logo

Index


Selecteer een deel waar je informatie over wil weten


Rinkveld

De naam Rinkveld, vroeger ook wel geschreven als Rinckvelt, kan te maken hebben met het geslacht de Roovere die in oostelijk Brabant in de middeleeuwen hun bezittingen hadden. Zij waren afstammelingen van de graven van Rode en de naam Rinckvelt komt in meerdere omringende plaatsen voor, zoals Lierop, Bakel, Vlierden en Deurne. We citeren hier uit een geschiedenis van het Graafschap Rode1:

Taxandria, een gouw ontstaan onder de Merovingse dynastie, lag in het bisdom Luik en was in de 7e eeuw onderverdeeld in drie graafschappen, waarvan de namen pas veel later bekend werden: Strijen, Loon en Rode. Deze graafschappen hadden een sociale en politieke rol in de organisatie van Taxandria. De graaf voerde het gezag namens de koning in zijn gebied, hij sprak recht, inde belastingen en voerde in oorlogstijd de opgeroepen weerbare mannen aan. Kerken en kloosters hadden juridische immuniteit, zodat de graven daarover niets te zeggen hadden. Taxandria had tot in de 10e eeuw nog natuurlijke grenzen die werden gevormd door de Maas in het noorden en het Peelgebied in het noordoosten. Vanaf Kessenich de rivier de Maas in het zuidoosten, de rivieren de Jeker en de Demer in het zuiden, de rivier de Nete en de rivier de Striene in het westen.

Van origine was Rode een grensgraafschap tussen het Merovingse rijk en de Friezen. Bakel was in die periode een veilige plaats, waar Pepijn II van Herstell, koning der Merovingiers een villa had. Dit onderkomen wordt beschreven in 721 als Herelaef aan bisschop Willibrord zijn bezittingen in Bakel schenkt. Na de overwinning van Pepijn II op de Friezen in 695, hield langzaam de rol van het graafschap Rode als militaire defensie op. Willibrord werd tot aartsbisschop van het nieuwe bisdom te Utrecht benoemd en volgden de edelen in Taxandria het advies van Pepijn op om het nieuwe bisdom te steunen. Willibrord stichtte een benedictijnen klooster in Echternach voor begeleiding van zijn werk. Bij zijn dood in 739 na Christus liet Willibrord de verkregen grondschenkingen aan het klooster van Echternach na, dat onder bisschoppelijk gezag van Trier viel. Hij was toen niet zo zelfverzekerd dat de rust in het gebied blijvend zou zijn.

Door het testament van Willibrord ontstonden er in het Peelland kerkelijke grenzen, waaronder die op de Asdonk. Nu nog steeds een gemeentegrens tussen Laarbeek en Gemert-Bakel. De vroeg middeleeuwse elite van Taxandria heeft in die periode veel bijgedragen aan de ontwikkeling van het bisdom Utrecht. Op 6 mei 1069 bekrachtigt Paus Alexander II opnieuw de schenkingen van Willibrord aan het klooster van Echternach, waaronder bezittingen in Waalre, Diessen, Deurne en Bakel met kerken en toebehoren. De graven van Rode hadden met wisselend succes, ruim twee eeuwen lang invloed op de ontwikkelingen in het gouwgraafschap Taxandria, dat in de 11e eeuw een titel was geworden, dat de graven van Rode toebehoorde. Taxandria als gouw bestond toen niet meer.

01 02

De Brabantse adellijke geslachten die de drie molenijzers voeren, zijn allen afstammelingen van de Graven van Rode. Deze oude geslachten zijn vernoemd naar de naam van dorpen, gehuchten, buurten of landgoederen onder het oude Taxandrie zoals bijvoorbeeld van Stackenburgh, van der Asdonck, van Vlierden, van Lierop, van Vladeracken, van Hersel, van Breugel, van Hove, van Wette, van Rinckveld, van Lieshout, van IJllingen, van Veenhuizen, van den Bolck, van Wolfswinkel, van Broekhoven. Maar ook Straeten, Kuysten, van Loon, van Orthen, van Mierlo, ten Heerenhoven, van de Velden, van den Heuvel en van Boirschot te d'Erp.

