logo

Index


Selecteer een deel waar je informatie over wil weten


Kloostereind

De naam Kloostereind spreekt eigenlijk voor zich, aan het einde van een grondbezit van een Klooster en dat moet dan een Klooster van Binderen zijn. Ook Helmond, Deurne en Vlierden kennen of kenden een buurtschap met de naam Kloostereind. Het adellijke Cisterciënzerinnenklooster uit Helmond had hier in de Middeleeuwen bezittingen. Omdat ze vanuit Binderen het verst in deze richting vanaf het klooster lagen, werd het Kloostereind genoemd. Over Binderen gaat de volgende anekdote:

Maria van Brabant raakte met haar paard en page verdwaald tijdens een jachtpartij. Per ongeluk kwam zij met paard in een moeras terecht. Uit nood bad zij tot God en sprak de woorden: "O God, wees mij genadig, verlos mij uit deze nood. O God 'k binder in!" Niemand hoorde haar, toen zij aan God beloofde een klooster te stichten werd de grond onder haar weer vast en kon zij het moeras ongedeerd verlaten. Het moeras blijkt achteraf niet geschikt te zijn voor bebouwing. Tijdens een avond vroeg zij tijdens haar gebed aan Maria om een geschikte plaats. Toen zij vanuit 't Oude Huys naar buiten keek zag zij op een hoog veld bij rivier de Aa een aantal cisterciënzer nonnen in wit habijt, in gezelschap van zes jonkvrouwen, lopen. Uiteindelijk is dit de vestigingsplek van het klooster geworden. De naam van het klooster werd genaamd naar het angstig avontuur van Maria van Brabant; Binder-in, oftewel Binderen.

01

Hierboven een tekening van het klooster van Binderen.

Het klooster is gesticht door Maria, een dochter van de Brabantse hertog, die door haar huwelijk met de Duitse keizer Otto IV keizerin werd. Na het overlijden van haar vader, kreeg zij Helmond als weduwengoed. In 1260 viel Helmond, na het kinderloze overlijden van Maria, weer terug aan het hertogdom. Toen was Binderen al een gerenommeerd klooster met veel bezittingen in Helmond en omgeving. Bij die bezittingen zijn veel grote boerderijen, zoals de Kemenade, Pannenhoef en de Bommeneese Hoef.

02

Grondbezit van het klooster Binderen met rond het gehucht Voordeldonk het bezit van een onafhankelijke grondheer1.

Tot dan toe hadden de horige boeren alleen voor hun baas gewerkt. Deze horige boeren waren eigendom van de grondheer en mochten zich zelfs niet zonder toestemming van hun heer buiten het grondbezit van hun heer begeven. Rond de 13e eeuw en later verandert dit beeld, ze krijgen een beter leven, vooral door het mogen gebruiken van de gemene gronden en de verandering van de maatschappelijk verhoudingen. Zouden de horigen hun heer verlaten hebben om zelfstandig pachtboer te worden? Tot dan toe was het door de hoge grondwaterstand bijna niet mogelijk om op de laaggelegen gronden te boeren. Rond deze periode verandert dat onder andere door de betere waterafvoer, zodat het voor de boeren mogelijk werd zich vrij te maken en zich elders op vrije gemene grond te vestigen. Door enkele agrarische uitvindingen rond die periode, zoals de haam en hoefijzers, verbeterde ploeg (ijzeren ploeg met wielen) en verbeterde landbouwmethode (drieslagstelsel), werd het ook mogelijk beter te boeren en konden de opbrengsten stijgen.

Wie er precies woonden op het Kloostereind kunnen we opmaken uit een lijst van misoogsten rond 1738:

Asten Rechterlijk Archief 118 folio 170, 29-12-1739:
Specifique lijste ofte memorie geformeert door schepenen en secretaris van Asten volgens het opgeven van de ingesetenen van Asten van soodanige als de ingesetenen van Asten geleeden hebben vant verhagelen van koorn op de 13e july en afwayen van de boekweyt op den 15e augustus 1737 wanneer het koorn en boekweyt rijp was. Alsmede van de menigvuldige swaare regen die gevallen is in de voorschreve jaare 1737, 1738 en 1739 waardoor de weylanden geheel onder water gestaan hebben en het gras en hoy daardoor veel bedorven en verdronken is geworden door hetwelke veel runtvee en schapen bedorven en gestorven sijn, alsoo deselve op leege en natte weyen haar voedsel hebben moeten haalen, welk verdronken gras en hoy dat bedorven was in de wintertijden hebben moeten eeten. Mitsgaaders vant bevriezen van de boekweyt in desen jaaren 1739, tusschen de 15e en 16e juny allent welke schaade de navolgende ingeseetenen hebben opgegeven en getaxeert onder presentie vant selve ten allen tijde (des gerequireert werdende) met solemneele eede sullen bevestigen soo en gelijk bij of agter ider sijn naam is uytgetrocken en hierna is volgende op het Cloostereijnd:

