen had. Zijn vraag is met stilzwijgen beantwoordt alleenlijk naar sijn hooft wijsende.
Een en ander onder eede bevestigd.

Asten Rechterlijk Archief 30 folio 187; 07-04-1788:
Verhoor van Peter Wilbers, 25 jaar en Johannis Wilbers, 23 jaar.
Of zij, op zondag 6 april, met meer andere niet geweest zijn ten huize van Gerrit Eevers, te Ommel?
Beiden antwoorden: "Ja".
Of zij en de andere niet rond half acht naar Dirk van der Weerden, te Ommel, gegaan zijn. En wat zij daar gedronken hebben?
Beiden antwoorden: Ja, zij hebben daar een loopje gedronken".
Of zij niet gezien hebben, dat een van beiden, of allebei, het mes getrokken hebben, of elkaar geslagen hebben, of met de vuist gevochten of gehaarplukt hebben?
Beiden zeggen niets te hebben gezien.
Zij willen een en ander nog niet onder eede bevestigen en geven voor daar nog tijd genoeg voor te hebben.

Asten Rechterlijk Archief 30 folio 190; 08-04-1788:
Maria Konings, weduwe Jan Mennen verklaart dat zij, op 6 april, 's avonds rond 10 uur, is geroepen door Francis, de knecht van Jan van Dijk, te Ommel, om te komen ten huize van Dirk van der Weerden, te Ommel, omdat haar zoon, Hendrik, niet wel was. Zij heeft haar zoon Hendrik daar gevonden; op bed liggende, continueel sluimerende en sprakeloos zijnde en dat dit geduurd heeft tot hedenmiddag toen hij weer is beginnen te spreken. Hendrik is dan op een ladder getransporteerd naar het huis van Hendrik van Hugten, te Ommel. Zij heeft van haar zoon Hendrik nog geen verklaring gekregen.

Nadat dochter Johanna Maria is overleden en haar man Godefridus Wilhelmus van Dijck wil hertrouwen treedt Gerrit Antoni Eevers op als voogd over de kinderen en moet een staat en inventaris worden opgemaakt:

Asten Rechterlijk Archief 132a; 11-01-1810:
Geerit Eevers compareerde als toeziend voogd over de minderjarige kinderen van Goort van Dijk getrouwd geweest Jennemaria Geerit Eevers met name Anna Catharina en Johanna bij het aangeven van een nieuw huwelijk van voornoemde Goort van Dijk.

Asten Rechterlijk Archief 132a; 13-01-1810:
Staat en inventaris opgemaakt door Goort van Dijk, weduwnaar Jennemaria Geerit Evers waarbij twee kinderen met name Anna Catharina en Johanna. Geen vaste goederen, geen vee of trekdieren en erg sobere huisraad. 

De genoemde Godefridus Wilhelmus van Dijck is geboren te Aarle-Rixtel op 20-07-1769 als zoon van Wilhelmus van Dijk en Johanna Petri van Croy. Hij is sinds 09-02-1807 weduwnaar van Johanna Maria Geerit Evers, met wie hij op 29-04-1798 te Vlierden getrouwd was. De genoemde dochter Anna Catharina van Dijk, geboren te Asten op 04-06-1800, is op 18-05-1826 te Aarle-Rixtel getrouwd met Andreas van Veldhoven en op 21-09-1833 te Lieshout overleden. Haar jongere zus Johanna van Dijk, geboren te Asten op 15-04-1803, is op 22-05-1835 te Aarle-Rixtel getrouwd met Wilhelmus Verhagen en op 25-08-1862 te Aarle-Rixtel overleden. 

Godefridus Wilhelmus van Dijck is op 28-01-1810 te Asten hertrouwd met Goverdina Joost Bukkems, geboren te Asten op 27-06-1776 als dochter van Judocus Goort Bukkems en Petronella Hendrik Martens (zie Voormalig huis G88). Zij hadden samen nog zoon Wilhelmus, geboren te Asten op 10-11-1810, die op 12-02-1835 te Aarle-Rixtel getrouwd is met Anna Maria van Kemenade en op 26-10-1866 te Helmond overleden en een dochter Josina, geboren te Asten op 01-06-1813 en ongehuwd op 22-07-1895 te Asten overleden. Goverdina Joost Bukkems is op 02-03-1816 te Asten overleden en Godefridus Wilhelmus van Dijck is op 30-12-1816 te Asten overleden. De kinderen zijn naar alle waarschijnlijkheid naar Aarle-Rixtel verhuist, omdat alle huwelijken daar werden gesloten, behalve dochter Josina die als tante inwoont bij haar neef Petrus Bukkems (zie Stegen 46).