03

Het oudste schilderij van Nederland (1380) met tussen Maagd Maria met kind en Sint Joris de vier heren van Montfoort. Van links naar rechts: Jan I van Montfoort, zijn oudoom Roelof de Rover, zijn oom Willem de Rover en Hendrik de Rover Willemszoon. De eerste drie sneuvelden onder Willem van Henegouwen tijdens de Slag bij Warns, een veldslag tussen graaf Willem IV van Holland en de Friezen op 26 september 1345. Hendrik van Montfoort was voogd van twee dochters van zijn oudste broer Arnoud. De twee dames in kwestie, Aleida en Maria waren vroom en zij schonken uit haar vaderlijk erfdeel goederen aan de kapittels van Sint-Oedenrode, Hilvarenbeek en Oirschot. Oom Hendrik was het daar absoluut niet mee eens, want ,"t'selfde maeckte die Heerlyckheyt van Royen seer kleyn ende arm". Hij trok dan ook met verwanten en vrienden naar de Meierij en hield daar gruwelijk huis. Twee kanunniken van Sint-Oedenrode werden gedood en daarom moesten de daders van deze aanslag de vlucht nemen. Zij werden voor hun leven uit Brabant verbannen. Enigen van hen trokken naar het land van Brugge, anderen, onder wie Hendrik van Rode, gingen naar het land van Utrecht. Door toedoen van de Hollandse graaf Floris V stond de bisschop van Utrecht, Jan II van Sierck, toe, dat Hendrik in het huwelijk trad met de erfdochter Maria van Montfoort en beleend werd met het kasteel van Montfoort. Zo werd Hendrik in 1260 de stamvader van het geslacht der burggraven van Montfoort, die drie molenijzers in hun familiewapen voerden.

Hoewel Asten niet tot de plaatsen behoorde die onder het bestuur van de graven van Rode viel, kan het zijn dat er op de plaats van het huidige Rinkveld een nazaat van deze graven een hoeve heeft gesticht en er de naam Rinckvelt aan gaf. Een andere verklaring berust op een toponiem en dat zou wijzen op percelen die een ronde vorm hebben, een zogenaamd ringveld of rondveld. Alleen met enige fantasie is er sprake van een rond perceel en aangezien er in de 15e en 16e eeuw ook namen als Aert van Rinckvelt en Hanrick van Rinckvelt in de buurt worden gebezigd, lijkt mij de afkomst van de naam gebaseerd op een nazaat van de familie van Rode het meest voor de hand liggend.

In 1637 lezen we in een archiefstuk de nalatenschap van Willem Janssen van den Berghe, waarbij het goet te Rinckvelt met alle huizen aan Willem Joosten wordt toebedeeld.

Asten Rechterlijk Archief 74 folio 74, 29-10-1637:
Willem Joosten, getrouwd met Heylken, dochter Willem Janssen van den Berghe, Wilbort Janssen, getrouwd met Merie, Mercelis Claes de Bercker getrouwd met Merike, Jan Jan Dryes getrouwd geweest met Anneken, allen erfgenamen van Willem, hun nog in leven zijnde vader. Zij verdelen de na te laten goederen:
1e lot: Willem Joosten, het goet gelegen aan het Rinckvelt met alle huizen, landerijen en groes daaraan en bijbehorende; de helft van de groes in den Brant, ene zijde de Haytrack; hooiwas in den Bruynenwert 2 lopense, ene zijde Mathijs van de Leenssel. Belast met ƒ 500,- aan Steven Aelbers te 's-Hertogenbosch, 4 vat rogge per jaar aan de Kerk van Asten. De achterstalligge cijnsen zullen tot 1635 gezamelijk worden betaald, daarna ieder voor zich.