Naam Huis Omschrijving Vergoeding
Peer Jacob Coolen 20 ƒ 15,-
Michiel Tomas 22z ƒ 25,-
Jacob Martens 25 ƒ 20,-
Joost Joosten 23 ƒ 28,-
Marten IJsbouts 24 ƒ 40,-
Hendrik Jacob Martens 25a ƒ 42,-

Aldus dese lijste gemaakt en geformeert in voege als vooren volgens het opgeven der ingesetenen onder presentie van eede dat deselve de ongelucken en schaaden gehadt hebben, soo en gelijk agter ider sijnen naam staat aangeteekent en tot een som is getaxeert na ider sijn beste kennis. Wijders verklaaren wij ondergeteekende schepenen van Asten, op den eed ten aanvank van onser bediening gedaan dat de ingesetenen alhier wegens het verhagelen van koorn, afwayen en bevriesen van de boekweyt, sterven van een menigte beesten en schapen, verdrinken van hoy, gras, koorn en andere vrugten als int hooft deeser lijst, seer veelen groote schaade geleeden hebben en vooral in dese jaare, alsoo den ingesetenen alhier den grooten reegen die er is gevallen als anders op sijn best maar eene halve oogst gehadt hebben waardoor deselve buyten staat geraakt sijn om haar verschulde 's lants- en dorpslasten te konnen opbrengen en betaalen waardoor de ingesetenen dagelijks veele schaade en executiecosten moeten ondergaan. In teeken der waarheyt hebben wij deese ten prothocolle onderteekent binnen Asten, desen 28 december 1739.

De genoemde personen in deze lijst van misoogsten vinden we in dit verhaal terug.
Peer Jacob Coolen bewoont de 17e eeuwse boerderij die hij in 1713 heeft gekocht van de familie Vermeulen. Door vererving gaat deze in 1765 over in handen van de familie Zeegers en door verkoop in 1855 naar de familie Mutsers, die er tot het eind van de 19e eeuw woonden. Daarna is de boerderij in verschillende handen geweest.

De naam Michiel Tomas komt niet als eigenaar voor in de huizenquohiers en blijkbaar was hij pachter van een boerderij. Meest waarschijnlijk is het dat het de 17e eeuwse boerderij van de familie de Groot die van 1700-1735 in handen was de familie Bollen en daarna verschillende eigenaren en bewoners kende. Rond 1755 wordt de boerderij verkocht aan de familie van Bussel wiens nazaten en aangetrouwden er tot het begin van de 20e eeuw hebben gewoond.

Jacobus Martens bezat op de Brand een boerderij uit het begin van de 18e eeuw, waarvan ook zijn zoon Hendrick een afgesplitst deel bezat. Tot ongeveer 1800 in deze in bezit van de familie Martens gebleven en daarna kende de boerderij verscheidene eigenaren en bewoners.

De boerderij van Joost Joosten is al vanaf 1680 in het bezit van zijn familie, die toen nog de bijnaam de Scheper (schaapsherder) droeg. Blijkbaar hadden zij schapen die op de heide van de Peel werden geweid. Rond 1750 heeft Huybert Joosten de familienaam Joosten vervangen door van den Eynde en stond bekend als Hubert Joosten van den Eynde. In 1869 is het huis door vererving overgegaan naar de familie van Geffen, die er nog steeds in de buurt wonen.

De boerderij van Marten IJsbouts ofwel Marten Vermeulen, is sinds begin 17e eeuw in het bezit van zijn voorvaderen, die zich Vermeulen noemden. Via vererving is de boerderij overgegaan in handen van de familie Wellens, die er tot begin 20e eeuw heeft gewoond.

Referenties
  1. ^'s-Hertogs tienduizend buunders (http://users.bart.nl/~leenders/10000bu/data.htm)

De meest gebruikte referenties staan in de introductie vermeld

Laatst bijgewerkt op 8 maart 2022, 13:47:08

XS
SM
MD
LG
XL
Heemhuis, Molenstraat 10, 5711 EW, Someren
Open voor bezoekers op dinsdag van 9 tot 12 uur en op donderdag van 19 tot 21 uur
(0493) 472 423 hkkdevonder@xs4all.nl
Het archeologiehuis is na afspraak open voor bezoekers
Bel hiervoor Jacques van Ooijen op 06-36 14 12 02 of mail gewoonjacques@gmail.com
Printen