Gerrit Antoni Eevers is te Asten op 07-05-1811 overleden.

De verpondingen en het huizenquohier daaronder geven de bewoningsgeschiedenis weer:

Verpondingen XIVd-67 Ommel folio 56 verso, 1810:
Geerit Eevers bij transport 20-07-1786.
Wilbert Cornelis bij deling 20-08-1783.
Nummer 8 huijs, hof en aangelag ½ lopense.

Jaar Eigenaar nummer 8 Ommel Bewoners nummer 8 Ommel
1781 Gerrit Evers Dirk Lambers
1798 Gerrit Evers Gerrit Evers en in de kamer Hendrik van Laenen
1803 Gerrit Evers Gerrit Evers en in de kamer Goort van Rijt

Theodorus Leenders (Dirk) Lambers is in eerste instantie nog bewoner, maar verhuist rond 1789 naar de Berken (zie Berken 7). Daarna is Gerrit Antoni Eevers naast eigenaar ook bewoner van het huis.

Volgens het kadaster over de periode 1811-1832 is dochter Maria Evers als weduwe van Hendrikus Timmermans eigenaar van de huizen B450 en B451:

Kadaster 1811-1832; B450 en B451:
Huis, en erf, groot 00 roede 93 el, broek Ommel, klassen 9.
Huis, en erf, groot 01 roede 04 el, broek Ommel, klassen 9.
Eigenaar: Weduwe van Hendrik Timmermans.

06

07

Maria Gerrit Eevers is geboren te Asten op 05-02-1767 en op 08-02-1795 te Asten getrouwd met Hendrikus Arnoldus Timmermans, geboren te Asten op 25-02-1763 als zoon van Arnoldus Theodori Timmermans en Helena Henrici Deynen (zie Hindert 4):

08

Het gezin van Hendrikus Arnoldus Timmermans en Maria Gerrit Eevers:

# Voornaam Geboorte Huwelijk Overlijden Referentie
1 Arnoldus Asten 16-05-1796 Kind Asten 06-05-1797
2 Anna Asten 06-06-1798 Kind Asten 09-06-1798
3 Arnoldus Asten 05-06-1800 Kind Asten ±1800
4 Anna Catherina Asten 06-04-1802 Asten 27-07-1838
Hendricus van Breij
Asten 19-10-1877 *
5 Theodorus Asten 18-06-1803 Ongehuwd Asten 11-12-1864
6 Johannes Asten 15-11-1804 Deurne 09-02-1839
Wilhelmina van Bree
Deurne 14-08-1872 Wasberg

* buurman Antonie Welten doet aangifte

Hendrikus Arnoldus Timmermans is op 30-04-1807 te Asten overleden en in dit huis woont zijn weduwe Maria Gerrit Evers. Zij is te Asten op 22-07-1840 overleden, waarbij buurman Joseph van der Weerden (zie Voormalig huis B453) aangifte doet. Dochter Anna Catharina Timmermans, geboren te Asten op 06-04-1802 is op 27-07-1838 te Asten getrouwd met Hendricus van Breij, geboren te Deurne rond 1802 als zoon van Martinus van Breij en Maria Mechtilda Wilms. Hendricus van Breij is op 27-06-1852 te Asten overleden en Anna Catharina Timmermans woont volgens het bevolkingsregister van Asten over de periode 1859-1879 samen met haar broer Theodorus en dienstmeiden in het huis met huizingnummer B101 en later B105:

09

Na haar overlijden te Asten op 19-10-1877, neemt haar zoon Hendricus Hubertus van Bree, geboren te Asten op 02-10-1839 en op 03-02-1888 te Asten getrouwd met Francisca Verberne, geboren te Someren op 16-06-1846 als dochter van Johannes Verberne en Petronella Verberne, het huis over.
Rond 1880 worden de huizen na vereniging en verbouwing samengevoegd tot één huis met kadasternummer B1132, zoals te zien is op nevenstaande kadasterkaart. Bij een hermeting een jaar later verandert het kadasternummer in B1170, zoals getoond op de kadasterkaart geheel rechts.