Deze Willem Joosten moet in de loop der tijd zijn goederen hebben verkocht aan Thomas Leonards, ook wel Leenders of Linders genoemd. En ook via de Vlierdense familie Aelbers aan Philip Joosten van Hugten, later van Heugten genoemd. Verder is bekend dat de familie Verlensdonck, ook wel geschreven als Verleijnsdonck en uiteindelijk leidend tot de naam Verleijsdonk, aan het Rinckvelt woonde. Deze drie namen Linders, van Hugten en Verlensdonk komen we dan ook tegen in deze bewoningsgeschiedenis van het Rinkveld vanaf de 17e eeuw.

04

Boven zien we een typische hoeve uit de 18e eeuw en wie er in die tijd precies woonden op het Rinkveld is op te maken uit een lijst van misoogsten rond 1738:

Asten Rechterlijk Archief 118 folio 170, 29-12-1739:
Specifique lijste ofte memorie geformeert door schepenen en secretaris van Asten volgens het opgeven van de ingesetenen van Asten van soodanige als de ingesetenen van Asten geleeden hebben vant verhagelen van koorn op de 13e july en afwayen van de boekweyt op den 15e augustus 1737 wanneer het koorn en boekweyt rijp was. Alsmede van de menigvuldige swaare regen die gevallen is in de voorschreve jaare 1737, 1738 en 1739 waardoor de weylanden geheel onder water gestaan hebben en het gras en hoy daardoor veel bedorven en verdronken is geworden door hetwelke veel runtvee en schapen bedorven en gestorven sijn, alsoo deselve op leege en natte weyen haar voedsel hebben moeten haalen, welk verdronken gras en hoy dat bedorven was in de wintertijden hebben moeten eeten. Mitsgaaders vant bevriezen van de boekweyt in desen jaaren 1739, tusschen de 15e en 16e juny allent welke schaade de navolgende ingeseetenen hebben opgegeven en getaxeert onder presentie vant selve ten allen tijde (des gerequireert werdende) met solemneele eede sullen bevestigen soo en gelijk bij of agter ider sijn naam is uytgetrocken en hierna is volgende op het Rinkveld:

Naam Huis Omschrijving Vergoeding
Goort Marcelis 12 betreft Verleijsdonck ƒ 24,-
Joost Philipsen 14 betreft van Heugten ƒ 35,-

Door tegenslagen verdwijnt de familie Verleijsdonk in de 19e eeuw uit het Rinkveld en ook de familie van Heugten komt nog maar sporadisch voor. In de bestaande en vele nieuw gebouwde boerderijen komen namen als Rooijakkers, Janssen en met name van den Eijnden (ook geschreven als Eijnde, Einden, Einde of Eynden) voor en vele nazaten van hen woonden tot in de 20e eeuw in hun huis op het Rinkveld.

Hieronder een beschrijving van Rinkveld rond 1825 opgeschreven door Adriaan Brock, geboren te Sint Oedenrode op 26-08-1775 als zoon van Cornelis Brox en Maria Hurkx. Adriaan Brock studeerde aan de Leuvense universiteit en was eigenaar van de Fratershof in Sint-Oedenrode. Hij oefende een breed scala aan taken en ambachten uit. Zo was hij huisschilderkoster en kaarsenmaker. Hij was daarnaast als historicus actief en schreef meerdere manuscripten over Sint-Oedenrode en de Meierij van 's-Hertogenbosch, waaronder hier de beschrijving van Rinkveld2:

Hieronder is de kadasterkaart van het Rinkveld van 1832 te zien met daaronder de topografische kaart uit 1911 en tenslotte de kaart met googlemaps uit 2015. In grote lijnen is er niet veel veranderd, het stratenpatroon is goed te herkennen en ook sommige percelen zijn gelijk gebleven.

05

06

07


De meest gebruikte referenties staan in de introductie vermeld

Laatst bijgewerkt op 11 juni 2020, 12:37:46

XS
SM
MD
LG
XL
Heemhuis, Molenstraat 10, 5711 EW, Someren
Open voor bezoekers op dinsdag van 9 tot 12 uur
Het archeologiehuis is na afspraak open voor bezoekers
Bel hiervoor Peter van Bussel op (0493) 49 10 77 of (06) 38 06 71 63
Printen