In de bevolkingsregisters van Asten over de periodes 1879-1890 en 1890-1900 zijn Hendricus Hubertus van Bree en Francisca Verberne de bewoners van het huis met huizingnummer B105 en B108 respectievelijk:

10

Zij hadden samen geen kinderen en na het overlijden van Hendricus Hubertus van Bree te Asten op 17-03-1901, is Francisca Verberne teruggekeerd naar Someren. In de krant de Zuid-Willemsvaart van 14-09-1901 wordt het huis door Francisca Verberne, als weduwe van Hendricus Hubertus van Bree, verkocht:

11

Het huis is verkocht aan schoenmaker Johannes van Heugten, geboren op 12-03-1866 te Asten als zoon van Francis van Heugten en Jacomina van Rijt (zie Voormalig huis B507), die sinds 1899 al in een deel van het huis woont. Hij is op 15-02-1895 te Asten getrouwd met Maria Zeegers, geboren te Asten op 25-07-1864 als dochter van Hendricus Zeegers en Antonia Bukkems (zie Voormalig huis G1462):

15

Volgens het bevolkingsregisters van Asten over periode 1900-1910 wonen zij met hun gezin in het huis met dan huizingnummer B103:

16

Ook in het bevolkingsregister van 1910-1920 wonen zij in het huis met dan het huizingnummer B102:

Vanaf 1912 wonen in tante Johanna van Heugten, geboren te Asten op 18-09-1829 als dochter van Johannes van Heugten en Johanna Maria Segers (zie Voormalig huis B507) en broer Marcelis van Heugten, geboren te Asten op 17-12-1869 als zoon van Francis van Heugten en Jacomina van Rijt (zie Voormalig huis B507).

Marcelis van Heugten is op 12-09-1912 te Asten overleden, Johannes van Heugten overlijdt te Asten op 09-06-1915 en Johanna van Heugten is op 15-01-1916 te Asten overleden. Maria Zeegers blijft met haar gezin in het huis wonen met over de periode 1920-1930 het huizingnummer B104 en ook wel bekend staand als Marialaan 15:

17

Ook dit huis wordt in april 1922 door de grote brand van Ommel getroffen, waarvan onderstaand artikel in het Eindhovensch Dagblad van 03-04-1922 verslag doet:

17a

Ook in de krant de Zuid-Willemsvaart van 03-04-1922 wordt de brand uitgebreid beschreven:

Het huis is onder hetzelfde kadasternummer herbouwd, zoals te zien is op nevenstaande kadasterkaart en in de krant de Zuid-Willemsvaart van 20-06-1922 is de aanbesteding al rond.

Ook over de periode 1930-1938 woont Maria Zeegers met haar gezin nog in het huis op de Marialaan 15:

18

19

Links een foto van de Marialaan in Ommel in 1915 met van links naar rechts de boerderij en café van Peer en Mie Verheijen, (zie Voormalig huis B453), de boerderij en schoenmakerij van Jan en Mieke van Heugten, (besproken hierboven), op de hoek met de Kluisstraat café en winkel van Hanneske Eijsbouts (zie Kluisstraat 1), de kerk en rechts de muur van de pastorie.

In de Tweede Wereldoorlog is het huis verwoest.

Maria Zeegers is te Asten op 22-09-1952 overleden en hieronder staat de akte van overlijden, waarbij Petrus Johannes Eijsbouts de aangever was.

20

Overzicht bewoners

Hoeve op Ommelse Broek
Jaar Eigenaar Geboorte Hoofdbewoner Geboorte
1656 Joost Jansen Coopman ±1620 Joost Jansen Coopman ±1620
1686 Jenneke Diepenbeecx ±1620 Johannes Aerts ±1645
1688 Antony Joost Coopman Asten 29-12-1646 Antony Joost Coopman Asten 29-12-1646
1717 Arnoldus Swinckels Eindhoven 13-03-1668 onbekend
Ommel huis 8
Jaar Eigenaar Geboorte Hoofdbewoner Geboorte
1736 erfgenamen Swinckels Francis Antonis ±1690
1741 Michiel van de Cruijs Asten 24-08-1682 Joost Jansen ±1700
1746 Michiel van de Cruijs Asten 24-08-1682 onbewoont
1751 Michiel van de Cruijs Asten 24-08-1682 Hendrik Verleijsdonk Asten 20-09-1718
1756 Wilhelmus de Bruijn Geldrop 11-10-1723 Jan Noijen Deurne 24-01-1725
1761 Wilhelmus de Bruijnen Geldrop 11-10-1723 Jan Noijen Deurne 24-01-1725
1766 Wilhelmus de Bruijnen Geldrop 11-10-1723 Francis Slaats en Willem van Leent Asten 11-12-1720
1771 Wilhelmus de Bruijnen Geldrop 11-10-1723 Hendrik Roijmans, Willem van Leent Asten 09-09-1728
1776 Cornelis Peters Asten 04-12-1706 Jan Antoni Verreijt en Dirk Lambers Asten 13-06-1725
1781 Gerrit Evers Asten 16-03-1742 Dirk Lambers Asten 21-08-1746
1798 Gerrit Evers Asten 16-03-1742 Gerrit Evers, kamer Hendrik van Laenen Asten 16-03-1742
1803 Gerrit Evers Asten 16-03-1742 Gerrit Evers, kamer Goort van Rijt Asten 16-03-1742
Kadasternummer B450
# Periode Naam eigenaar Geboorte Opmerking Verandering
B450 1832-1838 Maria Eevers Asten 05-02-1767 weduwe Hendricus Timmermans
B450 1838-1878 Anna Catharina Timmermans Asten 06-04-1802
B450 1878-1880 Hendrikus van Bree Asten 02-10-1839
B1132 1880-1881 Hendrikus van Bree Asten 02-10-1839 vereniging en verbouw
B1170 1881-1901 Hendrikus van Bree Asten 02-10-1839 hermeting
B1170 1901-1915 Johannes van Heugten Asten 12-03-1866
B1170 1915-1922 Maria Zeegers Asten 25-07-1864 weduwe van Heugten
B1170 1922-1938 Maria Zeegers Asten 25-07-1864 weduwe van Heugten herbouw na brand
Kadasternummer B451
# Periode Naam eigenaar Geboorte Opmerking Verandering
B451 1832 Maria Eevers Asten 05-02-1767 weduwe Hendricus Timmermans
B451 1838-1878 Anna Catharina Timmermans Asten 06-04-1802
B451 1878-1880 Hendrikus van Bree Asten 02-10-1839
B1132 1880-1881 Hendrikus van Bree Asten 02-10-1839 vereniging en verbouw
Marialaan 15
# Periode Naam hoofdbewoner Geboorte Tweede persoon Geboorte Vertrek
1803-1811 Gerrit Eevers Asten 16-03-1742 met kinderen 07-05-1811
1811-1840 Maria Eevers Asten 05-02-1767 weduwe Hendricus Timmermans 22-07-1840
1840-1859 Hendrikus van Bree Deurne ±1802 Anna Catharina Timmermans Asten 06-04-1802 27-06-1852
B102 1859-1869 Anna Catharina Timmermans Asten 06-04-1802 weduwe Hendrikus van Bree
B105 1869-1879 Anna Catharina Timmermans Asten 06-04-1802 weduwe Hendrikus van Bree 19-10-1877
B105 1879-1890 Hendrikus van Bree Asten 02-10-1839 Francisca Verberne Someren 16-06-1846
B108 1890-1900 Hendrikus van Bree Asten 02-10-1839 Francisca Verberne Someren 16-06-1846 17-03-1901
B103 1900-1910 Johannes van Heugten Asten 12-03-1866 Maria Zeegers Asten 25-07-1864 samen B108
B102 1910-1920 Johannes van Heugten Asten 12-03-1866 Maria Zeegers Asten 25-07-1864 09-06-1915
B104 1920-1930 Maria Zeegers Asten 25-07-1864 weduwe van Heugten
15 1930-1938 Maria Zeegers Asten 25-07-1864 weduwe van Heugten

De meest gebruikte referenties staan in de introductie vermeld

Laatst bijgewerkt op 26 februari 2024, 17:58:38

Heemhuis, Molenstraat 10, 5711 EW, Someren
Open voor bezoekers op dinsdagochtend van 9 tot 12 uur en op donderdagavond van 19 tot 21 uur (0493) 472 423 hkkdevonder@xs4all.nl


Archeologiehuis, Molenstraat 14, 5711 EW Someren
Open na afspraak, bel hiervoor Jacques van Ooijen op 06-36 14 12 02 of mail gewoonjacques@gmail.com


Deze website maakt geen gebruik van cookies

ADM

XSSMMDLGXL

Printen